De "Adelskerk te Beets"

 

           

 

 

 

DE DOMINEE PREEKTE ER VOOR DE LEGE BANKEN.

In Beetsterzwaag woonden wel de belangrijkste deelgenoten in de veen compagnieën, zoals de families Fockens, Van Teijens, Lycklama à Nijeholt e.a. Deze namen vindt men ook terug in de lijst van opeenvolgende grietmannen, die vanaf de 13e eeuw tot aan 1851 rechtspraken, en aanvoerders waren in de strijd, naar buiten de grietenij. Van Augustinus Lycklama à Nijeholt kan nog worden verteld dat hij in 1670 werd geboren als zoon van de toenmalige grietman van Ooststellingwerf, Lubbert Piers Lycklama à Nijeholt (Overleden: 1627 ). Hij overleed op 22 juni 1744 te Beets. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in het familiegraf aldaar. Een imposante steen siert daar zijn laatste rustplaats.

(MVROUW HOUKJEN VAN GLINSTRA HUISVROUW VAN DEN
HEER MARTINUS VAN LIJKLAMA A NIJEHOLT GRIETMAN
VAN OPSTERLAND OVERLEDEN 15 APRIL 1693.


Augustinus Lycklama à Nijeholt, overl. Beets 22 Juni 1744, 74 jaar oud, J.U.L. en grietman van Opsterland (1693), tr. 1. Bergum 15 Jan. 1693 Houkjen van Glinstra, geb./ged. Leeuwarden 17/18 Aug. 1671, d. v. Hector Epeusz, en Johanna Assuerusdr. van Viersen, en 2. 24 Febr. 1695 Dedtcke (of: Dido) Tinco'sdr. van Andringa, geb. Lemmer 28 Febr. 1677 en overl. 28 Juli 1719, d. v. Tinco Regnerusz. en Eritia Daniel-de-Blocqsdr. van Scheltinga.)

 

Grafstenen van Augustinus Lycklama à Nijeholt (voorkant)

 

Grafstenen van Augustinus Lycklama à Nijeholt (achterkant)

 

De contouren van de kerk bij het graf.

 

Op een der steenen was een levensgroot mannelijk gestalte uitgebeiteld, terwijl een ander twee maagden voorstelde, de een in buigende houding en de andere recht opstaande met een roset in de linkerhand. Hier zien we de recht opstaande.

 

Over de kerk.

In 1890 hadden twee adellijke orthodoxe families, Van Lynden en Lycklama à Nijeholt uit Beetsterzwaag, de vrije hand om een kerk te bouwen en  kreeg architect Luitje de Goed eveneens uit Beetsterzwaag de opdracht en werd in Oud-Beets nu Beetsterzwaag hun eigen kerk neergezet, naar aanleiding van een richtingenstrijd die er had geheerst.

Geheel in neorenaissancestijl schreef R. J. Wielinga, van de stichting 'Moderne Architectuur Friesland' dat het gaat om een eenbeukige kerk met een driezijdige sluiting transepten en een toren. De transepten bezitten rijk gedetailleerde trapgevels met op de trappen gebeeldhouwd rolwerk op de schouders obelisken en op de top een fronton, alle in de trant van Hendrick de Keyser en Hans Vredeman de Vries. De gevels bezitten rondboogvensters gevuld met glas in lood. Op het dak is een gietijzeren versiering geplaatst. Het rondboogfries onder de dakgoot lijkt geïnspireerd te zijn op de Romaanse en romangotische kerken. De ontwerptekening laat zien dat de achtzijdige spits door een koepel in de typische renaissance stijl werd bekroond.

Wie via de A-7 wel eens van Drachten naar Heerenveen rijdt kent "it tsjerkje fan Beets" een curiositeit die op afstand het midden houdt tussen een kasteeltje en een godshuis. Toen we kleiner waren twintig jaar geleden was het kerkje een hoogtepunt tijdens de zeldzame autoritten vanuit de Groninger veenkoloniën, net als de bunkers langs dezelfde weg dichter bij Groningen. Een baken ook want bij "it tsjerkje" moesten we van de grote weg - toen nog rijksweg 43 - af pake en beppe woonden in Beetsterzwaag.

Vooral diegenen met een wat ongeremd gevoel voor romantiek zien in het bouwwerk graag  een zeer oude ruïne maar in werkelijkheid gaat het om een kerk van nog geen honderd jaar oud gebouwd op de terp waarop al in de twaalfde eeuw een kerk stond.
Voor amateurs die er meer verstand stand van hebben te zeggen dat de kerk niet bijster interessant is. Het is om maar eens even beledigend uit te halen een plastickerk. Schreef J. v. Tol in  Sljucht en Rjucht (2 augustus 1902)( nog van in pronkstik fen in gebou ien fen ’e moaiste protestantske tsjerken fen Fryslan het mooiste is er inmiddels af. Het grote orgel een geschenk van August Lycklama werd jaren geleden verkocht naar de Zuiderkerk in Drachten en ook de preekstoel en de banken werden naar elders gebracht nadat de dominee was verhuisd omdat de gelovigen wegbleven. Guillaume Anne van der Brugghen, geboren te Ubbergen 3 februari 1848, overleden Utrecht 19 november 1928, predikant werd in 1891 predikant van Beets)

In het naburige Polder Beets (het huidige Nij Beets) woonden inmiddels echter al veel meer mensen dan in ‘Oud’ Beets en zij voelden er weinig voor om naar de adelskerk te gaan. Dit leidde tot de bouw van het 'houten kerkje van Nij Beets" dat met het kerstfeest van 1891 werd ingewijd om de veenarbeiders van het toenmalige Beets een lange loop naar de bestaande hervormde kerk in Oud Beets welke daar was neergezet door de adellijke families Van Lijnden en Lyclama á Nijholt te besparen. De arbeiders vertikten het iedere zondag vijf kilometer te lopen om een kerkdienst bij te wonen. Ds. Van der Brugghen uit het Gelderse Ubbebergen die in de contreien van Beets was terechtgekomen, wilde toch de arbeiders geestelijk voedsel bieden, en liet op eigen initiatief een houten kerkje bouwen. Via donaties van vrienden verwierf hij de benodigde dertienhonderd gulden. In 1891 werd de kerk in gebruikgenomen. Het gebouw kreeg al gauw de bijnaam het Houten Himeltsje.

Van der Brugghen preekte er met grote gedrevenheid en deelde aan het einde van de dienst snert uit. Dit vanwege de grote armoede in Beets. Niet al zijn kerkgangers kwamen er voor het goede woord; er zaten er tussen die het enkel en alleen om de snert te doen was. Zij noemden de preken van Van der Brugghen dan ook wel gekscherend ,,snertdiensten’’.

Van der Brugghen hield het niet bij preken alleen. Hij richtte onder meer een jongemannen- en naaivereniging op en bestreed het drankmisbruik, een groot probleem in de streek. Van der Brugghen raakte geregeld in onmin met de socialisten in Beets. De predikant kon zich maar moeilijk vinden in de wijze waarop zij ijverden voor verbetering van sociale omstandigheden; met name hun stakingen wees hij af. Volgens Van der Brugghen moest een mens berusten in zijn toestand om later ,,het hemelrijk te kunnen erven’’.

Van der Brugghen verruilde Beets in 1898 voor de Belgische Zendingskerk in Brussel. ,,Ook verspreidde hij hier het evangelie onder de Roomse Vlamingen’’, weet zijn kleinzoon Joan van der Brugghen (83). Hij  was een fel bevechter van de Roomsen. Hij deed zijn evangelisatiewerk vanuit zijn automobiel. Hij was een van de eersten, zeker een van de eerste dominees, met een automobiel. Met een paardenkracht van dertig en een vaart van 48 kilometer per uur liet hij pamfletten met daarop het evangelie uit het autoraam waaien. Die werden door de kinderen van de straat gezocht en aan hun ouders overhandigd.’’ In 1914 werd ds Van der Brugghen door de Duitsers uitgewezen uit België. Tot zijn sterven was hij emerituspredikant in Utrecht

Grote stukken piepschuim in de sloten herinneren aan de tijd dat beeldend kunstenaar Jaap van der Mei in de kerk woonde en werkte. Ook de padvinderij was er nog even onder dak maar niemand hield het er lang uit.

 

De gang naar de kerk heeft er in het vervenersdorp Nij Beets nooit erg ingezeten.  De turfgravers hadden genoeg aan hun dagelijks sores. Afgezien daarvan had het merendeel van het armoedige werkvolk meer op met de heilsverwachtingen van het socialisme dan de zondagsprediking. Toch kreeg Nij Beets in 1891 een eigen kerkje dat de socialisten spottend typeerden als het "houten hemeltje" Tot 1911 stond de noodkerk aan de Prikkewei, daarna werd het als bouwpakket afgevoerd met onbekende bestemming. De vrijwilligers van het laagveenderij museum "It damshûs" ijveren nu voor eerherstel. De roerige vereveningsgeschiedenis zou zonder bedehuis onvoldoende tot haar recht komen.

 

Inmiddels is het kerkje nagebouwd in het openlucht museum "it damshus". Het Damshus bestaat dit jaar 50 jaar.

Verdere informatie hierover kunt U vinden op  www.damshus.nl

 

De kerkvoogden hebben wel geprobeerd een gegadigde te vinden en er zijn zelfs aanbiedingen geweest. Maar om nou van de kerk een seksclub te maken zoals een van de Hollanders die zich meldde voorstelde dat ging te ver. Daarom hebben alleen de duiven er nu nog een riant onderkomen komen. Zoals het er nu voorstaat wordt ook de huur opgezegd. De kerk moet weg volgens de voogden omdat het gevaar voor instorten te groot wordt.
De kerk te Beets is zeker één der oudste Godsgebouwen in Friesland. Zeer hoog gelegen zoals bijna alle oude kerken. Kan men niet zeggen dat haar de eer om zoo hoog boven anderen te staan rechtens toekomt zeker niet wat bouworde en uiterlijk of antieke overblijfselen van grafsteenmonumenten.
De kerk binnenkomend die in een woord alle poëzie mist moet het ons wel verwonderen wonderen dat de adellijke geslachten wanneer die hier gewoond hebben te Beets ter kerke gingen en een laatste rustplaats vonden enkel hunne rijkversierde en kostbare grafstenen tot het nageslacht hebben laten spreken.

Nergens toch schijnt eenige versiering aangebracht aan banken noch wanden gelijk men dat overal elders kan opmerken waar de eerste familien des lands hebben gezeteld aldus de Hepkema krant van 23 augustus 1884. Het uit de zestiende eeuw stammende kerkje gebouwd op de plaats waar in de twaalfde eeuw de eerste katholieke kerk verrees kon de verslaggevervan de Hepkema krant niet bekoren.
De kerk ooit opgedragen aan de heilige Geertruid was maar een heel gewoon bouwseltje en dat voor Beets eeuwenlang het kerkelijk centrum voor de wijde omtrek. Maar daar zou parbleu de adel eens wat aan doen.
Zo kon het gebeuren dat terwijl enkele kilometers verderop in de Beetster nattigheid de arbeiders bijna crepeerden er voor een kapitaal een nieuw kerkgebouw werd opgericht. Ook al dankzij de wedijver en meningsverschillen van zich rechten en vrijzinnig noemende edelen. Het zou niet voor het eerst zijn dat een kerk werd opgericht juist omdat hoge heren niet met elkaar overweg konden.

Een nieuwe kerk dus niet zozeer ter meerdere eer en glorie van Hem maar eerder van hen de bouwers van Van Lyndens en de Lycklama’s a Nijeholt. Architect Luitje de Goed uit Beetsterzwaag die stad en land afreisde om indrukken op te doen hoefde niet op een paar centen te kijken en dat was al gauw te merken. (Luitje heeft ook hearehûs De Horst, dat in 1907 is gebouwd ontworpen en Fockens state werd ook door Luitje de Goed gebouwd die gaf het gebouw toen een Neo-Gotische uitstraling door het aanbrengen van Decoraties.)

 

Luitje de Goed.

 

In 1890 stond er een kerk groter mooier duurder en sterker dan welke kerk in de omtrek ook onvergelijkbaar aan de vorige eiken banken, gebrandschilderde ramen met de wapens van de adel overal toeters en bellen en van alles het beste. De muren werden een halve meter dik het was een kerk die eeuwen moest trotseren.
Generaties kerkgangers zouden iedere zondag aan de adel worden herinnerd een kerk zo degelijk dat de duivel zelf het gebouw niet stuk zou kunnen krijgen als hij dat zou willen, een monument voor altijd. De bouwers hadden er niet lang plezier van want in 1917 stierf de adellijke tak van de Lycklama’s a Nijeholt uit.

Die van Van Lynden bestond zes jaar na de bouw al niet meer, sterfgevallen zo drastisch  dat de gewelven onder de kerk niet de laatste rustplaats zijn geworden van generaties edelen.
Wat bleef was de adelskerk de herinnering aan een tijdperk maar ook voor dit monument lijkt het laatste uur geslagen. Het kerkje heeft wat bouwstijlen betreft een alleraardigst allegaartje waarin het Romaanse overheerst wordt.

Van de ooit indrukwekkende ramen is er niet een over, de jeugd vernielde, onbekenden verdwenen met een deel van de inventaris, niemand die zich er nog om bekommerde en alsof dat niet genoeg was bemoeide ook de hemel zich er nog eens mee toen de bliksem het spitsje van de toren sloeg. Er rustte geen zegen op.

 

Nogmaals de rechtopstaande maagd.

 

Op een der steenen was een levensgroot mannelijk gestalte uitgebeiteld, terwijl een ander twee maagden voorstelde, de een in buigende houding en de andere recht opstaande met een roset in de linkerhand. Hier zien we de maagd in buigende houding.

 

Nadat de bliksem het spitsje van de toren sloeg.

 

 

 

Men meldt ons: men is begonnen met het afbreken der grijze kerk te Beets, en wel met de betimmering van binnen. Volgens een deskundige moet zij in 't laatst der 15e eeuw gesticht zijn. De ankers in den muur wijzen duidelijk aan, dat zij in 1591 verbouwd is. Men vindt kolossale grafstenen, zelfs met de jaartallen 1508 en 1531, de randschriften zijn niet te verklaren. Op een der steenen was een levensgroot mannelijk gestalte uitgebeiteld, terwijl een ander twee maagden voorstelde, de een in buigende houding en de andere recht opstaande met een roset in de linkerhand. Ook treft men in de kerk buitengewoon fraaie grafsteenen aan, die gebeeldhouwd zijn en met adellijke wapens voorzien van de beroemde Friesche familie Lijclama. Zij dragen de jaartallen 1719, 1765 en 1772. De toren is er later bijgebouwd. op een steen in den muur staat het volgende rijmpje.

Anno 1648 den 6 juni

S. Fockens geboren Staet Grietman van Opsterlandt.

S. Teijens Secretaris Troie En volmacht van het Landt.

S. S. Jelckema Wel beduegt en Rechter in dees Tijdt.

Nicolaies Preedicant vann Christus Volck met vlijdt.   

Jan Stephens en G. Bouckes vooghden van dees Kerck.

Hebben saem bedrijt 't begin en voortganck van dit werck.

Hepko de Jongste Soon van Fockens Stam Gesproten.

Heeft de Eer tot legging van de Eersten Steen Genoten.

Doch Boukes Voorgemelt Meester

Metslaer met Verstant

Heeft de legging van dees Torends

Grind Genomen bij der Handt

 

Eigenlijk was dat van meet af aan zo Ds. Isaac Spandaw Beetsterdominee, zei in zijn eerste preek in de nieuwe kerk (10 augustus 1890) ’t Is waar velen onder ons die hadden gewenst en die daartoe pogingen in het werk hebben gesteld dat er een eenvoudig gebouw ware gesticht te midden van de nieuwe bevolking van het nieuw ontstane Beets hier een kilometer of vijf vandaan en zulks ten gerieve van de nieuw gekomen bevolking. Maar het heeft niet zo mogen wezen De oude graven hebben invloed geoefend en de tegenwoordige belangen overschaduwd. Dit schone kerkgebouw heeft een ongeschikte ligging dichtbij Beetsterzwaag waar wij reeds een kerk bezitten en veraf van het nieuwe dorp Beets. Nu bevindt gij u in grote menigte hier maar zorg ervoor zo misschien te eniger tijd een vreemdeling moge komen dat hij niet met verbazing zou vragen waarom staat hier in de wijde ruimte ver van alles af zulk een schoon ruim, kerkgebouw voor zo luttel schare. Gij wier gestel gezond en veerkrachtig is u niet te gauw afschrikken door de afgelegenheid van dit kerkgebouw en evenmin door de winderige en koude weg die vooral al 's winters uiterst onbehaaglijk kan wezen.

Overigens is het niet zó vreemd dat de kerk daar werd gebouwd. Er had al zeven eeuwen een kerk gestaan en de graven waren honderden jaren oud immers toen Beets al een dorp van belang was liep Beetsterzwaag nog in de korte broek.
Maar het werd zoals Ds Spandaw al voorzag geen succes.
Ds G A van Brugghen die in 1890 te Beets werd geroepen schrijft in Vijfmaal dominee dat de kerk op een ongelukkige plaats staat.
"Die wat ver weg woonden moesten wel een uur loopen en dat deden zij niet tenminste niet voor mij". Daarbij de Beetsterkerk is wel heel fraai van binnen maar ontzettend koud. En de kerkvoogdij kon nog maar niet besluiten om er een kachel te zetten. Ook de adel had geen zin in een koude kont want wanneer er nu en dan eens een vertegenwoordiger van den frieschen adel in de schoone eikenhouten banken plaats nam was het altijd zomer, en was er geen kachel nodig.

Daar de berg (= de gemeente) (en mijn meeste volk zat in de polder) dus niet tot Mahomed (en volgens de dominee dus niet Mohamed, red.)  kwam is Mahomed naar den berg gegaan en ik heb mijn kerkje in t midden van de polderbevolking gezet om hen vandaar uit met het woord Gods te bezielen en te zegenen. In 1891 toen de specie van de nieuwe kerk amper droog was, was ik (Van der Brugghen), bezig met den Heer architect de G. van Beetsterzwaag te overleggen hoe ik mijn kerkje in den polder maken zou want ik was ontevreden over mijn bûmmelend bestaan tot hiertoe en ik wou nu toch eindelijk eens iets doen.
De brieven aan vrienden en kennissen tot bekendmaking van mijn voornemen een stichting van een kerkje in den polder met verzoek om ondersteuning waren onderweg. Ik zie mij nog bezig met in mijn hof op den grond de teekening te maken. Vrij spoedig kreeg ik de giften bijeen - maar toen ik f 1300 had hield het geven op en was mij dit een aanwijzing om maar te beginnen. Ik verlangde niet naar een steenen gebouw ik was tevreden met een houten tent.
Baron van Lynden gaf mij een stukje grond in bruikleen. De architect zette er een vrij aardig gebouwtje op met een torentje rustend op 30 palen, Jhr A Lycklama beplantte later uit eigen beweging den pol waarop ’t kerkje stond met populieren. Ik had verzocht dat men voordat het kerkje gereed was, daarbij een staak zou plaatsen met het opschrift:

"Aanbevolen aan de zorg van het publiek"

Maar voordat die paal er stond bewierpen de socialisten het gebouw met bagger dat ik niet heel aangenaam vond. Vervolgens liet ik er nog twee palen zetten.
De een voorzien van ene tekst uit ’t O Jesaja 55:7 (ter bemoediging ging van bedrukte zondaars) en de ander met het woord van Paulus Rom. 8:11 (voor de christenen ter herinnering van den schat dien zij bezitten). En in den gevel boven de deur stond geschreven:

"De Heer is mijn helper tot bemoediging voor mij zelven en ter waarschuwing der tegenstanders"


Zoo predikte mijn kerkje tot alle voorbijgangers. Het ligt aan den prikweg. En die weg was toen vooral des winters in den regel gedeeltelijk onder water (vandaar de prikken = takken op de weg waardoor  verkeer mogelijk was red.) zoodat ik altijd hooge laarzen droeg als ik daarheen ging. En dat was elke Donderdag en Zondag ( . . ) Toen dan het kerkje gereed was, was mij dit een verhooring van mijn wenschen en vielen daarmee veel moeilijkheden weg. Ik heb er veel gesproken, geleerd, gezucht en gebeden. Ik heb er veel zorg gehad maar ook veel vreugde. Ik dank God voor alles. Welke schoone ogenblikken waren het als de kindertjes mij bij mijn nadering al zingende tegemoet sprongen om mee naar binnen te gaan, en uit den Bijbel te hooren vertellen. En als ik de menschen ’s avonds na hun dagwerk van allen kant uit de verte zag aankomen voor den avonddienst, welke stichtelijke gevoelens maakten zich dan van mij meester. En hoe voelde ik dan maar al te dikwijls dat ik niet voldoende geestelijke stof had om deze zielen te voeden.Toch heb ik ’t ze ook wel eens gegeven geven door Gods genade.
Er moest dus al gauw na de bouw van de "dure" kerk een kerkje in de gemeenschap worden gebouwd. De adelskerk werd maar matig bezocht en dat werd er in de loop van de jaren niet beter op.

Veehouder Zwaagstra die vroeger op de Tsjerkepleats woonde, heeft de klok nog geluid en graven gedolven."Alle dagen om njoggen oere en om twa oere ha wy de klokken let" aldus Zwaagstra.
Die klokken van rond 1500 staan nu in de oudheidkamer van Gorredijk. Zwaagstra  "trape ek de pûster" hij zorgde voor de lucht zodat boer Cnossen het orgel kon bespelen. Slechts eenmaal in de drie weken en uitsluitend van mei tot en met september was er dienst. En nog kwamen soms maar zes of zeven mensen. Cnossen vroeg zich dan wel eens af 'zo weet Zwaagstra van zijn vader' waarvoor ze het eigenlijk nog deden, den Dominee Jan Derk Domela Nieuwenhuis Nyegaard,  die tot 1944 in Beets stond zou dan hebben gezegd. ? "Waar twee of drie in mijn naam vergaderd zijn daar zal ik in hun midden zijn"

 

Klokkenstoel is later geplaatst, de klok zelf is wel authentiek.
 

Men moet haast aannemen dat alleen tijdens de inwijding de kerkbanken bezet zijn geweest.
En misschien later nog eens tijdens de Spaanse griep toen er dagen waren dat de klokken van 's morgens vroeg tot ’s avonds laat luidden. Na de indeling in wijkgemeenten Beetsterzwaag - Oud Beets - Olterterp en Nij Beets, schrijft dominee J. Wagenaar in de Drachtster Courant van 5 september 1958 werd het nog moeilijker om diensten in Oud Beets vast te stellen. Dat was al een terugblik want een jaar eerder hadden de voogden het opgegeven. De dominee was opgestapt zijn volgelingen waren hem deze keer voor gegaan.

Onbeminde dame.

Kerkvoogd Rinse de Jong, Nij Beets vindt het maar vervelend als hem wordt gevraagd wanneer er gesloopt gaat worden.
"Wat stilder wat better" is motto van de voogden en het liefst zagen ze helemaal geen verhaaltjes in de krant, want dan komt er weer zo’n Hollandse luchtfietser die beweert wel wat met het gebouw te kunnen. Allemaal prachtig en fijn maar voogden weten uit ervaring dat het niets oplevert, ja uitstel. De voogden hebben het bijna dertig jaar geleden al opgegeven.
In 1946 financierde wat over was, de adel het kerkje en de dominee, toen de gemeente er zelf helemaal voor op moest draaien was de lol er gauw vanaf.
De kerk ging dicht, orgel en banken werden verkocht en er gehoopt werd op een schip met geld.
Maar die varen nog maar zelden uit en afmeren is er al helemaal niet meer bij. Zo werd de kerk van lieverlee een bouwval. Het is misschien net als met mensen ze hebben liefde nodig en waardering en daar heeft het bij de kerk altijd aan ontbroken In Beets staat een onbeminde dame verwaarloosd en daardoor te oud voor haar leeftijd".
Cultuurhistorisch en kunsthistorisch is het een interessant gebouw zegt de heer Ab Timmermans van Monumentenzorg.
Het is een markant gebouw en een monument van een bijzondere periode. Dat vindt ook de gemeente Opsterland maar daar ligt het geld evenmin voor het opscheppen. Om nou toch wat van de oude sfeer te bewaren zouden als het aan de gemeente ligt de contouren zichtbaar moeten blijven met hier en daar stukje muur De Lycklama’s Van Lyndens die op het kerkhof rusten draaien zich om in hun graf.

 

Hier is te zien dat de contouren zichtbaar zijn.

 

Het graf van de familie van Lynden.

 

Het graf van de familie van Lynden. (In zijn geheel)

Algemene gegevens

 

Genootschap :

Ned. Hervormde kerk

Gemeente :

Opsterland

Plaats :

Beetsterzwaag

Adres :

Beetsterweg 22

Provincie :

Friesland

Jaar ingebruikname :

1889

Huidige bestemming:

gesloopt

Naam kerk :

Adelskerk

Architect :

Luitje de Goed  

 

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.