|
|
SMALLINGERLAND.
Door Abraham Jacob
van der Aa.
www.tresoar.nl


SMALLINGERLAND,
SMELLINGERA-LANDT,
oude naam van de grietenij Smallingerland, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, arrondissement
Heerenveen, kanton Beetsterzwaag (1 k. dorp, 9 m.
k., 5 s. dorp,); grenzende N. aan Tietjerksteradeel,
waarvan zij door den Zuster-weg en het stroompje de
Lits wordt afgescheiden; terwijl dit watertje deze
grietenij ook van Achtkarspelen scheidt tot aan de
Rottevalle, van waar de verdere scheiding tusschen
deze grietenijen, door een scheidgruppel, in de
veenen, voltooid wordt. Ten Oosten grenst
Smallingerland aan de Groninger Ommelanden, en wordt
daarvan gescheiden door den Lauwers-stroom, die hier
weleer bevaarbaar was, doch thans geheel is
opgedroogd, ofschoon hij zich eertijds uitstrekte
tot aan het oude klooster Termunten. In het
Zuidoosten en Zuiden ligt Opsterland, van welke
grietenij Smallingerland gedeeltelijk gescheiden
wordt door den Leppe-dijk. In het Zuidwesten komt
eindelijk nog Utingeradeel en in het Westen
Idaarderadeel.
Deze grietenij, die
van het Oosten naar het Westen 5 u. lang en van het
Noorden naar het Zuiden 2 u. breed is, telt de
navolgende zes dorpen, Dragten, waar het
grietenijhuis staat, Boornbergum met Smalle-Ee,
Kortehemmen, Nijega, Oudega en Opeinde, benevens een
klein gedeelte van Rottevalle.
Smallingerland
beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van
12,493 bund 99 v. r. 80 v. ell., waaronder 11,756
bund 45 v. r. 86 v. ell. belastbaar land. Het is de
negende grietenij van Oostergoo. Van waar zij haren
naam heeft, is niet zeker: men schijnt aan smal te
moeten denken; doch in tegenstelling van breed zou
dat woord hier niet zeer te pas komen, omdat de
grietenij in zulk eene beteekenis juist niet smaller
is dan onderscheidene andere, uitgezonderd alleen
naar den kant van Groningerland, waar zij niet zeer
breed is. Zoo men het woord nam in beteekenis van
gering, slecht, gelijk de Engelschen hun smal
bezigen en wij ook in meer dan een geval doen, zou
het zeer wel aanleiding hebben kunnen geven, om de
grietenij dus te noemen. In oude tijden toch, eer de
turfgraverij bekend was, had men hier, in het
Noorden en Oosten, hooge moerassige veenen, bosschen
en struiken; terwijl de lage landen ten Zuiden en
Westen gelegen, door het afloopende veenwater plas
en dras lagen en dus van weinig nut waren.
Ondertusschen zou het wel kunnen zijn, dat
Smallingerland zoo veel gezegd ware, als
Smalle-Eesterland, hetwelk dan slecht Waterland zou
te kennen geven, omdat het woord Ee de beteekenis
van water heeft.
Men telt er 1069
huizen, bewoond door 1420 huisgezinnen, uitmakende
eene bevolking van ongeveer 7240 inwoners, die meest
hun bestaan vinden in landbouw en veeteelt. Men
heeft er schoone bouw- en weilanden. vroeger had men
er ook vele veenen, doch deze zijn vergraven en
herschapen in land. Behalve het voordeel, dat de
ingezetenen van de korenlanden en de veevoeding
trekken, helpt de vischvangst hier ook menigeen aan
brood; doordien er onderscheidene vischrijke wateren
zoo in het Westen en Zuiden als in het midden der
grietenij gevonden worden. het is opmerkelijk dat in
de dorpen Nijega en Opeinde de landen alle roeien op
den toren van Boornbergum.
Ofschoon de bodem en
de gedaante van het land, een gedeelte van Oostergoo
uitmaken, gelijken zij zoo zeer op die van
Zevenwouden, dat Schotanus, in zijne Beschrijving
van Friesland, zich niet weerhouden kon zulks in de
volgende vier dichtregelen aan den dag te leggen.
Quos similis facies
sylvarum deprimit agros
Partibus annumerus
Osterogoa tuis?
Non est usus idem
membris in corpore nostro
Et junctum oppositum
splendet ab opposito
(dorp i. Rekent gij,
Oostergoo! de akkers, wier voorkomen gelijk is aan
dat der wouden (de Zevenwouden) tot uw gebied?
(zeker!) In ons ligchaam strekken de leden niet alle
ten zelfden gebruike, terwijl de voortreffelijkheid
van verschillende zaken des te meer uitkomt, als zij
naast elkander zijn geplaatst.)
Men heeft in deze grietenij 3 scheepstimmerwerven, 2
lijnbanen, 7 looijerijen, 7 klakovens, 1 branderij,
1 mostaard-, 2 houtzaag- en 4 korenmolens.
De Hervormden, die er
5350 in getal zijn, onder welke 660 Ledematen, maken
3 gemeentes uit, zijnde die van Dragten,
Boornbergum-en-Kortehemmen en
Oudega-Nijega-en-Opeinde, welke zes kerken hebben.
De
Afgescheidenen, die er ruim 1180 bedragen, behooren
tot de gemeentes van Dragten en Oudega.
De Doopsgez., die men
er 700 telt, behooren tot de gemeentes
Dragten-en-Rottevalle, alwaar zij eene kerk hebben.
Men heeft in deze
griet 7 scholen; als: vier te Dragten, ééne te
Boornbergum, ééne te Opeinde en ééne te Oudega,
welke gezamelijk door een getal van 1280 leerlingen
bezocht worden.
De wateren, welke men
in deze grietenij vindt, zijn: de Kromme-Ee, de
Wijde_Ee, de Monnike-Ee, de Wester-Zanding, de
Oudegaaster-Zanding, de Smalle-Eester_zanding, de
Dragtstervaart enz.
De rijwegen zijn in
deze grietenij zeer aangenaam, wegens het
menigvuldige houtgewas, hetwelk hen, gelijk ook de
naast gelegen erven omzoomt. De voornaamste dezer
wegen zijn de Lykweg, die van Nijega, door Opeinde,
naar Noorder- en Zuider-Dragten, en van daar naar
Opsterland loopt; de Hoogeweg, die van Oudega, ten
Zuiden van Nijega en Opeinde, naar de Kletten loopt,
en voorts in het Westen van de Dragten, naar
Kortehemmen, het naaste dorp aan Opsterland, van
waar hij in het Noordwesten verder westwaarts naar
Boornbergum leidt; gaande van daar weder een andere
rijweg noordwestwaarts naar Smalle-Ee. Ook gaat van
Dragten een rijweg derwaarts, die, eerst langs de
Dragtster-vaart heen schietende, zich eerlang met
den ouden Slingeweg vereenigt, en daarmede
zuidwestwaarts voortloopt, tot hij in den
Zuidelijke-Slingeweg valt, die insgelijks van den
Hoogeweg voortkomt, en na deze vereeniging verder
westwaarts schietende, eerst de Postlaan, en daarna
de Dragtster Hooiweg heet. Van de bijzondere
hooiwegen maken wij geene melding. Wegens
meergemelden Hoogeweg merken wij nog maar alleen
aan, dat hij zich, ten Oosten van Kortehemmen, eerst
westwaarts en vervolgens noordwestwaarts buigt, en
alzoo, voorbij gemelde dorp, naar Smalle-Ee schiet,
zich tusschen beiden vereenigde met den reeds
gemelden Dragtster-hooiweg.
Ten tijde der
inlandsche twisten, tusschen de Schieringers en
Vetkoopers, en naderhand in de Spaansche oorlogen,
heeft deze grietenij veel moeten lijden. Ook ging
zij, naar het voorbeeld van Achtkarspelen en
Opsterland, in het jaar 1420, een verbond aan met de
Groningers, om zich te verzekeren tegen de
onderdrukking van den hertog Jan van Beijeren,
toenmaals Voogd van Holland.
Bij den watervloed van
Februarij 1825, werd het westelijke gedeelte dezer
grietenij, alwaar men in den morgen van den vijfden
den vloed vernam, mede door het zoute water
overstroomd, en wel van de grensscheiding van
Idaarderadeel tot oostwaarts op de alge landen van
het dorp Oudega, en het buitenste verlaat van de
Dragten, terwijl het opgestuwde binnenwater zich
uitstrekte over het noordelijk gelegen Nijega, en
nabij de dorpen Noorder- en Zuider Dragten, benevens
Boornbergum. De hoogste stand des waters was
ongeveer zes palmen boven gewoon winterwater, zijnde
niet te min het gehucht Smalle-Ee vrij gebleven.
gering evenwel was de schade door de overstrooming
aangerigt, en slechts eene koe was verdronken; geene
gebouwen waren vernield en geene ongelukken
voorgevallen.
Het wapen der
grietenij Smallingerland bestaat uit een veld van
zilver, beladen met 5 groene boomen staande op eenen
natuurlijke voorgrond, langs welke heen springt een
hert van keel. Het schild gedekt met een kroon van
goud."
NB
: De kroon heeft 3 bladeren en 2x3 parels.

Oorsprong/verklaring:
De vijf eikenbomen in
het wapen duiden waarschijnlijk op de Friese Wouden,
waartoe de huidige gemeente behoorde. Het aantal van
vijf zou waarschijnlijk duiden op de vijf
kerspeldorpen in de gemeente. Zowel de eiken als het
hert zijn oude rechtssymbolen.
De
kleuren zijn afgeleid van de kleuren van de
graafschappen Zevenwouden en Oostergo, die
respectievelijk groen en wit en rood en wit als
kleuren hadden.
Van
Smallingerland is nog een zegel uit 1487 bekend
waarop een geheel andere voorstelling staat. Het
vertoont namelijk een Agnus Dei naar links gekeerd,
ter weerszijden vergezeld van een zespuntige ster en
onder het lam een halve maan, waarboven een kruis.
Of deze voorstelling ook op het toenmalige wapen
voorkwam is niet bekend.
|
De dorpen,
buurtschappen, meren van Smallingerland.
Boornbergum.
Buitenstverlaat: (Fries: Bûtenstfallaat) is een
buurtschap
in de
Friese
gemeente
Smallingerland
en behoort tot het dorpsgebied van
Drachten.
De Gaasten:
buurtschap, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement en 5 1/2 u. N. ten O. van
Heerenveen, kanton en 2 u. N. ten W. van Beetsterzwaag, 1/2 u.
Z. O. van Oudega, waartoe zij behoort; met 4 huizen en 20
inwoners.
De Kooi
(Smallingerland) = buurtschap.
De Tike:
buurtschap, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement en 5 u. N. O. ten N. van
Heerenveen, kanton en 2 1/2 u. N van Beetsterzwaag, 1/2 u. O. N.
O. van Nijega, waartoe het behoort, aan de grenzen van
Tietjerksteradeel.
De omgeving van
het dorp werd al voor onze jaartelling bewoond.
De naam Tieke is vermoedelijk afgeleid van het
woord Theeka. In een acte uit het jaar 1543
wordt melding gemaakt van "een stuck leggende
opt Theeka."Rond 1700 stonden in de omgeving
enkele boerderijen en meerdere plaggenhutten
verspreid in het landschap. Op 23 oktober 1952
werd officieel de status van "dorp" verkregen en
is op advies van de Fryske Akademy de naam
gewijzigd in De Tike.
Tieke ligt van
oudsher op de scheiding van twee gemeenten,
namelijk Smallingerland en Tietjerksteradeel. De
grens loopt langs de Susterwei en de Polderdyk.
De Susterwei is vernoemd naar de zusters van het
vroegere nonnenklooster in Siegerswoude. Deze
nonnen liepen hier in de 16e eeuw langs als ze
naar de andere kloosters gingen in de omgeving.
Deze verbindingsweg liep toen nog dwars door het
gebied waar nu de De Leijen ligt.
Monument De
Tike
|
Master Iniawei 11 |
Gemeentelijkmonunment |
Boerderij (stelptype 1935) |
www.de-tike.nl
De Veenhoop: (Fries: De Feanhoop) is een
dorp in de gemeente Smallingerland, provincie
Friesland (Nederland). Het ligt ten westen van
Drachten aan de Wijde Ee.
Het dorp is ontstaan tijdens de hoogtijdagen van
de turfwinning in de 17e eeuw. Jaarlijks vormt
De Veenhoop het toneel van het Veenhoop
festival. Dit festival vindt plaats in het
weekend tijdens het Skûtsjesilen. Vaste gast op
dit festival is de band Normaal. Even ten
noordoosten van De Veenhoop staat een
Amerikaanse windmotor van het type Herkules
Metallicus, die is aangewezen als rijksmonument.
Monumentenlijst
de Veenhoop.
|
bij
Bûtendiken |
Rijksmonument |
Amerikaanse windmolen |
|
bij
Eijzengapaed 7 |
Gemeentelijkmonunment |
Brug
(1926) |
|
Kraenslânswei 1 |
Gemeentelijkmonunment |
Brugwachterswoning / Polderhûs
(1872/1873) |
|
bij
Slûswei 16 |
Gemeentelijkmonunment |
Brug
(1926) |
De Wilgen:(Fries:
De Wylgen) ligt iets ten westen van
Drachten.
Monument De
Wilgen
|
Drachtster Heawei 98 |
Gemeentelijkmonunment |
Boerderij (1933) |
Drachten
Dragten en omstreken
DRAGTEN (NOORDER-),
voormalige afzonderlijk dorp, provincie
Friesland, kw. Zevenwouden, arrondissement en 5
u. N. O. van Heerenveen, kanton en 1 3/4 u. N.
ten O. van Beetsterzwaag; met 400 huizen en 3000
inwoners, thans met het voormalige dorp
Zuider-Dragten vereenigd tot het vl. Dragten.
Vroeger stond hier
eene kerk, welke in 1541 gebouwd was, doch noch
toren noch orgel had, en in 1743 is afgebroken.
- Men heeft er 3 scholen, welke gemiddeld door
een getal van 450 leerlingen bezocht worden.
DRAGTEN (ZUID-),
voormalige afzonderlijk dorp, provincie
Friesland, kw. Zevenwouden, arrondissement en 4
1/2 N. O. van Heerenveen, kanton en 1 1/4 u. N.
O. van Beetsterzwaag; met 200 huizen en 1500
inwoners, thans met het voormalige dorp
Noorder-Dragten vereenigd tot het vl. Dragten.
Hier stond voorheen eene kerk, welke in 1148
gesticht was. Dit gebouw, waarin noch toren noch
orgel gevonden werd, is in 1743 afgebroken. De
school, die, nadat zij vroeger vertimmerd en
vergroot was geworden, in het jaar 1835
afbrandde, is toen door eene nieuwe en nette
school vervangen, welke gemiddeld door een getal
van 50 leerlingen bezocht wordt.
DRACHTSTER
COMPAGNIE,
gehucht, provincie Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, arrondissement en 6 u.
N. O. van Heerenveen, kanton en 2 u. N. ten O.
van Beetsterzwaag, 1 u. van Dragten, waartoe het
behoort, in eene zeer aangename en boschrijke
streek.
Het ontleent
zijnen naam van de vereeniging of compagnieschap
der voormalige eigenaars van de veenen tot
gemeenschappelijken verkoop en vergraving. Dat
gedeelte, waarvan de eigenaren, in het jaar
1724, tot de destijds reeds bestaande
Compagnieschap zijn toegetreden, wordt de
Nieuwe-Compagnie geheeten; terwijl men de
gronden, wier eigenaren oorspronkelijk de
vereeniging uitmaakten, gemeenlijk en ter
onderscheiding, de Oude-Compagnie noemt.
Men telt in de
Compagnie 62 huizen en 350 inwoners, en heeft er
eene school gesticht in 1833, die gemiddeld door
70 leerlingen bezocht wordt.
Drachtster
Compagnie aan de vaart.
Klik voor
grotere
opname: De
vaarten,
dwarsvaarten
en wijken
omstreeks
1700. In Dr.
Compagnie
waren nog
geen
nederzettingen
en de Leijen
was alleen
nog maar met
wijken
aangesneden.
(Van Schaik
en Spahr Van
Der Hoek,
1976)
Monumentenlijst.
| Folgerster Loane 70, 72, 74 en 76 |
Gemeentelijkmonument
|
Complex “Jezus Leeft” bestaande uit 2 woningen (1928),kerkje “Jezus Leeft” (1928/’32), begraafplaats (‘34) en pastorie (‘28) |
| Smidswei 52 |
Rijksmonument |
Boerderij, schuur en stookhok (1936) |
Egbertsgaasten:
buurtschap,
provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement en 5 1/2 u. N.
ten O. van Heerenveen, kanton en 2 u. N. ten W.
van Beetsterzwaag, 1/2 u. Z. O. van Oudega,
waartoe zij behoort; met 4 huizen en 20
inwoners.
FOLGEREN of
Volgeren, b., provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland,
arrondissement en 4 1/2 u. N. O. van Heerenveen,
kanton en 2 u. N. ten O. van Beetsterzwaag, 1/2
u. N. van Noorder-Dragten, waartoe het behoort,
met 26 huizen en 125 inwoners.
Hotel Vreewijk
bij de Folgeren in 1932.
Hotel Vreewijk
bij de Folgeren in 2008.
GHERREN, streek lands, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, onder het dorp Oudega. Zij was
14 matmaden groot en werd als een legaat van
Thtedze, dochter van Wobke en vrouw van zekere
Rinnert, in het jaar 1503, aan het klooster van
Sigerswolde gegeven, onder beding, dat Tryedze
daarvan tot haar onderhoud jaarlijks acht
Hoornsche Postulaten (16 guld) zoude genieten.
En
in 1532 kregen de nonnen al weer
14 mad maden gelegen onder
Suameer bij de Koekoeksboom.
Deze keer was de schenkster een
Sjouck van Camminga.
(Voor omstreeks driehonderd
jaren waren er in Holland twee
geweldige partijen, de Hoekschen
en Kabeljaauwschen genaamd, die
elkander op alle mogelijke
wijzen afbreuk trachtten toe
doen en ten onder te brengen.
Onder anderen hadden de
laatstgenoemden de stad Hoorn in
Noord-Holland, stormenderhand
ingenomen, en hielden er op eene
gruwelijke wijze huis, zoodat
vele geestelijke personen, hun
leven niet zeker, liever
verkozen have en goed te
verlaten, dan langer aan de
genade en ongenade van die
barbaren blootgesteld te zijn.
Vijf witte zusters, aldus
genoemd naar de witte kleeding,
welke zij, volgens de orde van
hun klooster, verpligt waren te
dragen, namen ook de vlugt, en
kwamen, na veel omzwervens, in
Friesland aan, om in andere
kloosters kost en huisvesting te
zoeken. Eindelijk, omstreeks
1585 hier te Garijp gekomen,
oordeelden zij dat Sigerswolde,
hetwelk vroeger een dorp
geweest, maar thans zoodanig
vervallen was, dat er geene
huizen meer stonden, en van de
kerk niets dan de muren waren
overgebleven waren, eene
geschikte plaats voor hen zoude
zijn. tegen de muren van de, van
het dak beroofde, kerk bouwden
zij een hutje van sparren en
riet, om vooreerst voor koude en
regen beschermd te zijn. Spoedig
werd dit geval door het geheele
gewest bekend, en verscheidene
milddadige lieden sloegen de
handen inëen, om deze
kloosterzusters, wier strenge,
eenvoudige en zedige leefwijze
hun behaagde, behulpzaam te zijn
in het herstellen van de kerk en
het opbouwen van eene geschikte
woning.
Met algemeene toestemming van
geheel Friesland en door de
bevestiging van den Bisschop van
Utrecht werd het gesticht tot
een Vrouwenklooster van
reguliere Kanonikessen verheven,
en was gedurende deszelfs
aanwezen beroemd wegens de
nederige godsdienstigheid der
Nonnen, terwijl het meerendeel
der overige Friesche
geestelijkheid om deszelfs
brooddronkenheid en brasserij
bekend stond. Bijna honderd
jaren waren de kloosterlingen in
het rustig bezit van het gebouw
gebleven, en hadden
waarschijnlijk allenskens hunne
bezittingen vermeerderd door het
aankoopen van landerijen in den
omtrek gelegen, zoo als het
gebruik der geestelijken van
dien
tijd medegebragt. Den hoogen
dijk, welke tegen het
instroomende water is opgerigt,
alsmede de ligging der
boerplaatsen en landen hier
onder Sigerswolde, waartoe ook
uwe plaats behoort, in
aanmerking genomen, zoude ik wel
durven vaststellen, dat dit
alles in der tijd aan het
klooster heeft toebehoord. Ook
in ander oorden waren zij
bezitsters van vastigheden; doch
deze hadden zij grootendeels bij
testament van godsvruchtige
personen verkregen; als, onder
anderen, in 1504 veertien mad
maden, de Gherren
genaamd, welke zij als een
legaat ontvingen van Thyedze,
dochter van Wopke te Oudega, en
vrouw van eenen Rinnert, die
evenwel bedong, dat zij daarvan
tot haar onderhoud jaarlijks
zoude genieten acht hoornsche
postylaten (eene munt van dien
tijd); en in 1532 nog veertien
andere dergelijke mad, gelegen
onder Suameer, bij den
zoogenaamden Koekoeksboom van
Sjouck van Camminga, zonder
bezwaar. Toen door de hervorming
de kloosters werden afgeschaft,
waren de zusters genoodzaakt het
hunne te verlaten, en elders een
heenkomen te zoeken.
Ofschoon eene ordonnantie van
den Graaf van Merode, Stadhouder
van wege den Prins van Oranje in
Friesland, in 1580 de onbewoonde
kloostergebouwen prijs gaf;
iedereen verlof bekwam dezelve
af te breken, en de materialen
voor zich te behouden; en eene
maand later zelfs een bevel aan
alle geregtspersonen volgde om
het overgeblevene geheel af te
breken, ten einde den vijand te
beletten daarin te nestelen, en
het hout en de steenen tot
dijken en dammen te verbruiken,
schijnt men ten opzigte van dit
gesticht daarvan geen gebruik
gemaakt te hebben: Mogelijk, om
deszelfs afgelegenheid van
steden en groote wegen; althans,
volgens overlevering, voor wier
waarheid ik evenwel niet wil
instaan, stond hetzelve nog in
1632.”)
Goëngahuizen:
buurtschap,
provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement en 3 1/2 u. N.
van Heerenveen, kanton en 2 3/4 u. W. ten N. van
Beetsterzwaag, 2 u. W. N. W. van Boornbergum,
waartoe zij behoort, aan de Kromme-Ee; met 14
huizen en 70 inwoners.
De Jansmolen in
Goëngahuizen.
Monumentenlijst,
Goëngahuizen.
|
Peansterdyk 10-12 |
Gemeentelijkmonument |
Boerderij (kop-hals-romptype 1883) |
|
Peansterdyk 18 |
Gemeentelijkmonument |
Boerderij (stelptype 1869)
|
|
Bij
Peansterdyk 10 |
Rijksmonument |
Spinnekopmolen ‘De Modderige Bol’ |
|
Bij
Peansterdyk 10 |
Rijksmonument |
Spinnekopmolen ‘De Modden’ of ‘De
Jansmolen’ |
|
Bij
Peansterdyk 18 |
Rijksmonument |
Spinnekopmolen ‘Heechhiem’
|
HOOGEDEUR,
provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement en 7 u. N. O. van
Heerenveen, kanton en 2 1/2 u. N. van
Beetsterzwaag, 1/4 u. N. W. van Rottevalle,
waartoe het behoort; met 3 huizen en 15 inwoners
Dit gehucht, dat
op de kaart van Schotanus verkeerdelijk onder
den naam van Hoogeschuur voorkomt, ontleent
zijnen naam van een deur, een schut, eene
waterkeering, die men bij het opzetten van het
water in de Lits liet vallen, on de Rottevalle
van het water te beveiligen. Deze Hoogedeur is
intusschen reeds lang verdwenen, maar de plaats
heeft den naam behouden.
Houtigehage:
tekst fan de VPRO
útstoering Andere tijden út 2007
Monumentenlijst, Houtigehage.
|
Skoallewyk 10 |
Rijksmonument |
Arbeiderswoning (1909) |
|
Ds.
Visscherwei 71 |
Gemeentelijkmonument |
Kerk
'Noord Jeruël' (1938) |
Kortehemmen
Luchtenveld:
is
een buurtschap in de Friese
gemeente Smallingerland, tussen
Drachtstercompagnie en
Houtigehage.
De
buurtschap bestaat uit een
kruispunt met een paar huizen en
een voormalig kerkje met een
klein kerkhof. Van 1918 tot 1946
liep de tramlijn van Groningen
naar Drachten hierlangs en had
hier een halte.
Kerk
Het kerkje "Jezus Leeft" werd
gebouwd in 1928 door evangelist
Berend Overdijk (1894–1977), die
hier ging preken voor enkele
tientallen toehoorders die de
prediking in de omliggende
kerken te vrijzinnig vonden. De
kerk noemde zich een Vrije
Evangelische Broedergemeente
en was bij geen enkel
kerkverband aangesloten. Zijn
zoon Jan (1924–1997) zette zijn
werk voort door het verspreiden
van evangelisatielectuur. In
1998 preekte G.J. van Loon, een
kolonel van het Zuid-Afrikaanse
"Ekklesia" Evangeliekorps, hier
korte tijd, voor lege stoelen.
Het kerkje is inmiddels in
gebruik als bedrijfsruimte.
Onderstaande tekst is
van: Herman Veenhof.
Dat moet gek hebben geklonken,
in mei vorig jaar. Het kleine
kerkje ‘Jezus Leeft’ in
Luchtenveld, een kruispunt met
wat woningen in de buurt van
Drachten, stond opeens bol van
het geluid. Een bas, een gitaar,
een grote trom plus bekken, een
harmonium en een rauwe stem. Een
hoekige blues op twee noten, in
driekwartsmaat. ‘Wie is daar aan
het schrijven? Apostel Johannes!
Wat is Johannes aan het
schrijven? Het boek met de zeven
zegels!’ zingt Meindert Talma.
Het was de laatste keer dat het
kerkje diende als plek voor een
publieke bijeenkomst.
Het kerkje heeft iets
alpenachtigs, het met planten
begroeide klokkentorentje oogt
als een zadeldak. De pastorie
ernaast heet ‘Huize Vrede’en is
van binnen helemaal gestript. De
eigenaar Jan Bernard Woudstra
heeft in ‘Jezus Leeft’ een
centrum voor acupunctuur
gevestigd. Naast de kerkdeur
hangen twee bordjes; een met het
niet-rokensymbool en een ander
met het lidmaatschap van Zhong,
de Nederlandse vereniging voor
traditionele Chinese
geneeskunde.
Rechtsonder is een eerste steen
te zien, uit juli 1928, met twee
Bijbelteksten: Jesaja 28:16 en 1
Korintiërs 3:11. De legger ervan
ligt op het kleine kerkhof
achter ‘Jezus Leeft’. Berend
Overdijk is van 1894 en stierf
precies dertig jaar geleden, op
8 januari 1977. Hij werkte bij
een meubelfirma in Dokkum, maar
voelde de roeping te gaan
evangeliseren. Hij bouwde het
kerkje en de pastorie en trok
enkele tientallen mensen uit de
omliggende dorpen, zoals
Rottevalle, Houtigehage en
Drachtstercompagnie, waar de
prediking voor sommige Friese
gereformeerden te vrijzinnig
was. De locatie leek toen
logischer dan nu, want vanaf
1918 tot 1946 liep er een
tramlijn van Groningen naar
Drachten die in Luchtenveld een
halte had.
‘Onze vrome en arbeidzame
vader’, staat op de grafsteen
van Overdijk. Zijn zoon Jan
Hendericus (van 1924) zette het
werk voort, maar de Vrije
Evangelische Broedergemeente die
zich op zijn Hernhutters in deze
dreven ophield, verliep. Jan
Overdijk drukte elke week
duizend traktaatjes met een
preek van drie bladzijden en
stopte die in brievenbussen. Hij
verwaarloosde zichzelf, leed
honger en kou en stierf in 1997.
Nu ligt hij zonder grafschrift
naast zijn vader.
KLETTEN
(DE), gehucht, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland,
arrondissement en 5 1/2u. N. O.
van Heerenveen, kanton En 1
1/2u. N. van Beetsterzwaag, 10
min. Z. op Opeinde, waartoe het
behoort, aan den Hoogeweg en de
Kletstervaart in een aangenaam
oord; met 4 huizen en 25
inwoners
Middelburen:
MIDDELBUREN, gehucht,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement
en 5 u. N. O. van Heerenveen,
kanton en 2 u. N. van
Beetsterzwaag, 5 min. W. van
Nyega, waartoe het behoort en
dat 4 of 5 huizen telde, doch
sedert lang niet meer bestaat.
Nijega
Opeinde
Opperburen:
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement
en 6 u. N. ten O. van
Heerenveen, kanton en 3 u. N. W.
van Beetsterzwaag, 1/4 u. N. van
Oudega, waartoe het behoort; met
5 huizen en ruim 30 inwoners.
Oudega

Oudega was oorspronkelijk het
hoofddorp van de grietenij en
heeft een stins bezeten. Van
deze stins is verder niets
bekend. Later vestigden de
Haersma's zich hier en bouwden
tussen 1660 en 1666 Groot
Haersmastate. De Haersma's waren
het leidende geslacht in deze
omstreken en verwierven grote
belangen in de ontginning van
het land (Zie ook Smalle ee.).
Na het uitsterven van de familie
in 1839 met Sybrand van Haersma,
grietman van Achtkarspelen, werd
de state voor afbraak verkocht.
Groot Haersma lag ten
zuidwesten van het dorp; van het
terrein is zelfs geen spoor meer
te vinden. Het was een voor het
midden van de zeventiende eeuw
kenmerkende state, een gebouw
van één bouwlaag met een hoog
zadeldak tussen trapgevels. De
brede voorgevel was fraai geleed
in twee maal drie raamvakken met
de toegangspartij in het midden
en versierd met pilasters. Boven
de toegang met boven- en
zijlichten was voor het
voorschild van het dak een
geveltop uitgemetseld met
pilasters, klauwstukken en een
gewelfd tympanon. Op het dak
stonden drie schoorstenen met
decoratieve korven en
windwijzers. Aan de achterzijde
stond een schuur met bijgebouwen
en een tussenlid dat de schuur
met de state verbond. Dit gebouw
geheel stond op een ruim,
omgracht terrein met singels.
OUDEGA-NIJEGA-EN-OPEINDE,
kerk. gemeentes, provincie
Friesland, klass. van
Leeuwarden, ring van Bergum. Men
heeft er drie kerken, als: ééne
te Oudega, ééne te Nijega en
ééne te Opeinde, en telt er 1720
zielen, onder welke ruim 100
Ledematen. De eerste, die in
deze gemeentes het leeraarambt
heeft waargenomen, is geweest
Emarus Marci, die welligt in het
jaar 1598 herwaarts kwam, en in
het jaar 1603 overleed.
OUDEGASTER-RIJP, b.,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement,
en 5 u. N. O. van Heerenveen,
kanton en 2 1/2 u. N. N. W. van
Beetsterzwaag, 1/2 u. N. W. van
Oudega, waartoe het behoort.
Rottevalle
SMALLE-EE
of Smalle-Ie, ook wel
Smalnie geheeten, gehucht,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement
en 4 u. N. O. ten N. van
Heerenveen, kanton en 1 u. N. W.
van Beetsterzwaag, 20 min. N. W.
van Boornbergum, waartoe het
behoort, aan de
Smalle-Eester-Zanding; met 17
huizen en 90 inwoners
Dit gehucht was nog in 1617 de
hoofdplaats der grietenij
Smallingerland. - Vroeger stond
hier een abdij van Benediktijner
Nonnen, mede Smalle_Ee genaamd.
Van het eens zo machtig klooster
is nu weinig terug te vinden.
Het klooster Smelne werd met de
grond gelijk gemaakt toen
Fryslân zich bekeerde tot het
protestantisme (de Reformatie).
In eerste instantie moest het
klooster worden platgebrand,
maar dat plan werd ging niet
door. In plaats daarvan mochten
boeren de destijds kostbare
stenen van het klooster gratis
ophalen. In 1580 was het
klooster door plundering geheel
gesloopt.
Te
Smalle-Ee bereidt men sedert
jaren een geneesmiddel,
hoofdzakelijk uit kinabast
bestaande, ter verdrijving van
de koorts. Die
Smalle-Eester-koorts-potjes zijn
door de provincie Friesland en
Groningerland beroemd, van welke
dan ook jaarlijks voor duizende
guldens verkocht worden.
Vanaf 1638 staat er een Zathe
van de Benedictijner
Nonnen-klooster te Smalle Ee. (
Smelna of Onser Lyewe Vrouwen
Smelligeraconvent bij
Boornbergum; benedictijns
nonnenklooster, ca. 1400-1580,
gesticht voor 1326 als
dubbelklooster van augustijner
koorheren en regularissen. De
monniken vertrokken ca. 1400
naar het uithof Vlierbos. Bij de
hervorming werden deze eigendom
van De Staten van Friesland.
Deze besluiten in 1638 enkele
Zathen te verkopen. In 1646
koopt Aulus (Alle) van Haersma,
grietman van Smallingerland,
deze boerderij met landerijen.
Aulus van Haersma was getrouwd
met Catharina van Scheltinga en
zij woonden op Haersma State,
gelegen aan de Sânbuorren, ten
oosten van de Hervormde Kerk.
Later besluiten zij ten behoeve
van hun zoon Arnoldus (Arent),
"Groot-Haersma State" te bouwen.
De bouw vindt in 1664/1665
plaats (in de Schotanus-atlas,
uitgave 1664 komt de State nog
niet voor, wel in de uitgave van
1718). Na de bouw van de State
willen zij de toegang tot het
huis verfraaien. Hiertoe is
medewerking van boeren uit
Oudega, Nijega en Opeinde nodig.
Zij hebben recht van gebruik van
gemeenschappelijke gronden. De
familie Haersma was het
belangrijkste geslacht in deze
omgeving en spelen een grote rol
in de ontginning van het land.
De State is altijd in bezit
gebleven van deze familie. Als
in 1839 sterft met Sybrand van
Haersma de familie Van Haersma
uit. De State met bijbehorende
gronden komen in bezit van drie
leden uit de familie Van
Vierrsen. Zij besluiten in 1841
alles te verkopen. Het slot werd
afgebroken en het landgoed in
acht percelen verkocht. Deze
State was een typisch 17e eeuws
gebouw: Het bestond slechts uit
één bouwlaag en met een hoog
zadeldak tussen trapgevels. In
het midden van de hoofdgevel was
de ingang versierd met
pilasters. Links en rechts ervan
waren drie ramen. Op het dak
stonden drie schoorstenen met
decoratieve korven en
windwijzers. De State stond op
een omgracht terrein, waarop
zich naast het hoofdgebouw ook
nog een schuur en enkele
bijgebouwen bevonden.
Op
de Tweebaksmarkt 49 te
Leeuwarden, poortje tussen 47 en
49 bevind zich een:
Wapensteen in aedicula-vorm met
een nagenoeg blindgekapt
alliantiewapen. Opschrift "ANNO
1641". Het is mogelijk het
alliantiewapen
Haersma-Scheltinga, van Aulus
van Haersma (ca. 1611-1669) en
Catharina Liviusdr. van
Scheltinga (1619-1652), gehuwd
in 1637 en vanaf 1640 bewoners
van Haersma State onder Oudega,
Smallingerland. De wapensteen
zou afkomstig kunnen zijn van
het voornoemde Haersma State en
moet dan omstreeks 1731, toen
Aurelia van Haersma het huis
Tweebaksmarkt 49 betrok, naar
Leeuwarden zijn verplaatst. De
steen is in 1993
gepolychromeerd.
SMALLER-EESTER-KONVENT,
voormalige abdij, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, 1/2 u.
N. W. van Boornbergum.
Het werd bewoond door
Benediktyner Nonnen en had
zijnen naam van het water de Ee
gekregen. Deze nonnen stonden
onder het opzigt van de
Benediktyner Abten, die de
Nonnen door Priors bestierden.
Pieter van Groningen stond hier,
omtrent het midden der zestiende
eeuw als Prior. Hij bekwam van
Georgus van Egmond, toenmaligen
Bisschop van Utrecht, bij eenen
brief van den 16 Maart 1548, de
magt, om de kloosterlijke
geloften der maagden aan te
nemen, die zich in het Konvent
te Smallen-Ee begaven, en het
kloosterlijke leven, als ook de
orde van gemelde konvent,
aanvaarden wilden; alsmede om
haar het wiel (of de
Nonnensluijer), volgens den
regel der meergemelde orde, op
te zetten. In dit klooster is,
ten tijde van de Schieringers en
Vetkoopers, eene zamenkomst
gehouden tusschen de
afgezondenen van Friesland en
Groningen.Ter plaatse, waar dit
klooster gestaan heeft, ziet men
nog eene lindeboom, die, op het
dunst van den stam, eene el
boven den grond, eenen omtrek
heeft van 4.40 ell.
Sytebuorren:
Sytebuorren (ook: Sitebuorren;
Nederlands: Siteburen) is een
buurtschap in de Friese gemeente
Smallingerland en behoort tot
het dorpsgebied van Oudega. De
Kooi tot Sytebuorren heeft een
ontsluitende functie voor
aanwonende en gaat over in de
Hege Warren bij de Hooidambrug.
Uiteinde
(Fries: Utein) is een buurtschap
in de
grietenij
Smallingerland, arrondissement en 6 u. N. O. van
Heerenveen, kanton en 2 1/2 u. N. N. W. van
Beetsterzwaag. – Het is eene der buurten,
waaruit het dorp Oudega bestaat.
Vlierbosch,
gehucht provincie Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, arrondissement en 3 u.
N. van Heerenveen, kanton en 1 1/2 u. N. ten W.
van Beetsterzwaag, 1 u. W. van Boornbergum,
waartoe het behoort; met 2 huizen en 10
inwoners.
Wierren:
is een
buurtschap in de Friese gemeente Smallingerland.
Zandburen:
of Sandeburen,
gehucht, provincie Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, arrondissement en 4 u.
N. O. van Heerenveen, kanton en 3/4 u. N. van
Beetsterzwaag, 1/4 u. N. N. W. van Kortehemmen,
waaronder het behoort; met 6 huizen en 30
inwoners.
|
BAAL (DE), watertje, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland,
N. van Oldeboorn, het heeft door de
Goingahuistersloot gemeenschap met de Kromme-Ee.
|
|
BURMANIASLOOT,
watertje, provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland - In vroegere
tijden was het een riviertje, hetwelk in de hooge
veenen, op den oostelijken grens van Dragten en
Rottevalle ontsprong, de noordzijde van Dragten
bepaalde, en zuidwestwaarts in de
Smalle-Eé-ster-zanding uitstroomde. het droeg in die
tijden den naam van Dragt en wel van Noorder-Dragt,
in tegenstelling van diergelijk riviertje, dat
Dragten aan de zuidzijde omvatte, en Zuider-Dragt
genaamd werd. Toen vervolgens de hoogeveenen
weggeruimd en de Kletstervaart gegraven werd,
veranderde dit riviertje in een eenvoudige
waterlozing, en verwisselde den naam van Dragt in
dien van Burmania-sloot, naar Jonkheer Rienk van
Burmania, die in de zestiende eeuw langs de oevers
van dit riviertje vele eigendommen heeft bezeten.
|
|
COMPANSHUIS, eigenlijk Compagnonshuis,
huizen, provincie Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, onder Dragten.
Dit op de oude
kaarten voorkomende huis is, in het jaar 1648, door
de compagnieschap van de Rottevalle gebouwd, ten
einde daarin de veenverkoopingen te houden;
tegenwoordig is het eene boerenwoning.
|
|
DRAGSTERVAART,
en in 1641 gegraven kanaal, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland,
dat uit het vlek Dragten met eene regte westelijke
strekking naar de Dreit loopt, waarin zij zich door
een verlaat ontlast.
|
|
DRAGT, oude naam van de riviertjes,
die de vlek Dragten, provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland, ten Z. en N.
omvatten, thans de Dreit en de Burmania-sloot
genoemd.
|
|
DREIT (DE) of het Drayt, riviertje.,
provincie Friesland, kw. Oostergoo,grietenij
Smallingerland, dat vroeger tusschen Dragten en
Olterterp uit de veenen voortkwam, thans zijn begin
neemt uit de landen aan den zuidkant van Dragten, en
na eenen korten noordelijken, een weinig
westwaartschen, loop, zich in de
Smalle-Eester-Sanding ontlast.
|
|
EE (KROMME-), water,
provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, dat uit het Grietmans-rak voortkomt
en met eene westelijke rigting naar Goingahuizen
loopt, waar het zich in de Wijde -Ee verliest.
|
|
EE (MONNIKE-), meertje,
provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, dat met de Wijde-Ee ineen loopt en
door de Zetsloot in verbinding staat met de
Oudegaster-Zanding en door de Monnikegrup met de
Smalle-Eester-Zanding.
|
|
ERINGA,
voormalige hofstede, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland,
arrondissement Heerenveen, kanton Beetsterzwaag, in
het dorp Zuider-Dragten.
Ter plaatse,
waar deze hofstede vroeger gestaan heeft, zijn thans
andere huizen aangebouwd.
|
|
FOLGERA-VEENEN
of Folger-Veenen, voormalige veengronden,
provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, N. van Noorder-Dragten, waartoe zij
behoorden. Deze veenen zijn thans vergraven en
daarvoor is de b. Folgeren ontstaan.
|
|
FOPPESTOK, boerenplaats,
provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement Heerenveen, kanton
Beetsterzwaag, onder Boornbergum, tegen Kortehemmen,
op sommige kaarten verkeerdelijk als eene buurt
voortkomende.
|
|
GRIETMANSRAK,
water, provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat uit de
Wijde-Ee voortkomt, en zich, met eenen westelijken
loop, in de Kromme-Ee verliest.
|
|
HAERSMA (GROOT-)
of Groot-Haarsma, voormalige state te
Oudega, provincie Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, arrondissement en 6 1/2 u.
Z. O. van Heerenveen, kanton en 2 1/4 u. N. N. W.
van Beetsterzwaag, Z. W. van Oudega, waartoe zij
behoorde.
Deze state is
gesticht, tusschen de jaren 1660 en 1666, door
Arnoldus van Haersma, Grietman van Smallingerland,
en heeft gedurende langen tijd tot gewoon verblijf
van den Grietman gediend. Het huis is in 1841
afgebroken. De daartoe behoorende gronden, een
oppervlakte beslaande van 15 bund 93 v. r. 67 v.
ell., zijn thans het eigendom van Mayrits Pico
Dederik Baron van Sytzama, Gouverneur van Friesland.
De Groot Haersma State
bestaat niet meer, maar voor de realisering destijds
is wel een gedeelte van de Skeane Heawei omgelegd;
vandaar die vreemde, maar kenmerkende knik. De
statige oprijlaan van weleer is nu de Great
Haersmawei.
|
|
HAERSMA-STATE,
slot, provincie Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, arrondissement en 4 1/.2
u. O. N. O. van Heerenveen, kanton en 1/4 u. N. ten
O. van Beetsterzwaag, aan den Noorder-Lijkweg, bij
het gebuurte, te Dragten.
Dit slot, hetwelk
omringd is door een' fraaijen aanleg, is in 1843
gesticht, door den Grietman van Smallingerland,
Martinus Manger Cats en zijne huisvrouwe Sara
Susanne van Bienema.
|
|
HEMMINGA of
Hemmema, voormalige state, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland,
arrondissement en 5 u. N. O. van Heerenveen, kanton
en 2 u. N. van Beetsterzwaag, 1/4 u. Z. O. van
Opeinde, waartoe zij behoorde.
|
|
HEMSTER-VENNE,
streek laag weiland, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland,
N. O. van Kortehemmen.
|
|
HOLLANDERS-KOOI,
voormalige eendenkooi, provincie
Friesland, kw. Zevenwouden, grietenij
Smallingerland, 1/2 u. Z. O. van Oudega, welke aldus
genaamd was, omdat zij door Hollanders was
aangelegd. Zij is echter sedert lang verdwenen,
zonder eenig spoor na te laten.
|
|
HOOIDAM, brug, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland,
1/2 u. Z. W. van Oudega, waartoe zij, met de daarbij
staande herberg, behoort.

1973: Oude Hooidamsbrug nog
8000 maal open. Afdruk ontvangen van de heer Nijp
uit Drachten.
|
|
HOOIDAMSLOOT,
water, provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland, nabij het dorp
Oudega.
Het is eene
afgegravene vaart, die den Oudegaster-Hooiweg, ter
plaatse van den Hooidam, doorsnijdt, en de Wijde-Ee
vereenigt met de Kruisdobbe.
HOOIDAMSBRUG.
|
|
JELLE-PIETERS-SLOOT,
vaart, provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland.
|
|
KLETSTERVAART,
water, provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland, hetwelk, in
eene regte lijn, uit de Smalle-Eester-Zanding loopt
door en langs het oude riviertje de Dragt, naderhand
de Burmann-sloot genaamd, onder Dragten, tot aan het
gehucht de Kletten, onder
Opeinde.
Deze vaart is in het
laatst der zestiende eeuw gegraven, om daar langs de
veenen af te voeren van Noorder-Dragten. Men had
haar reeds door den Hoogen-weg, waarin een verlaat
tot waterkeering gemaakt was, opgelegd, toen deze
onderneming de afgunst en tegenwerking der naburige
plaatsen scheen op te wekken. Althans het verlaat
werd in 1604 door de opzieners van den Leppedijk
weder gedempt, omdat, zoo het heette, daardoor te
veel water naar buiten zoude afstroomen.
Gedeputeerde Staten, die voor de veengenoten
opkwamen, zochten wel eene bemiddeling tot stand te
brengen, maar dit schijnt zonder vrucht te zijn
afgeloopen. Negen jaren later, den 2 februarij 1615,
sloten de volmagten van Noorder-Dragten een contract
met Jelle en Goslick Pieters, Burgers van
Leeuwarden, waarbij de laatsten zich verbonden, om,
tegen 55 roeden veen en te heffen tollen op de
scheepvaart, de Kletstervaart op te maken, en te
voorzien van verlaten en duikers. Dit plan, volgens
hetwelk de vaart, langs de Volgeren, tot in de hooge
veenen van de Dragster-Compagnie zoude worden
opgelegd, heeft ook een begin van uitvoering gehad.
De Kletstervaart is opgemaakt, en, naar den naam van
een’ der ondernemers, Jellen Pieters-Sloot genaamd.
Het leed echter wederom schipbreuk op de
bekrompenheid van denkbeelden of de afgunst der
aangrenzende dorpen. Immers in het jaar 1627 werd de
Grietman van Smallingerland, bij ‘s Hofs sententie,
veroordeeld, om de doorgegravene wegen te dempen,
omdat het scherpe veenwater (dat buitendien van zelf
van de hoogte naar de laagte afstroomde), schadelijk
was voor de vlakke landen van de omgelegene
plaatsen. Vervolgens, in het jaar 1641, de
Dragtster-vaart, tot afvoer der hooger gelegene
veenen, gegraven zijnde, is het verder opleggen der
Kletstervaart van toen af onnoodig geworden.
Tegenwoordig loopt zij uit de Smalle-ee’ster-zanding
niet verder dan tot den Hoogen-weg, en dient alleen
tot af- en aanvoer van mest, hooi en andere
producten.
|
|
MONNIKE-EE, twee meertjes,
provincie Friesland, het eene kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, het andere kw. Westergoo,
grietenij Wonseradeel.
|
|
MONNIKE-GRUP,
water, provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat in eene
westelijke rigting van de Monnike-Ee naar de
Smalle-neester-zanding loopt.
|
|
OUDEGASTER-ZANDING
(DE), meer, provincie
Friesland, kw. Oostergoo; grietenij Smallingerland,
Z. van
Oudega.
Het staat door
de Wopke-sloten met de Smalle-Eester-zanding, door
het Ouddiep met de Munniksgruppel en door de
Zetsloot met de Munnik-Ee in verbinding.
|
|
SANDING (DE ESUMER-),
voormalige meertje, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland,
dat. Door de Zoete met de Wijbe-Sanding in
verbinding staat, doch reeds voorlang in de
Oude-gaaster-sanding versmolten is.
|
|
SANDING (DE
OUDEGAASTER-) , meer,
provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, dat door de Wopkes-sloot met de
Smalle-eester-sanding en door het Ouddiep en de
Zetsloot, met de Monnike-Ee, in verbinding staat.
|
|
SANDING (DE
SMALLE-EESTER-) , of Smalle-Gaaster-Sanding,
meer, provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat door de
Wopkes-sloot, met de Oudegaaster-sanding, en door de
Monniken-gruppen, met de Monnike-Ee, in verbinding
staat.
|
|
SANDING (DE WESTER-)
, meer, provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat ten W. door
de Geeuw met het Kruis-water in verbinding staat.
|
|
SANDING (DE WYBE-)
, voormalige meer, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland,
dat door de Zoete, met de Esumer-Sanding, in
verbinding staat, doch reeds voorlang in de
Oude-gaaster-Sanding versmolten is.
|
|
SANDWATER (HET) ,
voormalige meertje, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland,
1 1/4 u. Z. O. van Oudega, waarin de Monnike_Ee, de
Kletstervaart, en de Dreit, uitliepen. Het is thans
droog.
|
|
SMALLE-EESTER
ZANDING (DE), op de kaart van
Schotanus à Sterringa, onder den naam van
Smalleneester-Sanding voorkomende, meer,
provincie Friesland, kw. Oostergoo, griet
Smallingerland, 20 min. N. van Boornbergum, dat ten
W. door de Monniksgruppen, met de Monnike-Ee, ten N.
door de Wopkesloten, met de Oudegaster Zanding in
verbinding staat.
|
|
SMALLE-EESTER-SANDING (DE),
meer, provincie Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland.
Drie families
die belangen hadden in het hoogveen bij Drachten
vinden hun namen terug in een straat in de wijk De
Singels.Het te gelden maken van het veen was
overigens hun enige band met Smallingerland want ze
woonde meestal elders.
Gellius (Jelle) Hillema was in het
begin van de 17e eeuw rechter in het hof van
Friesland. Jelle en zoon Arent bezaten stukken van
de Folgeravenen tussen de Folgeralaan en de
Luitenantslaan. Ook bij Rottevalle had de familie
Hillema bezittingen. De eigendomsgrens in een
veengebied werd vaak zichtbaar gemaakt door een
greppel. Die kaarsrecht gegraven "Hillema Gruppel"
tussen Burmaniasloot en Lauwers komt al op oude
kaarten voor.
Het geslacht Bouricius, met advocaten
in de gelederen, kennen diverse eigenaren van
veengronden, zo waren in 1670 Elskien, Jacobus,
Lucia en Johannes Boericius mede-eigenaar van de
Hillema-venen. Catharina Jelskia van Bouricius
woonde op het slot Bouwburg.
In 1529 kocht Jonkheer Tjaard van
burmania een groot stuk hoogveen ten noorden van het
riviertje de Lits. Voor de afvoer. Voor de afvoer
van turf werd uit de Lits een wijk gegraven, die
naderhand in verbinding werd gebracht met het
stroompje de Dracht. Die Dracht stroomde door het
hoogveen van Rottevalle naar Smalle Eester
Zanding; het water werd ook wel Noorder Drait
genoemd. Later werd het meestal Burmania sloot
genoemd. Ook familielid Rienk van Burmania bezat in
de omgeving grote stukken veengrond.
Omstreeks 1700 lied de eigenaar van
boerderij "Vrijburgh", Luitenant Boerlardus van
Boelens, een pad aanleggen tussen de Hogeweg en
Rottevalle. Die reed werd in de volksmond
Burmanialaan genoemd. |
Home
|