De Schans te Lemmer.

 

Het renoveren van de straat, het aantrekken van met name levensmiddelenbedrijven en het aantrekken van jonge ondernemers zal zeker bijdragen tot het herstel van de aantrekkingskracht van deze straat. De winkeliers in de Schans zijn zich echter ook bewust, dat de huidige economische en financiële toestand, niet bepaald meewerkt. Het leven is er behalve op donderdagmiddag -als er markt is- uit de straat verdwenen.

Vroeger en daarvoor hoeven we nog geen 50 jaar terug (1930) in de tijd te gaan was het wel even anders in de Schans. De straat leefde toen volop. Tientallen winkeliers hadden een goed bestaan in de winkelstraat van het Dorp. In de toenmalige Schans bevonden zich zaken als bloemhandel Funke (later de tapperij van de familie Freese). Het huidige restaurant van de familie Freese, was in de jaren 80 een hotel.

Oud Lemsters herinneren zich in dat verband o.a de naam Klaas Oosten. Klaas was getrouwd met Grietje van der Bijl. Klaas was geboren in Scherpenzeel, waar hij een boerderij, annex melkhandel had. In het laatst van de twintiger jaren kocht hij het oude café van Eilers. Na enkele jaren liet hij het helemaal verbouwen, en heeft er toen een mooi hotel 'Het Centrum' van gemaakt. Klaas was een vrolijke opgeruimde man, hij was vooruitstrevend en altijd bereid om zijn familie te helpen. Ook heeft hij een poosje met de taxi gereden. Ze zijn vanuit Lemmer naar Soest vertrokken, met vier kinderen. Later zijn ze naar Enschede gegaan, waar Klaas een garagebedrijf exploiteerde. Klaas werd door de Duitsers gevangen genomen, en in een gevangenis gegooid. Ze lieten de cellen vaak vol water lopen, zodat de gevangenen daar uren lang in moesten staan.

Het latere Snackbar 't Geveltje, was eens de vestiging van zuivelhandel Sterk. Ook was het eens het kruidenierswinkeltje van de familie Van der Werve, hier te vinden.
Café De Laatste Stuiver was vroeger buurtcafé Plooij. In de tijd dat het eigendom van de familie Mollema werd, was het café tevens snackbar.

In de loop der jaren wisselden de diverse panden aan de Schans regelmatig van zowel eigenaar als uiterlijk. Zo was de winkel van de firma Haakma, nadat de heer Haakma stopte met zijn doe het zelf zaak, samengesteld uit twee winkelpanden. Deze beide panden herbergden eens kledingzaak, Van der Berg, en klompen en naaigereihandel Hulscher. In het pand van de familie Hulscher is ook een tijdlang een groentehandel van de heer C. Beljon gevestigd geweest.
Boven de entree van het Lemster Warenhuis stond eens geschreven: 'Pasveers goedkoope bazar'. Chris Schoenen is een zaak waaruit al sinds jaar en dag schoenen worden verkocht, de vader van de huidige eigenaar was hier al actief bezig met de toenmalige schoenmode.

Verder dwalende in de Boven Schans van toen kwamen we tegen Scheffers vis- en fruithandel, Terpstra's boekenwinkel, Bondiëtti 's kruidenierswaren, Wolhandel Van der Bijl, Bouma's kruidenierswaren, melkboer Van der Bijl (later Van Netten), vishandel en rokerij Klaas Sterk, nettenhandel Jan Pen en vishandel S. de Blauw. De Beneden Schans herbergde en herbergt voor een deel nog bakker Koopman,Bosma schoenen, snackbar Faber, banketbakkerij Thijsseling, kruidenier K. de Boer, bakker Douma, aardappelhandel Rippen, smederij A. van den Berg. Bakker Knol, vishandel Andries Visser en groenteman Wouda. In het pand op de hoek nabij de trap, waar men later het tandtechnisch laboratorium van Onno de Vries vindt, waren eens slagerij Lageveen, slagerij Wierdsma en daarna Foto Arti van de heer Hollander te vinden.
Verderop in de oude Beneden Schans,+ klokkenmaker Wagenmakers, de synagoge, waarin zich later de firma Van Slageren met verfartikelen vestigde, timmerwinkel De Blauw en helemaal op de hoek stond de boerderij van de familie Huitema.

 

Foto's van Annelies Wessel. Opa Piet plooij

 Oma Jans Plooij.

 

Foto van Annelies Wessel. Hier zien wij haar moeder Alida (Alie) Plooij, bij de ingang van café Plooij.

 

Foto van Annelies Wessel. Alida (Alie) Plooij, met twee andere onbekende dames, de jongste vooraan is Beppie Plooij.

 

Foto van Annelies Wessel. Broer en zus Plooij, Alida en Piet. Pieter Plooij, is het gezin ontvallen in het begin van de oorlog dat de Duitsers Dordrecht binnen vielen.

 

Lemmer 1915: Deze kaart werd in spiegelschrift afgedrukt. Op het uithangbord rechts staat te lezen Café Kooistra - vergunning. Op het uithangbord links staat vermeld: bierbottelarij - handel in Amstelbier - Minera wateren. Op het fietsenrek links bij het Café van J. Knol, staat: berging voor fietsen. De kaart werd verzonden op 23 juni 1915 en werd verzonden door M.B. Visser jr te Eesterga.

 

 

Op het uithangbord is vaag te lezen, bakkerij ?

 

 

 

Deze foto laat ons een deel zien van de Bovenschans rond 1910. Eenvoudige 18e eeuwse topgeveltjes, waarvan Lemmer er tientallen heeft gekend, maar die op dit moment zeer zeldzaam zijn geworden. Met name het onderste deel van de gevels komen we heden ten dage niet meer tegen. Veelal zijn ze vervangen door pui-vormige kozijnen. Geheel links op de foto is nog net het tegenwoordige huis Schans 22 te zien, met het jaartalanker 9. Later bewoond door Hendrik Peggeman en vroeger door Simon Scheffer (1883-1959) Deze was vishandelaar en ongehuwde oom van wijlen Aagje Visser, de vrouw van Hendrik Peggeman. Na de steeg zien we het huis dat vroeger stond op de plaats van het huidige pand Schans 20, later Chris Schoenenhandel. Hierin was een manufacturenwinkel gevestigd met Joodse eigenaars (Ittely). In 1919 werd Tjalling Dijkstra eigenaar. Daarnaast het pand Schans 18, dat tot ongeveer 1925 werd bewoond door de scheerbaas Hulscher. Deze overleed op 90 jarige leeftijd. Later woonden o.a. Eilers en Folkert Verbeek in dit huis. In het laatste huis is later het Lemster Warenhuis gevestigd, eerder Pasveer's bazaar.

 

De R.K. toren heeft op deze foto nog geen wijzers, en ook de pastorie is nog niet gebouwd. De fraaie en waarschijnlijk op hun zondags uitgedoste jeugd, staat hier voor de toen nog mooie woning in de Benedenschans, waarin o.m. de families A. Scheffer, F. Verbeek en W. de Blauw hebben gewoond.

 

 

Foto van Hielke Roelevink. Lemsteraak foto Hielke De hoek van de Schans waar al sinds jaar en dag veel cafés gevestigd zijn. De Lemsters stonden rond 1880, bekend als een graag drinkend volk.

 

Evert de Vries verteld: Een voorbeeld van een bekend café Biljart is van Moeke Knol, die hier tussen haar twee kinderen in staat: zoon Atte Knol en dochter Djoeke Knol. Op deze plek kwam later café Populair van André van de Berg. Atte Knol, is levenslang vrijgezel gebleven, is de man waarnaar in het Lemster Folksliet wordt verwezen: "Atte weaget it wol mei ús, al stean de netten noch yn sé, hy skinkt se by de rús". Dat wijst er op dat hij indertijd hielp in het café van zijn moeder. Later was hij firmant van de drukkerij Fa. Koopman aan de Lijnbaan, het gebouw waar later de Drukkerij Zuid-Friesland in was gevestigd.

Grote bekendheid genoot Atte Knol ook als omroeper bij verkopingen, en de in die tijd nog vaak voorkomende boelgoeden. In zijn laatste levensjaren was hij erg astmatisch. Hij woonde toen boven de drukkerij, en in het laatst van de oorlog, toen niemand 's avonds na achten op straat mocht, hoorden wij hem soms nog tot ver na dat tijdstip hoesten, als hij het door zijn benauwdheid in huis niet kon harden. Hij stond dan bij de kerk tegen het hek. Blijkbaar hadden de bezetters begrip voor zijn toestand, we hebben tenminste nooit gehoord dat zij hem lastig hebben gevallen. Atte Knol overleed in augustus 1949.

 

Lemmer 1905: Op het huis links staat vermeld; café J. Knol; hier tegenover was café Kooistra. Ook hier veel mensen die wel even op de foto wilden. De bomen op de achtergrond moesten later plaats maken voor doorstroming van het verkeer.

 

 

Te Lemmer is men druk bezig de plaats van waterleiding te voorzien, het betreft hier de Schans.

 

 

Voormalige Joodse Synagoge Lemmer, nu helemaal goed in 't zicht. Nu de woninkjes aan de Benedenschans naast de Rooms Katholieke kerk zijn afgebroken, is de voormalige Joodse Synagoge, waarvan de achterzijde zich altijd in de schaduw van die huisjes bevond, goed te zien.

Van de Joodse gemeente die ooit Lemmer bevolkte, is volgens het boek van A.E. Klijnsma "Lemsterlân, in kuijerke troch it ferline" niet veel bekend. Wel weet men dat de bijeenkomsten van de gemeente rond 1920 in het gebouw aan de Schans werden gehouden. In die dagen echter begon ook de uittocht van de Joden uit Lemmer. Het Israëlitische bedehuis kon niet meer in stand worden gehouden. De in Lemmer overgebleven Joden zochten daarop aansluiting bij de Joodse gemeenschap in Sneek. In 1939 werd de synagoge met het huis van de rabbi verkocht. Het huis van de Joodse Godsdienstleraar is toen afgebroken. Op die plaats werd een nieuw woonhuis gebouwd.

De grote kerkzaal deed dienst als werkplaats. Bij de verkoop werd in een clausule opgenomen, dat het gebouw en de grond waarop het staat nooit ingericht en gebruikt zou mogen worden als badhuis, bioscoop, café of pakhuis voor vellen, lompen en afval. Wordt dit gedaan dan zal de eigenaar een boete van f 4.000,- moeten betalen aan de Israëlische gemeente Sneek "of haar rechtverkrijgenden" De Lemster Joden, in 1880 woonden er in Lemmer in totaal 140 zijn naar diverse plaatsen verhuisd. De handelaar Simon Jacobs, was de laatste die op het Joodse kerkhof bij Tacozijl begraven is. Dit was in 1939. Toen de Duitsers ons land binnenvielen, waren in Lemmer nog twee Joden woonachtig, broer en zuster Josef en Sarah Blok. In Echtenerbrug woonde de Joodse wijkzuster Jacobs. Dit drietal werd door de Duitsers weggevoerd en is nooit weer teruggekomen.

 

 

 

 

 

Op de voorgrond geheel links het bekende café van Moeke Knol. In het pand daarnaast was banketbakkerij Tijsseling, gevestigd en daarnaast was een kruidenierswinkeltje dat door Albert Reijenga, werd gedreven en waarin in 1930, uiteraard in een andere vorm, de fa. K. A. de Boer, er een levensmiddelenzaak had. Later zat hier de Fa. Wissing. Zoals U ziet stonden er in die jaren bomen in de Schans.

 

 

 

 

 

Foto van Roeli van der Veen. Begin van de Schans omstreeks 1920. Het sparen van de ansichtkaarten was een hobby van Roeli haar vader. Tegen het het raam geleund van het Café van Knol, is Ate Knol.

 

 

De Lemster Vluchthaven, gezien vanaf de Zeedijk, links beneden het Oosthoekje, een stukje van de Oostdam en in de haven een baggermolen, bezig om het water op diepte te houden. Langs de kade liggen wat aken en schouwen van de Lemster vissersvloot. Recht vooruit zien we de spuisluis. Als je vanaf de Oostdam iets riep, antwoordde de echo even later vanaf de spuisluis. Links van de spuisluis staat het hokje waar de reddingboot in lag.

Het hek op de dijk moest het loslopende vee buiten het dorp houden, Onderaan de dijk staat het hokje voor de man die daar stond om het tolhek voor het doorgaande verkeer te openen. "De tolgaarders waren toen Jan Spiekholt en Andries Bergsma. Tegen een kleine vergoeding werd het hek onder aan de dijk geopend. Geheel rechts, naast het tolhek, de boot en wagenmakerij van Gerrit Wierda, de smederij van Van der Wolf en de boerderij van Huitema. Verder nog de toren van de  R.K. Kerk en een kijkje de Schans in.

 

Pieter Kamminga stuurde deze foto. Lemmer 1925: Links de visrokerij van Sjeerp de Blauw, voor de rokerij staat een klein hokje, dat diende als nachtverblijf voor de schapen die op de dijk graasden. Geheel rechts is nog een gedeelte te zien van de boerderij van de familie Huitema. Een deel van de woningen in de Beneden Schans is reeds lang verdwenen. De rooms-katholieke kerk was toen tien jaar oud.

Hennie Brouwer, verteld: Ik ben zelf geboren in de Beneden Schans aan de kant van de Vissersburen. Mijn vader was Auke Brouwer, en mijn moeder is Meintje Lammers. Wij woonden daar met een aantal gezinnen.

Naast de rooms-katholieke kerk (tuin) was de timmerplaats van Willem de Blauw, als je het steegje aan de linkerzijde volgde naar de Vissersburen, dan woonde daar als eerste Albert Zandstra, volgens de site Albert Poot. Deze was getrouwd met Janke, zij hadden twee kinderen Tineke en ?, daarnaast woonde Andries Bergsma (Reade Okke, daarnaast woonde Jan en Jans Wouda en daarnaast woonden wij. Aan de rechterkant van de steeg woonden Obbe Poepjes en Meye Deinum en Oetske en Meine Oebeles met een Duitse vrouw.

Aan de sluiskant woonden de familie Eelke Rippen, en verder nog een oudere vrouw dat weet ik niet meer. Het verhaal van Reade Okke komt heel werkelijk over, mijn moeder bracht hem wel eten. Wij voetbalden altijd in de Beneden Schans, en zondags kreeg ik nadat Okke bij Pietje van der Werff, vandaan kwam altijd een dubbeltje.

 

Foto van Charlotte Sterk Huiskes. De Schans is een straat waar vroeger veel winkels zaten, groentezaken, bakkerijen en kleermakers.

Bij deze foto behoorde onderstaande tekst.

In de Zuid-Friesland van 20 september zag ik een foto van de Schans "doedetiids"  uit de collectie van Jouke Wagemakers. Geïnteresseerd in alles wat oud Lemmer betreft, zag ik hierop veel bekende zaken. Waarvan ik iets op papier wil zetten. In het eerste hoek huis van links woonde Jan Pen en zijn vrouw Janke de Rook. Zij verkochten van alles, met name voor de visserij. Dat waren de grootouders van de econoom, Prof. dr. Jan Pen. Waar in een bijschrift sprake van is en een oom en tante van ondergetekende. 

Als we de steeg naast het tweede huis ingingen, kwamen we voorbij het werk plaatsje, waar mijn vader lood zat te smelten. Hij maakte hier van loodjes voor de botnetten en sleepnetten. In het andere huis erbij woonde Geert Pen en zijn vrouw Janke. Later heeft Harm Duim er met zijn gezin gewoond. Weer terug naar de Schans, voor de deur van het tweede huis staan kisten, op de bovenste kist een W die zullen wel van visroker Scheffer zijn.

Dan het huis waar visser Jan de Blauw woonde. Drie kinderen poseren hier voor de fotograaf de jongen nog met korte broek en lange, wollen kousen en een ijsmuts op zijn hoofd, het meisje is leuk gekleed in een jurk met een witkraagje precies zo als de meisjes er vroeger bij liepen.

Dan volgt de winkel van Bondiëtti, waar ook van alles te koop was. Dan krijgen we de boekwinkel van Terpstra, wiens zoon Pieter romans en toneelstukken met de eerste literator wordt bedoeld. Daarnaast woonde Gaasbeek. Dan volgde de weduwe Scheffer. Deze had een fruitzaak en een visrokerij. Toen de tijden wat beter werden kregen we zondags een stukje Urker brok. Scheffer had het monopoly van de verkoop hiervan. Hier werd de tweede literator geboren, de romanschrijver Age Scheffer. Naast de steeg was een café.

En daar woonde ? Hulscher de scheerbaas, ik was toen thuis de jongste van de jongens, en ging er vaak met vader heen. 's Zaterdagsavonds zat het er geregeld vol en werden de nieuwtjes besproken. Het scheren kosten toen 5 cent. Verderop woonde Bernard Hulscher. Deze verkocht klompen voor 35 cent, en ook wel wrakke klompen met een kwast er in, voor 20 cent, bij de ingang lag altijd een grote jutte zak. Die was vaak een prooi voor ons. Er werd dan een fakkel van gemaakt, waar de jeugd dan zingend achteraan liep. Het duurde dan ook niet lang of de politie kwam erbij, en sloeg erop in, en als je een flinke klap kreeg hoefde je dat thuis niet te vertellen, want dan kreeg je als antwoord, dan heb je ook wel wat uitgehaald. Want anders doet de politie je niets.

Dan woonde Andries de Blauw er, en had Uilke Kooistra zijn café. Even terug naar de andere kant daar woonde bakker Auke Douma. Word zijn zoon Jan soms bedoeld met de hoge Officier bij het K.N.I.L.? In de beneden Schans woonde ook bakker Fortuin. Hier was mijn moeder, Metje Pen, geboren in Oosterzee in betrekking. Mijn vader bracht hier altijd het meel op zolder. Op de foto staat toevallig een kar voor de deur met meel er op. Zo kreeg hij ook kennis aan mijn moeder, en op 13 mei 1892 trouwden zij. Uit dit huwelijk werden 11 kinderen geboren. Hiervan zijn mijn zuster Griet (Beverwijk), mijn broer Koert (Lemmer), en ik nog in leven. Moeder overleed 23 maart 1913, en vader 21 november 1944. (geschreven in 1979) door Evert de Vries.

 

De Schans, rechtdoor loopt het nog steeds bestaande steegje naar de Emmakade, Inmiddels is deze bocht naar de Schans eigenlijk geheel verdwenen.

 

Evert de Vries verteld: Schans 1904 -Een opname aan het eind van de schans. Van alles wat er aan de linkerkant staat, is niets meer teug te vinden dan de katholieke kerk. Aan het eind is de spuisluis net zichtbaar. Hier staat het oude hek nog dat de boven en Beneden Schans van elkaar scheidde. Ik heb dat zo nog gekend maar niet zo lang. Aan het eerste huis links hangt een uithangbord, daarvan zijn alleen de laatste letters te ontcijferen, daaruit maak ik op dat er 'Uurwerken Wagenmakers' staat. In die buurt woonde in ieder geval een klokkenmaker die Wagenmakers hete.

Zijn zoon Pieter was postbode, hij was tussen de klokken opgegroeid. En heeft jaren lang zondagsmorgens om twaalf uur de gang gemaakt naar de toren bij de hervormde kerk, om het uurwerk op te winden en zonodig bij te stellen. Dat oude uurwerk staat gerestaureerd nog altijd in het gemeente kantoor. Met deze kaart ben ik naar de Schans geweest maar ik slaag er niet in om precies te bepalen wat er van de woningen aan de rechterkant nog over is.

Aanvulling van Ivo Zandhuis, zijn betovergrootouders waren Jouke Wagenmakers en Janke Duit. "In het eerste huis links, met het uithangbord, woonde en werkte Jouke Wagenmakers (1862 Lemmer-1951 Lemmer) klokmaker. Hij was woonachtig aan de (Beneden) Schans H41 (persoonskaart CBG, centraal register testamenten 1927), later (omgenummerd?) Schans 31 (persoonskaart CBG). Het huisnummer Schans 31 is nog steeds ongeveer op diezelfde plaats. Hij nam de klokmakerij over van zijn vader Johannes Wagenmakers (1817 Sneek-1901 Lemmer), die in 1845 naar Lemmer was gekomen (Friesch Dagblad, 2 januari 1963). Op het uithangbord is leesbaar: WAGENMAKERS en KLOK? MAKER."

Zie kwartierstaat van Renske (Rens Wagenmakers)

 

"Leve de Visschersvloot" Deze foto is gemaakt tijdens de Onafhankelijks feesten in 1913. Deze ereboog voor de Lemster vissers zegt toch wel genoeg over hoe de Lemsters dachten over hun vissers.

 

Het is niet goed te lezen maar rechts op het uithangbord staat te lezen A. Visser 'Vishandel' dat was het pand van mijn Oom Andries Visser.

 

Deze foto is op dezelfde hoogte genomen, met het verschil dat er toen in de woning, boter, kaas en eieren werd verhandeld.

 

In het middelste huisje op de eerdere Zuiderzeedijk, heeft Fedde Schurer, gewoond van 1904 tot 1924 met zijn ouders en broers en zusters.

 

Frans Visser uit Lemmer, verteld:  Deze foto is op de plaats bij de oude spuisluis waar nu de benzinepomp van Slump is, aan het eind van de Schans/Vissersburen. Vroeger was bij de spuisluis ook een brug en een stukje  remming ervoor, vlak in de buurt van de houtmolen.

Mien v.d. Meer-v.d. Wolf, verteld: Mijn opa, Johannes v.d. Wolf, woonde in het eerste huis met zijn gezin. Hij heeft hier gewoond tot aan zijn dood met zijn dochter Elizabeth. Zijn vrouw was nl. jong overleden. Na zijn dood, heeft Elizabeth er nog gewoond met kostgangers. Ongeveer in 1941 is het gezin van Harmen v.d. Wolf er komen wonen.

In de woning ernaast hebben gewoond: De grootmoeder van Harmen (van moeders kant), Oate de Boer. Daarna een oom en tante, oom Harmen de Boer en tante Makke. Daarna een Lageveen, daarna Luite Dam met zijn gezin (hij was bij de sociale dienst), dit was in de oorlogstijd. Daarna fam. T. Huitema. Nadien is het als toonkamer van kachels gebruikt en is de bovenverdieping bij het huis van Harmen gekomen.

Bij de brand van de houtmolen hebben deze beide woningen praktisch geen schade opgelopen.

In de nacht van de bevrijding werd Harm getroffen door een dum-dum, die zijn bovenbeen heeft verbrijzeld. Daardoor heeft hij een stijf been gekregen. Zijn aangepaste fiets had twee trappers, waarvan de ene een stilstaande cranck had. (deze cranck is nog in ons bezit).

 

Deze foto is van Frans Visser, en heeft te maken met bovenstaande foto. Hier kun je de remming zien en de overkant tegenover de smederij.

 

 

Mien v.d. Meer-v.d. Wolf, verteld: De toegangsdeur links was de toegangsdeur naar de smederij. Via de smederij kwam men in de winkel. Veel later is deze deur etalage geworden en is er rechts een winkeldeur gekomen. Reclame werd gemaakt voor Torpedo rijwielen en Hevea banden. Vóór de smederij een "Shell" benzinepomp.

 

De smederij van H.v.d Wolf, aan de eerdere Zuiderzeedijk, nu met helwerk langs de weg en een toegangsdeur naar de winkel rechts van de etalage. Opvallend karretje om motorolie te meten.

Truus Goessen Huitema, verteld. Direct naast de werkplaats woonde Harm met zijn gezin. Nadat mijn pake, Teake Huitema, zijn boerderij had verkocht, hebben mijn pake en beppe hun laatste jaren in het huisje ernaast gewoond. Zo heeft het er in de tijd van mijn vaders jeugd uitgezien. Ik ben in de oorlogsjaren vaak op de boerderij geweest, maar wat in mijn geheugen zit, is dat in die tijd ook al de muur en het hekwerk bestond. Maar later in het huisje aan de Zeedijk 2 was het allermooiste. Vlakbij de houtmolen.. en het werk in de smidse was ook altijd interessant. Ik heb er vaak gelogeerd in het kamertje boven. Daar was een kleine bedstee, heel gezellig.

 

 

De houtmolen 1920: De oorspronkelijke molen (geheel rechts) hier al zonder wieken, werd vervangen door stoomkracht. Oprichter van de "kistenfabriek" was C. Sleeswijk. Een latere directeur was de heer Corree. Veel kistjes werden gemaakt voor de verpakking van Lemster bokking, alsmede voor de Calvé fabrieken. Voorlangs een houten voetbrug met rails voor transport van de opslag naar de fabriek.

 

De brand van De Houtmolen.

 

 

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.