De Jachten.

De eerste direct als jacht gebouwde aken.

Hoewel de opzet van dit geschrift is een overzicht te geven van de nu nog als jacht in gebruik zijnde vissersaken, willen we toch ook de schepen die in diezelfde periode direct als jacht werden gebouwd en nu nog in Nederland varen, hierbij betrekken.
In een aantal gevallen is de vormgeving van deze jachten enigszins afwijkend en duidelijk beïnvloed door de opvattingen van jachtontwerpers, met name Zeilstra en Kersken. Mede daardoor is zo nu en dan de benaming voor deze jachten verschillend en verwarrend en worden de namen Lemsteraak, botaak, boeier, boeieraak, Wieringeraak en zelfs blazer naast elkaar voor een en hetzelfde schip gebruikt.
Overigens, is dat niet een van de aantrekkelijkheden van onze oude scheepsvormen dat het geen eenheidsworsten zijn, maar dat iedere bouwer, Iedere ontwerper er iets eigens in kan brengen waardoor we een schip vaak direct kunnen herkennen, ook al is het 'hokje' waarin het past niet altijd direct duidelijk.
 

1. 1907 - De Boer Lemmer Antje - 8.70m.

Dit is waarschijnlijk het eerste ijzeren plezierjacht dat Gebr. de Boer hebben gebouwd en wel voor W.Z. v.d. Mey te Leiden. Naam:Zeemeeuw.
Na 5 jaar verkocht aan stalhouder Dieben, naam werd Johanna. Vervolgens verkocht aan Speelman te Sassenheim en daarna aan een onbekende eigenaar te Amsterdam.
In 1930 gekocht door Bart Wilton, leerling van Instituut Wullings te Voorschoten op het landgoed Beresteyn. Het schip kreeg toen ook de naam Beresteyn. Een nieuw teakdek aangebracht en een T. Ford geplaatst.
ln 1934 verkocht aan F. Kemper te Schiedam en daarna aan A.B.H. Vlielander te Numansdorp. Naam gewijzigd in Frothblower. In 1937 overgenomen door Mr A. B. Blussé van Oud-Alblas. Naam werd Orion. Sinds 1955 in het bezit van J. D. Wilton te Rotterdam en varende onder de naam Antje.

Antje - een van de oudste jachten, gebouwd in 1907 bij De Boer. Orion en Het eerste plezieraakje van De Boer.

 

2. 1907- A. van der Zee Joure - St. Michel - 13.75m.

Gebouwd in opdracht van C. Bastet te Amsterdam. Oorspronkelijke naam: Nitchewo (laat maar waaien). In 1923 is het schip via België naar Engeland verkocht, waar het in 1928 in het Jachtregister werd opgenomen onder de naam St. Michel.
Sindsdien had de aak in Engeland 10 verschillende eigenaren tot J.C.H. van Yperen te Rotterdam haar in 1966 kocht van Rear-Admiral G.T.S. Gray, C.B., D.S.C. De St. Michel heeft het wedstrijdnummer 52 VA.

 

Nitchewo, thans St. Michel, op de Nieuwe Waterweg vóór 1923

 

3. 1911 - De Boer Lemmer - Salamander - 14.92m.

De opdrachtgever L. Herfurth te Antwerpen vluchtte in 1914 met dit schip naar ons land.

Opeen volgende eigenaren waren:

1918 -1927    R. v.d. Arend, Rotterdam.

1927-1942     R.S.P. Schuil, Rotterdam.

1942-1965     H.W. Schalkwijk, Rotterdam.

1965-1982     G.J. Esser, Roermond.

Vanaf 1982    W.S. Corsel, Valkenburg. Public. Watersport 1913:206; 1926-215, 288; 1927-7; 1928.295; Waterkampioen 1927-275; 1935-534; 1942-27.

4. 1911 - P. van Groeningen Leiderdorp - Blinkert - 12.85m.

Merkwaardig hoe dit schip is tot stand gekomen. Omstreeks 1920 zag graaf van Byland, die een verwoede zeiler was, de aak 'Albatros' van de Lemster visser Andries de Blauw, gebouwd in 1899 bij Bos te Echtenerbrug.
De graaf vond de aak zo mooi dat hij de Blauw vroeg er mee naar Leiderdorp te zeilen om de aak te laten nabouwen. Van Groeningen heeft toen een aantal mallen gemaakt en als het ware een tweede 'Albatros' gebouwd.
De graaf van Byland veranderde meestal snel van schip. Zo ook hier. W. Wilton te Rotterdam werd de nieuwe eigenaar (nog in 1911?), tot 1926. Naam: Albatros. Toen werd de aak verkocht aan J. en H. Vollenhove te Rotterdam, die de naam wijzigden in 'Blinkert'. In 1939 is volgens Lloyds J. H. Pels eigenaar, waarna het schip wordt verkocht naar België, aan een notaris te Antwerpen.
Deze verkocht de aak na de oorlog aan de Duitse familie Krahé in Bad Neuenahr. In 1966 werd de heer van Es te Bilthoven eigenaar en in 1972 de heer K.H.A. de Vries te Aerdenhout, tot 1975.

Thans behoort de Blinkert (62 VA) aan de heer W. Verheyden te Krimpen aan de IJssel.
Uitgaande van dezelfde vissermansaak Albatros', bouwde van Groeningen in 1913 een tweede aak, iets korter, 'Schollevaer' genaamd. Deze aak werd in 1928 naar Engeland verkocht en ligt thans in Dublin. Een enthousiaste Ier probeert thans het deerlijk verwaarloosde schip in een soort vijfjarenplan geheel te restaureren.
 

Blinkert - gebouwd in 1911 bij van Groeningen te Leiderdorp.

 

Kenmerken

 

Afmetingen

Plaquette

503

 

Lengte over de stevens:

1280 cm

Naam:

Blinkert

 

Breedte inclusief berghouten:

410 cm

Type:

Lemsteraak

 

Diepgang:

140 cm

Categorie:

A

 

Masthoogte (boven water):

1300 cm

Zeil:

VA 62

 

   

Herkomst

 

Opp. grootzeil:

50m2

Bouwjaar:

1911

 

Opp. fok:

20m2

Ontwerper:

P. van Groeningen

 

Opp. botterfok:

-

Bouwer:

P. van Groeningen

 

Opp. kluiver:

10m2

Vestigingsplaats:

Leiderdorp

 

Opp. totaal:

-

 

Bouw

 

Aanvullende informatie

Materiaal romp:

-

 

Homepage:

-

Materiaal kajuit:

-

 

Vorige namen:

1911 Albatros 1926 Blinkert. Brandeman.

Onderwaterschip:

-

 

Opmerkingen:

-

Motor:

Inbouw diesel

   

Type motor:

-

   

 

5. 1912 - J.O. v.d. Werft, Buitenstverlaat - Breeboeg- 11.24 m.

Dit schip, naar ontwerp van Zijlstra onder de naam 'Frisia' gebouwd, heeft een uitgesproken boeierkont, terwijl de kop iets van een aak heeft.
In 1931 verschijnt het schip als eigendom van de Jong te Den Haag, daarna van Buskop te Rotterdam, die de naam verandert in 'Leila'. In 1960 wordt J. Wiegersma te Zandvoort eigenaar en de naam wordt 'Breeboeg'. In 1971 verkocht aan Buschmimn te Barendrecht en thans eigendom van W.H. Stofberg te Leimuiden.

 

Kenmerken

 

Afmetingen

Plaquette

320

 

Lengte over de stevens:

1100 cm

Naam:

Breeboeg

 

Breedte inclusief berghouten:

390 cm

Type:

Lemsteraak

 

Diepgang:

100 cm

Categorie:

A

 

Masthoogte (boven water):

1250 cm

Zeil:

VB 36

 

   

Herkomst

 

Opp. grootzeil:

43,37m2

Bouwjaar:

1912

 

Opp. fok:

22,74m2

Ontwerper:

D. Zijlstra

 

Opp. botterfok:

-

Bouwer:

J.O. van der Werff

 

Opp. kluiver:

9,89m2

Vestigingsplaats:

Buitenstvallaat

 

Opp. totaal:

-

 

Bouw

 

Aanvullende informatie

Materiaal romp:

Staal

 

Homepage:

-

Materiaal kajuit:

Staal

 

Vorige namen:

Frisia 1912-19??. Lelia 19??-1960. Lailoe.

Onderwaterschip:

-

 

Opmerkingen:

-

Motor:

Inbouw diesel

   

Type motor:

Thorncroft

   

 

6. 1913 - De Boer, Lemmer - Trekvogel - 17.50 m.

Onder de naam 'Helena' werd dit schip gebouwd in opdracht van de heer W.H. Kalis te Dordrecht. Later overgenomen door Ir. S. del Monte te Rotterdam/Brussel, die de naam wijzigde in 'Trekvogel'. In 1936 naar Engeland verkocht en daarheen gesleept achter een coaster.
Eigenaar werd Mr. Lovegrove in Teddington aan de Thames, die de Trekvogel kocht in plaats van de Bries van Jan Goos uit Enkhuizen, sedert het vorige jaar in zijn bezit. De naam werd Speriamo.
Heel snel werd de aak doorverkocht aan een Amerikaan, F.G. Morill, die er een reis naar de Oostzee mee wilde maken.
De meesterverteller Jan Zetzema - die heel wat schepen voor de makelaar Rambonnet naar Engeland overzeilde schreef mij dat hij toen schipper op de Trekvogel werd en dat tot in de oorlog is gebleven. Eind 1938 ging het schip naar Nederland voor een opknapbeurt en om er zo mogelijk een koper voor te vinden.
Dat lukte niet en dus terug naar Engeland voor de verhuur. Bij het uitbreken van de oorlog werd de aak in Fowey aan de Engelse ZW-kust opgelegd.
Tijdens de oorlog diende het schip als een soort drijvend onderkomen voor geallieerde Marineofficieren aan de Engelse oostkust. Daarna in verschillende Engelse handen. De laatste Engelse eigenaar was A.M. Lane in Poole, die het schip van binnen en buiten geheel in de ferrocement zette.
Toen het schip in 1976 werd gekocht door J.A.E. Kuyntjes te Breukelen werd dan ook begonnen al dit cement weg te hakken op de werf van Poppen in Lemmer (gevestigd op de plaats waar sinds 1900 de werf van de Boer was gevestigd) 8 VA.

 

Uitvoering

  

Jacht

Bouwer

  

Gebroeders De Boer

Bouwjaar

  

1913

Breedte

  

5.00 meter

Diepte

  

1.25 meter

Lengte

  

17.54 meter

Ontwerper

  

A. de Boer

Besturing

  

Stuurwiel, hydraulisch

Betimmering

  

Origineel (1986 restauratie uitgevoerd door Firma Stofberg en Zn.)

Ligplaats

  

Muiden

 

Trekvogel - gebouwd in 1913 bij De Boer.

 

De Trekvogel.

 

De Trekvogel.

7. 1915 - De Boer Lemmer - Onrust - 15.00m.

In opdracht van de heer W.H. de Vos te Dordrecht gebouwd en na diens overlijden overgedaan aan de heer F.G. Spits te Haren - 3 VA.
Bij de bouw van De Groene Draeck werd het ontwerp daarvoor vergeleken met het bestaande lijnenplan van de Onrust. Daarbij bleek hetzelfde karakter van de lijnen met slechts onbetekenende verschillen.
De jaarlijkse wisselprijs van onze Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, uitgereikt aan 'degene die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor het door de Stichting nagestreefde doel', bestaat uit een zilveren model van de Onrust, in 1958 door de beide zonen van de heer de Vos aangeboden.
Het is wellicht aardig te vermelden dat diezelfde de Vos uit Dordrecht in 1911 bij Stapel in Enkhuizen de aak 'niet volmaakt' liet bouwen (12.60 x 4.00 m). Misschien kwam er vier jaar later met de Onrust wèl het volmaakte schip!

 

Onrust - gebouwd in 1915 bij De Boer.

 

De "W.H. de Vosprijs", een zilveren model van de Lemsteraak " Onrust", werd begin 2005 uitgereikt aan Martijn Perdijk, eigenaar van de tjotter ‘Hilda’, die hij in 20 jaar tijd weer eigenhandig heeft teruggebracht in een perfecte staat. In zijn toespraak memoreerde de voorzitter van de SSRP het feit dat Martijn de tjotter in zijn jeugdjaren als zeilend wrak kocht en vanwege zijn financiële situatie besloot de restauratie zelf maar ter hand te nemen. Met de nodige ups en downs is hem gelukt weer een fraai ogend en snel zeilend schip op het water te krijgen.

Zie ook (In zijn dankwoord schetste Martijn in het kort de geschiedenis van restauratie van de 'Hilda'. Een periode van 20 jaar, die startte in de tijd dat hij nog op school zat. Twintig jaar later is de 'Hilda' met haar bemanning weer de winnaar die de tjotter honderd(!) jaar geleden ook was.)

 

8. 1919 - De Geus v.d. Heuvel Amsterdam - Halley - 14.50m.

Voor eigen rekening van de werf gebouwd en pas in 1924 verkocht aan Ir G.J. van Dusseldorp te Den Haag. De daarop volgende eigenaren waren:

1928 Mr J. van Beek Calkoen, Dordrecht.

1930 Mr G. Jonker, Haarlem.

1961 J.G. Bos, Baarn.

De huidige eigenaar - sinds 1980 - is Ir V. Zwiers te Amersfoort. Pub!. Watersport 1926-1; 1928-293. Waterkampioen 1928-252,613; 1930-852; 1932-925; 1941-547.

 

Twee boeieraken te Dordrecht. Links de 'Brandeman zie 12 en rechts de 'Halley'.

 

Voorzijde fotokaart schipper Bouke Kuperus a.b. Lemmeraakjacht Heerlandia.

 

Adreszijde fotokaart op voorzijde foto Heerlandia (1912)

De heer Kuperus schrijft:

Op zoek naar nadere gegevens over het Lemmeraakjacht "Heerlandia" trof ik op uw site de gegevens aan van de "Brandeman". Naar mijn mening is de Brandeman de oorspronkelijke "Heerlandia".

Ik verwijs daartoe naar de hier toegevoegde (bovenstaande) afbeeldingen;
a) van het Lemmeraakjacht "Heerlandia" (de tekst daarop is door mij toegevoegd) en b) de adreszijde van deze fotokaart.
Daaruit blijkt dat het schip op zondag 10-11-1912 in de jachthaven Kudelstaart lag, toen er door twee heren uit Amsterdam interieurfoto's werden gemaakt. Schipper was Bouke Kuperus (1882-1961).

Over de schipper (mijn grootvader) kan ik nog mededelen dat hij in zijn werkzame leven o.m. schipper was in dienst van particuliere eigenaars bekend is de directeur van Bols en de consul-generaal van België baron Van der Capelle.

Heeft iemand als lezer meer informatie over de  "Heerlandia" wilt U deze a.u.b. met ons delen en op bovenstaand contactadres door willen geven?.

 

9. 1920 - J.P.G. Thiebout Amsterdam - Pijlstaart - 15.35m.

Het bijzondere aan dit schip is dat het geheel van teakhout is gebouwd.
Teakhout is echter niet voldoende buigzaam om de ronde kop van de Lemsteraak te krijgen. Men kwam daar bij de Amsterdamse Scheepswerf Thiebout, waar deze aak in 1921 werd gebouwd, pas achter door de ervaring en dus moest er een nieuw lijnenplan worden gemaakt. Eigenlijk is het schip dus tweemaal gebouwd. Het gevolg is geweest, dat de vormen iets afwijken van de gebruikelijke.
Het schip kreeg iets slomere waterlijnen, een spitsere kop en smallere gangen. Opdrachtgever was Mr L. Pieters te Rotterdam die het schip in 1930 naar Zuid-Frankrijk verkocht, eigenaar Reginald Morphew. Tijdens de oorlog in handen van partizanen en door de Duitsers getorpedeerd bij de landing in Sicilië. Later door Italianen gelicht en als smokkelschip gebruikt.
In 1951 weer terug in handen van de rechtmatige Franse eigenaar. Na terugkeer in Nederland opgeknapt bij Stofberg. De huidige eigenaar is Ir J. Boel te Kraggenburg (65 VA).
Pub!. Watersport 1927-45; 1928-309; 1929-43; 1931-30 nov., 319 ev.; Waterkampioen 1928-770; 1942-515; 1951- 226, 256; Ons Element 1923-272; 1926-165.

 

De 65 VA
 

10. 1918 - Akerboom Boskoop - Vrouwe Egbertje - 12.67 m.

Dit is de Alcedo I, gebouwd door E.H. Vinke te Rotterdam. Een beschrijving en tekeningen zijn te vinden in het tijdschrift Watersport 1919, pag. 30 e.v. Akerboom werkte regelmatig met de ontwerpers Kersken en Zijlstra en Kersken heeft altijd beweerd dat de 'Alcedo' eigenlijk gebouwd zou zijn volgens zijn tekeningen van de aak 'Vivo' (hetgeen Akerboom uiteraard ontkende).
In 1927 werd de 'Alcedo I' verkocht aan een zekere Kettle te Hamburg, een Amerikaan die vele tochten naar Polen en Denemarken gemaakt schijnt te hebben. In Mannheim liet hij in 1957 een binnenbetimmering, e.v.-ketel met radiatoren, mercedesmotor en een hand genaaid tuig aanbrengen. Daarna terug in Nederland als eigendom van een schoonzoon van van Lent, de werf op de Kaag, namelijk van Bergen van Henegouwen.
In 1965 gekocht door de huidige eigenaar, D. v.d. Schoot te Harlingen.
Pub!. Waterkampioen 1927-111; 1936-211.

 

De Vrouwe Egbertje.

 

Vrouwe Egbertje - gebouwd in 1818 bij Akerboom te Boskoop.

 

11. 1921 - De Boer Lemmer - Lemsterlicht - 11.56m.

Gebouwd in opdracht van de Antwerpse bankier Jacq Lauwerijs. Naam van het schip was Gaby volgens de jaarboekjes van de R.Y.C.B. van 1931 tot 1938. Daarna in Spanje terechtgekomen en door de Nederlander Melis in Torremolinos verhuurd voor tochten op de Middellandse Zee. Naam: 'Woelwater'. Daarna in 1972 gekocht door W. Croon te Heemstede die het verwaarloosde schip grondig heeft laten
restaureren. Naam: Lemsterlicht (77 VB).

 

Kenmerken   Afmetingen
Plaquette 591   Lengte over de stevens: 1156 cm
Naam: Lemsterlicht   Breedte inclusief berghouten: 382 cm
Type: Lemsteraak   Diepgang: 90 cm
Categorie: X   Masthoogte (boven water): 1600 cm
Zeil#: VB 77

 

   
Herkomst   Opp. grootzeil: 48m2
Bouwjaar: 1921   Opp. fok: -
Ontwerper: A. de Boer   Opp. botterfok: 25m2
Bouwer: Gebr. De Boer   Opp. kluiver: 22m2
Vestigingsplaats: Lemmer   Opp. totaal: -

 

Bouw   Aanvullende informatie
Materiaal romp: Staal   Homepage: -
Materiaal kajuit: Staal   Vorige namen: Gaby. Woelwater.
Onderwaterschip: -   Opmerkingen: -
Motor: Inbouw diesel    
Type motor: Perkins 72pk    

 

 

12. 1923 - Antwerp Engineering Company - De Brandeman - 15.00 m.

Over het bouwjaar van deze aak bestaat enige onzekerheid omdat in de correspondentie van naoorlogse eigenaars ook het jaar 1912 wordt genoemd.
Lloyd's Register of Yachts van 1924 t/m 1932 noemt echter steeds nadrukkelijk 1923, zodat we ons daar voorshands aan houden.
De Antwerp Engineering Company bestaat reeds lang niet meer. De aak werd van zeer zwaar materiaal gebouwd naar een ontwerp van D. Zijlstra te Amsterdam voor A.v.d. Gehuchte te Antwerpen.
Volgens Lloyd's was de eerste naam Arlus,volgens de jaarboekjes van de R.Y.C.B.- waar het schip in 1924 voor het eerst voorkomt - echter Argus. In 1928 werd de aak gekocht door Mr. T.A. Wagtho te Rijswijk die de naam wijzigde in 'De Brandeman' naar het gelijknamige vuurtorentje op het eiland Tholen waar de familie Wagtho oorspronkelijk thuishoorde.

De Amsterdamse Scheepswerf G.de Vries Lentsch Jr. is lange tijd eigenaar geweest (vanaf 1932?)voor eigen gebruik en verhuur.
In 1948 verkocht aan Mevrouw Stork te Weesp, die het schip in het begin van de zestiger jaren naar Engeland verkoopt aan E.W.Spears, Bexley.
Deze is bijzonder enthousiast en komt persoonlijk de Stichtingsplaquette halen bij mij in Wassenaar.
Na sinds 1973 eigendom geweest te zijn van E.P.J. Leitho en R.J. Kimber werd de aak in 1978 door bemiddeling van G. de Vries Lentsch Jr. Jachten BV verkocht aan Stofberg in Leimuiden.
Ook J.L. Landsman te Loenersloot was geïnteresseerd in het schip en zeer teleurgesteld toen hij vernam dat het schip verkocht was.
Stofberg kreeg echter plotseling een bouwvergunning voor een nieuwe loods en ter financiering van die investering werd De Brandeman prompt verkocht aan de heer Landsman. Een uitvoerig artikel met tekeningen en foto's staat in de Waterkampioen van 1928, pag. 611 e.v.

 

De Brandeman (VA26) Deze Lemsteraak is in 2007 verkocht via Dirk Blom Lemsteraken. 

 

Lijnentekening van de boeieraak 'De Brandeman', ontwerp D. Zijlstra, Amsterdam

 

13. 1925 - Akerboom - Vrouwe Maria - 11.55 m.

Onder de naam Wielewaal werd dit jacht gebouwd door WA Pieterson te Rotterdam (OB 7). Het model is een iets kleinere versie
van de Alcedo I (= de huidige Vrouwe Egbertje). De kajuitbouw was lang en de kuip daardoor betrekkelijk klein: In het vooronder waren niet minder dan 7 slaapplaatsen.
Van 1952-1956 was de aak eigendom van N.A.G. Pessers te Waalwijk, daarna tot 1960 van Dr.W.F. Bonte 's-Gravenland en vervolgens van J. Hoving te Amsterdam/Naarden onder de naam Margaretha.
In 1973 gekocht door de huidige eigenaar J.G. Alsema te Zuidlaren. De naam is thans Vrouwe Maria (17 YB).
Een grote en fraaie foto is afgedrukt in de Waterkampioen 1966, pag. 108/109. Publ. in Watersport 1926-23, 101; 1927-81, 201; 1928-23; 1932-121; Waterkampioen 1927-86, 125; 1928-109; 1950-375.
 

Vrouwe Maria - gebouwd in 1925 bij Akkerboom in Boskoop.

 

14. 1927 - Akerboom - De lachende Beer - 17.05m.

Naar ontwerp van D. Zijlstra gebouwd voor E.H. Vinke te Rotterdam onder de naam Alcedo 11. Na het overlijden van de eerste eigenaar in 1951werd het schip door de zoon van een kitstuig voorzien waarbij de oorspronkelijke mast als beo zaanmast werd gebruikt. Tevens werd toen een midzwaard aangebracht.
Gelukkig heeft de volgende eigenaar - Sol - weer gewone zwaarden doen plaatsen, en het midzwaard 'opgeborgen' in een grote afgesloten zwaardkast in de kajuit.
Sinds 1965 eigendom van H. Zwart te Rotterdam (overleden 1981). Pub!. Waterkampioen 1927-189; 1951-167.

 

Kenmerken

 

Afmetingen

Plaquette#:

497

 

Lengte over de stevens:

1705 cm

Naam:

Alcedo

 

Breedte inclusief berghouten:

498 cm

Type:

Lemsteraak

 

Diepgang:

120 cm

Categorie:

A

 

Masthoogte (boven water):

1925 cm

Zeil#:

-

 

 

 

Herkomst

 

Opp. grootzeil:

150m2

Bouwjaar:

1927

 

Opp. fok:

-

Ontwerper:

D. Zijlstra

 

Opp. botterfok:

-

Bouwer:

H. A. Akerboom

 

Opp. kluiver:

-

Vestigingsplaats:

Boskoop

 

Opp. totaal:

-

 

Bouw

 

Aanvullende informatie

Materiaal romp:

Staal

 

Homepage:

-

Materiaal kajuit:

Staal

 

Vorige namen:

Alcedo ll. De Lachende Beer. Vanaf 2000 weer Alcedo.

Onderwaterschip:

Midzwaard

 

Opmerkingen:

-

Motor:

Inbouw diesel

 

 

Type motor:

-

 

 

 

15. 1929 - De Boer Lemmer - Markab - 17.50 m.

Op 12 juni 1929 werd de 'Dolfijn',gebouwd in opdracht van M.Sanders te Amsterdam, in Lemmer te water gelaten. Van 1939-1962eigendom van Mr.J.P. Carp te Amsterdam, naam gewijzigd in 'Neerlandia'. Na beslagname na de oorlog kwam het schip onder berusting van een bank, lag jarenlang in een Amsterdamse gracht en werd voor bewoning verhuurd.
Heeft daarna een tijdlang te Monnickendam gelegen, waar het Stichtingsbestuur met de beeldhouwster Mevrouw Schouten het ontwerp voor de roerversiering van 'De Groene Draeck' op het roer van de 'Neerlandia' probeerde. Het schip heeft een
bijzonder fraaie betimmerde salon en met de hand ingelegde monogrammen van de vier windstreken. In 1962 is het verwaarloosde schip gekocht en gerestaureerd door H.W. Grimm te Leverkussen met ligplaats Medemblik en Kudelstaart.
De naam werd gewijzigd in 'Markab' (2 VA). De 'Markab' heeft een waterverplaatsing van niet minder dan 65 ton. Pub!. Watersport 1932-3, Waterkampioen 1929-494; 1931-494; 1934-717; 1939-867.

 

Markab - gebouwd in 1929 bij De Boer

 

16. 1900- HD 82 - Op Hoop van Zegen - A. van der Zee

Ook deze houten aak is in Joure gebouwd maar het juiste jaar heb ik ondanks intensief speurwerk niet met zekerheid kunnen vaststellen.
Vroegere eigenaren menen dat de aak in of omstreeks 1894 gebouwd zou zijn voor de visserman Rayer in Hoorn. Dan zou dit dus de oudste aak zijn. Maar de Jouster werfboeken vermelden in die jaren geen enkele aak van deze afmetingen, terwijl een inschrijving in het visserijregister van Wieringen uitdrukkelijk 1900 als bouwjaar aangeeft.
Daar houden we het voorshands dan ook op, hoewel. .. er ook voor dat jaar niets in de werfboeken staat.
De vissersfamilie Rayer was in ieder geval een bekende afnemer van de Jouster werf en reeds in 1888 kochten ze een kleine, zogenaamde Friese aak van 25 voet.
Ook viste R. Rayer met de aak HN 53, maar of dat ons schip is? Na de Hoornse visserij periode werd de aak op een gegeven moment voor de visserij uitgeschreven. Misschien was dit in 1929. Toen R. PH. Rayer van de Zuiderzee steunwet gebruik maakte en de visserij er aan gaf. De aak werd daarna respectievelijk gebruikt voor de visserij-inspectie, voor groente- en turfvaart en voor opslag van visserijbehoeften. De bun werd er daarbij uitgehaald. In 1935 wordt de aak vervolgens opnieuw ingeschreven als W.R. 215 door Hendrik de Boer uit Anna Paulowna.
Naam: Drie Gebroeders. De aak 'havent' - zo zegt de kaart - in Den Helder en krijgt dan ook in 1939 de registratie HD 82.
Dan zijn de broers Hendrik en Pieter de Boer eigenaar die de aak grondig laten opknappen bij Douwe Wybrands in Hindeloopen ('6 weken hard werken').
In 1970 wordt de dan ongetuigde aak gekocht door de marineofficier Oldenboom. Een nieuw grenen dek wordt geplaatst en de beschieting in het vooronder vernieuwd. Een oud tuig van de botter de Jonge Jaap werd aangeslagen. Tijdens ijsgang in de haven van Den Helder gezonken.
Nadat daarna J. van Baaien te Utrecht nog kort eigenaar werd behoort deze oude aak van Aukebaas thans toe aan H.J. Jansen te Schiedam.

HD 82 - Op Hoop van Zegen - in 1900 (?) gebouwd door A.v.d. Zee te Joure

 

17. 1909 - EH 64 - De Gouden Engel - Apello Zwartsluis


De Enkhuizer visserman Jan Goos was de opdrachtgever van deze aak, waarvan het model, en met name de kop, afwijkt van de normale Lemsteraak.
De koopprijs was rond f 3.300,-, naam: De Drie Gezusters, naar de drie dochters van Gaas. Uit het dagboek van Jan Goos (1877-1950), bewerkt door K. Boonenburg en uitgegeven door P.N. van Kampen & Zoon, blijkt dat Goos niet alleen met de Drie Gezusters op haring, ansjovis en bot viste, maar het schip ook verhuurde en tochten met gasten maakte.
Daartoe werd eerst een soort overkapping van zeildoek over het ruim gemaakt en later zelfs een vaste roef aangebracht. De andere vissers vonden dat maar gek, doch Goos schrijft: 'Wat zou het dat er een roef op staat? Op een tjalk staat ook een roef en er wordt toch ook mee op ansjovis gevist!' Eind 1915 wordt de aak als pleziervaartuig gekocht door O.M. Fürst te Amsterdam, die de naam wijzigde in Razende Bol.
In 1920 wordt de transportondernemer W.H. Kersken uit Gendringen eigenaar, maar in 1927 koopt O.M. Fürst het schip terug en laat de roef van Jan Goos verbouwen tot een royale salon, drie slaaphutten en een - niet erg fraaie - dekhut. Tevens wijzigt hij de naam in Vlieland.
In 1939 wordt vervolgens P. Schoen eigenaar. Na diens overlijden gaat de aak in 1968 naar Zuid-Frankrijk en vaart onder de naam Adagio 11 en Loleil.
Eigenaren respectievelijk Bouchier, Mangematin en Sevestre. In 1981 terug in Nederland en gekocht door F. de Vos in Amsterdam;
de naam gewijzigd in De Gouden Engel. (29 VA). Publ.: Ons Element 1920-328, 437; Waterkampioen 1927-304,339: 1939- 564; 1950-164.

 

Jan Goos uit Enkhuizen. Levens verhaal Jan Goos

 

EH 64 - De Drie Gebroeders - gebouwd in 1909 bij Appelo in Zwartsluis.

 

18. 1910 - EH 69 - Tweestrijd - Gebr. de Boer

De visserman Willem Lub in Enkhuizen werd de eerste eigenaar van deze 45-voet aak voor de somma van f 2.160,- zeilklaar. Later werd de aak overgenomen door Piet Lub die hem in 1934 verkocht aan drie broers Teunis, Klaas en Riewert Goos te Enkhuizen. Op hun beurt verkochten deze de schuit in 1946 aan Gerke Mulder te Hindeloopen (HI 6). Deze herkende vele jaren later de aak onmiddellijk hoewel er een kajuit op zat en de kleuren anders waren. In 1955 gekocht door H.W. Tilanus te Geervliet die in 1956 bij de Boer de deken liet weghalen en een kajuit plaatste.
Voorzover mij bekend is dit het enige geval dat bij de Boer zelf een vroeger gebouwde vissersaak tot jacht werd verbouwd. De naam van het schip is thans 'Tweestrijd'.
 

EH 69 - Tweestrijd - gebouwd in 1910 bij De Boer

 

19. 1910? - Elck syn sin - Gebr. de Boer

De geschiedenis van deze aak is (nog) niet met zekerheid bekend. Als bouwjaar is wel 1904 genoemd en als opdrachtgever Maarten Blauw. Maar deze naam komt niet in Lemmer voor en in 1904 is de bouw van een 42-voet aak nergens terug te vinden.
Gezien deze maat van 42-voet zou het de aak kunnen zijn die in 1910 werd afgeleverd aan L. van der Veen te Urk. Later was Symen Brouwer te Urk eigenaar.
Het schip is in opdracht van G.L. van Iterson te Landsmeer tot jacht verbouwd door Stofberg. De huidige eigenaar is L.C. de Groot te ArkeI.

20. 1912? - Wybigjen - Gebr.de Boer

Vermoedelijk, maar zekerheid daaromtrent is er niet, is dit het 'kleine aakje' dat in 1912 werd afgeleverd aan J. Steenstra (te Lemmer?)
Naar model is het een typisch binnenaakje. Het schip heeft lang in de Heerengracht te Leiden gelegen als eigendom van kleermaker Blesot.
De huidige eigenaar, P.J. Nobel te Leiden heeft de aak grondig doen restaureren.

21. 1913 - PI 37 - Avontuur - Stapel

Als bouwnummer 90 werd deze aak van 13.36 m. op de werf 'Vooruit' te Enkhuizen gebouwd voor Gustave Rammeloo-de Zutter in Philippine en begin januari 1914 afgeleverd.
In 1923 kocht deze visser een grotere 16 m lange aak in Enkhuizen en kwam de Avontuur in handen van Th. Rammeloo onder het registratienummer PI 31.
De omschrijving van het soort vaartuig is bij de eerste inschrijving wel merkwaardig, namelijk 'motorbunsloep (vischaak)'!
Zoals zovele Zeeuwse schepen werden ook beide schepen van de familie Rammeloo door de Duitsers in het begin van de bezettingsjaren gevorderd.
In juli 1945 aan de Belgische kust teruggevonden en aan de rechtmatige eigenaars teruggegeven.
De Zeeuwen gaan jaarlijks naar de Wadden om mosselzaad te halen en dat verklaart dat in februari 1945 de aak werd gekocht door J.P. Visser, een garnalenvisser uit Moddergat.
En als herinnering aan de vroegere vloot van Paessens Moddergat werd de aak toen als motorblazer ingeschreven onder nummer WL 18. In hetzelfde jaar werd het schip echter al weer verkocht en wel aan Giljam Verkamman, bijgenaamd de Pelgrim uit Tholen: TH19. Naam Drie Gebroeders.
Nadat ook diens broer Arie enige jaren met de aak had gevist werd zij in februari 1967 als pleziervaartuig verkocht en in het visserijregister doorgehaald.
Na een jaar gebruikt te zijn voor de sportvisserij vanuit Bruinissewerd in 1968 de aak door de Machinehandelaar Maaskant verkocht aan D.Kloos te Leiden. Deze - zelf werkzaam bij een werf - verbouwde het schip in eigen beheer eerst tot motorjacht, maar in 1972 weer tot zeiljacht onder de naam Lady Jane (82 VA).
In 1982 werd de aak gekocht door de Koninklijke Nederlandse Zeil en Roeivereniging te Muiden om als begeleidingsschip te worden gebruikt bij de zeilopleiding van jeugdigen van eigen en bevriende verenigingen. De oude naam Avontuur werd in ere hersteld.

 

WL 18.

 

PI 37 - Avontuur - met links eigenaar G. Rammelo, gebouwd in 1913 bij Stapel in Enkhuizen.

 

VL 77 "Drie Gebroeders"

De VL77 is omstreeks 1948 gebouwd op de RAL werf van de gebr. Nugteren te Amsterdam, als een professioneel vissersvaartuig. Volgens prof. Gerritsen en volgens 'Spiegel der Zeilvaart' artikelen is het schip typerend voor de wederopbouw van de kleine vissersvloot na de oorlog en tevens typerend voor de overgang van hout naar staal. Eerst gevaren als visserman HK10 op het IJsselmeer , later verkocht aan de Tholense visser 'Verkamman' en als de TH19 tot 1977 gevist op de Oosterschelde en het Grevelingenmeer. Verkammam wilde later met z'n 2 zoons een groter schip en kocht de Wieringer 23. Hij wilde graag z'n eigen reg.nr . behouden zodat ik het schip het nr. VL77 gegeven heb. zie voor meer info 'De Drie Gebroeders'

 

22. 1914 - KP 10 - de Kamper van Goor - Kampen

In 1914 werkte E. van Goor nog alleen (kort nadien tezamen met B. Schepman) en bouwde toen onder meer twee aken van 45 voet.
Een daarvan was voor de visser Sybren Reumer,een opkoper van paling.
Deze liet een grote bun aanbrengen om z'n voorraad paling te bewaren.
De aak bleef tot 1967 in bezit van Reumer en werd toen verkocht aan T. Jansen. Deze zag tegen de verbouwingskosten op en deed het schip nog hetzelfde jaar over aan G.A van der Sluis te Kampen.
De verbouwing werd uitgevoerd door Y. de Jong te Durgerdam. De opstaande kuiprand die de Jong (overleden in augustus 1981) bij al zijn schepen aanbracht vinden we ook bij 'de Kamper' (55 VA)terug.

KP 10 - De kamper - in 1914 gebouwd bij Van Goor te Kampen

 

23. 1917 - WL 18 - De Boer

Deze 50-voet aak is voor Belgische rekening gebouwd maar was in 1919 al weer terug in Nederland en eigendom van Leon Wijnen te Philippine:
PI 48 Drie Gebroeders. In 1924 ging de aak over in handen van Aug. van Hurck (PI 47) waarna in 1928 de Gebr. de Rooy in Yerseke eigenaar werden: YE 50.
In 1940 werd de aak gevorderd, in 1942 naar Duitsland afgevoerd en in 1945 weer teruggegeven aan de oude eigenaars.
Dan verhuist het schip van de Zeeuwse stromen naar de Wadden en wordt in 1951 S. Kroeze te Delfzijl de nieuwe eigenaar: DZ 78.
Drie maanden later wordt de inschrijving in het visserijregister echter gewijzigd, eigenaar wordt Ekkert de Vries terwijl S. Kroeze als schipper vaart op z'n vroegere schip. Dat duurt tot 1956, wanneer de aak wordt verkocht aan Jan P. Visser te Nes in de gemeente West-Dongeradeel: WL 18.
Dan wordt nog één keer - in 1959 - een andere garnalenvisser eigenaar, Monte Post die de aak verkoopt aan Stof berg in Leimuiden.
Via G. Portengen en H. Smit/P. Dekker komt het schip tenslotte in 1980 in bezit van de huidige eigenaar J.P. van Lohuizen te Weesp.

WL 18 - gebouwd in 1917 bij De Boer
 

24. 1919 - Schokland - G. de Vries Lentsch

Tot op zekere hoogte hoort deze aak niet in dit overzicht thuis want het is immers van origine geen vissersschip maar een 'rijksvaartuig' dat in opdracht van Rijkswaterstaat de verbinding onderhield tussen het eiland Schokland en de vaste wal, met name Kampen.
Daarvoor gebeurde dit met een botter, maar toen deze na vele jaren dienst op was werd door Rijkswaterstaat aan Thiebout opdracht verleend tot het ontwerpen van een ijzeren aak met hulpmotor. Van deze ontwerper is bekend dat hij de opvatting koestert dat ook in een tot perfectie uitgegroeid scheepstype nog veranderingen kunnen worden aangebracht en dienovereenkomstig week het ontwerp enigszins af van het gangbare model Lemsteraak. Op Schokland had men dan ook nog al wat kritiek toen de aak voor het eerst de haven binnenvoer. Het lijkt wel een varken, zei de schipper van de botter - Gait de Bok - minachtend, vooral doelend op de zware kop. En dat werd zelfs de onofficiële naam van de aak: 't Vèrken.
Schipper Gáit (Gerrit Huisman) liep in 1927 bij een brand aan boord een' derdegraadsverbranding op en de aak werd sindsdien weinig meer gebruikt.
Het schip werd later tot jacht verbouwd en vaart thans onder de toe passelijke naam Schokland als eigendom van F.J. ten Berge, Heemstede - 68 VA. De tekening van deze aak was niet te achterhalen, maar bevindt zich wellicht in het archief van de werf (1910- 1926) dat bij het Maritiem Museum Prins Hendrik te Rotterdam berust. Publ. Waterkampioen 1977 pag. 4356 ev.

 

De Lemsteraak de Schokland is in 1919 gebouwd door de G. Vriesch Lentsch te Nieuwendam naar een eigenzinnig ontwerp van Thiebout. De opdracht tot de bouw werd gegeven door Rijkswaterstaat. Dit 'Rijksvaartuig' (RWS 416) onderhield de verbinding tussen het toenmalige eiland Schokland in de Zuiderzee en de vaste wal (voornamelijk Kampen).

Lemsteraak de Schokland is een geregistreerd varend monument (Reg.Nr. A 1242).
De ligplaats is Makkum, is onder nr. 918 ingeschreven in het stamboek voor rond- en platbodems en is te huur voor enthousiaste ervaren zeilers en liefhebbers van varend maritiem erfgoed.

Afmetingen en maten van de Schokland (zeilnummer VA 68):

Lengte 13,50 m; breedte 4,00 m; diepgang 1,10 m. De hoogte van de mast boven water is 15,00 m. De waterverplaatsing is 18 ton en de rompsnelheid is 7-8 knopen. De dieseltanks hebben een inhoud van 300 liter en de watertanks zijn 200 liter groot. Het zeiloppervlak aan de wind is 85 m² (ex. de halfwinder, die is 75 m²). De motor is een 80 pk Lister diesel met een PRM keer-koppeling (2:1). De rompsnelheid vraagt 1700 omw./min., het maximum aantal toeren 1900 omw./min.. Elektra is 24 volt.

Zeilen:

Grootzeil, Fok en Kluiver. Bij windkracht 4/5 kluiver weghalen. Bij windkracht 5 en 6 eerste/tweede rif in het grootzeil en bij windkracht 7 derde rif in het grootzeil en eerste rif in de fok. Bij windkracht 7 is het niet raadzaam om uit te varen. Bij windkracht 8 of meer is het niet toegestaan om uit te varen. De aak is uitgerust met bakstenen; vanaf windkracht 3 en te allen tijde met de halfwinder, is het verplicht deze te gebruiken.

De Schokland - gebouwd in 1919 bij G. de Vries Lensch te Nieuwendam.

 

25. 1924 - Stapel- PI 66 - Hilda

Op de werf 'Vooruit' van Stapel te Enkhuizen (thans Spaarndam) werden sedert 1910 verschillende visaken en mosselaken gebouwd. De aanvankelijke lengte van 12.60 m groeide allengs tot 16.30 m.
De op een na laatste aak was de PI 66, bouwnummer 181, die op 31 Mei 1924 te water werd gelaten voor Emile F.A. Abroscheer te Philippine.
Schipper op de aak werd Omère Muytinck. De naam was Hilda. Bekend is dat het schip in 1940 door de Duitsers werd gevorderd en naar IJmuiden vervoerd. Pas in 1946 weer vrij gegeven.
Op 27 juli 1953 werd de aak verkocht aan de visser J. Nachtigall te Husum (D). In de zeventiger jaren tot jacht verbouwd en thans eigendom van Th. Vermeulen te Ilpendam (80 VA).

PI 66 - Hilda - gebouwd in 1924 bij Stapel te Enkhuizen
 

26. 1930- ZZ 4 - Saeftingé - A. de Boer

Reeds in 1887 'exporteert' Pier de Boer een aak naar Enkhuizen en in 1891 wordt de eerste mosselaak naar Bruinisse geleverd.
Deze 'Bruinisser jachten' waren snelzeilende schepen, iets breder, achter lets voller en iets minder diepstekend dan de aken van de Lemster vissers. Wanneer in 1925 de Gebr. de Boer uit elkaar gaan, blijven Dirk de Boer en zoon Arie op de werf. Een enkele aak wordt gebouwd. Op 12 oktober 1929 wordt een aak van 15.25 x 14.50m voor P.J. Blommaert te Zierikzee aangenomen. Het werk begint op 28 februari 1930, de tewaterlating volgt op 2 mei en de oplevering op 13 mei. Naam: 'Op Gods vertrouwen'. Uitvoerige berekeningen, pagina's vol, zijn gemaakt betreffende de waterverplaatsing van de aak in verband met het te vervoeren gewicht aan mosselen. Op 8 mei, vlak voor de overdracht verzekert Arie de Boer dat met een lading van 30 ton mosselen het schip 'een gelijklastige diepgang van plusminus1.33 m zal hebben of 12 cm beneden onder het berghout'.
Petrus Blommaert die, zoals de oude vissers zeggen, 'geen school heeft gehad', stond bekend als een zeer slim en onderlegd iemand. Hij maakte zijn eigen zeekaarten zo dat hij bij mist en donker de weg kon vinden.
Hij was bovendien financieel een zeer succesvol visser en kreeg in Zierikzee de bijnaam: De Paus. Hij viste vooral mosselen op de Oosterschelde.
Toen een nieuw schip aan de orde kwam moest Blommaert 'een kapabel' schip hebben. Het zou een kotter of een Lemsterjacht worden. Na principiële bespreking heeft Arie de Boer zelf toen de vraag gesteld: Wat moet ge hebben, buiswater of pompwater? waarop Blommaert heeft geantwoord: dan maar liever buiswater.
(Met dat pompwater werd bedoeld water in hét ruim dat moet worden uitgepompt; algemeen werd aangenomen dat die kleinere kotters wel eens gemakkelijk onder de golven doken). Er zijn toen twee Lemmeraken gebouwd van dezelfde afmetingen; één voor Heine Baay uit Tholen die eind maart 1930 klaar was en een tweede voor P. Blommaert. Op het eind van de bezetting is het schip gevorderd in Vlissingen. Met een paar kogelgaten in de romp is het teruggevonden in Flensburg.

Een sleepbootkapitein, die de ZZ-4. heel goed kende en het schip toevallig zag liggen in Flensburg heeft het meteen maar aangepikt en meegebracht.
In 1957 verkocht Blommaert het schip aan zijn zwager Jan de Rooy uit Paal (in heel Z-Vlaanderen bekend als Jantje Patat) voor f 15.000,-. Van toen af voer het schip onder de letters GRA-2 (Graauw-2).
Omdat Jan geen mosselenpercelen in de buurt had toegewezen gekregen door de Coöperatie (alleen de naam van deze instelling maakt hem nog van streek) moest er op mosselen en mosselzaad gevist worden op de Waddenzee, een heel eind van huis dus.
Er werd continu dag en nacht gevaren. Intussen waren er krachtige motoren op de markt gekomen. Om mee te kunnen werd dan een schroevendraaier tussen de regulateur gestoken zo dat de motor enkele klappen meer maakte. Dat kostte elk jaar een zuiger maar de prijs hiervan woog. niet op tegen een nieuwe motor.
Toen de bekende parasieten, de wormpjes, in de mossel kwamen werd overgegaan op de garnaalvisserij maar het ongelukkig toeval wil dat er twee jaar geen garnaal zat zo dat ook deze activiteit een verlieslatende zaak was.
In 1961werd de GRA-2 dan verkocht aan een oesterteler uit Yerseke - Jac. Kreyger - voor f 16.000,-. Het kreeg de letters Ye.85 en werd uitgerust voor de oesterkwekerij.
Toen de oesters hier grotendeels vernield werden, is ook het bedrijf van Kreyger gesaneerd en in 1964 werd de aak verkocht aan de huidige eigenaar O.P.C. Werkers te Nieuw-Namen, die er de naam Saeftinghe aan gaf.
In Terschelling werd van Jan Doeksen gekocht al het rondhout, zwaarden, zeilen en verdere tuigage van de botter Zomerland, die een paar dagen daarna in opdracht van de eigenaar tot zinken werd gebracht.
Op de werf van Verras te Paal werd de aak vervolgens tot jacht verbouwd in zijn huidige vorm.

De Gra.2

 

 

ZZ4 - Saeftinge - gebouwd in 1930 bij De Boer. Van tewaterlating via de 'korven' tot jacht.

 

Saeftinge, met het embleem van het bouwjaar.

 

Saeftinge.


Ziehier dus het overzicht van de vóór 1930 gebouwde Lemsteraken die thans nog in Nederland als jacht in de vaart zijn. Zij vormen een kostelijk bezit dat verdient met zorg en liefde in stand te worden gehouden.
Dit overzicht heeft geen andere pretentie dan datgene dat van de oude aken bekend is te hebben verzameld en vastgelegd. Naar volledigheid is daarbij gestreefd, maar of dat is gelukt? In ieder geval heb ik niet de levensloop kunnen achterhalen van de in een advertentie in de Waterkampioen van juli 1981 aangeboden 50-voets aak. De informatie in de advertentie zelve is in ieder geval voor een deel onjuist. Afgaande op de werfboeken van de Boer ben ik geneigd aan te nemen dat we hier te doen hebben met de aak die in 1910 werd geleverd aan G. Buis te Enkhuizen en waarvan het werfboek zegt: gelijk aan J. Blauw (= de twee jaar eerder gebouwde LE 8, thans Vrouwe Antoinette Elizabeth).
Het aantal nog varende oude Lemsteraken, zo blijkt uit het bovenstaande, is verrassend groot.
Niet minder verheugend is het feit dat in de laatste jaren een zo sterk belangstelling voor dit fraaie scheepstype valt te constateren. Daarbij wedijveren enkele bekwame scheepsbouwers als het ware met elkaar in het bouwen van fraaie en snelle jachten waarin zij als vanouds iets van zich zelf, van hun eigen kunnen tot uitdrukking brengen.

Elsemoer - gebouwd in 1974 bij Y. Blom te Hindelopen. 'De nieuwe generatie'

 

Deze prachtige (jacht) Lemsteraak "Louise" is in bezit van Peter Plönes. Het jacht is in 1982/83 gebouwd door 'De Nieuwe Kielkade' te Bolsward (ontwerper Tj. Brinksma).

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.