|
Grietmannen
(Burgemeester) van Lemsterland tot 1795
Als eerste Grietman dezer naar
rang zesde Grietenij van Zevenwouden wordt genoemd Edo van Jongama
in 1497 (Hij schreef een verloren gegane Friese kroniek). , die
reeds in 't volgende jaar vervangen werd door Augustinus Stijntiema.
in 1498 deze sneuvelde 10 Juni van dat jaar bij Laaxum. De opvolger
van deze was Jancke Oosterzee, ontleende zijn naam naar de stins te
Oosterzee, waar hij woonde. In februari 1517 kreeg Gysbert van
Schoten niet alleen Schoterland, maar ook Oosterzeeland, alzoo een
deel van Lemsterland onder zijn bestuur. Wellicht waren toen de 3
andere dorpen tijdelijk bij Gaasterland gevoegd. In 1524 30
september kwam Nolle Heresh, ook in 1527. Daar hij een doodslager
had laten lopen, werd hij in de gevangenis gezet, waaruit hij in
oktober 1526 weder werd ontslagen. Was lid van de commissie voor de
dijken in 1525.
In 1527 of 1528 werd aangesteld,
Pieter Visscher in plaats van Nolle Heresz. Ook grietman van
Doniawerstal. Komt nog in 1537 voor. werd in 1539 opgevolgd door
Kerste Piers die in Schoterland woonde. Omdat hier over geklaagd
werd, werd hem bevolen huis, vuur en licht binnen de Grietenij te
houden. Ook moest hij het bewijs leveren, dat hij minstens 18 à 20
goudguldens inkomen had, en aan wie in december 1569 werd
opgedragen, om een vendel soldaten bijeen te brengen en daarover
hopman te zijn. Komt ook voor 1571.Verder werd hij van manslag
beschuldigd en deswege vervolgd, waarop hij vluchtte naar het
buitenland en is niet lang daarna overleden.
1572, op 8 februari werd aangesteld Idzard Stijntiema, wegens
overlijden van Kerste Piers; nog in 1575, Stijntiema was tevens
dijkgraaf.
In het vorige jaar 15 october 1574) was Marten Hankces (Marten
Hankema) tot substituut aangesteld , wegens ziekte van Stijntiema.
Sijbrand Benkesz. deed na 't overlijden van Stijntiema alle
mogelijke moeite, om grietman te worden, Sijbrand Benkesz werd in
1580 afgezet wegens Spaanschgezindheid. Waarop Pier Ansckes kapitein
van een vendel, dat de Lemmer moest verdedigen, als grietman optrad.
Beter thuis in het krijgswezen dan in het burgerlijk bestuur, ging
hij met zijn soldaten naar Enkhuizen, om in Holland de de
vaderlandse zaak te dienen Pier Ansckes , woonde wellicht te Follega
en was vrij zeker een kleinzoon van Pier Ansckes, die in 1541
grietman was van Doniawerstal. (In een rekwest van 30 december 1596
klaagt zekere Anthonius Trajectensis , eertijds Ganonicus te
Leeuwarden , dat hij indertijd „doer den hopman Pier Ansckes", die
toen „in den schans van den Lemmer" lag, „sonder eenig recht oft „reeden
van den dorpe gehaelt ende an handen ende voeten gefloten is
geweest.
1585), 15 april Jaen Aukes, is
vrij zeker grietman tot 1609, was tevens volmacht te landsdage. Zijn
opvolger Christiaan Johannes Oosterzee werd in 1609 Grietman. Als
lid van de Friesche Staten volgde hij de lijkstatie van Graaf Willem
Lodewijk. Ciprianus Oosterzee, zoon van de vorige, woonde als deze
op de stins Oosterzee, en was van 1635-1641 Grietman, toen Frederik
van Roorda werd aangesteld. In zijn betrekkingen van dijkgraaf,
volmacht ten landsdage en commissaris-politiek bij de synode te
Harlingen, deed hij zich steeds van de gunstige zijde kennen. Hij
overleed in 1665. Saco Fokkens volgde hem op, maar reeds in 16666
was Tinco van Andringa Grietman. Als lid van de gedeputeerden hield
hij zich teveel in Leeuwarden op. Martinus van Scheltinga,
1689-1692, deed in laatstgenoemd jaar afstand ten behoeve van zijn
neef Regnerus van Andringa, toen 18 jaar oud. Door het aanleggen
zowel van veerschepen en postwagens, om de doortocht uit Groningen
en Friesland naar Holland langs de Lemmer te doen plaats hebben, als
door het lokken van ondernemende mensen, bevorderde hij de belangen
van zijn geboorteplaats, die daardoor in bloei toenam. In 1741 deed
hij afstand van de Grietenij en had tot opvolger Regnerus Lijklema à
Nijeholt, die in 1752 Lemsterland met Utingeradeel verwisselde.
Daniël Livius de Kempenaar was 30 jaar Grietman van Lemsterland en
werd in 1772 vervangen door Regnerus Livius van Andringa de
Kempenaar, die in 1795 werd ontslagen. In 1804 was hij lid van het
wetgevend lichaam der Bataafse Republiek, onder koning Lodewijk,
Landrost van Friesland en onder keizer Napoleon Prefect van de Boven
IJssel (Gelderland). Hij stierf in 1813 te Arnhem, gedurende het
beleg van die stad door de Pruissen
De grietmannen van Lemsterland.
|