De "Adelskerk te Beets"

DE
DOMINEE PREEKTE ER VOOR DE LEGE BANKEN.
In Beetsterzwaag woonden wel
de belangrijkste deelgenoten in de veen compagnieën,
zoals de families Fockens, Van Teijens, Lycklama à
Nijeholt e.a. Deze namen vindt men ook terug in de
lijst van opeenvolgende grietmannen, die vanaf de
13e eeuw tot aan 1851 rechtspraken, en aanvoerders
waren in de strijd, naar buiten de grietenij. Van
Augustinus Lycklama à Nijeholt kan nog worden
verteld dat hij in 1670 werd geboren als zoon van de
toenmalige grietman van Ooststellingwerf, Lubbert
Piers Lycklama à Nijeholt (Overleden: 1627 ). Hij
overleed op 22 juni 1744 te Beets. Zijn stoffelijk
overschot werd bijgezet in het familiegraf aldaar.
Een imposante steen siert daar zijn laatste
rustplaats.
(MVROUW
HOUKJEN VAN GLINSTRA HUISVROUW VAN DEN
HEER MARTINUS VAN LIJKLAMA A NIJEHOLT GRIETMAN
VAN OPSTERLAND OVERLEDEN 15 APRIL 1693.
Augustinus Lycklama à Nijeholt,
overl. Beets 22 Juni 1744, 74 jaar oud, J.U.L. en
grietman van Opsterland (1693), tr. 1. Bergum 15
Jan. 1693 Houkjen van Glinstra, geb./ged. Leeuwarden
17/18 Aug. 1671, d. v. Hector Epeusz, en Johanna
Assuerusdr. van Viersen, en 2. 24 Febr. 1695 Dedtcke
(of: Dido) Tinco'sdr. van Andringa, geb. Lemmer 28
Febr. 1677 en overl. 28 Juli 1719, d. v. Tinco
Regnerusz. en Eritia Daniel-de-Blocqsdr. van
Scheltinga.)

Grafstenen van Augustinus Lycklama à Nijeholt (voorkant)
Grafstenen van Augustinus Lycklama à Nijeholt
(achterkant)

De
contouren van de kerk bij het graf.

Op
een der steenen was een levensgroot mannelijk
gestalte uitgebeiteld, terwijl een ander twee
maagden voorstelde, de een in buigende houding en de
andere recht opstaande met een roset in de
linkerhand. Hier zien we de recht opstaande.
Over
de kerk.
In 1890
hadden twee adellijke orthodoxe families, Van Lynden
en Lycklama à Nijeholt uit Beetsterzwaag, de vrije
hand om een kerk te bouwen en kreeg architect
Luitje de Goed eveneens uit Beetsterzwaag de opdracht en werd in Oud-Beets nu Beetsterzwaag hun
eigen kerk neergezet, naar aanleiding van een
richtingenstrijd die er had geheerst.
Geheel in
neorenaissancestijl schreef R. J. Wielinga, van de
stichting 'Moderne Architectuur Friesland' dat het
gaat om een eenbeukige kerk met een driezijdige
sluiting transepten en een toren. De transepten
bezitten rijk gedetailleerde trapgevels met op de
trappen gebeeldhouwd rolwerk op de schouders
obelisken en op de top een fronton, alle in de trant
van Hendrick de Keyser en Hans Vredeman de Vries. De
gevels bezitten rondboogvensters gevuld met glas in
lood. Op het dak is een gietijzeren versiering
geplaatst. Het rondboogfries onder de dakgoot lijkt
geïnspireerd te zijn op de Romaanse en romangotische
kerken. De ontwerptekening laat zien dat de
achtzijdige spits door een koepel in de typische
renaissance stijl werd bekroond.
Wie via
de A-7 wel eens van Drachten naar Heerenveen rijdt
kent "it tsjerkje fan Beets" een curiositeit die op
afstand het midden houdt tussen een kasteeltje en
een godshuis. Toen we kleiner waren twintig jaar
geleden was het kerkje een hoogtepunt tijdens de
zeldzame autoritten vanuit de Groninger
veenkoloniën, net als de bunkers langs dezelfde weg
dichter bij Groningen. Een baken ook want bij "it
tsjerkje" moesten we van de grote weg - toen nog
rijksweg 43 - af pake en beppe woonden in
Beetsterzwaag.
Vooral
diegenen met een wat ongeremd gevoel voor romantiek
zien in het bouwwerk graag een zeer oude ruïne maar
in werkelijkheid gaat het om een kerk van nog geen
honderd jaar oud gebouwd op de terp waarop al in de
twaalfde eeuw een kerk stond.
Voor amateurs die er meer verstand stand van hebben
te zeggen dat de kerk niet bijster interessant is.
Het is om maar eens even beledigend uit te halen een
plastickerk. Schreef J. v. Tol in Sljucht en Rjucht
(2 augustus 1902)( nog van in pronkstik fen in gebou
ien fen ’e moaiste protestantske tsjerken fen
Fryslan het mooiste is er inmiddels af. Het grote
orgel een geschenk van August Lycklama werd jaren
geleden verkocht naar de Zuiderkerk in Drachten en
ook de preekstoel en de banken werden naar elders
gebracht nadat de dominee was verhuisd omdat de
gelovigen wegbleven. Guillaume Anne van der
Brugghen, geboren te Ubbergen 3 februari 1848,
overleden Utrecht 19 november 1928, predikant werd
in 1891 predikant van Beets)
In het naburige Polder
Beets (het huidige Nij Beets) woonden inmiddels
echter al veel meer mensen dan in ‘Oud’ Beets en
zij voelden er weinig voor om naar de adelskerk
te gaan. Dit leidde tot de bouw van het 'houten
kerkje van Nij Beets" dat met het kerstfeest van
1891 werd ingewijd om de veenarbeiders van het
toenmalige Beets een lange loop naar de
bestaande hervormde kerk in Oud Beets welke
daar was neergezet door de adellijke families
Van Lijnden en Lyclama á Nijholt te besparen.
De arbeiders vertikten het iedere zondag vijf
kilometer te lopen om een kerkdienst bij te
wonen. Ds. Van der Brugghen uit het Gelderse
Ubbebergen die in de contreien van Beets was
terechtgekomen, wilde toch de arbeiders
geestelijk voedsel bieden, en liet op eigen
initiatief een houten kerkje bouwen. Via
donaties van vrienden verwierf hij de benodigde
dertienhonderd gulden. In 1891 werd de kerk in
gebruikgenomen. Het gebouw kreeg al gauw de
bijnaam het Houten Himeltsje.
Van der Brugghen preekte er
met grote gedrevenheid en deelde aan het einde
van de dienst snert uit. Dit vanwege de grote
armoede in Beets. Niet al zijn kerkgangers
kwamen er voor het goede woord; er zaten er
tussen die het enkel en alleen om de snert te
doen was. Zij noemden de preken van Van der
Brugghen dan ook wel gekscherend
,,snertdiensten’’.
Van der Brugghen hield het
niet bij preken alleen. Hij richtte onder meer
een jongemannen- en naaivereniging op en
bestreed het drankmisbruik, een groot probleem
in de streek. Van der Brugghen raakte geregeld
in onmin met de socialisten in Beets. De
predikant kon zich maar moeilijk vinden in de
wijze waarop zij ijverden voor verbetering van
sociale omstandigheden; met name hun stakingen
wees hij af. Volgens Van der Brugghen moest een
mens berusten in zijn toestand om later ,,het
hemelrijk te kunnen erven’’.
Van der Brugghen verruilde
Beets in 1898 voor de Belgische Zendingskerk in
Brussel. ,,Ook verspreidde hij hier het
evangelie onder de Roomse Vlamingen’’, weet zijn
kleinzoon Joan van der Brugghen (83). Hij was
een fel bevechter van de Roomsen. Hij deed zijn
evangelisatiewerk vanuit zijn automobiel. Hij
was een van de eersten, zeker een van de eerste
dominees, met een automobiel. Met een
paardenkracht van dertig en een vaart van 48
kilometer per uur liet hij pamfletten met daarop
het evangelie uit het autoraam waaien. Die
werden door de kinderen van de straat gezocht en
aan hun ouders overhandigd.’’ In 1914 werd ds
Van der Brugghen door de Duitsers uitgewezen uit
België. Tot zijn sterven was hij
emerituspredikant in Utrecht
Grote
stukken piepschuim in de sloten herinneren aan de
tijd dat beeldend kunstenaar Jaap van der Mei in de
kerk woonde en werkte. Ook de padvinderij was er nog
even onder dak maar niemand hield het er lang uit.

De gang naar de kerk
heeft er in het vervenersdorp Nij Beets nooit erg
ingezeten. De turfgravers hadden genoeg aan hun
dagelijks sores. Afgezien daarvan had het merendeel
van het armoedige werkvolk meer op met de
heilsverwachtingen van het socialisme dan de
zondagsprediking. Toch kreeg Nij Beets in 1891 een
eigen kerkje dat de socialisten spottend typeerden
als het "houten hemeltje" Tot 1911 stond de noodkerk
aan de Prikkewei, daarna werd het als bouwpakket
afgevoerd met onbekende bestemming. De vrijwilligers
van het laagveenderij museum "It damshûs" ijveren nu
voor eerherstel. De roerige vereveningsgeschiedenis zou zonder bedehuis onvoldoende tot haar recht komen.
Inmiddels is het
kerkje nagebouwd in het openlucht museum "it damshus".
Het Damshus bestaat dit jaar 50 jaar.
Verdere informatie hierover kunt U vinden op
www.damshus.nl
De
kerkvoogden hebben wel geprobeerd een gegadigde te
vinden en er zijn zelfs aanbiedingen geweest. Maar
om nou van de kerk een seksclub te maken zoals een
van de Hollanders die zich meldde voorstelde dat
ging te ver. Daarom hebben alleen de duiven er nu
nog een riant onderkomen komen. Zoals het er nu
voorstaat wordt ook de huur opgezegd. De kerk moet
weg volgens de voogden omdat het gevaar voor
instorten te groot wordt.
De kerk te Beets is zeker één der oudste
Godsgebouwen in Friesland. Zeer hoog gelegen zoals
bijna alle oude kerken. Kan men niet zeggen dat haar
de eer om zoo hoog boven anderen te staan rechtens
toekomt zeker niet wat bouworde en uiterlijk of
antieke overblijfselen van grafsteenmonumenten.
De kerk binnenkomend die in een woord alle poëzie
mist moet het ons wel verwonderen wonderen dat de
adellijke geslachten wanneer die hier gewoond hebben
te Beets ter kerke gingen en een laatste rustplaats
vonden enkel hunne rijkversierde en kostbare
grafstenen tot het nageslacht hebben laten spreken.
Nergens
toch schijnt eenige versiering aangebracht aan
banken noch wanden gelijk men dat overal elders kan
opmerken waar de eerste familien des lands hebben
gezeteld aldus de Hepkema krant van 23 augustus
1884. Het uit de zestiende eeuw stammende kerkje
gebouwd op de plaats waar in de twaalfde eeuw de
eerste katholieke kerk verrees kon de
verslaggevervan de Hepkema krant niet bekoren.
De kerk ooit opgedragen aan de heilige Geertruid was
maar een heel gewoon bouwseltje en dat voor Beets
eeuwenlang het kerkelijk centrum voor de wijde
omtrek. Maar daar zou parbleu de adel eens wat aan
doen.
Zo kon het gebeuren dat terwijl enkele kilometers
verderop in de Beetster nattigheid de arbeiders
bijna crepeerden er voor een kapitaal een nieuw
kerkgebouw werd opgericht. Ook al dankzij de
wedijver en meningsverschillen van zich rechten en
vrijzinnig noemende edelen. Het zou niet voor het
eerst zijn dat een kerk werd opgericht juist omdat
hoge heren niet met elkaar overweg konden.
Een
nieuwe kerk dus niet zozeer ter meerdere eer en
glorie van Hem maar eerder van hen de bouwers van
Van Lyndens en de Lycklama’s a Nijeholt. Architect
Luitje de Goed uit Beetsterzwaag die stad en land
afreisde om indrukken op te doen hoefde niet op een
paar centen te kijken en dat was al gauw te merken.
(Luitje heeft ook hearehûs De Horst, dat in 1907 is
gebouwd ontworpen en Fockens state werd ook door
Luitje de Goed gebouwd die gaf het gebouw toen een
Neo-Gotische uitstraling door het aanbrengen van
Decoraties.)

Luitje de Goed.
In 1890
stond er een kerk groter mooier duurder en sterker
dan welke kerk in de omtrek ook onvergelijkbaar aan
de vorige eiken banken, gebrandschilderde ramen met
de wapens van de adel overal toeters en bellen en
van alles het beste. De muren werden een halve meter
dik het was een kerk die eeuwen moest trotseren.
Generaties kerkgangers zouden iedere zondag aan de
adel worden herinnerd een kerk zo degelijk dat de
duivel zelf het gebouw niet stuk zou kunnen krijgen
als hij dat zou willen, een monument voor altijd. De
bouwers hadden er niet lang plezier van want in 1917
stierf de adellijke tak van de Lycklama’s a Nijeholt
uit.
Die van Van Lynden bestond
zes jaar na de bouw al niet meer, sterfgevallen zo
drastisch dat de gewelven onder de kerk niet de
laatste rustplaats zijn geworden van generaties
edelen.
Wat bleef was de adelskerk de herinnering aan een
tijdperk maar ook voor dit monument lijkt het
laatste uur geslagen. Het kerkje heeft wat
bouwstijlen betreft een alleraardigst allegaartje
waarin het Romaanse overheerst wordt.
Van de ooit indrukwekkende
ramen is er niet een over, de jeugd
vernielde, onbekenden verdwenen met een deel van de
inventaris, niemand die zich er nog om bekommerde en
alsof dat niet genoeg was bemoeide ook de hemel zich
er nog eens mee toen de bliksem het spitsje van de
toren sloeg. Er rustte geen zegen op.

Nogmaals de rechtopstaande
maagd.

Op een der steenen was
een levensgroot mannelijk gestalte uitgebeiteld,
terwijl een ander twee maagden voorstelde, de een in
buigende houding en de andere recht opstaande met
een roset in de linkerhand. Hier zien we de maagd in
buigende houding.

Nadat de bliksem
het spitsje van de toren sloeg.



Men meldt ons: men is
begonnen met het afbreken der grijze kerk te Beets,
en wel met de betimmering van binnen. Volgens een
deskundige moet zij in 't laatst der 15e eeuw
gesticht zijn. De ankers in den muur wijzen
duidelijk aan, dat zij in 1591 verbouwd is. Men
vindt kolossale grafstenen, zelfs met de jaartallen
1508 en 1531, de randschriften zijn niet te
verklaren. Op een der steenen was een levensgroot
mannelijk gestalte uitgebeiteld, terwijl een ander
twee maagden voorstelde, de een in buigende houding
en de andere recht opstaande met een roset in de
linkerhand. Ook treft men in de kerk buitengewoon
fraaie grafsteenen aan, die gebeeldhouwd zijn en met
adellijke wapens voorzien van de beroemde Friesche
familie Lijclama. Zij dragen de jaartallen 1719,
1765 en 1772. De toren is er later bijgebouwd. op
een steen in den muur staat het volgende rijmpje.
|
Anno 1648 den
6 juni
S. Fockens
geboren Staet Grietman van Opsterlandt.
S. Teijens
Secretaris Troie En volmacht van het Landt.
S. S. Jelckema
Wel beduegt en Rechter in dees Tijdt.
Nicolaies
Preedicant vann Christus Volck met
vlijdt.
Jan Stephens
en G. Bouckes vooghden van dees Kerck.
Hebben saem
bedrijt 't begin en voortganck van dit
werck.
Hepko de
Jongste Soon van Fockens Stam Gesproten.
Heeft de Eer
tot legging van de Eersten Steen Genoten.
Doch Boukes
Voorgemelt Meester
Metslaer met
Verstant
Heeft de
legging van dees Torends
Grind Genomen
bij der Handt |
Eigenlijk was dat van meet af
aan zo Ds. Isaac Spandaw Beetsterdominee, zei in zijn
eerste preek in de nieuwe kerk (10 augustus 1890) ’t
Is waar velen onder ons die hadden gewenst en die
daartoe pogingen in het werk hebben gesteld dat er
een eenvoudig gebouw ware gesticht te midden van de
nieuwe bevolking van het nieuw ontstane Beets hier
een kilometer of vijf vandaan en zulks ten gerieve
van de nieuw gekomen bevolking. Maar het heeft niet
zo mogen wezen De oude graven hebben invloed
geoefend en de tegenwoordige belangen overschaduwd.
Dit schone kerkgebouw heeft een ongeschikte ligging
dichtbij Beetsterzwaag waar wij reeds een kerk
bezitten en veraf van het nieuwe dorp Beets. Nu
bevindt gij u in grote menigte hier maar zorg ervoor
zo misschien te eniger tijd een vreemdeling moge
komen dat hij niet met verbazing zou vragen waarom
staat hier in de wijde ruimte ver van alles af zulk
een schoon ruim, kerkgebouw voor zo luttel schare.
Gij wier gestel gezond en veerkrachtig is u niet te
gauw afschrikken door de afgelegenheid van dit
kerkgebouw en evenmin door de winderige en koude weg
die vooral al 's winters uiterst onbehaaglijk kan
wezen.
Overigens
is het niet zó vreemd dat de kerk daar werd gebouwd.
Er had al zeven eeuwen een kerk gestaan en de graven
waren honderden jaren oud immers toen Beets al een
dorp van belang was liep Beetsterzwaag nog in de
korte broek.
Maar het werd zoals Ds Spandaw al voorzag geen
succes.
Ds G A van Brugghen die in 1890 te Beets werd
geroepen schrijft in Vijfmaal dominee dat de kerk
op een ongelukkige plaats staat.
"Die wat ver weg woonden moesten wel een uur loopen
en dat deden zij niet tenminste niet voor mij".
Daarbij de Beetsterkerk is wel heel fraai van binnen
maar ontzettend koud. En de kerkvoogdij kon nog maar
niet besluiten om er een kachel te zetten. Ook de
adel had geen zin in een koude kont want wanneer er
nu en dan eens een vertegenwoordiger van den
frieschen adel in de schoone eikenhouten banken
plaats nam was het altijd zomer, en was er geen
kachel nodig.
Daar de
berg (= de gemeente) (en mijn meeste volk zat in de
polder) dus niet tot Mahomed (en volgens de dominee
dus niet Mohamed, red.) kwam is Mahomed naar den
berg gegaan en ik heb mijn kerkje in t midden van de
polderbevolking gezet om hen vandaar uit met het
woord Gods te bezielen en te zegenen. In 1891 toen
de specie van de nieuwe kerk amper droog was, was ik
(Van der Brugghen), bezig met den Heer architect de
G. van Beetsterzwaag te overleggen hoe ik mijn
kerkje in den polder maken zou want ik was
ontevreden over mijn bûmmelend bestaan tot hiertoe
en ik wou nu toch eindelijk eens iets doen.
De brieven aan vrienden en kennissen tot
bekendmaking van mijn voornemen een stichting van
een kerkje in den polder met verzoek om
ondersteuning waren onderweg. Ik zie mij nog bezig
met in mijn hof op den grond de teekening te maken.
Vrij spoedig kreeg ik de giften bijeen - maar toen
ik f 1300 had hield het geven op en was mij dit een
aanwijzing om maar te beginnen. Ik verlangde niet
naar een steenen gebouw ik was tevreden met een
houten tent.
Baron van Lynden gaf mij een stukje grond in
bruikleen. De architect zette er een vrij aardig
gebouwtje op met een torentje rustend op 30 palen,
Jhr A Lycklama beplantte later uit eigen beweging
den pol waarop ’t kerkje stond met populieren. Ik
had verzocht dat men voordat het kerkje gereed was,
daarbij een staak zou plaatsen met het opschrift:
"Aanbevolen aan de zorg van het
publiek"
Maar
voordat die paal er stond bewierpen de socialisten
het gebouw met bagger dat ik niet heel aangenaam
vond. Vervolgens liet ik er nog twee palen zetten.
De een voorzien van ene tekst uit ’t O Jesaja 55:7
(ter bemoediging ging van bedrukte zondaars) en de
ander met het woord van Paulus Rom. 8:11 (voor de
christenen ter herinnering van den schat dien zij
bezitten). En in den gevel boven de deur stond
geschreven:
"De Heer is mijn helper tot
bemoediging voor mij zelven en ter waarschuwing der
tegenstanders"
Zoo predikte mijn kerkje tot alle voorbijgangers.
Het ligt aan den prikweg. En die weg was toen vooral
des winters in den regel gedeeltelijk onder water
(vandaar de prikken = takken op de weg waardoor
verkeer mogelijk was red.) zoodat ik altijd hooge
laarzen droeg als ik daarheen ging. En dat was elke
Donderdag en Zondag ( . . ) Toen dan het kerkje
gereed was, was mij dit een verhooring van mijn
wenschen en vielen daarmee veel moeilijkheden weg.
Ik heb er veel gesproken, geleerd, gezucht en
gebeden. Ik heb er veel zorg gehad maar ook veel
vreugde. Ik dank God voor alles. Welke schoone
ogenblikken waren het als de kindertjes mij bij mijn
nadering al zingende tegemoet sprongen om mee naar
binnen te gaan, en uit den Bijbel te hooren
vertellen. En als ik de menschen ’s avonds na hun
dagwerk van allen kant uit de verte zag aankomen
voor den avonddienst, welke stichtelijke gevoelens
maakten zich dan van mij meester. En hoe voelde ik
dan maar al te dikwijls dat ik niet voldoende
geestelijke stof had om deze zielen te voeden.Toch
heb ik ’t ze ook wel eens gegeven geven door Gods
genade.
Er moest dus al gauw na de bouw van de "dure" kerk
een kerkje in de gemeenschap worden gebouwd. De
adelskerk werd maar matig bezocht en dat werd er in
de loop van de jaren niet beter op.
Veehouder Zwaagstra die vroeger
op de Tsjerkepleats woonde, heeft de klok nog geluid
en graven gedolven."Alle dagen om njoggen oere en om
twa oere ha wy de klokken let" aldus Zwaagstra.
Die klokken van rond 1500 staan nu in de
oudheidkamer van Gorredijk. Zwaagstra "trape ek de
pûster" hij zorgde voor de lucht zodat boer Cnossen
het orgel kon bespelen. Slechts eenmaal in de drie
weken en uitsluitend van mei tot en met september
was er dienst. En nog kwamen soms maar zes of zeven
mensen. Cnossen vroeg zich dan wel eens af 'zo weet
Zwaagstra van zijn vader' waarvoor ze het eigenlijk
nog deden, den Dominee Jan Derk Domela Nieuwenhuis
Nyegaard, die tot 1944 in Beets stond zou dan
hebben gezegd. ? "Waar twee of drie in mijn naam
vergaderd zijn daar zal ik in hun midden zijn"

Klokkenstoel is later
geplaatst, de klok zelf is wel authentiek.
Men moet haast aannemen dat
alleen tijdens de inwijding de kerkbanken bezet zijn
geweest.
En misschien later nog eens tijdens de Spaanse griep
toen er dagen waren dat de klokken van 's morgens
vroeg tot ’s avonds laat luidden. Na de indeling in
wijkgemeenten Beetsterzwaag - Oud Beets - Olterterp
en Nij Beets, schrijft dominee J. Wagenaar in de
Drachtster Courant van 5 september 1958 werd het nog
moeilijker om diensten in Oud Beets vast te stellen.
Dat was al een terugblik want een jaar eerder hadden
de voogden het opgegeven. De dominee was opgestapt
zijn volgelingen waren hem deze keer voor gegaan.
Onbeminde dame.
Kerkvoogd Rinse de Jong, Nij
Beets vindt het maar vervelend als hem wordt
gevraagd wanneer er gesloopt gaat worden.
"Wat stilder wat better" is motto van de voogden en
het liefst zagen ze helemaal geen verhaaltjes in de
krant, want dan komt er weer zo’n Hollandse
luchtfietser die beweert wel wat met het gebouw te
kunnen. Allemaal prachtig en fijn maar voogden weten
uit ervaring dat het niets oplevert, ja uitstel. De
voogden hebben het bijna dertig jaar geleden al
opgegeven.
In 1946 financierde wat over was, de adel het kerkje
en de dominee, toen de gemeente er zelf helemaal
voor op moest draaien was de lol er gauw vanaf.
De kerk ging dicht, orgel en banken werden verkocht
en er gehoopt werd op een schip met geld.
Maar die varen nog maar zelden uit en afmeren is er
al helemaal niet meer bij. Zo werd de kerk van
lieverlee een bouwval. Het is misschien net als met
mensen ze hebben liefde nodig en waardering en daar
heeft het bij de kerk altijd aan ontbroken In Beets
staat een onbeminde dame verwaarloosd en daardoor te
oud voor haar leeftijd".
Cultuurhistorisch en kunsthistorisch is het een
interessant gebouw zegt de heer Ab Timmermans van
Monumentenzorg.
Het is een markant gebouw en een monument van een
bijzondere periode. Dat vindt ook de gemeente
Opsterland maar daar ligt het geld evenmin voor het
opscheppen. Om nou toch wat van de oude sfeer te
bewaren zouden als het aan de gemeente ligt de
contouren zichtbaar moeten blijven met hier en daar
stukje muur De Lycklama’s Van Lyndens die op het
kerkhof rusten draaien zich om in hun graf.

Hier is te zien dat de
contouren zichtbaar zijn.

Het graf van de familie
van Lynden.

Het graf van de familie
van Lynden. (In zijn geheel)
|
Algemene gegevens
|
|
Genootschap :
|
Ned. Hervormde kerk
|
|
Gemeente :
|
Opsterland
|
|
Plaats :
|
Beetsterzwaag
|
|
Adres :
|
Beetsterweg 22
|
|
Provincie :
|
Friesland
|
|
Jaar
ingebruikname : |
1889 |
|
Huidige bestemming:
|
gesloopt
|
|
Naam kerk :
|
Adelskerk
|
|
Architect :
|
Luitje de Goed
|