|
Buitenhaven
,,Het
getij gaat zijnen keer en wacht naar Prins noch Heer."
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
6
|
7
|
8
|
9
|
10
|

Vragen
over het schilderij,

Bedrijvigheid in de
Lemsterhaven.
Vertrek met een
ijsvlet naar de "Friesland" Lemmer 28 januari 1928.
Grote veranderingen
alom, maar de vissersvloot is er nog. De Lemsters vissers leverden
in moeilijke jaren een belangrijke bijdrage aan de
voedselvoorziening in oorlogstijd.
Lemmer - Havenmond.
Toen de tram in
1947 stopte met het personenvervoer werd de exploitatie van de boten
moeilijk. De laatste reis werd gemaakt in september 1948. De boten
hebben eind jaren veertig en begin jaren vijftig nog enige tijd
gedurende de zomermaanden op Amsterdam gevaren. Hun ligplaats was
aan het begin van de gording. Vanuit het hokje op de Westdam werden
de plaatsbewijzen verkocht.
Attaque van de
Engelsen op de Lemmer 19 september 1799. Een minder vreedzame
gebeurtenis op de Zuiderzee voor onze kust, deze aanval van de
Engelsen. Het ziet er dreigend uit met vier grote schepen voor de
haven. Van het dorp is weinig te zien. In het midden alleen de kerk
met toren en de vuurtoren. Die zal ongeveer gestaan hebben op de
plaats waar nu de Lemstersluis is. Daar liep een houten pad naar toe
waar Johannes de Vries zijn grootvader vaak over verteld heeft, hoe
de mensen die naar het hoofd gingen - er zijn enkelen die een loop
naar de sluishokjes nog zo noemen - bij hun voor de deur langs
klotsten.
Evert de Vries
vertelde; De foto die toen is gemaakt, kwam ik deze week tegen en
daar wil ik wat over vertellen. Om bij de rechter paal te beginnen,
daar staat ondergetekende met naast mij Jurjen Bootsma. Dan komen
Sietse Poepjes en Wieberen Seldenthuis. Vooraan bij de eerste ton
staat Johannes Bosma dat was een jongen die je alle dagen zag en die
ineens een week of wat verdwenen was. En als je dan vroeg buurman
waar heb je zolang gezeten, dan was het antwoord onkruid vergaat
niet. Verder op de foto zien we Siemen Seldenthuis. Deze kende ik
heel goed omdat mijn oudste broer Ferdinand bij hem voer. Er werd
altijd veel gelachen, als het 's morgens 11 uur was zei hij
Ferdinand "jij red het verder wel, dan ga ik geld van de afslag
halen". Seldenthuis had drie zoons, Wieberen, Hans, Marten en drie
meisjes, Kee getrouwd met Johannes de Jong en Hielkje en Renske die
in Amsterdam gingen wonen. Naast Zeldenthuis staat Willem Bootsma,
dan zijn vader C. Bootsma. Zij woonden tussen de Schans en het
Achterom. Daar waren 4 jongens en 2 meisjes. De oudste Germ was
overleden, verder waren er Andries, Sake en Willem en de meisjes
Iemkje en Albertje. Andries was getrouwd met Zwaantje Dijkstra. Het
mannetje met het witte baardje is Teade Wouda, achter hem met de
bakfiets in witte jas is slager Rijpkema van de Polderdijk. Onder de
giek van een van de schepen door is op de Oostdam het oude badhokje
nog te zien. De palen met de witte koppen op de voorgrond zijn later
door Willem de Blauw afgezaagd. Ze hebben hun weg gevonden als
brandhout in zijn kachel.
Siemen Seldenthuis.
De schepen die
hier liggen, moeten waarschijnlijk wachten tot het goed weer is
om de Zuiderzee over te gaan richting Amsterdam. Aan de overkant
is de Vluchthaven te zien, dat is de plaats voor de
vissersschepen.
Wat een plaatje, deze
opname het gaat vast om een wedstrijd, aan de vlaggen te zien.
Drukte in de
havenmond. Met weinig wind drijven een tjalk, een klipper en een
aantal visserschepen de haven binnen. Ook op deze foto zien we
de LE 74 van Frans Visser.
Havenmond te Lemmer.
Nog een
zeilwedstrijd, aan het publiek rechts te zien.
Een rustdag voor de
vissers.
Foto van René
Berg: Om het waterverkeer in en uit de werkhaven te
vereenvoudigen werd de Oostdam ingekort door een stuk weg te
baggeren.
Wer't de dyk it lân
omklammet
Lemmer is ontstaan
dankzij de gunstige ligging: aan de Zuiderzee en met een goede
verbinding naar andere dorpen in Friesland via de Zijlroede en de
Lemster Rien. Naast de binnenvaart was vooral de visserij belangrijk
voor Lemmer. De Zuiderzee heeft vanaf 1600 dezelfde samenstelling
gehad en sinds die tijd wordt er al gevist. Voordat de visserij in
beeld wordt gebracht, moet eerst de situatie in die bloeitijd
geschetst worden. De belangrijkste periode van de visserij was vanaf
eind 19e eeuw tot halverwege de 20e eeuw. Hier zien we de Zuiderzee
met de Westhavendam zoals het er voor 1930 uitzag. In 1932 was de
afsluitdijk klaar en sinds die tijd is er veel veranderd. Niet
alleen veranderde de beweging op zee, maar veel vissoorten
verdwenen, wat uiteindelijk de visserij de das om heeft gedaan.
Een andere
beschrijving is: Storm op de Zuiderzee. Links, in de hoek van de
dijk, was een klein strandje, waar van alles aanspoelde. Toen na het
gereedkomen van de Afsluitdijk het water zoet werd, stierven veel
zoutwatervissen, waaronder bruinvissen, die een hevige stank
veroorzaakten. Dat hoekje kreeg dan ook de naam 'stjonkhoeke'.
|
1
|
2
|
3
|
4
|
5
|
6
|
7
|
8
|
9
|
10
|
Home
Niets uit deze
website mag worden
verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt
of op
andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de samensteller. |