|
Lemster
skūtsje.
In Lemmer wordt sinds 1847
geskūtsjesyld. De wedstrijden werden
gezeild onder auspiciėn van het
gemeentebestuur. In 1867 is het de
zeilvereniging de Zevenwolden, die
de organisatie overneemt van het
gemeentebestuur van Lemsterland.
Vracht en beurtschepen en
visserijvaartuigen gingen eenmaal
per jaar met de Lemster kermis aan
het hardzeilen. Zelfs in de SKS
periode bleef dit doorgaan. s
Ochtends de aken en s middags de
skūtsjes.
In 1958 vonden enkele Lemsters het
noodzakelijk om ook met een skūtsje
mee te gaan doen, er werd een aparte
eigenaresstichting in het leven
geroepen.
Met deze nieuwe commissie kocht men
in Lemmer het skūtsje van Johannes
Bakker om mee te doen aan
wedstrijden van de SKS. Het werd na
teleurstellende prestaties al gauw
vervangen door een ander.
LC: 6
februari 1958:
In
een vergadering, die bijeen geroepen
was door de zeilvereniging,
Zevenwolden te Lemmer, is een
commissie samengesteld, die zal
trachten het geld voor de aankoop
van een skūtsje bijeen te brengen.
Als de commissie er in slaagt het
benodigde geld bijeen te brengen,
zal er dus voortaan ook een Lemster
skūtsje meedoen aan de specifiek
Friese sport van het
,,skūtsjesilen. Volgens voorzitter
H. Visser van ,,Zevenwolden is de
aankoop van skūtsjes door een
vereniging, een stichting of een
plaats, de enige manier om de
traditie van het skūtsjesilen te
handhaven. Als het mogelijk is, zal
Lemmer nog deze zomer aan de
wedstrijden meedoen.
Zevenwolden bleef organisator van de
wedstrijden. Eerste schipper werd,
Rintje Ritsma, brugwachter van
beroep. Het skūtsje was er eentje
van 36 ton en werd gebouwd op de
werf van Wildschut in Gaastmeer. Hij
hield het gevecht in de middenmoot,
vier jaar vol en gaf voor een jaar
het roer over aan Yme Foekema. Ook
geen succes. De nieuwe schipper
Klaas van der Meulen, mocht een
nieuw skūtsje zoeken. En dat nieuwe
skūtsje was een Vallaatster
volgens kenners een heel goed schip.
Het schip werd in 1930 gebouwd. Al
werd menig skūtsje al opgelegd toch
liet Tabe van der Schuit, dit
skūtsje van de helling rollen. Van
der Meulen haalde het dus in 1963
naar Lemmer.
Van der Meulen bewees
zijn vakmanschap en werd in zijn
eerste seizoen 2e, maar
het jaar erop 4e wat voor
de commissie teleurstellend was. Dus
werd de eerste schipper, Rintje
Ritsma, weer van stal gehaald.
Ritsma bewees weer dat het een goed
skūtsje was, maar werd toch in 1969
opgevolgd door Siete Hobma. Hij
zeilde wel vaak voorin maar werd
nooit winnaar. Hobma deed echter wel
zo zijn best, dat hij koninklijk
onderscheiden werd. Deze gaf op zijn
beurt in 1982 het roer over aan
Jelle Reijenga. Al hoewel Jelle
Reijenga niet tot het
schippersgeslacht behoorde, kon hij
door een artikel in het reglement
toch schipper worden. Reijenga werd
twee maal kampioen.
Lemmer is een begrip in de
skūtsjewereld, er heerst hier
wekenlang de echte skūtsjeskoorts.
De
Opdrachtgever in 1930 was
Eeuwe E. de Jong
te Sneek.
Deze liet hem bouwen bij, Jan
Oebeles van der Werff ('De
Nijverheid') in Drachten/
Buitenstvallaat.
|
1e Naam:
|
Immanüel.
|
|
2e Naam:
|
Vertrouwen.
|
|
3e Naam:
|
Lemster skūtsje
|
| |
|
|
1e
Eigenaar-Opdrachtgever.
In 1931 van de
helling. |
Eeuwe. E. de Jong
|
|
2e Eigenaar. 1946
|
Jan Steenstra, Nijebrźge
|
|
3e Eigenaar. 1957
|
Gerrit van der Wal,
Leeuwarden
|
|
4e Eigenaar. 1962 |
Stichting Lemster
Skūtsje |
| |
In 1963 werd een nieuw
"Lemster skūtsje"
gekocht. Het Lemster
skūtsje is in 2004
verlengd met 90cm |
Juli
1930:
Zeilvereeniging de "Zeven Wolden"
Lemmer. Donderdagavond werd de
algemeene ledenvergadering van de
zeilvereeniging "De Zeven Wolden" in
het Nutsgebouw alhier gehouden.
De belangstelling was, gelijk de
voorzitter in zijn openingswoord
opmerkte, zeer gering. Buiten het
bestuur, waarvan 7 leden aanwezig
waren, gaven slechts 7 gewonen leden
van hun medeleven blijk. Na een kort
woord van welkom, door den
voorzitter J. de Rook, werden door
den vicesecretaris de notulen der
vorige vergadering gelezen, welke
onveranderd werden goedgekeurd.
De rekening van de penningmeester
was nagezien door den heeren S. de
Blauw en L. de Jager. Bij monden van
eerst genoemde werd rapport
uitgebracht, waaruit bleek dat de
ontvangsten en uitgaven over het
afgeloopen boekjaar hadden bedragen
resp. F 521.06,- en F 533.48,- zodat
het nadeelig saldo van F 22.14,- dat
de exploitatie over dit boekjaar
opgeleverd.
Uit de besprekingen die naar
aanleiding hiervan volgde, bleek nog
dat eigenlijk de uitgaven wel door
de inkomsten gedekt waren, omreden
men nog voor circa F 18.00,- prijzen
in voorraad had, die van de
wetstrijden van vorig jaar waren
overgebleven. Reden van
pessimistische beschouwingen is er
dus, wat betreft de financiėn,
momenteel allerminst, ofschoon de
belangstelling van het publiek niet
mag verflauwen.
Vermindering van het aantal leden,
zou de "Zevenwolden" noodlottig
kunnen worden, terwijl daarentegen
toenamen van leden nieuw leven
brengt en daarbij een welkome
versterking der financiėn. De
commissie was tot de bevinding
gekomen dat de administratie keurig
in orde was, en zij kon dan ook
adviseren tot goedkeuring der
rekening en decharge van de
penningmeester. Aldus werd besloten.
Door den voorzitter werd den
penningmeester dank gebracht voor
zijn gevoerd beheer.
Bij de bestuursverkiezing werden de
aftredende heeren G. de Blauw, D. de
Boer, en K. de Boer met bijna
algemeene stemmen herkozen. Zij
namen allen de herbenoeming aan.
Aan het voorstel van de te houden
wedstrijd werden nogal langdurige
besprekingen gewijd. Dit voorstel
hield in een wedstrijd op gelijken
voet als vorig jaar en met de zelfde
klassen. Bij de algemene bespreking
kwam de kwestie van de geringe
deelname ten berde. Vooral de
bezetting van de klassen
pleziervaartuigen moet voor het
grootste deel uit Sneek komen, en de
deelname vandaar stelde vorig jaar
eigenlijk teleur.
De heer Zwart had eens bij een
enkele zeiler uit Sneek naar de
oorzaak vernomen, en spreker heeft
de indruk gekregen dat hierin wel
verbetering is te krijgen. Het
bestuur moet zich eens in verbinding
stellen met de Sneeker zeilers. Het
wilde spreker voorkomen dat, indien
het bestuur zorgt voor sleep
gelegenheid van en naar Sneek, er
wel op grotere deelname gerekend kan
worden, terwijl zoo noodig de
medewerking van van den Bond van
Zeilvereenigingen kan worden
ingeroepen.

Johannes de Jong.
LC-1991.
Lemster Skūtsje in Grote Kerk
Drachten.
DRACHTEN - Het Lemster Skutsje in
het klein luistert sinds enkele
weken de herenbank in de Grote Kerk
in Drachten op. Myn heit hat it yn
1931 bouwe litten troch Jan Oebeles
van der Werff in Drachten vertelt
Johannes de Jong (72 uit Drachten.
En ik ha syn boat fiif jier lyn
nehnakke De Jong geboren en getogen
op een skūtsje bouwt zijn leven lang
al boten na. Zijn eerste scheppingen
waren klompen met zeiltjes zijn
latere natuurgetrouwe afbeeldingen
van allerlei soorten boten. In
totaal beeft de vroegere schilder en
glas-in-loodzetter er nu veertig
gemaakt. Dominee Jan Hofstra bezocht
De Jong, wel eens en raakte onder de
indruk van diens miniatuurschepen.
Hij kocht het model van de boot die
als Lemster Skūtsje aan het
skūtsjesilen meedoet en gaf het bij
zijn afscheid in oktober aan de
gemeente. De kerkvoogdij zag er geen
been in het in de kerk te pronk te
zetten. ?Een versiering in de kerk
moet wel betekenis hebben legt Theo
Postma uit. Het skūtsje voldoet aan
deze eis. Het is van oorsprong een
Drachtster skūtsje. De Jongs vader
heeft het Immanüel, God met ons
gedoopt. De maker is dooplid van de
hervormde en draagt de Grote Kerk
een warm hart toe.
Na de
lagere school ging De Jong, als
jongen van twaalf jaar zijn vader
helpen op de Immanüel, gebouwd op de
werf van Jan Oebeles van der Werff,
in Drachten. Dat was zwaar werk want
vader Eeuwe vervoerde
pottenbakkersklei, Johannes wilde
dit niet zijn hele leven doen Op
koperen dinsdag in Sneek bood hij
in het café waar veel schippers
kwamen zijn diensten aan. De
zestienjarige schipperszoon
monsterde aan op een Workumer
klipper.
Na de
oorlog wilde De Jong senior de
Immanüel verkopen "Wolsto it skütsje
net keapje" vroeg hij zijn zoon. Ik
woe it net hawwe. Dan hie ik mar in
skippersfrou trouwe moatten. In
doktersfaam kinst net op in skip
sette. Na een tijdje in de
Noordoostpolder en in de Limburgse
mijnen te hebben gewerkt, werd de
schipperszoon in de jaren vijftig
glazenier in Drachten. Hij heeft dit
werk afgewisseld met schilderen tot
hij op zijn zestigste afgekeurd
werd.

De
Jong toont zijn model van de
Lemmerboot. De Jan Nieveen neemt in
het hart van De Jong een bijzonder
plekje in. Bij zijn weten is hij de
enige die deze stoomboot half
vrachtschip half passagiersschip
tussen Lemmer en Amsterdam, heeft
nagemaakt. Niet zoals
De Lemmerboot
er nu uitziet als hotelboot ergens
in Finland, maar zoals het schip van
de helling is gekomen. "Fernijing is
ōfbraak it skip is no bedoarn. Ik
meitsje in skip sat it berne is.


(Door
Margé
Hof)
LEMMER -
Auke
Coehoorn
uit
Lemmer -
telg uit
een
vissersgeslacht,
maar
zelf
nooit
visser
geweest
- heeft
een zwak
voor
schepen.
De
Lemster
aak is
zijn
lieveling:
,,Dat
lijnenspel
en dat
kontje
!
Hij gaat
regelmatig
bij
mastenmakerij
Van der
Neut en
de
scheepsbouwers
Van den
Berg en
Hummel
in
Lemmer
aan, om
de bouw
van een
schip en
met name
de
zijne
op de
voet te
volgen.
Met een
skūtsje
heeft
hij
minder
affiniteit,
maar het
Lemster
skūtsje
vormt
daar
weer een
uitzondering
op.
Coehoorn
voerde
het
toenmalige
bestuur
van het
Lemster
skūtsje
letterlijk
naar het
huidige,
tweede
Lemster
skūtsje
waarmee
in 1963
voor het
eerst
aan hét
skūtsjesilen
werd
deelgenomen.
Coehoorn
diept
uit zijn
geheugen:
,,Ik was
destijds
chauffeur
van de
Houtmolen.
Alles in
Lemmer
draaide
om de
Houtmolen.
Hij gaf
heel
veel
Lemsters
werk, en
ging de
stoomfluit
dan ging
heel
Lemmer
naar
huis om
te eten
of weer
aan het
werk.
Wij
woonden
na ons
trouwen
aan de
Singel.
Dat
waren
toen
nieuwe
woningen,
waar
veel
mensen
uit de
visserij
kwamen
wonen.
Ik hoor
ze nog
praten
bij de
trambrug:
er moest
een
ander
skūtsje
komen.
Herbert
van der
Bijl was
een man
met
overwicht,
en toen
hij in
het
bestuur
van het
Lemster
skūtsje
kwam,
zei hij:
,Lemmer
moet mee
kunnen,
dus er
moet een
ander
skūtsje
komen.
Ik was
chauffeur
en ik
wist
veel
skūtsjes
te
liggen,
dus werd
ik
gevraagd
om met
een luxe
wagen,
die ik
huurde
bij
Witteveen,
met
bestuur
door
Friesland
te
rijden
op zoek
naar een
ander
skūtsje.
Zoektocht.
De
commissie
bestond
uit
havenmeester
Rein
Kool,
binnenvisser
Herbert
van der
Bijl,
oud-visser
Obbe
Poepjes
en Klaas
Deinum
die bij
de
waterpolitie
werkte.
,,We
hebben
in
totaal
wel zes
zaterdagen
rondgetoerd.
We zijn
heel
Friesland
doorgeweest
en
daarna
Groningen,
maar de
heren
konden
nergens
een
skūtsje
vinden
dat aan
de eisen
en de
financiėn
voldeed.
Ik wist
nog wel
een
skūtsje
te
liggen,
maar
daar
wilden
ze eerst
niet
aan.
Coehoorn
wist een
prima
skūtsje
te
liggen
waar
zijn
vader
hem eens
op
gewezen
had. Op
een van
de
vistochten
die hij
samen
met zijn
vader
had
gemaakt,
wandelden
ze op
een
avond
door
Enkhuizen.
Auke
werd
daar
door
zijn
vader op
een
woonark
gewezen.
,,Dat is
een heel
snel
skūtsje,
verzekerde
zijn
vader
hem.
Coehoorn
vervolgt:
,,Toen
we alles
hadden
afgereisd,
maar
niets
konden
vinden
zei het
bestuur
tegen
mij: ,Nu
moeten
we maar
eens
naar
jouw
schip.
Het lag
toen bij
Den
Oever,
waar het
werd
gebruikt
door een
waterbouwkundige.
Toen we
in Den
Oever
aankwamen
zag Rein
Kool, de
havenmeester
een
schip
liggen
waarvan
hij zei:
,Is dat
het? Dat
is een
heel
slecht
schip.
Reken
maar dat
hij er
kijk op
had,
maar ik
kon hem
gerust
stellen:
,Nee,
kijk
daar
ligt
het.
Het
skūtsje
lag een
beetje
verscholen,
maar
toen de
heren
het in
het oog
kregen
vielen
hun
monden
open. We
zijn
toen
meteen
naar
Enkhuizen
gereden
en
hebben
het
schip
van de
eigenaar
gekocht.
Hardzeiler
Klaas
Deinum
wilde
toch nog
een
extra
bevestiging
hebben
dat het
bestuur
een
goede
keuze
had
gemaakt.
,,Op de
terugweg
vroeg
hij mij
bij
Douwe
Tjerkstra
langs te
gaan in
Workum.
Tjerkstra
was op
het
voetbalveld
te
vinden.
Hij
stond
achter
de goal
naar de
wedstrijd
te
kijken.
Klaas
stapte
op hem
af en
zei:
,Douwe,
wij
hebben
het
schip
gekocht
van
Eeuwe de
Jong.
Tjerkstra
knikte
goedkeurend:
,Dan
hebben
jullie
een
hardzeiler.
Het voer
ons
vroeger
altijd
voorbij.
Met de
vermelding
over de
oorspronkelijke
eigenaar
bevestigt
Coehoorn
wat
onlangs
op de
website
van het
Lemster
skutsje
is
bijgewerkt:
,,Onderzoek
van
Klaas
Jansma
heeft
aangetoond
dat
Eeuwe de
Jong en
niet de
Gebr.
Van der
Schuit
het
huidige
Lemster
Skūtsje
bij van
der
Werff
aan het
Buitenstvalaat
in
opdracht
heeft
gegeven
Het
skūtsje
van De
Jong
liep in
1931 van
de
helling.
Eeuwe de
Jong
vervoerde
klei
voor
Dijkstra
kleiwarenfabriek
uit
Sneek.
Na de
tweede
wereldoorlog
kreeg
Jan
Steenstra
het
skūtsje
in
eigendom.
In het
najaar
van 1957
kocht de
Fam. Van
der Wal
uit
Irnsum
het
skūtsje
in
Nijebrźge.
Zij
gebruikten
het
skūtsje
als
woonboot
Goede
keus.
Het
nieuwe
Lemster
skūtsje
werd met
de LE112
naar
Lemmer
gebracht.
Het
schip
werd
achter
de
trambrug
gelegd,
waar
veel
mensen
woonden
die er
aan
meewerkten
om van
de
woonark
weer een
zeilschip
te
maken.
Mensen
als
Sjoerd
Kuipers,
Wietze,
Klaas en
Herbert
van der
Bijl,
Hendrik
Wouda en
Auke
Coehoorn,
om er
maar
eens
enkelen
te
noemen.
,,Alles
werd
eruit
gesloopt,
waarna
het
schip
bij Arie
de Boer
op de
helling
kwam te
liggen.
Hij zei
waar het
zwaard
en de
mast
moesten
worden
geplaatst.
Hij
adviseerde
een mast
van meer
dan 30
jaar van
Van der
Neut er
op te
zetten
en een
kleine
opsteker.
Hij had
een
bepaalde
filosofie
hoe er
het
snelst
mee kon
worden
gezeild.
Toen het
schip
klaar
was, is
er proef
gezeild
met
zeilen
van het
skūtsje
van
Heerenveen.
Het
schip
liep als
een
speer,
geweldig!
Nu wist
iedereen
dat het
nieuwe
skūtsje
een
goede
keus
was.

Het
tweede
Lemster
skutsje
Immanüel
als
woonark
in 1956
www.skutsjehistorie.nl

Mannen
van het
eerste
uur op
het
tweede
Lemster
skūtsje,
v.l.n.r.
Sjoerd
Kuipers,
Klaas
van der
Bijl,
Minze
van der
Bijl,
Leeuwke
Zandstra,
Wiebe
van der
Bijl en
zittend:
Roel de
Hey (Archieffotos
St.
Lemster
Skūtsje)

Foto van
Corrie
Gedaan-Bootsma.
bron.
www.zuidfriesland.nl

Rintje
Ritsma (100 jr) met zijn Lemster
skūtsje. Naast hem zijn vrouw Akke
(90).
(Door Meintje Haringsma)
LEMMER
Hij is bijna 100 jaar, maar
Rintje Ritsma weet nog als
geen ander hoe hij in 1958
schipper werd van het Lemster
skūtsje. Hij vertelt het alsof
het gisteren was. Zijn ogen
lachen, maar zijn mond ook. Een
prachtige tijd, maar wel met
hier en daar een smet. Want hij
bedankte na een aantal jaren ook
weer. Ze hadden aan zijn schip
zitten klooien zonder dat met
hem te overleggen en daar moest
je bij hem niet bij aankomen.
,,Ik wie woest, zegt hij nu
nog steeds. Hij stapte dan ook
subiet af. Toch werd hij in 1965
weer schipper. Niet zonder het
oude zeer te vergeten, maar door
duidelijke afspraken te maken.
Ritsma
was nog maar 14 dagen oud toen
hij al zijn eerste zeiltochtje
maakte. Hij was ter wereld
gekomen in een klein huisje in
Sloten, maar daar was de familie
weinig. Ze voeren namelijk
altijd. Zijn moeder dacht
overigens dat hij de laatste
telg zou zijn die geboren zou
worden in de kleine woning, maar
dat had ze verkeerd. Na de
kleine Rintje werd ook nog een
dochter geboren. Met het water
in het bloed en de liefde die
hem naar Lemmer trok, werd
Ritsma brugwachter in Lemmer.
Toen er sprake was dat er een
skūtsje moest komen om het dorp
te vertegenwoordigen, werd hij
daar direct bij betrokken.
Waarschijnlijk omdat hij was
grootgebracht op een dergelijk
schip. En hij zei direct
volmondig ja. ,,Het eerste
skūtsje was de Lemmer 1. Hij
wijst naar een foto van het
schip aan de wand waar hij als
eerste mee voer.
Gebouwd door
Wildschut in Gaastmeer in 1909,
lag het skūtsje van een vodden-
en oud ijzer koopman in Akkrum
toen de Lemsters het ontdekten.
Vier jaar lang hanteerde Rintsma
er het helmhout op, toen de
commissie opeens bedacht had dat
ze er wat dingen aan moesten
veranderen. Terwijl hij op de
brug aan het werk was hadden ze
zonder hem in te lichten een
stuk van de mast verwijderd, dat
niet helemaal meer goed was. Een
veel te groot stuk, zodat er een
ijzeren bus omheen moest. En dat
zeilde voor geen meter. Maar het
meest irriteerde het hem dat ze
het deden zonder met hem, de
schipper, te spreken. ,,Ze
gingen aan mijn schip klauwen.
Nou toen was het duidelijk voor
mij. Ik heb gezegd dat ze dan
zelf maar verder moesten zeilen.
Ik heb direct bedankt. De
commissie moest dus op zoek naar
een andere schipper en dat werd
Yme Foekema weet Ritsma nog
goed. Veel geluk had die niet.
,,Hy silde gelyk om. Hij lacht
er wel bij, want het was een
beetje genoegdoening voor hem,
maar de manschappen gunde hij
zon ongeluk absoluut niet.
Bovendien hield ook Foekema het
na een jaar voor gezien.
Oud roefke op nieuw schip.
Daarnaast was het gevolg van dat
onfortuinlijke voorval dat de
Lemmer 1, waar Ritsma toch
altijd wel trots op was geweest,
maar weg moest volgens de
commissie. ,,Er deugde volgens
hen niets meer aan en er moest
maar een ander schip komen.
Dit gebeurde. Terwijl dat schip
er kwam werd het eerste skūtsje
half afgebroken. De roef met de
kajuit kwam op de wal te liggen
op de Helling van Arie de Boer,
terwijl het nieuwe schip, een
woonboot, naar Lemmer werd
gehaald. Maar dat voldeed niet
aan de eisen. Er moest ondermeer
een roef met een kajuit op.
,,Van Arie konden ze de oude van
het vorige skūtsje wel krijgen
en dat was perfect. Daardoor
ontstonden brede gangboorden en
een groot achterdek. Het
snelle tweede skūtsje werd vanaf
1963 door schipper Klaas van der
Meulen bestuurd, maar ook dat
duurde niet lang. Ook hij kreeg
mot met de commissie en stapte
in 1965 weer af. Toen kwam
Ritsma weer in beeld. Hij wist
dat zelf eerder, dan dat ze hem
gevraagd hadden.
Hij had
namelijk zijn contacten wel,
want op de reddingsboot waar hij
ook op voer, werd hem nog wel
eens iets ingefluisterd. ,,Ze
zeiden me dat ze me weer op het
skūtsje wilden. Ik heb gezegd
dat ze daar dan maar over
moesten vergaderen en dan zou ik
het wel horen. Er bleek een
ruime meerderheid voor hem als
schipper te zijn, hoorde hij in
zijn brughokje en toen mocht hij
ook op komen draven. In het oude Nutsgebouw werd in een kamer
alles besproken. ,,Als het weer
zo wordt als toen, dan kan er
geen sprake van zijn dat ik
terugkom, heb ik hen toen
gezegd. ,,Ik ben de baas op het
schip en ik bepaal wat er
gebeurt met het skūtsje. En ik
heb eraan toegevoegd dat ik de
hele commissie geen stuiver
waard vond. Hij zette het op
scherp dat weet hij zelf ook
wel, maar hij wilde toen
duidelijkheid. En die kreeg hij.
,,Ze gaven aan dat ik kon
bepalen wat er met het schip
moest gebeuren. Natuurlijk wel
in overleg, maar daar was ik ook
vlak voor. Bovendien moest ik
grote uitgaven met hen
bespreken. Dat begreep ik
natuurlijk zelf ook wel.
Film Haanstra.
Toen de
beslissing was gevallen,
veranderde hij nog een paar
kleine zaken aan het skūtsje en
toen konden ze los. ,,En het
schip vloog echt over het
water. Volgens Ritsma had het
skūtsje in 1965 gewoon kampioen
moeten worden. Er was echter één
maar: Lemmer was vooraf niet
favoriet en Grou en Heerenveen
waren dat wel. En laat filmmaker
Bert Haanstra nu net een film
over hen maken. ,,Als Lemmer
kampioen was geworden, was zijn
film niets meer waard geweest.
Dat had hij een strop gehad van
miljoenen, dat heeft hij me zelf
nog verteld. Dus werd Ritsma
volgens eigen zeggen echt overal
tegengewerkt. Protest werd
gevolgd door protest, zelfs op
manieren die helemaal niet
konden. ,,Tijdens de wedstrijd
werd de vlag niet gehesen en
daarna zagen we hem dan opeens
wel wapperen. Dat soort dingen.
Bovendien werden anderen ook
bedreigd.
Berend Mink moest een
protest tegen ons indienen. Deed
hij dat niet, dan werd zijn
positie bedreigd en zouden ze
hem op alle mogelijke manieren
dwars gaan zitten. Maar ook
valse starten waarbij een deel
van het wedstrijdveld wel weg
mocht, maar Lemmer zich aan de
regels hield en dus als laatste
eindigde, het niet afschieten
van de finish en meer van dat
soort zaken maakten deel uit van
het ontmoedigingsbeleid. Dus
hoe goed het Lemster Skūtsje ook
zeilde, winnen konden ze dat
jaar nooit, stelt Ritsma. ,,Het
was een rotzootje. Alles. De
andere schippers waren niet
fair, de commissie nam haar
verantwoordelijkheid niet. En
wat ik ook niet begreep was dat
andere schippers niet ingrepen.
Zij hadden beter moeten weten.
Een
frustrerend jaar al met al dat
eerste jaar, maar dat gaf hem en
de bemanning in 1966 juist de
kracht om alles op alles te
zetten. En dat lukte. Ritsma en
zijn bemanning werden kampioen.
Lachend vertelt hij dat anderen
soms niet eens in de gaten
hadden dat het Lemster skūtsje
hen voorbij ging. ,,We vlogen
gewoon onder hun zeilen door en
ze zagen dat niet eens. Zo hard
gingen we. Niemand kon ons
bijhouden. Het kampioenschap
werd volop gevierd. De hele
bemanning inclusief de vrouwen
werd met een vrachtwagen
rondgereden en vervolgens werd
er feest gevierd. In de
Technische school. ,,Er was een
reünie in het Nutsgebouw, dus
daar konden we niet in. Toch
werd ik daar naartoe gebracht.
Alle oud Lemsters wilden me zien
en ik kreeg een daverend
applaus. Vervolgens gingen we
naar de Technische school en
daar kon iedereen ons
feliciteren. En daar kwamen een
mensen op af. Heel gezellig.
|
Jaarlijks keert het
typisch Friese
skūtsjesilen terug
op radio en
televisie. Het
evenement ademt
nostalgie en deze
sfeer wordt in 1965
vastgelegd door
documentairemaker
Bert Haanstra. Zijn
vermeende rol in de
einduitslag zal de
gemoederen lang
bezig houden.
Haanstra & Holland=
water
De eerste
wedstrijden
skūtsjesilen dateren
uit het begin van de
negentiende eeuw. In
de tweede helft van
die eeuw verspreid
de amateursport zich
meer, ook voor
skūtsjesilen, en
worden er
verenigingen opgezet
om de wedstrijden te
organiseren. In 1945
wordt de Centrale
Commissie
Skūtsjesilen (SKS)
opgericht, dat vanaf
dat moment de
SKS-kampioenschappen
organiseert. Hierbij
komen skūtsjes uit
voor een eigen dorp
of stad.
Lemmer neemt hierbij
in 1965 een speciale
plaats in. Bert
Haanstra maakt in
dat jaar opnames van
het Skūtsjesilen
voor de documentaire
De Stem van het
Water. Haanstra
volgt de schippers
Siep van Terwisga
van Heerenveen en
Ulbe Zwaga van Grou;
twee grote
concurrenten en
kanshebbers voor de
winst in het
Skūtsjesilen-kampioenschap.
Het Lemster Skūtsje
van schipper Rintje
Ritsma, dat eerste
staat in het
tussenklassement,
wordt
gediskwalificeerd.
Al snel komt er een
geruchtenstroom op
gang dat alleen
Heerenveen of Grou
mag winnen, omdat
Haanstra deze
skūtsjes volgt. Dit
zou de reden zijn
van de
diskwalificatie van
het Lemster Skūtsje.
Uiteindelijk wint
Heerenveen het
kampioenschap.
|
Geen geld voor bemanning:
Opstappen.
Naast
dat geweldige moment heeft
Ritsma ook herinneringen aan wat
minder fraaie zaken. Zo zeilde
hij het eerste jaar met zeilen
die hij wel eens vervloekt
heeft. ,,Het werd steeds
slechter weer. Het waaide hard
en opeens begon het te regenen.
Nou wat er toen met dat zeil
gebeurde is met geen pen te
beschrijven. Het kromp gewoon in
elkaar! Een andere keer was de
regen zo overweldigend dat hij
de mast amper kon zien. De
meerderheid van het veld was al
aan de kant gekropen, maar voor
Lemmer stond nog veel op het
spel. Ze zeilden dus verder,
maar erg relaxt was dat niet.
Bovendien ontstond er in 1968
weer een patstelling tussen
commissie en bemanning. ,,We
staken al onze vrije tijd in het
zeilen, zonder daar een cent
voor te krijgen. Dat gold ook
voor onze vrouwen en kinderen.
We moesten er dus heel wat voor
over hebben. Bovendien kwam het
ook nog wel eens voor dat we het
startgeld moesten gebruiken voor
andere zaken die door de
commissie niet goed waren
geregeld. Ritsma vond dat niet
fair, want de bemanningsleden
die hun hele vakantie opofferden
mochten daar in zijn ogen toch
minimaal voor beloond worden met
eten en drinken.
Bovendien konden ze zelf nooit
eens weg, want in die tijd
hadden mensen maar 14 dagen
vakantie. Na klachten van de
bemanning werd bepaald dat er
zou worden gevraagd om een
vergoeding van 100 gulden de
man. ,,Voor mij hoefde het niet
zo, want ik kon met
weekenddiensten nog wel eens een
weekendje weg. Maar voor de
anderen was dat veel moeilijker.
Met die 100 gulden konden ze dan
eens een weekendje op stap. De
burgemeester gaf hen snel nul op
het rekest. ,,Ze wisten niet
waar ze dat geld vandaan moesten
krijgen. Ritsma was wederom
woest en antwoordde dat ze zich
daar ook nog nooit in verdiept
hadden. ,,Bovendien wist ik dat
anderen dat geld in een half
uurtje bij elkaar zouden hebben
gehaald. Dit bleek wel toen
hij tijdens een bijeenkomst van
de winkeliersvereniging waar
Tetman de Vries optrad achter de
coulissen werd geroepen.
De
winkeliers wilden uitleg. Toen
hij vertelde waar de
onderhandelingen op stuk waren
gelopen waren ze verbaasd en
boos. ,,Nou moet het niet
raarder worden. Als ze toen bij
ons waren gekomen, hadden we dat
zo geregeld, zeiden ze daar.
De instelling van de toenmalige
commissie was opnieuw de reden
van een breuk tussen Ritsma. Hij
stapte weer op met zijn hele
bemanning, maar kijkt ondanks
dat terug op een prachtige tijd
met diezelfde mannen. Bovendien
volgt hij de verrichtingen van
het Lemster skūtsje nog op de
voet. Via Klaas Jansma
natuurlijk op de radio, maar als
de silerij in Lemmer is, gaat
hij nog steeds een kijkje nemen.
,,Ach we hebben natuurlijk heel
veel met elkaar gelachen. En de
jonge jongens, waaronder mijn
zonen Peke en Bouwe wisten ook
dat ik de baas was. Dat ging
heel goed.

NA PRACHTIGE WEDSTRIJD OP
SNEEKERMEER. Schipper Rintsje
Ritsma, van het
Lemster skūtsje kampioen 66. Ritsma haalde in 1966 de
kampioenswimpel naar Lemmer.
|
Grootse huldiging,
Rintsje Ritsma.
Rintsje Ritsma en zijn
mannen die gisteren het
kampioenschap
skūtsjesilen 1966
behaalden zijn te Lemmer
op een uitbundige wijze
gehuldigd. Meteen nadat
bekend was dat de
Lemsters de titel hadden
behaald, togen
burgemeester F. Faber en
gemeentesecretaris H.
Sliep
naar Sneek, om daar
Rintsje Ritsma en de
zijnen geluk te wensen.
Later in Lemmer moesten
zij nog vele handen
drukken en op andere
wijze de hulde van de
Lemsters in ontvangst
nemen. Het Lemster
skūtsje voer gisteravond
met aan boord twee
muziekcorpsen en de
drumband Lemmer binnen.
De bemanning bestaande
uit Rintsje Ritsma,
Sipke Tjerkstra, Jan
Hobma, Jimme Foekema,
Ferdinand Deinum, Bouwe
Ritsma, Peke Ritsma,
Johannes Foekema, Jaap
Smak, Douwe Foekema,
Frans Deinum en Berend
Bakker, werd in een
versierde vrachtauto
door de plaats gereden
en tenslotte naar de
kantine van de lagere
technische school
gebracht waar de mannen
een verdere huldiging
wachtte.
|

Bij de foto: ,,Als een jonge
kerel staat hij bij de mast van
het Lemster skūtsje, schrijft
fotograaf Jan van der Werf bij
deze foto die hij maakte van de
honderdjarige Rintje Ritsma.
Ritsma voelt zich dan ook eerder
80 dan 100, zo liet hij krant
weten.
LC-09-07-1973-Skūtsjesilen
morgen onderbroken voor
begrafenis schipper.
Klaas van der Meulen (66)
dood na hartaanval tijdens
wedstrijd.
STAVEREN Skūtsje-schipper Klaas
van der Meulen, is
zaterdagmiddag tijdens het
skūtsjesilen op het IJsselmeer
aan een hartverlamming overleden
en overboord gevallen. De dood
trof de bijna 66-jarige schipper
terwijl hij aan het helmhout van
zijn Woudsender skūtsje zat.
Volkomen onverwacht gleed de
schipper voor de ogen van zijn
ontstelde bemanningsleden, onder
wie zich drie zoons en een
schoonzoon bevonden, van het
hellende en slingerende schip in zee. Zijn 25-jarige zoon Teake sprong hem na en bleef bij
zijn toen al overleden vader.
Daar beiden vesten droegen
bestond er geen gevaar dat zij
in de golven verdwenen. Nadat
een in de buurt varend jacht
enige assistentie had verleend
werd het stoffelijk overschot
van Klaas van der Meulen, aan
boord van de reddingboot Arthur
uit Hindeloopen gebracht. Het skūtsjesilen werd direct
gestaakt.
In overleg met de
familie Van der Meulen, heeft de Sintrale Kommisje Skūtsjesilen
met de schippers en de
bemanningsleden besloten het
skūtsjesilen deze week door te
laten gaan. Morgen wordt er niet
gevaren. Dan wordt in Staveren
Klaas van der Meulen begraven.
Dinsdag zou ook de dag geweest
zijn van het skūtsjesilen in
Woudsend.

Klaas
van der Meulen van het
Woudsender skūtsje. De
dramatische dood van deze
sympathieke schipper betekent
een gevoelige slag voor het
skūtsjesilen.
STAVEREN.
Met skūtsje schipper Klaas van
der Meulen, die zaterdagmiddag
op bet IJsselmeer aan het roer
van zijn tjalk en zogezegd in
het harnas stierf, heeft het
skūtsjesilen een gevoelig
verlies geleden. Deze
rondborstige Woudsender
schipper, was immers niet
slechts een van de oudste en
getrouwste deelnemers hij was
vooral een bijzonder sympathieke
persoonlijkheid, naar wiens
woord altijd geluisterd werd.
Hoe emotioneel hij soms kon
zijn, Klaas van der Meulen had
zeker gezag niet alleen bij de
eigen bemanningsleden maar bij
iedereen in het skūtsjeslegioen.
Vast staat ook dat hij het
skūtsjesilen een grote liefde
toedroeg. Men zou kunnen zeggen
dat de jaarlijkse
wedstrijdenreeks met de stoere tjalken voor hem
een hartstocht was, een
hartstocht die zijn einde
mogelijk heeft bespoedigd.
Klaas van der Meulen was nog een
schipper, van zoals men dat
noemt de oude stempel. Hij werd
op 20 juli 1907 te Workum
geboren en moest reeds als
knechtje mee op het schip van
zijn vader toen hij pas zeven
was. In Hylke Speerstras boek
Heil om Seil vertelt hij "Wy
leine leech yn t Heidenskip en
moasten dy moarns wer in nije
fracht modder üt de Harnzer terp
hel je. De wyn helle oan śt it
noardeasten. Heit pakte my by t
skouder, krige de swurdlopers en
boun my fźst, "Ik moat dy langer
brūke as hjoed zei er, "dou sūst
net forsūpe". "Doe sette er de swurdlopers deeglik oan e
bolder fźst en sei: "Stjüre" Ik
sjoch him noch op ien knlbbel
foar de mest sitten- Hij stjūrde
my mei syn eagen. Op e
Thomashoeke by de Kruspólle
helle er my nei f oaren boun my
in Stik tou oan e poat en sei
dat ik nou de fok mar ris
oanskuorre moast. Ik wie sawn
jier en fielde my in keardel".
Vier keer kampioen.
Toen hij veertien was stond hij
al enige keren in een wedstrijd
aan het roer van een skūtsje.
Een jaar later voer hij een vol
seizoen mee als
wedstrijdschipper. Zijn eerste
kampioenschap won hij vlak na de
oorlog in de zomer van 1946 op
de Langweerder Wielen. Die zege
behaalde hij na een formidabele
loefpartij met Ulbe Zwaga uit
Langweer. Sommige Langweerders
meenden dat hun favoriet recht
op de titel had. Klaas van der
Meulen liet zich door hun
dreigende houding niet uit het veld slaan.
Hij sneed voor de
prijsuitreiking een gat in zijn
broekzak en stak daar een dikke gummislang in, die hij in zijn
broekspijp liet bungelen. Met
zijn beide handen in de zakken
en met in de ene hand die gummi
stok, stapte hij bedaard de zaal
binnen waar hij de
kampioensprijs kreeg.
Verder werd Klaas van der
Meulen, kampioen in 1947 in 1951
en in 1954. Hij zeilde onder
meer op de tjalk van zijn
schoonvader Teake Salverda en de
skūtsjes van de commissies van
de Zuidwesthoek Lemmer en Sneek.
Een jaar of zes geleden kwam hij
weer op zijn eigen schip het
Woudsender skūtsje, dat de naam
van zijn vader Keimpe van der
Meulen kreeg. Daarmee ging een
grote wens van Klaas van der
Meulen in vervulling. Een
schipper moet baas zijn op zijn
schip, zo was steeds zijn
standpunt. Dat standpunt heeft
hem vroeger wel eens in
moeilijkheden gebracht met de
commissies.
Strijd en armoede.
Maar Klaas van der Meulen kon nu
eenmaal geen andere houding
aannemen. Het leven had hem zo
gemaakt. Hij leed vroeger veel
armoede en moest een
voortdurende strijd leveren om
het bestaan. Die strijd en
rivaliteit maakte van hem een
voortreffelijk schipper. Toen er
na de oorlog ook voor Klaas van
der Meulen een zekere welvaart
kwam, begon hij ook de
betrekkelijkheid van veel dingen
te zien. Je moest je niet zo
gauw druk maken over allerlei
kleinigheden bij het
skūtsjesilen, die vergeleken bij
die strijd van vroeger
nauwelijks betekenis hadden. Die
instelling maakte van hem ook
een gemoedelijke en sportieve
schipper die in het gehele
skūtsjeslegioen alle achting
had.
Klaas van der Meulen was
emotioneel met de vroegere
schipperij verbonden en had
zoals gezegd een hartstocht voor
het skūtsjesilen. De laatste
jaren had hij reeds hartklachten
maar dat weerhield hem er
ondanks waarschuwingen niet van
om toch weer aan het roer van
zijn geliefde schip te gaan
staan. Tegen goede vrienden moet
hij wel eens gezegd hebben "Ik
hoop op mijn schip te sterven"
Welnu die hoop is dan zaterdag
in vervulling gegaan. Maar
daarmee is wel een akelig lege
plaats ontstaan in de gelederen
van de echte oude
skūtsjesschippers.

Klaas van der
Meulen.
06-08-1981.
Snelle race van
Sietse
Hobma.
Juist op tijd kwam er wind op
het IJsselmeer bij de negende
wedstrijd skūtsjesilen in
Lemmer. De vele toeschouwers
konden daardoor genieten van een
boeiende wedstrijd. Een
voortreffelijke start hadden
Piet de Vreeze en Sietse Hobma. Geweldig liep het Jouwster
skūtsje en wist een aanval van
Keimpe van der Meulen af te
slaan. Sietse Hobma de glorieuze
winnaar van deze wedstrijd wist
direct na de start de eerste plaats
te pakken en stond deze niet meer
af. In de midden moot had een fraaie
strijd plaats tussen Lodewijk
Meeter, Tjitte Brouwer en Rienk
Zwaga. Door de wisselende wind
kwamen veelvuldige wisselingen
in de posities voor
De uitslag:
1. Sietse
Hobma, Lemmer.
2. Piet de
Vreeze, Joure.
3. Keimpe
van der Meulen, Woudsend.
4. Joop
Mink, Grouw.
5. Rienk
Zwaga, Langweer.
6. Lodewijk
Meeter, Huizum.
7. Tjitte
Brouwer, Heerenveen.
8. Jan van
Akker, Sneek.
9. Siete
Meeter, Bolsward.
10. Albert
van Akker, Leeuwarden.
11 Meindert
de Groot, Zuidwesthoek.
12 Jeen
Zwaga, Eernewoude.
13. Hattum
Hoekstra, Drachten.
14. Chris
Brouwer, Drachten.
De kop van het klassement met
aftrek van de slechtste
wedstrijd ziet er als volgt
uit:1. Tjitte Brouwer. 18.8: 2.
Jan van Akker 27.9: 3. Rienk
Zwaga 28: 4. Lodewijk Meeter
30.8: en 5. Sietse Hobma 37.9.

De eerste skūtsjeschipper die
koninklijk onderscheiden werd, is
Sietse Hobma van Lemmer. Hier samen
te zien met zijn vrouw Akke.


LC.
19-10-1992.
Sietse Hobma (1911-1992)

Sietse Hobma.
LC-24-07-1979.
Jelle
Reijenga.
Het
skūtsjesilen bij Lemmer is zelfs
in Amerika bekend geworden. Het
weekblad Time drukte een
advertentie af over een hele
pagina van de KLM met een meer
dan halve pagina grote
kleurenfoto van de strijd bij
Lemmer. ?The trilling races zo
wordt in een verklarend
onderschrift uitgelegd en dat is
iets wat er op aan komt. Lemmer
is in ?The Thrilling races
behalve door het eigen skūtsje
ook door het startschip van de
plaatselijke
watersportvereniging
vertegenwoordigd. Siebe Kuipers,
Siebe Kooistra en Jan Warringa
bemannen dat schip, hun
skūtsjedag begint vroeg. Een uur of zes-half zeven staan
ze op om om acht uur op de
plaats van bestemming te zijn.
Daar worden dan de boeien
uitgelegd die het wedstrijdwater
markeren. Dan volgt de start en
de wedstrijd en na afloop worden
die boeien - vaak minder dan
uitgelegd zijn - weer opgehaald. Soms zijn de Lemsters s avonds
voor tienen niet thuis. Sommige
commissies kennen hun
omstandigheden en komen deze
vrijwilligers in nature wat
tegemoet. "Mar der binne ek guon
by, dan sit der gjin kopke kofje
oan. Bist nei fjirtjin dagen
deawurg, mar lykwols wy dogge it
mei plesier"
Tel bij dit alles dat het
skūtsjesilen in Lemmer een sfeer
heeft die nauwelijks door andere
plaatsen wordt geėvenaard, dan
kan het niet anders - zou men zo
zeggen - of Lemmer staat pal
achter het eigen skūtsje. Nou kennelijk kan het toch
anders Op het Lemster skūtsje
varen maar twee Lemsters Marten
Coehoorn en Jelle Reijenga.
Marten is stukadoor en Jelle
timmerman. Een groot deel van
hun vakantie gaat op met
skūtsjesilen maar daarover
straks meer. Waarom niet meer Lemsters op dat
skūtsje? Jelle "Se steane der op
e Lemmer net om to springen,
oars hienen der wol mear west.
Der ha wolris mear west, mar ja
der binne nou ienris lju dyt
der om de frou óf- gean en dat
kin ik etc wol hwat bigripe. Us
kommisie bistiet feitliken mar
ūt ien man Sjaak Cramer. Hy giet
wolris mei as passagier. Hy sit
by de gemeente en bigjint dan
moarns al om healwei sawnen om
in kear mei to kinnen". ?"Mei it opknappen is it krekt
sa. Moatst it efter de
helsdoarren weihelje. Sjaak
Cramer: "Mar wy ha in skipper
dyt der in soad oan docht. Hy
leit al tsien wiken fantofoaren
mei syn eigen skip op e Lemmer.
Dér nim ik myn pet foar ōf".
Jelle en
Marten vullen aan dat de naam
van Pieter Wouda, in dit verband
ook genoemd moet worden. Hoe
deelt een bouwvakker zijn
vakantie in als hij
bemanningslid is. Marten
Coehoorn: "Wy ha trije wiken
fakānsie, twa derfan geane nei
it skūtsjesilen. Yn it forline
giene wy dy oare wike altiten
nei it būtenlan. Dat wie dan
sneintomiddeis nei Skiphol, en
dan nei Itaelje. We ha nou in
lytse jonge krigen en nou ken
dat net mear. Ik tink wol dat
dat skūtsjesilen by oaren
swierrichheden jowt. By my net
Myn frou giet faek mei to sjen.
Wy ha it der wol foar oer, oars
die k it ek net".
Jelle Reijenga: "Wy ha in goede
frou sa moatst it bisjen.
Fjirtjin dagen dat is foar de
measten in hiele opoffering. Doet wy net langer as fjirtjin
dagen fakānsie hienen, sylden
wyek al`
Het feit dat Grouw met averij de
strijd bij Staveren, voortijdig
moest staken, kwam Johannes Mink
(16' zoon van schipper Joop Mink, niet eens zo
slecht uit. Hij vaart mee in de
roef van het skūtsje, maar werd
erg zeeziek `Ja ik moast spuije.
As wy trochfard hienen, hie de
amer fol west".

Links
Jelle Reijenga en rechts Marten
Coehoorn.
LC-28-07-1986:
Triomfator Jelle Reijenga "Dit is ūnmooglik"
Groots onthaal Lemster skūtsje.
LEMMER -
Triomfator Jelle Reijenga (35 en
zijn bemanning van het Lemster
skūtsje zijn afgelopen
zaterdagmiddag op onvergetelijke
wijze thuis in Lemmer ontvangen.
De gracht door het dorp was
omzoomd door een kraag van
duizenden uitbundige
toeschouwers. Evenals langs de
kaden viel de kampioen
Skūtsjesilen 1986 ook in het
GIB-gebouw aan de Vuurtorenweg
in Lemmer niets dan applaus
muziek, vreugde en loftuitingen ten
deel. Het feest was de huldiging
van een winnaar van de
Elfstedentocht waardig.
Wat
een dag Wat een geweldige dag.
Wat een feest. Wat een geweldig
feest. Waar of niet waar" riep
burgemeester, Geert Eijgelaar de
joelende menigte in het
GIB-gebouw toe. ?Woorden
schieten te kort. Er moet worden
gezongen en gedanst en gehost.
Die opmerking bleek niet aan
dovemansoren gericht. Een vrouw
uit het publiek griste even
later de microfoon onder de neus
van Eijgelaar vandaan en zette
in met: "De strijd is
gestreden" waarna het
publiek uit volle borst met haar
mee zong "al op de volle zee.
De punten zijn binnen. De Lemmer is
oké. Ze staan aan de top. Daar
is niets meer aan te doen. Maar
ze wilden nog hoger, want de
Lemmer is kampioen".
Na de herhaling van dit lied
roemde Eijgelaar, Jelle Reijenga
en zijn bemanning nogmaals. De
overwinning noemde hij 'promotie van het beste
soort voor Lemmer'. Uit dank
daarvoor kregen de schipper en
zijn manschappen een
tegeltableau van het oude
gemeentehuis van Lemsterland.
Reijenga draaide wat verlegen
met het geschenk rond het
spreekgestoelte, toen twee
politiemannen Piet Sandman en Robert Wopperkamp, hem op de
schouders tilden en hem daar zij
het met moeite, op droegen. Het
publiek reageerde uitzinnig van
enthousiasme.
In het feestgedruis zag Reade
Sake Visser (72 uit Heerenveen
zijn kans schoon de microfoon te
bemachtigen. Sake afkomstig uit
Lemmer kon zijn tranen amper
bedwingen toen hij de
feestgangers luidkeels
toevertrouwde " Mijn hart is
elke dag en nacht bij Lemmer. Ik
leef met jullie mee".
Daarop verhaalde hij de menigte
van een weddenschap met Bram
Teut' de Jong uit Lemmer. Op het
toilet van hotel 'De Wildeman'
in Lemmer, zou De Jong de
allerduurste fiets aan Sake
hebben beloofd, wanneer het
Lemster skūtsje, kampioen zou
worden. De Jong hield zijn woord
en samen kochten ze afgelopen
zaterdag een Koga Myata Giant-
racefiets ter waarde van
ongeveer f 1500,-
Om het publiek ervan te
overtuigen dat hij dit verhaal
niet zomaar uit zijn mouw
schudde werd de fiets naar voren gehaald, Sake ging op het zadel
zitten terwijl de honderden
toeschouwers hem toezongen Sake
in de Tour de France
|
De speech van mijn
vader Sake tijdens het
kampioenschap van het
Lemsterskūtsje.

Het Lemster skūtsje
maakte een ware
zegetocht, door de
grachten van de
thuishaven. Aan dek de
volledige bemanning met
schipper Jelle Reijenga,
(omkranst) aan het roer.

Het skūtsjesilen bij Lemmer
wordt omgeven door een
aparte kermisachtige sfeer.
Café de Wildeman, bruist van
gezelligheid.

Jelle Reijenga
is met twee
kampioenstitels de meest
succesvolle schipper van
het Lemster skūtsje
ooit.
LC-06-08-1998:
Lemster Peke Ritsma,
wint op eigen water.
"NO
HJIR" Met een harde klap
plaatst Lemsterlands
burgemeester Jo Bosma,
een fles gedistilleerd
op de lange tafel in het
volgschip. "Dy meitsje
wy fuort
burgemeester",merkt
schipper Peke Ritsma
snedig op. Gebak, zang,
de Lemster lui hebben
een feestje te vieren.
Winnen in eigen huis met
een invaller-schipper
nog wel. Het Lemster skūtsje is
in de IJsselmeerbaai
altijd op zijn best. Net
of het de eigen stal
ruikt. Ritsma gaf het
schip vanaf het begin de
sporen. Hij maakte een
droomstart door eerst
langs de dijk te
scheuren en vervolgens
over stuurboord voor het hele veld langs
te gaan.
Schipper Peke Ritsma
(zoon van Rintje Ritsma
Sr.) van het skūtsje van
Lemmer, kan zich geen
mooier debuut wensen.
Voor eigen publiek kwam
hij als eerste over de
finish.
Door Willem Altena.
PEKE RITSMA kan met
opgeheven hoofd het
Lemster skūtsje
verlaten. Een vijfde
plaats in het
eindklassement het skūtsje drijft nog,
iedereen aan boord is
heel gebleven én er werd
woensdag voor eigen
publiek een
dagoverwinning-om-nooit-weer-te-vergeten
behaald. Gisteren sloeg
hij op eigen water
opnieuw toe, nu pakte
Ritsma bij Lemmer een
verdienstelijke tweede
plaats.
Gisteren zongen Ritsma
c.s. toch maar een klein
toontje lager. Om een
herhaling van het
schippersavontuur, zit
de 56-jarige
invaller-stuurman
overigens niet te
springen. Op het
vertrouwde startschip
'De Zevenwolden' voelt
hij zich toch het beste thuis. ?"It wie in aardich
ūtstapke", glimlacht
Ritsma. Hij kan zich als
de dag van gisteren
herinneren dat hij dik
drie weken geleden, daar nog heel
anders tegenaan keek
"Eins skrok ik my de
bulten, doet de
kommisje my frege. Wa
hie dit no ek ferwachte?
Ik alteast net!".
Wat was er loos, Jelle
Reijenga stapte enkele
maanden geleden
onverwacht als schipper
van het Lemster Skūtsje
op. Het
verantwoordelijke
stichtingsbestuur,
waarvan ook Ritsma deel
uitmaakt.. stelde
bemanningslid Ale
Zwerver in zijn plaats aan. Totdat vorige maand -
een slag bij heldere
hemel - het hoofdbestuur
van de Sintrale Kommisje
Skūtsjesilen, liet weten
dat Zwerver niet kon
worden geaccepteerd,
omdat hij met zijn eigen
schip vanaf morgen ook
aan de Iepen Fryske
Kampioenskippen
Skūtsjesilen, deelneemt.
De Lemster had zich
daarvoor al eerder
opgegeven en wilde zijn
bemanning niet meer
teleurstellen. Voor
beide clubs zeilen staat
de SKS echter niet toe.
"Doet dy meidieling
kaam seagen de oare
kommisjeleden fuort my
oan. Wat moast ik? Ik
koe slim nee sizze,
want dan hie it skūtsje
dizze twa wiken foar de
wal lein. Sa lei it. Ik
ha wol in dei betinktiid
frege, mar eins hie it
gjin sin want ik koe
gewoanwei net wegerje".
Ritsma deelt het oordeel
van zijn commissie, dat
de schipper van het
skūtsje een Lemster moet
zijn. Over de SKS-regel dat een skūtsjeschipper
uit een oud
skipperslaach dient te
komen heeft hij meer
twijfels. Het moet niet te
geforceerd worden. Een
keus uitsluitend op
basis van een naam,
vindt hij twijfelachtig.
Een garantie voor kundig zeilen is
het in elk geval niet
(meer) Ritsma prijst de
bemanningsleden voor de
wijze waarop ze hem deze
wedstrijdreeks hebben
gesteund "Foarōf hie ik
de mannen ek frege oft se
my wol ha woenen. Foar
my wie dat ek in
absolute betingst. As ek
mar ien twifels hawwe
soe hie ik it net dien.
Mar alle hulde".
De waardering gaat met
name uit naar zijn
trouwe bondgenoot en
adviseur Zwerver, die
officieel en SKS
goedgekeurd per 1
september als vaste
schipper aantreedt. Een enkel keertje bood
Zwerver Ritsma, een
helpend helmhouthandje.
"Fral it oansnijen is in
kwestje fan erfaring. Dy
mis ik gewoan. Ale hat
my hjiryn treflik
sūfleard".
Het was ook een hele
poos geleden dat Peke
Ritsma, op een skūtsje
had gevaren. In 1958
kwam hij aan boord van De Lemmer onder het
schipperschap van zijn
vader Rintje (de pake
van de befaamde
schaatscrack) In 1968
stapte de hele ploeg
boos op na onenigheid
met de eigen commissie
Twee jaar daarvoor
hadden de mannen de
SKS-titel nog gewonnen.
Peke Ritsma kon toen van
het skūtsje meteen
doorlopen naar De
Zevenwolden, de kotter
van de gelijknamige
Lemster zeilvereniging
die intussen niet meer
bij de SKS silerij is
weg te denken.
Ritsma kan na vandaag
dezelfde route nemen.
Terug naar het klassieke
startschip terug naar
zijn vaste en noflike
bootsmaten Jilling
Kingma en Dick Brunt.
"Op it startskip binne
wy mei wedstryddagen,
langer yn it spier as de
jonges op in skūtsje.
Dochs is it in stik
ūntspannener. Dat
skūtsjesilen falt dy
noch net mei. Ik ha alle
bewūndering foar dy mannen. It is bannich
genōch. Lykwols hie ik
dit kampioenskip net
misse wollen. Dat kin ik
achterōf ek maklik
sizze. San woansdeijūn
ek. Wy kamen thūs, de
kiel in bytsje smard nei
in pear oeren
ferskessjongen. En dan
hat de hiele strjitte de flage
ūt. Dat die my wol wat.
Soks ferjit ik net gau
wer"....
(Onder schipper Peke
Ritsma bleven Jan Dirk
en Alco Reijenga bij de
bemanning)

Peke Ritsma.
|
Lemster skūtsjesschipper, Ale
Zwerver.
LEMMER - Drie zeildagen zitten
er inmiddels op en de sfeer aan
boord van het Lemster skūtsje is
uitstekend, zo melden de mannen
die onder leiding van schipper
Ale Zwerver de Lemster eer
verdedigen. Met een tweede
plaats in Grou is het spits
glorieus en hoopgevend
afgebeten. De mannen zijn erop
gebrand om te winnen. Ze hebben
zich de afgelopen winter terdege
voorbereid. Allemaal varen ze
mee in de vloot en zo mogelijk
met het hele gezin op eigen
schepen. Trefpunt tijdens de
veertien dagen van de SKS is en
blijft de klipper Aljo van Ale
en Eke Zwerver, waar het voor,
na en tijdens de wedstrijden
altijd heel gezellig is.
De bemanning stelt zich voor:
Ale Zwerver.
Ale Zwerver (65) kwam in 1982
als bemanningslid aan boord. De
binnenvaartschipper in hart en
nieren stamt uit een Frysk
geslacht van skūtsjesschippers.
Lemmer en de Lemster bevolking
hebben hem altijd na aan het
hart gelegen. De kinderen van
Ale en Eke groeiden op in het
dorp aan het IJsselmeer. Ze
woonden in het
schippersinternaat waarvoor Ale
zich in die dagen als
bestuurslid inzette. Als het
moest sprong hij zelfs in Den
Haag voor het Lemster internaat
op de bres. Hiermee wordt eens
te meer duidelijk hoe onze
Lemster skūtsje schipper echt in
elkaar zit. Het is een man van
weinig woorden, maar als het
moet dan is hij er.
Van de 25 jaar dat Ale aan boord
is van het skūtsje van de Lemmer
is hij 8 jaar schipper. In die
acht jaar behaalde hij met zijn
bemanning een maal een vijfde,
tweemaal een achtste, een maal
een elfde en liefst vier maal
een tweede plaats. Niet alleen
tijdens de wedstrijden, maar ook
waar het gaat om onderhoud van
de trots van Lemmer zijn het
Ale en zijn mensen die heel wat
vrije uurtjes in touw zijn. Het
is dan ook niet voor niets dat
schipper, bemanning en bestuur
een nauwe en uitstekende band
met elkaar hebben.
Sjoerd van der Wal.
Sjoerd van der Wal (54) uit
Oudehorne vaart sinds 2002
actief mee op het skūtsje waar
hij sinds de jaren 80 al een
zwak voor heeft. De maritiem
monteur is aan boord van het
Lemster skūtsje zwaardenman.
Cor Schotanus.
Cor Schotanus (37) uit Lemmer
werkt in het dagelijks leven bij
de algemene dienst van de
gemeente Lemsterland, maar deze
weken is hij bemanningslid van
het Lemster skūtsje. In 1993
kwam hij aan boord als
schotenman, nu is hij
zwaardenman en springt indien
nodig bij aan de schoot.
Misschien viert hij aanstaande
zaterdag met zijn maten aan
boord van het Lemster skūtsje
wel een dubbel feestje: zijn
verjaardag en een overwinning?
Jacob Zwerver.
Jacob Zwerver (39) uit Akkrum
groeide net als zijn jongere
broer Jan op in Lemmer waar zij
in het internaat voor
schipperskinderen woonden. Jacob
kwam 25 jaar geleden tegelijk
met zijn vader Ale aan boord van
het Lemster skūtsje. Daarvoor
zeilden hij en zijn broer Jan
onder andere met hun vader op
het eigen skūtsje de Elisabeth Z
(in de IFKS). Jacob onderbrak
zijn Lemster skūtsje periode
door twee seizoenen als invaller
mee te zeilen op Langweer. Aan
boord van het Lemster skūtsje is
hij fokkenist.
Jan Zwerver.
Jan Zwerver uit Lemmer is van
beroep schipper en aan boord van
het Lemster skūtsje is hij
schotenman. Hij is bemanningslid
sinds 1998 en is altijd in de
buurt van zijn vader op het
achterdek te vinden.
Jan Apperloo.
Lierenman Jan Apperloo (48) uit
Lemmer is van beroep
projectbegeleider bij
scheepswerf Balk op Urk. Hij is
al fan van het Lemster skūtsje
sinds de jaren 80, maar stapte
pas aan boord in 2004 op
uitnodiging van Ale Zwerver.
Daarvoor zeilde hij tien jaar
lang als bemanningslid op het
skūtsje van Langweer: één jaar
onder schipper Hoekstra en negen
jaar met schipper Tjitte
Brouwer.
Jan Tjitte Brouwer.
Jan Tjitte Brouwer (29) uit
Lemmer is sinds 2000
bemanningslid op het Lemster
skūtsje. De nieuwbouwmonteur van
riool- en oppervlaktegemalen is
deze weken voorhouder bij de
fok. In de jaren 90 maakte hij
onder zijn vader Tjitte Brouwer
deel uit van de bemanning van
het skūtsje van Langweer. Jan
Tjitte gaat ervoor: ,,Ik hoop
dat we dit seizoen, voor al in
het begin, beter presteren dan
vorig jaar. Dan zal het
eindresultaat ook veel beter
zijn.
Johan Postma.
Johan Postma (47) uit Lemmer
omschrijft zijn beroep als
,,produceren en verkopen van
impuls ijsjes voor de hele
retail in Europa, maar deze
twee weken is hij voordekker aan
boord van het Lemster skūtsje.
Hij is bemanningslid sinds 2005
en streeft ernaar om minstens
één keer kampioen te worden met
het Lemster skūtsje.
Lieuwe Bergstra.
Lieuwe Bergstra (48) uit Lemmer
weet nog precies hoe zijn liefde
voor het Lemster skūtsje
ontlook. ,,In 1965 zaten we
samen met onze ouders op het
Lemster strand naar het
skūtsjesilen te kijken. Lemmer
had de L van Lieuwe in het zeil
en mijn broertje heet net als de
schipper van toen Rintje. Daarom
ben ik al op 7-jarige leeftijd
fan van het Lemster skūtsje
geworden. We woonden toen nog op
Tjerkgaast. Toen ik 14 was
verhuisde ons gezin van
Tjerkgaast naar Lemmer en vanaf
die tijd is de liefde voor het
Lemster skūtsje alleen maar
gegroeid.
De beleidsmedewerker kunst en
cultuur is bemanningslid van het
Lemster skūtsje sinds 2006 en
doet aan boord dienst als
zwaardenman. Hij maakte voor hij
bemanningslid werd jarenlang
deel uit van het bestuur van het
Lemster Skūtsje. Omdat het
beleid van het bestuur is dat
leden niet tot de bemanning toe
kunnen treden maakte Lieuwe de
keuze. Hij vormt samen met Ale
Zwerver, Jan Apperloo, Siene de
Vries, Sjoerd van der Wal en
Hendrik Hak de technische
commissie, eerst vanuit het
bestuur en nu vanuit de
bemanning.
Piet Kortstra.
Piet Kortstra (48) uit Lemmer is
al fan van het Lemster skūtsje
sinds zijn jeugd en trad in 1996
aan als bemanningslid. Aan boord
van het skūtsje is hij lierenman
en na de wedstrijden heeft hij
nog de speciale taak om de
wedstrijdverslagen te schrijven
voor de website
www.lemsterskutsje.nl. Kortstra
is van beroep ongevallenanalist
bij de politie.
Siene de Vries.
Siene de Vries (47) uit Lemmer
is volgens eigen zeggen al ,,fan
van het Lemster skūtsje sinds
mensenheugenis. In het
dagelijks leven is hij
bedrijfsleider, maar sinds hij
in 2000 aan boord van het
Lemster skūtsje stapte was hij
eerste zwaardenman. Sinds dit
jaar fungeert hij als derde man
bij de zeilschoot en hij houdt
het wedstrijdveld in de gaten.
De Vries voegt toe: ,,Naast het
Lemster skūtsje zeil ik ook nog
elke donderdagavond samen met
Lieuwe in een open zeilboot
(Sailhorse) in de
clubwedstrijden van de
Zevenwolden. Daarnaast ben ik
nog te vinden op de driemast
schoener de Eendracht als
kwartiermeester en sinds kort
als stuurman na het behalen van
de daarvoor noodzakelijke
diploma\'s aan de Enkhuizer
Zeevaartschool.
Simon Apperloo.
Simon Apperloo (zoon van Jan
Apperloo) uit Lemmer is met zijn
20 jaar de telg aan boord. De
kraanmachinist van beroep stapte
in 2004 aan boord van het
Lemster skūtsje als peiler.
Daarvoor voer hij onder wijlen
Jitze Grondsma op de Halve Maen.

Ale Zwerver.
LC-
15
december
2008:
LEMMER -
Binnenvaartschipper
Johannes
Meeter
(37)
wordt de
nieuwe
SKS-schipper
van het
Lemster
skūtsje.
De
Lemster
is
daarmee
de
opvolger
van Ale
Zwerver
(66),
die in
september
aankondigde
te
stoppen.
Meeter
is nu
adviseur
op het
skūtsje
van
Bolsward.
Hij is
de zoon
van
Hidzer
Meeter,
oud-schipper
van
Earnewāld.
Lodewijk
Meeter
is de
pake van
Johannes.


Foto Zuid-Friesland-H.Hak.
Het Lemster skūtsje gaat
hier als eerste door de
finish.
www.youtube.com
www.hetlemsterskutsje.nl
Home
|