Binnenhaven, te
Lemmer.
|
1
|
2 |
3 |
4 |

In 1790 heeft J. Bulthuis gravures van het dorp Lemmer
gemaakt. Deze afbeelding toont de Lemster toren en de
Binnenhaven, die toen nog Buitenhaven was. Achter de brug
ligt de zeesluis, waar nu nog de naam Oude Sluis aan
herinnert. In die tijd hadden veel zeilschepen Lemmer als
bestemming, want in die tijd was vooral het vrachtvervoer
per zeilschip belangrijk in Lemmer.




Foto van Pieter Kamminga:
De "Jan Nieveen" die een pleziervaart maakte naar Schokland
en Urk.



Links is
Andries Koornstra (Esje).

Foto van Charlotte
Sterk-Huiskes.


Een foto van het hart van Lemmer, de foto is waarschijnlijk
gemaakt in 1910-1915 omdat links op de foto het logement van
Vegter nog staat. Lemmer was toen een bedrijvige plaats met
zijn vissersvloot, De Lemsterboot en verdere scheepvaart.
Daarnaast waren er rokerijen, scheepshellingen,
blokmakerijen en smederijen. Er stonden ook nog een viertal
boerderijen in de bebouwde kom. In de zomer, als de boten
volop voeren, waren de trams afgeladen met mensen. Gelukkig
waren er toen geen auto's, anders was er geen ruimte genoeg
geweest. Verder zien we op de foto de nachtboot en twee
dames, die zeker vis van de haven hebben gehaald. Zoals men
ziet stonden de woningen waar later Fekke Tuinier, Johannes
Duim en Jolle de Boer in woonden de zgn, noodwoningen er nog
niet. Op en rond de brug lopen enkele mensen. Er komt een
motor aanvaren en Jelte de Jong, staat al klaar om de brug
open te draaien. Uit de sluis komen meer schepen aan,
terwijl de schepen, die langs de kade liggen, zich klaar
maken om geschut te worden en zeewaarts te gaan.



Op de voorgrond staan een partij lege vaten waar steur- en
maatjesharing en zoute makreel in hebben gezeten. Deze
makreel werd eerst in water gezet. Als het meeste zout eruit
getrokken was, werden ze van binnen schoon geboend.
Vervolgens werden ze opgespeet, waarbij in de opengesneden
buik van de makreel een stukje hout kwam om de vis open te
houden en op die manier beter doorgerookt te krijgen. Zo
werden ze in een hang gehangen en gerookt, waardoor je een
lekker visje kreeg. Deze makreel werd meestal op roggebrood
gegeten. Op deze wijze toebereide makreel zie je nu nooit
meer. het zal wel een Lemster specialiteit zijn geweest. In
die tijd stond alle in Lemmer gerookte vis goed bekend,
speciaal de bokking. De ledige vaten gingen dan met de
nachtboot, die even verder op ligt, terug naar IJmuiden of
Vlaardingen. Honderden vaten werden zo gebracht met de kar
naar de boot. Voor S. A. de Blauw kwam er een B op
het vat, voor de Rook een R. voor Sterk ST,
voor Scheffer S en voor de Jager een J. Voor
de wal ligt een schip dat klompenmot moet lossen. Een
product wat je hier nu niet meer ziet.



Direct uit de schuit gewogen worden de haringen ongekaakt in
kistjes gedaan, gezouten, met ijs bedekt en naar Duitschland
verzonden. De foto toont de kistjes met gezouten haring,
voor verzending gereed.


Lemmer 1919: Een meevaller voor de Haringvisschers te
Lemmer. Dat de afgelopen winter zeer nadeelig was voor het
visschersbedrijf, is duidelijk. Gelukkig heeft de maand
April veel goed gemaakt; voor niet minder dan f 40.000 is in
die maand aan den afslag aangevoerd. Men ziet op de foto de
visschers bezig, de netten van de vangst te ontdoen.



1997; Gezicht op Lemmer
met op de voorgrond een groep reigers op het dichtgevroren
water.

LEMMER - Al wekenlang wacht op de dichtgevroren Lemster
binnenhaven een kolonie reigers op het nog ver lijkende
voorjaar. De dieren worden dagelijks door vogelwachters uit
Lemmer gevoerd met resten schol en tong uit het
fileerbedrijf van de gebr. Sterk. Het zijn er meestal een
dikke veertig en afkomstig uit "De Wiele", een bosje tussen
Lemmer en Follega, waar ze hun broedplaats hebben. "Wol hwat
meager", zegt Pieter Bootsma, die ze dagelijks voert, "mar
se komme net om". Hij trekt elke dag met zijn zoon Gauke en
Paul Wind langs de vogelconcentraties in en rond Lemmer om
voedsel te brengen. Iedere middag storten de hongerige "ielreagers"
zich wachtend op de visresten, per keer zo'n veertig kilo,
terwijl ook plaatselijke vissers hun overschot wel eens op
het ijs van de binnenhaven smijten. "Sûnder help wienen se
al lang dea west", meent Bootsma. ter afwisseling konden de
mannen dezer dagen de vogels eens op wat anders trakteren:
kippenhartjes en levers, door een inwoner bij het slachten
van pluimvee overgehouden: "En ek dat gie der bést yn". zo
hebben de vogelwachters met genoegen vastgesteld.

Lemmer - 1973. In de binnenhaven van Lemmer bivakkeert sinds
enge dagen deze aalscholver (ielgoes of skever in het Fries)
Tijdens het schutten van enkele schepen is de vogel vanaf
het IJsselmeer de haven binnengekomen en daar schijnt hij of
zij zich tussen de mensen wonderwel op zijn gemak te voelen.
De sportvissers werpen hem geregeld een paar ondermaatse
visjes toe en die laat de aalscholver zich uitstekend
smaken. Op de foto: de ielgoes op de rand van een roeiboot.