|
Vijf
generaties Bootsma bevisten Zuiderzee en IJsselmeer.
Als aandenken is de Skeachtrofee ingesteld. Als aandenken is de Skeachtrofee ingesteld.
Mac van Dinther.
Sipke Bootsma. Ze vissen op
aal, baars en snoekbaars. Die heerlijke Zuiderzeeharing is
na de bouw van de dijk vanuit de Noordzee nog een paar jaar
koppig tegen de dijk aangezwommen. 'Het water was spierwit
van de homharing. Toen was het over. Toen was de natuurlijke
trek verstoord.' Het zijn de woorden van Sipke Bootsma,
visser te Hindeloopen. Hij vertelt zijn verhaal in De Zoete
Zee, het fotoboek dat de basis vormt voor de gelijknamige
tentoonstelling die te zien is geweest in het Frisia Museum
in het Noord-Hollandse Spanbroek. Zuiderzee werd IJsselmeer,
de vissers hebben het nog steeds over 'de zee'. Cherry Duyns
tekende Bootsma's verhaal op: 'De zee is zo mooi, het licht
boven het water, daar word je troebel van in je hoofd.'
Lemmer-
Een geboren Lemster is hij niet, maar hij is verkikkerd op
ons dorp als of hij, zoals Fedde Schurer in het lied foar de
Lemmer omschreef "mei de earste tate de sâlte séwyn op
syn lippen preau"
De
binding van Sipke Bootsma, visser in Hindelopen, met Lemmer
is de afkomst van zijn familie. Lemmer was nog de
geboorteplaats van zijn vader Pieter. Zijn eerste
persoonlijke kennismaking met Lemmer was als zesjarige in
het begin van de jaren vijftig.
Dat
eerste contact met Lemmer was op een vakantie met zijn
ouders. Het zal niet toevallig geweest zijn dat die de
Lemster zeilweek hadden gekozen voor dit uitstapje. Zo trof
Sipke Lemmer op zijn best: kermis en zeilen van
visserschepen! Dat heeft zoveel indruk op mij gemaakt, dat
ik deze ervaring tot op heden met mij mee draag. Vaak heb ik
gedacht, als ik ooit eens de kans krijg om zoiets te
organiseren zal ik het nooit laten.
De vis wordt uit
de netten gehaald. Geheel links is Gauke Bootsma, de Skeach
Naar Hindelopen
De
Lemsters vissers waren vanouds niet erg gesteld op die van
Stavoren, Zij voeren liever door naar Hindelopen dan dat zij
Stavoren aan deden. Ook Sipkes grootvader Gauke had op die
manier banden met Hindelopen. Zijn zonen Pieter, Jan en
Jelle kregen er zelfs verkering en trouwden ook met meisjes
uit het stadje
Dat was
voor Gauke reden om gezin en visserijbedrijf ook daar heen
te verplaatsen. Eigenlijk had hij daar een dubbele reden
voor. Door de verhuizing hield hij zijn gezinsleden dicht
bij elkaar. Naast deze emotionele overweging was er ook nog
de praktische dat hij op die manier zijn zonen voor zijn
visserij behield.
Vijf generaties vissende Bootsma′s
Vertellend over zijn uit Lemmer afkomstige familie
begint Sipke Bootsma bij zijn in 1833 geboren
betovergrootmoeder Fetje Gauke Bootsma. Dat was een dochter
van Gauke Gerbrand Bootsma en Wimpke Bontekoe. Zij had vier
zonen Pieter (1858) Gauke (1860) Gerben (1862) en Fimme
(1865) Wat er van Gauke en Fimme geworden is weet de Bootsma
tak niet, misschien wordt ik dat nog eens gewaar, zegt Sipke
hoop vol. Fimme is naar Makkum getogen en zijn nazaten
vissen nu nog.
Sipke
is een achter kleinzoon van Pieter, de oudste zoon van
genoemde Fetje. Die Pieter is niet oud geworden hij stierf
op 20 mei 1881. Volgens het verhaal dat in de familie rond
gaat, na een operatie aan een breuk op de keuken tafel,
gevolgd door een infectie van de wond. Zo ging dat toen.
Pieter was getrouwd met Akke de Oude. Hun zoon Gauke, de
grootvader van Sipke, was getrouwd met Grietje van der
Zande. Gauke overleed in 1944 en is begraven in Hindelopen.
Na de oorlog werd hij naar zijn wens in Lemmer herbegraven.
De
Bootsma′s waren vissers. Zijn vissers kunnen we zelfs
nog zeggen. De in 1881 overleden Pieter viste en ook zijn
zoon Gauke en de Vader van Sipke begon in 1922 te vissen
terwijl in 1963 de beurt aan Sipke was, sinds 1990 heeft hij
de visserij door gegeven aan zijn zoon Pieter als vijfde
vissende generatie.
In de
spieringtijd kan er soms flink wat gevangen worden. Sipke
Bootsma poseert hier tussen zijn zonen Hendrik (links) en
Pieter bij een heel goede vangst.
Scheldnaam of bijnaam
In de
vissersplaatsen krioelde het destijds van de bijnamen. Met
de vele gelijke namen soms zelfs voor -en achternamen gelijk
was dat nodig om de mensen uit elkaar te houden Aanleiding
van zo′n naam kon van alles zijn, een uiterlijk kenmerk
bijvoorbeeld. Zo moet mijn grootvader Gauke Bootsma een
grote neus gehad hebben, dat leverde hem in Lemmer de
bijnaam de Skeach op.
Bijnamen zijn vaak erfelijk Sipke verteld dat hij niet in
Lemmer hoeft te vertellen dat hij een zoon is van Pieter
Bootsma is, dat zegt niemand wat. Maar als hij zich Sipke
zoon van Pieter van Gauke de Skeach noemt, heeft men de
familie zo maar op zijn plaats. Niet iedereen is wijs met
het stelsel van bijnamen sommige vinden het maar
scheldnamen. Sipke Bootsma ziet het even anders. Hij noemt
het een erenaam, en ziet het gebruik nog als een eerbetoon
aan zijn grootvader. Daarom heeft hij onlangs ook een Skeach
trofee ingesteld.
Gevoelsmens
Sipke
Bootsma is een gevoelsmens. Dat is te merken in de contacten
om tot dit stukje te komen. Als hij het heeft over de
ontwikkeling van hun visserij en verteld dat zijn zoon nu
vist met de kotter HI 8 komt al gauw de opmerking, ik denk
vaak dat had de oude Skeach moeten zien. Die kotter was
eerst van de Gebroeders Blom, een familie die nu in
Hindelopen aken bouwt. Als hij nu eens door Lemmer loopt of
hier met het vissersschip afmeert, gaan zijn gedachten naar
wat zijn voorgeslacht hier gezien heeft. Een haven vol
visserschepen en dus een grote drukte daaromheen. De aanvoer
van haring en ansjovis en de verwerking daarvan in Hangen en
Rokerijen, de taanpotten en alles wat daar nog verder bij
hoorde.
De wens
om nog eens een wedstrijd van visserschepen te organiseren
heeft Sipke Bootsma nooit losgelaten. Een paar jaar geleden
zat hij met Andre Sterk en zijn vrienden in het vooronder
van de LE 50. Hij sprak toen de wens uit om nog eens een
wedstrijd van Hindelopen naar Lemmer te houden, en dan te
zeilen voor de Skeachtrofee. Het idee viel in goede
aarde, en het vorige weekend is de race gehouden. Als een
club wedstrijd van de Zevenwolden. Daarmee werd een jongens
droom toch een beetje waar.
Zaterdag 23 september werd Lemmer - Hindelopen gezeild, en
de volgende dag kwamen de schepen terug naar Lemmer. In de
klasse grote Lemster aken werd Klaas Postma met de LE 47
winnaar van de race en de Skeach trofee. Een tweede plaats
was voor de LE 33 van Gerrit Hogeterp. De visotter van
Andries Sterk werd derde. De vierde tot en met de achtste
plaats werden bezet door Epi van der Pol LE 66. Bouke
Schuurmans (wittebever) Peter Bastiaans (merlijn) LE 194 B.
Postma en LE 95 R. Goeman
Bij de
kleine aken werd Wannie Kroes de winnaar met de LE 25 van de
tweede tot en met vijfde plaats waren voor M. Bijlsma LE
29. J. Haitsma LE42. D. Schrim LE 6. en H. Kuipers
(trintel)
Gerrit Hogeterp
werd met de LE 33 (hier op de voorgrond) tweede in de klasse
grote aken
Vissers vragen
nou eenmaal nergens om.
De pest met vissers is
dat het allemaal individualisten zijn, zucht
Pieter Bootsma, een jonge visser uit
Hindeloopen. Die nooit eens één front
vormen, zoals de boeren. 'Zet je drie
vissers bij elkaar, dan krijg je een
vechtpartij, heb je twee boeren, dan
beginnen ze een coöperatie.'
Als de regering zou
durven voorstellen de boeren de helft
van hun inkomen af te pakken, zouden ze
met tractoren en gierkarren naar Den
Haag optrekken. Vissers doen zoiets
niet, zegt vader Sipke Bootsma. 'De
visserman is niet gewend ergens om te
vragen.' En om te krijgen evenmin. 'Zo
lang ik me kan herinneren, hebben we nog
nooit wat anders gehad dan een schop
onder de kont.'
Het gaat niet goed
met de visserij op het IJsselmeer. Er is
te weinig vis en er zijn te veel
vissers. De vangsten zijn dramatisch
teruggelopen.
De vissers van nu
vangen nog maar eenderde van wat hun
vaders in de jaren vijftig ophaalden aan
aal, baars en snoekbaars. Om het tij te
keren wil de regering dat de
IJsselmeervissers de helft van hun
vistuig inleveren. Vandaag gaat een
delegatie van vissers daarover praten in
Den Haag.
Sipke Bootsma (56)
zag het onheil al aankomen, zegt hij in
zijn huis achter de dijk in Hindeloopen.
Bijna veertig jaar
heeft hij op het IJsselmeer gevist.
Getroffen door een lichte beroerte kan
hij voorlopig niet uitvaren. Zoon Pieter
(28) moet het alleen doen. Maar hij is
vandaag ook thuis gebleven. Het waait
hard en hij had toch al geen zin.
De
IJsselmeervisserij, ooit een trotse
bedrijfstak, is verschrompeld tot een
marginale broodwinning voor een clubje
achterblijvers. Sipke: 'Mijn vader
vertelde vroeger dat als de vloot van
Spakenburg uitvoer het wel een
zonsverduistering leek met al die
zeilen.' Van de romantiek die altijd
wordt opgeroepen rond de visserman is
ook weinig meer over. 'Het is nu
bikkelhard je geld verdienen.'
De vissers wordt
langzaam maar zeker de strot
dichtgeknepen. Dat begon al met de bouw
van de Afsluitdijk in de jaren dertig.
Daarna kwamen de inpolderingen van de
Wieringermeer, de Noordoostpolder,
Flevoland en de bouw van de dijk tussen
Enkhuizen en Lelystad. Bijna de helft
van het IJsselmeer is verland, zegt
Sipke, zonder dat de vissers ooit één
cent compensatie hebben gezien. 'En dan
zeggen die koeienkoppen in Den Haag:
Jullie doen aan overbevissing.
Natuurlijk doen we dat. Maar er is ook
veel minder water over.'
Ook de vissers
hebben schuld door het IJsselmeer vol te
plempen met netten en fuiken, beaamt
Bootsma sr. De vissers zijn daarom
bereid 20 procent van hun visrechten in
leveren. Maar voor de resterende 30
procent moet de overheid betalen.
'Daarvoor willen we compensatie.'
Pieter Bootsma is
niet de enige die vandaag niet naar zee
is gegaan. Want ook al is de Zuiderzee
allang IJsselmeer, voor de vissers
blijft het zee. Op de visafslag Ons
Belang in Stavoren - drie bankjes en een
veilingklok - is het stil. Visser Jan de
Vries uit Laaksum levert een paar kisten
baars en snoekbaars af. Op aal wordt
alleen in de zomer gevist.
Bootsma heeft
gemakkelijk praten, zegt De Vries. Hij
mag ruim duizend palingfuiken en kistjes
uitzetten. Bovendien heeft Sipkes vrouw
een patatkraam en drijft de echtgenote
van Pieter de viskraam aan huis. Dat is
heel wat anders dan De Vries die van de
visvangst moet leven en maar vierhonderd
fuiken en aalkistjes mag uitzetten. Als
hij daarvan de helft moet afgeven, kan
hij zijn boot wel verkopen. 'Laten ze de
groten maar aanpakken.'
Zo gaat het altijd
met vissers, zegt afslagbeheerder Frans
Zwaan. Ze zijn meer concurrent dan
kameraad. 'Vergelijk het met boeren die
op één stuk land zitten. Als jij dit
jaar maait als het gras tien centimeter
hoog is, komt de ander volgend jaar iets
eerder maaien.'
Bootsma vindt ook
niet dat de kleine vissers net zoveel
moeten inleveren als de grote, benadrukt
hij. 'Er moet een ondergrens zijn van
vierhonderd fuiken en kistjes.' Alleen
wie daar bovenuit komt levert een deel
in. Verder moet het rijk oudere vissers
een goed pensioen beloven in ruil voor
hun visrechten. 'Dan blijft er vanzelf
genoeg over voor de jongeren.' Sipke
schat dat een stuk of dertig vissers hun
brood kunnen verdienen op het
IJsselmeer. Nu zijn er nog 63 actief.
Gerrit Hiemstra van
de Nederlandse Visserijbond leidt de
delegatie die het voorstel van de
vissers vandaag overbrengt aan
staatssecretaris Geke Faber. Het plan
kost naar schatting 7,5 tot tien miljoen
gulden. De vissers vragen vijfhonderd
gulden per in te leveren fuik. Maar
Hiemstra wil zich niet vastpinnen op een
bedrag. Bovendien is er meer te
bespreken, zegt hij.
Zo moet er wat
gebeuren aan de 'zwarte brigade' van
aalscholvers die in twintig jaar tijd in
aantal zijn verdrievoudigd en per dag
hun eigen lichaamsgewicht aan vis
opvreten. Daarnaast is de visserij op
glasaal, jonge paling, voor de kust van
Spanje Hiemstra een doorn in het oog.
Alles wat daar wordt weggevist, bereikt
nooit meer het IJsselmeer. 'Dat is een
Europees probleem.'
De vissers en de
overheid hebben elkaar nodig, benadrukt
Sipke Bootsma. 'We hebben er samen een
rotzooitje van gemaakt. Daarom moeten we
het samen oplossen.' Als de
staatssecretaris niet op het voorstel
ingaat, heeft ze een probleem,
waarschuwt Sipke. 'Dan staan we straks
met zijn allen in Den Haag.'
Sipke Bootsma op zijn
vissersboot in de haven
van Hindelopen. Links
van hem Jaap Mulder.
Hindelopens enige
vissersschip de HI
35 van Sipke
Bootsma, hier
gekluisterd in het
ijs van de haven van
Hindelopen.
Home |