De Jachten.
De eerste direct als
jacht gebouwde aken.
Hoewel de opzet van dit geschrift is een overzicht te geven
van de nu nog als jacht in gebruik zijnde vissersaken,
willen we toch ook de schepen die in diezelfde periode
direct als jacht werden gebouwd en nu nog in Nederland
varen, hierbij betrekken.
In een aantal gevallen is de vormgeving van deze jachten
enigszins afwijkend en duidelijk beïnvloed door de
opvattingen van jachtontwerpers, met name Zeilstra en
Kersken. Mede daardoor is zo nu en dan de benaming voor deze
jachten verschillend en verwarrend en worden de namen
Lemsteraak, botaak, boeier, boeieraak, Wieringeraak en zelfs
blazer naast elkaar voor een en hetzelfde schip gebruikt.
Overigens, is dat niet een van de aantrekkelijkheden van
onze oude scheepsvormen dat het geen eenheidsworsten zijn,
maar dat iedere bouwer, Iedere ontwerper er iets eigens in
kan brengen waardoor we een schip vaak direct kunnen
herkennen, ook al is het 'hokje' waarin het past niet altijd
direct duidelijk.
1. 1907 - De Boer
Lemmer Antje - 8.70m.
Dit is waarschijnlijk het eerste ijzeren plezierjacht dat
Gebr. de Boer hebben gebouwd en wel voor W.Z. v.d. Mey te
Leiden. Naam:Zeemeeuw.
Na 5 jaar verkocht aan stalhouder Dieben, naam werd Johanna.
Vervolgens verkocht aan Speelman te Sassenheim en daarna aan
een onbekende eigenaar te Amsterdam.
In 1930 gekocht door Bart Wilton, leerling van Instituut
Wullings te Voorschoten op het landgoed Beresteyn. Het schip
kreeg toen ook de naam Beresteyn. Een nieuw teakdek
aangebracht en een T. Ford geplaatst.
ln 1934 verkocht aan F. Kemper te Schiedam en daarna aan
A.B.H. Vlielander te Numansdorp. Naam gewijzigd in
Frothblower. In 1937 overgenomen door Mr A. B. Blussé van
Oud-Alblas. Naam werd Orion. Sinds 1955 in het bezit van
J. D. Wilton te Rotterdam en varende onder de naam Antje.
Antje - een
van de oudste jachten, gebouwd in 1907 bij De Boer.
Orion
en
Het eerste plezieraakje van De Boer.
2. 1907- A. van
der Zee Joure - St. Michel - 13.75m.
Gebouwd in opdracht van C. Bastet te Amsterdam.
Oorspronkelijke naam: Nitchewo (laat maar waaien). In 1923
is het schip via België naar Engeland verkocht, waar het in
1928 in het Jachtregister werd opgenomen onder de naam St.
Michel.
Sindsdien had de aak in Engeland 10 verschillende eigenaren
tot J.C.H. van Yperen te Rotterdam haar in 1966 kocht van
Rear-Admiral G.T.S.
Gray, C.B., D.S.C. De St. Michel heeft het wedstrijdnummer
52 VA.
Nitchewo, thans St. Michel, op de Nieuwe Waterweg vóór 1923
3. 1911 - De Boer
Lemmer - Salamander - 14.92m.
De opdrachtgever L. Herfurth te Antwerpen vluchtte in 1914
met dit schip naar ons land.
Opeen volgende
eigenaren waren:
1918 -1927 R. v.d.
Arend, Rotterdam.
1927-1942 R.S.P.
Schuil, Rotterdam.
1942-1965 H.W.
Schalkwijk, Rotterdam.
1965-1982 G.J.
Esser, Roermond.
Vanaf 1982 W.S.
Corsel, Valkenburg. Public. Watersport 1913:206; 1926-215,
288; 1927-7; 1928.295; Waterkampioen 1927-275; 1935-534;
1942-27.
4. 1911 - P. van
Groeningen Leiderdorp - Blinkert - 12.85m.
Merkwaardig hoe dit schip is tot stand gekomen. Omstreeks
1920 zag graaf van Byland, die een verwoede zeiler was, de
aak 'Albatros' van de Lemster visser Andries de Blauw,
gebouwd in 1899 bij Bos te Echtenerbrug.
De graaf vond de aak zo mooi dat hij de Blauw vroeg er mee
naar Leiderdorp te zeilen om de aak te laten nabouwen. Van
Groeningen heeft toen een aantal mallen gemaakt en als het
ware een tweede 'Albatros' gebouwd.
De graaf van Byland veranderde meestal snel van schip. Zo
ook hier. W. Wilton te Rotterdam werd de nieuwe eigenaar
(nog in 1911?), tot 1926. Naam: Albatros. Toen werd de aak
verkocht aan J. en H. Vollenhove te Rotterdam, die de naam
wijzigden in 'Blinkert'. In 1939 is volgens Lloyds J. H. Pels
eigenaar, waarna het schip wordt verkocht naar België, aan
een notaris te Antwerpen.
Deze verkocht de aak na de oorlog aan de Duitse familie
Krahé in Bad Neuenahr. In 1966 werd de heer van Es te
Bilthoven eigenaar en in 1972 de heer K.H.A. de Vries te
Aerdenhout, tot 1975.
Thans behoort de
Blinkert (62 VA) aan de heer W. Verheyden te Krimpen aan de
IJssel.
Uitgaande van dezelfde vissermansaak Albatros', bouwde van
Groeningen in 1913 een tweede aak, iets korter,
'Schollevaer' genaamd. Deze aak werd in 1928 naar Engeland
verkocht en ligt thans in Dublin. Een enthousiaste Ier
probeert thans het deerlijk verwaarloosde schip in een soort
vijfjarenplan geheel te restaureren.
Blinkert -
gebouwd in 1911 bij van Groeningen te Leiderdorp.
|
Kenmerken |
|
Afmetingen |
|
Plaquette |
503 |
|
Lengte over de stevens: |
1280 cm |
|
Naam: |
Blinkert |
|
Breedte inclusief berghouten: |
410 cm |
|
Type: |
Lemsteraak |
|
Diepgang: |
140 cm |
|
Categorie: |
A |
|
Masthoogte (boven water): |
1300 cm |
|
Zeil: |
VA 62
|
|
|
|
Herkomst |
|
Opp. grootzeil: |
50m2 |
|
Bouwjaar: |
1911 |
|
Opp. fok: |
20m2 |
|
Ontwerper: |
P. van Groeningen |
|
Opp. botterfok: |
- |
|
Bouwer: |
P. van Groeningen |
|
Opp. kluiver: |
10m2 |
|
Vestigingsplaats: |
Leiderdorp |
|
Opp. totaal: |
-
|
|
Bouw |
|
Aanvullende informatie |
|
Materiaal romp: |
- |
|
Homepage: |
- |
|
Materiaal kajuit: |
- |
|
Vorige namen: |
1911 Albatros 1926 Blinkert.
Brandeman. |
|
Onderwaterschip: |
- |
|
Opmerkingen: |
- |
|
Motor: |
Inbouw diesel |
|
|
|
Type motor: |
- |
|
|
5. 1912 - J.O.
v.d. Werft, Buitenstverlaat - Breeboeg- 11.24 m.
Dit schip, naar ontwerp van Zijlstra onder de naam 'Frisia'
gebouwd, heeft een uitgesproken boeierkont, terwijl de kop
iets van een aak heeft.
In 1931 verschijnt het schip als eigendom van de Jong te Den
Haag, daarna van Buskop te Rotterdam, die de naam verandert
in 'Leila'. In 1960 wordt J. Wiegersma te Zandvoort eigenaar
en de naam wordt 'Breeboeg'. In 1971 verkocht aan Buschmimn
te Barendrecht en thans eigendom van W.H. Stofberg te
Leimuiden.
|
Kenmerken |
|
Afmetingen |
|
Plaquette |
320 |
|
Lengte over de stevens: |
1100 cm |
|
Naam: |
Breeboeg |
|
Breedte inclusief berghouten: |
390 cm |
|
Type: |
Lemsteraak |
|
Diepgang: |
100 cm |
|
Categorie: |
A |
|
Masthoogte (boven water): |
1250 cm |
|
Zeil: |
VB 36
|
|
|
|
Herkomst |
|
Opp. grootzeil: |
43,37m2 |
|
Bouwjaar: |
1912 |
|
Opp. fok: |
22,74m2 |
|
Ontwerper: |
D. Zijlstra |
|
Opp. botterfok: |
- |
|
Bouwer: |
J.O. van der Werff |
|
Opp. kluiver: |
9,89m2 |
|
Vestigingsplaats: |
Buitenstvallaat |
|
Opp. totaal: |
-
|
|
Bouw |
|
Aanvullende informatie |
|
Materiaal romp: |
Staal |
|
Homepage: |
- |
|
Materiaal kajuit: |
Staal |
|
Vorige namen: |
Frisia 1912-19??. Lelia
19??-1960. Lailoe. |
|
Onderwaterschip: |
- |
|
Opmerkingen: |
- |
|
Motor: |
Inbouw diesel |
|
|
|
Type motor: |
Thorncroft |
|
|
6. 1913 - De
Boer, Lemmer - Trekvogel - 17.50 m.
Onder de naam 'Helena' werd dit schip gebouwd in opdracht
van de heer W.H. Kalis te Dordrecht. Later overgenomen door
Ir. S. del Monte te Rotterdam/Brussel, die de naam wijzigde
in 'Trekvogel'. In 1936 naar Engeland verkocht en daarheen
gesleept achter een coaster.
Eigenaar werd Mr. Lovegrove in Teddington aan de Thames, die
de Trekvogel kocht in plaats van de Bries van Jan Goos uit
Enkhuizen, sedert het vorige jaar in zijn bezit. De naam
werd Speriamo.
Heel snel werd de aak doorverkocht aan een Amerikaan, F.G.
Morill, die er een reis naar de Oostzee mee wilde maken.
De meesterverteller Jan Zetzema - die heel wat schepen voor
de makelaar Rambonnet naar Engeland overzeilde schreef mij
dat hij toen schipper op de Trekvogel werd en dat tot in de
oorlog is gebleven. Eind 1938 ging het schip naar Nederland
voor een opknapbeurt en om er zo mogelijk een koper voor te
vinden.
Dat lukte niet en dus terug naar Engeland voor de verhuur.
Bij het uitbreken van de oorlog werd de aak in Fowey aan de
Engelse ZW-kust opgelegd.
Tijdens de oorlog diende het schip als een soort drijvend
onderkomen voor geallieerde Marineofficieren aan de Engelse
oostkust. Daarna in verschillende Engelse handen. De laatste
Engelse eigenaar was A.M. Lane in Poole, die het schip van
binnen en buiten geheel in de ferrocement zette.
Toen het schip in 1976 werd gekocht door J.A.E. Kuyntjes te
Breukelen werd dan ook begonnen al dit cement weg te hakken
op de werf van Poppen in Lemmer (gevestigd op de plaats waar
sinds 1900 de werf van de Boer was gevestigd) 8 VA.
|
Uitvoering |
|
Jacht |
|
Bouwer |
|
Gebroeders De Boer |
|
Bouwjaar |
|
1913 |
|
Breedte |
|
5.00 meter |
|
Diepte |
|
1.25 meter |
|
Lengte |
|
17.54 meter |
|
Ontwerper |
|
A. de Boer |
|
Besturing |
|
Stuurwiel, hydraulisch |
|
Betimmering |
|
Origineel (1986 restauratie
uitgevoerd door Firma Stofberg en Zn.) |
|
Ligplaats |
|
Muiden |
Trekvogel - gebouwd in 1913 bij De Boer.
7. 1915 - De Boer
Lemmer - Onrust - 15.00m.
In opdracht van de heer W.H. de Vos te Dordrecht gebouwd en
na diens overlijden overgedaan aan de heer F.G. Spits te
Haren - 3 VA.
Bij de bouw van De Groene Draeck werd het ontwerp daarvoor
vergeleken met het bestaande lijnenplan van de Onrust.
Daarbij bleek hetzelfde karakter van de lijnen met slechts
onbetekenende verschillen.
De jaarlijkse wisselprijs van onze Stichting Stamboek Ronde
en Platbodemjachten, uitgereikt aan 'degene die zich
bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor het door de
Stichting nagestreefde doel', bestaat uit een zilveren model
van de Onrust, in 1958 door de beide zonen van de heer de
Vos aangeboden.
Het is wellicht aardig te vermelden dat diezelfde de Vos uit
Dordrecht in 1911 bij Stapel in Enkhuizen de aak 'niet
volmaakt' liet bouwen (12.60 x 4.00 m). Misschien kwam er
vier jaar later met de Onrust wèl het volmaakte schip!
Onrust -
gebouwd in 1915 bij De Boer.

De "W.H. de
Vosprijs", een zilveren model van de Lemsteraak " Onrust",
werd begin 2005 uitgereikt aan Martijn Perdijk, eigenaar van
de tjotter ‘Hilda’, die hij in 20 jaar tijd weer eigenhandig
heeft teruggebracht in een perfecte staat. In zijn toespraak
memoreerde de voorzitter van de SSRP het feit dat Martijn de
tjotter in zijn jeugdjaren als zeilend wrak kocht en vanwege
zijn financiële situatie besloot de restauratie zelf maar
ter hand te nemen. Met de nodige ups en downs is hem gelukt
weer een fraai ogend en snel zeilend schip op het water te
krijgen.
Zie ook (In
zijn dankwoord schetste Martijn in het kort de geschiedenis
van
restauratie van de
'Hilda'.
Een periode van 20 jaar, die startte in de tijd dat hij nog
op school zat. Twintig jaar later is de 'Hilda' met haar
bemanning weer de winnaar die de tjotter honderd(!) jaar
geleden ook was.)
8. 1919 - De Geus
v.d. Heuvel Amsterdam - Halley - 14.50m.
Voor eigen rekening van de werf gebouwd en pas in 1924
verkocht aan Ir G.J. van Dusseldorp te Den Haag. De daarop
volgende eigenaren waren:
1928 Mr J. van Beek
Calkoen, Dordrecht.
1930 Mr G. Jonker,
Haarlem.
1961 J.G. Bos, Baarn.
De huidige eigenaar -
sinds 1980 - is Ir V. Zwiers te Amersfoort. Pub!. Watersport
1926-1; 1928-293. Waterkampioen 1928-252,613; 1930-852;
1932-925; 1941-547.
Twee
boeieraken te Dordrecht. Links de 'Brandeman zie 12 en rechts de
'Halley'.
Voorzijde
fotokaart schipper Bouke Kuperus a.b. Lemmeraakjacht Heerlandia.

Adreszijde
fotokaart op voorzijde foto Heerlandia (1912)
De heer
Kuperus schrijft:
Op zoek naar
nadere gegevens over het Lemmeraakjacht "Heerlandia" trof ik
op uw site de gegevens aan van de "Brandeman". Naar mijn
mening is de Brandeman de oorspronkelijke "Heerlandia".
Ik verwijs daartoe naar de hier toegevoegde (bovenstaande)
afbeeldingen;
a) van het Lemmeraakjacht "Heerlandia" (de tekst daarop is
door mij toegevoegd) en
b) de adreszijde van deze fotokaart.
Daaruit blijkt dat het schip op zondag 10-11-1912 in de
jachthaven Kudelstaart lag, toen er door twee heren uit
Amsterdam interieurfoto's werden gemaakt. Schipper was Bouke
Kuperus (1882-1961).
Over de schipper (mijn grootvader) kan ik nog mededelen dat
hij in zijn werkzame leven o.m. schipper was in dienst van
particuliere eigenaars bekend is de directeur van Bols en de
consul-generaal van België baron Van der Capelle.
Heeft
iemand als lezer meer informatie over de "Heerlandia" wilt
U deze a.u.b. met ons delen en op bovenstaand contactadres
door willen geven?.
9. 1920 - J.P.G.
Thiebout Amsterdam - Pijlstaart - 15.35m.
Het bijzondere aan dit schip is dat het geheel van teakhout
is gebouwd.
Teakhout is echter niet voldoende buigzaam om de ronde kop
van de Lemsteraak te krijgen. Men kwam daar bij de
Amsterdamse Scheepswerf Thiebout, waar deze aak in 1921 werd
gebouwd, pas achter door de ervaring en dus moest er een
nieuw lijnenplan worden gemaakt. Eigenlijk is het schip dus
tweemaal gebouwd. Het gevolg is geweest, dat de vormen iets
afwijken van de gebruikelijke.
Het schip kreeg iets slomere waterlijnen, een spitsere kop
en smallere gangen. Opdrachtgever was Mr L. Pieters te
Rotterdam die het schip in 1930 naar Zuid-Frankrijk
verkocht, eigenaar Reginald Morphew. Tijdens de oorlog in
handen van partizanen en door de Duitsers getorpedeerd bij
de landing in Sicilië. Later door Italianen gelicht en als
smokkelschip gebruikt.
In 1951 weer terug in handen van de rechtmatige Franse
eigenaar. Na terugkeer in Nederland opgeknapt bij Stofberg.
De huidige eigenaar is Ir J. Boel te Kraggenburg (65 VA).
Pub!. Watersport 1927-45; 1928-309; 1929-43; 1931-30 nov.,
319 ev.; Waterkampioen 1928-770; 1942-515; 1951- 226, 256;
Ons Element 1923-272; 1926-165.
De 65 VA
10. 1918 -
Akerboom Boskoop - Vrouwe Egbertje - 12.67 m.
Dit is de Alcedo I, gebouwd door E.H. Vinke te Rotterdam.
Een beschrijving en tekeningen zijn te vinden in het
tijdschrift Watersport 1919, pag. 30 e.v. Akerboom werkte
regelmatig met de ontwerpers Kersken en Zijlstra en Kersken
heeft altijd beweerd dat de 'Alcedo' eigenlijk gebouwd zou
zijn volgens zijn tekeningen van de aak 'Vivo' (hetgeen
Akerboom uiteraard ontkende).
In 1927 werd de 'Alcedo I' verkocht aan een zekere Kettle te
Hamburg, een Amerikaan die vele tochten naar Polen en
Denemarken gemaakt schijnt te hebben. In Mannheim liet hij
in 1957 een binnenbetimmering, e.v.-ketel met radiatoren,
mercedesmotor en een hand genaaid tuig aanbrengen. Daarna
terug in Nederland als eigendom van een schoonzoon van van
Lent, de werf op de Kaag, namelijk van Bergen van
Henegouwen.
In 1965 gekocht door de huidige eigenaar, D. v.d. Schoot te
Harlingen.
Pub!. Waterkampioen 1927-111; 1936-211.
De Vrouwe
Egbertje.

Vrouwe
Egbertje - gebouwd in 1818 bij Akerboom te Boskoop.
11. 1921 - De Boer Lemmer - Lemsterlicht - 11.56m.
Gebouwd in opdracht van de Antwerpse bankier Jacq
Lauwerijs. Naam van het schip was Gaby volgens de
jaarboekjes van de R.Y.C.B. van 1931 tot 1938.
Daarna in Spanje terechtgekomen en door de
Nederlander Melis in Torremolinos verhuurd voor
tochten op de Middellandse Zee. Naam: 'Woelwater'.
Daarna in 1972 gekocht door W. Croon te Heemstede
die het verwaarloosde schip grondig heeft laten
restaureren. Naam: Lemsterlicht (77 VB).
|
Kenmerken |
|
Afmetingen |
|
Plaquette |
591 |
|
Lengte over de
stevens: |
1156 cm |
|
Naam: |
Lemsterlicht |
|
Breedte inclusief berghouten: |
382 cm |
|
Type: |
Lemsteraak |
|
Diepgang: |
90 cm |
|
Categorie: |
X |
|
Masthoogte (boven water): |
1600 cm |
|
Zeil#: |
VB 77
|
|
|
|
Herkomst |
|
Opp.
grootzeil: |
48m2 |
|
Bouwjaar: |
1921 |
|
Opp. fok: |
- |
|
Ontwerper: |
A. de Boer |
|
Opp.
botterfok: |
25m2 |
|
Bouwer: |
Gebr. De Boer |
|
Opp. kluiver: |
22m2 |
|
Vestigingsplaats: |
Lemmer |
|
Opp. totaal: |
-
|
|
Bouw |
|
Aanvullende
informatie |
|
Materiaal
romp: |
Staal |
|
Homepage: |
- |
|
Materiaal
kajuit: |
Staal |
|
Vorige namen: |
Gaby.
Woelwater. |
|
Onderwaterschip: |
- |
|
Opmerkingen: |
- |
|
Motor: |
Inbouw diesel |
|
|
|
Type motor: |
Perkins 72pk |
|
|
12. 1923 - Antwerp Engineering Company - De
Brandeman - 15.00 m.
Over het bouwjaar van deze aak bestaat enige
onzekerheid omdat in de correspondentie van
naoorlogse eigenaars ook het jaar 1912 wordt
genoemd.
Lloyd's Register of Yachts van 1924 t/m 1932 noemt
echter steeds nadrukkelijk 1923, zodat we ons daar
voorshands aan houden.
De Antwerp Engineering Company bestaat reeds lang
niet meer. De aak werd van zeer zwaar materiaal
gebouwd naar een ontwerp van D. Zijlstra te Amsterdam
voor A.v.d. Gehuchte te Antwerpen.
Volgens Lloyd's was de eerste naam Arlus,volgens de
jaarboekjes van de R.Y.C.B.- waar het schip in 1924
voor het eerst voorkomt - echter Argus. In 1928 werd
de aak gekocht door Mr. T.A. Wagtho te Rijswijk die
de naam wijzigde in 'De Brandeman' naar het
gelijknamige vuurtorentje op het eiland Tholen
waar de familie Wagtho oorspronkelijk
thuishoorde.
De
Amsterdamse Scheepswerf G.de Vries Lentsch Jr. is
lange tijd eigenaar geweest (vanaf 1932?)voor eigen
gebruik en verhuur.
In 1948 verkocht aan Mevrouw Stork te Weesp, die het
schip in het begin van de zestiger jaren naar
Engeland verkoopt aan E.W.Spears, Bexley.
Deze is bijzonder enthousiast en komt persoonlijk de
Stichtingsplaquette halen bij mij in Wassenaar.
Na sinds 1973 eigendom geweest te zijn van E.P.J.
Leitho en R.J. Kimber werd de aak in 1978 door
bemiddeling van
G. de Vries Lentsch Jr. Jachten BV verkocht aan
Stofberg in Leimuiden.
Ook J.L. Landsman te Loenersloot was geïnteresseerd
in het schip en zeer teleurgesteld toen hij vernam
dat het schip verkocht was.
Stofberg kreeg echter plotseling een bouwvergunning
voor een nieuwe loods en ter financiering van die
investering werd De Brandeman prompt verkocht aan de
heer Landsman. Een uitvoerig artikel met tekeningen
en foto's staat in de Waterkampioen van 1928, pag.
611 e.v.
De Brandeman (VA26) Deze
Lemsteraak is in 2007 verkocht via Dirk Blom
Lemsteraken.

Lijnentekening van de boeieraak 'De Brandeman',
ontwerp D. Zijlstra, Amsterdam
13. 1925 - Akerboom - Vrouwe Maria - 11.55 m.
Onder de naam Wielewaal werd dit jacht gebouwd door
WA Pieterson te Rotterdam (OB 7). Het model is een
iets kleinere versie
van de Alcedo I (= de huidige Vrouwe Egbertje). De
kajuitbouw was lang en de kuip daardoor betrekkelijk
klein: In het vooronder waren niet minder dan 7
slaapplaatsen.
Van 1952-1956 was de aak eigendom van N.A.G. Pessers
te Waalwijk, daarna tot 1960 van Dr.W.F. Bonte
's-Gravenland en vervolgens van J. Hoving te
Amsterdam/Naarden onder de naam Margaretha.
In 1973 gekocht door de huidige eigenaar J.G. Alsema
te Zuidlaren. De naam is thans Vrouwe Maria (17 YB).
Een grote en fraaie foto is afgedrukt in de
Waterkampioen 1966, pag. 108/109. Publ. in
Watersport 1926-23, 101; 1927-81, 201; 1928-23;
1932-121; Waterkampioen 1927-86, 125; 1928-109;
1950-375.
Vrouwe Maria - gebouwd in 1925 bij Akkerboom in Boskoop.
14. 1927 - Akerboom - De lachende Beer - 17.05m.
Naar ontwerp van D. Zijlstra gebouwd voor E.H. Vinke
te Rotterdam onder de naam Alcedo 11. Na het
overlijden van de eerste eigenaar in 1951werd het
schip door de zoon van een kitstuig voorzien waarbij
de oorspronkelijke mast als beo zaanmast werd
gebruikt. Tevens werd toen een midzwaard
aangebracht.
Gelukkig heeft de volgende eigenaar - Sol - weer
gewone zwaarden doen plaatsen, en het midzwaard
'opgeborgen' in een grote afgesloten zwaardkast in
de kajuit.
Sinds 1965 eigendom van H. Zwart te Rotterdam
(overleden 1981). Pub!. Waterkampioen 1927-189;
1951-167.
|
Kenmerken |
|
Afmetingen |
|
Plaquette#: |
497 |
|
Lengte over de
stevens: |
1705 cm |
|
Naam: |
Alcedo |
|
Breedte inclusief berghouten: |
498 cm |
|
Type: |
Lemsteraak |
|
Diepgang: |
120 cm |
|
Categorie: |
A |
|
Masthoogte (boven water): |
1925 cm |
|
Zeil#: |
-
|
|
|
|
Herkomst |
|
Opp.
grootzeil: |
150m2 |
|
Bouwjaar: |
1927 |
|
Opp. fok: |
- |
|
Ontwerper: |
D. Zijlstra |
|
Opp.
botterfok: |
- |
|
Bouwer: |
H. A. Akerboom |
|
Opp. kluiver: |
- |
|
Vestigingsplaats: |
Boskoop |
|
Opp. totaal: |
-
|
|
Bouw |
|
Aanvullende
informatie |
|
Materiaal
romp: |
Staal |
|
Homepage: |
- |
|
Materiaal
kajuit: |
Staal |
|
Vorige namen: |
Alcedo ll. De
Lachende Beer. Vanaf 2000 weer Alcedo. |
|
Onderwaterschip: |
Midzwaard |
|
Opmerkingen: |
- |
|
Motor: |
Inbouw diesel |
|
|
|
Type motor: |
- |
|
|
15. 1929 - De Boer
Lemmer - Markab - 17.50 m.
Op 12 juni 1929 werd de 'Dolfijn',gebouwd in
opdracht van M.Sanders te Amsterdam, in Lemmer te
water gelaten. Van 1939-1962eigendom van Mr.J.P.
Carp te Amsterdam, naam gewijzigd in 'Neerlandia'.
Na beslagname na de oorlog kwam het schip onder
berusting van een bank, lag jarenlang in een
Amsterdamse gracht en werd voor bewoning verhuurd.
Heeft daarna een tijdlang te Monnickendam gelegen,
waar het Stichtingsbestuur met de beeldhouwster
Mevrouw Schouten het ontwerp voor de roerversiering
van 'De Groene Draeck' op het roer van de 'Neerlandia'
probeerde. Het schip heeft een
bijzonder fraaie betimmerde salon en met de hand
ingelegde monogrammen van de vier windstreken. In
1962 is het verwaarloosde schip gekocht en
gerestaureerd door H.W. Grimm te Leverkussen met
ligplaats Medemblik en Kudelstaart.
De naam werd gewijzigd in 'Markab' (2 VA). De 'Markab'
heeft een waterverplaatsing van niet minder dan 65
ton. Pub!. Watersport 1932-3, Waterkampioen
1929-494; 1931-494; 1934-717; 1939-867.
Markab - gebouwd in 1929
bij De Boer
16. 1900- HD 82 - Op Hoop van Zegen - A. van der Zee
Ook
deze houten aak is in Joure gebouwd maar het juiste
jaar heb ik ondanks intensief speurwerk niet met
zekerheid kunnen vaststellen.
Vroegere eigenaren menen dat de aak in of omstreeks
1894 gebouwd zou zijn voor de visserman Rayer in
Hoorn. Dan zou dit dus de oudste aak zijn. Maar de
Jouster werfboeken vermelden in die jaren geen
enkele aak van deze afmetingen, terwijl een
inschrijving in het visserijregister van Wieringen
uitdrukkelijk 1900 als bouwjaar aangeeft.
Daar houden we het voorshands dan ook op, hoewel. ..
er ook voor dat jaar niets in de werfboeken staat.
De vissersfamilie Rayer was in ieder geval een
bekende afnemer van de Jouster werf en reeds in 1888
kochten ze een kleine, zogenaamde Friese aak van 25
voet.
Ook viste R. Rayer met de aak HN 53, maar of dat ons
schip is? Na de Hoornse visserij periode werd de aak
op een gegeven moment voor de visserij
uitgeschreven. Misschien was dit in 1929. Toen R. PH.
Rayer van de Zuiderzee steunwet gebruik maakte en de
visserij er aan gaf. De aak werd daarna
respectievelijk gebruikt voor de visserij-inspectie,
voor groente- en turfvaart en voor opslag van
visserijbehoeften. De bun werd er daarbij
uitgehaald. In 1935 wordt de aak vervolgens opnieuw
ingeschreven als W.R. 215 door Hendrik de Boer uit
Anna Paulowna.
Naam: Drie Gebroeders. De aak 'havent' - zo zegt de
kaart - in Den Helder en krijgt dan ook in 1939 de
registratie HD 82.
Dan zijn de broers Hendrik en Pieter de Boer
eigenaar die de aak grondig laten opknappen bij
Douwe Wybrands in Hindeloopen ('6 weken hard
werken').
In 1970 wordt de dan ongetuigde aak gekocht door de
marineofficier Oldenboom. Een nieuw grenen dek wordt
geplaatst en de beschieting in het vooronder
vernieuwd. Een oud tuig van de botter de Jonge Jaap
werd aangeslagen. Tijdens ijsgang in de haven van
Den Helder gezonken.
Nadat daarna J. van Baaien te Utrecht nog kort
eigenaar werd behoort deze oude aak van Aukebaas
thans toe aan H.J. Jansen te Schiedam.
HD 82
- Op Hoop van Zegen - in 1900 (?) gebouwd door A.v.d.
Zee te Joure
17. 1909 - EH 64 - De Gouden Engel - Apello
Zwartsluis
De Enkhuizer visserman Jan Goos
was de opdrachtgever van deze aak, waarvan het
model, en met name de kop, afwijkt van de normale Lemsteraak.
De koopprijs was rond f 3.300,-, naam: De Drie
Gezusters, naar de drie dochters van Gaas. Uit het
dagboek van Jan Goos (1877-1950), bewerkt door K.
Boonenburg en uitgegeven door P.N. van Kampen &
Zoon, blijkt dat Goos niet alleen met de Drie
Gezusters op haring, ansjovis en bot viste, maar het
schip ook verhuurde en tochten met gasten maakte.
Daartoe werd eerst een soort overkapping van
zeildoek over het ruim gemaakt en later zelfs een
vaste roef aangebracht. De andere vissers vonden dat
maar gek, doch Goos schrijft: 'Wat zou het dat er
een roef op staat? Op een tjalk staat ook een roef
en er wordt toch ook mee op ansjovis gevist!' Eind
1915 wordt de aak als pleziervaartuig gekocht door
O.M. Fürst te Amsterdam, die de naam wijzigde in
Razende Bol.
In 1920 wordt de transportondernemer W.H. Kersken
uit Gendringen eigenaar, maar in 1927 koopt O.M.
Fürst het schip terug en laat de roef van Jan Goos
verbouwen tot een royale salon, drie slaaphutten en
een - niet erg fraaie - dekhut. Tevens wijzigt hij
de naam in Vlieland.
In 1939 wordt vervolgens P. Schoen eigenaar. Na
diens overlijden gaat de aak in 1968 naar
Zuid-Frankrijk en vaart onder de naam Adagio 11 en
Loleil.
Eigenaren respectievelijk Bouchier, Mangematin en
Sevestre. In 1981 terug in Nederland en gekocht door
F. de Vos in Amsterdam;
de naam gewijzigd in De Gouden Engel. (29 VA).
Publ.: Ons Element 1920-328, 437; Waterkampioen
1927-304,339: 1939- 564; 1950-164.
Jan Goos uit Enkhuizen.
Levens verhaal Jan Goos
EH 64
- De Drie Gebroeders - gebouwd in 1909 bij Appelo in
Zwartsluis.
18. 1910 -
EH 69 - Tweestrijd - Gebr. de Boer
De visserman Willem Lub in Enkhuizen werd de
eerste eigenaar van deze 45-voet aak voor de
somma van f 2.160,- zeilklaar. Later werd de
aak overgenomen door Piet Lub die hem in
1934 verkocht aan drie broers Teunis, Klaas
en Riewert Goos te Enkhuizen. Op hun beurt
verkochten deze de schuit in 1946 aan Gerke
Mulder te Hindeloopen (HI 6). Deze herkende
vele jaren later de aak onmiddellijk hoewel
er een kajuit op zat en de kleuren anders
waren. In 1955 gekocht door H.W. Tilanus te
Geervliet die in 1956 bij de Boer de deken
liet weghalen en een kajuit plaatste.
Voorzover mij bekend is dit het enige geval
dat bij de Boer zelf een vroeger gebouwde
vissersaak tot jacht werd verbouwd. De naam
van het schip is thans 'Tweestrijd'.
EH 69 - Tweestrijd
- gebouwd in 1910 bij De Boer
19. 1910? -
Elck syn sin - Gebr. de Boer
De geschiedenis van deze aak is (nog) niet
met zekerheid bekend. Als bouwjaar is wel
1904 genoemd en als opdrachtgever Maarten
Blauw. Maar deze naam komt niet in Lemmer
voor en in 1904 is de bouw van een 42-voet
aak nergens terug te vinden.
Gezien deze maat van 42-voet zou het de aak
kunnen zijn die in 1910 werd afgeleverd aan
L. van der Veen te Urk. Later was Symen
Brouwer te Urk eigenaar.
Het schip is in opdracht van G.L. van
Iterson te Landsmeer tot jacht verbouwd door
Stofberg. De huidige eigenaar is L.C. de
Groot te ArkeI.
20.
1912? - Wybigjen - Gebr.de Boer
Vermoedelijk, maar zekerheid daaromtrent is
er niet, is dit het 'kleine aakje' dat in
1912 werd afgeleverd aan J. Steenstra (te
Lemmer?)
Naar model is het een typisch binnenaakje.
Het schip heeft lang in de Heerengracht te
Leiden gelegen als eigendom van kleermaker
Blesot.
De huidige eigenaar, P.J. Nobel te Leiden
heeft de aak grondig doen restaureren.
21. 1913 -
PI 37 - Avontuur - Stapel
Als bouwnummer 90 werd deze aak van 13.36 m.
op de werf 'Vooruit' te Enkhuizen gebouwd
voor Gustave Rammeloo-de Zutter in
Philippine en begin januari 1914 afgeleverd.
In 1923 kocht deze visser een grotere 16 m
lange aak in Enkhuizen en kwam de Avontuur
in handen van Th. Rammeloo onder het
registratienummer PI 31.
De omschrijving van het soort vaartuig is
bij de eerste inschrijving wel merkwaardig,
namelijk 'motorbunsloep (vischaak)'!
Zoals zovele Zeeuwse schepen werden ook
beide schepen van de familie Rammeloo door
de Duitsers in het begin van de
bezettingsjaren gevorderd.
In juli 1945 aan de Belgische kust
teruggevonden en aan de rechtmatige
eigenaars teruggegeven.
De Zeeuwen gaan jaarlijks naar de Wadden om
mosselzaad te halen en dat verklaart dat in
februari 1945 de aak werd gekocht door J.P.
Visser, een garnalenvisser uit Moddergat.
En als herinnering aan de vroegere vloot van
Paessens Moddergat werd de aak toen als
motorblazer ingeschreven
onder nummer WL 18. In hetzelfde jaar werd
het schip echter al weer verkocht en wel aan
Giljam Verkamman, bijgenaamd de Pelgrim uit
Tholen: TH19. Naam Drie Gebroeders.
Nadat ook diens broer Arie enige jaren met
de aak had gevist werd zij in februari 1967
als pleziervaartuig verkocht en in het
visserijregister doorgehaald.
Na een jaar gebruikt te zijn voor de
sportvisserij vanuit Bruinissewerd in 1968
de aak door de Machinehandelaar Maaskant
verkocht aan D.Kloos te Leiden. Deze - zelf
werkzaam bij een werf - verbouwde het schip
in eigen beheer eerst tot motorjacht, maar
in 1972 weer tot zeiljacht onder de naam
Lady Jane (82 VA).
In 1982 werd de aak gekocht door de
Koninklijke Nederlandse Zeil en
Roeivereniging te Muiden om als
begeleidingsschip te worden gebruikt bij de
zeilopleiding van jeugdigen van eigen en
bevriende verenigingen. De oude naam
Avontuur werd in ere hersteld.
WL 18.
PI 37 -
Avontuur - met links eigenaar G. Rammelo,
gebouwd in 1913 bij Stapel in Enkhuizen.
VL 77
"Drie Gebroeders"
De VL77 is omstreeks 1948
gebouwd op de RAL werf van de gebr.
Nugteren te Amsterdam, als een
professioneel vissersvaartuig. Volgens
prof. Gerritsen en volgens 'Spiegel der
Zeilvaart' artikelen is het schip
typerend voor de wederopbouw van de
kleine vissersvloot na de oorlog en
tevens typerend voor de overgang van
hout naar staal. Eerst gevaren als
visserman HK10 op het IJsselmeer , later
verkocht aan de Tholense visser 'Verkamman'
en als de TH19 tot 1977 gevist op de
Oosterschelde en het Grevelingenmeer.
Verkammam wilde later met z'n 2 zoons
een groter schip en kocht de Wieringer
23. Hij wilde graag z'n eigen reg.nr .
behouden zodat ik het schip het nr. VL77
gegeven heb. zie voor meer info
'De Drie Gebroeders'
22. 1914
- KP 10 - de Kamper van Goor - Kampen
In 1914 werkte
E. van Goor nog alleen (kort nadien tezamen
met B. Schepman) en bouwde toen onder meer
twee aken van 45 voet.
Een daarvan was voor de visser Sybren
Reumer,een opkoper van paling.
Deze liet een grote bun aanbrengen om z'n
voorraad paling te bewaren.
De aak bleef tot 1967 in bezit van Reumer en
werd toen verkocht aan T. Jansen. Deze zag
tegen de verbouwingskosten op en deed het
schip nog hetzelfde jaar over aan G.A van
der Sluis te Kampen.
De verbouwing werd uitgevoerd door Y. de
Jong te Durgerdam. De opstaande kuiprand die
de Jong (overleden in augustus 1981) bij al
zijn schepen aanbracht vinden we ook bij 'de
Kamper' (55 VA)terug.
KP 10 - De kamper - in 1914
gebouwd bij Van Goor te Kampen
23. 1917
- WL 18 - De Boer
Deze 50-voet
aak is voor Belgische rekening gebouwd maar
was in 1919 al weer terug in Nederland en
eigendom
van Leon Wijnen te Philippine:
PI 48 Drie Gebroeders. In 1924 ging de aak
over in handen van Aug. van Hurck (PI 47)
waarna in 1928 de Gebr. de Rooy in Yerseke
eigenaar werden: YE 50.
In 1940 werd de aak gevorderd, in 1942 naar
Duitsland afgevoerd en in 1945 weer
teruggegeven aan de oude eigenaars.
Dan verhuist het schip van de Zeeuwse
stromen naar de Wadden en wordt in 1951 S.
Kroeze te Delfzijl de nieuwe eigenaar: DZ
78.
Drie maanden later wordt de inschrijving in
het visserijregister echter gewijzigd,
eigenaar wordt Ekkert de Vries terwijl S.
Kroeze als schipper vaart op z'n vroegere
schip. Dat duurt tot 1956, wanneer de aak
wordt verkocht aan Jan P. Visser te Nes in
de gemeente West-Dongeradeel: WL 18.
Dan wordt nog één keer - in 1959 - een
andere garnalenvisser eigenaar, Monte Post
die de aak verkoopt aan Stof berg in
Leimuiden.
Via G. Portengen en H. Smit/P. Dekker komt
het schip tenslotte in 1980 in bezit van de
huidige eigenaar J.P. van Lohuizen te Weesp.
WL 18 - gebouwd in 1917 bij De
Boer
24. 1919 -
Schokland - G. de Vries Lentsch
Tot op zekere hoogte hoort deze aak niet in
dit overzicht thuis want het is immers van
origine geen vissersschip maar een
'rijksvaartuig' dat in opdracht van
Rijkswaterstaat de verbinding onderhield
tussen het eiland Schokland en de vaste wal,
met name Kampen.
Daarvoor gebeurde dit met een botter, maar
toen deze na vele jaren dienst op was werd
door Rijkswaterstaat aan Thiebout opdracht
verleend tot het ontwerpen van een ijzeren
aak met hulpmotor.
Van deze ontwerper is bekend dat hij de
opvatting koestert dat ook in een tot
perfectie uitgegroeid scheepstype nog
veranderingen kunnen worden aangebracht en
dienovereenkomstig week het ontwerp
enigszins af van het gangbare model
Lemsteraak.
Op Schokland had men dan ook nog al wat
kritiek toen de aak voor het eerst de haven
binnenvoer. Het lijkt wel een varken, zei de
schipper van de botter - Gait de Bok -
minachtend, vooral doelend op de zware kop.
En dat werd zelfs de onofficiële naam van de
aak: 't Vèrken.
Schipper Gáit (Gerrit Huisman) liep in
1927 bij een brand aan boord een'
derdegraadsverbranding op en de aak werd
sindsdien weinig meer gebruikt.
Het schip werd later tot jacht verbouwd en
vaart thans onder de toe passelijke naam
Schokland als eigendom van F.J. ten Berge,
Heemstede - 68 VA. De tekening van deze aak
was niet te achterhalen, maar bevindt zich
wellicht in het archief van de werf (1910-
1926) dat bij het Maritiem Museum Prins
Hendrik te Rotterdam berust. Publ.
Waterkampioen 1977 pag. 4356 ev.
De
Lemsteraak de Schokland is in 1919
gebouwd door de G. Vriesch Lentsch te
Nieuwendam naar een eigenzinnig ontwerp
van Thiebout. De opdracht tot de bouw
werd gegeven door Rijkswaterstaat. Dit
'Rijksvaartuig' (RWS 416) onderhield de
verbinding tussen het toenmalige eiland
Schokland in de Zuiderzee en de vaste
wal (voornamelijk Kampen).
Lemsteraak de Schokland is een
geregistreerd varend monument (Reg.Nr. A
1242).
De ligplaats is Makkum, is onder nr. 918
ingeschreven in het stamboek voor rond-
en platbodems en is te huur voor
enthousiaste ervaren zeilers en
liefhebbers van varend maritiem erfgoed.
Afmetingen
en maten van de Schokland
(zeilnummer VA 68):
Lengte 13,50 m;
breedte 4,00 m; diepgang 1,10 m. De
hoogte van de mast boven water is
15,00 m. De waterverplaatsing is 18
ton en de rompsnelheid is 7-8
knopen. De dieseltanks hebben een
inhoud van 300 liter en de
watertanks zijn 200 liter groot. Het
zeiloppervlak aan de wind is 85 m²
(ex. de halfwinder, die is 75 m²).
De motor is een 80 pk Lister diesel
met een PRM keer-koppeling (2:1). De
rompsnelheid vraagt 1700 omw./min.,
het maximum aantal toeren 1900
omw./min.. Elektra is 24 volt.
Zeilen:
Grootzeil, Fok en
Kluiver. Bij windkracht 4/5 kluiver
weghalen. Bij windkracht 5 en 6
eerste/tweede rif in het grootzeil
en bij windkracht 7 derde rif in het
grootzeil en eerste rif in de fok.
Bij windkracht 7 is het niet
raadzaam om uit te varen. Bij
windkracht 8 of meer is het niet
toegestaan om uit te varen. De aak
is uitgerust met bakstenen; vanaf
windkracht 3 en te allen tijde met
de halfwinder, is het verplicht deze
te gebruiken.
De Schokland -
gebouwd in 1919 bij G. de Vries Lensch te
Nieuwendam.
25. 1924 -
Stapel- PI 66 - Hilda
Op de werf 'Vooruit' van Stapel te Enkhuizen
(thans Spaarndam) werden sedert 1910
verschillende visaken en mosselaken gebouwd.
De aanvankelijke lengte van 12.60 m groeide
allengs tot 16.30 m.
De op een na laatste aak was de PI 66,
bouwnummer 181, die op 31 Mei 1924 te water
werd gelaten voor Emile F.A. Abroscheer te
Philippine.
Schipper op de aak werd Omère Muytinck. De
naam was Hilda. Bekend is dat het schip in
1940 door de Duitsers werd gevorderd en naar
IJmuiden vervoerd. Pas in 1946 weer vrij
gegeven.
Op 27 juli 1953 werd de aak verkocht aan de
visser J. Nachtigall te Husum (D). In de
zeventiger jaren tot jacht verbouwd en thans
eigendom van Th. Vermeulen te Ilpendam (80
VA).
PI 66 - Hilda - gebouwd in 1924
bij Stapel te Enkhuizen
26. 1930-
ZZ 4 - Saeftingé - A. de Boer
Reeds in 1887 'exporteert' Pier de Boer een
aak naar Enkhuizen en in 1891 wordt de
eerste mosselaak naar Bruinisse geleverd.
Deze 'Bruinisser jachten' waren snelzeilende
schepen, iets breder, achter lets voller en
iets minder diepstekend dan de aken van de
Lemster vissers. Wanneer in 1925 de Gebr. de
Boer uit elkaar gaan, blijven Dirk de Boer
en zoon Arie op de werf. Een enkele aak
wordt gebouwd. Op 12 oktober 1929 wordt een
aak van 15.25 x 14.50m voor P.J. Blommaert
te Zierikzee aangenomen. Het werk begint op
28 februari 1930, de tewaterlating volgt op
2 mei en de oplevering op 13 mei. Naam: 'Op
Gods vertrouwen'. Uitvoerige berekeningen,
pagina's vol, zijn gemaakt betreffende de
waterverplaatsing van de aak in verband met
het te vervoeren gewicht aan mosselen. Op 8
mei, vlak voor de overdracht verzekert Arie
de Boer dat met een lading van 30 ton
mosselen het schip 'een gelijklastige
diepgang van plusminus1.33 m zal hebben of
12 cm beneden onder het berghout'.
Petrus Blommaert die, zoals de oude vissers
zeggen, 'geen school heeft gehad', stond
bekend als een zeer slim en onderlegd
iemand. Hij maakte zijn eigen zeekaarten zo
dat hij bij mist en donker de weg kon
vinden.
Hij was bovendien financieel een zeer
succesvol visser en kreeg in Zierikzee de
bijnaam: De Paus. Hij viste vooral mosselen
op de Oosterschelde.
Toen een nieuw schip aan de orde kwam moest
Blommaert 'een kapabel' schip hebben. Het
zou een kotter of een Lemsterjacht worden.
Na principiële bespreking heeft Arie de Boer
zelf toen de vraag gesteld: Wat moet ge
hebben, buiswater of pompwater? waarop
Blommaert heeft geantwoord: dan maar liever
buiswater.
(Met dat pompwater werd bedoeld water in hét
ruim dat moet worden uitgepompt; algemeen
werd aangenomen dat die kleinere kotters wel
eens gemakkelijk onder de golven doken). Er
zijn toen twee Lemmeraken gebouwd van
dezelfde afmetingen; één voor Heine Baay uit
Tholen die eind maart 1930 klaar was en een
tweede voor P. Blommaert. Op het eind van de
bezetting is het schip gevorderd in
Vlissingen. Met een paar kogelgaten in de
romp is het teruggevonden in Flensburg.
Een
sleepbootkapitein, die de ZZ-4. heel goed
kende en het schip toevallig zag liggen in
Flensburg heeft het meteen maar aangepikt en
meegebracht.
In 1957 verkocht Blommaert het schip aan
zijn zwager Jan de Rooy uit Paal (in heel
Z-Vlaanderen bekend als Jantje Patat) voor f
15.000,-. Van toen af voer het schip onder
de letters GRA-2 (Graauw-2).
Omdat Jan geen mosselenpercelen in de buurt
had toegewezen gekregen door de Coöperatie
(alleen de naam van deze instelling maakt
hem nog van streek) moest er op mosselen en
mosselzaad gevist worden op de Waddenzee,
een heel eind van huis dus.
Er werd continu dag en nacht gevaren.
Intussen waren er krachtige motoren op de
markt gekomen. Om mee te kunnen werd dan een
schroevendraaier tussen de regulateur
gestoken zo dat de motor enkele klappen meer
maakte. Dat kostte elk jaar een zuiger maar
de prijs hiervan woog. niet op tegen een
nieuwe motor.
Toen de bekende parasieten, de wormpjes, in
de mossel kwamen werd overgegaan op de
garnaalvisserij maar het ongelukkig toeval
wil dat er twee jaar geen garnaal zat zo dat
ook deze activiteit een verlieslatende zaak
was.
In 1961werd de GRA-2 dan verkocht aan een
oesterteler uit Yerseke - Jac. Kreyger -
voor f 16.000,-. Het kreeg de letters Ye.85
en werd uitgerust voor de oesterkwekerij.
Toen de oesters hier grotendeels vernield
werden, is ook het bedrijf van Kreyger
gesaneerd en in 1964 werd de aak verkocht
aan de huidige eigenaar O.P.C. Werkers te
Nieuw-Namen, die er de naam Saeftinghe aan
gaf.
In Terschelling werd van Jan Doeksen gekocht
al het rondhout, zwaarden, zeilen en verdere
tuigage van de botter Zomerland, die een
paar dagen daarna in opdracht van de
eigenaar tot zinken werd gebracht.
Op de werf van Verras te Paal werd de aak
vervolgens tot jacht verbouwd in zijn
huidige vorm.
De Gra.2
ZZ4 - Saeftinge -
gebouwd in 1930 bij De Boer. Van tewaterlating
via de 'korven' tot jacht.
Saeftinge, met het
embleem van het bouwjaar.
Saeftinge.
Ziehier dus het overzicht van de vóór 1930
gebouwde Lemsteraken die thans nog in
Nederland als jacht in de vaart zijn. Zij
vormen een kostelijk bezit dat verdient met
zorg en liefde in stand te worden gehouden.
Dit overzicht heeft geen andere pretentie
dan datgene dat van de oude aken bekend is
te hebben verzameld en vastgelegd. Naar
volledigheid is daarbij gestreefd, maar of
dat is gelukt? In ieder geval heb ik niet de
levensloop kunnen achterhalen van de in een
advertentie in de Waterkampioen van juli
1981 aangeboden 50-voets aak. De informatie
in de advertentie zelve is in ieder geval
voor een deel onjuist. Afgaande op de
werfboeken van de Boer ben ik geneigd aan te
nemen dat we hier te doen hebben met de aak
die in 1910 werd geleverd aan G. Buis te
Enkhuizen en waarvan het werfboek zegt:
gelijk aan J. Blauw (= de twee jaar eerder
gebouwde LE 8, thans Vrouwe Antoinette
Elizabeth).
Het aantal nog varende oude Lemsteraken, zo
blijkt uit het bovenstaande, is verrassend
groot.
Niet minder verheugend is het feit dat in de
laatste jaren een zo sterk belangstelling
voor dit fraaie scheepstype valt te
constateren. Daarbij wedijveren enkele
bekwame scheepsbouwers als het ware met
elkaar in het bouwen van fraaie en snelle
jachten waarin zij als vanouds iets van zich
zelf, van hun eigen kunnen tot uitdrukking
brengen.
Elsemoer - gebouwd
in 1974 bij Y. Blom te Hindelopen. 'De nieuwe
generatie'
Deze
prachtige (jacht) Lemsteraak "Louise" is
in bezit van Peter Plönes.
Het
jacht is in 1982/83 gebouwd door 'De
Nieuwe Kielkade' te Bolsward (ontwerper
Tj. Brinksma).
Home