|
Het renoveren van de straat, het
aantrekken van met name levensmiddelenbedrijven
en het aantrekken van jonge ondernemers zal
zeker bijdragen tot het herstel van de
aantrekkingskracht van deze straat. De
winkeliers in de Schans zijn zich echter ook
bewust, dat de huidige economische en financiële
toestand, niet bepaald meewerkt. Het leven is er
behalve op donderdagmiddag -als er markt is- uit
de straat verdwenen.
Vroeger en daarvoor hoeven we nog
geen 50 jaar terug (1930) in de tijd te gaan was
het wel even anders in de Schans. De straat
leefde toen volop. Tientallen winkeliers hadden
een goed bestaan in de winkelstraat van het
Dorp. In de toenmalige Schans bevonden zich
zaken als bloemhandel Funke (later de tapperij
van de familie Freese). Het huidige restaurant
van de familie Freese, was in de jaren 80 een
hotel.
Oud Lemsters herinneren zich in
dat verband o.a de naam
Klaas Oosten. Klaas was
getrouwd met Grietje van der Bijl. Klaas was
geboren in Scherpenzeel, waar hij een boerderij,
annex melkhandel had. In het laatst van de
twintiger jaren kocht hij het oude café van
Eilers. Na enkele jaren liet hij het helemaal
verbouwen, en heeft er toen een mooi hotel 'Het
Centrum' van gemaakt. Klaas was een vrolijke
opgeruimde man, hij was vooruitstrevend en
altijd bereid om zijn familie te helpen. Ook
heeft hij een poosje met de taxi gereden. Ze
zijn vanuit Lemmer naar Soest vertrokken, met
vier kinderen. Later zijn ze naar Enschede
gegaan, waar Klaas een garagebedrijf
exploiteerde. Klaas werd door de Duitsers
gevangen genomen, en in een gevangenis gegooid.
Ze lieten de cellen vaak vol water lopen, zodat
de gevangenen daar uren lang in moesten staan.
Het latere Snackbar 't Geveltje,
was eens de vestiging van zuivelhandel Sterk.
Ook was het eens het kruidenierswinkeltje van de
familie Van der Werve, hier te vinden. Café De Laatste Stuiver was vroeger buurtcafé
Plooij. In de tijd dat het eigendom van de
familie Mollema werd, was het café tevens
snackbar.
In de loop der jaren wisselden de
diverse panden aan de Schans regelmatig van
zowel eigenaar als uiterlijk. Zo was de winkel
van de firma Haakma, nadat de heer Haakma stopte
met zijn doe het zelf zaak, samengesteld uit
twee winkelpanden. Deze beide panden herbergden
eens kledingzaak, Van der Berg, en klompen en
naaigereihandel Hulscher. In het pand van de
familie Hulscher is ook een tijdlang een
groentehandel van de heer C. Beljon gevestigd
geweest. Boven de entree van het Lemster Warenhuis stond
eens geschreven: 'Pasveers goedkoope bazar'.
Chris Schoenen is een zaak waaruit al sinds jaar
en dag schoenen worden verkocht, de vader van de
huidige eigenaar was hier al actief bezig met de
toenmalige schoenmode.
Verder dwalende in de Boven
Schans van toen kwamen we tegen Scheffers vis-
en fruithandel, Terpstra's boekenwinkel, Bondiëtti
's kruidenierswaren, Wolhandel Van der Bijl,
Bouma's kruidenierswaren, melkboer Van der Bijl
(later Van Netten), vishandel en rokerij Klaas
Sterk, nettenhandel Jan Pen en vishandel S. de
Blauw. De Beneden Schans herbergde en herbergt
voor een deel nog bakker Koopman,Bosma schoenen,
snackbar Faber, banketbakkerij Thijsseling,
kruidenier K. de Boer, bakker Douma,
aardappelhandel Rippen, smederij A. van den
Berg. Bakker Knol, vishandel Andries Visser en
groenteman Wouda. In het pand op de hoek nabij
de trap, waar men later het tandtechnisch
laboratorium van Onno de Vries vindt, waren eens
slagerij Lageveen, slagerij Wierdsma en daarna
Foto Arti van de heer Hollander te vinden. Verderop in de oude Beneden Schans,+
klokkenmaker Wagenmakers, de synagoge, waarin
zich later de firma Van Slageren met
verfartikelen vestigde, timmerwinkel De Blauw en
helemaal op de hoek stond de boerderij van de
familie Huitema. |
|

Foto's van
Annelies Wessel.
Opa
Piet plooij |

Oma
Jans Plooij. |

Foto van Annelies
Wessel. Hier zien wij haar moeder Alida (Alie) Plooij,
bij de ingang van café Plooij.

Foto van Annelies
Wessel. Alida (Alie) Plooij,
met twee andere onbekende dames, de jongste vooraan is
Beppie Plooij.

Foto van Annelies
Wessel.
Broer en zus Plooij, Alida en Piet.
Pieter Plooij,
is het gezin ontvallen in het begin van de oorlog dat de
Duitsers Dordrecht binnen vielen.

Lemmer 1915: Deze kaart werd in spiegelschrift
afgedrukt.
Op het uithangbord rechts staat te lezen Café Kooistra -
vergunning. Op het uithangbord links staat vermeld:
bierbottelarij - handel in Amstelbier - Minera wateren.
Op het fietsenrek links bij het Café van J. Knol, staat:
berging voor fietsen. De kaart werd verzonden op 23 juni
1915 en werd verzonden door M.B. Visser jr te Eesterga.


Op het uithangbord is vaag te lezen, bakkerij ?




Deze foto laat ons een deel zien van de Bovenschans rond
1910. Eenvoudige 18e eeuwse topgeveltjes, waarvan Lemmer
er tientallen heeft gekend, maar die op dit moment zeer
zeldzaam zijn geworden. Met name het onderste deel van
de gevels komen we heden ten dage niet meer tegen.
Veelal zijn ze vervangen door pui-vormige kozijnen.
Geheel links op de foto is nog net het tegenwoordige
huis Schans 22 te zien, met het jaartalanker 9. Later
bewoond door Hendrik Peggeman en vroeger door Simon
Scheffer (1883-1959) Deze was vishandelaar en ongehuwde
oom van wijlen Aagje Visser, de vrouw van Hendrik
Peggeman. Na de steeg zien we het huis dat vroeger stond
op de plaats van het huidige pand Schans 20, later Chris
Schoenenhandel. Hierin was een manufacturenwinkel
gevestigd met Joodse eigenaars (Ittely). In 1919 werd
Tjalling Dijkstra eigenaar. Daarnaast het pand Schans
18, dat tot ongeveer 1925 werd bewoond door de
scheerbaas Hulscher. Deze overleed op 90 jarige
leeftijd. Later woonden o.a. Eilers en Folkert Verbeek
in dit huis. In het laatste huis is later het Lemster
Warenhuis gevestigd, eerder Pasveer's bazaar.

De R.K. toren heeft op deze foto nog geen wijzers, en
ook de pastorie is nog niet gebouwd. De fraaie en
waarschijnlijk op hun zondags uitgedoste jeugd, staat
hier voor de toen nog mooie woning in de Benedenschans,
waarin o.m. de families A. Scheffer, F. Verbeek en W. de
Blauw hebben gewoond.


Foto van Hielke Roelevink.
Lemsteraak foto
Hielke De
hoek van de Schans waar al sinds jaar en dag veel cafés
gevestigd zijn. De Lemsters stonden rond 1880, bekend
als een graag drinkend volk.

Evert de Vries verteld:
Een voorbeeld van een bekend café Biljart is van Moeke
Knol, die hier tussen haar twee kinderen in staat: zoon
Atte Knol en dochter Djoeke Knol. Op deze plek kwam
later café Populair van André van de Berg. Atte Knol, is
levenslang vrijgezel gebleven, is de man waarnaar in het
Lemster Folksliet wordt verwezen: "Atte weaget it wol
mei ús, al stean de netten noch yn sé, hy skinkt se by
de rús". Dat wijst er op dat hij indertijd hielp in het
café van zijn moeder. Later was hij firmant van de
drukkerij Fa. Koopman aan de Lijnbaan, het gebouw waar
later de Drukkerij Zuid-Friesland in was gevestigd.
Grote bekendheid genoot Atte Knol ook als omroeper bij
verkopingen, en de in die tijd nog vaak voorkomende
boelgoeden. In zijn laatste levensjaren was hij erg
astmatisch. Hij woonde toen boven de drukkerij, en in
het laatst van de oorlog, toen niemand 's avonds na
achten op straat mocht, hoorden wij hem soms nog tot ver
na dat tijdstip hoesten, als hij het door zijn
benauwdheid in huis niet kon harden. Hij stond dan bij
de kerk tegen het hek. Blijkbaar hadden de bezetters
begrip voor zijn toestand, we hebben tenminste nooit
gehoord dat zij hem lastig hebben gevallen. Atte Knol
overleed in augustus 1949.

Lemmer 1905: Op het huis links staat vermeld; café J.
Knol; hier tegenover was café Kooistra. Ook hier veel
mensen die wel even op de foto wilden. De bomen op de
achtergrond moesten later plaats maken voor doorstroming
van het verkeer.


Te Lemmer is men druk bezig de plaats van waterleiding
te voorzien, het betreft hier de Schans.


Voormalige Joodse Synagoge Lemmer, nu helemaal goed in
't zicht. Nu de woninkjes aan de Benedenschans naast de
Rooms Katholieke kerk zijn afgebroken, is de voormalige
Joodse Synagoge, waarvan de achterzijde zich altijd in
de schaduw van die huisjes bevond, goed te zien.
Van de Joodse gemeente die ooit Lemmer
bevolkte, is volgens het boek van A.E. Klijnsma "Lemsterlân,
in kuijerke troch it ferline" niet veel bekend. Wel weet
men dat de bijeenkomsten van de gemeente rond 1920 in
het gebouw aan de Schans werden gehouden. In die dagen
echter begon ook de uittocht van de Joden uit Lemmer.
Het Israëlitische bedehuis kon niet meer in stand worden
gehouden. De in Lemmer overgebleven Joden zochten daarop
aansluiting bij de Joodse gemeenschap in Sneek. In 1939
werd de synagoge met het huis van de rabbi verkocht. Het
huis van de Joodse Godsdienstleraar is toen afgebroken.
Op die plaats werd een nieuw woonhuis gebouwd.
De grote
kerkzaal deed dienst als werkplaats. Bij de verkoop werd
in een clausule opgenomen, dat het gebouw en de grond
waarop het staat nooit ingericht en gebruikt zou mogen
worden als badhuis, bioscoop, café of pakhuis voor
vellen, lompen en afval. Wordt dit gedaan dan zal de
eigenaar een boete van f 4.000,- moeten betalen aan de
Israëlische gemeente Sneek "of haar rechtverkrijgenden" De Lemster Joden, in 1880 woonden er in
Lemmer in totaal 140 zijn naar diverse plaatsen
verhuisd. De handelaar Simon Jacobs, was de laatste die
op het Joodse kerkhof bij Tacozijl begraven is. Dit was
in 1939. Toen de Duitsers ons land binnenvielen, waren in
Lemmer nog twee Joden woonachtig, broer en zuster
Josef en Sarah Blok. In Echtenerbrug woonde de
Joodse wijkzuster Jacobs. Dit drietal werd door de
Duitsers weggevoerd en is nooit weer teruggekomen.





Op de voorgrond geheel links het bekende café van Moeke
Knol. In het pand daarnaast was banketbakkerij
Tijsseling, gevestigd en daarnaast was een
kruidenierswinkeltje dat door Albert Reijenga, werd
gedreven en waarin in 1930, uiteraard in een andere
vorm, de fa. K. A. de Boer, er een levensmiddelenzaak
had. Later zat hier de Fa. Wissing. Zoals U ziet stonden
er in die jaren bomen in de Schans.





Foto van Roeli van der Veen. Begin van de Schans
omstreeks 1920. Het sparen van de ansichtkaarten was een
hobby van Roeli haar vader. Tegen het het raam geleund
van het Café van Knol, is Ate Knol.


De Lemster Vluchthaven, gezien vanaf de Zeedijk, links
beneden het Oosthoekje, een stukje van de Oostdam en in
de haven een baggermolen, bezig om het water op diepte
te houden. Langs de kade liggen wat aken en schouwen van
de Lemster vissersvloot. Recht vooruit zien we de
spuisluis. Als je vanaf de Oostdam iets riep, antwoordde
de echo even later vanaf de spuisluis. Links van de
spuisluis staat het hokje waar de reddingboot in lag.
Het hek op de dijk moest
het loslopende vee buiten het dorp houden, Onderaan de
dijk staat het hokje voor de man die daar stond om het
tolhek voor het doorgaande verkeer te openen. "De
tolgaarders waren toen Jan Spiekholt en Andries Bergsma.
Tegen een kleine vergoeding werd het hek onder aan de
dijk geopend. Geheel rechts, naast het tolhek, de boot
en wagenmakerij van Gerrit Wierda, de smederij van Van
der Wolf en de boerderij van Huitema. Verder nog de
toren van de R.K. Kerk en een kijkje de Schans in.

Pieter Kamminga stuurde deze foto. Lemmer 1925: Links de
visrokerij van Sjeerp de Blauw, voor de rokerij staat
een klein hokje, dat diende als nachtverblijf voor de
schapen die op de dijk graasden. Geheel rechts is nog
een gedeelte te zien van de boerderij van de familie
Huitema. Een deel van de woningen in de Beneden Schans
is reeds lang verdwenen. De rooms-katholieke kerk was
toen tien jaar oud.
Hennie Brouwer, verteld: Ik ben zelf geboren in de
Beneden Schans aan de kant van de Vissersburen. Mijn
vader was Auke Brouwer, en mijn moeder is Meintje
Lammers. Wij woonden daar met een aantal gezinnen.
Naast de rooms-katholieke kerk (tuin) was de
timmerplaats van Willem de Blauw, als je het steegje aan
de linkerzijde volgde naar de Vissersburen, dan woonde
daar als eerste Albert Zandstra, volgens de site Albert
Poot. Deze was getrouwd met Janke, zij hadden twee
kinderen Tineke en ?, daarnaast woonde Andries Bergsma (Reade
Okke, daarnaast woonde Jan en Jans Wouda en daarnaast
woonden wij. Aan de rechterkant van de steeg woonden
Obbe Poepjes en Meye Deinum en Oetske en Meine Oebeles
met een Duitse vrouw.
Aan de sluiskant woonden de familie Eelke Rippen, en
verder nog een oudere vrouw dat weet ik niet meer. Het
verhaal van Reade Okke komt heel werkelijk over, mijn
moeder bracht hem wel eten. Wij voetbalden altijd in de
Beneden Schans, en zondags kreeg ik nadat Okke bij
Pietje van der Werff, vandaan kwam altijd een dubbeltje.

Foto van Charlotte Sterk Huiskes. De Schans is een
straat waar vroeger veel winkels zaten, groentezaken,
bakkerijen en kleermakers.
Bij deze
foto behoorde onderstaande tekst.
|
In de Zuid-Friesland van 20
september zag ik een foto van de Schans "doedetiids"
uit de collectie van Jouke Wagemakers.
Geïnteresseerd in alles wat oud Lemmer
betreft, zag ik hierop veel bekende zaken.
Waarvan ik iets op papier wil zetten. In het
eerste hoek huis van links woonde Jan Pen en
zijn vrouw Janke de Rook. Zij verkochten van
alles, met name voor de visserij. Dat waren
de grootouders van de econoom, Prof. dr. Jan
Pen. Waar in een bijschrift sprake van is en
een oom en tante van ondergetekende.
Als we de steeg naast het
tweede huis ingingen, kwamen we voorbij het
werk plaatsje, waar mijn vader lood zat te
smelten. Hij maakte hier van loodjes voor de
botnetten en sleepnetten. In het andere huis
erbij woonde Geert Pen en zijn vrouw Janke.
Later heeft Harm Duim er met zijn gezin
gewoond. Weer terug naar de Schans, voor de
deur van het tweede huis staan kisten, op de
bovenste kist een W die zullen wel van
visroker Scheffer zijn.
Dan het huis waar visser Jan
de Blauw woonde. Drie kinderen poseren hier
voor de fotograaf de jongen nog met korte
broek en lange, wollen kousen en een ijsmuts
op zijn hoofd, het meisje is leuk gekleed in
een jurk met een witkraagje precies zo als
de meisjes er vroeger bij liepen.
Dan volgt de winkel van
Bondiëtti, waar ook van alles te koop was.
Dan krijgen we de boekwinkel van Terpstra,
wiens zoon Pieter romans en toneelstukken
met de eerste literator wordt bedoeld.
Daarnaast woonde Gaasbeek. Dan volgde de
weduwe Scheffer. Deze had een fruitzaak en
een visrokerij. Toen de tijden wat beter
werden kregen we zondags een stukje Urker
brok. Scheffer had het monopoly van de
verkoop hiervan. Hier werd de tweede
literator geboren, de romanschrijver Age
Scheffer. Naast de steeg was een café.
En
daar woonde ? Hulscher de scheerbaas, ik was
toen thuis de jongste van de jongens, en
ging er vaak met vader heen. 's
Zaterdagsavonds zat het er geregeld vol en
werden de nieuwtjes besproken. Het scheren
kosten toen 5 cent. Verderop woonde Bernard
Hulscher. Deze verkocht klompen voor 35
cent, en ook wel wrakke klompen met een
kwast er in, voor 20 cent, bij de ingang lag
altijd een grote jutte zak. Die was vaak een
prooi voor ons. Er werd dan een fakkel van
gemaakt, waar de jeugd dan zingend achteraan
liep. Het duurde dan ook niet lang of de
politie kwam erbij, en sloeg erop in, en als
je een flinke klap kreeg hoefde je dat thuis
niet te vertellen, want dan kreeg je als
antwoord, dan heb je ook wel wat uitgehaald.
Want anders doet de politie je niets.
Dan woonde Andries de Blauw
er, en had Uilke Kooistra zijn café. Even
terug naar de andere kant daar woonde bakker
Auke Douma. Word zijn zoon Jan soms bedoeld
met de hoge Officier bij het K.N.I.L.? In de
beneden Schans woonde ook bakker Fortuin.
Hier was mijn moeder, Metje Pen, geboren in
Oosterzee in betrekking. Mijn vader bracht
hier altijd het meel op zolder. Op de foto
staat toevallig een kar voor de deur met
meel er op. Zo kreeg hij ook kennis aan mijn
moeder, en op 13 mei 1892 trouwden zij. Uit
dit huwelijk werden 11 kinderen geboren.
Hiervan zijn mijn zuster Griet (Beverwijk),
mijn broer Koert (Lemmer), en ik nog in
leven. Moeder overleed 23 maart 1913, en
vader 21 november 1944. (geschreven in 1979)
door Evert de Vries. |

De Schans, rechtdoor loopt het nog steeds bestaande
steegje naar de Emmakade, Inmiddels is deze bocht naar
de Schans eigenlijk geheel verdwenen.

Evert de Vries verteld: Schans 1904 -Een opname aan het
eind van de schans. Van alles wat er aan de linkerkant
staat, is niets meer teug te vinden dan de katholieke
kerk. Aan het eind is de spuisluis net zichtbaar. Hier
staat het oude hek nog dat de boven en Beneden Schans
van elkaar scheidde. Ik heb dat zo nog gekend maar niet
zo lang. Aan het eerste huis links hangt een
uithangbord, daarvan zijn alleen de laatste letters te
ontcijferen, daaruit maak ik op dat er 'Uurwerken
Wagenmakers' staat. In die buurt woonde in ieder geval
een klokkenmaker die Wagenmakers hete.
Zijn zoon Pieter
was postbode, hij was tussen de klokken opgegroeid. En
heeft jaren lang zondagsmorgens om twaalf uur de gang
gemaakt naar de toren bij de hervormde kerk, om het
uurwerk op te winden en zonodig bij te stellen. Dat oude
uurwerk staat gerestaureerd nog altijd in het gemeente
kantoor. Met deze kaart ben ik naar de Schans geweest
maar ik slaag er niet in om precies te bepalen wat er
van de woningen aan de rechterkant nog over is.
Aanvulling van Ivo Zandhuis, zijn betovergrootouders
waren Jouke Wagenmakers en Janke Duit. "In het eerste
huis links, met het uithangbord, woonde en werkte Jouke
Wagenmakers (1862 Lemmer-1951 Lemmer) klokmaker. Hij was
woonachtig aan de (Beneden) Schans H41 (persoonskaart
CBG, centraal register testamenten 1927), later
(omgenummerd?) Schans 31 (persoonskaart CBG). Het
huisnummer Schans 31 is nog steeds ongeveer op diezelfde
plaats. Hij nam de klokmakerij over van zijn vader
Johannes Wagenmakers (1817 Sneek-1901 Lemmer), die in
1845 naar Lemmer was gekomen (Friesch Dagblad, 2 januari
1963). Op het uithangbord is leesbaar: WAGENMAKERS en
KLOK? MAKER."
Zie
kwartierstaat van
Renske (Rens Wagenmakers)

"Leve de Visschersvloot" Deze foto is gemaakt tijdens de
Onafhankelijks feesten in 1913. Deze ereboog voor de
Lemster vissers zegt toch wel genoeg over hoe de
Lemsters dachten over hun vissers.

Het is niet goed te lezen maar rechts op het uithangbord
staat te lezen A. Visser 'Vishandel' dat was het pand
van mijn Oom Andries Visser.

Deze foto is op dezelfde hoogte genomen, met het
verschil dat er toen in de woning, boter, kaas en eieren
werd verhandeld.

In het middelste huisje op de eerdere Zuiderzeedijk,
heeft Fedde Schurer, gewoond van 1904 tot 1924 met zijn
ouders en broers en zusters.

Frans Visser uit Lemmer, verteld: Deze foto is op
de plaats bij de oude spuisluis waar nu de benzinepomp
van Slump is, aan het eind van de Schans/Vissersburen.
Vroeger was bij de spuisluis ook een brug en een stukje
remming ervoor, vlak in de buurt van de houtmolen.
Mien v.d. Meer-v.d. Wolf, verteld: Mijn opa, Johannes
v.d. Wolf, woonde in het eerste huis met zijn gezin. Hij
heeft hier gewoond tot aan zijn dood met zijn dochter
Elizabeth. Zijn vrouw was nl. jong overleden. Na zijn
dood, heeft Elizabeth er nog gewoond met kostgangers.
Ongeveer in 1941 is het gezin van Harmen v.d. Wolf er
komen wonen.
In de woning ernaast hebben gewoond: De grootmoeder van
Harmen (van moeders kant), Oate de Boer. Daarna een oom
en tante, oom Harmen de Boer en tante Makke. Daarna een
Lageveen, daarna Luite Dam met zijn gezin (hij was bij
de sociale dienst), dit was in de oorlogstijd. Daarna
fam. T. Huitema. Nadien is het als toonkamer van kachels
gebruikt en is de bovenverdieping bij het huis van
Harmen gekomen.
Bij de brand van de houtmolen hebben deze beide
woningen praktisch geen schade opgelopen.
In de nacht van de bevrijding werd Harm getroffen door
een dum-dum, die zijn bovenbeen heeft verbrijzeld.
Daardoor heeft hij een stijf been gekregen. Zijn
aangepaste fiets had twee trappers, waarvan de ene een
stilstaande cranck had. (deze cranck is nog in ons
bezit).

Deze foto is van Frans Visser, en heeft te maken met
bovenstaande foto. Hier kun je de remming zien en de
overkant tegenover de smederij.


Mien v.d. Meer-v.d. Wolf, verteld: De toegangsdeur links
was de toegangsdeur naar de smederij. Via de smederij
kwam men in de winkel. Veel later is deze deur etalage
geworden en is er rechts een winkeldeur gekomen. Reclame
werd gemaakt voor Torpedo rijwielen en Hevea banden.
Vóór de smederij een "Shell" benzinepomp.

De smederij van H.v.d Wolf, aan de eerdere
Zuiderzeedijk, nu met helwerk langs de weg en een
toegangsdeur naar de winkel rechts van de etalage.
Opvallend karretje om motorolie te meten.
Truus Goessen Huitema, verteld. Direct naast de
werkplaats woonde Harm met zijn gezin. Nadat mijn pake,
Teake Huitema, zijn boerderij had verkocht, hebben mijn
pake en beppe hun laatste jaren in het huisje ernaast
gewoond. Zo heeft het er in de tijd van mijn vaders
jeugd uitgezien. Ik ben in de oorlogsjaren vaak op de
boerderij geweest, maar wat in mijn geheugen zit, is dat
in die tijd ook al de muur en het hekwerk bestond. Maar
later in het huisje aan de Zeedijk 2 was het
allermooiste. Vlakbij de houtmolen.. en het werk in de
smidse was ook altijd interessant. Ik heb er vaak
gelogeerd in het kamertje boven. Daar was een kleine
bedstee, heel gezellig.


De houtmolen 1920: De oorspronkelijke molen (geheel
rechts) hier al zonder wieken, werd vervangen door
stoomkracht. Oprichter van de "kistenfabriek" was C.
Sleeswijk. Een latere directeur was de heer Corree. Veel
kistjes werden gemaakt voor de verpakking van Lemster
bokking, alsmede voor de Calvé fabrieken. Voorlangs een
houten voetbrug met rails voor transport van de opslag
naar de fabriek.

De brand van De Houtmolen.

Home