|
Bevrijding gevangenis Leeuwarden.
1940-1945


Ontsnappingen
In de
geschiedenis van de gevangenis hebben
zich in de loop van tijd meerdere
ontsnapping(spogingen) voorgedaan. Een
van de meest spectaculaire ontsnappingen
in zijn geschiedenis was de overval door
het Nederlandse verzet op 8 december
1944. Er ging een feilloos door Piet
Kramer uitgewerkt plan aan vooraf om te
voorkomen dat de nabij gelegerde
Duitsers werden gealarmeerd. Op de avond
van 8 december werden 51 verzetsmensen
door hun vrienden van de KP uit de cel
bevrijd waarbij niet één schot is
gelost. Deze actie wordt gezien als een
van de grootste verzetsdaden tijdens de
Tweede Wereldoorlog. De overval is in
1962 verfilmd door Lou de Jong genaamd
De Overval. De volgende personen waren
bij de aanval betrokken: Piet Kramer,
Mevrouw Lammers, Eppie Bultsma, Jannie
Bultsma, Koopman, Vos, Jellema, Agent
Turksma, Inspecteur Bakker, Mies,
Grundmann, Walther.

Links:
Verzetsman Piet Kramer, commandant
van de Friese Binnenlandse
strijdkrachten in een jeep naast een
Canadese militair voor het stadhuis
in Dokkum.

De overval
We zijn
in bezet Nederland, diep diep in de herfst van 1944. Het
Friese platteland ligt daar in al zijn wijdheid. De wind
waait er overheen, rietstengels buigen, takken zwaaien.
Er
loopt een straatweg, verkeer is niet te zien. Er staat een
boerenwagen. Vreemd, een paard is nergens te bekennen. Drie
man staan klaar om de wagen te duwen. Het zijn leden van een
van de actiefste Friese verzetsgroepen, de KP (knokploegen).
Bij een boom aan de kant van de weg staat Piet Kramer, de KP
leider, met een van zijn jongens te praten. Piet is een jaar
of vijfendertig. Hij maakt een energieke, tegelijk
bedachtzame indruk. Hij is, evenals zijn KP-ers, gewapend
met een stengun. Aan de andere kant van de weg staat zijn
rechterhand, Wim, die begin twintig is samen met nog een
anderen KP-er; ook zij hebben stenguns in de hand. Even
verderop, bij de bocht van de weg, staat een derde man uit
de KP-leiding, Eppie, bij zijn fiets; de fietspomp houd hij
klaar. Hij kan van zijn positie de weg naar beide kanten af
kijken.
In de
verte nadert een auto, in deze auto, een zwarte Mercedes,
zit een SS-chauffeur; naast hem een andere SS-er die een
machinegeweer op zijn knieën houdt, achter in de auto zit
een arrestant die vervoerd wordt: Bakker inspecteur van
politie. Hij is niet zo jong meer; hij heeft een flink,
karaktervol gezicht. Hij is in uniform maar blootshoofds;
zijn handen zijn geboeid. Links van hem zit
SS-Oberschrführer Grondmann, de chef van de Aussenstelle
Leeuwarden der Sicherheitspolizei und des SD; rechts zit de
beul van de SD, Johannsen - een sadist met het gezicht van
een verlopen bokser.
Eppie
ziet de Mercedes naderen, meteen begint hij zijn fietsband
op te pompen. Alle anderen KP-ers zetten bliksemvlug hun
maskers op. Piet geeft de drie mannen die bij de boerenwagen
een teken: de wagen wordt dwars over de weg gereden die nu
geheel geblokkeerd is. De Mercedes komt de bocht om-de
chauffeur moet plotseling remmen. De wagen staat nog niet
stil of de vier met stenguns gewapende KP-ers springen
eropaf, Piet Kramer voorop. Piet roept händen hoch! Helaas
de SS-ers geven zich niet over. De SS-er die naast de
chauffeur zit en Johannsen openen meteen het vuur. Walther
trekt zijn revolver en richt deze op Bakker. De chauffeur
gaat langzaam achteruit rijden. De KP-ers geven enkelen
vuurstoten met hun stenguns.

Tot
zijn ontzetting ziet Eppie in de verte een Duitse
patrouilleauto naderen. Hij fluit als teken van
waarschuwing. De KP-ers hebben geen keus. Zij beginnen zich
snel terug te trekken. De SS-er die voor in de auto zit,
valt gewond naar buiten. Johannsen veegt bloed van de kant
van zijn hoofd. De poging om inspecteur Bakker te bevrijden
is mislukt.
Het
exterieur van het Huis van Bewaring en van de
strafgevangenis in Leeuwarden doemt op. In de
ochtendschemering zien wij muren met prikkeldraad,
gevangenis gevels, getraliede ramen. Naast de toegangsdeur
staat een bord Huis van Bewaring, Leeuwarden. Daar naast is
de bel. De hand van een geüniformeerde Duitser drukt er op.
Schril klinkt het geluid. Men hoort binnen een hek openen en
dicht slaan. Sleutelgerammel nadert. Het kijkpoortje gaat
open. De portier kijkt naar buiten. Hij schrikt. Voor de
poort staat Walther. Vlak achter hem staan twee anderen
SS-ers. Achter dit groepje staan twee Duitse overvalwagens,
elk met een chauffeur achter het stuur. De Duitse
militairen, twee pelotons van zes soldaten, elk onder het
bevel van een luitenant zijn uitgestapt. Een peloton
uitgerust met geweren, heeft zich opgesteld dwars over de
toegangsweg naar de gevangenis. Het anderen peloton,
uitgerust met machinepistolen, staat gereed de gevangenis
binnen te gaan. Op de achtergrond, recht tegenover de
gevangenis, ligt de Ortskommandantur, waar een wacht voor
staat.
De
portier opent de deur, Walther en de twee SS-ers stappen
naar binnen. Terwijl de portier de voordeur sluit, rammelt
Walther al ongeduldig aan het traliehek. De portier opent
het traliehek (zijn hand met de sleutel trilt) en laat hen
drieën voorgaan. In de gang staan twee bewakers, onder wie
bewaker Jellema, op een mededelingenbord te lezen, dat in
een halletje tegenover de kamers van de administratie en
directie hangt. Waneer Walther aan het hek rammelt wenden
zij tegelijk het hoofd, schrikken en blijven staan. Het
traliehek is nu open. De portier laat Walther en de SS-ers
voorgaan. Hij sluit het hek. Een van de SS-ers blijft bij
hem staan en zal hem aanwijzingen geven.
Walther
stapt gedecideerd naar de kamer van de directeur. Directie
staat er boven geschilderd. Niet binnen zonder te kloppen.
Zonder kloppen opent hij de deur en gaat naar binnen. De
deur blijft half open . Enkelen seconden later komt hij weer
naar buiten, gevolgd door de adjunct-directeur Vos, een man
van een jaar of vijftig die een nerveuze,
onderdanig-correcte indruk maakt. Walther loopt naar de
kamer, waar administratie boven staat en gaat er naar
binnen, haastig gevolgd door Vos. De deur blijft open.
In de
administratiekamer is een balie. Er is een wandstelling met
paperassen. Er staan enkele bakken met registerkaarten. De
administrateur Koopman, een NSB-er met een speldje op, heeft
een bureau met een telefoontoestel er op. Dicht daarbij
hangt een portret van een zeer zegevierende Hitler. Koopman
is ongeveer dertig jaar oud. Zij hulpkracht Smits, ziet er
uit als een totaal versleten boekhouder van circa zestig
jaar. Hij heeft een bril op. Hij werkt bij het raam aan een
tafeltje. Smits zit geschrokken toe te kijken. Vos zegt:
geef me de lijst van de gevangenen. Koopman overhandigt de
lijst aan Walther. Deze verlaat de administratiekamer,
gevolgd door Vos en Koopman. De laatste sluit de deur. Smits
staart hen na.

Gevolgd
door Koopman lopen Walther en de SS-er (de andere SS-er
blijft bij het traliehek staan) naar de toegangsdeur tot de
cellenhal. Koopman belt aan. Intussen heeft de portier het
traliehek open gedaan. Het voor de voordeur opgestelde
peloton Duitse militairen loopt naar binnen. De portier
maakt de voordeur, daarna het traliehek dicht. Als de
laatste Duitse soldaat de plek gepasseerd is waar bewaker
Jellema staat, glipt deze vlug de gang over, en bij de
administratie naar binnen. In de administratie staat de oude
Smits naar buiten te kijken. Jellema en hij zien elkaar een
ogenblik aan zonder iets te zeggen. Zacht vraagt Jellema wat
is er aan de hand Joop? Smits antwoord: D'r zijn gisteren
twee SS-ers gewond. Nu gaan ze wraak nemen - zeven man neer
schieten. In de gang drukt Walther ongeduldig weer op de bel
voor de cellenhal. We horen eerst de bel van uit de gang,
dan in de hal weerklinken.
Het is
in die hal een levendig bedrijf. Op de begane grond zitten
twee bewakers achter de tafel tegen over de toegangsdeur
druk te praten. Twee gevangenen zijn bezig de vloer te
zwabberen. Op de eerste verdieping zitten twee gevangenen
een grote teil aardappelen te schillen. Eén bewaker staat er
bij, met de rug naar de railing een tweede loopt langs de
cellen. Op de tweede verdieping wordt een gevangenen geknipt
door een andere, die als kapper optreedt. Hier hangt de
bewaker over de railing. Beneden opent weer een andere
bewaker de deur en deinst terug als Walther, Koopman en de
Duitse militairen binnenstappen. Het zijn de zware Duitse
laarzen die elkeen alarmeren. Op de begane grond staan twee
bewakers op. Twee gevangenen staan stokstijf stil. Op de
eerste en tweede verdieping laten gevangenen en bewakers
eensklaps hun bezigheden in de steek. Ze kijken met
geschrokken gezichten naar beneden. Koopman roept in het
rond; in de cellen!
De
emmers de zwabbers, de teilen met aardappelen, de stoel die
voor het knippen gebruikt werd alles blijft staan. De zes
gevangenen lopen elk haastig naar hun cel en worden door hun
bewakers ingesloten. Walther geeft Koopman het lijstje met
de namen van de gevangenen die uit de cel gehaald moeten
worden. Koopman leest ze op; zeven namen. De nummers van
zeven cellen worden genoemd. Naar elk der cellen begeeft
zich een Duitse soldaat met een bewaker. Zware laarzen gaan
de ijzeren trappen op naar de twee boven verdiepingen,
sleutels rammelen.
Beneden
wordt de deur van cel 23 geopend. Drie gevangenen staan
achter in de cel, roerloos; de angst is op hun gelaat te
lezen. Midden in de cel staat inspecteur Bakker. Bakker!
zegt de bewaker. En Bakker loopt langzaam naar de deur.
Buiten
voor het Huis van Bewaring komt een Mercedes voorrijden.
SS-Oberscharführer Grundmann stapt uit. Hij is een
intelligente politieman en een fanatieke
nationaal-socialist, volstrekt onbarmhartig in de
bestrijding van het verzet. De luitenant van het militairen
peloton dat buiten opgesteld staat, brengt hem de
nazigroet'. Grundmann groet nonchalant terug. Hij belt aan
bij de gevangenis. De Mercedes wordt naast Walthers Opel
geparkeerd.
In de
grote cellenhal worden de zeven gevangenen samengedreven. Er
zijn twee mannen van middelbare leeftijd, één op lompen; de
ander zou onderwijzer kunnen zijn. Er zijn twee jonge mannen
onder hen; er is een man van ongeveer vijftig jaar, een
arbeider; er is een oude man met sneeuw wit haar die zich
moeizaam voortbeweegt. Koopman laat de deur naar de gang
open. Daar is de adjunct- directeur Vos uit zijn kamer
gekomen. Grundmann voegt hem toe: terroristen hebben twee
van mijn beste mensen verwond. Daarom kom ik U van een paar
logés bevrijden, meneer Vos een cynische opmerking waar Vos
niet op reageert.
Vier
van de zes Duitse soldaten gaan zodanig in de gang en bij de
voordeur staan, dat de stoet der gevangenen de hele tijd
gedekt is. De gevangenen zullen door twee soldaten, naast
elkaar, en de luitenant gevolgd worden. De luitenant geeft
bevel Vorwärts! Langzaam lopen de gevangenen weg, Bakker het
laatst. Het is dan tot de gevangen in de cel doorgedrongen,
dat een aantal van hun makkers weggehaald wordt. Er klinken
uit de cellen kreten. Kop op jongens! Houd moed, dag Dirk
leven het vaderland Leve de Koningin. vuile rot schoften!.
Er wordt schril gefloten, lawaai gemaakt en op de deuren
gebonsd. In een groep cellen begint men het Wilhelmus te
zingen het wordt gelijk in meer en meer cellen overgenomen.
In de
gang wordt opeens al dat geluid heel zwak, wanneer de deur
van de cellenhal achter de luitenant gesloten wordt. De
gevangenen passeren bewaker Jellema die moeite heeft, zijn
woede te beheersen. Inspecteur Bakker komt als laatste
langs. Wanneer Bakker bij Grundmann is, steekt deze zijn arm
uit en houd hem tegen. Hij zegt warten! Bakker gaat met zijn
gezicht naar de muur staan. De laatste militairen passeren
met Walther en de overige SS-ers het traliehek, gevolgd door
de portier die het hek afsluit.
Buiten
(de gevangenis deur wordt gesloten) stappen de gevangenen in
één van de overval wagens. Een van de jonge gevangenen en de
man op klompen helpen de oude man, die moeite heeft met
instappen. Ze gaan op de wagens zitten. Ze kijken in
tegengestelde richting, waarin de auto rijdt. Bij hen voegen
zich Walther, de luitenant en vier soldaten. De negen
anderen militairen bestijgen met één SS-er de tweede overval
wagen. Op beide wagens blijven enkelen militairen klaar
staan om te vuren. Dan rijdt de overval wagen met de
gevangenen weg. Op korte afstand volgt de tweede
overvalwagen.

Dicht
bij het hek van het gevangenisterrein ligt een hoekhuis;
daar staat een groepje mensen te kijken acht of tien mannen
en vrouwen, maar geen mannen tussen de 18 en vijftig jaar.
Allen zien er armelijk uit. De gezichten staan grimmig. Een
vrouw van een jaar of vijftig veegt met de punt van haar
schort tranen weg. Als de overvalwagen met de gevangenen
langs komt, volgen aller blikken de gezichten van de
gevangen. De autobanden smijten de modder over de schoenen,
klompen en benen van de kijkende mensen. Opeens als een
gewond dier, een kreet van de vrouw met het schort: Dirk De
jonge gevangene richt snel het hoofd op en kijkt, waar die
stem precies vandaan komt. Een Duitse soldaat op de auto
geeft hem een klap met zijn machinepistool, zodat hij de
oude houding weer inneemt. het konvooi zwenkt rechtsaf over
de Oosterbrug.
Hier
woont Eppie Bultsma, de man die voor Piet Kramer de meeste
contacten legt. Zijn vrouw, Jannie, weet alles van zijn
verzetswerk af: zij staat ook daarin naast hem, ze steunt
hem. Eppie en Jannie hebben twee kinderen Jopie, een meisje
van zes, en Bert een jongetje van drie. Bij hen woont ook
Eppies moeder, een oude vrouw.
Toen
het bericht kwam: ze halen mannen uit de gevangenis, was de
oude mevrouw Bultsma al klaar met ontbijten, ze had haar
vaste plaatsje opgezocht: de schommelstoel waarin ze zit te
breien. En ze breit door. Bert is te jong om te beseffen wat
er buiten geschiedt, maar de zes jarige Jopie is naast haar
moeder bij een van de twee ramen gaan staan. Eppie staat in
wanhoop alleen voor het andere raam, de armen opzij: hij
lijkt wel gekruisigd. De drie kijken naar links wanneer de
wagens met de gevangenen de Oosterbrug passeren en dan
rechtsaf slaan, langs de Ortskommandantur zijn ze verdwenen,
dan gaat Jannie aan tafel zitten. Ook Jopie. Kleine Bert
gaat stilletjes door met zijn ontbijt. Dan verlaat Eppie het
raam. Hij loopt de kamer uit. Was dat Dirk? vraagt Jannie.
Eppie knikt. Hij loopt de trap af. Beneden gaat hij door de
winkel naar de daarachter gelegen bakkerij. Een oude knecht,
Willem, werkt daar. Eppie pakt zijn fiets en verlaat de
bakkerij.
Voor
het hoofdbureau van de SD komt Grundmans Mercedes
voorrijden. De schildwachten springen in de houding. Een
SS-er opent het portier voor Grundmann. Deze stapt uit. Dan
krijgt inspecteur Bakker, die ook in de auto zit, een wenk
om uit te stappen. Hij loopt de stoep op. Aussenstelle
Leeuwarden der cherheitspolizei und des SD staat op een bord
te lezen. Binnen, in de gang, moet Bakker wachten gezicht
tegen de muur.
Grundmann loopt zijn werkkamer binnen. Natuurlijk hangt er
een portret van Hitler. Een dikke opzichtige secretaresse,
die aan de typetafel zit, stopt haastig haar manicure
gereedschappen weg. Naar zijn bureau lopend, vraagt
Grundmann: Immer an der arbeit, fräulein, vraagt Grundmann?.
Haastig staat de secretaresse op. Ze laat Grundmann die is
gaan zitten, een drukproef zien van het aanplakbiljet
waarmee de fusielering van zes politieke gevangenen bekend
gemaakt zal; worden. Fünfhundert plakkaten, beveelt
Grundmann, en met een gebaar: ueberrall in der Provinz,
sofort nach der Erschiessung. Hij staat op en hangt de
drukproef achter zijn eigen stoel.
Aktenstück Bakker, gelast hij. Und er soll herein kommen. de
secretaresse geeft hem een bundel papieren. Dan opent zij de
deur. Bakker loopt langzaam naar binnen. Hij ziet het
aanplakbiljet, maar hij beheerst zich. U kunt gaan zitten,
zegt Grundman. Bakker gaat zitten. de secretaresse posteert
zich achter haar schrijfmachine. Ja collega, zegt Grundmann,
dat zijn nu de gevolgen van de zinloze avonturen van dat
handjevol misdadigers met wie U heeft samengewerkt. Uw
zogenaamde verzetshelden dwingen mij tot represailles ten
zij U, hij kijkt op zijn horloge de klok in de kamer staat
op 9 uur 20 binnen twintig minuten antwoord geeft op twee
vragen: wie is Piet Kramer en waar houd hij zich schuil?.
Inspecteur Bakker blijft onbewogen.
In de
buurt van Leeuwarden ligt in een sloot een boot met een
kleine kajuit die tegelijk de woning, de schuilplaats en
hoofdkwartier van Piet Kramer is. De boot ligt grotendeels
achter het riet verborgen. Van de wallenkant leid er een
loopplank heen. Daar staan ook twee fietsen tegen een plank
die tegen twee palen getimmerd is. Binnen in de kajuit,
zitten Piet en Eppie te praten. Wat zij vreesden is gebeurd:
er zijn represailles genomen. Eppie zit er verslagen bij.
Piet praat met klem op hem in terwijl hij een sigaret rolt.
Denk je niet dat ik liever met een gewoon leger mee vocht,
Eppie? Dan maken de hoge omes uit wat je wel of niet doen
mag. Wij moeten dat allemaal zelf uitmaken.
Eppie,
somber: je hebt ze niet gezien, toen ze weg reden, Dirk en
die vijf anderen. Piet buigt over de tafel, kijkt Eppie
recht aan en zegt, waarom laat die Grundmann zes mensen
vermoorden die niets te maken hebben met wat er
gisteren gebeurd is?. Om er in de hele provincie de schrik
in te jagen en om er voor te zorgen dat mensen als jij en ik
eenvoudig niets meer durven te ondernemen! Hier Eppie krijgt
een sigaret die klaar is. Eppie na een haal: ik heb het er
ontzettend moeilijk mee. Alsof Piet het niet moeilijk heeft!
Piet ik heb vannacht duizendmaal de zelfde vragen gesteld.
We konden niet anders handelen. Bakker weet zowat alles van
ons werk. We moesten proberen hem uit handen van de SD te
krijgen? Eppie ja. Piet was er een beter plan dan op de weg?
Eppie nee. Piet: En als we door hadden gevochten, was Bakker
er dan aan gegaan?. Eppie ja. Piet zachter, ik wist een jaar
geleden ook niet dat je in het verzet voor zulke
verschrikkelijke moeilijke beslissingen komt te staan. Maar
we doen alleen maar wat ons geweten ons voorschrijft, Eppie.
Eppie ik heb ook aan Bakker gedacht, Piet peinzend ik ook.
Ik weet niet of Grundmann wist hoe belangrijk Bakker voor
ons was maar na gisteren zal hij het wel weten.
Op
Grundmanns kamer is het verhoor voortgezet. Grundmann legt
in het opengeslagen dossier een stuk terug waaruit hij
kennelijk iets voorgelezen heeft. Hij zoekt een volgend stuk
op. Wij gaan verder, zegt hij. Bakker reageert niet.
Grundmann leest voor. De politieagent Van der Veen
gearresteerd wegens medeplichtigheid aan de ontvluchting van
twee leden van de KP van Piet kramer uit het politiebureau
in Sneek, heeft bekent dat hij gehandeld heeft op instructie
van inspecteur Bakker. Bakker blijft onbewogen. Grundmann
slaat het dossier dicht. Hij staat op, loopt naar de
schoorsteenmantel en gaat naast de klok staan. U ziet meneer
Bakker, wij hadden die schietpartij van gisteren niet nodig
om er achter te komen dat U nauwe betrekkingen met de heren
van het verzet onderhoud. Er is nog veel meer in het
dossier, maar dat komt later wel aan de orde. De klok staat
op 9 uur 37. Grundmann U heeft nog drie minuten. Hij steekt
een sigaret op en biedt Bakker er een aan sigaret? Bakker,
dank U. Grundmann verstandig. We moesten eigenlijk allemaal
het voorbeeld volgen van de Fürer. Bakker,ik rook anders
graag.
Grundmann nog steeds superieur vriendelijk, ik heb begrip
voor Uw loyaliteit tegen over Uw vrienden, meneer Bakker,
zelfs bewondering. Maar U gaat te ver dat U daar zes
mensenlevens aan opoffert. Wij hebben genoeg gegevens om
Piet Kramer en zijn trawanten binnen enkele dagen in te
rekenen. Bakker wat wilt U dan van mij?. Grundmann nu
heftiger, in deze provincie ben ik verantwoordelijk voor
rust en orde, meneer Bakker!. Na een schanddaad als die van
gisteren zijn maar twee dingen mogelijk, de arrestatie van
de daders of als dat niet kan represaille!, Stilte de klok
staat op 9 uur 40. Grundmans telefoon rinkelt hij neemt hem
op Grundmann hier. Hij antwoord niet onmiddellijk . Hij
kijkt Bakker strak aan. Bakker ik weet niet wie Piet Kramer
is zijn adres ken ik niet. Grundmann in de telefoon sprekend
Erschiesen!.
|
Hoodstuk 2
Mies, Piets zijn koerierster, rijd op
haar fiets op het dijkje, vlakbij Piet
Kramers boot. Zij is een jaar of
vijfentwintig, ze heeft een fris knap
gezicht. Ze stapt af en zet haar fiets
tegen die van Eppie. Ze fluit een paar
noten van het Friese volkslied die de KP
groep van Piet als herkenningsfluitje
gebruikt, en loopt gejaagd de schuit op.
Als Mies binnen komt, is Eppie in de
hoek van de kajuit juist met de
koffiepot bezig. Piet zegt: "dag Mies".
Mies wil eigenlijk antwoorden, maar het
wordt haar te machtig. Ze gaat aan tafel
zitten en barst in zacht snikken uit.
Piet laat haar begaan. Hij maakt een
gebaar naar Eppie: geef even een kop
koffie. Terwijl Eppie de koffie
aanreikt, beheerst Mies zich
langzamerhand. Piet zet het kopje koffie
voor haar neer. Mies droogt haar tranen.
Eppie we hadden geen keus Mies. Mies en
wat zal er nou met Bakker gebeuren?.
Piet zolang hij bij de SD ziten verhoord
wordt, kunnen we niets voor hem doen.
Piet en Eppie hebben samen al over de
mogelijkheid van een overval op de
gevangenis gesproken. Piet zag er geen
gat in.
Eppie: ja, maar straks komt hij toch in
het Huis van Bewaring!. Daar kunnen we
hem toch wel uit krijgen!,en tegen Mies:
ik heb het al zolang gezegd: we moeten
de gevangenis kraken. Na morgen
helemaal. Piet is weer met al zijn
bezwaren gekomen. Piet die geen
discussie wil beginnen, richt zich tot
Mies: Je moet direct naar Sneek. Zeg
tegen de jongens, dat ze moeten wachten
op nadere instructies. Mies, die de
koffie op heeft, staat op: okay, baas.
Eppie tegen Piet, en je zou Wim.....Piet
tegen Mies Fiets eerst even langs Wim.
Hij moet vanmiddag hier komen.
We zijn weer in Grundmann zijn kamer.
het verhoor is voortgezet, Bakker geeft
geen krimp. De executie van de zes
gevangenen heeft hem innerlijk geschokt
maar hij laat er niets van merken.
Grundmann: Also U houd vol, dat U nooit
contact heeft gehad met Piet Kramer?.
Bakker zegt rustig nooit. In de nacht
voor we U arresteerde was er een
dropping Engelse wapens. Wij hadden
reden, aan te nemen dat Piet kramer ze
wilde verbergen in de buurt van het
Snekermeer. Onze boten patrouilleerde
daar de gehele dag. Dat feit was U
bekend, niet?. Bakker inderdaad.
Dicht bij de boerderij van Wim fietst
Mies langs het kanaal. bij de boerderij
gekomen, fiets ze het erf op. Wims
moeder staat bij de deur. Zij maakt
melkbussen schoon en gaat met haar werk
door als Mies begint te praten. Dag
mevrouw de Vries. Geen antwoord. Is Wim
ook in de buurt?. Hij zal wel aan het
werk zijn zoals dat hoort. Het zou voor
jou ook wel beter zijn als je eens een
fatsoenlijke betrekking in plaats van
smorgens vroeg al achter de jongens te
lopen!. Mies is er onthuts van, daar
komt Wim uit de stal met een kruiwagen.
Hij ziet Mies, zet de kruiwagen neer en
loopt vrolijk lachend naar Mies. Ah, Mn
eigen, mooie Miesje!. Hij slaat zijn arm
om haar schouder. Wims moeder loopt
geërgerd de boerderij in. Ze is nog niet
weg of Wim staakt zijn komedie. Hij zegt
zacht en zakelijk: trek het je niet aan
Mies, ik kan moeder niets vertellen. Je
weet het haar hart. Piet vraagt of je
van middag komt, ze hebben er zes uit de
gevangenis gehaald. Wim schrikt, dood
geschoten? Mies knikt. Bakker ? Nee
Bakker niet.
Een straat in Leeuwarden.
Een aanplakbiljet met de aankondiging
van de executie van de zes Politieke
gevangenen wordt op een muur geplakt.
Een aantal mensen verzamelt zich er
voor. Ze lezen het verbitterd. Grauw is
de dag!.

Nu is het geduld van SS-Oberscharführer
Grundmann uitgeput. De beul Johannsen is
binnen geroepen; hij heeft een pleister
op zijn gezicht. Voor de laatste maal
zijn Bakker de twee vragen gesteld
waarmee, uren geleden, zijn verhoor
begon. Hij blijft standvastig: Ik weet
niet wie Piet Kramer is en ik ken ook
zijn adres niet. Grundmann, tot
Johannsen Nimm den kerl mit. Bakker
voegt hij toe, we zullen dan wel zien
wat onze vriend Johannsen uit U krijgt!.Johannsen
laat Bakker op staan en duwt hem ruw
naar de deur.
In Piets kajuit is nu ook Wim
aangekomen. Onstuimig als hij is, staat
het voor hem vast: natuurlijk moet de
overval op het Huis van Bewaring meteen
voorbereid worden!. Hij staat te
spreken. Eppie en Piet zitten. Hij
tekent onverstoorbaar verder aan een
schets die hij straks zal toelichten.
Wim praat heftig: de jongens begrijpen
het niet, Piet!. Dat teug is nu
viereneenhalf jaar hier. Onze mensen
zitten gevangen, midden in onze eigen
stad. De KP heeft in Arnhem toch ook de
hele gevangenis leeg gekregen!. Piet,
zonder op te kijken in Amsterdam is het
tweemaal mislukt. Wim fouten in de
voorbereiding kunnen we van leren!.
Eppie, rustiger, ook op Piet inpratend,
als we een kans hebben, straks Bakker
uit de gevangenis te halen. Dat alleen
al!. Piet zonder op kijken: je hoeft mij
niet voor te houden dat we voor Bakker
een hoop riskeren moeten. Wim een tikje
driftig: nou laten we dan beginnen!.
Eppie, je moet eens rekenen hoe die
bewakers zich voelen speciaal na van
morgen. We krijgen toch alle hulp man!.
Piet het hoofd opheffend maar jongens
dat is toch het hele probleem, wat we nu
ook doen tegen de tijd, dat de
bevrijding komt zitten er honderden van
onze mensen in de gevangenis. De hemel
weet wat die moffen op het laatste
moment gaan uit spoken. De oude
directeur hebben ze opgepakt en de
plaatsvervanger Vos werkt dik mee.
Koopman is fout. Op het allerlaatst
hebben we de hulp van alle goede
bewakers hard nodig. Schakelen we ze nu
in, dan zijn we ze straks kwijt.
Wim: Begin dan een kraak van buiten af!.
Piet gaat zijn schets toelichten, hier
heb je het hele gevangeniscomplex, de
buitenmuur, aan drie kanten water, de
zijkant extra hoog. De voorkant: Huis
van Bewaring water recht tegenover de
Ortskommandantur, met dag en nacht
Duitsers, dat is nou de ellende. Er is
in Leeuwarden één gebouw waar je geen
schot kan lossen, of je krijgt de hele
Wehrmacht op je dak, op het papier
tikkend, de gevangenis waar onze mensen
zitten. Wim, dan schieten we niet!. Piet
zijn handen tonend: Wij met onze bloten
poten tegen die bewakers?. Allemaal
bewapend en er zijn foute kerels onder.
Eppie: Als we het nou met die bewakers
zo inrichten dat maar één of twee
helpen?. Piet als je dat voor elkaar
krijgt Eppie dan wil ik wel verder
praten.

De volgende dag.
De winkelbel bij bakker Bultsma gaat
over. Bewaker Jellema komt binnen. Eppie
staat achter de toonbank. Jellema:
gewone recept, bakker. Eppie geeft hem
zijn brood en neemt de bonnetjes plus
het zinken geld in ontvangst. Intussen
zegt hij langs zijn neus weg: en je daar
bij geweest gisteren toen ze die zes
mensen weg haalden?. Jellema: Je zou op
zon moment al dat tuig wel naar de keel
willen vliegen. Eppie : Tja zij zijn
bewapend, Jellema ja erg genoeg. Jannie
is met een plateau broden binnen gekomen
Eppie tot Jannie let jij even op de
winkel?. Hij opent de deur van de
bakkerij en zegt tegen Jellema heb je
ogenblikje voor mij, Jellema?. Jellema
volgt hem aarzelend met het brood onder
zijn arm. Jannie kijkt hen na, In de
bakkerij gekomen, sluit Eppie de deur.
Oude Willem werkt op de achtergrond. Een
zacht gesprek volgt. Eppie : Ik wil je
een vraag stellen,in strikt vertrouwen.
Jellema na een pauze Ik kan mijn mond
houden. Kan je me helpen aan een
plattegrond van het hele
gevangeniscomplex van jullie?. Een
plattegrond dat is niet zo eenvoudig,
Eppie je weet toch wel waar dat ligt?.
Jellema ja op de administratie, lekkere
jongen die daar zit. Eppie: Koopman?.
Jellema ja helemaal fout. Hij zal toch
wel eens van de kamer zijn. Ja dat
natuurlijk wel. Nou dan ga jij naar
binnen en krijg ik hier de plattegrond.
Jellema ik krijg het er benauwd van.
Onder in het SD-hooftkwatier wordt
Bakker uit zijn cel gehaald. Johannsen
en de zelfde SS-er die we eerder zagen,
zijn bezig de celdeur te openen. De
SS-er buigt zich naar voren in de cel:
Bakker heeft iets gevraagd. De SS-er
vind het een reuzenmop. Hij verteld het
aan Johannsen. SS-er: Er fragt ob wir
fertig sind!. Johannsen , die dat al
even een komisch vraag vindt: Wir fangen
erst an!. Bakker wordt uit zijn cel
gehaald. De twee SS-ers sjorren hem de
trap op.
In de gang van het Huis van Bewaring zit
de portier bij het traliehek. De
administrateur, Koopman, verlaat zijn
kamer en loopt die van Vos binnen. Op
dat moment loopt bewaker Jellema uit de
gang naar de administratiekamer en gaat
naar binnen. In de administratiekamer
kijkt de oude Smits, die lijnen trekt in
het gevangenisregister, op. Bewaker
Jellema vraagt haastig Joop is hier
zoiets als een plattegrond?. Smits
begrijpt het meteen en zet zijn bril af,
de plattegrond ligt opgerold op de
bovenste plank van de stellage. Smits
die zich vlug beweegt kan er niet bij.
Er moet een stoel gepakt worden, die net
niet hoog genoeg is, dan maar een dik
boek op de zitting leggen. Het is voor
Smit net te hoog, Jellema kan er wel
bij. Ze weten dat Koopman elk moment
terug kan komen. Ze werken haastig
zenuwachtig zonder een woord te zeggen.

Smits en Jellema hebben net op tijd
alles weer op de goede plaats gezet.
Jellema heeft de plattegrond onder zijn
arm. Koopman komt de kamer binnen.
Jellema zegt kalm: Goede morgen meneer
Koopman afwezig: Jellema. Smits is bezig
in het gevangenisregister kennelijk
keurige lijnen te trekken.
In Eppies huiskamer zitten Eppie en Wim
met bewaker Jellema, Die in burger is,
te praten. Het is avond. De kleine
kinderen liggen al in bed. Jannie ruimt
beneden op. Alleen de oude moeder is bij
het gesprek aanwezig. Ze breit. Ze mist
geen woord. De door Jellema meegebrachte
plattegrond ligt op tafel, uitgerold.
Voorzover nodig wijst Jellema de punten
aan, waar hij het over heeft. Bewaker
Jellema: nee de strafgevangenis en onze
gevangenis, dat is heel wat anders. De
strafgevangenis is praktisch vol met
gewone misdadigers, dat zijn mensen
waarvan je zegt die zit in Leeuwarden.
Jullie mensen van het verzet, zitten in
het Huis van Bewaring. Hier dat is tegen
de strafgevangenis aan. Wim en hoeveel
bewakers hebben jullie?. Bewaker Jellema
de strafgevangenis over de honderd Wim
fluit van verbazing, wij twintig. We
hebben om de beurt dienst. Om half zes
gaan de mensen van de administratie weg.
Wim: hoe laat komt de nacht ploeg op?.
De eerste al om kwart voor zeven, soms
nog iets eerder. Wim zijn jullie
allemaal bewapend met revolvers? "ja".
Wim: Hoeveel sleutels hebben we nodig
bij een overval?. Jellema snachts?. Wim:
wat dacht je overdag kan je niks
beginnen met de Wehrmacht hier tegen
over!. Jellema maar snachts ook niet!.
Wij worden zelf om zeven uur savonds
opgesloten!. Wim:schrikt opgesloten?.
Jellema aanwijzend: we hebben een
voordeur en een deur uit de cellenhal
naar de binnenplaats. Twee deuren twee
sleutels. Elke avond om zeven uur moeten
we de twee sleutels naar de wacht
brengen in de strafgevangenis, dat hele
end. Wim die sleutels kunnen we
namaken!. Jellema tegen Wim, de buiten
deur kan niet van buiten af geopend
worden, meneer. Alleen van binnen uit.
En na zeven uur kunnen we dat zelf niet
eens meer doen. Want onze sleutel is
weg. Wim aanwijzend en die andere deur?.
Jellema Tja dan moeten jullie eerst op
de binnenplaats komen. Wacht eens je
hebt hier nog dat kolenpoortje, opzij in
de muur. Wim : begerig, kunnen we dat
open krijgen?. Jellema zich zelf
onderbrekend, tegen Eppie, en nou denk
je: ik ga even bij Bakker Bultsma om een
brood te kopen!. Hij krabt zich op het
hoofd. Afijn jullie hebben je
plattegrond meer kan ik echt niet voor
jullie doen.
In de kamer van de gevangenis
administratie zit Smits te werken.
Koopman is er niet, Bewaker Jellema komt
binnen. Jellema: Smits weet jij waar de
sleutel van het kolenpoortje is?. Bij
meneer Vos in de sleutelkast, nummer 13.
Jellema peinzend: Hoe krijgen we hem
daar uit?. Smits voor hoelang?. Jellema
vijf minuten. Smits staat op en gaat
naar de deur. Hij klopt aan bij de kamer
van de directie en gaat naar binnen. Vos
is in gesprek met Koopman. Mag ik even
de sleutel van het archief, meneer Vos?.
Vos neemt de sleutel uit zijn bureaula
en geeft die aan Smits,ga je gang maar.
Aan de zijmuur hangt de sleutel kast met
tientallen sleutels. Smits maakt de kast
open, sleutel 13 neemt hij weg, hij
hangt die van het archief ervoor in de
plaats.
In Piets kajuit zitten Piet en Wim te
praten. Een afdruk van de plattegrond
van het gevangeniscomplex op tafel. Piet
poogt zoals gewoonlijk Wims enthousiasme
enigszins te temperen. En hoe wil je bij
dat kolenpoortje komen?. Wim: de route
aanwijzend: we gaan op een donkere nacht
met bootjes de gracht over doodstil dan
verzamelen we bij het poortje. Piet kun
je dat open krijgen?. Wim : Jellema
heeft beloofd dat hij zou proberen een
wasafdruk van de sleutel te maken. In de
wc van het Huis van Bewaring staat
Jellema de wasafdruk te maken van de
sleutel van het kolenpoortje.
In Piets zijn kajuit is het gesprek
voortgezet. Piet: Goed nou dan staan
jullie op de binnen plaats. Hoe kom je
dan de cellenhal binnen en hoe kom je er
dan weer uit?. Wim: nagemaakte sleutels.
Je moet rekenen, Piet dat we 't enorme
voordeel hebben, dat er na zevenen
niemand meer is van de directie en de
administratie. Het hele voorgebouw is
leeg. Piet: en hoeveel bewakers zijn er
in de cellenhal?. Tien maar Jellema zegt
dat de meeste meteen hun handen omhoog
steken, als er een fout is en er een
schot valt dan hang je. Wim: Ach Piet
midden in de nacht die kerels worden
toch allemaal verrast!. Piet is er een
alarminstallatie?. Wim: een tikje
geïrrigeerd Pietje secuur ben jij! ja!.
Piet: en waar zitten de knoppen?. Wim:
Eén in het voorgebouw, maar daar hebben
we 's nachts niet mee te maken. De
anderen in de cellenhal. Hier hij wijst
het aan, en jij komt door die deur naar
binnen, wat is de afstand?. Een meter of
twintig, aardig riskant!. Wim, maakt een
gebaar enig risico zullen we toch moeten
nemen!.
Het is avond in het Huis van Bewaring.
Smits zit achter zijn tafel. Jellema
heeft het zich gemakkelijk gemaakt, hij
zit op Koopmans zijn bureau. De portier
komt binnen en geeft zijn sleutels af
aan Jellema. De portier verlaat de
kamer. Smits staat op, als hij langs
Jellema komt geeft hij hem enkele
papieren. Bescheiden zegt hij, ik dacht
zo die kon je wel nodig hebben, De namen
van de gevangenen en de celnummers heb
ik overgetypt. Jellema is verrast, hij
steekt de papieren in zijn zak, en zegt
hartelijk dank Smits. Smits verlaat de
kamer, Jellema ook. Op de binnen plaats
van de gevangenis sluit Jellema de deur
van de cellenhal af. Hij neemt de
sleutel mee. Jellema die de sleutels van
het Huis van Bewaring volgens
voorschrift afgegeven heeft, verlaat de
gevangenis.
Hij loopt door een half verlaten straat.
Het is bijna donker. Hij passeert een
paar Duitse soldaten. Mies staat voor
een winkel, zij ziet hem van terzijde
aankomen en loopt gelijk met hem op. Ze
heeft een boodschappentas in haar hand.
Goedenavond meneer Jellema, Ik ben Mies,
Jellema haar gezicht goed opnemend ,
zegt met een lachje Eppie heeft U leuk
beschreven. Dat klopt wel. Hij geeft
haar de wasafdruk, die zij in haar tas
doet. Ook de papieren. Jellema: de
afdruk is wel goed denk ik. Eppie zei
dat U de sleutel morgen bij hem kunt
halen. Kunt U hem dan meteen proberen?.
Ik zal mijn best doen. Tot morgenavond
dan. Mies loopt iets vlugger door.
Het is de volgende ochtend.
Walthers Opel komt voorrijden voor het
Huis van Bewaring. De chauffeur, een
SS-er stapt uit, een tweede SS-er stapt
aan de andere kant uit, hij is bewapent
met een machinepistool. Hij beduid
degene die in de auto zit, uit te
stappen. Inspecteur Bakker stapt uit
langzaam moeizaam. Zijn handen zijn
verbonden, en hij ziet er tien jaar
ouder uit. Met trage passen loopt hij
naar de gevangenisdeur. Een van de
SS-ers drukt op de bel. Met gerammel van
sleutels nadert de portier, opent het
kijk gat. Bakker staart voor zich uit
totaal afgetobd.
In een smidse legt een smid de laatste
hand aan de nagemaakte sleutel van het
kolenpoortje. Mies kijkt vol bewondering
toe. De smid geeft haar de sleutel en
zij steekt hem triomfantelijk in de
lucht.
In een cel van het Huis van Bewaring
ligt inspecteur Bakker op zijn brits. De
gevangenis dokter, Dr. Wartena, verbind
zijn handen en vraagt: kan ik misschien
nog iets doen voor U?. Bakker kijkt de
dokter onderzoekend aan, kan hij deze
man belasten met een illegale
boodschap?. Hij gaat een poging wagen.
Als ze me weer voor verhoor halen, hou
ik het niet meer,dokter. Er zijn mensen
die dat weten moeten....hij stokt. Dr.
Wartena: had U een vast contact adres?.
Bakker toen ze me pakte is die persoon
natuurlijk meteen verhuist. Wilt U dan
dat ik naar iemand anders ga?. Weer
aarzelt Bakker, maar hij heeft geen
keus. Ik weet niet eens zeker of U daar
aan het goede adres bent. De dokter
voelt Bakkers wantrouwen aan. Hij
begrijpt het ook. Daarom zegt hij, U
kunt niet zo vrij spreken als in mijn
spreekkamer.
Eppie is in zijn winkel bezig, een oude
dame te helpen die er lang over doet,
haar broodbon en haar geld te vinden.
Het is bijna avond. Dr. Wartena komt
binnen en kijkt rond. Eppie wendt zich
tot hem, Waarmee kan ik U helpen?. Dr.
Wartena: ik wacht wel even. Het is Eppie
duidelijk dat zijn bezoeker tijd wil
winnen. De oude dame verlaat de winkel.
Dr. Wartena komt naderbij, bent U Eppie
Bultsma?. dat ben ik. Ik ben Dr. Wartena
Ik heb een boodschap voor U, Van
Inspecteur Bakker uit Sneek. Eppie moet
even nadenken, wie zegt U? vraagt hij.
Inspecteur Bakker. Eppie kent Dr.
Wartena niet, hij heeft zijn naam in de
kringen van het verzet nooit horen
noemen. Hij kan een provocateur zijn.
Nee die ken ik niet. Ik moet U zeggen
dat hij het niet meer houd. Ze hebben
hem gemarteld. Hij kan geen nieuw
verhoor meer aan. Eppie antwoord zeer
overtuigend, dit moet een vergissing
zijn. dokter. Ik heb geen flauwe notie
wat U bedoelt!.
Diezelfde avond zijn we in Piets kajuit.
Piet zit aan tafel, hij denkt na. Eppie
en Wim staan om beurten tegen hem te
praten, de lijst met namen ligt op
tafel. Eppie: Bakker zit in het Huis van
Bewaring en hij houd het niet meer! We
hebben helemaal geen keus meer Piet!.
Wim: Je mag blij zijn dat we de zaak
praktisch voor elkaar hebben. Eppie: je
weet net zo goed als ik, Bakker heeft
hopen organisaties geholpen zoals ons.
Als de SD te weten komt wat hij allemaal
weet, zet dan voorlopig maar een punt
achter het verzet. Wim: maak er maar een
kruissie van. Eppie de lijst oppakkend:
alle namen alle celnummers hebben we
al!. En de sleutels?. Klaar op één na,
die van het kolenpoortje. Net de
belangrijkste. Eppie tegen Wim, je bent
een beetje achter Wim de sleutel is
klaar. Jellema moet hem alleen nog maar
proberen en dan zou Mies hem hierna toe
brengen.
Het is avond op de binnenplaats van de
gevangenis een miezerige regen druilt
neer. Bewaker Jellema loopt dicht langs
de muur. Hij komt bij het kolenpoortje
en kijkt om zich heen, er is niemand te
zien. Hij neemt de sleutel uit zijn zak
die de smid nagemaakt heeft en doet hem
in het slot, hij probeert hen om te
draaien, het slot is onwrikbaar. Jellema
probeert het opnieuw en gebruikt iets
meer kracht, de sleutel breekt af, een
gedeelte blijft in het slot zitten.
Piet, Wim en Eppie zitten in de kajuit
aan een tafeltje. Op de plattegrond
heeft Piet een lijstje gelegd van de
punten die hij opgesteld heeft om nader
te bespreken. Hij heeft zijn besluit
genomen, de overval moet geprobeerd
worden. Een fles jenever en drie
glaasjes staan op tafel. Piet checkt
punt voor punt af. Punt vijf onderduik
adressen. Moeten we Peters vragen van de
LO. Piet peinzend we komen daar in het
donker met een stel mensen op straat te
staan. Dan heb je mensen nodig om ze
naar een onderduik adres te brengen.
Eppie: dat kunnen jongens van de BS
doen. Piet tegen Eppie hoeveel mensen
kunnen we onderbrengen denk je?. Midden
in de nacht? hooguit twintig. Piet: er
zitten in het Huis van Bewaring aan
politieke gevangenen ongeveer
tweehonderd. Eppie: wie maakt de keus?.
Wim: wij!. Even stilte. Piet beslist:
nee. Wim driftig: en wij doen het!.
Piet, tegen Wim, Wim luister nou eens
dat mogen we niet allen bepalen. t gaat
niet om Baker alleen. Alle mensen met
een doodvonnis of met een kans op een
doodvonnis moeten er uit. Dat zijn ook
mensen van andere organisaties. Wie dat
zijn, we hebben de gegevens niet om het
te bepalen, en we hebben het recht niet
om het in ons eentje te zeggen. Eppie:
Nee - daarover moet je gaan overleggen.
Wim namokkend: Eindeloos gezwam. Piet
schenkt de glaasjes in, zeggend: dat zal
wel meevallen. Ze heffen de glazen,
zonder dat er op geklonken wordt. Buiten
weerklinkt het KP fluitje. Dat is Mies,
Mies komt doornat binnen. Wim: haastig,
heb je de sleutel. Mies legt de gebroken
sleutel op tafel, de rest zit in het
slot. Wim: geschrokken, het slot kan
niet meer open?. Mies, nee. Eppie staat
verstard, dan zegt hij vastberaden ze
moeten er uit!.
In Piets kajuit ligt de plattegrond op
tafel. Fles en glazen zijn weggezet. De
stemming is keihard. Wim en Eppie praten
, over de plattegrond gebogen. Piet
leunt achterover met zijn ogen dicht,
Mies zit in de hoek op een kussen. Het
is net wat Piet zei: we moeten iets heel
anders vinden, en daarbij moet je er van
uitgaan, dat je na zeven uur alleen maar
kans hebt, als je alle goede bewakers
inschakelt. En dat kan niet. Zomaar van
buitenaf kom je er niet na zevenen. Wim
kwaad : zelfs de politie komt er niet
in!. Dan zegt Mies heel terloops, heel
naïef : Hoe zou de politie er voor
zevenen in komen?. Piet opent zijn ogen
: wat zij je daar, ik vroeg hoe de
politie er voor zevenen binnen komt.
Bons de stoel schiet naar voren, dat is
het!. Piet we spelen voor politie, hij
spreekt vol overtuiging. Eppie : ja maar
dan moet je wel weten hoe het er daar
aan toegaat. Ze kunnen wachtwoorden
hebben, speciale papieren, controle.
Piet: kennen we een politieagent?. Eppie
: Natuurlijk Teunisse, je weet wel die
met zijn vrouw bij Klaas ondergedoken
zit, ken jij hem goed?. Ja. Piet we gaan
meteen naar hem toe. Eppie staat al op.
Mies Jellema zou nog bij Eppie komen.
Piet tegen Wim wil jij Jellema
opvangen?. Wij moeten het van buiten en
binnen weten. Hij moet je precies
vertellen wat er in de gevangenis
gebeurd als de politie komt.
Het is avond in de boerderij van Klaas,
waar Teunissen met zijn vrouw
ondergedoken zit. Teunissen, een jonge
vent met een open sympathiek gezicht,
hij zit met Klaas te dammen, zijn vrouw
naait babykleertjes. De waakhond slaat
aan. Wie is daar?. razzia?. Angstige
gezichten kijken op. Razend snel
verdwijnt Teunissen in de schuilplaats ;
zijn vrouw verlaat de kamer, Langzaam :
de baby is spoedig op komst. Klaas maakt
de deur open, Eppie komt binnen: Hallo
Klaas, ik kom voor Teunissen.
In Eppies huiskamer zitten Wim en
Jellema in gesprek. Natuurlijk zit de
oude mevrouw Bultsma er bij. Natuurlijk
zit zij te breien. Jellema: nou je belt.
de portier maakt het luikje open. Die
vraagt om een insluitingbevel, dat is
dus een bevel om die en die in te
sluiten. Dat is altijd ondertekend door
de Commissaris van Politie. De portier
maakt de deur pas open als dat papier op
de administratie gecontroleerd is. Wim:
en wie doet dat?. Jellema: Koopman.
Meestel gaat het zo, dat het hoofdbureau
van te voren gebeld heeft en gezegd,
bijvoorbeeld: er worden twee arrestanten
gebracht, dan gaan ze van uit de
gevangenis meteen terug bellen voor
controle en als je dan later komt, gaan
ze nog zien of dat insluiting bevel
klopt. En dan gaat de deur pas open.
Piet: en kan dan zomaar iedereen binnen
komen die er als een politieagent er uit
ziet?. Jellema: zou je willen!. De
agenten die daar komen kennen wij
natuurlijk, Zijn jullie langs die weg
wat van plan?. Wim terughoudend och we
oriënteren ons zo'n beetje.
In de boerderij van Klaas heeft Eppie
het gesprek voortgezet. Teunissen, dat
zal niet meevallen, aan zo'n insluiting
bevel te komen!. De commissaris is
helemaal fout en die vent weet ook wel,
dat je met zo'n papier in de gevangenis
kan komen. Hij heeft ze de hele tijd
onder zijn ogen op zijn bureau liggen.
Eppie en als hij de kamer af gaat?. Dan
krijgt zijn secretaresse de papiertjes
op haar tafeltje en die juffrouw is ook
fout. Eppie zit er bij jullie iemand op
het bureau, iemand die een beetje handig
is, en die wat zou durven. Teunissen :
Turksma ik geloof dat Turksma dat wel
zou kunnen proberen. Eppie ; En zou
willen?. Teunissen na een pauze, ja ik
denk het wel. Eppie : en de agent die
meegaat naar de gevangenis?. Zou jij?.
Nee man die portier weet natuurlijk dat
ik onder gedoken ben!. Bellen ze zo de
SD, en de deur gaat niet eens open!. Kun
je Turksma vragen. Eppie : Kennen ze hem
bij de gevangenis?. Hij komt er vaak,
nou zeg me dan maar hoe die Turksma er
uit ziet!.
De volgende dag.
Midden in Leeuwarden ligt het
politiebureau. Er komt een agent naar
buiten. Hij blijft even op de stoep
staan. Eppie heeft zich zo opgesteld dat
hij goed kon waarnemen wie het bureau
verlaat. Hij let scherp op. De agent
loopt van de stoep en verwijderd zich.
Eppie gaat hem volgen.
Op de kamer van de hoofdcommissaris zit
zijn secretaresse, mejuffrouw Lamers, te
typen. Ze is een oude vrijster. Ze heeft
een NSB speldje op. Op haar tiktafeltje
ligt een stapeltje insluitingbevelen er
word geklopt. Mej, Lamers: Binnen.
Turksma komt binnen met enkelen papieren
in de hand. Turksma is de commissaris er
niet?. Mej. Lamers: hij zal direct terug
zijn. Turksma snuift plotseling en zegt
ontsteld. Mej. Lamers kijkt op. Turksma
weer snuivend : Dr hangt me hier een
kolendamp. Mej. Lamers dat kan niet!.
Turksma gaat in de richting van haar
tafeltje : nou U mag wel eens naar dat
kacheltje kijken!. Kan ik wat voor U
doen?. Mej. Lamers loopt naar het
kacheltje. kijkt naar de klep in de
schoorsteen, kijkt van boven in het
kacheltje, opent het benedendeurtje,
pookt erin schut het rooster. Intussen
zegt ze : dat kan niet!. En hij trekt
altijd best!. Turksma gaat bij het
tafeltje staan, hij neemt een
insluitingbevel van het stapeltje af.
Vlug achter zijn rug, hij spreekt
ondertussen, Ja dat merk je zo niet.
Ontzettend gevaarlijk is dat,mijn vrouw
haar zuster heeft het een keer gehad,
was ze ingedommeld in haar stoel, haar
man kwam thuis van het biljarten het had
een haartje gescheeld of ze was het
hoekje omgegaan. Mejuffrouw Lamers is
klaar. Ze richt zich op nou ik ruik
niks!. Turksma zegt droog nou ruik ik
het ook niet meer.
|
|
|
|
Hoofstuk 3
Gekleed in een donker pak staat Piet bij
de deur van een kosterij. Hij belt aan.
Een paard en wagen komen langs. De
koster opent de deur. Piet gaat naar
binnen. Dan loopt hij mee met de koster
door de kerk. De koster zegt: de heren
zijn er al. Hij brengt Piet naar de deur
van de consistoriekamer. Piet opent de
deur, aan de tafel zitten drie mannen te
wachten. Het zijn de Vries van het
Nationaal steunfonds, circa vijftig jaar
Fabrikant een man met een nobel gezicht
die een natuurlijk overwicht heeft;
Peeters, van de landelijke organisatie,
ongeveer veertig jaar een zwaartillend
man van goede wil, onderwijzer, en
Halbertsma van het Nationaal Comité
omstreeks vijfendertig jaar, ambtenaar,
agressief,eigenwijs en graag in de
contramine. Ook zij zien er uit als
ouderlingen. Die drie zitten aan het
hoofd van een langwerpige tafel. De
Vries die als voorzitter zal optreden
aan het korte eind. Piet zal alleen
tegenover beide andere gaan zitten.
Als hij binnen komt,springt de Vries op
en geeft hem een stevige hand. Piet
geeft de beide anderen ook een hand,
maar iets koeler. Ze noemen elkaar bij
de achternaam. Ze kennen elkaar al
geruime tijd uit het verzet. De Vries
gaat weer zitten : zullen we maar meteen
beginnen. De Vries wil even onderstrepen
dat hij de leiding heeft. Piet; Kramer
steek maar van wal, wel mensen we zitten
voor een niet zo eenvoudig probleem. We
hebben alle vertrouwen dat we die
gevangenis binnen komen, en dr ook weer
uit? Halbertsma, nieuwsgierig : zonder
dat die Duitsers daar tegenover jullie
zien?. De Vries ingrijpend: het lijkt
mij beter, Halbertsma, dat Kramer ons
niets van zijn plan vertelt. Piet: de
vraag is wie nemen we mee en wie laten
we zitten?.
Dat is een verantwoordelijkheid die ik
als KP commandant liever niet alleen
draag. Jullie kunnen ze niet allemaal
meenemen?.Piet zwarthandelaren en dat
soort niet meegerekend, zitten er een
kleine tweehonderd mensen in die
gevangenis, zoveel kunnen we onmogelijk
in één avond onder brengen. En de mensen
bevrijden, terwijl ze de volgende dag
weer opgepakt worden, heeft geen zin.
Wie we d'r uit krijgen, moet meteen naar
een prima duikadres. En wat gebeurt er
met de mensen die je laat zitten?. Piet
heel eenvoudig : dat weet ik niet. Het
is even stil dan zeggen ze tegelijk
Halbertsma, snel ja dat kun je niet over
zien. Peeters , peinzend : dat vind ik
een heel probleem. De Vries grijpt in,
hij kent Peeters, en zegt Peeters zeg
maar wat je op je hart hebt. Peeters:
Tja daar kom ik zo voor te staan, ik zou
er wel eens over willen nadenken, of ik
die verantwoordelijkheid kan aanvaarden.
Piet ernstig: ik heb voor deze
bespreking precies een uur uit kunnen
trekken. De Vries tegen Peeters; stel
het maar zoals je het nu voelt. Peeters:
Wel ik geef natuurlijk toe: als de kraak
lukt, red je mensenlevens, maar als je
niet alle mensen redden kan, als er
mensen achterblijven, en als die
Grundmann represailles neemt, zeggen we
dan achteraf, t was toch goed wat we
deden?. Ik zou het ontzettend hard
vinden om daar in die cellenhal te komen
en tegen de een zeggen jij mag er uit,
en jij blijft zitten en dat kan zijn
dood zijn.
Halbertsma: haastig als steeds
:conclusie?. De Vries rustig laat hem
uit spreken. Peeters ik denk hard op, ik
ben nog niet aan een conclusie toe, ik
vraag me af mag ik dit meebepalen?. Als
Grundmann represailles neemt, zijn die
voor zijn verantwoordelijkheid. Ja ja
maar wij zouden hem aanleiding gegeven
hebben. Halbertsma dat is met alles wat
je in het verzet doet, reden te meer om
je af te vragen : wat bereik ik?. Welk
risico schep ik ?. Nou daar worstel ik
nu mee, wat die overval betreft, mensen
redden?. Ja maar als we andere mensen,
die ook gevangen zitten in gevaar
brengen?. Misschien in gevaar brengen?,
de Vries: Kramer.
Piet, die zaak licht voor mij een tikje
moeilijker dan voor jou, Peeters: Ik
denk ook aan mijn jongens die er straks
voor staan. Wij hebben daar lang over
nagedacht. We zullen proberen die
overval zo uit te voeren, dat we geen
schot hoeven te lossen. De Vries een
geluidloze overval!. En al die bewakers
zijn gewapend! onmogelijk!. Piet
onverstoorbaar en zonder dat er een
druppel bloed vloeit. Ik betwijfel of
het dan tot represailles komt. Piet: Ik
heb in deze hele situatie vol
onzekerheden maar een zekerheid, dat de
echte dat de echte verzetsmensen die
gevangen zitten, het er niet levend van
af zullen brengen. als we ze er niet
uithalen, ja dat is zo. Nog helemaal
afgezien van het feit, dat de toppen van
al onze organisaties, ook die van jullie
het grootste gevaar lopen. De Vries:
Bakker is de eerste die er uit moet.
Dr. Wartena is in de cel van Bakker.
terwijl hij praat met Bakker, pakt hij
zijn instrumenten in zijn dokterstas.
Kort voor het eind van het gesprek belt
hij de bewaker om uitgelaten te worden.
Bakker zit op zijn brits en zegt, Dokter
ik kan geen risico meer nemen. U moet
mij helpen er is maar één manier, waarop
U mij kunt helpen. U moet me iets geven
als die Grundmann me straks weer laat
halen iets dat ik kan inslikken of
doorbijten. Dr. Wartena zwijgt. Bakker:
U heeft van Eppie Bulsma niets meer
gehoord.?. Dr. Wartena, niets. Bakker:
Dokter, hier in mijn hoofd heb ik zoveel
namen, en adressen. Ik weet waar de
wapens gedropt worden en ik weet de
routes. Toen ze me haalden, had ik de
zekerheid : nooit kunnen ze dat uit mij
pompen. Die zekerheid heb ik niet meer.
De dokter gaat naar de deur, Bakker
volgt hem, Bakker: U moet dit nuchter
bekijken, dokter. Ik heb geen vrouw en
geen kinderen. Een leven opgeven om
misschien vijftig te redden. Dat gebeurd
zo vaak in de oorlog. Dr. Wartena: die
vijftig zijn een getal voor mij Bakker,
U bent een mens. Bakker, met grote
intensiteit: het zijn allemaal mensen!.
Maar er is er maar één die zoveel namen
weet en adressen weet en dat ben ik. Dr.
Wartena U moet me hier tijd voor geven.
Bakker, heftig maar er is geen tijd!. Op
dat moment wordt de deur geopend. De
dokter verlaat de cel.
In de consistoriekamer ligt nu de lijst
met de namen van de gevangenen op tafel.
Piet heeft voorgesteld, de onderduikers
te laten zitten. Halbertsma, vrij fel,
maar een hoop van die onderduikers zijn
kerels, die geweigerd hebben voor de
Duitsers te werken!. Die kan je niet
laten zitten!. Piet, ik zou niet weten
waarom niet. Halbertsma, zal je wat over
te horen krijgen!. Piet, gedecideerd :
Er zijn maar twee punten, die tellen.
Eén: Welke politieke gevangenen verkeren
in levens gevaar?. Twéé kunnen we voor
hen allemaal duikadressen vinden?.
Halbertsma, kwaad waarvoor hebben jullie
me eigenlijk gevraagd om hier te komen?.
Een overval goed!.We zijn daar samen
verantwoordelijk voor. Peeters: nee. De
Vries: verantwoordelijk is Piet Kramer.
Peeters: In z'n eentje?. Halbertsma,
kwader doordat hij verzet ontmoet en in
zijn kwaadheid opstaand, en we moeten
maar afgaan op wat Piet Kramer zegt!. Ik
vraag hoe zet je de zaak op?. Geen
antwoord. Ik zeg, de onderduikers moeten
er uit. lopen geen gevaar!. Opeens gaat
de klink van de deur naar beneden. Vier
hoofden kijken op zij. Alarm!. De koster
is verschenen. Er is iemand voor meneer
Kramer. Piet staat op en verlaat de
kamer.
In de kerkruimte wacht Eppie. De koster
verwijdert zich. Piet gespannen en?.
Eppie helemaal rond. Turksma heeft het
insluitingbevel. Piet: mooi, en hij gaat
zelf mee om het te geven. Piet is enorm
opgelucht : Eppie! Geweldig! en de
jongens van de telefoon?. Zijn om zes
uur bij mij thuis.
Bij de ingang van een Fries dorp vindt
controle van persoonsbewijzen plaats.
Niemand kan passeren zonder
gecontroleerd te zijn. Mies komt
aanfietsen ze stapt kalm af en laat haar
persoonsbewijs zien. Ze mag door
fietsen. Dan komt ze bij de boerderij
van klaas. Ze stapt af. Klaas is aan het
werk, maar laat het meteen in de steek
als hij Mies ziet. Mies blijft bij haar
fiets staan. Klaas, Piet vraagt of je
morgen in Leeuwarden wil komen, bij
bakker Bultsma aan de Oostergrachtswal.
Hoe laat half vijf, hoe?
Pistool,gympies, masker. Iets groots
hoop ik? 'n kraak?. Ik weet van niets
zegt Mies. Wil je iets hebben?. Mies
zegt nee dank je ik moet er nog een paar
af. En terwijl ze opstapt zegt Klaas en
hoe is het met de baas?. Mies voor niets
en niemand tijd, alleen maar voor zijn
plan. En toch de fijnste vent, die je
kent, hé Mies? Mies roept over haar
schouder terwijl ze weg fietst reken
maar!.
In de werkplaats van een Friese
houtsnijder heeft deze Jodocus zijn werk
onderbroken, Mies leunt in de
deuropening. Jodocus zegt, ik zal
precies op tijd wezen, daar kan Piet op
rekenen. Mies draait zich om, om weg te
gaan. Denk om je gympies, en masker, ze
zegt nog dag! en weg is ze. Dan gaat ze
ergens in een Fries dorp door naar Chris
de tandarts. Haar fiets staand tegen de
muur op een naamplaat staat C.
Ravenstein tandarts. Mies wuift nog even
en pakt haar fiets zeggend : tot morgen
Chris.
In zijn bijna duistere bakkerij loopt
Eppie rokend heen en weer. Er wordt aan
de zijdeur geklopt, Eppie doet open Jan
en Theo komen binnen; beide zijn
ongeveer vijfendertig jaar. Ze hebben
beide PTT- uniformen aan. ga zitten
jongens, zegt Eppie. Jan en Theo gaan
zitten. Eppie: kan dat wat wij willen?.
Theo technisch wel, het gaat om drie
dingen. Eén SD lijn afluisteren om te
horen of Grundmann morgenavond in
Leeuwarden zal zijn of niet. Als je dat
weet bel je hier naar de bakkerij.
jullie kunnen ons aan sluiten?. Jan: dat
kan wel. Eppie vervolgd: Twee, wij
bellen uit de bakkerij naar het Huis van
Bewaring precies om vijf uur. Jan en
Theo knikken dat ze het begrepen hebben.
Eppie: Drie: We beginnen om kwart voor
zes precies. Om half zeven moeten we er
weer uit zijn. In die drie kwartier mag
niemand maar dan ook niemand het Huis
van Bewaring telefonisch kunnen
bereiken. Begrepen?. Theo: en als het
Grundmann of Walther is?. Eppie kunnen
jullie niet een ingesprek geven?. Theo,
jawel maar als Grundmann belt en drie
keer in gesprek hoort, belt hij de
centrale en dan moeten ze hem door
verbinden. Eppie: wat had je dan
gedacht?. Een kleine technische storing.
Er wordt aan gewerkt. Om half zeven is
de lijn weer klaar.
Ergens op het Friese platteland zijn
Wim en twee KP-ers, Arie en Jelle bezig
takkenbossen op een schip te laden dat
in het kanaal ligt, dicht bij de
boerderij. Ze dragen de takkenbossen de
boerderij uit.
Dan ligt het zelfde schip zwaarbeladen,
in Leeuwarden aan de Oostergrachtwal,
tegenover de bakkerij, Wim, Arie en
Jelle dragen de bossen over de kade in
het straatje naast de winkel. Een paar
Duitse soldaten komen voorbij, maar
slaan er geen acht op. Eppies Kinderen
spelen op straat. Wim draagt een paar
takkenbossen op zijn nek de bakkerij
binnen. Oude Willem, wijst hem waar hij
ze in de hoek moet leggen. Als Willem
weg is, doet oude Willem de takken een
beetje uit elkaar. Een greep van een
stengun wordt zichtbaar, hij bedekt hem
weer.

Boven in de huiskamer van de Bultsmas (Eppies
moeder breiend op de achtergrond) zitten
Piet en Eppie te overleggen aan de hand
van een plattegrond van de omgeving van
de gevangenis. Piet: goed nou de tweede
groep, Chris met zijn jongens. Eppie
aanwijzend ik zou zeggen hier in de
bosjes. Kunnen ze dat zien uit de
Ortskommandantur?. Dat uur van de
avond?. Nee. En horen nou ja de jongens
moeten het natuurlijk doodstil doen.
Jannie steekt haar hoofd om de deur en
zegt er is iemand voor je. Wie? Turksma.
Eppie kijkt Piet een tikje geschrokken
aan. Laat maar binnen komen. Jannie laat
Turksma binnen en sluit de deur. Turksma
is totaal op. Hij blijft bedremmeld bij
de deur staan, hij slikt maar brengt
geen woord uit. Wat is er met je vraagt
Eppie?. Is er wat misgegaan, met dat
papier?. Turksma is dichter bij gekomen,
man ga toch even zitten! Hij spreekt
versuft en afwezig ja eh ik heb er lang
over nagedacht ik heb slecht geslapen
geen oog dicht gedaan. Nou en? Ik weet
het niet ik durf niet. Maar man dat
hebben we allemaal! Dacht je dat wij
niet in de rats zitten.
In de gang van de gevangenis laat de
portier Dr. Wartena binnen. Er wordt
meteen gebeld. De portier gaat open
doen, een vrouw geeft wasgoed af.
Bewaker Jellema zit in de gang naast het
fonteintje. Dr. Wartena loopt op hem
toe, er volgt een snel gesprek op
gedempte toon. Dr. Wartena kun jij iets
voor mij afgeven? Bij wie? Meneer Bakker
cel 10. Jellema aarzelt ik kom eigenlijk
nooit in de cellenhal. Is 't belangrijk
? Dr. Wartena ja. Geeft U maar. Dr.
Wartena opent zijn tas. Op dat moment
gaat de deur van de administratie open.
Koopman wil naar buiten komen, ziet de
dokter en Jellema bij elkaar staan met
geopende tas, speurt onraad en blijft
doodstil staan. Het papiertje verdwijnt
in Jellemas zak. Jellema draait zich
naar de gang. Koopman heeft de deur
gesloten.
Jellema loopt door de gang naar de deur
van de cellenhal. Hij belt aan. Dr
Wartena verlaat de gevangenis. Op dat
moment komt Koopman tevoorschijn,
revolver in de hand. Hij loopt vlug naar
de deur van de cellenhal en belt er aan,
lang en luid. Bewaker Jellema verlaat
Bakkers cel. De bel gaat, Bakker zit in
de cel met het zakje in de hand, Jellema
zegt: de Dokter zij U moest het meteen
krijgen. De deur van de cellenhal wordt
ontsloten. Met getrokken revolver loopt
Koopman snel naar binnen, de bewaker die
hem open gedaan heeft, haast omver
stormend. Bakker hoort in zijn cel wat
er buiten gebeurt. Stem van Koopman,
handen omhoog, Jellema zegt wat is er
aan de hand meneer Koopman? Stem van
Koopman, er wordt hier gesmokkeld! Hoe
komt U daarbij? Hier maak eens vlug
open, er wordt een sleutel gestoken in
Bakkers cel.
Tijdens de woorden wisseling heeft
Bakker eerst getracht iets te zien door
het kijkgaatje. Hij richt zich op. Wat
moet hij in hemelsnaam doen? Hij opent
het zakje daar is de capsule. Hij neemt
een snel besluit. Heftig happend en
slikkend eet hij het zakje op. Dan
verbergt hij de capsule onder zijn
oksel. De deur vliegt open. Koopman
verschijnt, een bewaker met sleutel
staat er bij. Koopman geef mij
onmiddellijk wat U overhandigd is!
Bakker heel kalm en verwonderd, ik weet
niet wat U het over hebt. Bakker blijf
staan, Koopman doorzoekt zijn bed, kijkt
op en onder het tafeltje, vliegt
plotseling op Bakker af, voelt in zijn
zakken, glijd met zijn handen langs zijn
kleding, langs zijn broekspijpen, zegt
mond open! Hij gaat naar de richel van
de muur kijken. Bakker verzet zijn
linker voet. Koopman draait zich om en
snauwt hem toe 'staan blijven!'
|
|
|
|
Hoofdstuk 4
In de keuken van Klaas zijn boerderij,
heeft Piet zijn beroep op de onmisbare
medewerking van agent Teunisse. Piet zit
aan de andere kant van de tafel.
Teunisse loopt nerveus heen en weer.
Plots staat hij stil en zegt, en wanneer
moet het gebeuren? Piet zakelijk
vandaag! Teunisse onthutst: vandaag?
Piet ik moet het nu weten. Maar kunt U
me niet een paar uur de tijd geven? Als
U over een paar uur ja zegt dan kunt U
het nu ook. En dat papier dat ik mee
moet nemen? Piet legt het blanco
insluitingbevel op tafel. Teunisse loopt
erop af en bekijkt het. dan verzucht
hij, m'n vrouw kan elke dag bevallen,
hij kijkt zijn vrouw aan. Zijn vrouw
kijkt hem aan, met een diepe blik.
Teunisse zegt rustig : Ik doe het.
Binnen in de gevangenis, zit
adjunctdirecteur Vos aan zijn bureau.
Grundmanns rechterhand, Walther, zit
naast hem, hun bespreking is haast ten
einde. Koopman is binnen geroepen om de
orders in ontvangst te nemen, hij staat.
Vos: Dus U wilt wel zorgen dat Jellema
onder arrest blijft? Koopman, zal
gebeuren. Vos: Dan kunt U Bakker meteen
overbrengen Walther vult aan, Möglichst
rasch! Koopman gedienstig, tegen Walther
Kommt in Ordnung, Herr unyerscharführer!
Vos: En tenslotte die dokter Wartena,
opstaand zegt Walther: Das ist meine
Sache!
In Eppies bakkerij zijn al een paar
Pr-ers bijeen, sommige op gympies en
anderen met dikke sokken over hun
schoenen. Ze zijn met hun stenguns
bezig, laden hun revolvers of maken
oefeningen. Wim en de oude Willem reiken
de takkenbossen aan. Piet zit
schrijlings op een stoel bij de
telefoon, kalm en beheerst. Eppie staat
tegen de deur, niet ver van Piet
vandaan. Teunisse is in politie-uniform
hij maakt een wat gespannen indruk.
Chris en Jodokus komen door de zijdeur
naar binnen. Niemand zegt iets, ze
groeten elkaar met een handbeweging.
Teunisse meent dat hij de stilte moet
verbreken. Hij kijkt op zijn horloge.
Hoe laat heb jij het? Vraagt hij aan Wim.
Wim neemt langzaam een mooi antiek
zilveren horloge uit zijn zak. drie
minuten voor vijf, zegt hij, hij laat
zijn horloge zien, nog van mijn vader.
De telefoon gaat plotseling, schril, ja
prima! Bedankt! Hij legt de telefoon
neer. Op dat moment gaat de bel in de
winkel over. Piet beduid Eppie zacht te
praten. Eppie tegen Piet: Grundmann is
weg! Waarnaar toe? Harlingen, mooi laten
we hopen, dat hij er blijft. Op dat
moment steekt Jannie haar hoofd door de
deur van de winkel. Ze ziet Piet, kun je
even komen zegt ze tegen Piet. Piet
loopt de winkel in. Mies in een oude
regenjas, staat bij de toonbank, Piet
komt bij haar staan. Mies zegt er staat
een SS-wagen voor de gevangenis. Mies:
ik dacht ik kan je het beter hier
zeggen. Wil je hem in de gaten houden
Mies? Mies staat op het punt om weg te
gaan, Piet steekt zijn hand uit om Mies
tegen te houden. Piet zacht, heb je het
adres van mijn vader? dat heb ik Piet ,
maar er gaat niets mis. Ze kijken elkaar
aan. Dan gaat Mies naar de deur en Piet
naar de bakkerij.
Bij het Huis van Bewaring komt Walther
uit de toegangsdeur. Een SS-er houdt de
deur van zijn Opel open. Walther stapt
in, en de wagen rijdt weg. In de
telefooncentrale zitten Jan en Theo bij
het schakelbord, maar hun ogen zijn op
de klok gericht. t Is 4.59, dan springt
de grote wijzer op 5.00. Ze keren met
een ruk naar het schakelbord. In de
bakkerij heeft agent Teunisse de
telefoon in de hand. Hij draait de
laatste drie cijfers van het nummer van
het Huis van Bewaring. Piet, Eppie, Wim
en de anderen staan er gespannen bij.
Teunisse luistert, in gesprek zegt hij.
Dan draait Teunnisse hetzelfde nummer.
Teunisse gaat spreken, hier hoofdbureau
van politie, wachtcommandant.....Met het
huis van Bewaring? Kunt U mij
doorverbinden met meneer Vos? Een korte
pauze. Meneer Vos, met de
wachtcommandant, hoofdbureau van
politie. U krijgt straks drie zwart
handelaren om kwart voor zes, geeft U
dat even door aan de administratie? Dank
U wel, hij legt de telefoon met een
zucht van verlichting neer.
In de bakkerij gaat de telefoon. Kalm
stapt oude Willem er op af en neemt op.
Teunisse staat vlak bij hem. Oude
Willem, Hoofdbureau van politie (pauze)
Wachtcommandant ik verbind U door. Hij
geeft de telefoon aan Teunisse
Wachtcommandant ja is in orde meneer
Koopman. Ik heb meneer Vos gebeld, drie
arrestanten en twee man van ons. Om
kwart voor zes. Dank U. Teunisse legt de
telefoon neer en wendt zich tot de
anderen. Het is gelukt! De opluchting is
inmens.
Tussen het Huis van Bewaring en de
strafgevangenis die erachter ligt,
bevindt zich een grauwe binnenplaats.
Het is bijna donker, een hoge stenen
muur strekt zich uit. Inspecteur Bakker
trekt zijn overjas aan, wordt door een
bewaker, Carels, langs de muur geleid.
Dan rijst het grote ijzeren hek van de
strafgevangenis voor ons op. Bakker en
Carels staan ervoor, Carels heeft net
aangebeld, Bakker fluistert hem toe,
waarom wordt ik overgebracht? Carels,
bevel van de SD, meneer Bakker.
Voetstappen naderen, een sleutel
rinkelt. Bakker gespannen weer een
verhoor? Carels, dat zal wel niet. Het
hek gaat open, ze gaan naar binnen, het
hek wordt met een klap dichtgeslagen.
Hun voetstappen sterven weg.
In de bakkerij bevinden zich Piet, Eppie,
Wim, Mies, Teunnisse, Oude Willem en
alle KP-ers, die aan de overval zullen
mee doen. Arie is net als Teunisse in
politie-uniform. Sommige zitten op de
vloer, anderen staan. Ze hebben maskers
in hun zak, de stemming is kalm. Ze
luisteren nauwkeurig naar Piet, die een
stuk papier in zijn hand heeft. Piet: Nu
wat betreft de mensen, die vrij moeten.
Hebben jullie je lijsten met namen en
celnummers? Piet denk eraan Jodocus,
Bakker moet er 't eerst uit Celnummer
10. Luister jongens de mensen die we
hopen te bevrijden, zijn onze kameraden.
Hun levens zijn elke dag in gevaar. Wie
we er uithalen en wie niet, dat hebben
we stuk voor stuk nagegaan. Nu zeg ik
jullie nog één ding we mogen niet als
eerste schieten. Eén schot en we krijgen
meteen de hele Wehrmacht van de overkant
op ons dak. Kwart voor zes gaan we er
in, half zeven moeten we er allemaal uit
zijn, we hebben drie kwartier de tijd en
geen minuut langer.
In een gang van de strafgevangenis geeft
Carels, Bakker over aan bewaker Van Der
Vegte. Hij doet de celdeur open. Bakker
gaat de cel binnen. Ik snap niet, waarom
ze U hierheen laten overplaatsen. Ik
breng U straks nog wel wat te eten. Wel
bedankt, Van Der Vegte gaat weg. Bakker
wacht een ogenblik, en kijkt dan door
het tralieluik in de deur. Dan gaat hij
buiten het gezichtsveld van het luikje
staan en haalt de capsule met vergif uit
zijn zak. Na enig zoeken, vindt hij een
klein gaatje in de hoek van de muur,
waarin hij de capsule verbergt.
In de bakkerij beëindigt Piet zijn
toespraak. We hebben in de KP veel goede
mensen verloren, vooral ook in
Friesland, speciaal in de laatste
maanden. Ze staan vanavond naast ons.
Allen gaan staan, sommige laten hun
armen zakken, anderen kijken weer recht
voor hen uit. De meeste bidden in stilte
mee. Wim neemt zijn horloge uit zijn
zak, en laat het Piet zien. Half zes
Harry en Tinus! Harry en Tinus staan op
en gaan naar de zijdeur, denk er om
Harry, schieten alleen in uiterste
noodzaak. In orde baas.
In de Strafgevangenis nadert bewaker Van
Der Vegte cel 60. Hij opent het luikje
en schuift een stuk brood naar binnen.
Bakker in zijn cel kijkt op en gaat het
stuk brood halen dat door het luik wordt
geschoven. Wel bedankt zegt hij. Hij
gaat op de kant van de brits zitten en
begint op het droge brood te kauwen.
Harry en Tinus passeren zwijgend de
Oosterbrug. Zij lopen naar de ingang van
het hoek huis, ze maken geen geluid. ze
komen bij de deur aan, Harry haalt de
loper te voorschijn en steekt hem in het
slot. De sleutel wordt omgedraaid, Harry
fluistert de maskers! Ze zetten beide de
maskers op Harry doet de deur zachtjes
open en ze gaan naar binnen. Boven zit
een oud echtpaar aan tafel aan een
bescheiden maal. Ze draaien zich
verschrikt om, als de deur open gaat en
Harry en Tinus gemaskerd verschijnen.
Tinus gaat meteen naar het raam dat
verduisterd is. Harry zegt vriendelijk :
Mensen, we hebben niks kwaads in de zin.
We willen alleen deze kamer een uur
gebruiken. Dat is alles. De oude man,
wat heeft dit te betekenen? Harry het is
voor een goede zaak. Kunt U zolang in
een andere kamer gaan? We hebben alleen
nog de keuken. Harry dan vlug naar de
keuken! Het echtpaar staat op en
schuifelt naar de keuken. Harry beduid
Tinus met hen mee te gaan, Tinus doet
dat. Harry zegt zacht sluit ze op! Als
ze weg zijn doet Harry het licht uit,
gaat naar het raam en doet de
verduistering gordijnen open. Tinus komt
terug en het licht van de gang schijnt
naar binnen als hij de deur van de kamer
open doet. Licht uit idioot! Tinus doet
het licht dan komt hij naast Harry
staan. Harry kijkt naar buiten. Mooie
plaats voor een mitrailleur, hé? aan de
overkant van het kanaal ligt de
Ortskommandantur. Er staat een
schildwacht.
Zes Kp-ers zijn uit de bakkerij
vertrokken. Wim laat Piet zijn horloge
nog eens zien. Piet: Chris jij! Chris
loopt naar een paar anderen en gaat naar
de zijdeur. Hij wordt door zeven KP-ers
gevolgd. Piet: verspreiden zodra jullie
in de straat zijn. In de bovenkamer van
het hoekhuis zijn de meubels verschoven
om ruim plaats te maken, bij de beide
ramen. Jaap, Cor, Ab en Rinus zijn nu
bij Harry en Tinus. Allen zijn
gemaskerd. Ze zijn bezig de wapens uit
te stallen. Cor en Ab, de mitrailleur
bij dit raam, Rinus jij bij dat raam met
de handgranaten. Jaap jij beneden met de
sten bij de buitendeur, en denk erom
niet schieten voor ik een teken geef.
Begrepen?
Veertien KP-ers zijn uit de bakkerij
vertrokken. Piet: Gerard! Gerard staat
op. Eppie geeft Piet een hand. Greard:
Kom mee jongens! Vier man volgen Gerard
naar de zijdeur. Eppie glipt de winkel
in, ik kom zo zegt hij tegen Gerard. De
groep van Chris sluipt lang de waterkant
tot een punt niet ver van de hoofdingang
van het Huis van Bewaring. Daar gaan zij
plat op de grond liggen en doen hun
maskers voor. Het is bijna donker in
Eppies bakkerswinkel. Eppies moeder en
Jannie zijn er. Eppie omhelst zijn
moeder. Dan gaat de oude vrouw de winkel
uitm de trap op naar boven. Eppie
omhelst Jannie innig, zonder een woord
te zeggen. Dan maakt hij zich los, we
horen hem weggaan. Het kost Jannie de
grootste moeite zich te beheersen.
Nu zijn nog maar Piet,Wim,Teunisse,
Jelle en Arie met Mies in de bakkerij.
Piet zegt nu wij. Ze gaan alle naar de
deur, Piet draait zich nog even naar
Mies om, pas goed op je zelf, dat zal ik
doen. Hij wendt zich snel af naar de
zijdeur. Mies heeft tranen in haar ogen.
Piet met zijn groep nadert zwijgend de
ingang van het Huis van Bewaring,Teunisse
kijkt naar Piet, Piet knikt ja. Teunisse
doet een stap naar voren en belt aan. De
vijf mannen staan roerloos. Dan gaat het
licht boven de deur aan, Wim stapt vlug
voor Arie, zodat diens gezicht in de
schaduw blijft. Het luikje gaat open.
Teunisse, hier zijn de drie arrestanten
waarover gebeld is. De portier vraagt om
het insluitingbevel. Teunisse haalt het
bevel uit zijn pet en geeft het door het
luikje, dat meteen gesloten wordt. De
vijf mannen staan te wachten. Plotseling
klinken stappen van marcherende Duitse
soldaten. Wim kijkt in de richting van
de Duitse patrouille, Piet fluisterend
niet om kijken. De marcherende
voetstappen ebben weg. Dan horen ze het
geluid van rammelende sleutels en de
deur wordt geopend. De portier zegt het
is in orde heren. De groep gaat naar
binnen, dan wordt de deur gesloten, het
licht gaat uit.

De groep met Chris kruipt zachtjes uit
hun schuilplaats naar de deur van de
gevangenis. De groep van Gerard doet het
zelfde, ze houden zich nog gedekt in de
bosjes.
In de gevangenis staat de groep van Piet
bij het ijzeren hek, dat de portier
bezig is open te maken, zodra het hek
open is, duwen Teunisse en Arie hun
gevangenen vooruit, opschieten! Eerst
naar de administratie. Ze zijn nu het
hek voorbij en staan voor de
administratie, de portier doet het hek
weer op slot,op hetzelfde moment roept
Piet ja! Wim handen omhoog! De vijf
mannen trekken hun revolvers. In de gang
zijn behalve hun nog twee bewakers die
volkomen verrast zijn. Wim en Arie
houden hun onder schot Jelle springt
naar de deur van de administratie, Piet
rent de gang door naar de kamer van de
directeur.
Alleen de administrateur Koopman is in
de administratie aanwezig, hij zit te
schrijven met een schoolpen. Hij kijkt
op, de deur dendert open daar staat
Jelle handen om hoog! Koopman doet
verschrikt de handen om hoog en staat
op, de pen valt op de planken vloer.
Jelle: Weg van het alarm! In de hoek!
Kop tegen de muur! Koopman doet wat er
gezegd wordt. Jelle springt op tafel en
gooit het koord met de alarminstallatie
ergens hoog overheen.

Het traliehek is open, de portier loopt
met Wim naar de voordeur. Hij steekt
zijn hand uit naar de lichtknop, Wim wat
is dat? Het buitenlicht, Wim: Uit laten
idioot! Maak de deur open! Hier die
sleutels! En nou opdonderen! De portier
loopt naar de administratie, met Wim
achter zich aan. Intussen glippen de
ploegen van Gerard en Chris naar binnen
allen zijn gemaskerd er wordt geen woord
gezegd. Als de laatste man binnen is
komt Wim weer terug, hij doet de
voordeur weer op slot.
Piet geeft in de gang snelle
instructies, Klaas en Frits daar blijven
staan, hij wijst op een plek bij de trap
naar boven. Richten op de voordeur en
wat er ook gebeurd hier blijven. Klaas
en Frits gaan hun stens monteren. Piet
tegen de anderen: vlug opstellen
jongens. Teunisse komt de trap af,
niemand boven. Piet zegt binnensmonds
waar zit die rot vent?! Hij opent de
deur van de administratie en zegt
gespannen tegen Jelle, Vos is zoek we
moeten weten waar hij is. In de
administratie zegt Jelle tegen Koopman
je hebt het gehoord waar is Vos? Koopman
zwijgt, Jelle richt zijn pistool ik geef
je precies drie seconden de tijd om
antwoord te geven met een klik trekt hij
de veiligheidspal weg. Eén twee Koopman
net op tijd Strafgevangenis, over
hoeveel tijd komt hij terug? Over een
paar minuten, komt hij over de
binnenplaats? Koopman ja. Piet heeft het
gehoord, hij sluit de deur van de kamer
en gaat de gang in.
Piet: Jongens we gaan naar binnen. Er is
wat gedrang in de gang, Piet heeft
moeite de gemaskerde te herkennen. Piet,
zacht Chris en Gerard waar zijn jullie;
hier baas! Meteen naar de deur van de
binnenplaats en vang die vent op, die
naar binnen komt pas op hij is gewapend.
Jodocus! Jodocus komt cel 10 Bakker
meteen bij mij brengen! Okay, baas. Piet
Eppie ja? Piet de sprint van je leven!
De groep staat nu bij de deur van de
cellenhal, jongens niet schieten spring
ze in de nek! En voort maken! Eppie
kijkt naar Piet. Piet zacht maar
dringend : Nu.
Eppie drukt op de bel,wachten. Sleutel
gerinkel nadert de sleutel wordt in het
slot gestoken, de deur gaat open. Handen
omhoog! De KP-ers stormen naar binnen in
de cellenhal. Op de tafel waar twee
bewakers zitten is een drukknop met
alarm erop. Een bewaker springt op en
wil de de knop indrukken, net op tijd
wordt de hand weg geslagen door de
sprintende Eppie. Theo houdt de andere
bewaker, Carels met zijn pistool in
bedwang, die geeft zijn revolver af,
alstublieft. Intussen heeft ook Eppie
geroepen: Revolver! De bewaker die bijna
belde moet zijn revolver geven. Eppie
laat hem met de handen omhoog op afstand
tegen de muur staan. Eppie zelf blijft
gedurende de hele actie in de buurt van
de alarmknop.

Marten en Henkie zijn Theo gevolgd.
Rechts trekt een derde zijn revolver en
wil schieten. Henkie slaat hem dat ding
uit zijn handen, hij keilt over de vloer
en wordt door Henkie opgeraapt. Johan,
Hans, John, Antoon en Joop rennen de
trappen op naar boven, hun gympies
springen van tree op tree. De eerste
drie gaan naar de eerste, de anderen
naar de tweede verdieping. Geroep
weerklinkt handen om hoog! Eppie tegen
drie bewakers, die nu bij hun tafel
staan. De sleutels!. De bewakers geven
ze af aan Marten en Henkie, die elk één
aannemen, Marten gaat naar rechts en
Henkie naar links, elk met een lijstje
in de hand. Eppie vraagt aan Carels waar
is Jellema? Vanmiddag opgesloten in cel
15. Eppie roept Wim, Jellema zit in cel
15, Wim gaat ernaartoe. Wim opend cel
15, in de cel zit Jellema met twee
gevangenen. Die doodsbang zijn om dat de
SD ze komt halen. Jellema staat ook
geschrokken te kijken, als Wim gemaskerd
op de drempel staat is Jellema de
situatie meteen duidelijk. Verheugt
springt hij op Wim af. Wim: Gauw naar
voren! Jellema omhelst Wim en loopt de
cellenhal in.
De twee gevangenen bestormen Wim met hun
smeekbede, neem mij er óók uit! De
anderen gevangenen laat me mee gaan, ik
zit hier al een maand! Het spijt me
jongens zegt Wim alles is bekeken en we
hebben razende haast het spijt me. Onder
de laatste woorden doet hij de deur
dicht. Als de deur dicht is schoppen ze
tegen de deur.
Benedengang. Een ontstelde Jodocus staat
bij Piet. Bakker is er niet! Wat zeg je?
Hij is naar de strafgevangenis
gebracht. Hoe weet je dat van de
bewaker. Waarom wisten we dat niet? Het
is pas gebeurd. Piet staart voor zich
uit, denkend. Hij loopt de
administratiekamer binnen.
In de administratiekamer zegt Piet tegen
Koopman: Koopman aan de telefoon!
Koopman gaat enigszins aarzelend zitten.
Piet nou doe je precies wat ik zeg. Je
belt op naar de strafgevangenis je zegt
er zijn hier twee man van de SD. Die
willen dat meteen Bakker hier naar toe
gebracht word. Als de bliksem! En gewoon
praten! Koopman draait twee nummers moet
even wachten. Hier Koopman, zeg Van Der
Vegte ik heb hier twee lui van de SD.
Wil je meteen Bakker hier naar toe
brengen...zal het even vragen Koopman
tegen Piet, waar het voor is? Piet moet
iets bedenken hij vindt het plotseling:
Verhoor. In de cellenhal zit Van Der
Vegte aan zijn tafeltje. Hij heeft
getelefoneerd. Hij herhaalt Koopmans
laatste woorden, voor verhoor. Hij gaat
er eens heel rustig voor zitten. Hij
klopt zijn pijp uit en gaat opstandig
een verse stoppen
In de benedengang van de gevangenis zijn
nu de eerste bevrijden aangekomen.
Enkele Kp-ers feliciteren Jellema, van
wiens werk ze gehoord hebben. Met
verheugde gezichten feliciteren de
bevrijden elkaar en danken de KP-ers
alles vrij gedempt, niet luidruchtig.
Chris en Gerard staan in de cellenhal
bij de deur naar de binnenplaats klaar
met hun Stens Wim komt toelopen. Een
sleutel wordt in het slot gestoken. De
deur gaat open, Adjunct directeur Vos
stapt niets vermoedend naar binnen. Wim:
Handen om hoog! Vos steekt verbouwereerd
de handen om hoog. Vos wordt
gefouilleerd. Eerst wordt een revolver
gevonden, daarna nog een tweede. Vos,
ondertussen, Meneer ik ben een goed
Nederlander. Ik protesteer! U beoordeelt
me volkomen verkeerd! Wim pakt hem in
zijn kraag en drijft hem
tegenstribbelende Vos naar de gang.
Het is intussen tot alle gevangenen in
de cellen doorgedrongen, dat een
bevrijdingsactie opgang is. Er zijn er
die roepen haal ons er uit! Maak open!
Anderen bonzen op de celdeuren.
Voordurend weerklinkt het geluid van de
bel, die de gevangenen in de cel kunnen
bedienen en die overgaat bij het
celnummerbord dat bij de tafel van de
cellen hangt. Wim, bij de gang gekomen
geeft Vos aan twee Kp-ers over, die hem
naar de administratiekamer brengen. Zich
omdraaiend, roept hij zelf met veel
nadruk boven het rumoer uit de cellen
uit, jongens hou je aan de lijstjes!
Niemand anders!
Nu staat de adjunct directeur tegen de
muur van de administratie. Piet en Wim
staan er bezorgd bij. Koopman
telefoneert weer. De klok staat op 6 uur
16 Piet kijkt er naar. Koopman Van Der
Vegte? Zeg die Bakker is er nog niet.
Die mensen van de SD die ik hier heb,
worden ongeduldig. Wil je eens even
zorgen dat hij meteen komt! Jelle rukt
Koopman de telefoon uit de hand en brult
erin Sofort, versthehen Sie, Sofort! Hij
legt de telefoon met een smak neer.
Alle bevrijders zijn in de gang aanwezig
met vele KP-ers. We zien Jellema. Piet
spreekt met de lijst in de hand. U bent
in groepen verdeeld elke groep moet naar
een bepaald punt hier in de buurt. Daar
staan twee man te wachten, let U goed op
wat ik U zeg. Aan die mannen vraagt U
weet U ook hoe laat het is? En dan moet
het antwoord luiden, het wordt hoog tijd
dat we thuis komen, Dat is over en weer
het wachtwoord. Dan kom ik nu tot de
indeling. Groep 1 dat zijn , hij kijkt
op zijn horloge.
Bewaker Van Der Vegte maakt de cel van
Bakker open. Bakker kijkt op hij zit aan
zijn tafeltje. Bakker wilt U zich meteen
klaar maken? Bakker staat geschrokken
op,wat is er? Er zijn twee lui van de SD
voor U. Bakker staat als door de bliksem
getroffen. Van Der Vegte zegt ik wacht
wel even, hij doet de deur bijna dicht.
Bakker staat roerloos. Dan trekt hij
zijn overjas aan. Plots komt hij tot
bezinning. Hij bukt zich zenuwachtig en
grabbelt zenuwachtig de capsule te
voorschijn. Hij staat er een seconde mee
in de hand. Doet hem dan haastig in zijn
jaszak.
De Opel van Walther nadert, met
afgeschermde lichten, de
Ortskommandantur. In de Opel zitten een
SD-er, die stuurt, achter zit SD-beul
Johannsen en hun gevangenen Dokter
Wartena. Aan weerskanten stappen uit de
Opel, Johannsen en de SD-er hij houd
zijn machinepistool gereed, terwijl
dokter Wartena uit stapt.
We zijn weer in de bovenkamer van het
hoek huis. Harry en Rinus kijken uit het
linker raam. Rinus: de SD! Harry denk ik
ook. Ze zien hoe de auto over de
Oosterbrug komt, dan links af slaat naar
de gevangenis rijdt. Terwijl dit gebeurd
sneld Harry naar het machinegeweer. Er
volgt een snel gesprek Ab tegen Harry
schieten? Harry wacht en tuurt scherp:
nee!
In de gang van het Huis van Bewaring
zegt Piet, en dat was de laatste groep.
Mag ik nu nog even het wachtwoord
herhalen? Aan de mensen die U ophalen
stelt U de vraag. De Bel weerklinkt.
Piet draait zich om als door een adder
gebeten. Jelle springt te voorschijn uit
de kamer van de administratie. Piet
maakt een hoofd gebaar naar Wim ga
kijken. Wim snelt weg. Wim maakt het
luikje in de deur open. Hij kijkt naar
buiten en schrikt, Johannsen Aufmachen!
Wim slaat het luikje weer dicht. Hij
snelt terug. Hij maakt een gebaar tegen
Piet kom even mee! Mensen een
ogenblik!.... Hij gaat de kamer van de
administratie binnen. Wim roept daar
Arie, Arie!. Arie laat het dekken van
het personeel alleen aan Teunisse over.
Jelle almachtig!Piet: ze zijn natuurlijk
gewaarschuwd hij is even innerlijk
radeloos. Jongens hij kijkt op de klok
die zes uur 21 aangeeft. En nog maar
negen minuten. Wim op hun nek springen!
Piet en die mensen in de gang? Wim naar
de grote hal! De bel wordt weer geluid.
Wim, Arry mee! Wim en Arie rennen weg.
Piet komt weer in de gang en heeft zich
zelf weer meester. Piet mensen er is
iets gebeurd, waar we niet op gerekend
hebben en ik moet U vragen even naar de
hal terug te gaan. De groep wat is er
aan de hand? Zeg het wat duidelijker!
Laat ons er uit! Ik ga niet terug! Piet
streng mensen er moet gebeuren wat ik
zeg en vlug! U moet naar binnen gaan dat
is een order. Hij helpt de mensen zelf
terug te dringen naar de hal. De deur
gaat dicht. Wim komt terug en zegt
radeloos ik kan de licht knop niet
vinden! Koopman hier komen Jelle!
Koopman komt te voorschijn. Piet: maak
het buitenlicht aan! Bliksem vlug! Als
het niet met tien seconde aan is krijg
je een kogel door je hersens! Arie let
op die vent en breng hem terug. Piet
tegen Jelle, maak direct eerst deur
dicht en dan het buiten licht uit. Er
wordt gebeld en tegen de buiten deur
geschopt. Wim tegen Piet, Arie en ik
grijpen ze. Piet: en als ze schieten?
Grote God, Wim ik kan toch niet dwars
door jou en Arie heen schieten! Wim :
Jij schiet dwars door mij en Arie heen.
Koopman komt terug. Arie geeft hem een
zet, dat hij de administratie binnen
tuimelt, de deur gaat weer dicht. Wim en
Arie snellen naar voren. Jelle staat
klaar bij de knop van het buitenlicht.
Wim opent de deur. Zodra deze open gaat,
geeft Johanssen de dokter een duw, zodat
hij een paar passen naar voren maakt. De
twee SS-ers stappen naar binnen, en
worden onmiddellijk door Arie en Wim
besprongen. een verwoed gevecht
ontstaat. Jelle doet het buitenlicht
uit, sluit de deur en helpt Wim,
Johannsen te overmeesteren. Uit de groep
KP-ers komt Eppie naar voren, tilt
Johannsen kin op en zegt tegen Piet,
Johannsen. Wim bruist op wat zeg je
daar? Heb ik daar de grootste boef van
Leeuwarden, in m,n poten gekregen. Piet
streng, tegen Johannsen sie sind
Johannsen? Johannsen aarzelt en zegt
Nein! Geroep hij is het! Wim zet hem
tegen de muur, die rot hond-zet hem
neer! Hij wil Johannsen voortduwen naar
de muur naast het fonteintje. Enkele
KP-ers laten zich mee sleuren door Wims
agressiviteit. Er komt een lynch
stemming. Piet grijpt gedecideerd in,
gaat voor de voortduwende Johannsen
staan. Piet zegt, niets daar van!

Wim met tranen in de ogen, donder opzij
Piet, als ik aan de jongens denk, die
deze schoft.... Piet richt zich met
enorme kracht tot Wim en de groep, die
achter hem staat, Hou je hersens bij
elkaar, Wim: Jullie allemaal!Wat denk je
dat er gebeurt, als ze straks een dooie
SS-er vinden! We gaan toch niet vijftig
mensen redden om vijftig anderen te
laten neer schieten! Piet heeft een
moment van aarzeling gewonnen, hij zet
meteen door. Vooruit in de cellen met
die kerels! Hij rukt de deur van de
administratie open en beveelt, al dat
tuig naar de cellen! Hij kijkt op de
klok het is 6 uur 23. Nog zeven minuten.
Op dat moment staat dokter Wartena, op
wie in de verwarring niemand heeft
gelet, bij Piet. Piet loopt de gang in,
de dokter volgt hem ijlings, Dokter
Wartena, ik ben de dokter, Piet met een
lach van ontspanning, nou die hebben we
hier niet nodig. Dan herkent hij dokter
Wartena als de gevangene, die is binnen
gebracht werd. Ach U bent de man die ze
net brachten. U kunt direct met één van
de groepen meegaan. Heeft U een
onderduikadres? Nee. Piet: daar zal voor
gezorgd worden, Piet loopt door, de
dokter volgt hem weer. Is inspecteur
Bakker al vrij? Piet opgewekt we hopen
hem elk ogenblik in levende lijve te
begroeten! Piet is weer in de cellenhal
en belt er aan in het tempo van het KP
fluitje. Bewaker Van Der Vegte wordt met
Bakker door gelaten door het hek, dat ze
ook op weg naar de strafgevangenis
passeerde.
Grundmanns kamer, hij zit achter zijn
bureau. Zijn secretaresse zit te typen.
Een stapel dossiers ligt op hem te
wachten, Walther verteld hem wat er 's
middags gebeurd is. Walther : Alson da
wurde der Jellema eigespert. Den arzt
Wartena habe ich verhaften lassen.
Grundman : Und den Bakker? Walther,
Wurde ins Strafgefängenis eingeliefert.
Grundmann denkt even na, zegt dan Bakker
wird wieder hier eingesperrt. gehst ihn
holen. Grundmann kijkt op de klok. De
klok op zijn kamer springt op 6 uur 24.
Grundmann : Ich werde anrufen. Walther:
Zu Befehl, Herr Oberscharführer. Walther
verlaat de kamer. Grundmann schuift bij
zijn telefoontoestel. Hij steekt een
sigaret op. Dan begint hij het nummer
van de gevangenis te draaien.
In de telefooncentrale. Jan heeft de
aftakking tot stand gebracht. Theo
luistert af.
Grundmanns kamer. Hij luistert in de
telefoon, zegt dan Grundmann hier...Was?
Polizei? ...Falsch verbunden. Hij denkt,
ik heb zeker per ongeluk het nummer van
het hoofdbureau gebeld. Hij gaat weer de
gevangenis opbellen. Draait weer het
nummer en krijgt weer de politie.
Grundmann: Polizei? Entschuldige! Hij
begrijpt er niets van. Hij pakt de
telefoongids en kijkt naar het nummer
voor stroringen, zijn vinger wijst het
aan. Dan gaat hij het nummer draaien.
In de telefooncentrale gaat het toestel,
waarop de stroringen worden gemeld. Jan
neemt op, storingsdienst...Jawohl...Paar
Minutchen. Jan legt het toestel neer.
zegt laconiek tegen Theo, lijn naar de
gevangenis is gestoord. Theo kijkt op de
klok, die op 6 uur 26 staat. Theo even
laconiek: vier minuten storing.
Bewaker Van Der Vegte komt met Bakker op
de binnen plaats bij de deur naar de
cellenhal. Van Der Vegte begint de deur
open te maken. Bakker haalt de capsule
uit zijn zak en gaat zijn hand optillen
om de capsule in zijn mond te steken. De
SD zal hem niet levend in handen
krijgen! Hij kijkt naar de deur, de deur
zwaait open. Bakker ziet de hal met
gemaskerde KP-ers, waar de deuren van
enkelen cellen open staan, en waar
bewakers in cellen worden geduwd. En hij
begrijpt dit is de bevrijding. Wankelend
doet hij twee stappen en hij is in de
hal. Piet Kramer komt toe snellen.
Bakker laat de capsule vallen deze rolt
weg, dan is Piet bij hem. Piet:
Inspecteur Bakker? Dat ben ik. Piet
steekt hem zijn hand toe, Piet Kramer,
Bakker grijpt zich aan hem vast. Piet:
zacht je bent vrij het is nu wel gelukt!
Ga maar mee Bakker. Bij de deur van de
binnenplaats zegt Van Der Vegte das mooi
werk! Hij geeft zijn revolver omgekeerd
aan Chris en zegt, op de cellen wijzend
waar de bewakers ingaan. Douw me er maar
bij!
Een aantal bevrijden is al door de
voordeur verdwenen, maar als Piet met
Bakker bij de openstaande deur naar de
cellenhal komt worden daar juist, Vos,
Koopman, de bewakers uit de
administratiekamer, de SD-er en
Johannsen deze het laatst langs
gedreven. Een doodse stilte valt. De
bevrijden maken in stilte ruimte. Eén
wil de SD-er een mep geven... een ander
houd zijn arm tegen. De stilte is
geladen van minachting. De KP-ers doen
de deuren op slot en lopen dan vlug naar
de gang om naar buiten te verdwijnen.
Piet roept de KP-ers toe, de deur uit
jongens vlug naar je duikadressen. Piet
en Bakker gaan iets langzamer door de
gang. Eppie blijft in de cellenhal tot
iedereen verdwenen is. Dan gaat hij ook
weg.
We volgen Piet de administratie binnen,
Wim zit er ontspannen bij in Koopmans
stoel, lui achte over, met zijn benen op
het bureaublad. Piet: Gek! Wim, nog
zittend nou vooruit dan maar Hij springt
op en gaat naar buiten. Piet kijkt nog
rond, bij de deur staand. De klok
springt op 6 uur 30. Klik, het is zwarte
duisternis. Piet heeft het licht
uitgedaan.

Grundmans Kamer. Grundman telefoneerd.
Men heeft bericht dat de storing is
hersteld. Hij legt de telefoon neer en
neemt hem dan weer op om het nummer van
de gevangenis te draaien. Hij draait de
eerste drie cijfers. In de gang rinkelt
de telefoon, Piet, Wim en Eppie kijken
tegelijk om. Het rinkelen gaat door.
Piet wuift laconiek in de richting van
het toestel.
Ze komen naar buiten, nog rinkelt de
telefoon. Piet trekt de voordeur zacht
dicht de telefoon horen ze niet meer. De
drie KP-ers lopen in de richting van het
hoek huis. Bij de Oosterbrug gekomen
slaan Piet en Wim linksaf, Eppie gaat de
brug over naar zijn huis toe, hun drie
gestaltes verdwijnen in de duisternis
die hen veilig opneemt.

Bij de muur aan de Keizersgracht van de
Leeuwarder strafgevangenis te Leeuwarden
onthult mevr. Ymkje van der Veen-Sas
tijdens de veertig jarige herdenking, de
gedenksteen voor "De Overval" op
dezelfde gevangenis. Leden van de Friese
KP (knokploeg) bevrijdden daarbij 51
verzetsstrijders. Naast mevr. van der
Veen, haar echtgenoot, oud-KP-er Taco
van der Veen, één der "overvallers".
Friesland zoals het was.
Bevrijding
gevangenis Leeuwarden.1940-1945.
En meer.....
|
|
|
|