|
Na het Uitroepen van een algemene
vergadering zijn de volgende personen als lid
aangenomen.
Lourens Hillebrands van Noord.
Abe Melis van der Sluis.
Hendrik Luiking.
Harmen Oebeles Dijkstra.
Pieter Martens de Vries.
Renze Talsma.
Johannes Jans Rippen.
Bouke Aukes van der Veen.
Rinze Jetses Deinema.
Geert Venema.
Tjerk Tjeerds Ysbrany.
Pieter Tiemens Rippen.
Op 25 februari geven zich weer
enkele leden op.
Jochum Siebrens Heunsma.
Wiebe Hendriks Poppe.
Willem Monsma Kleinhouwer.
Jan Rinzes Visser.
Lupke Rinzes Visser.
|

Wiebe Hendriks Poppe.
Er zijn nu 17 personen. die allen als lid
worden aangenomen. Met de vier leden van het bestuur
komt het aantal leden nu op 21. Dan blijkt er plotseling
onenigheid. Op 4 april 1865 bedankt Wiebe Hendriks Poppe
niet alleen als lid van bestuur, maar ook als lid van de
Vereniging. Een geschil over de 'Sabbatviering' met de
voorzitter Lourens van Noord (Lourens
Hillebrands, geboren op dinsdag 16 februari 1830 in
Lemmer. Lourens is overleden op woensdag 17 mei 1893 in
Lemmer, 63 jaar oud. Woonde naast zijn ouders op
huidige Langestreek 61 Lemmer. Hij had met zijn vader en
zwager Hendrik Harmens Visser een aannemersbedrijf in
Lemmer. Was later opzichter van het dijkbestuur van het
waterschap Zeven Grietenijen en Stad Sloten. Is ook
brandmeester geweest. Kreeg van de Onderlinge
Waarborgmaatschappij van Woudsend een zilveren aandenken
voor doortastend optreden bij een brand te Joure op
14/15 oktober 1881. Was de eerste voorzitter van de Ver.
v. Chr. Onderwijs te Lemmer (een van de oprichters).
Aktief in de confessionele politiek (o.a. kandidaat voor
de Provinciale Staten). Heeft de schoolvereniging
verlaten door opdringen van het Gereformeerde
gedachtegoed).
Lourens
Hillebrands
is daar de oorzaak van. Men heeft nog wel getracht Poppe
op andere gedachten te brengen, vooral om 'welke
gevolgen zoodanige handeling voor de zaak kan hebben',
doch hij komt niet op zijn besluit terug. Bouke
Aukes van der Veen wordt in zijn plaats als nieuw lid
van het bestuur gekozen, maar ook hij zegt zijn
lidmaatschap op en komt derhalve niet meer in aanmerking
voor een bestuursfunctie.
In de zomer van 1864 wordt het bestuur
een huis aangeboden aan de Langestreek. Egberts Wiegers
de Boer, schipper te Nijehaske, doet dat namens zijn
vader Wicher Egberts, die in dezelfde plaats koopman
was. Wicher Egberts de Boer (Geboren ongeveer 1800,
Overleden 31 juli 1898 te Haskerland (Friesland) was
sinds 1857 eigenaar en verhuurde het pand aan de familie
B.S. de Jong. Op dit perceel staat thans het huis
Langestreek 49. Dit pand werd wel door het bestuur
geschikt geacht voor het beoogde doel. Men besloot tot
aankoop, en vroeg het lid Hendrik Luiking, die aannemer
was, een plan te ontwerpen dat voorzag in de verbouw van
het pand tot schoolgebouw. Deze plannen ondervonden geen
tegenstand.


Het eerste schoolgebouw aan de Langestreek in 1865.
Het meest opvallende aan het ontwerp was
de voorgevel. Vermoedelijk is deze geheel gewijzigd. Zij
werd voorzien van drie rondbooggevel openingen, met in
het in het midden de dubbele toegangsdeur. Het terrein
achter de school werd als speelplaats ingericht, waartoe
het bestaande 'hekwerk' wordt verbeterd. Besloten werd
vóór het schoolgebouw een tekst te plaatsen:
,,Laat de kinderkens tot mij komen en verhindert ze
niet, Marcus 10 vs 14".
Boven de gootlijst kwam te staan 'School voor
Christelijk Nationaal Onderwijs'
Een geschikte eerste onderwijzer werd
gezocht. Geschikt hield in; ' Een Hoofdonderwijzer
voorzien van de Acte Fransch & Engelsch of Duitsch,
benevens Wiskunde en gaarne iemand die het bespelen van
het Kerkorgel kan en wil waarnemen'. En uiteraard
iemand die met de Godsdienstige beginselen instemde en
met die der C.N.S. Hiervoor was een jaarwedde
beschikbaar van f 700,- met f1 00,- voor woning en f
60.- voor het bespelen van het orgel. Na verloop van
tijd solliciteert Martinus Jacobus Albracht (24) te
Uithuizen. Hij blijkt over uistekende referenties te
beschikken. Het bestuur pakt de zaak voortvarend aan. Er
wordt een bezoek gebracht aan de heer Albracht bestaande
uit een speciaal daarvoor ingestelde commissie
bestaande uit de heren, Douwe Sietses van Veen en Renze
Attes Talsma. De commissie brengt een gunstig verslag
uit van haar reis naar Uithuizen, en heeft Albracht
uitgenodigd om met Pinksteren a.s. naar Lemmer te komen.
Op 6 juni 1865 wordt de heer Albrecht benoemd tot
hoofdonderwijzer. Hij adviseert vervolgens het bestuur
bij de inrichting van de nieuwe school.

Een feestelijke gebeurtenis in 1909 ter gelegenheid van
de geboorte van het prinsesje Juliana. Het planten van
de Juliana boom.

Foto van Freddie de Jong: "Een foto van de toenmalige
MULO in Lemmer. Later werd dit de sigarenfabriek van
Balmoral uit Kampen. Mijn vader Anne de Jong was hier
chef, en ik ben in dat huis geboren. Later is het
sociaal-cultureel centrum Doedok erin gekomen".
De schoolstrijd, 1917
In de jaren zestig van de negentiende
eeuw begon een politieke ruzie om het karakter van
Nederlandse scholen, die bekend werd als 'schoolstrijd'
of 'de onderwijskwestie'. Het lager en middelbaar
onderwijs was aan het begin van de negentiende eeuw
sterk uitgebreid: alle Nederlanders moesten naar school
toe kunnen, was de opvatting van de overheid. Daarom
werden vele 'staatsscholen' opgericht.
De liberale politici van deze tijd zagen
het liefst zo weinig mogelijk godsdienst op die scholen,
maar dat was erg moeilijk in de zeer christelijke
negentiende eeuw. Toch probeerden ze het in 1878. Met
een nieuwe onderwijswet drongen ze het christelijke
karakter van staatsscholen terug. 'Openbare' scholen
kregen tot dertig procent overheidssubsidie en
'bijzondere' (Christelijke) scholen kregen niets.
Tegelijkertijd werden de eisen aan het onderwijs
opgeschroefd.
Al deze maatregelen maakten het voor het
bijzondere onderwijs flink lastig, tot grote woede van
de katholieken en protestanten. Deze boosheid was een
van de redenen dat er eind negentiende eeuw
verschillende christelijke politieke partijen werden
opgericht, die snel veel macht verwierven. Toen de
katholieken en protestanten in 1888 in de regering
kwamen, veranderden ze dan ook meteen de onderwijswet
van tien jaar eerder. Ook bijzondere scholen kregen nu
gedeeltelijk overheidssubsidie.
Een belangrijke overwinning, die nog niet
het einde van de ruzie betekende. Bijzondere scholen
bleven zich achtergesteld voelen. Een definitieve
oplossing werd mogelijk door een 'ruil' van twee
belangrijke politieke punten in 1917. De katholieken en
protestanten kregen een bij wet gegarandeerde, volledige
gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs; de
liberalen en (de in de late negentiende eeuw sterk
opgekomen) socialisten kregen in ruil het zo verlangde
algemeen (mannen)kiesrecht. Deze historische ruil werd
bekend als de 'pacificatie'.

A.B.H. Funcke.
Het nieuwe schoolhoofd.
Op 1 maart 1887 is aangesteld als
schoolhoofd, Alexander Berthold Hendrik Funcke.
(Alexander Berthold Hendrik Funcke. Geboren te Doesburg
op 7-7-1856, overleden te Ede op 12-4-1933. Huwt te
Lemmer op 9-5-1889 met Dirkje Loen, geboren te Lemmer
op 9-1-1862. Overleden te Ede op 24-8-1941) In het bezit
van de akten Frans en wiskunde en bekwaam om
privaatlessen in het Duits te geven. Hij is het eerste
en enige hoofd dat zonder een persoonlijk
kennismakingsgesprek de functie krijgt aangeboden. Op
goede berichten afgaand en omdat de reis van en naar
Zeeland zo ver is, neemt men deze beslissing. Het is een
risico waard geweest, want meester Funcke blijkt zeer
geliefd te zijn, gedurende de lange tijd dat hij hoofd
van onze school is geweest. Het enige wat op hem aan te
merken viel, is zijn Duitse tongval en vlugge spreken,
waardoor hij soms moeilijk te verstaan is. Later blijkt
hij al te goed te zijn: het hoofd der school moet
namelijk de schoolpenningen innen en meester Funcke is
hier erg makkelijk in. Hij gaat van het standpunt uit
dat als men de ene week niet kan betalen, men dat de
volgende week wel doet. Er ontstaan dan achterstanden in
de betaling, die de toch al precaire toestand in de
financiën niet bepaald bevorderen. Tot 1884 kunnen de
geringe tekorten steeds worden aangevuld door giften van
vrienden, maar met ingang van 1 januari 1884 is het
bestuur genoodzaakt de schoolgelden te verhogen.

De onvermijdelijke schoolgeldverhoging, hier uitgevoerd
in het fraaie handschrift van secretaris Sleeswijk
Visser.

Schoolbehoeften anno 1900. Per jaar geeft men meestal
niet meer dan f 150,- uit aan leermiddelen.
Iets anders dan de financiën is het
verhaal over de afwatering van de school. Dit is al
sinds 1892 een onderwerp van gesprek in de
vergaderingen, er zijn zelfs hele vergaderingen aan
gewijd, en heeft tot veel frustraties geleid. De buurman
van de school, de heer Siemens Jan Visser heeft namelijk
de waterafvoer die over zijn erf moet plaats hebben,
afgesloten zodat bij tijd en wijle het achtererf van
meester Funcke blank staat. Hij kan dan zijn turfhok
niet eens bereiken zonder natte voeten te krijgen.
Herhaaldelijk is met Visser over deze kwestie gesproken,
maar hij voldoet niet aan zijn verplichtingen. De
verzuchting van de secretaris, "Wat is deze S. Jans
Visser een onhandelbaar persoon", is waarschijnlijk
zachtjes uitgedrukt, want dan zijn de gemoederen zó hoog
opgelopen dat men erover denkt een deurwaarder in te
schakelen. Het wordt in de minne geschikt en voortaan
zal de waterlozing aan de voorzijde gebeuren in de
Zijlroede. Een groot aantal jaren van onlust zijn dan
voorbij. Het heeft hem honderd gulden en vijf jaar
vergaderen gekost.

Meester Funcke en Dirkje Loen.
Het bestuur heeft inmiddels ook de nodige
veranderingen ondergaan. Ds A. de geus is sinds 1894
vice-voorzitter. In 1898 neemt hij de hamer over van
Hendrik E. Loen, die vanwege zijn hoge leeftijd deze
taak niet langer kan vervullen. Loen is al sinds de
oprichting lid van het bestuur. Behalve de hechte band
die hij met de school heeft, zijn er ook familiebanden
met het hoofd van de school, meester Funcke. De
eerste vrouw van van meester Funcke (Fokeltje Sybrens
Reidsma) is al op jonge leeftijd overleden. In 1889
huwt hij de oudste dochter van Loen, Dirkje. Tietje
Derkje Funce, een dochter uit het eerste huwelijk van
Funcke trouwt in 1905 met de jongste zoon, Lubbert Loen,
maar daarvan is vader Loen geen getuige meer, want op 29
november 1899, vlak voor de eeuwwisseling overlijdt hij
op 66-jarige leeftijd. De op de Oudesluis wonende bakker
Loen is dan 36 jaar lang bestuurslid geweest. In het
bestuur is hij altijd zeer gewaardeerd; een standvastig
mens, altijd rechtschapen in zijn oordeel en steeds weer
bereid zijn offervaardigheid te tonen voor de zaak van
het Christelijk onderwijs.

Een stukje uit Johannes de Vries zijn
column 'Lemmer door de jaren heen' Er werd mij deze week
de vraag gesteld waar Funcke zijn bloemenwinkel heeft gehad. Dat was
een beetje moeilijk aan te geven omdat de driehoekige
ruimte ervoor nu bebouwd is. Op deze foto is min of meer
te zien hoe of het daar in elkaar zat. Van rechts af
zien we het cafetaria van Lienos, Kledingmagazijn
Molenberg en, toen nog hotel, Centrum. Daarnaast, een
meter of wat naar achteren, vonden we Funcke.
Hier is een stukje van de voormuur te zien met het raam
van hun kamer. De bloemen die er verkocht werden waren
altijd vers.
Funcke
kweekte die namelijk zelf op een tuin achter de
timmerwinkel van Albert Visser. Op die grond staat nu
een gebouw dat bij het bedrijf van Visser hoort. Ook de
speeltuin van onze buurtvereniging is op een deel van de
tuin aangelegd. Op zomeravonden kwamen Funcke
en zijn vrouw vaak lopend bij de fiets bij ons langs. De
fietsen afgeladen met bloemen. De bloemen die zo juist
gesneden waren op de eigen tuin. Vooral de gladiolen
herinner ik me. Een inkijkje in de Schans toont de
laatste stuiver en dan weer op het Burg. Krijgerplein
terug de zijkant van het huisje waar Bernard Bijlholt
klompen, schaatsen en leerwerk verkocht. Dan de
ondertussen ook al afgebroken winkel met bovenwoning van
Coöperatie Excelsior. De mannen op de bank zie ik zo nog
voor mij. Aan namen waag ik me maar niet. De derde van
links is volgens mij Gerlof de Wilde.

Het nageslacht van meester Funcke. Van links naar rechts: Pake (meester
Funcke zijn zoon), mijn vader Roelof en op de voorgrond tante Dukkie, Alex,
Beppe en Hennie. Opgestuurd door Ido Funcke, uit Nieuw Zeeland.

De aanbesteding van de nieuwe school met
schoolhuis, vindt plaats op 12 december 1921. De Vries
en Nobacht uit Noordwolde zijn de laagste inschrijvers
en bouwen de school en het huis voor f 60.500,- (deze
firma gaat overigens een jaar later failliet), Van
Slageren verzorgt het verfwerk aan de school en Prins
uit Kuinre verft het schoolhuis. 27 november 1922 kan de
nieuwe school haar poorten openen. De nieuwe school die
dan nog ' De school met den Bijbel' heet, is op 16 mei
1923 omgedoopt in KONINGIN WILHELMINASCHOOL.

Aanstelling voor de onderwijzer aan de school met den
Bijbel te Lemmer / het bestuur der Vereeniging voor
Christelijk Onderwijs te Lemmer, Eesterga en Follega
heeft voor den tijd van 12 maanden tot onderwijzer
aangesteld den heer Fedde Schurer / Fedde Schurer
(rechts) links is meester Dragt. 1919.

Schoolfoto van groep 3 van de 'Wilhelminaschool te
Lemmer 1925. In het midden Fedde Schurer,
rechts meester A. Boschker.

Haye Dijkstra, conciërge geweest van 1938 tot en met
1956. Gedurende de 2e wereldoorlog heeft de familie
Dijkstra onderdak verschaft aan Joodse landgenoten. Voor
het verzet deed Dijkstra ook het nodige; zo heeft hij
eens op klaarlichte dag wapens vervoerd voor het verzet.
Hij gebruikte daarvoor een kruiwagen. Verder had hij in
de Wilhelmina school een radio op zolder, waar geregeld
naar de Engelse zender of Radio Oranje werd geluisterd.
In 1940 - in het begin van de oorlog - heeft Dijkstra
een keer op zijn trompet geblazen; daarop moesten alle
leerlingen zo vlug mogelijk naar huis rennen en thuis
opnemen hoeveel tijd men nodig had om de afstand te
overbruggen - dit in geval van luchtalarm. Verder heeft
de heer Dijkstra voor de CHU deel uitgemaakt van de
Gemeenteraad.
| 1
| 2 |
3 |
4 | 5 |
Home