SMALLINGERLAND.

Door Abraham Jacob van der Aa.

www.tresoar.nl

 

 

 

SMALLINGERLAND, SMELLINGERA-LANDT, oude naam van de grietenij Smallingerland, provincie Friesland, kw. Oostergoo, arrondissement  Heerenveen, kanton Beetsterzwaag (1 k. dorp, 9 m. k., 5 s. dorp,); grenzende N. aan Tietjerksteradeel, waarvan zij door den Zuster-weg en het stroompje de Lits wordt afgescheiden; terwijl dit watertje deze grietenij ook van Achtkarspelen scheidt tot aan de Rottevalle, van waar de verdere scheiding tusschen deze grietenijen, door een scheidgruppel, in de veenen, voltooid wordt. Ten Oosten grenst Smallingerland aan de Groninger Ommelanden, en wordt daarvan gescheiden door den Lauwers-stroom, die hier weleer bevaarbaar was, doch thans geheel is opgedroogd, ofschoon hij zich eertijds uitstrekte tot aan het oude klooster Termunten. In het Zuidoosten en Zuiden ligt Opsterland, van welke grietenij Smallingerland gedeeltelijk gescheiden wordt door den Leppe-dijk. In het Zuidwesten komt eindelijk nog Utingeradeel en in het Westen Idaarderadeel.

Deze grietenij, die van het Oosten naar het Westen 5 u. lang en van het Noorden naar het Zuiden 2 u. breed is, telt de navolgende zes dorpen, Dragten, waar het grietenijhuis staat, Boornbergum met Smalle-Ee, Kortehemmen, Nijega, Oudega en Opeinde, benevens een klein gedeelte van Rottevalle.

Smallingerland beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 12,493 bund 99 v. r. 80 v. ell., waaronder 11,756 bund 45 v. r. 86 v. ell. belastbaar land. Het is de negende grietenij van Oostergoo. Van waar zij haren naam heeft, is niet zeker: men schijnt aan smal te moeten denken; doch in tegenstelling van breed zou dat woord hier niet zeer te pas komen, omdat de grietenij in zulk eene beteekenis juist niet smaller is dan onderscheidene andere, uitgezonderd alleen naar den kant van Groningerland, waar zij niet zeer breed is. Zoo men het woord nam in beteekenis van gering, slecht, gelijk de Engelschen hun smal bezigen en wij ook in meer dan een geval doen, zou het zeer wel aanleiding hebben kunnen geven, om de grietenij dus te noemen. In oude tijden toch, eer de turfgraverij bekend was, had men hier, in het Noorden en Oosten, hooge moerassige veenen, bosschen en struiken; terwijl de lage landen ten Zuiden en Westen gelegen, door het afloopende veenwater plas en dras lagen en dus van weinig nut waren. Ondertusschen zou het wel kunnen zijn, dat Smallingerland zoo veel gezegd ware, als Smalle-Eesterland, hetwelk dan slecht Waterland zou te kennen geven, omdat het woord Ee de beteekenis van water heeft.

Men telt er 1069 huizen, bewoond door 1420 huisgezinnen, uitmakende eene bevolking van ongeveer 7240 inwoners, die meest hun bestaan vinden in landbouw en veeteelt. Men heeft er schoone bouw- en weilanden. vroeger had men er ook vele veenen, doch deze zijn vergraven en herschapen in land. Behalve het voordeel, dat de ingezetenen van de korenlanden en de veevoeding trekken, helpt de vischvangst hier ook menigeen aan brood; doordien er onderscheidene vischrijke wateren zoo in het Westen en Zuiden als in het midden der grietenij gevonden worden. het is opmerkelijk dat in de dorpen Nijega en Opeinde de landen alle roeien op den toren van Boornbergum.

Ofschoon de bodem en de gedaante van het land, een gedeelte van Oostergoo uitmaken, gelijken zij zoo zeer op die van Zevenwouden, dat Schotanus, in zijne Beschrijving van Friesland, zich niet weerhouden kon zulks in de volgende vier dichtregelen aan den dag te leggen.

Quos similis facies sylvarum deprimit agros

Partibus annumerus Osterogoa tuis?

Non est usus idem membris in corpore nostro

Et junctum oppositum splendet ab opposito

(dorp i. Rekent gij, Oostergoo! de akkers, wier voorkomen gelijk is aan dat der wouden (de Zevenwouden) tot uw gebied? (zeker!) In ons ligchaam strekken de leden niet alle ten zelfden gebruike, terwijl de voortreffelijkheid van verschillende zaken des te meer uitkomt, als zij naast elkander zijn geplaatst.)

Men heeft in deze grietenij 3 scheepstimmerwerven, 2 lijnbanen, 7 looijerijen, 7 klakovens, 1 branderij, 1 mostaard-, 2 houtzaag- en 4 korenmolens.

De Hervormden, die er 5350 in getal zijn, onder welke 660 Ledematen, maken 3 gemeentes uit, zijnde die van Dragten, Boornbergum-en-Kortehemmen en Oudega-Nijega-en-Opeinde, welke zes kerken hebben.

De Afgescheidenen, die er ruim 1180 bedragen, behooren tot de gemeentes van Dragten en Oudega.

De Doopsgez., die men er 700 telt, behooren tot de gemeentes Dragten-en-Rottevalle, alwaar zij eene kerk hebben.

Men heeft in deze griet 7 scholen; als: vier te Dragten, ééne te Boornbergum, ééne te Opeinde en ééne te Oudega, welke gezamelijk door een getal van 1280 leerlingen bezocht worden.

De wateren, welke men in deze grietenij vindt, zijn: de Kromme-Ee, de Wijde_Ee, de Monnike-Ee, de Wester-Zanding, de Oudegaaster-Zanding, de Smalle-Eester_zanding, de Dragtstervaart enz.

De rijwegen zijn in deze grietenij zeer aangenaam, wegens het menigvuldige houtgewas, hetwelk hen, gelijk ook de naast gelegen erven omzoomt. De voornaamste dezer wegen zijn de Lykweg, die van Nijega, door Opeinde, naar Noorder- en Zuider-Dragten, en van daar naar Opsterland loopt; de Hoogeweg, die van Oudega, ten Zuiden van Nijega en Opeinde, naar de Kletten loopt, en voorts in het Westen van de Dragten, naar Kortehemmen, het naaste dorp aan Opsterland, van waar hij in het Noordwesten verder westwaarts naar Boornbergum leidt; gaande van daar weder een andere rijweg noordwestwaarts naar Smalle-Ee. Ook gaat van Dragten een rijweg derwaarts, die, eerst langs de Dragtster-vaart heen schietende, zich eerlang met den ouden Slingeweg vereenigt, en daarmede zuidwestwaarts voortloopt, tot hij in den Zuidelijke-Slingeweg valt, die insgelijks van den Hoogeweg voortkomt, en na deze vereeniging verder westwaarts schietende, eerst de Postlaan, en daarna de Dragtster Hooiweg heet. Van de bijzondere hooiwegen maken wij geene melding. Wegens meergemelden Hoogeweg merken wij nog maar alleen aan, dat hij zich, ten Oosten van Kortehemmen, eerst westwaarts en vervolgens noordwestwaarts buigt, en alzoo, voorbij gemelde dorp, naar Smalle-Ee schiet, zich tusschen beiden vereenigde met den reeds gemelden Dragtster-hooiweg.

Ten tijde der inlandsche twisten, tusschen de Schieringers en Vetkoopers, en naderhand in de Spaansche oorlogen, heeft deze grietenij veel moeten lijden. Ook ging zij, naar het voorbeeld van Achtkarspelen en Opsterland, in het jaar 1420, een verbond aan met de Groningers, om zich te verzekeren tegen de onderdrukking van den hertog Jan van Beijeren, toenmaals Voogd van Holland.

Bij den watervloed van Februarij 1825, werd het westelijke gedeelte dezer grietenij, alwaar men in den morgen van den vijfden den vloed vernam, mede door het zoute water overstroomd, en wel van de grensscheiding van Idaarderadeel tot oostwaarts op de alge landen van het dorp Oudega, en het buitenste verlaat van de Dragten, terwijl het opgestuwde binnenwater zich uitstrekte over het noordelijk gelegen Nijega, en nabij de dorpen Noorder- en Zuider Dragten, benevens Boornbergum. De hoogste stand des waters was ongeveer zes palmen boven gewoon winterwater, zijnde niet te min het gehucht Smalle-Ee vrij gebleven. gering evenwel was de schade door de overstrooming aangerigt, en slechts eene koe was verdronken; geene gebouwen waren vernield en geene ongelukken voorgevallen.

Het wapen der grietenij Smallingerland bestaat uit een veld van zilver, beladen met 5 groene boomen staande op eenen natuurlijke voorgrond, langs welke heen springt een hert van keel. Het schild gedekt met een kroon van goud."

NB : De kroon heeft 3 bladeren en 2x3 parels.

Oorsprong/verklaring:

De vijf eikenbomen in het wapen duiden waarschijnlijk op de Friese Wouden, waartoe de huidige gemeente behoorde. Het aantal van vijf zou waarschijnlijk duiden op de vijf kerspeldorpen in de gemeente. Zowel de eiken als het hert zijn oude rechtssymbolen.

De kleuren zijn afgeleid van de kleuren van de graafschappen Zevenwouden en Oostergo, die respectievelijk groen en wit en rood en wit als kleuren hadden.

Van Smallingerland is nog een zegel uit 1487 bekend waarop een geheel andere voorstelling staat. Het vertoont namelijk een Agnus Dei naar links gekeerd, ter weerszijden vergezeld van een zespuntige ster en onder het lam een halve maan, waarboven een kruis. Of deze voorstelling ook op het toenmalige wapen voorkwam is niet bekend.

 

 

De dorpen, buurtschappen, meren van Smallingerland.

 

Boornbergum.


Buitenstverlaat: (Fries: Bûtenstfallaat) is een buurtschap in de Friese gemeente Smallingerland en behoort tot het dorpsgebied van Drachten.  


De Gaasten: buurtschap, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 5 1/2 u. N. ten O. van Heerenveen, kanton en 2 u. N. ten W. van Beetsterzwaag, 1/2 u. Z. O. van Oudega, waartoe zij behoort; met 4 huizen en 20 inwoners.


De Kooi (Smallingerland) = buurtschap.


De Tike: buurtschap, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 5 u. N. O. ten N. van Heerenveen, kanton en 2 1/2 u. N van Beetsterzwaag, 1/2 u. O. N. O. van Nijega, waartoe het behoort, aan de grenzen van Tietjerksteradeel.

De omgeving van het dorp werd al voor onze jaartelling bewoond. De naam Tieke is vermoedelijk afgeleid van het woord Theeka. In een acte uit het jaar 1543 wordt melding gemaakt van "een stuck leggende opt Theeka."Rond 1700 stonden in de omgeving enkele boerderijen en meerdere plaggenhutten verspreid in het landschap. Op 23 oktober 1952 werd officieel de status van "dorp" verkregen en is op advies van de Fryske Akademy de naam gewijzigd in De Tike.

Tieke ligt van oudsher op de scheiding van twee gemeenten, namelijk Smallingerland en Tietjerksteradeel. De grens loopt langs de Susterwei en de Polderdyk. De Susterwei is vernoemd naar de zusters van het vroegere nonnenklooster in Siegerswoude. Deze nonnen liepen hier in de 16e eeuw langs als ze naar de andere kloosters gingen in de omgeving. Deze verbindingsweg liep toen nog dwars door het gebied waar nu de De Leijen ligt.

Monument De Tike

 

Master Iniawei 11 Gemeentelijkmonunment Boerderij (stelptype 1935)

www.de-tike.nl


De Veenhoop: (Fries: De Feanhoop) is een dorp in de gemeente Smallingerland, provincie Friesland (Nederland). Het ligt ten westen van Drachten aan de Wijde Ee. Het dorp is ontstaan tijdens de hoogtijdagen van de turfwinning in de 17e eeuw. Jaarlijks vormt De Veenhoop het toneel van het Veenhoop festival. Dit festival vindt plaats in het weekend tijdens het Skûtsjesilen. Vaste gast op dit festival is de band Normaal. Even ten noordoosten van De Veenhoop staat een Amerikaanse windmotor van het type Herkules Metallicus, die is aangewezen als rijksmonument.

 

De Veenhoop.

Monumentenlijst de Veenhoop.

 

bij Bûtendiken Rijksmonument Amerikaanse windmolen
bij Eijzengapaed 7 Gemeentelijkmonunment Brug (1926)
Kraenslânswei 1 Gemeentelijkmonunment Brugwachterswoning / Polderhûs (1872/1873)
bij Slûswei 16 Gemeentelijkmonunment Brug (1926)

 


De Wilgen:(Fries: De Wylgen) ligt iets ten westen van Drachten.

Monument De Wilgen

 

Drachtster Heawei 98 Gemeentelijkmonunment Boerderij (1933)

Drachten


Dragten en omstreken


DRAGTEN (NOORDER-), voormalige afzonderlijk dorp, provincie Friesland, kw. Zevenwouden, arrondissement en 5 u. N. O. van Heerenveen, kanton en 1 3/4 u. N. ten O. van Beetsterzwaag; met 400 huizen en 3000 inwoners, thans met het voormalige dorp Zuider-Dragten vereenigd tot het vl. Dragten.

Vroeger stond hier eene kerk, welke in 1541 gebouwd was, doch noch toren noch orgel had, en in 1743 is afgebroken. - Men heeft er 3 scholen, welke gemiddeld door een getal van 450 leerlingen bezocht worden.


DRAGTEN (ZUID-), voormalige afzonderlijk dorp, provincie Friesland, kw. Zevenwouden, arrondissement en 4 1/2 N. O. van Heerenveen, kanton en 1 1/4 u. N. O. van Beetsterzwaag; met 200 huizen en 1500 inwoners, thans met het voormalige dorp Noorder-Dragten vereenigd tot het vl. Dragten. Hier stond voorheen eene kerk, welke in 1148 gesticht was. Dit gebouw, waarin noch toren noch orgel gevonden werd, is in 1743 afgebroken. De school, die, nadat zij vroeger vertimmerd en vergroot was geworden, in het jaar 1835 afbrandde, is toen door eene nieuwe en nette school vervangen, welke gemiddeld door een getal van 50 leerlingen bezocht wordt.


DRACHTSTER COMPAGNIE, gehucht, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 6 u. N. O. van Heerenveen, kanton en 2 u. N. ten O. van Beetsterzwaag, 1 u. van Dragten, waartoe het behoort, in eene zeer aangename en boschrijke streek.

Het ontleent zijnen naam van de vereeniging of compagnieschap der voormalige eigenaars van de veenen tot gemeenschappelijken verkoop en vergraving. Dat gedeelte, waarvan de eigenaren, in het jaar 1724, tot de destijds reeds bestaande Compagnieschap zijn toegetreden, wordt de Nieuwe-Compagnie geheeten; terwijl men de gronden, wier eigenaren oorspronkelijk de vereeniging uitmaakten, gemeenlijk en ter onderscheiding, de Oude-Compagnie noemt.

Men telt in de Compagnie 62 huizen en 350 inwoners, en heeft er eene school gesticht in 1833, die gemiddeld door 70 leerlingen bezocht wordt.

 

Drachtster Compagnie aan de vaart.

 

Klik voor grotere opname: De vaarten, dwarsvaarten en wijken omstreeks 1700. In Dr. Compagnie waren nog geen nederzettingen en de Leijen was alleen nog maar met wijken aangesneden. (Van Schaik en Spahr Van Der Hoek, 1976)

Monumentenlijst.

 

Folgerster Loane 70, 72, 74 en 76 Gemeentelijkmonument

 

Complex “Jezus Leeft” bestaande uit 2 woningen (1928),kerkje “Jezus Leeft” (1928/’32), begraafplaats (‘34) en pastorie (‘28)
Smidswei 52 Rijksmonument Boerderij, schuur en stookhok (1936)

      


Egbertsgaasten: buurtschap, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 5 1/2 u. N. ten O. van Heerenveen, kanton en 2 u. N. ten W. van Beetsterzwaag, 1/2 u. Z. O. van Oudega, waartoe zij behoort; met 4 huizen en 20 inwoners.


FOLGEREN of Volgeren, b., provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 4 1/2 u. N. O. van Heerenveen, kanton en 2 u. N. ten O. van Beetsterzwaag, 1/2 u. N. van Noorder-Dragten, waartoe het behoort, met 26 huizen en 125 inwoners.

 

Hotel Vreewijk bij de Folgeren in 1932.

 

Hotel Vreewijk bij de Folgeren in 2008.


GHERREN, streek lands, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, onder het dorp Oudega. Zij was 14 matmaden groot en werd als een legaat van Thtedze, dochter van Wobke en vrouw van zekere Rinnert, in het jaar 1503, aan het klooster van Sigerswolde gegeven, onder beding, dat Tryedze daarvan tot haar onderhoud jaarlijks acht Hoornsche Postulaten (16 guld) zoude genieten.

En in 1532 kregen de nonnen al weer 14 mad maden gelegen onder Suameer bij de Koekoeksboom. Deze keer was de schenkster een Sjouck van Camminga.

(Voor omstreeks driehonderd jaren waren er in Holland twee geweldige partijen, de Hoekschen en Kabeljaauwschen genaamd, die elkander op alle mogelijke wijzen afbreuk trachtten toe doen en ten onder te brengen. Onder anderen hadden de laatstgenoemden de stad Hoorn in Noord-Holland, stormenderhand ingenomen, en hielden er op eene gruwelijke wijze huis, zoodat vele geestelijke personen, hun leven niet zeker, liever verkozen have en goed te verlaten, dan langer aan de genade en ongenade van die barbaren blootgesteld te zijn. Vijf witte zusters, aldus genoemd naar de witte kleeding, welke zij, volgens de orde van hun klooster, verpligt waren te dragen, namen ook de vlugt, en kwamen, na veel omzwervens, in Friesland aan, om in andere kloosters kost en huisvesting te zoeken. Eindelijk, omstreeks 1585 hier te Garijp gekomen, oordeelden zij dat Sigerswolde, hetwelk vroeger een dorp geweest, maar thans zoodanig vervallen was, dat er geene huizen meer stonden, en van de kerk niets dan de muren waren overgebleven waren, eene geschikte plaats voor hen zoude zijn. tegen de muren van de, van het dak beroofde, kerk bouwden zij een hutje van sparren en riet, om vooreerst voor koude en regen beschermd te zijn. Spoedig werd dit geval door het geheele gewest bekend, en verscheidene milddadige lieden sloegen de handen inëen, om deze kloosterzusters, wier strenge, eenvoudige en zedige leefwijze hun behaagde, behulpzaam te zijn in het herstellen van de kerk en het opbouwen van eene geschikte woning.
Met algemeene toestemming van geheel Friesland en door de bevestiging van den Bisschop van Utrecht werd het gesticht tot een Vrouwenklooster van reguliere Kanonikessen verheven, en was gedurende deszelfs aanwezen beroemd wegens de nederige godsdienstigheid der Nonnen, terwijl het meerendeel der overige Friesche geestelijkheid om deszelfs brooddronkenheid en brasserij bekend stond. Bijna honderd jaren waren de kloosterlingen in het rustig bezit van het gebouw gebleven, en hadden waarschijnlijk allenskens hunne bezittingen vermeerderd door het aankoopen van landerijen in den omtrek gelegen, zoo als het gebruik der geestelijken van dien
tijd medegebragt. Den hoogen dijk, welke tegen het instroomende water is opgerigt, alsmede de ligging der boerplaatsen en landen hier onder Sigerswolde, waartoe ook uwe plaats behoort, in aanmerking genomen, zoude ik wel durven vaststellen, dat dit alles in der tijd aan het klooster heeft toebehoord. Ook in ander oorden waren zij bezitsters van vastigheden; doch deze hadden zij grootendeels bij testament van godsvruchtige personen verkregen; als, onder anderen, in 1504 veertien mad maden, de Gherren genaamd, welke zij als een legaat ontvingen van Thyedze, dochter van Wopke te Oudega, en vrouw van eenen Rinnert, die evenwel bedong, dat zij daarvan tot haar onderhoud jaarlijks zoude genieten acht hoornsche postylaten (eene munt van dien tijd); en in 1532 nog veertien andere dergelijke mad, gelegen onder Suameer, bij den zoogenaamden Koekoeksboom van Sjouck van Camminga, zonder bezwaar. Toen door de hervorming de kloosters werden afgeschaft, waren de zusters genoodzaakt het hunne te verlaten, en elders een heenkomen te zoeken.

Ofschoon eene ordonnantie van den Graaf van Merode, Stadhouder van wege den Prins van Oranje in Friesland, in 1580 de onbewoonde kloostergebouwen prijs gaf; iedereen verlof bekwam dezelve af te breken, en de materialen voor zich te behouden; en eene maand later zelfs een bevel aan alle geregtspersonen volgde om het overgeblevene geheel af te breken, ten einde den vijand te beletten daarin te nestelen, en het hout en de steenen tot dijken en dammen te verbruiken, schijnt men ten opzigte van dit gesticht daarvan geen gebruik gemaakt te hebben: Mogelijk, om deszelfs afgelegenheid van steden en groote wegen; althans, volgens overlevering, voor wier waarheid ik evenwel niet wil instaan, stond hetzelve nog in 1632.”)


Goëngahuizen: buurtschap, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 3 1/2 u. N. van Heerenveen, kanton en 2 3/4 u. W. ten N. van Beetsterzwaag, 2 u. W. N. W. van Boornbergum, waartoe zij behoort, aan de Kromme-Ee; met 14 huizen en 70 inwoners.

 

De Jansmolen in Goëngahuizen.

Monumentenlijst, Goëngahuizen.

 

Peansterdyk 10-12  Gemeentelijkmonument Boerderij (kop-hals-romptype 1883)
Peansterdyk 18 Gemeentelijkmonument Boerderij (stelptype 1869)

 

Bij Peansterdyk 10 Rijksmonument Spinnekopmolen ‘De Modderige Bol’
Bij Peansterdyk 10 Rijksmonument Spinnekopmolen ‘De Modden’ of ‘De Jansmolen’
Bij Peansterdyk 18 Rijksmonument Spinnekopmolen ‘Heechhiem’

HOOGEDEUR, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 7 u. N. O. van Heerenveen, kanton en 2 1/2 u. N. van Beetsterzwaag, 1/4 u. N. W. van Rottevalle, waartoe het behoort; met 3 huizen en 15 inwoners

Dit gehucht, dat op de kaart van Schotanus verkeerdelijk onder den naam van Hoogeschuur voorkomt, ontleent zijnen naam van een deur, een schut, eene waterkeering, die men bij het opzetten van het water in de Lits liet vallen, on de Rottevalle van het water te beveiligen. Deze Hoogedeur is intusschen reeds lang verdwenen, maar de plaats heeft den naam behouden.


Houtigehage: tekst fan de VPRO útstoering Andere tijden út 2007

Monumentenlijst, Houtigehage.

 

Skoallewyk 10 Rijksmonument Arbeiderswoning (1909)
Ds. Visscherwei 71 Gemeentelijkmonument Kerk 'Noord Jeruël' (1938)

Kortehemmen


Luchtenveld: is een buurtschap in de Friese gemeente Smallingerland, tussen Drachtstercompagnie en Houtigehage.

De buurtschap bestaat uit een kruispunt met een paar huizen en een voormalig kerkje met een klein kerkhof. Van 1918 tot 1946 liep de tramlijn van Groningen naar Drachten hierlangs en had hier een halte.

Kerk

Het kerkje "Jezus Leeft" werd gebouwd in 1928 door evangelist Berend Overdijk (1894–1977), die hier ging preken voor enkele tientallen toehoorders die de prediking in de omliggende kerken te vrijzinnig vonden. De kerk noemde zich een Vrije Evangelische Broedergemeente en was bij geen enkel kerkverband aangesloten. Zijn zoon Jan (1924–1997) zette zijn werk voort door het verspreiden van evangelisatielectuur. In 1998 preekte G.J. van Loon, een kolonel van het Zuid-Afrikaanse "Ekklesia" Evangeliekorps, hier korte tijd, voor lege stoelen. Het kerkje is inmiddels in gebruik als bedrijfsruimte.

Onderstaande tekst is van: Herman Veenhof.

Dat moet gek hebben geklonken, in mei vorig jaar. Het kleine kerkje ‘Jezus Leeft’ in Luchtenveld, een kruispunt met wat woningen in de buurt van Drachten, stond opeens bol van het geluid. Een bas, een gitaar, een grote trom plus bekken, een harmonium en een rauwe stem. Een hoekige blues op twee noten, in driekwartsmaat. ‘Wie is daar aan het schrijven? Apostel Johannes! Wat is Johannes aan het schrijven? Het boek met de zeven zegels!’ zingt Meindert Talma. Het was de laatste keer dat het kerkje diende als plek voor een publieke bijeenkomst.

Het kerkje heeft iets alpenachtigs, het met planten begroeide klokkentorentje oogt als een zadeldak. De pastorie ernaast heet ‘Huize Vrede’en is van binnen helemaal gestript. De eigenaar Jan Bernard Woudstra heeft in ‘Jezus Leeft’ een centrum voor acupunctuur gevestigd. Naast de kerkdeur hangen twee bordjes; een met het niet-rokensymbool en een ander met het lidmaatschap van Zhong, de Nederlandse vereniging voor traditionele Chinese geneeskunde.

Rechtsonder is een eerste steen te zien, uit juli 1928, met twee Bijbelteksten: Jesaja 28:16 en 1 Korintiërs 3:11. De legger ervan ligt op het kleine kerkhof achter ‘Jezus Leeft’. Berend Overdijk is van 1894 en stierf precies dertig jaar geleden, op 8 januari 1977. Hij werkte bij een meubelfirma in Dokkum, maar voelde de roeping te gaan evangeliseren. Hij bouwde het kerkje en de pastorie en trok enkele tientallen mensen uit de omliggende dorpen, zoals Rottevalle, Houtigehage en Drachtstercompagnie, waar de prediking voor sommige Friese gereformeerden te vrijzinnig was. De locatie leek toen logischer dan nu, want vanaf 1918 tot 1946 liep er een tramlijn van Groningen naar Drachten die in Luchtenveld een halte had.

‘Onze vrome en arbeidzame vader’, staat op de grafsteen van Overdijk. Zijn zoon Jan Hendericus (van 1924) zette het werk voort, maar de Vrije Evangelische Broedergemeente die zich op zijn Hernhutters in deze dreven ophield, verliep. Jan Overdijk drukte elke week duizend traktaatjes met een preek van drie bladzijden en stopte die in brievenbussen. Hij verwaarloosde zichzelf, leed honger en kou en stierf in 1997. Nu ligt hij zonder grafschrift naast zijn vader.


KLETTEN (DE), gehucht, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 5 1/2u. N. O. van Heerenveen, kanton En 1 1/2u. N. van Beetsterzwaag, 10 min. Z. op Opeinde, waartoe het behoort, aan den Hoogeweg en de Kletstervaart in een aangenaam oord; met 4 huizen en 25 inwoners


Middelburen: MIDDELBUREN, gehucht, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 5 u. N. O. van Heerenveen, kanton en 2 u. N. van Beetsterzwaag, 5 min. W. van Nyega, waartoe het behoort en dat 4 of 5 huizen telde, doch sedert lang niet meer bestaat.


Nijega


Opeinde


Opperburen: provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 6 u. N. ten O. van Heerenveen, kanton en 3 u. N. W. van Beetsterzwaag, 1/4 u. N. van Oudega, waartoe het behoort; met 5 huizen en ruim 30 inwoners.


Oudega

 


 

Oudega was oorspronkelijk het hoofddorp van de grietenij en heeft een stins bezeten. Van deze stins is verder niets bekend. Later vestigden de Haersma's zich hier en bouwden tussen 1660 en 1666 Groot Haersmastate. De Haersma's waren het leidende geslacht in deze omstreken en verwierven grote belangen in de ontginning van het land (Zie ook Smalle ee.). Na het uitsterven van de familie in 1839 met Sybrand van Haersma, grietman van Achtkarspelen, werd de state voor afbraak verkocht. Groot Haersma lag ten zuidwesten van het dorp; van het terrein is zelfs geen spoor meer te vinden. Het was een voor het midden van de zeventiende eeuw kenmerkende state, een gebouw van één bouwlaag met een hoog zadeldak tussen trapgevels. De brede voorgevel was fraai geleed in twee maal drie raamvakken met de toegangspartij in het midden en versierd met pilasters. Boven de toegang met boven- en zijlichten was voor het voorschild van het dak een geveltop uitgemetseld met pilasters, klauwstukken en een gewelfd tympanon. Op het dak stonden drie schoorstenen met decoratieve korven en windwijzers. Aan de achterzijde stond een schuur met bijgebouwen en een tussenlid dat de schuur met de state verbond. Dit gebouw geheel stond op een ruim, omgracht terrein met singels.


OUDEGA-NIJEGA-EN-OPEINDE, kerk. gemeentes, provincie Friesland, klass. van Leeuwarden, ring van Bergum. Men heeft er drie kerken, als: ééne te Oudega, ééne te Nijega en ééne te Opeinde, en telt er 1720 zielen, onder welke ruim 100 Ledematen. De eerste, die in deze gemeentes het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Emarus Marci, die welligt in het jaar 1598 herwaarts kwam, en in het jaar 1603 overleed.


OUDEGASTER-RIJP, b., provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement, en 5 u. N. O. van Heerenveen, kanton en 2 1/2 u. N. N. W. van Beetsterzwaag, 1/2 u. N. W. van Oudega, waartoe het behoort.


Rottevalle


SMALLE-EE of Smalle-Ie, ook wel Smalnie geheeten, gehucht, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 4 u. N. O. ten N. van Heerenveen, kanton en 1 u. N. W. van Beetsterzwaag, 20 min. N. W. van Boornbergum, waartoe het behoort, aan de Smalle-Eester-Zanding; met 17 huizen en 90 inwoners

Dit gehucht was nog in 1617 de hoofdplaats der grietenij Smallingerland. - Vroeger stond hier een abdij van Benediktijner Nonnen, mede Smalle_Ee genaamd. Van het eens zo machtig klooster is nu weinig terug te vinden. Het klooster Smelne werd met de grond gelijk gemaakt toen Fryslân zich bekeerde tot het protestantisme (de Reformatie). In eerste instantie moest het klooster worden platgebrand, maar dat plan werd ging niet door. In plaats daarvan mochten boeren de destijds kostbare stenen van het klooster gratis ophalen. In 1580 was het klooster door plundering geheel gesloopt.

Te Smalle-Ee bereidt men sedert jaren een geneesmiddel, hoofdzakelijk uit kinabast bestaande, ter verdrijving van de koorts. Die Smalle-Eester-koorts-potjes zijn door de provincie Friesland en Groningerland beroemd, van welke dan ook jaarlijks voor duizende guldens verkocht worden.

Vanaf 1638 staat er een Zathe van de Benedictijner Nonnen-klooster te Smalle Ee. ( Smelna of Onser Lyewe Vrouwen Smelligeraconvent bij Boornbergum; benedictijns nonnenklooster, ca. 1400-1580, gesticht voor 1326 als dubbelklooster van augustijner koorheren en regularissen. De monniken vertrokken ca. 1400 naar het uithof Vlierbos. Bij de hervorming werden deze eigendom van De Staten van Friesland. Deze besluiten in 1638 enkele Zathen te verkopen. In 1646 koopt Aulus (Alle) van Haersma, grietman van Smallingerland, deze boerderij met landerijen. Aulus van Haersma was getrouwd met Catharina van Scheltinga en zij woonden op Haersma State, gelegen aan de Sânbuorren, ten oosten van de Hervormde Kerk. Later besluiten zij ten behoeve van hun zoon Arnoldus (Arent), "Groot-Haersma State" te bouwen. De bouw vindt in 1664/1665 plaats (in de Schotanus-atlas, uitgave 1664 komt de State nog niet voor, wel in de uitgave van 1718). Na de bouw van de State willen zij de toegang tot het huis verfraaien. Hiertoe is medewerking van boeren uit Oudega, Nijega en Opeinde nodig. Zij hebben recht van gebruik van gemeenschappelijke gronden. De familie Haersma was het belangrijkste geslacht in deze omgeving en spelen een grote rol in de ontginning van het land. De State is altijd in bezit gebleven van deze familie. Als in 1839 sterft met Sybrand van Haersma de familie Van Haersma uit. De State met bijbehorende gronden komen in bezit van drie leden uit de familie Van Vierrsen. Zij besluiten in 1841 alles te verkopen. Het slot werd afgebroken en het landgoed in acht percelen verkocht. Deze State was een typisch 17e eeuws gebouw: Het bestond slechts uit één bouwlaag en met een hoog zadeldak tussen trapgevels. In het midden van de hoofdgevel was de ingang versierd met pilasters. Links en rechts ervan waren drie ramen. Op het dak stonden drie schoorstenen met decoratieve korven en windwijzers. De State stond op een omgracht terrein, waarop zich naast het hoofdgebouw ook nog een schuur en enkele bijgebouwen bevonden.

Op de Tweebaksmarkt 49 te Leeuwarden, poortje tussen 47 en 49 bevind zich een:
Wapensteen in aedicula-vorm met een nagenoeg blindgekapt alliantiewapen. Opschrift "ANNO 1641". Het is mogelijk het alliantiewapen Haersma-Scheltinga, van Aulus van Haersma (ca. 1611-1669) en Catharina Liviusdr. van Scheltinga (1619-1652), gehuwd in 1637 en vanaf 1640 bewoners van Haersma State onder Oudega, Smallingerland. De wapensteen zou afkomstig kunnen zijn van het voornoemde Haersma State en moet dan omstreeks 1731, toen Aurelia van Haersma het huis Tweebaksmarkt 49 betrok, naar Leeuwarden zijn verplaatst. De steen is in 1993 gepolychromeerd.


SMALLER-EESTER-KONVENT, voormalige abdij, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, 1/2 u. N. W. van Boornbergum.

Het werd bewoond door Benediktyner Nonnen en had zijnen naam van het water de Ee gekregen. Deze nonnen stonden onder het opzigt van de Benediktyner Abten, die de Nonnen door Priors bestierden. Pieter van Groningen stond hier, omtrent het midden der zestiende eeuw als Prior. Hij bekwam van Georgus van Egmond, toenmaligen Bisschop van Utrecht, bij eenen brief van den 16 Maart 1548, de magt, om de kloosterlijke geloften der maagden aan te nemen, die zich in het Konvent te Smallen-Ee begaven, en het kloosterlijke leven, als ook de orde van gemelde konvent, aanvaarden wilden; alsmede om haar het wiel (of de Nonnensluijer), volgens den regel der meergemelde orde, op te zetten. In dit klooster is, ten tijde van de Schieringers en Vetkoopers, eene zamenkomst gehouden tusschen de afgezondenen van Friesland en Groningen.Ter plaatse, waar dit klooster gestaan heeft, ziet men nog eene lindeboom, die, op het dunst van den stam, eene el boven den grond, eenen omtrek heeft van 4.40 ell.


Sytebuorren: Sytebuorren (ook: Sitebuorren; Nederlands: Siteburen) is een buurtschap in de Friese gemeente Smallingerland en behoort tot het dorpsgebied van Oudega. De Kooi tot Sytebuorren heeft een ontsluitende functie voor aanwonende en gaat over in de Hege Warren bij de Hooidambrug.

 


Uiteinde (Fries: Utein) is een buurtschap in de grietenij Smallingerland, arrondissement en 6 u. N. O. van Heerenveen, kanton en 2 1/2 u. N. N. W. van Beetsterzwaag. – Het is eene der buurten, waaruit het dorp Oudega bestaat.


Vlierbosch, gehucht provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 3 u. N. van Heerenveen, kanton en 1 1/2 u. N. ten W. van Beetsterzwaag, 1 u. W. van Boornbergum, waartoe het behoort; met 2 huizen en 10 inwoners.


Wierren: is een buurtschap in de Friese gemeente Smallingerland.


Zandburen: of Sandeburen, gehucht, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 4 u. N. O. van Heerenveen, kanton en 3/4 u. N. van Beetsterzwaag, 1/4 u. N. N. W. van Kortehemmen, waaronder het behoort; met 6 huizen en 30 inwoners.


BAAL (DE), watertje, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, N. van Oldeboorn, het heeft door de Goingahuistersloot gemeenschap met de Kromme-Ee.


BURMANIASLOOT, watertje, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland - In vroegere tijden was het een riviertje, hetwelk in de hooge veenen, op den oostelijken grens van Dragten en Rottevalle ontsprong, de noordzijde van Dragten bepaalde, en zuidwestwaarts in de Smalle-Eé-ster-zanding uitstroomde. het droeg in die tijden den naam van Dragt en wel van Noorder-Dragt, in tegenstelling van diergelijk riviertje, dat Dragten aan de zuidzijde omvatte, en Zuider-Dragt genaamd werd. Toen vervolgens de hoogeveenen weggeruimd en de Kletstervaart gegraven werd, veranderde dit riviertje in een eenvoudige waterlozing, en verwisselde den naam van Dragt in dien van Burmania-sloot, naar Jonkheer Rienk van Burmania, die in de zestiende eeuw langs de oevers van dit riviertje vele eigendommen heeft bezeten.


COMPANSHUIS, eigenlijk Compagnonshuis, huizen, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, onder Dragten. Dit op de oude kaarten voorkomende huis is, in het jaar 1648, door de compagnieschap van de Rottevalle gebouwd, ten einde daarin de veenverkoopingen te houden; tegenwoordig is het eene boerenwoning.


DRAGSTERVAART, en in 1641 gegraven kanaal, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat uit het vlek Dragten met eene regte westelijke strekking naar de Dreit loopt, waarin zij zich door een verlaat ontlast.


DRAGT, oude naam van de riviertjes, die de vlek Dragten, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, ten Z. en N. omvatten, thans de Dreit en de Burmania-sloot genoemd.


DREIT (DE) of het Drayt, riviertje., provincie Friesland, kw. Oostergoo,grietenij Smallingerland, dat vroeger tusschen Dragten en Olterterp uit de veenen voortkwam, thans zijn begin neemt uit de landen aan den zuidkant van Dragten, en na eenen korten noordelijken, een weinig westwaartschen, loop, zich in de Smalle-Eester-Sanding ontlast.


EE (KROMME-), water, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat uit het Grietmans-rak voortkomt en met eene westelijke rigting naar Goingahuizen loopt, waar het zich in de Wijde -Ee verliest.


EE (MONNIKE-), meertje, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat met de Wijde-Ee ineen loopt en door de Zetsloot in verbinding staat met de Oudegaster-Zanding en door de Monnikegrup met de Smalle-Eester-Zanding.


ERINGA, voormalige hofstede, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement Heerenveen, kanton Beetsterzwaag, in het dorp Zuider-Dragten. Ter plaatse, waar deze hofstede vroeger gestaan heeft, zijn thans andere huizen aangebouwd.


FOLGERA-VEENEN of Folger-Veenen, voormalige veengronden, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, N. van Noorder-Dragten, waartoe zij behoorden. Deze veenen zijn thans vergraven en daarvoor is de b. Folgeren ontstaan.


FOPPESTOK, boerenplaats, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement Heerenveen, kanton Beetsterzwaag, onder Boornbergum, tegen Kortehemmen, op sommige kaarten verkeerdelijk als eene buurt voortkomende.


GRIETMANSRAK, water, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat uit de Wijde-Ee voortkomt, en zich, met eenen westelijken loop, in de Kromme-Ee verliest.


HAERSMA (GROOT-) of Groot-Haarsma, voormalige state te Oudega, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 6 1/2 u. Z. O. van Heerenveen, kanton en 2 1/4 u. N. N. W. van Beetsterzwaag, Z. W. van Oudega, waartoe zij behoorde.

Deze state is gesticht, tusschen de jaren 1660 en 1666, door Arnoldus van Haersma, Grietman van Smallingerland, en heeft gedurende langen tijd tot gewoon verblijf van den Grietman gediend. Het huis is in 1841 afgebroken. De daartoe behoorende gronden, een oppervlakte beslaande van 15 bund 93 v. r. 67 v. ell., zijn thans het eigendom van Mayrits Pico Dederik Baron van Sytzama, Gouverneur van Friesland.

De Groot Haersma State bestaat niet meer, maar voor de realisering destijds is wel een gedeelte van de Skeane Heawei omgelegd; vandaar die vreemde, maar kenmerkende knik. De statige oprijlaan van weleer is nu de Great Haersmawei.


HAERSMA-STATE, slot, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 4 1/.2 u. O. N. O. van Heerenveen, kanton en 1/4 u. N. ten O. van Beetsterzwaag, aan den Noorder-Lijkweg, bij het gebuurte, te Dragten.

Dit slot, hetwelk omringd is door een' fraaijen aanleg, is in 1843 gesticht, door den Grietman van Smallingerland, Martinus Manger Cats en zijne huisvrouwe Sara Susanne van Bienema.


HEMMINGA of Hemmema, voormalige state, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, arrondissement en 5 u. N. O. van Heerenveen, kanton en 2 u. N. van Beetsterzwaag, 1/4 u. Z. O. van Opeinde, waartoe zij behoorde.


HEMSTER-VENNE, streek laag weiland, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, N. O. van Kortehemmen.


HOLLANDERS-KOOI, voormalige eendenkooi, provincie Friesland, kw. Zevenwouden, grietenij Smallingerland, 1/2 u. Z. O. van Oudega, welke aldus genaamd was, omdat zij door Hollanders was aangelegd. Zij is echter sedert lang verdwenen, zonder eenig spoor na te laten.


HOOIDAM, brug, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, 1/2 u. Z. W. van Oudega, waartoe zij, met de daarbij staande herberg, behoort.

 

1973: Oude Hooidamsbrug nog 8000 maal open. Afdruk ontvangen van de heer Nijp uit Drachten.


HOOIDAMSLOOT, water, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, nabij het dorp Oudega. Het is eene afgegravene vaart, die den Oudegaster-Hooiweg, ter plaatse van den Hooidam, doorsnijdt, en de Wijde-Ee vereenigt met de Kruisdobbe.

 

HOOIDAMSBRUG.


JELLE-PIETERS-SLOOT, vaart, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland.


KLETSTERVAART, water, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, hetwelk, in eene regte lijn, uit de Smalle-Eester-Zanding loopt door en langs het oude riviertje de Dragt, naderhand de Burmann-sloot genaamd, onder Dragten, tot aan het gehucht de Kletten, onder Opeinde.

Deze vaart is in het laatst der zestiende eeuw gegraven, om daar langs de veenen af te voeren van Noorder-Dragten. Men had haar reeds door den Hoogen-weg, waarin een verlaat tot waterkeering gemaakt was, opgelegd, toen deze onderneming de afgunst en tegenwerking der naburige plaatsen scheen op te wekken. Althans het verlaat werd in 1604 door de opzieners van den Leppedijk weder gedempt, omdat, zoo het heette, daardoor te veel water naar buiten zoude afstroomen. Gedeputeerde Staten, die voor de veengenoten opkwamen, zochten wel eene bemiddeling tot stand te brengen, maar dit schijnt zonder vrucht te zijn afgeloopen. Negen jaren later, den 2 februarij 1615, sloten de volmagten van Noorder-Dragten een contract met Jelle en Goslick Pieters, Burgers van Leeuwarden, waarbij de laatsten zich verbonden, om, tegen 55 roeden veen en te heffen tollen op de scheepvaart, de Kletstervaart op te maken, en te voorzien van verlaten en duikers. Dit plan, volgens hetwelk de vaart, langs de Volgeren, tot in de hooge veenen van de Dragster-Compagnie zoude worden opgelegd, heeft ook een begin van uitvoering gehad. De Kletstervaart is opgemaakt, en, naar den naam van een’ der ondernemers, Jellen Pieters-Sloot genaamd. Het leed echter wederom schipbreuk op de bekrompenheid van denkbeelden of de afgunst der aangrenzende dorpen. Immers in het jaar 1627 werd de Grietman van Smallingerland, bij ‘s Hofs sententie, veroordeeld, om de doorgegravene wegen te dempen, omdat het scherpe veenwater (dat buitendien van zelf van de hoogte naar de laagte afstroomde), schadelijk was voor de vlakke landen van de omgelegene plaatsen. Vervolgens, in het jaar 1641, de Dragtster-vaart, tot afvoer der hooger gelegene veenen, gegraven zijnde, is het verder opleggen der Kletstervaart van toen af onnoodig geworden. Tegenwoordig loopt zij uit de Smalle-ee’ster-zanding niet verder dan tot den Hoogen-weg, en dient alleen tot af- en aanvoer van mest, hooi en andere producten.


MONNIKE-EE, twee meertjes, provincie Friesland, het eene kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, het andere kw. Westergoo, grietenij Wonseradeel.


MONNIKE-GRUP, water, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat in eene westelijke rigting van de Monnike-Ee naar de Smalle-neester-zanding loopt.


OUDEGASTER-ZANDING (DE), meer, provincie Friesland, kw. Oostergoo; grietenij Smallingerland, Z. van Oudega. Het staat door de Wopke-sloten met de Smalle-Eester-zanding, door het Ouddiep met de Munniksgruppel en door de Zetsloot met de Munnik-Ee in verbinding.


SANDING (DE ESUMER-), voormalige meertje, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat. Door de Zoete met de Wijbe-Sanding in verbinding staat, doch reeds voorlang in de Oude-gaaster-sanding versmolten is.


SANDING (DE OUDEGAASTER-) , meer, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat door de Wopkes-sloot met de Smalle-eester-sanding en door het Ouddiep en de Zetsloot, met de Monnike-Ee, in verbinding staat.


SANDING (DE SMALLE-EESTER-) , of Smalle-Gaaster-Sanding, meer, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat door de Wopkes-sloot, met de Oudegaaster-sanding, en door de Monniken-gruppen, met de Monnike-Ee, in verbinding staat.


SANDING (DE WESTER-) , meer, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat ten W. door de Geeuw met het Kruis-water in verbinding staat.


SANDING (DE WYBE-) , voormalige meer, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, dat door de Zoete, met de Esumer-Sanding, in verbinding staat, doch reeds voorlang in de Oude-gaaster-Sanding versmolten is.


SANDWATER (HET) , voormalige meertje, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland, 1 1/4 u. Z. O. van Oudega, waarin de Monnike_Ee, de Kletstervaart, en de Dreit, uitliepen. Het is thans droog.


SMALLE-EESTER ZANDING (DE), op de kaart van Schotanus à Sterringa, onder den naam van Smalleneester-Sanding voorkomende, meer, provincie Friesland, kw. Oostergoo, griet Smallingerland, 20 min. N. van Boornbergum, dat ten W. door de Monniksgruppen, met de Monnike-Ee, ten N. door de Wopkesloten, met de Oudegaster Zanding in verbinding staat.

 


SMALLE-EESTER-SANDING (DE), meer, provincie Friesland, kw. Oostergoo, grietenij Smallingerland.

Drie families die belangen hadden in het hoogveen bij Drachten vinden hun namen terug in een straat in de wijk De Singels.Het te gelden maken van het veen was overigens hun enige band met Smallingerland want ze woonde meestal elders.

Gellius (Jelle) Hillema was in het begin van de 17e eeuw rechter in het hof van Friesland. Jelle en zoon Arent bezaten stukken van de Folgeravenen tussen de Folgeralaan en de Luitenantslaan. Ook bij Rottevalle had de familie Hillema bezittingen. De eigendomsgrens in een veengebied werd vaak zichtbaar gemaakt door een greppel. Die kaarsrecht gegraven "Hillema Gruppel" tussen Burmaniasloot en Lauwers komt al op oude kaarten voor.

Het geslacht Bouricius, met advocaten in de gelederen, kennen diverse eigenaren van veengronden, zo waren in 1670 Elskien, Jacobus, Lucia en Johannes Boericius mede-eigenaar van de Hillema-venen. Catharina Jelskia van Bouricius woonde op het slot Bouwburg.

In 1529 kocht Jonkheer Tjaard van burmania een groot stuk hoogveen ten noorden van het riviertje de Lits. Voor de afvoer. Voor de afvoer van turf werd uit de Lits een wijk gegraven, die naderhand in verbinding werd gebracht met het stroompje de Dracht. Die Dracht stroomde door het hoogveen van Rottevalle naar Smalle Eester Zanding; het water werd ook wel Noorder Drait genoemd. Later werd het meestal Burmania sloot genoemd. Ook familielid Rienk van Burmania bezat in de omgeving grote stukken veengrond.

Omstreeks 1700 lied de eigenaar van boerderij "Vrijburgh", Luitenant Boerlardus van Boelens, een pad aanleggen tussen de Hogeweg en Rottevalle. Die reed werd in de volksmond Burmanialaan genoemd.

Home