Het onderwijs in Lemsterland.

 

| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |

 

De schoolmeesters van Lemsterland in de loop der tijden.

1. Echten

Op 1 Januari 1647 trouwde Meyne Kersten, schoolmeester te Echten met Wopck Annesdr van Follega. Hij vertrok eind 1647 naar Follega. In December 1655 ontving een mr. Claes Joannes (waarschijnlijk te Echten) schoolpenningen voor een weeskind. In 1712 werd Jildert Claesen hier schoolmeester; hij noemde zich later naar dit dorp "Van Egten". Hij vertrok in 1716 naar Wanswerd.
In 1744 was Jan Rommerts hier als schoolmeester. Hij vertrok in 1745 naar Steggerda en vandaar in 1746 naar Hindeloopen. In 1749 was Reyn Teunisz hier als schoolmeester. Hij ging in 1756 naar Witmarsum. In 1786 was de weduwe van wijlen meester Nanne Jans te Echten.

In de herfst van 1811 kwam Merk Tjidsgers Oosterhof, 3de rang, van Nijesloot (Opst.). Zijn traktement bedroeg ƒ 150 plus de schoolpenningen. In 1814 trouwde hij met Annigje E. Boersma; zij is te Echten overleden op 25 april 1858, oud 63 jaar. Meester Oosterhof is te Echten overleden op 17 mei 1861, oud 68 jaar.
Op 15 November 1861 werd Sikke Tillema van Bovenknijpe als zijn opvolger benoemd. Omstreeks 1 Januari 1862 trad hij in dienst. Als hulponderwijzer fungeerde in 1861 A. Lenstra en in 1865 was dat Marten Jans Bakker. Op 15 November 1867 werd er een nieuwe school ingewijd. In 1874 was Alle Kooistra hier als hulponderwijzer. Sikke Tillema is gepensioneerd in 1903. Zijn zoon was de bekende Indië-kenner H.F. Tillema.

In 1903 werd T. Zwart hoofd van deze school. In 1924 werd hij opgevolgd door S. Koopmans.
Deze werd op 1 juni 1930 hoofd van de openbare lagere schippersschool te Sneek. In 1930 kwam A. Rengersen, onderwijzer te Elspeet. Hij vertrok op 1 Januari 1953 naar Wissekerke (Zld.). In 1953 werd hij opgevolgd door J.A. Vooren, onderwijzer te Rotterdam.

Bijzonder onderwijs

In 1912 werd te Echten (Echtenerbrug) een bijzondere school voor christelijk onderwijs gesticht met als hoofd W. van der Meulen. In 1915 kwam A. van der Ploeg en op 1 Januari 1922 werd G. Ham van Vlagtwedde (Gr.) benoemd. Hij was eerder onderwijzer te Ten Boer, Hendrik Ido Ambacht en Bergum en werd op 1 November 1919 hoofd te Vlagtwedde. Hij ging op 1 Oktober 1950 met pensioen. Hij werd toen opgevolgd door F. de Vlas, die op deze school reeds als onderwijzer werkzaam was.
 

2. Eesterga


Op 1 mei 1605 was Denijs Ridde schooldienaar in Eesterga. Op 1 November 1609 was hij hier nog; in 1612 was hij te Sloten. Op 28 November 1613 en op 28 april 1614 was hier mr. Jan als schoolmeester en op 14 November 1618 werd mr. Gepcke Lambertsz genoemd als schoolmeester.
In 1622 en 1624 was mr. Tiebbe Wijtzes te Eesterga.


In april 1638 was Johannes Thijssen schoolmeester in Eesterga. Zijn vrouw heette Jantien Thijssensdr. Hij was hier in juli 1643 nog als schoolmeester en in 1645 ging hij naar Lemmer.
In 1645 trouwde Timannus Nicolai, schoolmeester te Eesterga, met Swaentien Clasesdr. van Nijelamer.
In November 1651 was Arent Meynesz schooldienaar in Eesterga. Hij was hier reeds op 21 Februari
1651, toen hij hier trouwde met Stijn Paulusdr van Twellingerga. Hij was in Februari 1657 te Kortezwaag; waarschijnlijk was hij vandaar naar Eesterga vertrokken.

Op 20 November 1670 kwam met attestatie van Akkrum: Tjepko Sannis, schoolmeester te Eesterga.
Hij vertrok reeds op 1 mei 1671 met attestatie naar Offingawier. Op 12 Augustus 1694 trouwde
Anthonij Kalsbeek, schooldienaar te Eesterga, met Grietje Meinesdr. van Kuinre. Ze vertrokken nog in datzelfde jaar naar Lemmer. Op 11 November 1694 trouwde Klaas Willems, schoolmeester in Eesterga, met An Nolles van Lemmer.
Op 20 Februari 1718 was de huwelijksproclamatie van Simon Elingh, schoolmeester te Eesterga, en Yk Fogelis te Wijckel; ze zijn te Lemmer getrouwd. Op 5 December 1716 was Sijmen Elings, schoolmeester te Eesterga, 28 jaar oud.

Op 7 juli 1736 was Johannes Hendriks, schoolmeester te Eesterga, 22 jaar oud. Op 23 November 1754 was Jaan Tijmens huisman en schoolmeester te Eesterga. Hij was toen 64 jaar oud; zijn vrouw Tjeb Piers was 63 jaar.
Op 1 mei 1783 zat Jan Cuperus, schoolmeester te Eesterga, op het Blokhuis te Leeuwarden gevangen en verzocht om ontslag uit zijn detentie. Op 3 juni werd hem dat ontslag verleend.
In 1792 werd Pieter Hendriks Buisma hier onderwijzer; in 1796 vertrok hij naar Oudehaske.
In de Bijdragen van het Onderwijs 1804/1805 staat: "Eesterga. Hier was oudtijds een zomerschool: alleen 's zomers werd les gegeven; vast inkomen ƒ 50; aantal leerlingen ruim 20.
De meester was des winters ondermeester te Lemmer of elders, of winter schoolhouder hier of daar."

In 1803 vertrok Jacob Gerrits Deuker naar Follega. In 1804 kwam hier de 18-jarige T. Buma, maar reeds in 1805 werd hij ondermeester te Bolsward. Jentje Jollis Wiarda nam toen provisioneel de school waar, maar in 1805 vertrok hij reeds naar Follega. In 1806 kwam Jacob Annes Visser, ondermeester aan de tweede school te Lemmer. Het traktement voor deze zomerschool bedroeg ƒ 50 plus de schoolpenningen. Bovendien mocht hij 's winters in één van de scholen te Lemmer als ondermeester voor vrij kost en drank fungeren. In 1808 vertrok hij naar Oosterzee.
In 1814 stond hier Wiebe Annes Visser, een derde ranger. Hij was te Oudeschoot geboren als zoon van Anne Jacobs en Akke Jans. In Oktober 1816 vertrok hij naar Scherpenzeel. In 1817 werd de school als 'vacant' opgegeven en in 1818 werd de school niet meer genoemd.

3. Follega

Op 19 December 1674 kwam hier met attestatie van Echten binnen: Meine Kersten schoolmeester. Zijn vrouw heette Wopck Annesdr. Hij was hier in 1649 nog en is hier later ook overleden.

In Augustus 1670 was mr. Claas Jansen hier schooldienaar. Hij vertrok op 14 mei 1671 met attestatie naar Oosterwolde. In 1672 was Harmen Jans hier als schoolmeester met Wyts Johannis zijn huisvrouw. Ze kwamen van "St. Liecklesga", waarheen ze op 3 april 1675 weer met attestatie vertrokken.
Op 7 mei 1681 werd op belijdenis van het geloof aangenomen tot lidmaat: Foppe Klaases schoolmeester in Follega. Hij was hier in 1683 nog. Vermoedelijk is hij hier ná dat jaar gestorven, want zijn weduwe vertrok later naar Terband.
Op 3 November 1689 werd op belijdenis van het geloof aangenomen: Klaas Willems, schoolmeester in Follega. Hij was hier in 1691 nog, doch in November 1694 was hij schoolmeester te Eesterga. Op 17 juli 1707 trouwde Abel Posthumus, schoolmeester te Follega, met Aaltje Johannis van Heerenveen. Ze vertrokken omstreeks 1 November 1709 naar De Knijpe.

In Augustus 1714 was Jan Els schoolmeester te Follega. Op 7 juli 1736 was Sake ten Wolde, schoolmeester te Follega, 34 jaar oud. In 1744 was hier als schoolmeester: Jan Jansen Knol. Zijn vrouw heette Pijttertie Attes. Hij was hier in 1765 nog.
In 1802 werd de school vacant, maar in 1803 werd Jacob Gerrits Deuker van Eesterga provisioneel benoemd. Het traktement bedroeg ƒ 135, plus vrij wonen en het gebruik van de "polle" land rondom de school en het kerkhof. In 1805 was hij in Hommerts. Nog in 1803 of in 1804 kwam Wijtze Uilkes Boonemmer. Hij trouwde op 13 mei 1804 te St. Nicolaasga met Elske Jochems van Doniaga. Hij werd in 1805 vereerd met een boekgeschenk namens de voormalige Raad van Binnenlandse Zaken. Hij is waarschijnlijk eind 1805 naar Birdaard vertrokken, want in de Leeuwarder Courant worden sollicitanten opgeroepen tegen 23 September 1805 samen te komen in de kerk.

In 1806 kwam Jentje Jollis Wiarda, van Eesterga. Het inkomen bedroeg toen ƒ 135, plus de schoolgelden van 35 leerlingen à ƒ 1,20 en een vrije woning. Hij vertrok in 1810 naar Tjerkgaast.
In 1814 stond hier Harke Martens Koopmans, derde rang. Hij bedankte in het najaar van 1818.
Op 1 Februari 1819 kwam Elert Arjens Kuiper, derde rang. In de zomer van 1822 is hij hier overleden. Op 23 Januari 1823 kwam Wiebe Annes Visser, tweede rang, van Scherpenzeel. Hij was geboren te Oudeschoot op 1 Oktober 1795. Zijn inkomen bedroeg ƒ 235, plus de schoolpenningen en een woning. Hij trouwde op op 1 juni 1831 te Lemmer met Minke Halbertsma, die op 21 maart 1808 te Gorredijk was geboren. In 1831 werd het schoolgebouw vergroot. Wiebe Annes Visser is te Follega gestorven op 13 maart 1845.

Op 6 Oktober 1845 kwam Izaäk Poutsma, ondermeester te Gorredijk. Hij vertrok op 1 Oktober 1854 weer naar Gorredijk. Op 15 maart 1855 kwam Tjibbe S. Velsing, tweede rang. Het traktement bedroeg toen ƒ 235 van de kerk, ƒ 50 van de gemeente, plus de schoolpenningen van 40 leerlingen à ƒ 3 per kwartaal en vrij wonen. Hij vertrok op 23 juli 1861 naar Tjalleberd.
Op 1 Januari 1862 kwam Andle S. Andringa van Kooisloot. Hij ging in 1894 met pensioen. Op 1 maart 1894 kwam Nanne van der Weg, onderwijzer te Wolvega. Hij kreeg op 1 juli 1931 eervol ontslag, doch bleef tot 1 September 1931 voorlopig in functie wegens gebrek aan een opvolger. Hij is te Velp gestorven op 26 November 1935, oud 68 jaar.
In September 1931 werd K.T. Jansma tijdelijk aangesteld en op 1 Februari 1932 kwam P.C. Hofman, onderwijzer aan de ULO te Lemmer. Op 19 Oktober 1933 besloot de gemeenteraad tot opheffing van deze school met ingang van 1 Januari 1934. Dit besluit werd goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Friesland.

4. Lemmer

In 1630 was ene mr. Reincke Annes hier ouderling; het is niet zeker of hij ook schoolmeester was. In 1639 was hij hier nog. In 1641 werd mr. Luytien Zijtties hier schoolmeester. Hij kwam van Idskenhuizen, samen met zijn huisvrouw Trijn.
In juli 1646 was Johannes Thijssen schoolmeester in Lemmer; hij was van Eesterga gekomen. Hij is overleden op 7 Januari 1649. In Februari 1649 is sprake van Jantien, de schoolmeesters weduwe. Ook op 1 Februari 1676 was zij hier nog: "schoolmeisters Jantien te Lemmer".
In 1649 kwam mr. Paulus Jochums als schoolmeester. Hij trouwde op 17 juni 1649 te Oosterzee met Beero Goyckensdr. Hij kwam van Oldelamer; was hier in 1652 nog en vertrok in 1664 naar Berlikum.

In maart 1664 kwam mr. Petrus Abrahams Stelma. Hij trouwde op 13 November 1664 te Tzum met Hijltie Petrus Bechius van Tzum. Ze vertrokken omstreeks 15 juni 1666 met attestatie naar Ferwerd. Hij werd nog vóór Februari 1667 opgevolgd door mr. Claes Jacobs, schooldienaar. Hij was op 2 april 1671 te Eesterga getrouwd met Susanna Geestdorps weduwe van Harlingen. Zij is overleden op 7 maart 1672. Op 24 November 1673 hertrouwde hij te Arum met Grietje Feddes van Arum. Ze zijn op 7 Oktober 1679 naar Deventer vertrokken.

Op 5 april 1676 was Feije Dirks "schoolmeyster" te Lemmer. Op 2 November 1679 kwam mr. Samuel Jemaar schoolmeester, van Zuidveen onder Steenwijk. Zijn vrouw heette Aaltje Lamberts. Zij vertrokken reeds in 1680 naar Oldemarkt.
Op 30 Januari 1681 kwamen mr. Jan Pieters schoolmeester en Janke Stellings zijn huisvrouw, met attestatie van Oudeschoot. In 1691 waren ze hier nog, doch zij zijn vòòr 1695 vertrokken, mogelijk naar IJlst. Op 7 September 1693 was Johannes Hajenius taalmeester op de Lemmer.

In juli 1695 was hier mr. Anthonij Kalsbeek eerder schooldienaar te Eesterga. Hij was omstreeks 1674 geboren. Hij trouwde op 12 Augustus 1694 met Grietje Meines van de Kuinre en was toen nog schoolmeester te Eesterga. Mogelijk is hij hetzelfde jaar nog verhuisd naar Lemmer, waar op 28 juli 1695 een kind van hen werd gedoopt. Op 4 Augustus 1695 werd hij hier op belijdenis van het geloof tot lidmaat aangenomen. Zijn vrouw deed op 26 Januari 1696 belijdenis. Ze waren hier in 1703 nog. Evenzo op 10 juni 1709: "mr. Anthonie Calsbeeck schooldienaer, Lemmer olt 36 jaar" was getuige in een proces. In juli 1709 was zijn vrouw Grijttie Meinesz 38 jaar oud. Hij was hier in juni 1715 nog als schoolmeester.

Op 23 juni 1724 was Johannes Calsbeek, schoolmeester te Lemmer, 21 jaar oud. In December 1736 was mr. Johannes Wagter hier als schoolmeester; in 1749 was hij hier nog. In mei 1751 werd Jan Phocilides schoolmeester te Lemmer; hij was blijkbaar een zoon van de predikant alhier.
Hij is hier getrouwd op 24 November 1754 met Pijttie Hogenbrug van Sneek. Hij was in mei 1772 nog in functie.
Zijn opvolger was Rijk van den Berg, die hier op 14 December 1777 trouwde met Hendrikje Hommes, “beide van Lemmer”. In maart 1780 vroeg hij in de Leeuwarder Courant een ondermeester, ook bekwaam in de kerkdienst. Hij stond in 1783 nog aan het hoofd van de school; hij was tevens koster en voorzanger. Hij was nog in Oktober 1789 nog in functie.

Volgens de Leeuwarder Courant was de school in Augustus 1796 vacant. In het najaar van 1796 kwam mr. Nicolaas Koopmans van Holwerd. Hij is op 8 juli 1798 te Lemmer als jongeman getrouwd met Freerkje Kleinhouwer jongedochter, beiden van Lemmer. Meester Koopmans heeft hier gestaan tot 1845, toen hij gepensioneerd werd.
Ondertussen was in 1802 Rijk van den Berg te Lemmer als tweede schoolmeester aangesteld. Hij trouwde in 1815 met Jantje J. Doedes. Hij bediende deze functie tot aan zijn dood op 13 September 1827; hij was toen 74½ jaar oud. Deze school is toen nog enige jaren provisioneel waargenomen door Dirk Lourens Landmeter en is in 1830 gecombineerd met de eerste school.

In dat jaar werd, onder de directie van Nicolaas Koopmans, een nieuwe school gesticht, die in
1834 is vergroot en in 1836 werd gesplitst in een jongens- en een meisjesschool onder hetzelfde dak.

In de Leeuwarder Courant stond dat op 5 Februari 1835 werd uitbesteed het bouwen van een nieuwe school te Lemmer; lang 16 el, breed 24 el 2 palm.

Meisjesschool

In 1836 werd Egbert Harmens Meijer hoofd van de meisjesschool in Lemmer. Hij verkreeg met ingang van 1 Januari 1861 eervol ontslag, waarna de meisjesschool weer werd opgeheven.
 

Jongensschool

In 1836 werd Nicolaas Koopman hoofd van deze school. In het voorjaar van 1845 ging hij met pensioen. Hij is op 80-jarige leeftijd te Lemmer overleden op 29 mei 1845. In 1845 werd Dirk Lourens Landmeter, adjunct onderwijzer, provisioneel aangesteld. Op 10 april 1845 kreeg hij een vaste aanstelling. Hij was geboren in 1805 en was gehuwd met Haukje Teitsma. Het inkomen aan de jongensschool bedroeg in 1845 ƒ 160, plus- ƒ 60 voor huishuur en de schoolpenningen van ca. 170 leerlingen (ongeveer ƒ 400).

Per 1 Januari 1861, na de opheffing van de meisjesschool, werd de school weer bestemd voor jongens en meisjes en werd 'de Burgerschool' genoemd. Dirk L. Landmeter hertrouwde in 1852 met Koopje J. de Vries, Ze kregen vier kinderen en er waren nog enige kinderen uit het vorige huwelijk. Zijn dochter Grietje, geboren te Lemmer op 19 april 1837 - werd later de moeder van Pieter Jelles Troelstra. Dirk L. Landmeter is gestorven op 29 Augustus 1861.

Op 1 Januari 1862 kwam Herman van Braam uit Ureterp. (Hij was reeds op 15 November 1861 benoemd.) Op 29 maart 1862 werd Jan Iedema, hulponderwijzer te Harlingen, op deze school als hulponderwijzer benoemd. In September 1862 kwam Jacob Klaren als hulponderwijzer. Hij was daarvoor te Leeuwarden in deze functie werkzaam geweest. Herman van Braam vertrok op 15 November 1867 naar Enschede.

In 1868 kwam Jan Heemstra van Drachten. (Hij was reeds op 14 December 1867 benoemd.) Hij werd in 1899 gepensioneerd. In 1899 kwam M. Schilstra van Wijckel. Hij is in april 1904 overleden.

Daarna werd deze school gecombineerd met de openbare school voor MULO, die hier op 2 Augustus 1869 was geopend. Het eerste hoofd werd in 1869 Gerrit van Diermen, hulponderwijzer te Harlingen. Zijn traktement was ƒ 900 plus ƒ 100 voor huishuur. Hij ging in 1904 met pensioen. Hierna werd J. Radersma van Oldeboorn hoofd van de gecombineerde school. Hij is gepensioneerd op 15 maart 1929. Hij is gestorven te Apeldoorn op 20 Februari 1932, oud 65 jaar. Zijn weduwe heette P. de Jong. In maart 1929 werd Wop Numan hoofd van deze school. Deze school bleef na de nieuwe schoolwet van 1920 officieel de ULO terwijl er in 1921 weer een school voor gewoon lager onderwijs van werd afgescheiden. (Zie verder.) Wop Numan ging in het voorjaar van 1940 om gezondheidsredenen met pensioen. Hij is te Heerenveen gestorven op 3 December 1940, oud 44 jaar. In 1940 werd hij opgevolgd door Dirk de Vries, die hier reeds tijdelijk werkzaam was. In 1945 werd hij geïnterneerd wegens NS activiteiten.
In 1946 werd hij ontslagen en werd hem de bevoegdheid ontzegd weer bij het onderwijs te dienen.

In 1946 kwam E. de Boer, ULO-onderwijzer te Hoogezand. Hij werd omstreeks 1 april 1955 hoofd van de ULO te Hoofddorp.
De school voor lager onderwijs te Lemmer werd in 1921 weer losgemaakt van de MULO; in dat jaar werd G. Rienstra van Sondel als hoofd benoemd. In 1926 werd hij opgevolgd door A. Schilstra van Westhoek. Hij werd op 1 Februari 1932 hoofd van een school te Den Haag. In 1932 kwam zijn opvolger: T. Scholten van Wanneperveen; in 1952 was hij hier nog.

In 1852 werd te Lemmer een openbare armenschool gesticht. Op 1 Augustus 1852 werd de school geopend met als eerste hoofd Berend Oebeles Veenstra, tweede rang. Hij kwam van De Blesse, waar hij provisioneel onderwijzer was. Zijn traktement bedroeg ƒ 200. B.O. Veenstra schreef: Practisch Rekenboekje voor de lagere school (1858), Keur van rekenkundige voorstellen (1865), De kleine Rekenaar (1865) en Rekenen uit het hoofd (1865). Hij stond hier tot 1877, waarna de school werd opgeheven en gecombineerd werd met de Burgerschool, waar Jan Heemstra toen hoofd was.
 

Bijzonder onderwijs

In 1819 werd te Lemmer een maritieme school opgericht. Op 1 Oktober 1819 trad als eerste hoofd in functie: Egbert H. Meijer, tweede rang, van Franeker. Het traktement bedroeg toen ƒ 400 van het rijk, de schoolpenningen en een vrije woning. Deze school is opgeheven in 1836, bij de reorganisatie van het onderwijs alhier, waarna E.H. Meijer onderwijzer werd van de meisjesschool.

In November 1863 werd de “Vereniging voor Christelijk Nationaal Onderwijs te Lemmer” opgericht. De opening van de bijzondere school voor chr. nat. onderwijs vond plaats op 16 Augustus 1865. Als eerste hoofd trad toen M.J. Albracht van Uithuizen in functie. In 1870 werd hij opgevolgd door J. Lanterman, die hier tot 1873 werkte.
In 1873 kwam M.H. van Bessem, die in 1876 werd opgevolgd door J.W. Ort. Van 1877 tot 1886 was H. van Dehn hoofd van deze school. In 1886 kwam Alexander Berthold Funcke, geboren op 7 juli 1856 te Doesburg. Hij was achtereenvolgens onderwijzer te Doesburg, Hoogeveen, IJlst en toen hoofd van de school te Oostburg. In 1892 kwam er een nieuw schoolgebouw. Hij ging in juli 1921 met pensioen en is gestorven in april 1933 te Ede, oud 76 jaar.

In 1921 kwam zijn opvolger: S.T. van der Kooi. In 1922 werd er een nieuwe school met 7 lokalen gebouwd: de Koningin Wilhelminaschool aan de Flevostraat. Meester van der Kooi ging op 1 april 1948 met pensioen.
Op 1 april 1948 kwam S. Lutgendorff van Kantens (Gr.). Hij werd in juli 1951 hoofd van een bijzondere school te Leeuwarden. Hij werd toen opgevolgd door M. Boiten van Hasselt. In 1954 werd de school met een verdieping uitgebreid. Hij werd eind 1954 hoofd van de chr. nat. school te Haren (Gr.). In 1955 werd J. Boeijenga van Workum benoemd tot hoofd van deze school.

In 1919 werd te Lemmer een schippersschool gesticht, die per 1 Oktober 1950 werd opgeheven. Aan deze school werd alleen 's winters onderwijs gegeven. Directeur van deze school was al die jaren S.D. de Vries. Hij was geboren te Akkrum op 19 Februari 1888. Hij werd in 1908 onderwijzer te Oranjewoud en in 1914 te Lemmer. Hij ging op 1 mei 1953 met pensioen.

In 1922 kwam te Lemmer een bijzondere ULO in de verlaten oude christelijke school; als hoofd werd toen J. Kamphorst aangesteld. In 1925 werd hij opgevolgd door K. Jansen en in 1930 kwam R. van Dijk. Op 9 November 1947 werd het 25-jarig bestaan van de school herdacht. Op 1 September 1953 ging hij met pensioen. Hij werd toen opgevolgd door J. van Basten uit Breukelen.

Te Lemmer was ook een lagere landbouwschool; in 1947 stond S. Terpstra aan het hoofd van deze school.

Omstreeks 1920 werd een rooms-katholieke school te Lemmer geopend met als eerste hoofd H. Molenaar, die in 1930 naar Enschede vertrok. In 1930 werd hij opgevolgd door G.J. van Dijk. Hij werd in 1946 hoofd van een landbouwschool te Kerkdriel. In dat jaar kwam C.P. de Groot, onderwijzer aan de RK-school te Vinkeveen.

Op 1 December 1852 werd te Lemmer een "bijzondere school der 2e klasse", een "Fransche School" voor meisjes geopend. Het eerste hoofd was mej. Wilhelmina Jacoba Huijgens. Zij vertrok omstreeks mei 1855. In 1855 kwam mej. C.S. Eeg, die in 1861 werd opgevolgd door mej. G.I.C. Schouwenberg. Deze school voor meisjes werd in in 1869 opgeheven.

In 1932 wilde men te Lemmer een "Vrije School met de Bijbel" oprichten met als hoofd Fedde Schurer. Hij was geboren te Drachten op 25 juli 1898. Hij was sedert ca. 1920 onderwijzer aan een openbare school te Amsterdam geweest en was daarna tot 1 mei 1930 onderwijzer aan de chr. nat. school te Lemmer. Hij kreeg ontslag wegens zijn propaganda voor antimilitarisme en vredesbeweging. Vele leden van het chr. nat. onderwijs lieten zich toen schrappen en stichtten een Vrije School met de Bijbel. Deze school is echter nimmer van de grond gekomen, want het "stopwetje Marchant" heeft dit belet. Fedde Schurer is toen naar Amsterdam gegaan en kwam in 1946 naar Friesland terug als redacteur van de Heerenveense Koerier.

In het voorjaar van 1858 besloot de gemeenteraad tot de oprichting van een zeevaartkundige school te Lemmer. Als hoofd van deze school werd benoemd: C.J. van Eeg, een gepensioneerde kapitein ter Zee, die hier reeds enige jaren zeevaartkunde doceerde. In 1954 is hier een christelijke ambachtsschool geopend met als directeur J. Meijer.

5. Oosterzee

Van 1614 tot 1617 werd de school te Oosterzee bediend door Focke Jacobs, zoon van de predikant te Oldeberkoop.a Hij was van 1604 tot 1611 op de triviale school te Joure en van 1611 tot 1614 op de Academie te Franeker. Van 1617 tot 1619 bediende hij de school te Spanga.

In 1621 was Mijntije Jattijesz schooldienaar in Oosterzee. In 1642-1643 trad Abraham Pieters, schoolmeester tot Oosterzee c.a., op als getuige. In juni 1654 werd Abraham Pijtters Stelma, van Oosterzee, aangesteld als schoolmeester te Marssum. Hij was hier in Oosterzee blijkbaar ook schoolmeester geweest.

In Februari 1742 vertrok mr. Hendrik Martens Kleynhouwer van Oosterzee naar Sloten. In 1749 was mr. Jan Pijtters schoolmeester in Oosterzee. In april 1774 was hier Jan Westerhof als schoolmeester. Zijn vrouw heette Aaltje Egberts. Op 13 mei 1781 trouwden hier Jolle Roelofs, jongman en Frouckjen Jentjes, jonge dochter, beiden van Oosterzee. Het is niet zeker of hij ook schoolmeester was, maar zij waren hier in 1795 beiden nog.

Volgens de Leeuwarder Courant was de school in Augustus 1796 vacant.

Op 18 juli 1797 trouwden hier Harmen Egberts Kluiver, schoolmeester te Oosterzee en Lolkje Sjoerds van Joure. Hij heeft na 16 maart 1808 afstand gedaan van zijn post. Op 23 mei 1863 is te Echten overleden:
Harmen Egberts Kluwer, oud 90 jaar en 3 maanden, man van Margje Vaartjes.

In 1808 kwam meester Jacob Annes Visser, derde ranger en afkomstig van Eesterga. Zijn inkomen werd in 1808 van ƒ 100 op ƒ 200 gebracht, plus de schoolpenningen. In 1818 werd de school vergroot. J.A. Visser is gestorven op 19 Januari 1823, oud 33 jaar en twee maanden. Hij was op dat moment 8½ jaar getrouwd geweest met Gotsche Hartmans Bakker.

In 1824 kwam K.H. Kluiver, derde rang. Zijn vrouw heette Saakje Hillebrands de Jong (in 1829). Zijn traktement zag er als volgt uit: ƒ 200 en ƒ 50 als koster, plus de schoolpenningen van 80 leerlingen à 40 centen per kwartaal, tevens een vrije woning en ƒ 15 voor het beluiden van de doden. Hij kreeg eervol ontslag in het voorjaar van 1854.

Op 12 mei 1854 kwam zijn opvolger: Lambertus Kreeft Jzn, tweede rang, van Doniaga. Hij is op 29 april 1855 getrouwd met Ida Katharina Cuperus van Sneek.

Op 4 mei 1865 werd de bouw van een nieuwe school aanbesteed.

In 1888 kwam C.E. Keilholz, die in November 1890 naar Beneden-Knijpe vertrok. In 1890 kwam O. Broersma als hoofd van deze school. Op 16 Februari 1895 kwam S. Vogelzang, eerder onderwijzer te Ureterp en te Tzummarum. In 1907 kwam er een nieuwe school. Vanwege ziekte ging hij op 1 juli 1932 met pensioen. Op 1 juni 1932 kwam G.H. Scholten, onderwijzer te Vaassen en op 1 juli 1932 kreeg hij een vaste aanstelling. Hij was hier in 1950 nog als hoofd.

Bijzonder onderwijs

In 1912 is te Oosterzee een school voor chr. nat. onderwijs gesticht met twee lokalen; op 30 november 1912 vond de opening plaats. Het eerste hoofd werd toen A.R. Koster, onderwijzer te Garijp. In 1920 is hij naar Zwammerdam vertrokken. In april 1920 kwam zijn opvolger: P. Pruiksma, onderwijzer te Woudsend. Op 1 Januari 1931 vertrok hij naar Makkum. In 1930 werd hij opgevolgd door D. Zuiderveld, onderwijzer in Rotterdam. Op 1 mei 1938 werd hij hoofd van de Jan van Nassauschool te Sneek. Zijn opvolger was in dat jaar J. Boeijenga, onderwijzer te Woudsend. In 1946 werd hij hoofd van de christelijke school te Workum. In 1946 kwam M. Fokkema, onderwijzer te Lemmer. In 1955 werd hij hoofd van de christelijke school te Broek op Langedijk. Zijn opvolger werd toen J. van Gorcum, onderwijzer te Amsterdam. Er was nog een bijzondere (CVO) school onder Oosterzee, in de Echtener-Polder. In 1920 werd R. Nooitgedagt hoofd van deze school. In 1926 werd hij opgevolgd door A.B. Renema, die omstreeks 1 Januari 1930 naar Oudemirdum vertrok. In 1930 kwam B.G. Zinkweg, die op 1 april 1932 naar Akkrum vertrok. In 1932 kwam B. van Elswijk, onderwijzer te Benthuizen.
 

6. Kooisloot (Bantega)

Te Kooisloot, gelegen onder Oosterzee en onder Echten, is onder het beheer van Echten in 1854 een armenschool opgericht. Het eerste gebouw was van hout. Als eerste hoofd werd toen Jelte Klazes Post, derde ranger en ondermeester te Lemmer, aangesteld. Het inkomen bedroeg ƒ 200 en werd betaald door de gemeente. Op 1 Oktober 1859 kwam Andle Andringa, tweede ranger en tijdelijk hulponderwijzer te Lemmer. Hij is op 1 Januari 1862 naar Follega vertrokken.

Op 31 Oktober 1863 werd Klaas H. Kluwer benoemd. In 1874 werd de school naar het noorden verplaatst en daar in steen opgetrokken en werd de school te Middenvaart of Echtenerpolder genoemd. In 1875 kwam A. Kooistra als hoofd en in 1877 werd hij opgevolgd door K. Kramer.

Op 1 mei 1883 kwam D. Wijma, die sedert 1 November 1879 onderwijzer te Moddergat was geweest. Hij was eerder als kwekeling werkzaam te Drogeham, Kooten, Gerkesklooster (omstr. 1870), daarna onderwijzer te Hantum, Hardegarijp en Gerkesklooster, Oostrum en dus Moddergat. In 1880 is hij getrouwd met Tietje Tamminga. Op 20 Februari 1921 vierde hij zijn 50-jarig jubileum in het onderwijs. Op 1 juli 1922 ging hij officieel met pensioen. Hij is gestorven op 20 juli 1922, terwijl hij nog in een tijdelijke functie werkzaam was.

In 1925 kwam S.A. Beeksma; hij werd op 1 april 1929 onderwijzer te Amsterdam. In 1929 kwam J. Hazelhof van Goïngarijp, die op 16 Februari 1932 naar Ilpendam vertrok. In 1932 werd H.H. van Limburg tijdelijk aangesteld. Op 16 juni 1932 kwam D. Bun van Etten; hij werd op 1 Januari 1935 hoofd van de RK-school te Steggerda.

In 1935 werd G. Bosma benoemd; hij was waarschijnlijk van Nijehorne afkomstig. Hij werd op 1 april 1947 onderwijzer te Assen. Het dorp Echtenerpolder (Middenvaart) is in Januari 1947 omgedoopt tot Bantega. In 1947 kwam K. Jansma van Drogteropslagen (Dr.) als hoofd. Hij vertrok op 1 maart 1952 naar Tjalleberd. Zijn opvolger werd toen J. Bethlehem, onderwijzer te Vollenhove.

Bijzonder onderwijs

Begin 1952 werd A.J. Klijnsma, hoofd van de christelijke school te Bantega, benoemd tot hoofd van de christelijke school te Brunssum (Limb.). Op dat moment had hij een diensttijd van 22 jaar; hij was hier dus sedert 1930 als hoofd geweest. In juni 1952 kwam R. Jagersma, onderwijzer te Blokzijl, als zijn opvolger

NB

Een attestatie is letterlijk een getuigschrift of attest. In dagelijks spraakgebruik wordt het woord "attestatie" echter gebruikt voor een aantal specifieke getuigschriften.

Binnen de context van christelijke kerken in Nederland is een attestatie een document dat mensen (individuen of gezinnen) mee kunnen krijgen wanneer ze overgaan van de ene kerk naar de andere. Het nut van het attestaat is dat het kerkgenootschap waar men terecht komt, op de hoogte is van de geestelijke staat van de nieuwe leden, zodat de nieuwe leden goed kunnen worden opgevangen in hun nieuwe omgeving. De attestatie bevat een korte beschrijving van de reden waarom de attestatie is uitgegeven, en bevat verder onder meer de volgende gegevens:

  • namen van de betreffende persoon of gezin
  • geboortedatum
  • doop- en belijdenisdatum (indien aanwezig)
  • eventuele kinderen

Doorgaans wordt een attestatie uitgegeven op het moment dat een persoon of gezin - bijvoorbeeld door verhuizing - vertrekt naar een andere kerkelijke gemeenschap die tot hetzelfde kerkgenootschap behoort als de kerk waaruit men afkomstig is. Een attestatie is doorgaans niet interkerkelijk, al wordt daar in sommige gevallen van afgeweken. Sommige gemeentes die behoren tot de CGK, de GKV en de NGK willen onderling nog wel eens leden met attestatie uitwisselen. Dit laatste kerkgenootschap is hier relatief makkelijk over, in de beide andere gevallen gebeurt dit vaak pas na onderling overleg tussen kerkenraden.

 

13 april 1954: De Koningin Wilhelmina-school krijgt een boven verdieping met twee lokalen.

 

Fedde Schurer met zoontje Andrys.

 

Fedde Schurer krijgt ontslag aan de Christelijk-Nationale school te De Lemmer.

Terugkerend van z'n werk ziet de 31-jarige Amsterdamse predikant Ds. J.J. Buskes (geschorst bij Geelkerken-conflict in 1926; daarna ‘Hersteld-Verbander’) een man in pilopak bij hem op de stoep staan.

Zeker weer een of andere sjacheraar in potloden, denkt de gereformeerde dominee. En omdat hij zeker weet niet ‘neen’ te kunnen zeggen, loopt hij door en wacht een paar huizen verder tot de kerel verdwenen zal zijn.

Maar de man verdwijnt niet. De deur gaat achter hem dicht en Ds. Buskes kan niets anders doen dan maar achter hem aan de trap opstommelen naar het bovenhuis.

Even later maakt hij kennis met de 32-jarige onderwijzer aan de christelijke school te De Lemmer in Friesland, Fedde Schurer. Toch wel een goeie gereformeerde, moet de dominee toegeven, ondanks het pilopak en de Domela Nieuwenhuis-das. Maar niet iedereen blijkt tot deze erkenning te kunnen komen. De onderwijzer is 1 mei 1930 door zijn schoolbestuur ontslagen omdat hij in ernstige mate van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zou zijn afgeweken. Fedde Schurer doet z'n verhaal nog maar eens.

Vorig jaar, in april, sprak hij in Leeuwarden voor de plaatselijke afdeling van de Christelijk-Democratische Partij, waarvan hij, evenals Buskes lid is. ‘Kristendom en Oarloch’ heet de rede, waarin hij o.a. uitroept:

"Volg de stem van uw geweten en laat u niet meer africhten en dresseeren voor moordenaarswerk".

Wat moet een Christelijk-Nationale school met een pacifist voor de klas? Fedde Schurer wordt op het matje geroepen. En in oktober vorig jaar wordt door het schoolbestuur schriftelijk, gevraagd:

of Schurer den 80-jarigen oorlog aanvaardt als een volkomen gewettigden vrijheidsoorlog en een aan onze vaderen opgedrongen religiekrijg ter verdediging van de kerk des Heeren?
of Schurer de oorlogen van Israël aanvaardt als oorlogen des Heeren?
of het Schurer's bedoeling is aan te sporen tot het weigeren van militairen dienst?

De gereformeerde onderwijzer antwoordt dat hij met zijn ganse ziel en zijn hele hartstocht staat aan de zijde der strijders voor vrijheid, recht en religie. En ook:

Ik wensch, dat ieder Christen ten opzichte van den modernen oorlog en deszelfs toerusting zichzelf in zijn geweten de vraag zal voorleggen: ‘Wat wil mijn Heiland dat ik doen zal?’

Het schoolbestuur kan er geen genoegen mee nemen. Fedde Schurer krijgt een tweede stel vragen toegestuurd, die geformuleerd zijn door de te hulp geroepen Mr. P.S. Gerbrandy (vrijwillige landstormer - tevens bekend als ‘de rode advocaat van Sneek’), en waarin hem het vuur nader aan de schenen wordt gelegd met het begrip ‘rechtvaardige oorlog’.

Maar Schurer zegt:

"Het nobele doel kan het satanische middel niet heiligen".

Op 10 februari 1930 krijgt Schurer een verklaring voorgelegd van het schoolbestuur, die hij moet tekenen, wil hij voor de klas blijven. O.a. moet hij verklaren:

Dat hij alles zal vermijden wat in de harten en hoofden der kinderen de overtuiging omtrent de positie van het overheidsgezag, gelijk die in Gereformeerde en confessionele kringen wordt beleden, zou ondermijnen...

Ook buiten de school zou Fedde Schurer z'n mening niet meer mogen propageren.

Schurer weigert. Thans is hij ontslagen. Of Ds. Buskes hem wil verdedigen voor de Commissie van Beroep (van de Scholen met den Bijbel), die 9 juli z'n zaak zal behandelen.

Zonder een ogenblik te aarzelen, stemt Ds. Buskes toe. Ook hij is met hart en ziel anti-militarist. Oorlog is zonde. Van het dagblad De Standaard, dat hen, CDU-ers, ziet als revolutionairen, anarchisten en ongelovigen, moet de predikant weinig hebben, maar volmondig is hij het eens met wat het blad vorig jaar, 2 januari 1929, schreef:

Een nieuwe groote oorlog zou op den zelfmoord van Europa neerkomen. Immers zou die oorlog in hoofdzaak zijn een luchtkrijg, en die beteekent vernietiging van al wat leeft en bestaat.

Overigens maakt Buskes zich geen enkele illusie over de afloop van de zaak-Schurer. Maar het is een kans om te getuigen.

In een zaaltje van Terminus in Utrecht komen 9 juli de mannen-broeders bijeen. Het schoolbestuur wordt verdedigd door Mr. Gerbrandy; Schurer brengt mee Mr. Pollema, de heer Jungcurt, secretaris van de Unie van Christelijke Onderwijzers en Ds. Buskes. De commissieleden Mr. H.v.d. Vegte, Dr. K. Dijk, F. Kalsbeek, J. Schouten, J.C. Wirtz en Mr. D.W.O.A. Schut luisteren.

Maar Mr. J.A. de Wilde (a.r.-kamerlid) vindt dat kennelijk niet de moeite waard. Tijdens de betogen leest hij rustig z'n krantje.

‘Van welk artikel der Nederlandsche Geloofsbelijdenis wijkt Schurer af?’ zo wil Ds. Buskes weten.

Maar op 16 september 1930 beslist de Commissie van Beroep dat Schurer ontslagen blijft. Hij wordt onderwijzer aan een openbare school in Amsterdam. Voor anti-militaristen is op het gereformeerde erf geen plaats.

Dat blijkt diezelfde week ook uit de Asser Kerkbode. Op 12 september schrijft de enkele maanden tevoren in de gereformeerde kerk te Assen bevestigde 29-jarige Ds. B.A. Bos het volgende stukje:

teekent niet!
Er wordt een actie gevoerd!
Een actie onder schoone leuzen!
Het gaat tegen de bewapening van onze overzeesche gewesten, speciaal Curaçao.

De vlootwet moet, als helaas voorheen, vallen! Daarvoor wil de SDAP handteekeningen verzamelen en een petitionnement aan de Kamer richten. Wellicht komt men ook bij U.
Weest daarom op Uw hoede en teekent niet.

 

| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 |

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.