|
Nieuwburen Lemmer.
|
1
|
2
|


Vragen over de schilderijen,


Foto van Bertha de
Heij-Vlig.

Foto van Piet Kamminga, de reiskoets voor hotel 'Van de Hoff'.

Uit de Kampioen
van 18 september 1914. Zuiderzee
silhouetten.


|
Nieuwburen 24
Sinds 1985 is hierin apotheek De Waag
gevestigd. Volgens het jaartal in de
aanzetkrullen van de klokgevel is het huis
in 1776 gebouwd. In 1984 heeft een
ingrijpende restauratie plaats gevonden,
nadat sloop ternauwernood kon worden
voorkomen. Op dat moment was van het pand
alleen het casco nog in stand. Ook de
verdiepingsbalklaag kon worden behouden. Het
monument werd aan de zuidzijde uitgebreid
met nieuwbouw, die werd gerealiseerd op de
plaats van het vroegere Nutsgebouw. In 1776
is het pand van een monumentale klokgevel
voorzien in opdracht van de koopman en
mederechter van Lemsterland Poppe Jans
Poppes. Deze was in datzelfde jaar eigenaar
van het pand geworden, nadat hij het al
sinds 1764 had gehuurd van zijn oom Bauke
Poppes. Poppes werd bekend door zijn dagboek
over de inname van Lemmer door Engelse
militairen in 1799. Daaruit blijkt dat hij
meer dan 3 weken gevangen heeft gezeten en
dat tijdens zijn afwezigheid het huis
gebruikt is geweest voor inkwartiering. De
wijnkelder miste sinds zijn vertrek 90
flessen wijn! Tijdens de beschieting van
Lemmer op 29 september 1799 meldde een
gewonde zich bij het huis van Poppes en hij
werd op kussens neergelegd in de stoep van
het huis, waar hem een "verquikkinge" werd
toegebracht. De erfgenamen van Poppes hebben het pand in
1860 publiek verkocht. Het pand heeft daarna
vele eigenaren gekend. Sinds 1976 is
apotheker Sytse Faber de 16e eigenaar.
Poppe Jans Poppes. Inwoner van Lemmer,
maakte in 1799 de bezetting van het dorp
door de Engelsen mee. Werd na hun vertrek
enkele weken gevangen gezet. Was gehuwd met
Antje Annes Visser. Beknopt verhaal weegens het gebeurde in de
Lemmer ten tijde van het innemen, verblijf
en weeder verlaten door de Engelsen,
alsmeede het intrekken der Bataafse
militaire en burgermagten in september en
oktober 1799. Benevens de voornaamste
ontmoetingen en lotgevallen van de
ondergetekende bij die gelegentheijt
ondergaan. Uijt eigen ondervinding en
berigten van andere saamengesteld in
februarij 15.2.1800 door Poppe Jans Poppes;
(b) Beknopt geschiedverhaal betrekking
hebbende in het bijzonder tot de Lemmer en
veele van deszelfs ingezetenen wegens de
voornaamste gebeurtenissen voorgevallen ten
tijde van het inneemen, verblijf en weder
verlaaten door de Engelse, alsmede het
intrekken en verblijf der Bataafsche
militaire en burgermagten, in september en
october 1799. Benevens de voornaamste
ontmoetingen en lotgevallen door de
ondergetekende bij die gelegenheid
ondergaan, alles bijna uit eigene
ondervinding, en verders uit egte berigten
van andere zaamengesteld door Poppe Jans
Poppes in januari 1800.
Poppe Jans Poppes is geboren op 16 februari
1744 te balk. Zoon van Jan Poppes en Eelkje
Jakles. Poppe huwde op 14 oktober 1764 met
Antje Barres. Poppe huwde op 19 mei 1782 met
Antje Annes Visser, geboren op 13 oktober
1758 te Heeg.
Uit dit huwelijk
1.
Cornelia Poppes Poppes,
geboren op 15 februari 1784 in Lemmer
2.
Jan Poppes Poppes,
geboren op 1 januari 1786 in Lemmer
3.
Eelkjen Poppes Poppes,
geboren op 9 februari 1791 in Lemmer

Eelkjen Poppes Poppes.
4.
Anne Poppes Poppes,
geboren op 12 augustus 1793 in Lemmer.
5.
Bauke Poppes Poppes,
geboren op 12 augustus 1793 in Lemmer.
Op 22 juni 1815 trouwde Eelkje Poppes in
Lemmer met Christiaan Petrus Eliza Robidé
van der Aa (1791-1851), advocaat,
letterkundige, dichter. Uit het huwelijk
werden 8 kinderen geboren, van wie 2
dochters en 1 zoon de volwassen leeftijd
bereikten. Er was wellicht ook 1 pleegzoon.
Eelkje Poppes stamde uit een
achtenswaardig(Van der Aa) Fries geslacht.
In 1814 verscheen van haar, autodidact in de
dichtkunst, een bundeltje van drie gedichten
onder de titel: Eerstelingen aan mijn
vaderland, voorafgegaan door een lofdicht
van haar toekomstige man. Deze patriottische
verzen schreef zij naar aanleiding van de
val van Napoleon en het vertrek van de
Fransen uit Nederland eind 1813.
In 1815 trouwde zij met Christiaan Robidé
van der Aa, die toen secretaris van
Lemsterland was. Het echtpaar ging in 1818
in Leeuwarden wonen en betrok daar wat
tegenwoordig het Fries Letterkundig Museum
en Documentatiecentrum is en waar in de
jaren 1880 Margaretha Zelle, beter bekend
als Mata Hari, heeft gewoond. Voorzover
bekend heeft Eelkje Poppes na haar
Eerstelingen nooit meer iets gepubliceerd.
Wel schijnt zij nog enkele kindergedichtjes
geschreven te hebben. |


Winkel van Mink, foto van de
site van Hillebrand Visser.
Welkom op de
Visser site

Johannes de Vries verteld: Op deze foto staat een bus bij de
benzinepomp, de pompen die wel schuldig zullen zijn aan de
vervuiling die hier is aangetroffen. Heel goed herinner ik
mij, dat op een Zaterdagmiddag op ongeveer de zelfde plaats
een bus uitbrandde. De auto brand was in de garage begonnen,
maar één van de chauffeurs had de moed om de brandende bus
naar buiten te rijden en zo het bedrijf voor een ramp te
behoeden. Na het door kijkje naar de Nieuwburen zien we de
slagerij van Koopmans. Daarnaast de achterkant van het begin
van de Parkstraat (op onderstaande foto ook goed te zien). Dat was dan de manufacturenwinkel van Beersma. Rechts op de voorgrond is nog de sloot, die langs
de straatweg liep achter de Parkstraat langs, dat was een
echte stinksloot. Op de voorgrond het bruggetje over de
sloot. Een teken dat de bouw in het land van Jan van der
Bijl, al begonnen was.

Foto van Hielke Roelevink.

Lemmer 1908: Deze op 18 mei 1909 verzonden kaart, toont op
de achtergrond de toren (met oude spits) van de Geref.
Kerk.. Geheel rechts de manufacturenzaak van H.S. van
Schoot, met daarnaast het postkantoor. De woning daarnaast,
is reeds ingericht als winkel. Vervolgens zien wij hotel Van
der Hoff met speeltuin; het Nutsgebouw en de verdere
bebouwing aan de Nieuwburen. De twee dames dragen nog
oorijzers.


Johannes de Vries verteld: Deze foto toont gelijkenis met de
inrichting van de Nieuwburen. zoals die nu is aangebracht.
Het verschil is dat het midden hier nog met kinderhoofdjes
bestraat is, terwijl dat nu met klinkers gedaan is, in
visgraat verband gelegd. Ook hier alles gelijkvloers, het
moet een foto van plusminus 1920/30 zijn. Op de zijmuur van
het pand waar Mastenbroek nu zijn groentezaak heeft,
verkondigt Bouwe Oosten, dat hij koloniale en grutterswaren,
koffie en thee, tabak en sigaren verkoopt. Tussen het
postkantoor en de winkel van Oosten, was een steeg die
toegang gaf tot de Centrale bakkerij. Faber van de
radiocentrale, Theo Gort met handel met ongeveer dezelfde
handel. Steensma, met een toonzaal van galanterieën.
Bruinsma met kaas, dit zijn mensen die ik mij op deze plaats
herinner. Het hotel is hier nog in handen van de familie Van
der Hoff. Op de linker kant zijn nog wat paaltjes, zoals er
indertijd nog verscheidene in Lemmer stonden, als afpaling
van het terrein dat bij de huizen hoorde.

Johannes de
Vries verteld:
Officieel is het een opname van het postkantoor, maar de
omgeving staat er dan automatisch bij. Geheel rechts een
klein stukje van de familie Visser. En dan ons huis, met de
oude dakkapel de goot met blokjes, en de brede plank met
Brood, koek en beschuit. Het valt mij vaak op, dat in die
tijd in de reclame beschuit naar voren werd gebracht. Dat
product nam toen, net als roggebrood, een veel grotere
plaats in het assortiment van de bakkers in dan
tegenwoordig. De panden van Van der Schoot, zien er uit
zoals we die hebben gekend tot aan de nieuwbouw van Dijkstra.
Alleen de etalages aan de rechterkant waren later heel
anders ingedeeld. Het postkantoor draagt hier het torentje
nog. Ik meen mij te herinneren dat al die dwarsbalken die
hier te zien zijn, vol zaten met potjes die zo genoemd
werden vanwaar de draden alle kanten uit liepen. Dat was nog
in de tijd dat alle gesprekken nog door een draad gingen.
Dat speelde ook mee in de tijd dat we van radiocentrale
overgingen op een eigen toestel. Om de signalen goed op te
vangen moesten er eigenlijk draden van de antenne naar het
dak van de buren lopen. Zo′n draad naar het dak van Van der
Schoot was geen probleem, maar omdat we in onmin leefden met
de familie Visser, moest er een andere oplossing gevonden
worden, geen nood een draadje van de centrale bakkerij was
zo gespannen. Voorbij het postkantoor zien we de zijkant,
van wat nu de groente winkel is, maar waar Oosten toen
gevestigd was. Op de muur wordt aan verkondigd dat daar
koloniale en grutterswaar te koop zijn, en verder koffie
thee tabak en sigaren.

Op deze foto is het postkantoor nog voorzien van het
torentje, dat diende voor het telegraafverkeer. Naast het
postkantoor zien we rechts de winkel van 'Van der Schoot'.

Links het woonhuis van dokter Olivier (later dokter Weber).
Het huis daarnaast, werd bewoond door de familie Faber
(radio centrale). Vervolgens de woning van de familie Visser
en het Nutsgebouw. Eerste exploitant van het Nutsgebouw was
de familie Martens, later de familie Visser. Naast het
Nutsgebouw 'Hotel v.d. Hoff' (later O. Boersma). Opvallend
is de bestrating van de rijbaan, z.g. kinderhoofdjes.

Op deze foto een gedeelte van de winkel in ijzerwaren van
Blauw (later Gort). Daarnaast hotel Boersma (eerder Van der
Hoff). Voor het hotel een auto met het kenteken A 22675
afkomstig uit de provincie Groningen. Het hotel had als ANWB
bondshotel een voetpomp beschikbaar. Het uithangbord aan de
gevel verwees naar de tuin met speelattributen, die bij het
hotel behoorde. Naast hotel Boersma het Nutsgebouw, toen nog
"Onthouders café".

Foto van Michael Boersma. Gemaakt in de achtertuin van het
hotel. Oebele Boersma met zijn vrouw Wapke Dam.

Evert de Vries verteld: De kaart werd verzonden op 29
december 1906, door de familie Van der Hoff: We zien hier
een opname van de achterkant van het hotel, de tuin. Dat was
een grote lapgrond, het was niet alleen het tegenwoordige
parkeerterrein van de Faam, ook de grond waar nu een deel
van de panden van Breimer op staat hoorde er bij. Later werd
dat achterste stuk met garagedoor de erven van Oebele
Boersma aan Gort verkocht. De garage werd smederij en is
inmiddels verdwenen in de aanleunwoningen. Op dat stuk tuin
bouwde Theo Gort garages, die dus ook alweer afgebroken
zijn. Zo mooi als de tuin er hier bij ligt heb ik hem niet
gekend. Het speeltuintje hier op links, herinner ik mij
alleen maar als hoekje waar hout lag te rotten. In de
oorlogsjaren hadden wij een stukje tuin achter de
banketbakkerij. Boersma kwam daar vaak even rondkijken en
had dan wel goede raad voor mij. Na een poosje vroeg hij mij
om hem te helpen in zijn tuin. Mijn beloning bestond wel
eens uit mooie postzegels voor mijn verzameling. Maar
meestal uit wat groente, wat in die tijd dubbel welkom was,
de vorm van de achterste was toen nog wel te onderscheiden.
Vooraan in de tuin heeft jarenlang een heel mooi geleide
kastanje boom gestaan. Daar konden de gasten dan onder
zitten. Hier staat die boom er nog niet, een bewijs dat het
om een heel oude foto gaat. In de hoek stond ook een grote
kastanjeboom, als de kastanjes rijp waren, kwam er veel
jeugd op af. Er werden dan stokken en stenen in de boom
gegooid om de kastanjes eruit te krijgen. Sommige waagden
het om er in te klimmen. Op een middag viel er een jongen
uit de boom, dat leverde hem een gebroken been op. Ik meen
dat het een jongen uit de familie Bergsma was. We hebben hem
op een plank gelegd en naar dokter Weber, gebracht. Achter
het hotel zien we de serre die ook al verdwenen is. Tussen
het begroeide houtwerk nestelde vroeger vogeltjes. In het
midden achteraan met de handen in de zij, is de heer Van der
Hoff.

Op deze foto, van latere datum zijn de speelattributen uit
de tuin verdwenen, Nu even een plekje om uit te rusten.



Mej. A. Romkema, uit Groningen, verteld: Op deze foto van de
Nieuwburen van omstreeks 1917, stond de heer M. van
Zandbergen geheel rechts voor z'n winkeldeur. Ik kan hem mij
nog goed herinneren met z'n zwartzijden pet op. Wat zijn we
vaak in de winkel geweest om boter en kaas. Hij maakte van
de boter altijd een torentje en met een plankje waarin
figuren zaten maakte hij het dan mooi op. Hij had ook wel
kruidenierswaren te koop, want ik weet nog goed dat m'n
zusje in de mobilisatietijd 14-18 eens een ons cacao moest
halen. Toen had hij niet anders dan cacao met suiker er
door. Mijn zusje zal wel gedacht. hebben: dat is voordeliger
en ze nam meer mee dan gezegd was. Blij ging ze er mee naar
huis, maar dat viel erg tegen, want er zat meer suiker dan
cacao in en het kostte ook nog dubbele bonnen.
Verderop zie ik de winkel van IJlst met uithangbord, waarop
stond: Heerenkleermakerij, Hoeden en Petten, H. IJlst. Dan
aan de overkant Hotel van der Hoff, waar we als kinderen
heerlijke uurtjes hebben doorgebracht op de schommel en wip
achter in de tuin, waarbij de ouders dan rustig konden
zitten koffie of thee te drinken. De drogisterij Plantinga
en de zaak Bijlhout, dan de bakkerij van Brouwer. Het heeft
zeker flink geregend, gezien de plassen op de straat en de
dames gewapend met een paraplu.
Echt ouderwets gezellig nog dat schip varende door de Rien.
Dat herinnert ons allemaal nog weer opnieuw aan onze jeugd,
toen we nog in Lemmer woonden. We zijn heel wat keertjes op
de Vissersburen geweest, toen onze grootouders er woonden.

Op deze foto van hotel Boersma, staat boven de deur nog de
naam van de vorige eigenaar "Van der Hoff" aangegeven.

Johannes de Vries verteld: Op deze foto staat het
postkantoor in de steigers. De foto moet dus tussen 1906 en
1908 gemaakt zijn. De manier waarop het steigerwerk hier in
gebruik is, zou nu vast niet meer toegelaten worden. Het is
jammer dat we niet van de overkant op het gebouw zien, dan
wisten we beter in welk stadium de bouw is. Het zicht op het
kantoor is ook nog minder doordat er gebouwd werd achter de
rooilijn van wat er al stond. Op de voorgrond zien we een
stukje van ons huis. 'Rijwielen en motoren,
reparatiewerkplaats, K. Veenstra A. zn.' vermeld het
uithangbord. Dat was dus in de tijd dat Keimpe Veenstra,
hier in fietsen en dergelijke handelde. De man werd 'Daarom'
genoemd. In het volgende pand, later getrokken bij de
textielzaak van Van Schoot, zal toen de familie Jorna
gewoond hebben. Ik meen dat die meer in de juweliersbranche
zaten. Het uithangbord van Van Schoot meldt dat er bedden,
matrassen en manufacturen te verkrijgen zijn. In het hotel
zit hier nog de familie Van der Hoff. Verderop is eigenlijk
alleen het tegenwoordige pension duidelijk zichtbaar, toen
vast nog bewoond door de familie Sleeswijk. Op de
achtergrond de toren van de Gereformeerde kerk, een beetje
aan het oog onttrokken door hoge bomen.

Grootcafé De Faam, was eens het statige hotel v.d.Hoff,
later Boersma.

Evert de Vries verteld: Dit is de Nieuwburen van rond de
eeuwwisseling. Op de rechterkant is een klein stukje te zien
van ons huis, waar toen Veenstra in motoren en rijwielen
handelde. Daarnaast de beide panden die later de
manufacturenzaak van Van Schoot vormden, door Dijkstra als
schoenenwinkel werden gebruikt en zo'n dertig jaar geleden
door nieuwbouw werden vervangen. In het linker pand was
toen de manufacturenzaak al gevestigd. Siebe de Schoot
woonde er toen, dat is dus de overgrootvader van Henk die nu
nog in het bedrijf in Marknesse zit. De beide huizen die
dan volgen hebben indertijd ruimte moeten maken voor het
nieuwe postkantoor. Naar ik meen was het grote huis in het
bezit van de familie Sleeswijk. De grond waarop de Centrale
Bakkerij in 1920 werd gebouwd, was een deel van de tuin die
bij dit huis hoorde. Prijs van het hele stuk grond f 1000,-.
Het zonnescherm dat vooruit steekt is van het pand waar
Jannes Bruinsma, als laatste een kaaswinkel heeft gehad.
Naast hotel van der Hoff is het Nutsgebouw zichtbaar en
daarnaast de gevels van het huis waar de familie Visser
hebben gewoond, nu een onderdeel van de apotheek en het huis
waar Fedde van Dijk, zijn kapperszaak had. Die gevel is met
de nieuwbouw van Witteveen verloren gegaan. Dan volgt het
doktershuis. Daarvan zien we met genoegen hoe dit door de
familie De Boer stukje voor stukje wordt vernieuwd en
gerestaureerd. Een geluk dat dit, behouden is gebleven. Als
laatste is de Gereformeerde kerk zichtbaar met de
consistorie.

Op de rechterkant het Nutsgebouw, op de uithangborden is te
lezen onthouderscafé en Biljard. In het huis met de fraaie
gevel woonden Hidde Visser, Oene Boonstra en Tiemen Groen.
Dan de verdwenen gevel van het huis waar Fedde van Dijk,
zijn kapperszaak had en waar nu een garage met woonhuis van
Witteveen is. Het doktershuis toen 1937 bewoond door dokter
Olivier. Gelukkig is dat, dat pand in handen is gevallen van
mensen die er gevoel voor hebben en die er heel wat tijd en
geld in gestoken hebben om er iets moois van te maken, alle
hulde. De Hervormde Kerk sluit de Nieuwburen op die kant af.
Van wat er op de linkerkant staat afgebeeld is nu niets meer
over. Als eerste zien we de boterfabriek, die evenals het
huis ernaast waar Jan v.d Bijl, woonde en de woning ernaast
waar Jozef en en Sarah Blok en later de familie Spoelstra
woonden, ruimte heeft moeten maken voor het koopcentrum.

Johannes de Vries verteld: Een opname van de Nieuwburen.
Sluit mooi aan bij alles wat er de afgelopen tijd op ons af
kwam. De bestrating lijkt heel veel op wat we sinds enkele
maanden hier weer hebben. Gelijkvloers, trottoirs van
geeltjes aan beide kanten, misschien niet zo breed als nu.
Links op de voorgrond een lantaarnpaal die ook helemaal te
vergelijken is met wat er nu staat. Alleen zijn het er nu
veel meer. Het lijkt wel dat die er special is neergezet,
zodat dominee wat licht om de deur had. Verder zie ik er
tenminste geen verlichting staan. Het is leuk om te zien hoe
de twee jongens op de fiets zich staande gouden. De ene
steunt wat met de hand tegen de lantaarn, de ander steunt
met zijn voet op de fiets van zijn kameraad. Op links zien
we dan eerst de pastorie, het latere Us Haven dat nu
advocatenkantoor zal worden. Het gebouw wordt nu als het
ware gestript. Containers vol zijn al afgevoerd. We zullen
hopen dat dit gebouw met die mooie gevel weer in goede
handen gekomen is. Dat is het vroegere doktershuis in ieder
geval wel. De familie De Boer heeft het keurig
gerestaureerd. Zij hebben het voordeel dat ze zelf
buitengewoon handig zijn, maar het moet dan toch maar
gepresteerd worden. De gevel daarnaast is verdwenen. Ik heb
daar eigenlijk alleen kapper Van Dijk maar gekend. Nu is er
dan de garage met bovenwoning van Witteveen. Dan volgen nog
een woning en het Nutsgebouw, beide opgegaan in de apotheek.
Gelukkig zo dat de mooie gevel behouden is gebleven. Dan het
hotel en het postkantoor die beide nog vrij ongeschonden
zijn gebleven. Alleen het torentje van het kantoor is
verdwenen. Verderop wordt het allemaal te klein om nog goed
te kunnen onderscheiden.
Op de rechterkant is de helft van de sigarenzaak van
schilder Mink zichtbaar met Mevr. Mink-Visser in de portiek.
Beide volgende huizen zijn nog vrijwel onveranderd en de
laatste tijd goed onderhouden en opgeknapt. Het iets lagere
huis daarnaast is vervangen door de garage met bovenwoning,
oorspronkelijk gebouwd door Jaap Aukema. Daar is dan nu een
winkel in houten meubelen in gevestigd. Het huis daarnaast
werd jarenlang bewoond door de familie Hogeterp. Later werd
het nog een poosje verhuurd maar het is nu uitgewoond en
dicht gespijkerd. Met het pand van Mink vormt het een
dissonant in onze straat. Het volgende pand was van de
Gemeente en in gebruik als dienstwoning voor het hoofd van
de ULO school. Dat is afgebroken en op die plaats vinden we
nu het koopcentrum. De gevel is niet verloren gegaan,
tenminste niet helemaal. Wel voor Lemmer want hij is in
Sloten weer opgebouwd. Dat zou nu zeker niet meer gebeuren.
Veel panden staan nu op de monumentenlijst maar daarnaast
moet er ook een lijst van beeldbepalende panden komen.




|
1
|
2
|
Home
|