Oudesluis Lemmer.

 

| 1 | 2 | 3 |

 

 

 

Een karakteristiek plekje in Lemmer is de Lemster Sluis. Er heerst toch altijd nog een aparte sfeer rond de sluis en dat was zeker het geval voor de grote verandering plaats vond. Toen IJsselmeer nog Zuiderzee was. Toen je op de sluis staande de zee met de Dam met de vuurtoren voor je zag. Heel de omgeving wijst er op dat Lemmer haar glorietijd gekend heeft als vissershaven waar een behoorlijke vissersvloot thuis hoorde, en ook bekend stond als doorvoer haven van goederen naar de rest van het land. Nu is van dat alles niet veel meer te bespeuren, uitgezonderd dus in het seizoen, als de watertoerist ook veel levendigheid met zich mee brengt.

Maar het stemmingsbeeld, het uit zicht van af de sluis, is voorgoed verleden tijd, want de sluis is nu als het ware ingebouwd tussen industrie jachthavens en de dijken van het nieuwe land. Toch geld nog steeds als je Lemmer aandoet en je bent niet bij het sluis complex geweest, dan heb je wel wat gemist.

De nieuwe Lemster Zeesluis zoals hij na de opening in 1888 genoemd werd, is gebouwd in het kader van waterstaatkundige vernieuwing van de toen zo belangrijke Zuiderzeehaven. Toen in 1951 de Prinses Margrietluis bij Tacozijl gereed kwam en de tijdrovende doorvaart van het beroepsvervoer door de Lemmer verviel, werd door het provinciaal bestuur aan de gemeente Lemsterland de gelegenheid geboden de Sluis over te nemen. Gelukkig heeft het gemeente bestuur niet geaarzeld en is de Sluis nu eigendom van Lemsterland. Gelukkig voor het aanzien van Lemmer, voor de pleziervaart en voor de levendigheid van het dorp.

Lemmer, reeds eeuwen lang heeft zich in Lemmer, daar waar de Rien en de Zijlroede samen kwamen en in de Zuiderzee vloeiden, een sluis bevonden. Waneer voor het eerst, is niet bekend, maar zeker is wel, dat er al in 1511 een sluis was die volgens het floreenkohier van dat jaar toebehoorde aan de 'Patronen' van de kerken van Eesterga, Follega en Lemmer. Deze 'Patronen' waren belast met het toezicht, het onderhoud en het bestuur van de sluis. De kosten die het beheer met zich mee brachten, konden betaald worden uit belastingen, die aan de bevolking, de floreen-en belastingplichtigen, werden op gelegd. Zodoende was de sluis eigendom van de gemeenschap. Even als de kerk behoorde ze tot het patroonsgoed van de dorpen. Jaren lang kon door het heffen van tolgelden en de genoemde belastingen in het onderhoud van de sluis worden voorzien. Er kwamen echter moeilijkheden toen de floreenplichtigen de baten gingen op eisen. Gedeputeerde Staten va Friesland kregen daar lucht van en kwamen in 1858 met een reglement waarin het beheer van de sluis werd opgedragen aan het nieuw te vormen De Lemstersluis. Dat betekende het begin van een langdurig geschil tussen de provinciale overheid en de floreenplichtige. Het kwam tot processen, die tot aan de hoge raad werden uit gevochten. Pas in 1872 werd het pleit in het voordeel van de provincie beslecht en sindsdien is de rechtmatigheid van het waterschap en van zijn bezit niet meer in geding geweest. Het voorgaande slaat op de Oudesluis. Na 1872 zijn in beheersvorm, de werken en de vermogenstoestand van het waterschap ingrijpende veranderingen gekomen. Zeer belangrijk is de grote waterstaatkundige wijziging die in 1884 en verdere jaren tot stand kwam. Het was immers in die jaren dat de huidige (zee)sluis werd gebouwd en de doorvaart door Lemmer verbeterd. Tegelijkertijd werden ook de nieuwe havenwerken aangelegd. In 1946 stelden GS een commissie in. Die moest een rapport uit brengen over de vraag welke gevolgen totstandkoming van de Prinses Magrietsluis kon hebben voor de sluis en de havenwerken in Lemmer en welke maatregelen er eventueel moesten genomen worden. Na dat vijf jaar later het rapport werd uit gebracht, brak er op nieuw een periode van geschillen en processen aan. Pas in 1958 werd het waterschap opgeheven, waarna in het jaar daarop de bezittingen naar de gemeente overgingen.

 

 

Wat een prachtexemplaar, de Oude Sluis vóór 1885.

 

 

 

 

 

 

 

Een foto van Oudesluis en omgeving die in 1936 uit Lemmer naar Munnikenburen werd verstuurd. We zien hier op de linkerkant een deel van het vroegere Andringastate. Het gedeelte dat door mevr De Vries werd bewoond, tegenwoordig de winkel van Expert-Bijlhout. De bakkerswinkel van De Haan met reclame van Ringers aan de muur. De drogisterij van Boonstra met de steen van de watersnoodramp van 1881. Nog altijd moeten we Siemen v.d.Wal dankbaar zijn dat hij die steen uit het puin heft gered en gezorgd dat die weer in de nieuwbouw van de Amro Bank werd geplaatst.

Op de hoek van de Schulpen en Oudesluis de sigarenzaak van Propsma die meteen schippersbeurs was. Daarnaast de bakkerij van de familie Oldendorp en het pand van Beljon. Toen waarschijnlijk nog als fietsenzaak. Dan de bakkerswinkel van Van der Geest en het pand van steenkolenhandel Wierda. Duidelijk is te zien dat het daarvoor nog breder was. De Tijsselings zouden wel willen dat het nog zo was, dan hadden zij ruimte voor een groter terras.

In de oorlogsjaren werd de doorvaart daar verbreed. Opdat de schepen van de bezetters meer ruimte zouden hebben. Hun nakomelingen hebben daar nog iedere zomer genot van. Van de Kortestreek is de hoek van de smederij van Van Putten te zien mat daarnaast het gymnastieklokaal en de ULO school. Aan de waterkant de oude muziektent, de voorganger van de tent die later aan het eind van de straat werd gebouwd. Het huis van Th.Visser, de tegenwoordige SNS Bank, is nog net te zien.

Aan de andere kant van de Oudesluis al weer een bakkerszaak, die van Loen. De doorvarende schepen met vaak grote gezinnen waren graag geziene klanten. Geen wonder dat de bakkers zich het liefst rond de vaarweg vestigden. Er werd dan wel eens gezegd dat je vanaf de bruggen een stuk of acht bakkers met een steen kon raken. Immers even verder op de Kortestreek was dan nog De Bruin te vinden, vooraan in de Schans Jan Koopmans, aan de Vissersburen zijn broer Pieter Koopmans en hier vooraan op de Nieuwburen mijn Grootvader, Johannes Schirm.

Naast de bakkerij van Loen staat nog een hokje. Naar ik meen was dat in het verleden het onderkomen van de nachtwachten. In later jaren werd dit gebouwtje voor 50 gulden door Hendrik van Loen van de Gemeente Lemsterland gekocht. Voor een beter uitzicht en een wat groter tuintje. Dan zien we Noppert's bazaar, een zaak waar praktisch geen nee te koop was. Op de hoek van de sigarenzaak van Piet Zwart, met de toepasselijke naam "t Hoekje" Daar kon men ook terecht voor sportartikelen. Dat zal in die jaren wel hoofdzakelijk het tenue van de V.V. Lemmer zijn geweest en misschien een paar voetballen.

Voor de deur van Zwart loopt iemand met een viskar. Dat lijkt mij Andries Visser (Oom van Roelie) op weg naar zijn standplaats naast de brug op de Schulpen. Op de voorgrond het brugwachterhokje met wat mensen er omheen. De beide mannen aan de waterkant zouden wel eens twee van de gebroeders Rottiné kunnen zijn. Aan de walmuur hangt een ladder om gebruikt te worden voor het geval er eens iemand te water zou raken. Men was toen nog beter op een ongeval voorbereid dan tegenwoordig, want vorige week hoorde ik dat bij de brug helemaal geen reddingsmiddelen voorradig zijn.

De brug is nog de oude Blokjesbrug die uit twee kleppen bestond. Aan de mechaniek van die brug mankeerde nog al eens wat en Van Putten was daar de vaste onderhoudsman. Vaak heb ik de opmerking gehoord dat de man daar wel van kon bestaan. Geregeld werk voor de Gemeente, mooier kon het immers haast niet. Evert de Vries

 

 

 

Dit is nog een vooroorlogse opname. Dat is te zien aan de versmalling van het water op de plaats waar de sluisdeur zat. De winkel in rookwaren, de beide bakkerijen, de rijwielhandel en de brandstofhandel, hebben plaats gemaakt voor bedrijven die meer bij de tegenwoordige tijd passen. Op het linkerpand zien we de naam Propsma. Daar had Jurjen Propsma een winkel in rookartikelen en een kantoor voor scheepsbevrachting. Hij is jong overleden en zijn weduwe Pietje Propsma Zeilstra heeft nog jarenlang de zaak voortgezet. Daarnaast de bakkerij van Oldendorp. Deze is heel lang zelfstandig gebleven, maar in het laatst van de oorlog kregen de bakkers zo weinig brandstof toegewezen dat er besloten werd om ook voor de vier niet aangesloten bedrijven, in de Centrale Bakkerij te bakken. Bij het volgende pand hangt een uithangbord over rijwielen. Dat was een eerdere handel van Anton Beljon, de vader van Henny en Age.

 

Dit is nog een vooroorlogse opname. Dat is te zien aan de versmalling van het water op de plaats waar de sluisdeur zat. De winkel in rookwaren, de beide bakkerijen, de rijwielhandel en de brandstofhandel, hebben plaats gemaakt voor bedrijven die meer bij de tegenwoordige tijd passen. Op het linkerpand zien we de naam Propsma. Daar had Jurjen Propsma een winkel in rookartikelen en een kantoor voor scheepsbevrachting. Hij is jong overleden en zijn weduwe Pietje Propsma Zeilstra heeft nog jarenlang de zaak voortgezet. Daarnaast de bakkerij van Oldendorp. Deze is heel lang zelfstandig gebleven, maar in het laatst van de oorlog kregen de bakkers zo weinig brandstof toegewezen dat er besloten werd om ook voor de vier niet aangesloten bedrijven, in de Centrale Bakkerij te bakken. Bij het volgende pand hangt een uithangbord over rijwielen. Dat was een eerdere handel van Anton Beljon, de vader van Henny en Age.

 

Achter het raam is de schoenmaker te zien, die daar zijn werk verrichte.

 

 

 

Lemmer: 19 juni 1931.

 

Nog een foto van de blokjesbrug van uit een ander oogpunt gezien. Op rechts zien we de bazaar van Noppert. Het hokje dat links van Noppert staat was in gebruik van de nachtwachten. Naar ik meen werd daar ook wat brandweer materiaal bewaard. Dan volgen de bakkerij van loen en de slagerij van Wiersma. Nu beide in het bezit van Wiersma. Het volgende huis we zijn dan de toegang van de Dubbelsteeg voorbij, Is de tegenwoordige woning van mevrouw Berkenpas. Door de bomen wordt de rest van de oude sluis aan het gezicht ontrokken. Dan is nog een deel te zien van kruidenier Johannes Zwart, nu Aquatron. Daarnaast nog het waterschapsgebouw links daar van wordt het weer onduidelijk, het hoge dak is van de ULO school. Bij de brug nog het oude draaiwerk en de bomen met het hek dat daar aan scharnierde.

 

De bebouwing aan de rechterzijde van de Oude Sluis bestaat uit: geheel rechts de bakkerij van de familie van Loen, daarnaast de slagerij van Wiersma, de manufacturenzaak van Holscher, met daar tussen de woning van brugwachter (later havenmeester) Wouter Kingma, vervolgens de viswinkel van Steven Bosma en de winkel van schoenmaker Sander Euverman. De bomenrij, hier nog volop in blad, werd in later jaren gerooid ten behoeve van het verkeer.

 

Oude Sluis 1920, aan de Kortestreek op de achtergrond: gymnastieklokaal met o.l school (later U.L.O.), woning aannemer Visser, woning Dolstra (later arbeidsbureau en Gorter). winkel A. Bosma (later Jamin en restaurant), gebouw van de Waterschap"De zeven grietenijen en de stad Sloten", kruidenierswinkel van Joh. Zwart, niet zichtbaar kapper van der Horst en boekhandel W.A.F. Koopman. De bomen rechts op de kaart zijn reeds lang verdwenen.

 

Zo te zien wordt de toegang tot de Oude Sluis versperd door een turfschipper, die hier bezig is een deel van de lading te lossen. Vóór het turfschip ligt het "Snitser boatsje", dat een geregelde dienst onderhield tussen Lemmer en Sneek. Er is veel belangstelling, een fotograaf was in die tijd zeer bijzonder; bij het maken van foto's trok hij altijd veel publiek.

 

Oude Sluis 1925, gebouwen van links naar rechts: drogisterij Boonstra (schulpen), sigarenmagazijn Propsma (hoek Oudesluis-Schulpen) ,gebouw van de Waterschap"De zeven grietenijen en de stad Sloten" op de Kortestreek, kapperswinkel v.d.Horst op de Kortestreek, woning brugwachter Kingma op de Oudesluis achter de bomen, slagerij Wiersma, bakkerij Loen, Schotsman bazaar later Noppert's bazaar, sigarenmagazijn P. Zwart later foto Werner.

 

 

Het pand naast Noppert's bazaar was eerst van  Douwe Sietses van Veen (1829-1892). Koopmanwinkelier (zuivelhandel). Woonde in het hoekhuis aan de haven (nu Burg. Krijgerplein 2), zoon van Sietse Douwes, koopman en Minke Rienks Sleeswijk. Gehuwd met Froukje Annes Wouda (Lemmer 1829-1912), dochter van Anne Hanses, schipper en Pietje Menses.

Zij hadden 8 kinderen, t.w. Pietertje (1854-1860), Sietze  Douwes (1856-1924 ), Anne (1859-1861), Anne (1861-1933), Pietertje (1863-1934), Rienk (1865-19290,  Minke (1869-1869) en Fokke (1869-1951), waarvan Sietze Douwes, Rienk en Anne rond 1885 voor studie naar Utrecht vertrokken.  Sietze Douwes studeerde theologie aan de RvU en  was predikant te Molkwerum, Rijperkerk Dedemsvaart Groningen en Rotterdam en werd in 1896 hoogleraar theologie (kerkgeschiedenis) aan de RVU.  Anne studeerde medicijnen aan de RvU en was arts te Schermerhorn, Tzummarum en Nijland.  Rienk studeerde rechten aan de RvU en was advocaat en procureur te Groningen en ’s-Gravenhage en van 1901-1922 lid van de Tweede Kamer voor de C.H.U. (district Dokkum). Hun dochter  Pietertje was op latere leeftijd Lt. Kolonel in het Leger des Heils. Sietze Douwes  is de overgrootvader van Hans van Veen uit NZ die deze foto’s ter beschikking stelde.

Er is op de begraafplaats nog een graf van Sytze Douwes x Minke Rienks Sleeswijk; het graf zou of is al opgeknapt. Deze Minke is trouwens een dochter van Tetje Sjoerds Stapert.

 

Douwe Sietzes van Veen en Froukjen Annes Wouda.

 

Sietze Douwes van Veen

 

Anne van Veen.

 

Rienk van Veen.

 

 

| 1 | 2 | 3 |

Home


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.