|
Langestreek, Lemmer.

Babbeltje over
Lemmer...de Langestreek.
Mevr Romkema
vertelde: Even een babbeltje naar aanleiding van de
mooie foto van de Langestreek, want toen kwamen er
weer heel wat herinneringen naar boven. Inderdaad
net als Evert de Vries schreef in zijn columns,
eerst kreeg je de winkel van Koksma, of liever
winkels, want ze hadden er twee. Je kon er
gereedschappen kopen, maar ook huishoudelijke
artikelen, tot lampenglazen, katoen voor het
petroleumstel, naaimachinenaalden, een schenktuitje
voor de theepot. (Als er een stukje van de tuit af
was kwam er een gummituitje om) Naast Koksma had je
de kruidenierswinkel van Smink en niet Smeding. het
was een grote winkel en ik herinner mij nog dat op
het raam stond fa. Glas. Smink was dus
filiaalhouder. Daar ben ik heel wat keren om
boodschappen heen geweest, het best herinner ik mij
de mobilisatietijd 1914-1918. Dan werd er met de bel
omgeroepen dat er weer het één of ander levensmiddel
op de bon te krijgen was. Samen met mijn
vriendinnetje er vlug op af en wat waren wij dan
teleurgesteld als het artikel op was als wij aan de
beurt waren. De winkels waren toen nog tot acht uur
open en zaterdags zelfs tot 10 uur 's avonds. Smink
had twee jongens, Siemen en Hindrik en een meisje
Jantje, die waren bij ons op school. Naast Smink
woonde Mej. Jetske de Jong, een zuster van Eile de
Jong en van vrouw Zandbergen. Ik zie haar nog zo
voor me, het was een kleine vrouw en ze droeg een
oorijzer. En dan in het grote huis ernaast woonden
de dames Visser. Dat waren een tante en een nicht.
Die oude mevrouw zat meestal voor het raam en haar
nicht deed de boodschappen. Ze droeg een lange japon
met hoge boord met van die baleintjes erin en ze had
ook steevast een grote hoed op. Ze werden nooit
'dames Visser' genoemd, maar het was van "daar woont
Pjirkje". Of die oude dame zo heette of haar nicht,
dat is mij niet bekend. Wie daarnaast woonde dat
weet ik niet meer, maar daar weer naast woonde Atte
Knol (vader van bakker Knol) en dan kreeg je dacht
ik de manufacturenwinkel van Hoeksma. Hoeksma woonde
daar samen met zijn zuster. Het was een lange magere
man en altijd in het zwart gekleed. Zijn zuster
hielp ook wel in de winkel, dat was een hele aardige
dame.
Ze was ook
zondagsschoolonderwijzeres. We mochten wel graag
naar de winkel toegaan om boodschappen, want we
kregen dan altijd een snoepje. het trommeltje stond
op de toonbank. Er gingen praatjes door Lemmer, dat
er ook nog een oude vader in huis was en als er dan
een klant in de winkel kwam dan riep hij "Hoeksma
honger?". Maar men zegt zoveel; wij hebben het
nooit één keer gehoord. Wie er dan zo verder naast
elkaar woonden dat weet ik niet meer. Tenminste niet
zo op een rijtje, maar wel wie er zoal woonden. Daar
woonde Mej. Gerber die we tante Betje noemden. Dat
kwam omdat de dochter van haar broer, ds Gerber, er
altijd kwamen te logeren en dat wij daar altijd mee
gingen wandelen, dat wilden hun oma en tante graag.
Mej. Kaatje Kooistra was daar juffrouw in de
huishouding. Dat was ook een alleraardigst iemand.
Ze was ook presidente van de meisjesvereniging
'Dorcas'. Haar zuster mej. Jeltje Kooistra, was
juffrouw voor de huishouding bij Eile de Jong,
rentenierboer, die daar ook aan de Langestreek
woonde. Vader las de 'Standaard' met de Jong en die
moesten wij dan uit school daarheen brengen. Dat
vonden we wel fijn want we kregen dan ieder een
appel van juffrouw Kooistra. Dan woonde bakker
Dijkman er, die met de kar iedere dag bij ons kwam
en zaterdags kregen we dan een zakje zandkoekjes bij
de boodschappen. En niet te vergeten de winkel van
Luite Steenstra. Wat hebben we daar vaak voor de
ramen staan kijken naar al het mooie speelgoed.
Vooral tegen Sint Nicolaas. Ik herinner mij nog dat
het een keer al zo vroor, met 5 december dat de
bloemen dik op de winkelramen stonden, zodat we
jammer genoeg niets konden zien. Er stond ook een
pakhuis aan de Langestreek en daar woonde de familie
Brandsma boven. Dan kreeg je slager Dooitzen de
Jong. Geert Pen had er ook een snoepwinkeltje.
Burgemeester
Pollema woonde daar ook in een mooi huis met een hek
ervoor. Ook woonde er een mej. Hinke Vegter en Jozef
en Sara Blok hebben er ook gewoond. Het huis met die
mooie gevel, waar vroeger burgemeester Callenbach
woonde, werd later bewoond door Semplonius ook
rentenierboer en daar weer naast als ik het goed heb
de heren Lijcklema. Die liepen meestal in het zwart
met een hoed op. Eén van die heren was ambtenaar op
de secretarie. Ze hadden een huishoudster en toen de
heren waren overleden wilde ze een hoed aan de
begrafenisondernemer geven. Maar die hoed was zo
vaal, dat die goeie man er maar voor bedankte. Heeft
deurwaarder Rinsma later in dat huis gewoond, of
daar naast?.
Verder kreeg je
naast de Pottebakkerssteeg het huis van de familie
De Rook en daarnaast Poppe Bakker en dan het zgn.
Vredespaleis waar aannemer de Jong woonde. Van de
kinderen herinner ik me Joukje en Tjerkje het beste,
die evenals mijn zusje op de breischool van juffrouw
Gaasbeek waren, waar ze altijd veel plezier onder
elkaar hadden. Dan had je op de hoek van de
Langestreek en Waaigat nog de groentewinkel van
Kobus Beljon. Vlak bij hen op de hoek was een
brievenbus. Ik herinner mij nog dat een klein
buurmeisje een stel oude ansichtkaarten in een krant
had ingepakt voor haar tante in Amsterdam en dat in
de brievenbus wilde doen, maar dat ging natuurlijk
niet, wat voor het kleine meisje een hele
teleurstelling was.
Om nog even op
de winkel van Koksma terug te komen. Ik herinner mij
nog heel goed dat we er een keer heen moesten om
zo'n gummituitje en in het Fries zeiden we dan
'tuutsje', het was dan "Wolle jimme een tuutsje
hebbe, kom dan mar dan sil ik jim wol ien jaan". 't
was een echte grappenmaker die Marten Koksma. Hij
woonde in Leeuwarden, daar woonden z'n vrouw en zoon
Jurjen, maar Koksma zelf was altijd in Lemmer in de
zaak samen met zijn zuster Grietje. Zover een
babbeltje over de Langestreek.

Foto van Gerrit Bakker: De foto
is omstreeks 1928-1929 gemaakt. Links de heer Jelte van der Meer
en rechts Jaring Buma. De dame links is waarschijnlijk Ike van
der Meer, dame rechts is niet bekend.
Johannes de Vries, verteld: "Jelte
v.d. Meer is eerst in dienst geweest bij de Centrale
Bakkerij. Later is hij voor zichzelf begonnen aan de
Langestreek. Hij werd opgevolgd door Jan ten Have die
volgens mij als knecht bij v.d. Meer gewerkt had.
Waarschijnlijk heeft Jelte eerst nog wel meegewerkt in de
begintijd van Jan. Jan werd opgevolgd door Klaas Huisman en
die weer door Douwe Wienia. Die heeft het bedrijf beëindigd
en verhuurd aan de Wereldwinkel. Zover ik weet woont de fam
Wienia er nog boven". Jelte v.d. Meer heeft het huis ernaast
op no. 27 gekocht; daar woont nu nog de weduwe van Klaas
Huisman.

Foto van Gerrit Bakker:
1928. Een foto van achter de schermen
in de bakkerij. Op de foto staan Jelte van der Meer en zijn
knecht Jaring Buma in de bakkerij bezig met de bereiding van
de producten die nog gebakken en verkocht moeten worden.


Gezicht over
Langestreek en Binnendok.

Johannes de Vries verteld:
"Deze foto kreeg ik van Hillebrand Visser, uit de tijd dat het bedrijf van
zijn overgrootvader de gasfabriek bouwde en de
gasleiding door heel Lemmer moest aanleggen. Dat is
in het begin van de vorige eeuw geweest. Hier wordt
de buis gelegd bij het bruggetje over de sloot die
de Kolk met de Zijlroede verbond. Naar ik meen werd
dit bruggetje het 'draaike' genoemd. Dit zal voor
die tijd een grote onderneming zijn geweest. Door
heel Lemmer moest het gasnet worden aangelegd. Dat
ging niet met een sleuvengraver maar met de hand en
de schop. In dit geval staat de baas niet op de
voorgrond, zoals zo vaak is . De oude Visser met pet
en baard heeft bescheiden een plaatsje op de
achtergrond in het midden van het bruggetje, de
tweede man van links (met hoed) is Hielke Atsma, de
man iets meer naar rechts ( met pet en baard) is
Wiebe Feenstra ( dat is de echtgenoot van Kaatje
Spiekholt voor velen beter bekend als âlde Kaat. Van
de andere personen zullen wel geen namen meer te
achter halen zijn".
Hillebrand Visser heeft de kaart nog van de tijd dat
hij verstuurd is : Beste Commer (de Geus= zoon van
dominee De Geus). Zoo je ziet zijn we tegenwoordig
druk bezig met de gasleiding. 't kleine bruggetje
hier achter hebben we al genomen geruimen tijd
geleden ?. Deze week is de grooten ? er bij Wilder
te water gelaten. Zaterdag hebben we de
Vischersburen er in gelegd, dat was wat met de
passage....er kon haast niemand langs. Do? van Loon?
heeft daar nog in een kuil gelegen. Nou dag je
vriend C. Visser.





Panden van
rechts naar links, veearts Hofstra/v.d Wal, Dames Roukema,
Maartje Vegter, Vliegende hond/P. Koopmans, kapper de
Roos/Breimer, slager de Jong, pakhuis Brandsma.


Hier is een
levendige handel te zien, iets naar rechts is wel een hele
smalle woning.

Lemmer, eind
van de Langestreek. Een plaatje van zo rond de
eeuwwisseling. Wat het meeste in het oog springt op dit
plaatje, is de sloot op de voorgrond. Deze liep een eind in
het Waaigat op. De huizen links hadden hier nog geen tuintje
over de weg naar de Zijlroede. Van de Trambrug is nog geen
spoor te bekennen. Zo ongeveer waar de verste bomenrij
staat, had het daar de naam van Noorwegen.

Een jarenoude
opname van de Langestreek. Een Langestreek waar nog geen
plantsoenen te bekennen zijn; één scheepje in Het Dok en als
verkeer twee lege karren, een fietser en een voetganger voor
de winkel van Koksma. Behalve de beide eerste panden van
Koksma, waar later de meubelzaak van Reekers gevestigd was,
gevolgd door de zaak van Boonstra en nu, na de brand en een
jarenlang braakliggend Les Pays Bas met bovenwoningen te
vinden is, is er heden van de hier afgebeelde bebouwing nog
het meeste intact. al zijn er door de nodige ontwikkeling
tot winkelstraat wel de nodige aanpassingen verricht.

Dit pand links, is in 1972 door brand
verwoest, en is later herbouwd. Opvallend is de entree
waarboven een gesneden bekroning. Het hardstenen bordes en
de trap zijn origineel. Boven de ingang, op een kleine
borstwering, een dakkapel aan weerszijden voorzien van brede
gesneden klauwstukken. Het schilddak wordt bekroond door
twee hoekschoorstenen waarop borden. Het pand dateert uit
het midden van de achttiende eeuw en werd gebouwd door de
welgestelde houtkoper Nanne Aenes (1670 - 1753). Hij legde
in 1716 de eerste steen van de Hervormde Kerk en was
bijzitter of mederechter van de grietenij Lemsterland. Op de
achtergrond zien we de zee en de Nieuwe Dijk. ook de tuin
van Andringastate ligt er nog voor een deel, zoals is te
zien aan de grote en hoge bomen. Het pand daarnaast bevat
het verhaal van Monica Boomsma v.d.Kroon.-
Het moet ongeveer in '81 zijn geweest dat mijn vader ons
vertelde een pand te gaan bouwen in Lemmer.
En wel
op de plaats waar meubelzaak Reekers had gezeten. Deze
was door brand verwoest en die plek was al een tijd een
gapend gat aan de Lange streek. Ook wel "t gat van
Lemmer"genoemd. Hij vond dat ik de eer had om de
eerste paal te heien, zogezegd zogedaan.
Ik
ben met mijn vader regelmatig wezen kijken naar
't pand en hij verteld me dat we later nog een keer
zouden uitbouwen want er was nogal wat ruimte
achter t pand aanwezig en er was een parkeer
terrein en dus makkelijk te bevoorraden. De zaak
werd een brood banketbakkerij met een tearoom en
ijssalon. Ik ben er als jong meisje vaak aan het
werk geweest en vond de zomermaanden geweldig, al
die boten in 't Dok en die gezellige drukte. Doordat
mijn vader een behoorlijke financiële tegenslag
heeft gehad is hij failliet gegaan en heeft het
pand toen verkocht, het werd " Les Pays Bas" een
restaurant waar ik nog vaak ben geweest en waar ik
me dan even weer thuis voelde. Ook omdat het
interieur er nog steeds was en die had ik samen met
mijn ouders uit mogen zoeken. Tegenwoordig heet het "Lange Piet"en is het een café.

Langestreek 1
Dit pand (met trapje) is in 1972
door brand verwoest, en is later
herbouwd. Opvallend is de entree
waarboven een gesneden
bekroning. Het hardstenen bordes
en de trap zijn origineel. Boven
de ingang, op een kleine
borstwering, een dakkapel aan
weerszijden voorzien van brede
gesneden klauwstukken. Het
schilddak wordt bekroond door
twee hoekschoorstenen waarop
borden. Het pand dateert uit het
midden van de achttiende eeuw en
werd gebouwd door de welgestelde
houtkoper Nanne Aenes (1670 -
1753)Hij legde in 1716 de eerste
steen van de Hervormde Kerk en
was bijzitter of mederechter van
de grietenij Lemsterland.
|
Lemmer |
1716 |
15
mei 1716 is de eerste
steen gelegd door Nanne
Aenes houtkooper in de
Lemmer ......... |
kerk |
Ane Nannes
was een zoon van Nanne Anes en
Kersten Clases (x
Lemmer,14-07-1639.) Hij was
timmerman en houtkoper te
Lemmer. Hij huwde te Eesterga op
11-04-1669 met Tet Hendriks, een
dochter van Hendrik Cornelis en
Sjoerdtje Eyttes.
Ane Nannes hertrouwde te Joure
met Gelske Sjoerts op 09-07-1676
Kinderen
van Ane Nannes:
1. Nanne
Anes _Lemmer, 29-06-1670, x
Lemmer, 10-02-1695 Janke Annes
Schanstra. Nanne was houtkoper,
zeilmaker en vrederechter te
Lemmer.
Hij legde de eerste steen van de
hervormde kerk in Lemmer.
2.
Cornelius Anes, + 1742, x
Lemmer, 17-11-1700 Martje
Foppes. Cornelius was predikant
te Sint-Johannesga (1705-1735).
Afgezet wegens vloeken en
dronkenschap.
3.
Christina Anes.
4. Claas Anes.
5. Sjoerd Anes.
In 1762
vestigde zich in dit huis
Nanne Jouwerts Stapert (1740
- 1826) kleinzoon van
voornoemde Nanne Aenes. Hij
was eveneens houthandelaar.
In 1773 liet hij zich een
nieuw huis bouwen naast het
zijne.
Dit is het huidige pand
Oudesluis 9.
Oudesluis
9
In 1982 werd dit pand geheel
gerestaureerd door de
huidige eigenaren, zoals
blijkt uit een kleine
gevelsteen boven het bordes.
Het pand heeft een zadeldak
dat tegen een rijk versierde
klokgevel loopt. De
klokgevel zelf heeft
zwierige aanzetkrullen en
een groot kuifstuk in de
stijl van Lodewijk XV
(Rococo). Hierin zijn
symbolisch de vier
jaargetijden uitgebeeld.
Rechts onder stellen een
paar schaatsen tegen een
achtergrond van ijspegels,
de winter voor. Daarboven
beelden twee volle
druiventrossen en een bos
bloeiende tulpen,
respectievelijk de herfst en
de lente uit. Links onder
tenslotte symboliseren rijpe
korenaren en een sikkel de
zomer . De begane grond is verdiept
ten opzichte van het kade
niveau. Boven deze hoge
kelder bevindt zich de
woonverdieping, die via een
houten trap met bordes
bereikbaar is.
De ingang
is door houten pilasters
omlijst, welke door een
fronton wordt afgesloten, in
de stijl van Lodewijk XVI.
Deze ingang is van latere
datum dan het pand zelf. Het
in 1773 gebouwde pand werd
aanvankelijk als pakhuis
gebruikt. In 1790 werd het
echter als woonhuis
ingericht. ... Na
drie jaar verkocht Durk
Teunis het pand aan zijn
buurman Nanne Jouwerts
Stapert. Zij hadden al meer
dan tien jaar naast elkaar
gewoond. ...
Zowel het
pand Oudesluis 9 als
Langestreek 1 zijn tot 1827
gemeenschappelijk bezit
geweest. Daarna hebben de
nakomelingen van Nanne
Jouwerts Stapert de panden
verkocht. Sindsdien hebben
de panden afzonderlijke
eigenaren gekend.











Hier is de
winkel van Lute Steenstra te zien, met galanterieën,
ijzerwaren, porseleinwaar en speelgoed. Steenstra leefde van
1875 tot 1925. Naast zijn winkel zit de bakkerij van
Dijkman.

Ik weet niet
of deze foto bij de Langestreek hoort, maar hij is genomen
in 1910, met achter links Aagje Ras (weduwe van Scheffer),
daarnaast de vrouw van Jan Kok (de smid), Trijntje Scheffer
en Anne van de Berg. De jongen tussen hun is W. Scheffer.
Het meisje voor in de slee is Jantje de Koning en in de slee
zit Wybren Coehoorn. In het kleine sleetje zit Geesje van
Slageren de Vries. Verder staan Nienke en Alie Fortuin,
Wietske Bootsma en 'Rimkje fan Foek' op de foto. Ze staan
voor de winkels die zijn omgebouwd tot restaurant.

Deze foto is van rond 1900. De Langestreek was
toen voornamelijk een woonbuurt in plaats van
een winkelstraat.

Winkel slijterij
te Lemmer.

Woning met
klokgevel te Lemmer.

Drie jongens
in hun MULO jaren. Op een buis langs het water aan de
Langestreek zitten van links naar rechts Rinze Visser,
(inderdaad de zo succesvolle Lijst trekker van de NCPN)
Maarten de Vries, en Hendrik van der Meer. De middelste is
uit een familie van zijlmakers, Hendrik is de zoon van
collega-schrijfster vrouw v d Meer, die zijn werk in de
muziek heeft gevonden. Het is in de wintertijd, er ligt wat
sneeuw maar wat er in het water drijft lijkt mij eerder
rommel dan ijsschotsen. Op de achtergrond de Ned. Hervormde
kerk met toren en daar voor de tweelinghuisjes met de
rijwielhandel van Dijken, en de schilderzaak van Poppe.
Boven op de aangebouwde werkplaats van Dijken wappert het
wasgoed.
Daarnaast zien
we het ook allang weer verdwenen hokje van de PEB en het dak
van het gemeentehuis. Boven het huis van groentehandelaar
Lemster, en achter het pand van drukkerij Zuidfriesland is
een beetje vaag de toren van de Gereformeerde kerk aan de
Nieuwburen te zien.



|