|
Het onderwijs in Lemmer.
|
1 |
2
|
3 |
4
|
Beschrijving van
Steven Visser: Rechts
onder, bewaarschool (kakschool) met
pleintje en bomen ervoor. Daar speelden we dan in het zand met de
"rollebak" Daarboven in 't midden v.d. foto De Roomse
Skoalle. St. Jozefschool. Dan links bovenin de
Wilhelmina school. aan de Flevostraat.
Koningin
Julianaschool (ULO)
Christelijk onderwijs in
Lemmer.
Christelijke lagere school, Langestreek 50
Lemmer.
Nadat in juni 1853 al getracht
was te komen tot een oprichting van een bijzondere christelijke
school, maar die toen tegen gehouden werd door burgemeester en
wethouders van Lemsterland, werd na bijna tien jaar een nieuwe
poging ondernomen. Waarschijnlijk in de winter van 1863, maar
misschien ook wel eerder, werden vier mannen door de Hulpvereeniging
voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Lemmer benoemd, ('om
te beproeven eene Christelijke School op te rigten'. De vier mannen
waren, Lourens Hillebrands van Noord (voorzitter), Hendrik Everts
Loen (vice-voorzitter), Hendrik Wiebe Brandsma (Penningmeester) en
Douwe Sietses van Veen (secretaris). Deze heren hadden in Lemmer
allen een naam op te houden op het gebied van de confessionele
richting. Zo was de penningmeester Hendrik Wiebe Brandsma in de
jaren voor de oprichting kandidaat voor de Provinciale Staten. En de
voorzitter Lourens Hillebrands van Noord in de jaren daarna. Alle
vier de oprichters ondertekenden advertenties voor raad en Staten in
de jaren 1864 -1871, terwijl de voorzitter ook actief was in de
Vereeniging van Vrienden der Waarheid in Friesland. Ook lieten zij
weten dat er een aanbod was gekomen 'tot het bouwen van een
schoollocaal zonder eenige winstberekening'. Maar het
belangrijkste was de oproep voor meer en 'ruimere' bijdragen, naast
de reeds gedane giften. "Wanneer elk toch naar vermogen en met
belangstelling bijdraagt is de uitkomst zeker en zullen onze
kinderen weldra een onderwijs ontvangen die niet in tegenspraak is
met de opvoeding door Christelijke ouders gewenscht". Dit
schrijven dateert van april 1863.
De verlengde
Langestreek Lemmer, rond 1900. Met de school van 1865.
Op 22 juli 1863 volgt de daad
werkelijke oprichting van de Vereniging van Christelijk Onderwijs te
Lemmer. De statuten waren opgemaakt en op 2 augustus daar aan
voorafgaand, ging er een verzoek naar de Koning om de Vereniging te
erkennen als rechtspersoon.

Beschikking van
Koning Willem III, gedateerd 3 november 1863
Na het Uitroepen van een algemene vergadering zijn de volgende
personen als lid aangenomen.
Lourens Hillebrands van Noord.
Abe Melis van der Sluis.
Hendrik Luiking.
Harmen Oebeles Dijkstra.
Pieter Martens de Vries.
Renze Talsma.
Johannes Jans Rippen.
Bouke Aukes van der Veen.
Rinze Jetses Deinema.
Geert Venema.
Tjerk Tjeerds Ysbrany.
Pieter Tiemens Rippen.
Op 25 februari geven zich weer
enkele leden op.
Jochum Siebrens Heunsma.
Wiebe Hendriks Poppe.
Willem Monsma Kleinhouwer.
Jan Rinzes Visser.
Lupke Rinzes Visser.
Wiebe Hendriks Poppe
Er zijn nu 17 personen. die
allen als lid worden aangenomen. Met de vier leden van het bestuur
komt het aantal leden nu op 21. Dan blijkt er plotseling onenigheid.
Op 4 april 1865 bedankt Wiebe Hendriks Poppe niet alleen als lid van
bestuur, maar ook als lid van de Vereniging. Een geschil over de
'Sabbatviering' met de voorzitter Lourens van Noord (Lourens
Hillebrands,
geboren op dinsdag 16 februari 1830 in Lemmer. Lourens is overleden
op woensdag 17 mei 1893 in Lemmer, 63 jaar oud. Woonde naast zijn
ouders op huidige Langestreek 61 Lemmer. Hij had met zijn vader en
zwager Hendrik Harmens Visser een aannemersbedrijf in Lemmer. Was
later opzichter van het dijkbestuur van het waterschap Zeven
Grietenijen en Stad Sloten. Is ook brandmeester geweest. Kreeg van
de Onderlinge Waarborgmaatschappij van Woudsend een zilveren
aandenken voor doortastend optreden bij een brand te Joure op 14/15
oktober 1881. Was de eerste voorzitter van de Ver.
v. Chr. Onderwijs te Lemmer (een van de
oprichters). Aktief in de confessionele politiek (o.a. kandidaat
voor de Provinciale Staten). Heeft de schoolvereniging verlaten door
opdringen van het Gereformeerde gedachtegoed).
Lourens Hillebrands is daar
de oorzaak van. Men heeft nog wel getracht Poppe op andere gedachten
te brengen, vooral om 'welke gevolgen zoodanige handeling voor de
zaak kan hebben', doch hij komt niet op zijn besluit terug.
Bouke Aukes van der Veen wordt in zijn plaats als nieuw lid van het
bestuur gekozen, maar ook hij zegt zijn lidmaatschap op en komt
derhalve niet meer in aanmerking voor een bestuursfunctie.
In de zomer van 1864 wordt het
bestuur een huis aangeboden aan de Langestreek. Egberts Wiegers de
Boer, schipper te Nijehaske, doet dat namens zijn vader Wicher
Egberts, die in dezelfde plaats koopman was. Wicher Egberts de Boer
(Geboren ongeveer
1800, Overleden
31 juli 1898 te Haskerland (Friesland))
was sinds 1857 eigenaar en verhuurde het pand aan de familie B.S.
de Jong. Op dit perceel staat thans het huis Langestreek 49. Dit
pand werd wel door het bestuur geschikt geacht voor het beoogde
doel. Men besloot tot aankoop, en vroeg het lid Hendrik Luiking, die
aannemer was, een plan te ontwerpen dat voorzag in de verbouw van
het pand tot schoolgebouw. Deze plannen ondervonden geen tegenstand.

Het eerste
schoolgebouw aan de Langestreek in 1865
Het meest opvallende aan het
ontwerp was de voorgevel. Vermoedelijk is deze geheel gewijzigd. Zij
werd voorzien van drie rondbooggevel openingen, met in het in het
midden de dubbele toegangsdeur. Het terrein achter de school werd
als speelplaats ingericht, waartoe het bestaande 'hekwerk' wordt
verbeterd. Besloten werd vóór het schoolgebouw een tekst te
plaatsen:
,,Laat de kinderkens
tot mij komen en verhindert ze niet, Marcus 10 vs 14".
Boven de gootlijst
kwam te staan 'School voor Christelijk Nationaal Onderwijs'
Een geschikte eerste
onderwijzer werd gezocht. Geschikt hield in; ' Een
Hoofdonderwijzer voorzien van de Acte Fransch & Engelsch of Duitsch,
benevens Wiskunde en gaarne iemand die het bespelen van het
Kerkorgel kan en wil waarnemen'. En uiteraard iemand die met de
Godsdienstige beginselen instemde en met die der C.N.S. Hiervoor was
een jaarwedde beschikbaar van f 700,- met f1 00,- voor woning en f
60.- voor het bespelen van het orgel. Na verloop van tijd
solliciteert Martinus Jacobus Albracht (24) te Uithuizen. Hij blijkt
over uistekende referenties te beschikken. Het bestuur pakt de zaak
voortvarend aan. Er wordt een bezoek gebracht aan de heer Albracht
bestaande uit een speciaal daarvoor ingestelde commissie bestaande
uit de heren, Douwe Sietses van Veen en Renze Attes Talsma. De
commissie brengt een gunstig verslag uit van haar reis naar
Uithuizen, en heeft Albracht uitgenodigd om met Pinksteren a.s. naar
Lemmer te komen. Op 6 juni 1865 wordt de heer Albrecht benoemd tot
hoofdonderwijzer. Hij adviseert vervolgens het bestuur bij de
inrichting van de nieuwe school.
Een feestelijke
gebeurtenis in 1909 ter gelegenheid van de geboorte van het
prinsesje Juliana. Het planten van de Juliana boom.
Foto van Freddie de
Jong: "Een foto van de toenmalige MULO in Lemmer. Later werd dit de
sigarenfabriek van Balmoral uit Kampen. Mijn vader Anne de Jong was
hier chef, en ik ben in dat huis geboren. Later is het
sociaal-cultureel centrum Doedok erin gekomen".
De schoolstrijd,
1917
In de jaren zestig
van de negentiende eeuw begon een politieke ruzie om
het karakter van Nederlandse scholen, die bekend
werd als 'schoolstrijd' of 'de onderwijskwestie'.
Het lager en middelbaar onderwijs was aan
het begin van de negentiende eeuw sterk uitgebreid:
alle Nederlanders moesten naar school toe kunnen,
was de opvatting van de overheid. Daarom werden vele
'staatsscholen' opgericht.
De liberale politici van
deze tijd zagen het liefst zo weinig mogelijk
godsdienst op die scholen, maar dat was erg moeilijk
in de zeer christelijke negentiende eeuw. Toch
probeerden ze het in 1878. Met een nieuwe
onderwijswet drongen ze het christelijke karakter
van staatsscholen terug. 'Openbare' scholen kregen
tot dertig procent overheidssubsidie en 'bijzondere'
(Christelijke) scholen kregen niets. Tegelijkertijd
werden de eisen aan het onderwijs opgeschroefd.
Al deze maatregelen maakten
het voor het bijzondere onderwijs flink lastig, tot
grote woede van de katholieken en protestanten. Deze
boosheid was een van de redenen dat er eind
negentiende eeuw verschillende christelijke
politieke partijen werden opgericht, die snel veel
macht verwierven. Toen de katholieken en
protestanten in 1888 in de regering kwamen,
veranderden ze dan ook meteen de onderwijswet van
tien jaar eerder. Ook bijzondere scholen kregen nu
gedeeltelijk overheidssubsidie.
Een belangrijke overwinning,
die nog niet het einde van de ruzie betekende.
Bijzondere scholen bleven zich achtergesteld voelen.
Een definitieve oplossing werd mogelijk door een
'ruil' van twee belangrijke politieke punten in
1917. De katholieken en protestanten kregen een bij
wet gegarandeerde, volledige gelijkstelling van
openbaar en bijzonder onderwijs; de liberalen en (de
in de late negentiende eeuw sterk opgekomen)
socialisten kregen in ruil het zo verlangde algemeen
(mannen)kiesrecht. Deze historische ruil werd bekend
als de 'pacificatie'.
A.B.H. Funcke
Het nieuwe schoolhoofd.
Op 1 maart 1887 is aangesteld als
schoolhoofd, Alexander Berthold Hendrik Funcke. (Alexander Berthold
Hendrik Funcke. Geboren te Doesburg op 7-7-1856, overleden te Ede
op 12-4-1933. Huwt te Lemmer op 9-5-1889 met Dirkje Loen, geboren
te Lemmer op 9-1-1862. Overleden te Ede op 24-8-1941) In het bezit
van de akten Frans en wiskunde en bekwaam om privaatlessen in het
Duits te geven. Hij is het eerste en enige hoofd dat zonder een
persoonlijk kennismakingsgesprek de functie krijgt aangeboden. Op
goede berichten afgaand en omdat de reis van en naar Zeeland zo ver
is, neemt men deze beslissing. Het is een risico waard geweest, want
meester Funcke blijkt zeer geliefd te zijn, gedurende de lange tijd
dat hij hoofd van onze school is geweest. Het enige wat op hem aan
te merken viel, is zijn Duitse tongval en vlugge spreken, waardoor
hij soms moeilijk te verstaan is. Later blijkt hij al te goed te
zijn: het hoofd der school moet namelijk de schoolpenningen innen en
meester Funcke is hier erg makkelijk in. Hij gaat van het standpunt
uit dat als men de ene week niet kan betalen, men dat de volgende
week wel doet. Er ontstaan dan achterstanden in de betaling, die de
toch al precaire toestand in de financiën niet bepaald bevorderen.
Tot 1884 kunnen de geringe tekorten steeds worden aangevuld door
giften van vrienden, maar met ingang van 1 januari 1884 is het
bestuur genoodzaakt de schoolgelden te verhogen.

De onvermijdelijke
schoolgeldverhoging, hier uitgevoerd in het fraaie handschrift van
secretaris Sleeswijk Visser.

Schoolbehoeften anno
1900. Per jaar geeft men meestal niet meer dan f 150,- uit aan
leermiddelen.
Iets anders dan de financiën is
het verhaal over de afwatering van de school. Dit is al sinds 1892
een onderwerp van gesprek in de vergaderingen, er zijn zelfs hele
vergaderingen aan gewijd, en heeft tot veel frustraties geleid. De
buurman van de school, de heer Siemens Jan Visser heeft namelijk de
waterafvoer die over zijn erf moet plaats hebben, afgesloten zodat
bij tijd en wijle het achtererf van meester Funcke blank staat. Hij
kan dan zijn turfhok niet eens bereiken zonder natte voeten te
krijgen. Herhaaldelijk is met Visser over deze kwestie gesproken,
maar hij voldoet niet aan zijn verplichtingen. De verzuchting van de
secretaris, "wat is deze S. Jans Visser een onhandelbaar persoon",
is waarschijnlijk zachtjes uitgedrukt, want dan zijn de gemoederen
zó hoog opgelopen dat men erover denkt een deurwaarder in te
schakelen. Het wordt in de minne geschikt en voortaan zal de
waterlozing aan de voorzijde gebeuren in de Zijlroede. Een groot
aantal jaren van onlust zijn dan voorbij. Het heeft hem honderd
gulden en vijf jaar vergaderen gekost.
Meester Funcke en
Dirkje Loen
Het bestuur heeft inmiddels ook
de nodige veranderingen ondergaan. Ds A. de geus is sinds 1894
vice-voorzitter. In 1898 neemt hij de hamer over van Hendrik E.
Loen, die vanwege zijn hoge leeftijd deze taak niet langer kan
vervullen. Loen is al sinds de oprichting lid van het bestuur.
Behalve de hechte band die hij met de school heeft, zijn er ook
familiebanden met het hoofd van de school, meester Funcke. De
eerste vrouw van van meester Funcke (Fokeltje Sybrens Reidsma)
is al op jonge leeftijd overleden. In 1889 huwt hij de oudste
dochter van Loen, Dirkje. Tietje Derkje Funce, een dochter uit het
eerste huwelijk van Funcke trouwt in 1905 met de jongste zoon,
Lubbert Loen, maar daarvan is vader Loen geen getuige meer, want op
29 november 1899, vlak voor de eeuwwisseling overlijdt hij op
66-jarige leeftijd. De op de Oudesluis wonende bakker Loen is dan 36
jaar lang bestuurslid geweest. In het bestuur is hij altijd zeer
gewaardeerd; een standvastig mens, altijd rechtschapen in zijn
oordeel en steeds weer bereid zijn offervaardigheid te tonen voor de
zaak van het Christelijk onderwijs.
Het
nageslacht van meester Funcke. Van
links naar rechts: Pake (meester Funcke zijn zoon), myn
vader Roelof en op de voorgrond tante Dukkie, Alex,
Beppe en Hennie. Opgestuurd door Ido Funcke Nieuw
Zeeland.

De aanbesteding van de nieuwe
school met schoolhuis, vindt plaats op 12 december 1921. De Vries en
Nobacht uit Noordwolde zijn de laagste inschrijvers en bouwen de
school en het huis voor f 60.500,- (deze firma gaat overigens een
jaar later failliet), Van Slageren verzorgt het verfwerk aan de
school en Prins uit Kuinre verft het schoolhuis. 27 november 1922
kan de nieuwe school haar poorten openen. De nieuwe school die dan
nog ' De school met den Bijbel' heet, is op 16 mei 1923 omgedoopt in
KONINGIN WILHELMINASCHOOL.
Aanstelling voor de onderwijzer aan
de school met den Bijbel te
Lemmer / het bestuur der Vereeniging
voor Christelijk Onderwijs te Lemmer,
Eesterga en Follega heeft voor den tijd van 12 maanden tot
onderwijzer aangesteld den heer Fedde Schurer / Fedde Schurer
(rechts) links is meester Dragt. 1919.
Schoolfoto van groep 3 van
de 'Wilhelminaschool te Lemmer 1925. In het midden Fedde Schurer,
rechts meester A. Boschker.
Haye Dijkstra,
conciërge geweest van 1938 tot en met 1956. Gedurende de 2e
wereldoorlog heeft de familie Dijkstra onderdak verschaft aan Joodse
landgenoten. Voor het verzet deed Dijkstra ook het nodige; zo heeft
hij eens op klaarlichte dag wapens vervoerd voor het verzet. Hij
gebruikte daarvoor een kruiwagen. Verder had hij in de Wilhelmina
school een radio op zolder, waar geregeld naar de Engelse zender of
Radio Oranje werd geluisterd. In 1940 - in het begin van de oorlog -
heeft Dijkstra een keer op zijn trompet geblazen; daarop moesten
alle leerlingen zo vlug mogelijk naar huis rennen en thuis opnemen
hoeveel tijd men nodig had om de afstand te overbruggen - dit in
geval van luchtalarm. Verder heeft de heer Dijkstra voor de CHU deel
uitgemaakt van de Gemeenteraad.
|
1 |
2
|
3 |
4
|
Home
Niets uit deze
website mag worden
verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt
of op
andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van de samensteller. |