Achterom Lemmer.

| 1 | 2 | 

 

Achterom, Lemmer.  Voor vragen over het schilderij,

 

Plattegrond Achterom.

 

                                                    Steeg naar Schans  

 

Slager Lageveen 57                    Oranjeboomsteeg   Weidesteeg  

 

  56         46                

 

  55             44 42          

 

  54     50 47         40   38    

58

Groen stek 53 52 51 49 48   45 43 41   39 37 36 35
                           23
       

24

BRPS Velo tuin tuin 18 17 16 15   4 3 2 Tuin Haverman

1

       

25

            14            
       

26

              5          
       

27

22 20 19   13 12 11            
       

28

            11 6          
       

29

            10 7          
34 33 32 31

30

  21         9 8          

         Spinhûspolle.                                                                                             2 stegen.

           Rien~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Klik voor de getekende plattegrond van Anne Visser.

 

 

Onderstaand betreft geen huisnummers maar een lijst van de bovenstaande plattegrond.

Naam

1) Bakker Haveman.

2) Siebolt v.d. Bijl.

3) Fam. Duister.

4) Marten Seldenthuis (Prikke)

5) Klaas de Jong (Lam hânsje)

6) Pakhuis Gooitze de Jong.

7) Meine Oebeles. Later woonden daar Bernhard Vink en Akke Visser.

8) Klaas Beenen, Later Meine Oebeles.

9) Fam. Lemstra. Daarvoor Sake de Rus.

10) Tuintje.

11) Teade Wouda

12) Jelle en Foekje Visser-Sietsma.

13) Douwe Tijsseling.

14) Fokje Tijsseling.

15) Grond van Bosma. Daarvoor Harm en Betsje Dijkstra-Visser.

16) Jan en Rinke Visser + Sake de Rus en Witte Jelle.

17) Karrenhok van Bosma.

18) Melkhok van Harm Sterk.

19) Andries de Jong en Geesje Pippi. Later Ale Honnekop  

20) Peke Wouda. Groente pakhuis;  Pieter Wouda, beroep houtzaagmolenaars-knecht Lemmer, geboren op 16 november 1847  Lemsterland, Huwelijk op 18 oktober 1874 (Leeftijd 26) met Antje Hofman - Lemsterland. Uit dit huwelijk. Peke Wouda,geboren op 29 december 1881 te Lemsterland.

21) Bosma. Timmerwerkplaats.

22) Privaten Spinhûspolle.

23) Jan en Betsje Akkerman. Daarvoor Meinze de Vries, ( vader van Evert en opa van Johannes de Vries)

24) Tjalling Kuipers. Later Klaas Wouda, (bek en sek)

25) Hornstra. Werkplaats.

26) Evert de Vries. Visbakkerij.

27) Gauke Bootsma met Aal Bootsma.

28) Hornstra. Opslagplaats.

29) Krulhok Scheffer. Later vishok Andries (Panne) Visser.

30) Kaatje Veenstra (Spiekholt)

31) Siemen Seldenthuis. Spinhûspolle.

32) Marius Visser. Jan Visser, geboren te Lemmer op 28 juli 1873, zoon van Steven Visser (18.1) en Afke Andries Spiekholt. Hij is getrouwd te Lemsterland (Fr) op 18 december 1896, op 23-jarige leeftijd met  Rinske (Rees) Friso (ongeveer 21 jaar oud), geboren te Sneek rond 1875, dochter van Marinus Friso en Anna Orie. Jan was eigenaar van een ijzeren aak van 36 voet de LE 41, in 1910 met twee meter verlengd.

Uit dit huwelijk: 1 : Steven Visser, visser, Steven had een schouw, ‘de Slide’, later een IJsselmeer-sloep. Steven is getrouwd, met Trien Vleeshouwer. 2 : Anna Visser. Anna is getrouwd, met Uiltje Koopmans. 3 : Marinus (Marius) Visser, visser. Marinus is getrouwd, met Geertje Kelderhuis. 4 : Afke Visser. Afke is getrouwd, met Hendrik de Jong. 5 : Andries Visser. Andries is getrouwd, met Geesje Schaap. 6 : Nicolaas Visser. Nicolaas is getrouwd, met Annie Teiwer. Afkomstig uit Amsterdam.7 : Reesje Visser. Reesje is getrouwd, met Klaas Fleer, overleden op 19 januari 1984. overleden op 19 januari 1984.

33) Kier v.d. Wal.

34) Zijlstra.

35) K. Muurling.

36) Koopmans.

37) Kaaspakhuis.

38) Koetshuis Krikke (hotel Centrum)

39) Klaas Wouda. Later Theunis (de Flapper) Visser.

40) Jongsma, Auke Mekki.

41) Kuipers ( Joost Voorn)

42) Eerst de Jong (Henkie Kee). Later Jan ten Wolde, daarna Roelie Vlig.

43) Joh.de Jong. Later Sake (Reade Sake) Visser & Bienke Jager, met gezin.

44) Pieter Bootsma.

45) Ûs Honk. Daarvoor volkslogement.

46) Jaap (van Kleis) Visser. (LE 40  open boot Jaap (van Kleis) Visser Oude Kleis)

47) Sake Visser ( Sake van Tieske)

48) Armenhuis + Zondagschool.

49) Jaap Visser en Anne Hoek.

50) Jan Verbeek. Later Jan Sloothaak.

51) Arend Toering.

52) Hornstra, pakhuis.

53) Hornstra (woning) Later Arend Toering, daarna Romke Poelstra (moeder Romke was zuster van de mosjes)

54) Bijkersma. Later Gebr. Rottine ( de klutsen) Hendrik Harm en Jan.

55) Lolle Deinum.

56) Harm Lammers (Stieligje)

57) Leger des Heils

 


 

Bewoners van het Achterom.

 

 

Foto van de achterkleinzoon van Jacob Visser (Kleis Visser jr.). De foto is genomen vanaf de bovenschans richting de Vissersburen, de steeg is tussen de panden van groenteboer Peke Wouda (Links) en slagerij Lageveen rechts' De woning waar U tegenaan kijkt, (met de gordijnen voor het raam') daar woonden de Klutsen Gebr........(?)  Als U goed kijkt ziet U een schip liggen in de Lemster rien. Op het rijtje verderop in het achterom (richting water) woonden Klaas (bekeneagen) Wouda, Fam. Akkerman, timmerbedrijf Hornstra, de visbakkerijen van Evert de Vries en Andries Visser. (panne)

 

Het Achterom: foto van de achterkleinzoon van Jacob Visser (Kleis Visser jr.).

 

Het Achterom met het Logement rechts. Foto van de achterkleinzoon van Jacob Visser (Kleis Visser jr.).

 

( Noot Roelie; Waar het bordje van D-E hangt hebben wij met ons gezin gewoond)

 

Deze pentekening hebben wij gehad van Johannes de Vries, waarvoor dank. Johannes beschreef het zo, Een gezicht in het achterste stuk van het Achterom met de katholieke kerk op de achtergrond. Daarbij zijn de ramen te zien waar mijn grootouders met hun gezin woonden. Ik heb het anders niet gekend dan dat pake Meinze er woonde, eerst met oom Koert en later alleen. Haaks op het huis staat het armhuis de lamp van het armhuis verlichte redelijk de kamer van pake.

Getekend door S. van der Wal: De geheel verdwenen woonwijk 't Achterom, gelegen tussen de Vissersburen en de Schans. In een wirwar van straatjes en steegjes woonden destijds zoveel mensen, merendeels vissers en kooplui, dat het in onze plaats een bekende uitdrukking was : "it heale Lemmer wennet yn 't Achterom".

Was deze wijk voor het verstoppertje spelende Lemster jeugd wellicht een eldorado, voor de bewoners zelf was het minder rooskleurig. In onze tijd is bijna niet meer voor te stellen, dat men in een straat woont waarin de overbuurman een goede meter van de voordeur, zijn voordeur heeft: waarin het zonlicht geen kans krijgt naar binnen te dringen; waarin van gescheiden afval geen sprake kan zijn, want alles loopt open bloot door één en dezelfde straatgoot.

Maar het Achterom was ook een wijk waar het best gezellig kon zijn. Uiteraard hadden de bewoners veel contact met elkaar, en vooral bij de zomerdag vertoefde men meer buiten dan binnen, bijvoorbeeld op 'e bakkershoek, met een riant uitzicht op het centrum van Lemmer. Ongetwijfeld was toen een goede buur nog beter dan nu ....

Om U enigszins een beeld te geven hoe 't Achterom als wijk in Lemmer was gesitueerd: de man op de tekening loopt door de 'hoofdstraat' van 't Achterom en is zo'n beetje op de helft vanaf de bakkershoek- (waar nu het gemeentehuis staat), richting Spinhuispolle (waar nu de autoboxen achter drogisterij Hak staan). De R.K. kerktoren is op deze tekening een goed oriënteringspunt. Het Volkslogement rechts op de tekening werd in de loop der jaren omgeturnd tot een verenigingsgebouw met de naam''Us Honk'' en heeft lange tijd dienst gedaan als sociaal trefpunt in dit gedeelte van Lemmer.

De overstekende poes is karakteristiek voor 't Achterom, dat naast de zeer vele bewoners ook nog eens veel huisdieren herbergde.

 

Bewoners van het Achterom: Foto van Anne en Saakje Visser uit de Lemmer. Achterom met het oude Volkslogement (later ûs honk) op de achtergrond de R.K. kerktoren.

 

"Us honk"

 

Naast de winkel van Margje stond het volkslogement. Later is dat "Us honk" geworden , een gebouw van de S.D.A.P. en nog weer later de Lemsoos. Daar woonden Jacob Tijsseling en zijn vrouw Popkje. Jacob was vissersman zoals de meeste inwoners van het Achterom, zij hadden een grote schouw. Popkje was een flinke vrouw en kon zo nog een paar centen bij verdienen. Nu waren er vroeger veel mensen die met wat handel langs de deur gingen, of als straatzanger of muzikant hun brood moesten verdienen want een uitkering was er niet bij.

Zo herinner ik mij nog een invalide man, met een scheef gegroeide heup en een ongelukkige voet, die met wasboenders en bezems langs de de deuren liep. Mens onwaardige toestanden en dan te bedenken dat Nederland met zijn rijke wingewesten in het verre Oosten een der rijkste landen in de wereld was. Maar het geld zat bij een kleine bovenlaag en de schat kist werd steeds maar voller, maar bleef voor de mensen die het nodig hadden potdicht. Het waren deze mensen die van dorp naar dorp trokken die wel eens een nacht in een logement kwamen slapen.

Zo kwam het wel eens voor als het warm weer was dat ze 's avonds een stoel mee naar buiten namen, om nog wat te zitten praten over wat ze die dag beleefd hadden. Als het nu ook nog trof dat er een bij was die een harmonica had dan werd het pas gezellig. Vrolijke wijsjes klonken dan in het Achterom en de jeugd en sommige ouderen zongen uit volle borst mee.

Het Achterom was in het klein wat de Jordaan was in Amsterdam. We hebben er lief en leed met elkaar gedeeld er was ook wel eens ruzie maar tegenover buitenstaanders trokken we één lijn en lieten elkaar niet verzuipen.

Als iemand een goed schot met de netten had gedaan, en hij wist dat er iemand in de buurt bijna niet te eten had, dan werden er wat aardappelen heen gebracht met een stuk vet en wat broden. Zo zijn we met elkaar door de tijd gekomen. In de wijde steeg woonde een Oom en Tante van mij. Oom Teade en Muoike Lup met hun kinderen. Oom Teade was toen ook vissersman

Opzij van hun huis was een steeg , die in oostelijke richting liep. Wanneer je die in liep kwam je in een breder gedeelte, een soort hofje daar stonden ook een paar huizen met zo waar een klein bleekje van een paar vierkante meter er voor. Iets wat je in het Achterom zag in een ervan woonde Jelle Visser met zijn vrouw Foek en hun zoon Johannes. Jelle was een broer van buurman Sake, er was ook nog een broer die Steven hete maar zijn vrouw heb ik niet gekend. In het andere huis woonde Douwe Tijsseling (een zoon van Jacob) met zijn vrouw Alie die uit Medemblik kwam. Dat waren toen nog jonge mensen en nog niet zolang getrouwd, nu zijn ze beide ook alweer overleden.

Hoe Douwe er aan gekomen is weet ik niet maar op een zekere dag stond er een grote witte zwaan in het bleekje met een stek er omheen Dat was gauw bekend en iedereen bracht broodkorsten en ander spul wat over was naar het dier. Maar het bleekje was al gauw verandert in een modderpoel. Omdat de zwaan ook het gras uit de bleek haalde.

Door dit alles werd het beest er ook niet schoner op, en toen Douwe op een Zaterdagmiddag thuis kwam van de haven besloot hij dat de zwaan maar een poosje moest zwemmen in de Rien om weer schoon te worden. Het was mooi weer en iedereen was buiten zo dat er veel bekijks was, ook van af de Vissersburen keken veel mensen toe.

Of het nu zo kwam dat de zwaan zijn veren niet goed schoon had weet ik niet meer maar opeens merkten wij dat het beest steeds dieper kwam te liggen, en van de andere kant werd geroepen "asen verzuipt ze nog". Of Douwe de zwaan nu wilde redden of zelf ook wilde zwemmen weet ik ook niet, maar hij sprong zelf ook in de Rien. Wat er toen gebeurde had niemand verwacht de zwaan kwam blazend en met hoog opgezette vleugels op hem af.

Nu was Douwe niet zo bang, en met een greep had hij de zwaan om zijn hals gepakt, en beide verdwenen onder water, al gauw kwam hij weer boven met de kop van de zwaan onder zijn arm gekneld. Met zijn andere hand zwom hij naar de kant en met vereende krachten werd hij op de kant gehesen. In optocht ging het weer op huis aan en werd de zwaan weer achter het stek gedeponeerd. Een paar dagen later was hij verdwenen. Douwe had hem aan de andere kant 'pasveer' de vrijheid gegeven.

Zo was er altijd wel wat te beleven in het Achterom. Een aardige reactie kreeg ik van Siebe Kuipers die vroeger ook op de Weverswal woonde niet ver bij ons vandaan. Hij had gemerkt dat ik het eerste Couplet van het schooiertje vergeten had, hij heeft het hele liedje voor mij opgeschreven Bedankt Siebe, het is wel toevallig dat we weer in dezelfde straat wonen.

Andries ?

 

Foto van Jaap van der Zwaag: Hierbij een afdruk van de aquarel welke ik ooit heb gemaakt van het huisje van mijn opa, Achterom 6.

 

Foto van Kleis Visser jr. Dit is het Achterom 6 het huisje van mijn opa (Jacob Visser Japie van Kleis) vlak voor de sloop!

 

Bewoner van het Achterom: Foto van Jaap van der Zwaag: Jacob Visser voor zijn huisje!

 

 Foto van Jaap van der Zwaag: En nog een foto van Jacob Kleis Visser in de deur van zijn huisje in Achterom 6.

 

Bewoner van het Achterom: Jacob van Kleis Visser: foto van de achterkleinzoon van Jacob Visser (Kleis Visser jr).

 

Distributiebon voor Lederen schoenen: foto van de achterkleinzoon van Jacob Visser (Kleis Visser jr).

 

Foto van Kleis Visser jr. Links: Gerrit Visser en rechts Kleis Visser jr. (De schoonzuster van mijn oma, was getrouwd met Jaap Visser en ze woonden op de Lange Streek. Ze hadden daar het kousen winkeltje Mirlon Mirlana. Ze hadden één zoon en die heette ook Jaap Visser. Mijn opa heette ook Kleis Visser evenals mijn vader. Mijn overgrootvader was Jacob Visser (Japie van Kleis).

 

Bewoners van het Achterom:  Foto van Kleis Visser jr.

 

Bewoner van het Achterom: Jacob van Kleis Visser. Foto van Kleis Visser jr.

 

 

Huisjes met bleekjes in 't Achterom.

 

Bewoners van het Achterom. Links; Meinze de vries en Steven Visser. Zij visten bij Jan Mulder als eerste knecht en als derde man. Op de foto zijn ze aan het haring lossen. Voordat ze verder gingen werden zij dus even gekiekt Dan wordt de mand verder vol geteld met vijftig worp van vier haringen. Dat werd dan een tal genoemd, twee honderd stuks. Op de havenkant werd de mand dan aangepakt door een visrokers knecht, en leeggegooid in een kar. Als er 'n veertig tal in de kar was gelegd, moest die naar de rokerij worden gebracht. Honderden karren vol zijn ze zo van de haven gehaald. Meinze een neef van Evert de Vries, bracht als loods ook wel schepen naar Amsterdam. Op zo'n reis is hij op de Oranjesluizen aan een hartaanval overleden.

 

Bewoners van het Achterom: Op deze foto op de bovenste rij, Sake Leeuwkes Bootsma, Kleis Visser, Douwe Tijsseling, Jan Jans de Blauw, Jacob Tijsseling, onbekend, Jan Visser zoon van Andries, Gerben Bootsma, Siemen Zeldenthuis en Jelle Toering.

Onderste rij, Pieter Gaukes Bootsma, Marten Visser zoon van Rense, Leeuwke Leeuwkes Bootsma, Jaap Visser zoon van Andries en Gauke Bootsma.

Bewoner van het Achterom. Sake Visser ( Sake de Rus) geboren op 6 februari 1857, overleden op 20 december 1944, zoon van Jacob Visser en Albertje Sakes Bergsma. Sake was gehuwd met Akke Koornstra.

 

Bewoner van het Achterom: Jan Adriaan Visser, geboren te Lemmer op 19 maart 1893, overleden aldaar op 8 november 1963, 70 jaar oud, zoon van Sake Visser en Akke Koornstra. Hij is getrouwd te Lemsterland op 11 september 1919, op 26-jarige leeftijd met zijn nicht Rimke Visser (22 jaar oud), geboren op 4 juli 1897, overleden te Sneek op 30 januari 1971, 73 jaar oud, dochter van Jelle Visser  en Foekjen Sietsma.

 

     Jelle Visser.

  Foekjen Sietsma.

Bewoners van het Achterom:Jelle Visser, Visser, geboren te Lemmer op 3 augustus 1869, overleden aldaar op 30 september 1947, 78 jaar oud, zoon van Jacob Visser en Albertje Sakes Bergsma. Hij is getrouwd te Lemsterland op 18 mei 1894, op 24-jarige leeftijd met Foekjen Sietsma (28 jaar oud), geboren te Sondel op 21 januari 1866, overleden te Lemmer op 20 september 1947, 81 jaar oud, dochter van Johannes Beernts Sietsma en Rimke Beerends Kouwenhoven. Jelle was eigenaar van de aak LE 45.Het gezin Jelle Visser heeft gewoond in het Achterom (H 116 en nr 30)

 

Bewoners van het Achterom: Aan boord LE 91 bezig met lijnvissen(hoekjen) aan het roer Jan Adriaan Visser, zoon van Sake Visser ( Sake de Rus), midden zoon van Jan Adriaan (Jelle) man op de rug is Teunis Visser ( de Flapper).

 

Bewoners en ex bewoners van het Achterom: Van links naar rechts, op het eerste bankje Leeuwke Bootsma "Leeuwke van Riek", Wiep Visser, Andries. A. Visser, Willem van der Veen en Jan Poepjes. Op de bank rechts: Jaap Visser, Hendricus Vlig, Andries.F.Visser "Ome Andries (Roelie), Renze Visser, en Sake. K. Visser   Ingelse Sake

Op de middelste bank is alleen aan de rechter kant Reitze Lemstra duidelijk te herkennen. Daar tegenover staat Klaas Bijlsma.

 

Bewoners van het Achterom: Sake en Bienke Visser, met Gea en Roelie Visser.

 

Het huisje met het stoepje naast het Logement, heeft Roelie met haar ouders zusters en broer gewoond. Ik herinner mij nog zo goed hoe het hoe het toen was. Het huis was vroeger een winkeltje geweest, dus als je de voordeur instapte betrad je gelijk een hele grote ruimte, daar had ik van mijn vader een rekstok, ringen en een schommel gekregen prachtig was dat. Die hingen dan aan de balk in die ruimte, we maakten aan de rekstok eindeloos vogelnestjes. Dan hadden we een ruime keuken en een woonkamer. Dan met een houten trapje naar boven waar de zolder was. Daar sliepen de kinderen, vader en moeder hadden voor zich zelf een apart kamertje gemaakt, mijn bed stond vlakbij de houten trap. De gezelligheid die Evert de Vries o zo mooi beschreven heeft was vele jaren later nog aanwezig in het Achterom.

Vader kwam altijd met van alles thuis, zo ook een keer met een afspeelbare film van Walt Disney. Dat was feest alle kinderen op de grond met koek en chocolademelk de film kijken. Vader en moeder waren net zo blij als de kinderen zelf. Later kwam de eerste televisie in het Achterom, en wel in het huisje waar Evert gewoond heeft, en waar toen mijn vriendin Siena Akkerman van Jan en Betsje Akkerman woonde. Voor een dubbeltje per kind mochten we daar altijd 's woensdags middag tv kijken destijds hadden we de verrekijker met Dappere Dodo.

Verder speelde ik heel veel met Hanne ten Wolde. Hanne was de zoon van Jan ten Wolde en Sjoerdje Rottiné. Leo Bootsma van Gauke en Griet Bootsma was ook altijd van de partij en Cornelis Visser mijn neef. Hanne en mijn persoontje hadden een keer fikkie gestookt, nou dat hebben we geweten. De gebeurtenissen in ús Honk waren ook altijd prachtig echt zo'n buurtsfeertje.

Verder kwamen veel bij ons langs Herre v.d.Veen die bij ons op de Pietersbuurt had gewoond, Jelle (Witte Jelle) voor zijn soep waar hij dan ook wel weer aan toe was, Jelle woonde pal achter ons. Ook zijn vriend Jilling (Lange Lint) Kingma was vaak in het Achterom te vinden, het was een paar apart, maar zulke fijne beste mensen.

Dan hadden we Antsje en Joffert, zij hadden een zoon Marten dacht ik en ook een Joffert? Antsje had ook wel dat karakteristieke wat bij het Achterom thuishoorde. Wat ook speelde waren de gasmuntjes die je in de meter moest doen om gas te krijgen, en tja die waren er soms niet,  voor moeder was dan het huis te klein, we wisten niet hoe snel we buiten moesten komen. Toen we later thuis kwamen was het alweer opgelost en was alles alweer vergeten, zo ging dat op het Achterom.

Zo was het ook zo gezellig zomers, dan zat het hele Achterom buiten op stoeltjes allemaal wat bij elkaar te buurten, de kinderen er gezellig om heen spelend. We hadden zo ook s'avonds een buurman,  die een fles in een boot had. Ik ben daar vaak binnen geweest, omdat ik die boot in die fles zo mooi vond, buurman vroeg dan steeds heel lief, Roelie weet je wel hoe die boot in de fles komt, ( in het fries hoor) dat wist ik echt niet, hij liet de fles aan alle kanten zien, inmiddels waren er al andere buren bijgekomen uit het Achterom, die vonden dat zo leuk, buurman zei dan, als je het weet krijg je wat lekkers ( snoebegud). Dus ik iedere keer weer naar buurman die altijd voor de deur op zijn stoepje zat, dan vroeg ik mag ik de fles nog 1x zien ( ik had hem inmiddels wel 20 keer gezien) dan weet ik het wel. nou op een gegeven moment vertelde hij het, en kreeg ik een rolletje rang, in die tijd heel lekker. dat was echt heel leuk. Die buurman was de pake van Kleis Visser."Mijn Pake in het Achterom had inderdaad een fles waar een boot in zat, maar die bezit ik helaas niet, Ik heb wel een boor met een fles er in van mijn andere overgroot ouders die woonden in de Parkstraat en heetten Brandenburg."

Verder is de geur van Lemmer mij altijd bijgebleven, de geur van de visafslag, van de teer van de vissers en het Lemsterstrand. Vader werkte toen der tijd  bij de Jan Nieveen en de visafslag, als het tegen etenstijd liep mocht ik het brood altijd brengen, dat was leuk zo mocht ik dan even op de Jan Nieveen rondlopen. Ome Andries was er vaak ook even zijn vaste spreuk was dan "Do komst altyt te let by ús Oaete thús " dan was het een aai op de bol.

Vader was altijd op de schnabbeltoer, Als dorpsomroeper, sinterklaas bij Molenberg, ik ging ook sinterklaas kijken, en kwam helemaal opgewonden thuis, mem mem sinterklaas het Heit syn skûnnen an, (Sake was daarvoor aan het wittelen geweest en had witte spetters op zijn schoenen gekregen) die had ze herkend. Sake was ook levende reclameman samen met Freek, "van Reus tot dwerg naar Molenberg", alles wat geld opleverde pakte hij aan en alles kwam ten goede aan zijn gezin.

De tijd dat vader tussen de bedrijven door ook nog ijsventer was, hij stond met zijn ijskar vlakbij het Lemsterstrand, voor een kind erg leuk, vaak als ik uit school kwam zat ik altijd op het zadel van de fietskar als vader aan het verkopen was. En dan s'avonds met het hele gezin dubbeltjes en stuivers tellen fantastisch was dat.

Ons huis had nog tonnetjes wat voor ons heel gewoon was, met krantenpapier. Toen wij noodgedwongen moesten verhuizen naar Zaandam omdat er geen werk meer was in Lemmer. Was dat ook heel vreemd, we gingen met de verhuiswagen opweg naar Zaandam. Waar we een prachtige flat gekregen hadden met wastafels een douche en een wc. Eén van de kinderen moest na de lange rit naar de wc en riep "mem er biine gjin kránten" waarop de geschrokken verhuisman zei "Nee dat kan niet, op deze wc's moet je wc papier gebruiken" 

Het was een mooie tijd daar op het Achterom in de Lemmer.

Roelie Spanjaard Visser.  

Bewoner van het Achterom: Meinze de Vries, geboren op 12 december 1867, overleden op 21 november 1944 te Lemmer.

 

Bewoners van het Achterom: Later Gebr. Rottine ( de klutsen) Hendrik Harm en Jan.

 

 

De aak van de vader van Anne Visser ( De medewerker van de pagina "Het Achterom"), Jan Adriaan Visser.

 

Lemmer had tot 27 januari 1767 geen katholieke kerk, toen werd de kerk van Follga opgeheven en naar Lemmer verplaatst. De nieuwe kerk werd gebouwd in het Achterom aan de Rien (Vissersburen), naast een oude scheepswerf, gelegen aan het "Deade gat". Bij de renovatie van de Vissersburen enige jaren geleden zijn van dit hellinggat resten van de beschoeiing teruggevonden

Op dit kaartje, afgegeven door het kadaster uit Sneek, is het Deade Gat in het Achterom  te zien, Deze opvaart liep tot halverwege de Beneden Schans. Het nummer 1774 is ongeveer de plek, waar nu de bloemenzaak aan de Vissersburen is.

 

Het Achterom 1974 bijna gesloopt.

 

Foto van Roel Verhoeff: Het Achterom in januari 2002.

 

| 1 | 2 |

Home


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.