|



|
Algemene gegevens
|
|
Genootschap : |
Ned. Hervormde kerk |
|
Gemeente : |
Opsterland |
|
Plaats : |
Beetsterzwaag |
|
Adres : |
Beetsterweg 22 |
|
Provincie : |
Friesland |
|
Jaar ingebruikname : |
1889 |
|
Huidige bestemming: |
gesloopt |
|
Naam kerk : |
Adelskerk |
|
Architect : |
Luitje de Goed
|
Over de kerk.
In 1890 hadden twee adellijke orthodoxe
families, Van Lynden en Lycklama à Nijeholt
uit Beetsterzwaag, de vrije hand om een kerk
te bouwen en kreeg architect Luitje de Goed
eveneens uit Beetsterzwaag de opdracht en
werd in Oud-Beets nu Beetsterzwaag hun eigen
kerk neergezet, naar aanleiding van een
richtingenstrijd die er had geheerst.
Geheel in neorenaissancestijl schreef R. J.
Wielinga, van de stichting 'Moderne
Architectuur Friesland' dat het gaat om een
eenbeukige kerk met een driezijdige sluiting
transepten en een toren. De transepten
bezitten rijk gedetailleerde trapgevels met
op de trappen gebeeldhouwd rolwerk op de
schouders obelisken en op de top een
fronton, alle in de trant van Hendrick de
Keyser en Hans Vredeman de Vries. De gevels
bezitten rondboogvensters gevuld met glas in
lood. Op het dak is een gietijzeren
versiering geplaatst. Het rondboogfries
onder de dakgoot lijkt geïnspireerd te zijn
op de Romaanse en romangotische kerken. De
ontwerptekening laat zien dat de achtzijdige
spits door een koepel in de typische
renaissance stijl werd bekroond.
Wie via de A-7 wel eens van Drachten naar
Heerenveen rijdt kent "it tsjerkje fan Beets"
een curiositeit die op afstand het midden
houdt tussen een kasteeltje en een godshuis.
Toen we kleiner waren twintig jaar geleden
was het kerkje een hoogtepunt tijdens de
zeldzame autoritten vanuit de Groninger
veenkoloniën, net als de bunkers langs
dezelfde weg dichter bij Groningen. Een
baken ook want bij "it tsjerkje" moesten we
van de grote weg - toen nog rijksweg 43 - af
pake en beppe woonden in Beetsterzwaag.
Vooral diegenen met een wat ongeremd gevoel
voor romantiek zien in het bouwwerk graag
een zeer oude ruïne maar in werkelijkheid
gaat het om een kerk van nog geen honderd
jaar oud gebouwd op de terp waarop al in de
twaalfde eeuw een kerk stond.
Voor amateurs die er meer verstand stand van
hebben te zeggen dat de kerk niet bijster
interessant is. Het is om maar eens even
beledigend uit te halen een plastickerk.
Schreef J. v. Tol in Sljucht en Rjucht (2
augustus 1902) (nog van in pronkstik fen in
gebou ien fen ’e moaiste protestantske
tsjerken fen Fryslan het mooiste is er
inmiddels af. Het grote orgel een geschenk
van August Lycklama werd jaren geleden
verkocht naar de Zuiderkerk in Drachten en
ook de preekstoel en de banken werden naar
elders gebracht nadat de dominee was
verhuisd omdat de gelovigen wegbleven.
Guillaume Anne van der Brugghen, geboren te
Ubbergen 3 februari 1848, overleden Utrecht
19 november 1928, predikant werd in 1891
predikant van Beets)
In het naburige Polder Beets (het huidige
Nij Beets) woonden inmiddels echter al veel
meer mensen dan in ‘Oud’ Beets en zij
voelden er weinig voor om naar de adelskerk
te gaan. Dit leidde tot de bouw van het
'houten kerkje van Nij Beets" dat met het
kerstfeest van 1891 werd ingewijd om de
veenarbeiders van het toenmalige Beets een
lange loop naar de bestaande hervormde kerk
in Oud Beets welke daar was neergezet door
de adellijke families Van Lijnden en Lyclama
á Nijholt te besparen. De arbeiders
vertikten het iedere zondag vijf kilometer
te lopen om een kerkdienst bij te wonen. Ds.
Van der Brugghen uit het Gelderse Ubbebergen
die in de contreien van Beets was
terechtgekomen, wilde toch de arbeiders
geestelijk voedsel bieden, en liet op eigen
initiatief een houten kerkje bouwen. Via
donaties van vrienden verwierf hij de
benodigde dertienhonderd gulden. In 1891
werd de kerk in gebruikgenomen. Het gebouw
kreeg al gauw de bijnaam het Houten
Himeltsje.
Van der Brugghen preekte er met grote
gedrevenheid en deelde aan het einde van de
dienst snert uit. Dit vanwege de grote
armoede in Beets. Niet al zijn kerkgangers
kwamen er voor het goede woord; er zaten er
tussen die het enkel en alleen om de snert
te doen was. Zij noemden de preken van Van
der Brugghen dan ook wel gekscherend
,,snertdiensten’’.
Van der Brugghen hield het niet bij preken
alleen. Hij richtte onder meer een
jongemannen- en naaivereniging op en
bestreed het drankmisbruik, een groot
probleem in de streek. Van der Brugghen
raakte geregeld in onmin met de socialisten
in Beets. De predikant kon zich maar
moeilijk vinden in de wijze waarop zij
ijverden voor verbetering van sociale
omstandigheden; met name hun stakingen wees
hij af. Volgens Van der Brugghen moest een
mens berusten in zijn toestand om later
,,het hemelrijk te kunnen erven’’.
Van der Brugghen verruilde Beets in 1898
voor de Belgische Zendingskerk in Brussel.
,,Ook verspreidde hij hier het evangelie
onder de Roomse Vlamingen’’, weet zijn
kleinzoon Joan van der Brugghen (83). Hij
was een fel bevechter van de Roomsen. Hij
deed zijn evangelisatiewerk vanuit zijn
automobiel. Hij was een van de eersten,
zeker een van de eerste dominees, met een
automobiel. Met een paardenkracht van dertig
en een vaart van 48 kilometer per uur liet
hij pamfletten met daarop het evangelie uit
het autoraam waaien. Die werden door de
kinderen van de straat gezocht en aan hun
ouders overhandigd.’’ In 1914 werd ds Van
der Brugghen door de Duitsers uitgewezen uit
België. Tot zijn sterven was hij
emerituspredikant in Utrecht
Grote stukken piepschuim in de sloten
herinneren aan de tijd dat beeldend
kunstenaar Jaap van der Mei in de kerk
woonde en werkte. Ook de padvinderij was er
nog even onder dak maar niemand hield het er
lang uit.
De kerkvoogden hebben wel geprobeerd een
gegadigde te vinden en er zijn zelfs
aanbiedingen geweest. Maar om nou van de
kerk een seksclub te maken zoals een van de
Hollanders die zich meldde voorstelde dat
ging te ver. Daarom hebben alleen de duiven
er nu nog een riant onderkomen komen. Zoals
het er nu voorstaat wordt ook de huur
opgezegd. De kerk moet weg volgens de
voogden omdat het gevaar voor instorten te
groot wordt.
De kerk te Beets is zeker één der oudste
Godsgebouwen in Friesland. Zeer hoog gelegen
zoals bijna alle oude kerken. Kan men niet
zeggen dat haar de eer om zoo hoog boven
anderen te staan rechtens toekomt zeker niet
wat bouworde en uiterlijk of antieke
overblijfselen van grafsteenmonumenten.
De kerk binnenkomend die in een woord alle
poëzie mist moet het ons wel verwonderen
wonderen dat de adellijke geslachten wanneer
die hier gewoond hebben te Beets ter kerke
gingen en een laatste rustplaats vonden
enkel hunne rijkversierde en kostbare
grafstenen tot het nageslacht hebben laten
spreken.
Nergens toch schijnt eenige versiering
aangebracht aan banken noch wanden gelijk
men dat overal elders kan opmerken waar de
eerste familien des lands hebben gezeteld
aldus de Hepkema krant van 23 augustus 1884.
Het uit de zestiende eeuw stammende kerkje
gebouwd op de plaats waar in de twaalfde
eeuw de eerste katholieke kerk verrees kon
de verslaggevervan de Hepkema krant niet
bekoren.
De kerk ooit opgedragen aan de heilige
Geertruid was maar een heel gewoon
bouwseltje en dat voor Beets eeuwenlang het
kerkelijk centrum voor de wijde omtrek. Maar
daar zou parbleu de adel eens wat aan doen.
Zo kon het gebeuren dat terwijl enkele
kilometers verderop in de Beetster
nattigheid de arbeiders bijna crepeerden er
voor een kapitaal een nieuw kerkgebouw werd
opgericht. Ook al dankzij de wedijver en
meningsverschillen van zich rechten en
vrijzinnig noemende edelen. Het zou niet
voor het eerst zijn dat een kerk werd
opgericht juist omdat hoge heren niet met
elkaar overweg konden.
Een nieuwe kerk dus niet zozeer ter meerdere
eer en glorie van Hem maar eerder van hen de
bouwers van Van Lyndens en de Lycklama’s a
Nijeholt. Architect Luitje de Goed uit
Beetsterzwaag die stad en land afreisde om
indrukken op te doen hoefde niet op een paar
centen te kijken en dat was al gauw te
merken. (Luitje heeft ook hearehûs De Horst,
dat in 1907 is gebouwd ontworpen en Fockens
state werd ook door Luitje de Goed gebouwd
die gaf het gebouw toen een Neo-Gotische
uitstraling door het aanbrengen van
Decoraties.)

Architect Luitje de Goed.
In 1890 stond er een kerk groter mooier
duurder en sterker dan welke kerk in de
omtrek ook onvergelijkbaar aan de vorige
eiken banken, gebrandschilderde ramen met de
wapens van de adel overal toeters en bellen
en van alles het beste. De muren werden een
halve meter dik het was een kerk die eeuwen
moest trotseren.
Generaties kerkgangers zouden iedere zondag
aan de adel worden herinnerd een kerk zo
degelijk dat de duivel zelf het gebouw niet
stuk zou kunnen krijgen als hij dat zou
willen, een monument voor altijd. De bouwers
hadden er niet lang plezier van want in 1917
stierf de adellijke tak van de Lycklama’s a
Nijeholt uit.
Die van Van Lynden bestond zes jaar na de
bouw al niet meer, sterfgevallen zo
drastisch dat de gewelven onder de kerk
niet de laatste rustplaats zijn geworden van
generaties edelen.
Wat bleef was de adelskerk de herinnering
aan een tijdperk maar ook voor dit monument
lijkt het laatste uur geslagen. Het kerkje
heeft wat bouwstijlen betreft een
alleraardigst allegaartje waarin het
Romaanse overheerst wordt.
Van de ooit indrukwekkende ramen is er niet
een over, de jeugd vernielde, onbekenden
verdwenen met een deel van de inventaris,
niemand die zich er nog om bekommerde en
alsof dat niet genoeg was bemoeide ook de
hemel zich er nog eens mee toen de bliksem
het spitsje van de toren sloeg. Er rustte
geen zegen op.
Eigenlijk was dat van meet af aan zo Ds.
Isaac Spandaw Beetsterdominee, zei in zijn
eerste preek in de nieuwe kerk (10 augustus
1890) ’t Is waar velen onder ons die hadden
gewenst en die daartoe pogingen in het werk
hebben gesteld dat er een eenvoudig gebouw
ware gesticht te midden van de nieuwe
bevolking van het nieuw ontstane Beets hier
een kilometer of vijf vandaan en zulks ten
gerieve van de nieuw gekomen bevolking. Maar
het heeft niet zo mogen wezen De oude graven
hebben invloed geoefend en de tegenwoordige
belangen overschaduwd. Dit schone kerkgebouw
heeft een ongeschikte ligging dichtbij
Beetsterzwaag waar wij reeds een kerk
bezitten en veraf van het nieuwe dorp Beets.
Nu bevindt gij u in grote menigte hier maar
zorg ervoor zo misschien te eniger tijd een
vreemdeling moge komen dat hij niet met
verbazing zou vragen waarom staat hier in de
wijde ruimte ver van alles af zulk een
schoon ruim, kerkgebouw voor zo luttel
schare. Gij wier gestel gezond en
veerkrachtig is u niet te gauw afschrikken
door de afgelegenheid van dit kerkgebouw en
evenmin door de winderige en koude weg die
vooral al 's winters uiterst onbehaaglijk
kan wezen.
Overigens is het niet zó vreemd dat de kerk
daar werd gebouwd. Er had al zeven eeuwen
een kerk gestaan en de graven waren
honderden jaren oud immers toen Beets al een
dorp van belang was liep Beetsterzwaag nog
in de korte broek.
Maar het werd zoals Ds Spandaw al voorzag
geen succes.
Ds G A van Brugghen die in 1890 te Beets
werd geroepen schrijft in Vijfmaal dominee
dat de kerk op een ongelukkige plaats staat.
"Die wat ver weg woonden moesten wel een uur
loopen en dat deden zij niet tenminste niet
voor mij". Daarbij de Beetsterkerk is wel
heel fraai van binnen maar ontzettend koud.
En de kerkvoogdij kon nog maar niet
besluiten om er een kachel te zetten. Ook de
adel had geen zin in een koude kont
want wanneer er nu en dan eens een
vertegenwoordiger van den frieschen adel in
de schoone eikenhouten banken plaats nam was
het altijd zomer, en was er geen kachel
nodig.
Daar de berg (= de gemeente) (en mijn meeste
volk zat in de polder) dus niet tot Mahomed
(en volgens de dominee dus niet Mohamed,
red.) kwam is Mahomed naar den berg gegaan
en ik heb mijn kerkje in t midden van de
polderbevolking gezet om hen vandaar uit met
het woord Gods te bezielen en te zegenen. In
1891 toen de specie van de nieuwe kerk amper
droog was, was ik (Van der Brugghen), bezig
met den Heer architect de G. van
Beetsterzwaag te overleggen hoe ik mijn
kerkje in den polder maken zou want ik was
ontevreden over mijn bûmmelend bestaan tot
hiertoe en ik wou nu toch eindelijk eens
iets doen.
De brieven aan vrienden en kennissen tot
bekendmaking van mijn voornemen een
stichting van een kerkje in den polder met
verzoek om ondersteuning waren onderweg. Ik
zie mij nog bezig met in mijn hof op den
grond de teekening te maken. Vrij spoedig
kreeg ik de giften bijeen - maar toen ik f
1300 had hield het geven op en was mij dit
een aanwijzing om maar te beginnen. Ik
verlangde niet naar een steenen gebouw ik
was tevreden met een houten tent.
Baron van Lynden gaf mij een stukje grond in
bruikleen. De architect zette er een vrij
aardig gebouwtje op met een torentje rustend
op 30 palen, Jhr A Lycklama beplantte later
uit eigen beweging den pol waarop ’t kerkje
stond met populieren. Ik had verzocht dat
men voordat het kerkje gereed was, daarbij
een staak zou plaatsen met het opschrift:
"Aanbevolen aan de zorg van het publiek"
Maar voordat die paal er stond bewierpen de
socialisten het gebouw met bagger dat ik
niet heel aangenaam vond. Vervolgens liet ik
er nog twee palen zetten.
De een voorzien van ene tekst uit ’t O
Jesaja 55:7 (ter bemoediging ging van
bedrukte zondaars) en de ander met het woord
van Paulus Rom. 8:11 (voor de christenen ter
herinnering van den schat dien zij
bezitten). En in den gevel boven de deur
stond geschreven: "De Heer is mijn helper
tot bemoediging voor mij zelven en ter
waarschuwing der tegenstanders"
Zoo predikte mijn kerkje tot alle
voorbijgangers. Het ligt aan den prikweg. En
die weg was toen vooral des winters in den
regel gedeeltelijk onder water (vandaar de
prikken = takken op de weg waardoor verkeer
mogelijk was red.) zoodat ik altijd hooge
laarzen droeg als ik daarheen ging. En dat
was elke Donderdag en Zondag ( . . ) Toen
dan het kerkje gereed was, was mij dit een
verhooring van mijn wenschen en vielen
daarmee veel moeilijkheden weg. Ik heb er
veel gesproken, geleerd, gezucht en gebeden.
Ik heb er veel zorg gehad maar ook veel
vreugde. Ik dank God voor alles. Welke
schoone ogenblikken waren het als de
kindertjes mij bij mijn nadering al zingende
tegemoet sprongen om mee naar binnen te
gaan, en uit den Bijbel te hooren vertellen.
En als ik de menschen ’s avonds na hun
dagwerk van allen kant uit de verte zag
aankomen voor den avonddienst, welke
stichtelijke gevoelens maakten zich dan van
mij meester. En hoe voelde ik dan maar al te
dikwijls dat ik niet voldoende geestelijke
stof had om deze zielen te voeden.Toch heb
ik ’t ze ook wel eens gegeven geven door
Gods genade.
Er moest dus al gauw na de bouw van de
"dure" kerk een kerkje in de gemeenschap
worden gebouwd. De adelskerk werd maar matig
bezocht en dat werd er in de loop van de
jaren niet beter op.
Veehouder Zwaagstra die vroeger op de
Tsjerkepleats woonde, heeft de klok nog
geluid en graven gedolven."Alle dagen om
njoggen oere en om twa oere ha wy de klokken
let" aldus Zwaagstra.
Die klokken van rond 1500 staan nu in de
oudheidkamer van Gorredijk. Zwaagstra
"trape ek de pûster" hij zorgde voor de
lucht zodat boer Cnossen het orgel kon
bespelen. Slechts eenmaal in de drie weken
en uitsluitend van mei tot en met september
was er dienst. En nog kwamen soms maar zes
of zeven mensen. Cnossen vroeg zich dan wel
eens af 'zo weet Zwaagstra van zijn vader'
waarvoor ze het eigenlijk nog deden, den
Dominee Jan Derk Domela Nieuwenhuis
Nyegaard, die tot 1944 in Beets stond zou
dan hebben gezegd. ? "Waar twee of drie in
mijn naam vergaderd zijn daar zal ik in hun
midden zijn"
Men moet haast aannemen dat alleen tijdens
de inwijding de kerkbanken bezet zijn
geweest.
En misschien later nog eens tijdens de
Spaanse griep toen er dagen waren dat de
klokken van 's morgens vroeg tot ’s avonds
laat luidden. Na de indeling in
wijkgemeenten Beetsterzwaag - Oud Beets -
Olterterp en Nij Beets, schrijft dominee J.
Wagenaar in de Drachtster Courant van 5
september 1958 werd het nog moeilijker om
diensten in Oud Beets vast te stellen. Dat
was al een terugblik want een jaar eerder
hadden de voogden het opgegeven. De dominee
was opgestapt zijn volgelingen waren hem
deze keer voor gegaan.

|
De gang naar de kerk heeft er in
het vervenersdorp Nij Beets
nooit erg ingezeten. De
turfgravers hadden genoeg aan
hun dagelijks sores. Afgezien
daarvan had het merendeel van
het armoedige werkvolk meer op
met de heilsverwachtingen van
het socialisme dan de
zondagsprediking.
Toch kreeg Nij Beets in 1891 een
eigen kerkje dat de socialisten
spottend typeerden als het
"houten hemeltje" Tot 1911 stond
de noodkerk aan de Prikkewei,
daarna werd het als bouwpakket
afgevoerd met onbekende
bestemming. De vrijwilligers van
het laagveenderij museum "It
damshûs" ijveren nu voor
eerherstel. De roerige
vereveningsgeschiedenis zou
zonder bedehuis onvoldoende tot
haar recht komen.
Inmiddels is het kerkje
nagebouwd in het openlucht
museum "it damshus". Het Damshus
bestaat dit jaar 50 jaar.
-Verdere
informatie hierover kunt U
vinden op
www.damshus.nl
|
Onbeminde dame.
Kerkvoogd Rinse de Jong, Nij Beets vindt het
maar vervelend als hem wordt gevraagd
wanneer er gesloopt gaat worden.
"Wat stilder wat better" is motto van de
voogden en het liefst zagen ze helemaal geen
verhaaltjes in de krant, want dan komt er
weer zo’n Hollandse luchtfietser die beweert
wel wat met het gebouw te kunnen. Allemaal
prachtig en fijn maar voogden weten uit
ervaring dat het niets oplevert, ja uitstel.
De voogden hebben het bijna dertig jaar
geleden al opgegeven.
In 1946 financierde wat over was, de adel
het kerkje en de dominee, toen de gemeente
er zelf helemaal voor op moest draaien was
de lol er gauw vanaf.
De kerk ging dicht, orgel en banken werden
verkocht en er gehoopt werd op een schip met
geld.
Maar die varen nog maar zelden uit en
afmeren is er al helemaal niet meer bij. Zo
werd de kerk van lieverlee een bouwval. Het
is misschien net als met mensen ze hebben
liefde nodig en waardering en daar heeft het
bij de kerk altijd aan ontbroken In Beets
staat een onbeminde dame verwaarloosd en
daardoor te oud voor haar leeftijd".
Cultuurhistorisch en kunsthistorisch is het
een interessant gebouw zegt de heer Ab
Timmermans van Monumentenzorg.
Het is een markant gebouw en een monument
van een bijzondere periode. Dat vindt ook de
gemeente Opsterland maar daar ligt het geld
evenmin voor het opscheppen. Om nou toch wat
van de oude sfeer te bewaren zouden als het
aan de gemeente ligt de contouren zichtbaar
moeten blijven met hier en daar stukje muur
De Lycklama’s Van Lyndens die op het kerkhof
rusten draaien zich om in hun graf.
Men meldt ons: men is begonnen met het
afbreken der grijze kerk te Beets, en wel
met de betimmering van binnen. Volgens een
deskundige moet zij in 't laatst der 15e
eeuw gesticht zijn. De ankers in den muur
wijzen duidelijk aan, dat zij in 1591
verbouwd is. Men vindt kolossale grafstenen,
zelfs met de jaartallen 1508 en 1531, de
randschriften zijn niet te verklaren. Op een
der steenen was een levensgroot mannelijk
gestalte uitgebeiteld, terwijl een ander
twee maagden voorstelde, de een in buigende
houding en de andere recht opstaande met een
roset in de linkerhand. Ook treft men in de
kerk buitengewoon fraaie grafsteenen aan,
die gebeeldhouwd zijn en met adellijke
wapens voorzien van de beroemde Friesche
familie Lijclama. Zij dragen de jaartallen
1719, 1765 en 1772. De toren is er later
bijgebouwd. op een steen in den muur staat
het volgende rijmpje.
|
Anno 1648 den 6 juni
S. Fockens geboren Staet
Grietman van Opsterlandt.
S. Teijens Secretaris Troie En
volmacht van het Landt.
S. S. Jelckema Wel beduegt en
Rechter in dees Tijdt.
Nicolaies Preedicant vann
Christus Volck met vlijdt.
Jan Stephens en G. Bouckes
vooghden van dees Kerck.
Hebben saem bedrijt 't begin en
voortganck van dit werck.
Hepko de Jongste Soon van
Fockens Stam Gesproten.
Heeft de Eer tot legging van de
Eersten Steen Genoten.
Doch Boukes Voorgemelt Meester
Metslaer met Verstant
Heeft de legging van dees
Torends
Grind Genomen bij der Handt |
DE DOMINEE PREEKTE ER VOOR DE LEGE BANKEN.
In Beetsterzwaag woonden wel de
belangrijkste deelgenoten in de veen
compagnieën, zoals de families Fockens, Van
Teijens, Lycklama à Nijeholt e.a. Deze namen
vindt men ook terug in de lijst van
opeenvolgende grietmannen, die vanaf de 13e
eeuw tot aan 1851 rechtspraken, en
aanvoerders waren in de strijd, naar buiten
de grietenij. Van Augustinus Lycklama à
Nijeholt kan nog worden verteld dat hij in
1670 werd geboren als zoon van de toenmalige
grietman van Ooststellingwerf, Lubbert Piers
Lycklama à Nijeholt (Overleden: 1627 ). Hij
overleed op 22 juni 1744 te Beets. Zijn
stoffelijk overschot werd bijgezet in het
familiegraf aldaar. Een imposante steen
siert daar zijn laatste rustplaats.
(MVROUW HOUKJEN VAN GLINSTRA HUISVROUW VAN
DEN
HEER MARTINUS VAN LIJKLAMA A NIJEHOLT
GRIETMAN
VAN OPSTERLAND OVERLEDEN 15 APRIL 1693.
Augustinus Lycklama à Nijeholt, overl.
Beets 22 Juni 1744, 74 jaar oud, J.U.L. en
grietman van Opsterland (1693), tr. 1.
Bergum 15 Jan. 1693 Houkjen van Glinstra,
geb./ged. Leeuwarden 17/18 Aug. 1671, d. v.
Hector Epeusz, en Johanna Assuerusdr. van
Viersen, en 2. 24 Febr. 1695 Dedtcke (of:
Dido) Tinco'sdr. van Andringa, geb. Lemmer
28 Febr. 1677 en overl. 28 Juli 1719, d. v.
Tinco Regnerusz. en Eritia
Daniel-de-Blocqsdr. van Scheltinga.)

Grafstenen van Augustinus Lycklama à
Nijeholt (voorkant)

Grafstenen van Augustinus Lycklama à
Nijeholt (achterkant)

De contouren van de kerk bij het graf.

Op een der steenen was een levensgroot
mannelijk gestalte uitgebeiteld, terwijl een
ander twee maagden voorstelde, de een in
buigende houding en de andere recht
opstaande met een roset in de linkerhand.
Hier zien we de recht opstaande.

Nogmaals de rechtopstaande maagd.

|
Op een der steenen was een
levensgroot mannelijk gestalte
uitgebeiteld, terwijl een ander
twee maagden voorstelde, de een
in buigende houding en de andere
recht opstaande met een roset in
de linkerhand. Hier zien we de
maagd in buigende houding.
|

Nadat de bliksem het spitsje van de toren
sloeg.




Klokkenstoel is later geplaatst, de klok
zelf is wel authentiek.

Hier is te zien dat de contouren zichtbaar
zijn.

Het graf van de familie van Lynden.

Het graf van de familie van Lynden. (In zijn
geheel)

Home
|