Lemster skūtsje.

 

In Lemmer wordt sinds 1847 geskūtsjesyld. De wedstrijden werden gezeild onder auspiciėn van het gemeentebestuur.  In 1867 is het de zeilvereniging de Zevenwolden, die de organisatie overneemt van het gemeentebestuur van Lemsterland. Vracht – en beurtschepen en visserijvaartuigen gingen eenmaal per jaar met de Lemster kermis aan het hardzeilen. Zelfs in de SKS – periode bleef dit doorgaan. ’s Ochtends de aken en ’s middags de skūtsjes.

In 1958 vonden enkele Lemsters het noodzakelijk om ook met een skūtsje mee te gaan doen, er werd een aparte eigenaresstichting in het leven geroepen. Met deze nieuwe commissie kocht men in Lemmer het skūtsje van Johannes Bakker om mee te doen aan wedstrijden van de SKS. Het werd na teleurstellende prestaties al gauw vervangen door een ander.

LC: 6 februari 1958:

In een vergadering, die bijeen geroepen was door de zeilvereniging, Zevenwolden’’ te Lemmer, is een commissie samengesteld, die zal trachten het geld voor de aankoop van een skūtsje bijeen te brengen. Als de commissie er in slaagt het benodigde geld bijeen te brengen, zal er dus voortaan ook een Lemster skūtsje meedoen aan de specifiek Friese sport van het ,,skūtsjesilen’’. Volgens voorzitter H. Visser van ,,Zevenwolden’’ is de aankoop van skūtsjes door een vereniging, een stichting of een plaats, de enige manier om de traditie van het skūtsjesilen te handhaven. Als het mogelijk is, zal Lemmer nog deze zomer aan de wedstrijden meedoen.

Zevenwolden bleef organisator van de wedstrijden. Eerste schipper werd, Rintje Ritsma, brugwachter van beroep. Het skūtsje was er eentje van 36 ton en werd gebouwd op de werf van Wildschut in Gaastmeer. Hij hield het gevecht in de middenmoot, vier jaar vol en gaf voor een jaar het roer over aan Yme Foekema. Ook geen succes. De nieuwe schipper Klaas van der Meulen, mocht een nieuw skūtsje zoeken. En dat nieuwe skūtsje was een ‘Vallaatster’ volgens kenners een heel goed schip. Het schip werd in 1930 gebouwd. Al werd menig skūtsje al opgelegd toch liet Tabe van der Schuit, dit skūtsje van de helling rollen. Van der Meulen haalde het dus in 1963 naar Lemmer.

Van der Meulen bewees zijn vakmanschap en werd in zijn eerste seizoen 2e, maar het jaar erop 4e wat voor de commissie teleurstellend was. Dus werd de eerste schipper, Rintje Ritsma, weer van stal gehaald. Ritsma bewees weer dat het een goed skūtsje was, maar werd toch in 1969 opgevolgd door Siete Hobma. Hij zeilde wel vaak voorin maar werd nooit winnaar. Hobma deed echter wel zo zijn best, dat hij koninklijk onderscheiden werd. Deze gaf op zijn beurt in 1982 het roer over aan Jelle Reijenga. Al hoewel Jelle Reijenga niet tot het schippersgeslacht behoorde, kon hij door een artikel in het reglement toch schipper worden. Reijenga werd twee maal kampioen. Lemmer is een begrip in de skūtsjewereld, er heerst hier wekenlang de echte skūtsjeskoorts.

De Opdrachtgever in 1930 was Eeuwe E. de Jong te Sneek. Deze liet hem bouwen bij, Jan Oebeles van der Werff ('De Nijverheid') in Drachten/ Buitenstvallaat.

 

1e Naam:

 

Immanüel.

 

2e Naam:

 

Vertrouwen.

 

3e Naam:

 

Lemster skūtsje

 

   

1e Eigenaar-Opdrachtgever. In 1931 van de helling.

Eeuwe. E. de Jong

 

2e Eigenaar. 1946

 

Jan Steenstra, Nijebrźge

 

3e Eigenaar. 1957

 

Gerrit van der Wal, Leeuwarden

 

4e Eigenaar. 1962

Stichting Lemster Skūtsje

 

In 1963 werd een nieuw "Lemster skūtsje" gekocht. Het Lemster skūtsje is in 2004 verlengd met 90cm

 

Schippers op het skūtsje

 
   

1. Eeuwe. E. de Jong

 

1931-1957

 

2. Rintje Ritsma Sr.

1958-1961:

 

Rintje Ritsma was de eerste schipper op het eerste Lemster skūtsje, de Hoop op Welvaart.

Ritsma Sr. Ritsma was de eerste schipper die Lemmer een kampioenschap bezorgde.

 

3. Yme Foekema

 

1962. Yme Foekema, bleef slechts 1 jaar aan het skūtsje verbonden.

 

4. Klaas van der Meulen

 

1963-1964. www.deklaasvandermeulen.nl

 

5. Rintje Ritsma Sr

 

1965-1968

 

6. Sietse Hobma

 

1969-1981

 

7. Jelle Reijenga

 

1982-1997

 

8. Peke Ritsma

 

1998

 

9. Ale Zwerver

 

1999-2008

 

10. Johannes Meeter

2009

 

Juli 1930: Zeilvereeniging de "Zeven Wolden"

Lemmer. Donderdagavond werd de algemeene ledenvergadering van de zeilvereeniging "De Zeven Wolden" in het Nutsgebouw alhier gehouden.

De belangstelling was, gelijk de voorzitter in zijn openingswoord opmerkte, zeer gering. Buiten het bestuur, waarvan 7 leden aanwezig waren, gaven slechts 7 gewonen leden van hun medeleven blijk. Na een kort woord van welkom, door den voorzitter J. de Rook, werden door den vicesecretaris de notulen der vorige vergadering gelezen, welke onveranderd werden goedgekeurd.

De rekening van de penningmeester was nagezien door den heeren S. de Blauw en L. de Jager. Bij monden van eerst genoemde werd rapport uitgebracht, waaruit bleek dat de ontvangsten en uitgaven over het afgeloopen boekjaar hadden bedragen resp. F 521.06,- en F 533.48,- zodat het nadeelig saldo van F 22.14,- dat de exploitatie over dit boekjaar opgeleverd.

Uit de besprekingen die naar aanleiding hiervan volgde, bleek nog dat eigenlijk de uitgaven wel door de inkomsten gedekt waren, omreden men nog voor circa F 18.00,- prijzen in voorraad had, die van de wetstrijden van vorig jaar waren overgebleven. Reden van pessimistische beschouwingen is er dus, wat betreft de financiėn, momenteel allerminst, ofschoon de belangstelling van het publiek niet mag verflauwen.

Vermindering van het aantal leden, zou de "Zevenwolden" noodlottig kunnen worden, terwijl daarentegen toenamen van leden nieuw leven brengt en daarbij een welkome versterking der financiėn. De commissie was tot de bevinding gekomen dat de administratie keurig in orde was, en zij kon dan ook adviseren tot goedkeuring der rekening en decharge van de penningmeester. Aldus werd besloten. Door den voorzitter werd den penningmeester dank gebracht voor zijn gevoerd beheer.

Bij de bestuursverkiezing werden de aftredende heeren G. de Blauw, D. de Boer, en K. de Boer met bijna algemeene stemmen herkozen. Zij namen allen de herbenoeming aan.

Aan het voorstel van de te houden wedstrijd werden nogal langdurige besprekingen gewijd. Dit voorstel hield in een wedstrijd op gelijken voet als vorig jaar en met de zelfde klassen. Bij de algemene bespreking kwam de kwestie van de geringe deelname ten berde. Vooral de bezetting van de klassen pleziervaartuigen moet voor het grootste deel uit Sneek komen, en de deelname vandaar stelde vorig jaar eigenlijk teleur.

De heer Zwart had eens bij een enkele zeiler uit Sneek naar de oorzaak vernomen, en spreker heeft de indruk gekregen dat hierin wel verbetering is te krijgen. Het bestuur moet zich eens in verbinding stellen met de Sneeker zeilers. Het wilde spreker voorkomen dat, indien het bestuur zorgt voor sleep gelegenheid van en naar Sneek, er wel op grotere deelname gerekend kan worden, terwijl zoo noodig de medewerking van van den Bond van Zeilvereenigingen kan worden ingeroepen.

 

Johannes de Jong.

 

LC-1991. Lemster Skūtsje in Grote Kerk Drachten.

DRACHTEN - Het Lemster Skutsje in het klein luistert sinds enkele weken de herenbank in de Grote Kerk in Drachten op. Myn heit hat it yn 1931 bouwe litten troch Jan Oebeles van der Werff in Drachten vertelt Johannes de Jong (72 uit Drachten. En ik ha syn boat fiif jier lyn nehnakke De Jong geboren en getogen op een skūtsje bouwt zijn leven lang al boten na. Zijn eerste scheppingen waren klompen met zeiltjes zijn latere natuurgetrouwe afbeeldingen van allerlei soorten boten. In totaal beeft de vroegere schilder en glas-in-loodzetter er nu veertig gemaakt. Dominee Jan Hofstra bezocht De Jong, wel eens en raakte onder de indruk van diens miniatuurschepen. Hij kocht het model van de boot die als Lemster Skūtsje aan het skūtsjesilen meedoet en gaf het bij zijn afscheid in oktober aan de gemeente. De kerkvoogdij zag er geen been in het in de kerk te pronk te zetten. ?Een versiering in de kerk moet wel betekenis hebben legt Theo Postma uit. Het skūtsje voldoet aan deze eis. Het is van oorsprong een Drachtster skūtsje. De Jongs vader heeft het Immanüel, God met ons gedoopt. De maker is dooplid van de hervormde en draagt de Grote Kerk een warm hart toe.

Na de lagere school ging De Jong, als jongen van twaalf jaar zijn vader helpen op de Immanüel, gebouwd op de werf van Jan Oebeles van der Werff, in Drachten. Dat was zwaar werk want vader Eeuwe vervoerde pottenbakkersklei, Johannes wilde dit niet zijn hele leven doen Op ’koperen dinsdag’ in Sneek bood hij in het café waar veel schippers kwamen zijn diensten aan. De zestienjarige schipperszoon monsterde aan op een Workumer klipper.

Na de oorlog wilde De Jong senior de Immanüel verkopen "Wolsto it skütsje net keapje" vroeg hij zijn zoon. Ik woe it net hawwe. Dan hie ik mar in skippersfrou trouwe moatten. In doktersfaam kinst net op in skip sette. Na een tijdje in de Noordoostpolder en in de Limburgse mijnen te hebben gewerkt, werd de schipperszoon in de jaren vijftig glazenier in Drachten. Hij heeft dit werk afgewisseld met schilderen tot hij op zijn zestigste afgekeurd werd.

 

De Jong toont zijn model van de Lemmerboot. De Jan Nieveen neemt in het hart van De Jong een bijzonder plekje in. Bij zijn weten is hij de enige die deze stoomboot half vrachtschip half passagiersschip tussen Lemmer en Amsterdam, heeft nagemaakt. Niet zoals De Lemmerboot er nu uitziet als hotelboot ergens in Finland, maar zoals het schip van de helling is gekomen. "Fernijing is ōfbraak it skip is no bedoarn. Ik meitsje in skip sa’t it berne is.

 

 

 

(Door Margé Hof)

LEMMER - Auke Coehoorn uit Lemmer - telg uit een vissersgeslacht, maar zelf nooit visser geweest - heeft een zwak voor schepen. De Lemster aak is zijn ‘lieveling’: ,,Dat lijnenspel en dat kontje…!’’ Hij gaat regelmatig bij mastenmakerij Van der Neut en de scheepsbouwers Van den Berg en Hummel in Lemmer aan, om de bouw van een schip en met name ‘de zijne’ op de voet te volgen. Met een skūtsje heeft hij minder affiniteit, maar het Lemster skūtsje vormt daar weer een uitzondering op. Coehoorn voerde het toenmalige bestuur van het Lemster skūtsje letterlijk naar het huidige, tweede Lemster skūtsje waarmee in 1963 voor het eerst aan hét skūtsjesilen werd deelgenomen.

Coehoorn diept uit zijn geheugen: ,,Ik was destijds chauffeur van de Houtmolen. Alles in Lemmer draaide om de Houtmolen. Hij gaf heel veel Lemsters werk, en ging de stoomfluit dan ging heel Lemmer naar huis om te eten of weer aan het werk. Wij woonden na ons trouwen aan de Singel. Dat waren toen nieuwe woningen, waar veel mensen uit de visserij kwamen wonen. Ik hoor ze nog praten bij de trambrug: er moest een ander skūtsje komen. Herbert van der Bijl was een man met overwicht, en toen hij in het bestuur van het Lemster skūtsje kwam, zei hij: ,Lemmer moet mee kunnen, dus er moet een ander skūtsje komen’. Ik was chauffeur en ik wist veel skūtsjes te liggen, dus werd ik gevraagd om met een luxe wagen, die ik huurde bij Witteveen, met bestuur door Friesland te rijden op zoek naar een ander skūtsje.

Zoektocht.

De commissie bestond uit havenmeester Rein Kool, binnenvisser Herbert van der Bijl, oud-visser Obbe Poepjes en Klaas Deinum die bij de waterpolitie werkte. ,,We hebben in totaal wel zes zaterdagen rondgetoerd. We zijn heel Friesland doorgeweest en daarna Groningen, maar de heren konden nergens een skūtsje vinden dat aan de eisen en de financiėn voldeed. Ik wist nog wel een skūtsje te liggen, maar daar wilden ze eerst niet aan.’’ Coehoorn wist een prima skūtsje te liggen waar zijn vader hem eens op gewezen had. Op een van de vistochten die hij samen met zijn vader had gemaakt, wandelden ze op een avond door Enkhuizen. Auke werd daar door zijn vader op een woonark gewezen. ,,Dat is een heel snel skūtsje’’, verzekerde zijn vader hem.

Coehoorn vervolgt: ,,Toen we alles hadden afgereisd, maar niets konden vinden zei het bestuur tegen mij: ,Nu moeten we maar eens naar jouw schip’. Het lag toen bij Den Oever, waar het werd gebruikt door een waterbouwkundige. Toen we in Den Oever aankwamen zag Rein Kool, de havenmeester een schip liggen waarvan hij zei: ,Is dat het? Dat is een heel slecht schip’. Reken maar dat hij er kijk op had, maar ik kon hem gerust stellen: ,Nee, kijk daar ligt het’. Het skūtsje lag een beetje verscholen, maar toen de heren het in het oog kregen vielen hun monden open. We zijn toen meteen naar Enkhuizen gereden en hebben het schip van de eigenaar gekocht.’’

‘Hardzeiler’

Klaas Deinum wilde toch nog een extra bevestiging hebben dat het bestuur een goede keuze had gemaakt. ,,Op de terugweg vroeg hij mij bij Douwe Tjerkstra langs te gaan in Workum. Tjerkstra was op het voetbalveld te vinden. Hij stond achter de goal naar de wedstrijd te kijken. Klaas stapte op hem af en zei: ,Douwe, wij hebben het schip gekocht van Eeuwe de Jong’. Tjerkstra knikte goedkeurend: ,Dan hebben jullie een hardzeiler. Het voer ons vroeger altijd voorbij’.’’

Met de vermelding over de oorspronkelijke eigenaar bevestigt Coehoorn wat onlangs op de website van het Lemster skutsje is bijgewerkt: ,,Onderzoek van Klaas Jansma heeft aangetoond dat Eeuwe de Jong en niet de Gebr. Van der Schuit het huidige Lemster Skūtsje bij van der Werff aan het Buitenstvalaat in opdracht heeft gegeven… Het skūtsje van De Jong liep in 1931 van de helling. Eeuwe de Jong vervoerde klei voor Dijkstra kleiwarenfabriek uit Sneek. Na de tweede wereldoorlog kreeg Jan Steenstra het skūtsje in eigendom. In het najaar van 1957 kocht de Fam. Van der Wal uit Irnsum het skūtsje in Nijebrźge. Zij gebruikten het skūtsje als woonboot…’’

Goede keus.

Het nieuwe Lemster skūtsje werd met de LE112 naar Lemmer gebracht. Het schip werd achter de trambrug gelegd, waar veel mensen woonden die er aan meewerkten om van de woonark weer een zeilschip te maken. Mensen als Sjoerd Kuipers, Wietze, Klaas en Herbert van der Bijl, Hendrik Wouda en Auke Coehoorn, om er maar eens enkelen te noemen. ,,Alles werd eruit gesloopt, waarna het schip bij Arie de Boer op de helling kwam te liggen. Hij zei waar het zwaard en de mast moesten worden geplaatst. Hij adviseerde een mast van meer dan 30 jaar van Van der Neut er op te zetten en een kleine opsteker. Hij had een bepaalde filosofie hoe er het snelst mee kon worden gezeild. Toen het schip klaar was, is er proef gezeild met zeilen van het skūtsje van Heerenveen. Het schip liep als een speer, geweldig! Nu wist iedereen dat het nieuwe skūtsje een goede keus was.’’

 

Het tweede Lemster skutsje ‘Immanüel’ als woonark in 1956

www.skutsjehistorie.nl

 

‘Mannen van het eerste uur’ op het tweede Lemster skūtsje, v.l.n.r. Sjoerd Kuipers, Klaas van der Bijl, Minze van der Bijl, Leeuwke Zandstra, Wiebe van der Bijl en zittend: Roel de Hey (Archieffoto’s St. Lemster Skūtsje)

 

Foto van Corrie Gedaan-Bootsma.

bron. www.zuidfriesland.nl

 

Rintje Ritsma (100 jr) met ‘zijn’ Lemster skūtsje. Naast hem zijn vrouw Akke (90).

 

(Door Meintje Haringsma)

LEMMER – Hij is bijna 100 jaar, maar Rintje Ritsma weet nog als geen ander hoe hij in 1958 schipper werd van het Lemster skūtsje. Hij vertelt het alsof het gisteren was. Zijn ogen lachen, maar zijn mond ook. Een prachtige tijd, maar wel met hier en daar een smet. Want hij bedankte na een aantal jaren ook weer. Ze hadden aan zijn schip zitten klooien zonder dat met hem te overleggen en daar moest je bij hem niet bij aankomen. ,,Ik wie woest,’’ zegt hij nu nog steeds. Hij stapte dan ook subiet af. Toch werd hij in 1965 weer schipper. Niet zonder het oude zeer te vergeten, maar door duidelijke afspraken te maken.

Ritsma was nog maar 14 dagen oud toen hij al zijn eerste zeiltochtje maakte. Hij was ter wereld gekomen in een klein huisje in Sloten, maar daar was de familie weinig. Ze voeren namelijk altijd. Zijn moeder dacht overigens dat hij de laatste telg zou zijn die geboren zou worden in de kleine woning, maar dat had ze verkeerd. Na de kleine Rintje werd ook nog een dochter geboren. Met het water in het bloed en de liefde die hem naar Lemmer trok, werd Ritsma brugwachter in Lemmer. Toen er sprake was dat er een skūtsje moest komen om het dorp te vertegenwoordigen, werd hij daar direct bij betrokken. Waarschijnlijk omdat hij was grootgebracht op een dergelijk schip. En hij zei direct volmondig ja. ,,Het eerste skūtsje was de Lemmer 1.’’ Hij wijst naar een foto van het schip aan de wand waar hij als eerste mee voer.

Gebouwd door Wildschut in Gaastmeer in 1909, lag het skūtsje van een vodden- en oud ijzer koopman in Akkrum toen de Lemsters het ontdekten. Vier jaar lang hanteerde Rintsma er het helmhout op, toen de commissie opeens bedacht had dat ze er wat dingen aan moesten veranderen. Terwijl hij op de brug aan het werk was hadden ze zonder hem in te lichten een stuk van de mast verwijderd, dat niet helemaal meer goed was. Een veel te groot stuk, zodat er een ijzeren bus omheen moest. En dat zeilde voor geen meter. Maar het meest irriteerde het hem dat ze het deden zonder met hem, de schipper, te spreken. ,,Ze gingen aan mijn schip klauwen. Nou toen was het duidelijk voor mij. Ik heb gezegd dat ze dan zelf maar verder moesten zeilen. Ik heb direct bedankt.’’ De commissie moest dus op zoek naar een andere schipper en dat werd Yme Foekema weet Ritsma nog goed. Veel geluk had die niet. ,,Hy silde gelyk om.’’ Hij lacht er wel bij, want het was een beetje genoegdoening voor hem, maar de manschappen gunde hij zo’n ongeluk absoluut niet. Bovendien hield ook Foekema het na een jaar voor gezien.

Oud roefke op nieuw schip.

Daarnaast was het gevolg van dat onfortuinlijke voorval dat de Lemmer 1, waar Ritsma toch altijd wel trots op was geweest, maar weg moest volgens de commissie. ,,Er deugde volgens hen niets meer aan en er moest maar een ander schip komen.’’ Dit gebeurde. Terwijl dat schip er kwam werd het eerste skūtsje half afgebroken. De roef met de kajuit kwam op de wal te liggen op de Helling van Arie de Boer, terwijl het nieuwe schip, een woonboot, naar Lemmer werd gehaald. Maar dat voldeed niet aan de eisen. Er moest ondermeer een roef met een kajuit op. ,,Van Arie konden ze de oude van het vorige skūtsje wel krijgen en dat was perfect. Daardoor ontstonden brede gangboorden en een groot achterdek.’’ Het snelle tweede skūtsje werd vanaf 1963 door schipper Klaas van der Meulen bestuurd, maar ook dat duurde niet lang. Ook hij kreeg mot met de commissie en stapte in 1965 weer af. Toen kwam Ritsma weer in beeld. Hij wist dat zelf eerder, dan dat ze hem gevraagd hadden.

Hij had namelijk zijn contacten wel, want op de reddingsboot waar hij ook op voer, werd hem nog wel eens iets ingefluisterd. ,,Ze zeiden me dat ze me weer op het skūtsje wilden. Ik heb gezegd dat ze daar dan maar over moesten vergaderen en dan zou ik het wel horen.’’ Er bleek een ruime meerderheid voor hem als schipper te zijn, hoorde hij in zijn brughokje en toen mocht hij ook op komen draven. In het oude Nutsgebouw werd in een kamer alles besproken. ,,Als het weer zo wordt als toen, dan kan er geen sprake van zijn dat ik terugkom,’’ heb ik hen toen gezegd. ,,Ik ben de baas op het schip en ik bepaal wat er gebeurt met het skūtsje. En ik heb eraan toegevoegd dat ik de hele commissie geen stuiver waard vond.’’ Hij zette het op scherp dat weet hij zelf ook wel, maar hij wilde toen duidelijkheid. En die kreeg hij. ,,Ze gaven aan dat ik kon bepalen wat er met het schip moest gebeuren. Natuurlijk wel in overleg, maar daar was ik ook vlak voor. Bovendien moest ik grote uitgaven met hen bespreken. Dat begreep ik natuurlijk zelf ook wel.’’

Film Haanstra.

Toen de beslissing was gevallen, veranderde hij nog een paar kleine zaken aan het skūtsje en toen konden ze los. ,,En het schip vloog echt over het water.’’ Volgens Ritsma had het skūtsje in 1965 gewoon kampioen moeten worden. Er was echter één maar: Lemmer was vooraf niet favoriet en Grou en Heerenveen waren dat wel. En laat filmmaker Bert Haanstra nu net een film over hen maken. ,,Als Lemmer kampioen was geworden, was zijn film niets meer waard geweest. Dat had hij een strop gehad van miljoenen, dat heeft hij me zelf nog verteld.’’ Dus werd Ritsma volgens eigen zeggen echt overal tegengewerkt. Protest werd gevolgd door protest, zelfs op manieren die helemaal niet konden. ,,Tijdens de wedstrijd werd de vlag niet gehesen en daarna zagen we hem dan opeens wel wapperen. Dat soort dingen. Bovendien werden anderen ook bedreigd.

Berend Mink moest een protest tegen ons indienen. Deed hij dat niet, dan werd zijn positie bedreigd en zouden ze hem op alle mogelijke manieren dwars gaan zitten.’’ Maar ook valse starten waarbij een deel van het wedstrijdveld wel weg mocht, maar Lemmer zich aan de regels hield en dus als laatste eindigde, het niet afschieten van de finish en meer van dat soort zaken maakten deel uit van het ontmoedigingsbeleid.’’ Dus hoe goed het Lemster Skūtsje ook zeilde, winnen konden ze dat jaar nooit, stelt Ritsma. ,,Het was een rotzootje. Alles. De andere schippers waren niet fair, de commissie nam haar verantwoordelijkheid niet. En wat ik ook niet begreep was dat andere schippers niet ingrepen. Zij hadden beter moeten weten.’’

Een frustrerend jaar al met al dat eerste jaar, maar dat gaf hem en de bemanning in 1966 juist de kracht om alles op alles te zetten. En dat lukte. Ritsma en zijn bemanning werden kampioen. Lachend vertelt hij dat anderen soms niet eens in de gaten hadden dat het Lemster skūtsje hen voorbij ging. ,,We vlogen gewoon onder hun zeilen door en ze zagen dat niet eens. Zo hard gingen we. Niemand kon ons bijhouden.’’ Het kampioenschap werd volop gevierd. De hele bemanning inclusief de vrouwen werd met een vrachtwagen rondgereden en vervolgens werd er feest gevierd. In de Technische school. ,,Er was een reünie in het Nutsgebouw, dus daar konden we niet in. Toch werd ik daar naartoe gebracht. Alle oud Lemsters wilden me zien en ik kreeg een daverend applaus. Vervolgens gingen we naar de Technische school en daar kon iedereen ons feliciteren. En daar kwamen een mensen op af. Heel gezellig.’’

 

 

Jaarlijks keert het typisch Friese skūtsjesilen terug op radio en televisie. Het evenement ademt nostalgie en deze sfeer wordt in 1965 vastgelegd door documentairemaker Bert Haanstra. Zijn vermeende rol in de einduitslag zal de gemoederen lang bezig houden.

› Haanstra & Holland= water

De eerste wedstrijden skūtsjesilen dateren uit het begin van de negentiende eeuw. In de tweede helft van die eeuw verspreid de amateursport zich meer, ook voor skūtsjesilen, en worden er verenigingen opgezet om de wedstrijden te organiseren. In 1945 wordt de Centrale Commissie Skūtsjesilen (SKS) opgericht, dat vanaf dat moment de SKS-kampioenschappen organiseert. Hierbij komen skūtsjes uit voor een eigen dorp of stad.

Lemmer neemt hierbij in 1965 een speciale plaats in. Bert Haanstra maakt in dat jaar opnames van het Skūtsjesilen voor de documentaire ‘De Stem van het Water’. Haanstra volgt de schippers Siep van Terwisga van Heerenveen en Ulbe Zwaga van Grou; twee grote concurrenten en kanshebbers voor de winst in het Skūtsjesilen-kampioenschap.

Het Lemster Skūtsje van schipper Rintje Ritsma, dat eerste staat in het tussenklassement, wordt gediskwalificeerd. Al snel komt er een geruchtenstroom op gang dat alleen Heerenveen of Grou mag winnen, omdat Haanstra deze skūtsjes volgt. Dit zou de reden zijn van de diskwalificatie van het Lemster Skūtsje. Uiteindelijk wint Heerenveen het kampioenschap.

 

 

Geen geld voor bemanning: Opstappen.

Naast dat geweldige moment heeft Ritsma ook herinneringen aan wat minder fraaie zaken. Zo zeilde hij het eerste jaar met zeilen die hij wel eens vervloekt heeft. ,,Het werd steeds slechter weer. Het waaide hard en opeens begon het te regenen. Nou wat er toen met dat zeil gebeurde is met geen pen te beschrijven. Het kromp gewoon in elkaar!’’ Een andere keer was de regen zo overweldigend dat hij de mast amper kon zien. De meerderheid van het veld was al aan de kant gekropen, maar voor Lemmer stond nog veel op het spel. Ze zeilden dus verder, maar erg relaxt was dat niet.

Bovendien ontstond er in 1968 weer een patstelling tussen commissie en bemanning. ,,We staken al onze vrije tijd in het zeilen, zonder daar een cent voor te krijgen. Dat gold ook voor onze vrouwen en kinderen. We moesten er dus heel wat voor over hebben. Bovendien kwam het ook nog wel eens voor dat we het startgeld moesten gebruiken voor andere zaken die door de commissie niet goed waren geregeld.’’ Ritsma vond dat niet fair, want de bemanningsleden die hun hele vakantie opofferden mochten daar in zijn ogen toch minimaal voor beloond worden met eten en drinken.

Bovendien konden ze zelf nooit eens weg, want in die tijd hadden mensen maar 14 dagen vakantie. Na klachten van de bemanning werd bepaald dat er zou worden gevraagd om een vergoeding van 100 gulden de man. ,,Voor mij hoefde het niet zo, want ik kon met weekenddiensten nog wel eens een weekendje weg. Maar voor de anderen was dat veel moeilijker. Met die 100 gulden konden ze dan eens een weekendje op stap.’’ De burgemeester gaf hen snel nul op het rekest. ,,Ze wisten niet waar ze dat geld vandaan moesten krijgen.’’ Ritsma was wederom woest en antwoordde dat ze zich daar ook nog nooit in verdiept hadden. ,,Bovendien wist ik dat anderen dat geld in een half uurtje bij elkaar zouden hebben gehaald.’’ Dit bleek wel toen hij tijdens een bijeenkomst van de winkeliersvereniging waar Tetman de Vries optrad achter de coulissen werd geroepen.

De winkeliers wilden uitleg. Toen hij vertelde waar de onderhandelingen op stuk waren gelopen waren ze verbaasd en boos. ,,Nou moet het niet raarder worden. Als ze toen bij ons waren gekomen, hadden we dat zo geregeld,’’ zeiden ze daar. De instelling van de toenmalige commissie was opnieuw de reden van een breuk tussen Ritsma. Hij stapte weer op met zijn hele bemanning, maar kijkt ondanks dat terug op een prachtige tijd met diezelfde mannen. Bovendien volgt hij de verrichtingen van het Lemster skūtsje nog op de voet. Via Klaas Jansma natuurlijk op de radio, maar als de silerij in Lemmer is, gaat hij nog steeds een kijkje nemen. ,,Ach we hebben natuurlijk heel veel met elkaar gelachen. En de jonge jongens, waaronder mijn zonen Peke en Bouwe wisten ook dat ik de baas was. Dat ging heel goed.’’

 

NA PRACHTIGE WEDSTRIJD OP SNEEKERMEER. Schipper Rintsje Ritsma, van het
Lemster skūtsje kampioen ’66. Ritsma haalde in 1966 de kampioenswimpel naar Lemmer.
 

 

Grootse huldiging, Rintsje Ritsma.

Rintsje Ritsma en zijn mannen die gisteren het kampioenschap skūtsjesilen 1966 behaalden zijn te Lemmer op een uitbundige wijze gehuldigd. Meteen nadat bekend was dat de Lemsters de titel hadden behaald, togen burgemeester F. Faber en gemeentesecretaris H. Sliep
naar Sneek, om daar Rintsje Ritsma en de zijnen geluk te wensen. Later in Lemmer moesten zij nog vele handen drukken en op andere wijze de hulde van de Lemsters in ontvangst nemen. Het Lemster skūtsje voer gisteravond met aan boord twee muziekcorpsen en de drumband Lemmer binnen.

De bemanning bestaande uit Rintsje Ritsma, Sipke Tjerkstra, Jan Hobma, Jimme Foekema, Ferdinand Deinum, Bouwe Ritsma, Peke Ritsma, Johannes Foekema, Jaap Smak, Douwe Foekema, Frans Deinum en Berend Bakker, werd in een versierde vrachtauto door de plaats gereden en tenslotte naar de kantine van de lagere technische school gebracht waar de mannen een verdere huldiging wachtte.

 

 

Bij de foto: ,,Als een jonge kerel staat hij bij de mast van het Lemster skūtsje’’, schrijft fotograaf Jan van der Werf bij deze foto die hij  maakte van de honderdjarige Rintje Ritsma. Ritsma voelt zich dan ook eerder 80 dan 100, zo liet hij krant weten.

 

LC-09-07-1973-Skūtsjesilen morgen onderbroken voor begrafenis schipper.

Klaas van der Meulen (66) dood na hartaanval tijdens wedstrijd.


STAVEREN Skūtsje-schipper Klaas van der Meulen, is zaterdagmiddag tijdens het skūtsjesilen op het IJsselmeer aan een hartverlamming overleden en overboord gevallen. De dood trof de bijna 66-jarige schipper terwijl hij aan het helmhout van zijn Woudsender skūtsje zat. Volkomen onverwacht gleed de schipper voor de ogen van zijn ontstelde bemanningsleden, onder wie zich drie zoons en een schoonzoon bevonden,  van het hellende en slingerende schip in zee. Zijn 25-jarige zoon Teake sprong hem na en bleef bij zijn toen al overleden vader. Daar beiden vesten droegen bestond er geen gevaar dat zij in de golven verdwenen. Nadat een in de buurt varend jacht enige assistentie had verleend werd het stoffelijk overschot van Klaas van der Meulen, aan boord van de reddingboot Arthur uit Hindeloopen gebracht.
Het skūtsjesilen werd direct gestaakt.

In overleg met de familie Van der Meulen, heeft de Sintrale Kommisje Skūtsjesilen met de schippers en de bemanningsleden besloten het skūtsjesilen deze week door te laten gaan. Morgen wordt er niet gevaren. Dan wordt in Staveren Klaas van der Meulen begraven. Dinsdag zou ook de dag geweest zijn van het skūtsjesilen in Woudsend.

 

Klaas van der Meulen van het Woudsender skūtsje. De dramatische dood van deze sympathieke schipper betekent een gevoelige slag voor het skūtsjesilen.

STAVEREN.  Met skūtsje schipper Klaas van der Meulen, die zaterdagmiddag op bet IJsselmeer aan het roer van zijn tjalk en zogezegd in het harnas stierf, heeft het skūtsjesilen een gevoelig verlies geleden. Deze rondborstige Woudsender schipper, was immers niet slechts een van de oudste en getrouwste deelnemers hij was vooral een bijzonder sympathieke persoonlijkheid, naar wiens woord altijd geluisterd werd. Hoe emotioneel hij soms kon zijn, Klaas van der Meulen had zeker gezag niet alleen bij de eigen bemanningsleden maar bij iedereen in het skūtsjeslegioen. Vast staat ook dat hij het skūtsjesilen een grote liefde toedroeg. Men zou kunnen zeggen dat de jaarlijkse wedstrijdenreeks met de stoere tjalken voor hem een hartstocht was, een hartstocht die zijn einde mogelijk heeft bespoedigd.

Klaas van der Meulen was nog een schipper, van zoals men dat noemt de oude stempel. Hij werd op 20 juli 1907 te Workum geboren en moest reeds als knechtje mee op het schip van zijn vader toen hij pas zeven was. In Hylke Speerstra’s boek Heil om Seil vertelt hij "Wy leine leech yn ’t Heidenskip en moasten dy moarns wer in nije fracht modder üt de Harnzer terp hel je. De wyn helle oan śt it noardeasten. Heit pakte my by ’t skouder, krige de swurdlopers en boun my fźst, "Ik moat dy langer brūke as hjoed zei er, "dou sūst net forsūpe". "Doe sette er de swurdlopers deeglik oan ’e bolder fźst en sei: "Stjüre" Ik sjoch him noch op ien knlbbel foar de mest sitten- Hij stjūrde my mei syn eagen. Op ’e Thomashoeke by de Kruspólle helle er my nei f oaren boun my in Stik tou oan ’e poat en sei dat ik nou de fok mar ris oanskuorre moast. Ik wie sawn jier en fielde my in keardel".

Vier keer kampioen.

Toen hij veertien was stond hij al enige keren in een wedstrijd aan het roer van een skūtsje. Een jaar later voer hij een vol seizoen mee als wedstrijdschipper. Zijn eerste kampioenschap won hij vlak na de oorlog in de zomer van 1946 op de Langweerder Wielen. Die zege behaalde hij na een formidabele loefpartij met Ulbe Zwaga uit Langweer. Sommige Langweerders meenden dat hun favoriet recht op de titel had. Klaas van der Meulen liet zich door hun dreigende houding niet uit het veld slaan. Hij sneed voor de prijsuitreiking een gat in zijn broekzak en stak daar een dikke gummislang in, die hij in zijn broekspijp liet bungelen. Met zijn beide handen in de zakken en met in de ene hand die gummi stok, stapte hij bedaard de zaal binnen waar hij de kampioensprijs kreeg.

Verder werd Klaas van der Meulen, kampioen in 1947 in 1951 en in 1954. Hij zeilde onder meer op de tjalk van zijn schoonvader Teake Salverda en de skūtsjes van de commissies van de Zuidwesthoek Lemmer en Sneek. Een jaar of zes geleden kwam hij weer op zijn eigen schip het Woudsender skūtsje, dat de naam van zijn vader Keimpe van der Meulen kreeg. Daarmee ging een grote wens van Klaas van der Meulen in vervulling. Een schipper moet baas zijn op zijn schip, zo was steeds zijn standpunt. Dat standpunt heeft hem vroeger wel eens in moeilijkheden gebracht met de commissies.

Strijd en armoede.

Maar Klaas van der Meulen kon nu eenmaal geen andere houding aannemen. Het leven had hem zo gemaakt. Hij leed vroeger veel armoede en moest een voortdurende strijd leveren om het bestaan. Die strijd en rivaliteit maakte van hem een voortreffelijk schipper. Toen er na de oorlog ook voor Klaas van der Meulen een zekere welvaart kwam, begon hij ook de betrekkelijkheid van veel dingen te zien. Je moest je niet zo gauw druk maken over allerlei kleinigheden bij het skūtsjesilen, die vergeleken bij die strijd van vroeger nauwelijks betekenis hadden. Die instelling maakte van hem ook een gemoedelijke en sportieve schipper die in het gehele skūtsjeslegioen alle achting had.


Klaas van der Meulen was emotioneel met de vroegere schipperij verbonden en had zoals gezegd een hartstocht voor het skūtsjesilen. De laatste jaren had hij reeds hartklachten maar dat weerhield hem er ondanks waarschuwingen niet van om toch weer aan het roer van zijn geliefde schip te gaan staan. Tegen goede vrienden moet hij wel eens gezegd hebben "Ik hoop op mijn schip te sterven" Welnu die hoop is dan zaterdag in vervulling gegaan. Maar daarmee is wel een akelig lege plaats ontstaan in de gelederen van de echte oude skūtsjesschippers.

 

Klaas van der Meulen.

 

06-08-1981. Snelle race van Sietse Hobma.


Juist op tijd kwam er wind op het IJsselmeer bij de negende wedstrijd skūtsjesilen in Lemmer. De vele toeschouwers konden daardoor genieten van een boeiende wedstrijd. Een voortreffelijke start hadden Piet de Vreeze en Sietse Hobma.
Geweldig liep het Jouwster skūtsje en wist een aanval van Keimpe van der Meulen af te slaan. Sietse Hobma de glorieuze winnaar van deze wedstrijd wist direct na de start de eerste plaats te pakken en stond deze niet meer af.
In de midden moot had een fraaie strijd plaats tussen Lodewijk Meeter, Tjitte Brouwer en Rienk Zwaga. Door de wisselende wind kwamen veelvuldige wisselingen in de posities voor
 

De uitslag:

1. Sietse Hobma, Lemmer.

2. Piet de Vreeze, Joure.

3. Keimpe van der Meulen, Woudsend.

4. Joop Mink, Grouw.

5. Rienk Zwaga, Langweer.

6. Lodewijk Meeter, Huizum.

7. Tjitte Brouwer, Heerenveen.

8. Jan van Akker, Sneek.

9. Siete Meeter, Bolsward.

10. Albert van Akker, Leeuwarden.

11 Meindert de Groot, Zuidwesthoek.

12 Jeen Zwaga, Eernewoude.

13. Hattum Hoekstra, Drachten.

14. Chris Brouwer, Drachten.


De kop van het klassement met aftrek van de slechtste wedstrijd ziet er als volgt uit:1. Tjitte Brouwer. 18.8: 2. Jan van Akker 27.9: 3. Rienk Zwaga 28: 4. Lodewijk Meeter 30.8: en 5. Sietse Hobma 37.9.

 

De eerste skūtsjeschipper die koninklijk onderscheiden werd, is Sietse Hobma van Lemmer. Hier samen te zien met zijn vrouw Akke.

 

 

LC. 19-10-1992. Sietse Hobma (1911-1992)

 

Sietse Hobma.

LC-24-07-1979. Jelle Reijenga.

Het skūtsjesilen bij Lemmer is zelfs in Amerika bekend geworden. Het weekblad  Time drukte een advertentie af over een hele pagina van de KLM met een meer dan halve pagina grote kleurenfoto van de strijd bij Lemmer. ?The trilling races zo wordt in een verklarend onderschrift uitgelegd en dat is iets wat er op aan komt. Lemmer is in ?The Thrilling races behalve door het eigen skūtsje ook door het startschip van de plaatselijke watersportvereniging vertegenwoordigd. Siebe Kuipers, Siebe Kooistra en Jan Warringa bemannen dat schip, hun skūtsjedag begint vroeg.
Een uur of zes-half zeven staan ze op om om acht uur op de plaats van bestemming te zijn. Daar worden dan de boeien uitgelegd die het wedstrijdwater markeren. Dan volgt de start en de wedstrijd en na afloop worden die boeien - vaak minder dan uitgelegd zijn - weer opgehaald.
Soms zijn de Lemsters ’s avonds voor tienen niet thuis. Sommige commissies kennen hun omstandigheden en komen deze vrijwilligers in nature wat tegemoet. "Mar der binne ek guon by, dan sit der gjin kopke kofje oan. Bist nei fjirtjin dagen deawurg, mar lykwols wy dogge it mei plesier"

Tel bij dit alles dat het skūtsjesilen in Lemmer een sfeer heeft die nauwelijks door andere plaatsen wordt geėvenaard, dan kan het niet anders - zou men zo zeggen - of Lemmer staat pal achter het eigen skūtsje.
Nou kennelijk kan het toch anders Op het Lemster skūtsje varen maar twee Lemsters Marten Coehoorn en Jelle Reijenga. Marten is stukadoor en Jelle timmerman. Een groot deel van hun vakantie gaat op met skūtsjesilen maar daarover straks meer.
Waarom niet meer Lemsters op dat skūtsje? Jelle "Se steane der op ’e Lemmer net om to springen, oars hienen der wol mear west. Der ha wolris mear west, mar ja der binne nou ienris lju dy’t der om de frou óf- gean en dat kin ik etc wol hwat bigripe. Us kommisie bistiet feitliken mar ūt ien man Sjaak Cramer. Hy giet wolris mei as passagier. Hy sit by de gemeente en bigjint dan moarns al om healwei sawnen om in kear mei to kinnen".
?"Mei it opknappen is it krekt sa. Moatst it efter de helsdoarren weihelje. Sjaak Cramer: "Mar wy ha in skipper dy’t der in soad oan docht. Hy leit al tsien wiken fantofoaren mei syn eigen skip op ’e Lemmer. Dér nim ik myn pet foar ōf".

Jelle en Marten vullen aan dat de naam van Pieter Wouda, in dit verband ook genoemd moet worden. Hoe deelt een bouwvakker zijn vakantie in als hij bemanningslid is. Marten Coehoorn: "Wy ha trije wiken fakānsie, twa derfan geane nei it skūtsjesilen. Yn it forline giene wy dy oare wike altiten nei it būtenlan. Dat wie dan sneintomiddeis nei Skiphol, en dan nei Itaelje. We ha nou in lytse jonge krigen en nou ken dat net mear. Ik  tink wol dat dat skūtsjesilen by oaren swierrichheden jowt. By my net Myn frou giet faek mei to sjen. Wy ha it der wol foar oer, oars die ’k it ek net".

Jelle Reijenga: "Wy ha in goede frou sa moatst it bisjen. Fjirtjin dagen dat is foar de measten in hiele opoffering.
Doe’t wy net langer as fjirtjin dagen fakānsie hienen, sylden wyek al`

Het feit dat Grouw met averij de strijd bij Staveren, voortijdig moest staken, kwam Johannes Mink (16' zoon van schipper Joop Mink, niet eens zo slecht uit. Hij vaart mee in de roef van het skūtsje, maar werd erg zeeziek `Ja ik moast spuije. As wy trochfard hienen, hie de amer fol west".


Links Jelle Reijenga en rechts Marten Coehoorn.

 

LC-28-07-1986: Triomfator Jelle Reijenga  "Dit is ūnmooglik" Groots onthaal Lemster skūtsje.

LEMMER - Triomfator Jelle Reijenga (35 en zijn bemanning van het Lemster skūtsje zijn afgelopen zaterdagmiddag op onvergetelijke wijze thuis in Lemmer ontvangen. De gracht door het dorp was omzoomd door een kraag van duizenden uitbundige toeschouwers. Evenals langs de kaden viel de kampioen Skūtsjesilen 1986 ook in het GIB-gebouw aan de Vuurtorenweg in Lemmer niets dan applaus muziek, vreugde en loftuitingen ten deel. Het feest was de huldiging van een winnaar van de Elfstedentocht waardig.

Wat een dag Wat een geweldige dag. Wat een feest. Wat een geweldig feest. Waar of niet waar" riep burgemeester, Geert Eijgelaar de joelende menigte in het GIB-gebouw toe. ?Woorden schieten te kort. Er moet worden gezongen en gedanst en gehost. Die opmerking bleek niet aan dovemansoren gericht. Een vrouw uit het publiek griste even later de microfoon onder de neus van Eijgelaar vandaan en zette in met:  "De strijd is gestreden" waarna het publiek uit volle borst met haar mee zong "al op de volle zee. De punten zijn binnen. De Lemmer is oké. Ze staan aan de top. Daar is niets meer aan te doen. Maar ze wilden nog hoger, want de Lemmer is kampioen".

Na de herhaling van dit lied roemde Eijgelaar, Jelle Reijenga en zijn bemanning nogmaals. De overwinning noemde hij 'promotie van het beste soort voor Lemmer'. Uit dank daarvoor kregen de schipper en zijn manschappen een tegeltableau van het oude gemeentehuis van Lemsterland.

Reijenga draaide wat verlegen met het geschenk rond het spreekgestoelte, toen twee politiemannen Piet Sandman en Robert Wopperkamp, hem op de schouders tilden en hem daar zij het met moeite, op droegen. Het publiek reageerde uitzinnig van enthousiasme.

In het feestgedruis zag ’Reade Sake’ Visser (72 uit Heerenveen zijn kans schoon de microfoon te bemachtigen. Sake afkomstig uit Lemmer kon zijn tranen amper bedwingen toen hij de feestgangers luidkeels toevertrouwde " Mijn hart is elke dag en nacht bij Lemmer. Ik leef met jullie mee".

Daarop verhaalde hij de menigte van een weddenschap met ’Bram Teut' de Jong uit Lemmer. Op het toilet van hotel 'De Wildeman' in Lemmer, zou De Jong de allerduurste fiets aan Sake hebben beloofd, wanneer het Lemster skūtsje, kampioen zou worden. De Jong hield zijn woord en samen kochten ze afgelopen zaterdag een ’Koga Myata Giant’- racefiets ter waarde van ongeveer f 1500,-

Om het publiek ervan te overtuigen dat hij dit verhaal niet zomaar uit zijn mouw schudde werd de fiets naar voren gehaald, Sake ging op het zadel zitten terwijl de honderden toeschouwers hem toezongen ’Sake in de Tour de France’

De speech van mijn vader Sake tijdens het kampioenschap van het Lemsterskūtsje.

 

Het Lemster skūtsje maakte een ware zegetocht, door de grachten van de thuishaven. Aan dek de volledige bemanning met schipper Jelle Reijenga, (omkranst) aan
het roer.

 

Het skūtsjesilen bij Lemmer wordt omgeven door een aparte kermisachtige sfeer. Café de Wildeman, bruist van gezelligheid.

 

Jelle Reijenga is met twee kampioenstitels de meest succesvolle schipper van het Lemster skūtsje ooit.

 

LC-06-08-1998: Lemster Peke Ritsma, wint op eigen water.

"NO HJIR" Met een harde klap plaatst Lemsterlands burgemeester Jo Bosma, een fles gedistilleerd op de lange tafel in het volgschip. "Dy meitsje wy fuort burgemeester",merkt schipper Peke Ritsma snedig op. Gebak, zang, de Lemster lui hebben een feestje te vieren. Winnen in eigen huis met een invaller-schipper nog wel.
Het Lemster skūtsje is in de IJsselmeerbaai altijd op zijn best. Net of het de eigen stal ruikt. Ritsma gaf het schip vanaf het begin de sporen. Hij maakte een droomstart door eerst langs de dijk te scheuren en vervolgens over stuurboord voor het hele veld langs te gaan.

Schipper Peke Ritsma (zoon van Rintje Ritsma Sr.) van het skūtsje van Lemmer, kan zich geen mooier debuut wensen. Voor eigen publiek kwam hij als eerste over de finish.

 

Door Willem Altena.

PEKE RITSMA kan met opgeheven hoofd het Lemster skūtsje verlaten. Een vijfde plaats in het eindklassement het skūtsje drijft nog, iedereen aan boord is heel gebleven én er werd woensdag voor eigen publiek een dagoverwinning-om-nooit-weer-te-vergeten behaald. Gisteren sloeg hij op eigen water opnieuw toe, nu pakte Ritsma bij Lemmer een verdienstelijke tweede plaats.

Gisteren zongen Ritsma c.s. toch maar een klein toontje lager. Om een herhaling van het schippersavontuur, zit de 56-jarige invaller-stuurman overigens niet te springen. Op het vertrouwde startschip 'De Zevenwolden' voelt hij zich toch het beste thuis.
?"It wie in aardich ūtstapke", glimlacht Ritsma. Hij kan zich als de dag van gisteren herinneren dat hij dik drie weken geleden, daar nog heel anders tegenaan keek  "Eins skrok ik my de bulten, doe’t de kommisje my frege. Wa hie dit no ek ferwachte? Ik alteast net!".

Wat was er loos, Jelle Reijenga stapte enkele maanden geleden onverwacht als schipper van het Lemster Skūtsje op. Het verantwoordelijke stichtingsbestuur, waarvan ook Ritsma deel uitmaakt.. stelde bemanningslid Ale Zwerver in zijn plaats aan.
Totdat vorige maand - een slag bij heldere hemel - het hoofdbestuur van de Sintrale Kommisje Skūtsjesilen, liet weten dat Zwerver niet kon worden geaccepteerd, omdat hij met zijn eigen schip vanaf morgen ook aan de Iepen Fryske Kampioenskippen Skūtsjesilen, deelneemt. De Lemster had zich daarvoor al eerder opgegeven en wilde zijn bemanning niet meer teleurstellen. Voor beide clubs zeilen staat de SKS echter niet toe.
"Doe’t dy meidieling kaam seagen de oare kommisjeleden fuort my oan. Wat moast ik? Ik koe slim ’nee’ sizze, want dan hie it skūtsje dizze twa wiken foar de wal lein. Sa lei it. Ik ha wol in dei betinktiid frege, mar eins hie it gjin sin want ik koe gewoanwei net wegerje".

Ritsma deelt het oordeel van zijn commissie, dat de schipper van het skūtsje een Lemster moet zijn. Over de SKS-regel dat een skūtsjeschipper uit een oud ’skipperslaach’ dient te komen heeft hij meer twijfels.
Het moet niet te geforceerd worden. Een keus uitsluitend op basis van een naam, vindt hij twijfelachtig. Een garantie voor kundig zeilen is het in elk geval niet (meer)
Ritsma prijst de bemanningsleden voor de wijze waarop ze hem deze wedstrijdreeks hebben gesteund "Foarōf hie ik de mannen ek frege oft se my wol ha woenen. Foar my wie dat ek in absolute betingst. As ek mar ien twifels hawwe soe hie ik it net dien. Mar alle hulde".

De waardering gaat met name uit naar zijn trouwe bondgenoot en adviseur Zwerver, die officieel en SKS goedgekeurd per 1 september als vaste schipper aantreedt.
Een enkel keertje bood Zwerver Ritsma, een helpend helmhouthandje. "Fral it oansnijen is in kwestje fan erfaring. Dy mis ik gewoan. Ale hat my hjiryn treflik sūfleard".

Het was ook een hele poos geleden dat Peke Ritsma, op een skūtsje had gevaren. In 1958 kwam hij aan boord van ’De Lemmer’ onder het schipperschap van zijn vader Rintje (de pake van de befaamde schaatscrack) In 1968 stapte de hele ploeg boos op na onenigheid met de eigen commissie Twee jaar daarvoor hadden de mannen de SKS-titel nog gewonnen. Peke Ritsma kon toen van het skūtsje meteen doorlopen naar De Zevenwolden, de kotter van de gelijknamige Lemster zeilvereniging die intussen niet meer bij de SKS silerij is weg te denken.

Ritsma kan na vandaag dezelfde route nemen. Terug naar het klassieke startschip terug naar zijn vaste en ’noflike’ bootsmaten Jilling Kingma en Dick Brunt. "Op it startskip binne wy mei wedstryddagen, langer yn it spier as de jonges op in skūtsje. Dochs is it in stik ūntspannener. Dat skūtsjesilen falt dy noch net mei. Ik ha alle bewūndering foar dy mannen. It is bannich genōch. Lykwols hie ik dit kampioenskip net misse wollen. Dat kin ik achterōf ek maklik sizze. Sa’n woansdeijūn ek. Wy kamen thūs, de kiel in bytsje smard nei in pear oeren ferskessjongen. En dan hat de hiele strjitte de flage ūt. Dat die my wol wat. Soks ferjit ik net gau wer"....

(Onder schipper Peke Ritsma bleven Jan Dirk en Alco Reijenga bij de bemanning)

 

Peke Ritsma.

Lemster skūtsjesschipper, Ale Zwerver.

LEMMER - Drie zeildagen zitten er inmiddels op en de sfeer aan boord van het Lemster skūtsje is uitstekend, zo melden de mannen die onder leiding van schipper Ale Zwerver de Lemster eer verdedigen. Met een tweede plaats in Grou is het spits glorieus en hoopgevend afgebeten. De mannen zijn erop gebrand om te winnen. Ze hebben zich de afgelopen winter terdege voorbereid. Allemaal varen ze mee in de vloot en zo mogelijk met het hele gezin op eigen schepen. Trefpunt tijdens de veertien dagen van de SKS is en blijft de klipper Aljo van Ale en Eke Zwerver, waar het voor, na en tijdens de wedstrijden altijd heel gezellig is.

De bemanning stelt zich voor:

Ale Zwerver.

Ale Zwerver (65) kwam in 1982 als bemanningslid aan boord. De binnenvaartschipper in hart en nieren stamt uit een Frysk geslacht van skūtsjesschippers. Lemmer en de Lemster bevolking hebben hem altijd na aan het hart gelegen. De kinderen van Ale en Eke groeiden op in het dorp aan het IJsselmeer. Ze woonden in het schippersinternaat waarvoor Ale zich in die dagen als bestuurslid inzette. Als het moest sprong hij zelfs in Den Haag voor het Lemster internaat op de bres. Hiermee wordt eens te meer duidelijk hoe onze Lemster skūtsje schipper echt in elkaar zit. Het is een man van weinig woorden, maar als het moet dan is hij er.

Van de 25 jaar dat Ale aan boord is van het skūtsje van de Lemmer is hij 8 jaar schipper. In die acht jaar behaalde hij met zijn bemanning een maal een vijfde, tweemaal een achtste, een maal een elfde en liefst vier maal een tweede plaats. Niet alleen tijdens de wedstrijden, maar ook waar het gaat om onderhoud van de ’trots van Lemmer’ zijn het Ale en zijn mensen die heel wat vrije uurtjes in touw zijn. Het is dan ook niet voor niets dat schipper, bemanning en bestuur een nauwe en uitstekende band met elkaar hebben.

Sjoerd van der Wal.

Sjoerd van der Wal (54) uit Oudehorne vaart sinds 2002 actief mee op het skūtsje waar hij sinds de jaren ’80 al een zwak voor heeft. De maritiem monteur is aan boord van het Lemster skūtsje zwaardenman.

Cor Schotanus.

Cor Schotanus (37) uit Lemmer werkt in het dagelijks leven bij de algemene dienst van de gemeente Lemsterland, maar deze weken is hij bemanningslid van het Lemster skūtsje. In 1993 kwam hij aan boord als schotenman, nu is hij zwaardenman en springt indien nodig bij aan de schoot. Misschien viert hij aanstaande zaterdag met zijn maten aan boord van het Lemster skūtsje wel een dubbel feestje: zijn verjaardag en een overwinning?

Jacob Zwerver.

Jacob Zwerver (39) uit Akkrum groeide net als zijn jongere broer Jan op in Lemmer waar zij in het internaat voor schipperskinderen woonden. Jacob kwam 25 jaar geleden tegelijk met zijn vader Ale aan boord van het Lemster skūtsje. Daarvoor zeilden hij en zijn broer Jan onder andere met hun vader op het eigen skūtsje de Elisabeth Z (in de IFKS). Jacob onderbrak zijn Lemster skūtsje periode door twee seizoenen als invaller mee te zeilen op Langweer. Aan boord van het Lemster skūtsje is hij fokkenist.

Jan Zwerver.

Jan Zwerver uit Lemmer is van beroep schipper en aan boord van het Lemster skūtsje is hij schotenman. Hij is bemanningslid sinds 1998 en is altijd in de buurt van zijn vader op het achterdek te vinden.

Jan Apperloo.

Lierenman Jan Apperloo (48) uit Lemmer is van beroep projectbegeleider bij scheepswerf Balk op Urk. Hij is al fan van het Lemster skūtsje sinds de jaren ’80, maar stapte pas aan boord in 2004 op uitnodiging van Ale Zwerver. Daarvoor zeilde hij tien jaar lang als bemanningslid op het skūtsje van Langweer: één jaar onder schipper Hoekstra en negen jaar met schipper Tjitte Brouwer.

Jan Tjitte Brouwer.

Jan Tjitte Brouwer (29) uit Lemmer is sinds 2000 bemanningslid op het Lemster skūtsje. De nieuwbouwmonteur van riool- en oppervlaktegemalen is deze weken voorhouder bij de fok. In de jaren ’90 maakte hij onder zijn vader Tjitte Brouwer deel uit van de bemanning van het skūtsje van Langweer. Jan Tjitte gaat ervoor: ,,Ik hoop dat we dit seizoen, voor al in het begin, beter presteren dan vorig jaar. Dan zal het eindresultaat ook veel beter zijn.

Johan Postma.

Johan Postma (47) uit Lemmer omschrijft zijn beroep als ,,produceren en verkopen van impuls ijsjes voor de hele retail in Europa’’, maar deze twee weken is hij voordekker aan boord van het Lemster skūtsje. Hij is bemanningslid sinds 2005 en streeft ernaar om minstens één keer kampioen te worden met het Lemster skūtsje.

Lieuwe Bergstra.

Lieuwe Bergstra (48) uit Lemmer weet nog precies hoe zijn liefde voor het Lemster skūtsje ontlook. ,,In 1965 zaten we samen met onze ouders op het Lemster strand naar het skūtsjesilen te kijken. Lemmer had de L van Lieuwe in het zeil en mijn broertje heet net als de schipper van toen Rintje. Daarom ben ik al op 7-jarige leeftijd fan van het Lemster skūtsje geworden. We woonden toen nog op Tjerkgaast. Toen ik 14 was verhuisde ons gezin van Tjerkgaast naar Lemmer en vanaf die tijd is de ‘liefde’ voor het Lemster skūtsje alleen maar gegroeid’’.

De beleidsmedewerker kunst en cultuur is bemanningslid van het Lemster skūtsje sinds 2006 en doet aan boord dienst als zwaardenman. Hij maakte voor hij bemanningslid werd jarenlang deel uit van het bestuur van het Lemster Skūtsje. Omdat het beleid van het bestuur is dat leden niet tot de bemanning toe kunnen treden maakte Lieuwe de keuze. Hij vormt samen met Ale Zwerver, Jan Apperloo, Siene de Vries, Sjoerd van der Wal en Hendrik Hak de technische commissie, eerst vanuit het bestuur en nu vanuit de bemanning.

Piet Kortstra.

Piet Kortstra (48) uit Lemmer is al fan van het Lemster skūtsje sinds zijn jeugd en trad in 1996 aan als bemanningslid. Aan boord van het skūtsje is hij lierenman en na de wedstrijden heeft hij nog de speciale taak om de wedstrijdverslagen te schrijven voor de website www.lemsterskutsje.nl. Kortstra is van beroep ongevallenanalist bij de politie.

Siene de Vries.

Siene de Vries (47) uit Lemmer is volgens eigen zeggen al ,,fan van het Lemster skūtsje sinds mensenheugenis’’. In het dagelijks leven is hij bedrijfsleider, maar sinds hij in 2000 aan boord van het Lemster skūtsje stapte was hij eerste zwaardenman. Sinds dit jaar fungeert hij als derde man bij de zeilschoot en hij houdt het wedstrijdveld in de gaten.

De Vries voegt toe: ,,Naast het Lemster skūtsje zeil ik ook nog elke donderdagavond samen met Lieuwe in een open zeilboot (Sailhorse) in de clubwedstrijden van de Zevenwolden. Daarnaast ben ik nog te vinden op de driemast schoener de Eendracht als kwartiermeester en sinds kort als stuurman na het behalen van de daarvoor noodzakelijke diploma\'s aan de Enkhuizer Zeevaartschool.

Simon Apperloo.

Simon Apperloo (zoon van Jan Apperloo) uit Lemmer is met zijn 20 jaar de telg aan boord. De kraanmachinist van beroep stapte in 2004 aan boord van het Lemster skūtsje als peiler. Daarvoor voer hij onder wijlen Jitze Grondsma op de Halve Maen.

 

Ale Zwerver.

 

LC- LEMMER - Binnenvaartschipper Johannes Meeter (37) wordt de nieuwe SKS-schipper van het Lemster skūtsje. De Lemster is daarmee de opvolger van Ale Zwerver (66), die in september aankondigde te stoppen. Meeter is nu adviseur op het skūtsje van Bolsward. Hij is de zoon van Hidzer Meeter, oud-schipper van Earnewāld. Lodewijk Meeter is de pake van Johannes.

 

 

Foto Zuid-Friesland-H.Hak. Het Lemster skūtsje gaat hier als eerste door de finish.

 

www.youtube.com

www.hetlemsterskutsje.nl

Home

 

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.