De ondergang van het stoomschip Friesland (1940) Foto's van Karin Kamminga.
Bemanning van "De Friesland". 3e van rechts, Kapitein Bolhuis en uiterst rechts Piet Kamminga.
Man met snor in het midden is Piet Kamminga en rechts Kapitein Bolhuis.
Links: Jan Kamminga de jongeman is niet bekend. -18 december 1939 DE SCHEEPVAART OP HET IJSSELMEER. Ondervindt hinder van het ijs. Het stoomschip Friesland van de Holland- Friesland-Groningen-lijn is in verband met mogelijke ijsvorming in het IJsselmeer Zondagnacht nacht om 12 uur van Lemmer naar Amsterdam vertrokken om den bij de bout behoorenden ijsbreker op te halen. De Jan Nieveen van de Groningen-Lemmer Stoombootmaatschappij is tegelijk met de Friesland’’ vertrokken Hedenmorgen kwamen de beide booten met weinig vertraging in Amsterdam aan. Vanavond varen ze terug. Hoewel het voor de Lemmer haven nog niet vol ijs ligt ondervindt de scheepvaart hinder. De zeilvaart is vrijwel gesloten De scheepvaart vaart in de binnenwateren ondervindt veel hinder. Vijf vaartuigen voorzien van sterke motoren voeren vanochtend de Oranjesluizen uit doch bleven op het Buiten-IJ steken en moesten terug keeren. Een dezer motorschepen had nog de hulp van een voortstuwende sleepboot maar ook dit mocht niet baten. Beide waren gedwongen ter hoogte van Durgerdam naar de Oranjesluizen terug te varen. De schipper van dit vaartuig deelde mede dat het ijs op het Buiten-IJ ongeveer 8 cm dik was. Met zijn verrekijker had hij de situatie nabij Pampus bezien. Zoover hij kon kijken ongeveer een uur gaans was ook daar niets dan ijs. -17 januari 1940 De tocht van Amsterdam over het IJsselmeer naar Kampen. De drie schepen in het ijs bekneld. De Friesland waarschijnlijk verloren.
Amsterdam 17 Januari. Een redacteur van
het A.N.P. heeft aan boord van het vracht en passagiersschip Holland
welk schip met de Friesland en de IJssel Maandagochtend vroeg uit
Amsterdam was vertrokken om te trachten het ijs op het IJsselmeer te
breken en Kampen Het einde van de geregelde verbinding.
Het kruiende ijs opgezwiept door den
fellen wind uit het noord-oosten welke Dinsdag over het IJsselmeer blies
aldus meldt de A.N.P. heeft een einde gemaakt aan de poging de geregelde
verbinding tusschen Amsterdam en Kampen te herstellen. Dinsdagochtend
ochtend te half twaalf raakten de schepen in het ijs bekneld nadat zij
gedurende de uren daarvoor slechts uiterst langzaam vooruit hadden
kunnen komen. Met geweldige kracht kwam het ijs opzetten en in zeer
korten tijd was het pleit beslist. De drie schepen hadden toen zooveel
schade opgeloopen dat de heer Koppe, zoon van den reeder die zich aan
boord van een der schepen bevond het niet raadzaam achtte den tocht nog
verder voort te zetten. Het ijs raakte los.
Toen men Urk naderde is het ijs losgeraakt
en gaan kruien. Met geweldige kracht kwam een groot ijsvlak aandrijven
en stootte tegen de De Friesland in moeilijke positie.
Erger was de Friesland er aan toe. Dit
vaartuig voer zooals gezegd ruim vijftig meter achter de beide andere
schepen. Toen het ijs begon te kruien werd de Friesland omhoog
getild en volkomen door het ijs ingedrukt. In de machinekamer sprong een
stoomleiding. Het gelukte den machinist den heer
De Jong slechts met moeite op het allerlaatste oogenblik uit
de machinekamer te vluchten. De ketel liep onmiddellijk leeg zoodat ook
het vuur gedoofd moest worden. Het schip maakte op vele plaatsen water
en het was niet mogelijk de lekken te stoppen. De bemanning ging over.
De bemanning van de Friesland begaf
zich dadelijk op het ijs daar gevaar voor onmiddellijk zinken bestond.
Het bleek echter dat de Friesland zoo vast in het ijs beklemd zat
dat het schip niet zonk ondanks het feit dat het water spoedig tot aan
het dek stond.
Links: 'De Friesland', op de achtergrond, 'De Holland' en 'De IJssel'.
3e van links Dhr. Van Parre. En waarschijnlijk de fotografen en de A.N.P. redacteur.
-18 januari 1940 Drie schepen voerden den strijd tegen het ijs.
De 'Holland' de 'IJssel' en de
'Friesland'
gaven het op.
De redacteur van het A.N.P. die den tocht
met het stoomschip Holland medemaakte schrijft na zijn terugkeer in
Amsterdam nog het volgende. De toestand van de drie schepen van de
Reederij Koppe N.V. de Friesland de Holland en de IJssel was toen wij
des morgens om halftien met de ijsvlet naar Elburg vertrokken niet
ongunstig. Er was geen wind en de zon scheen prachtig. Het ijs was
volkomen komen rustig zoodat althans op dat oogenblik voor de 26
achtergebleven opvarenden geen gevaar te vreezen was. De toestand van de
schepen is n.l. van dien aard dat indien het ijs weer gaat kruien ook de
Holland en de IJssel als verloren beschouwd moeten worden Van de Friesland zal zooals reeds eerder werd gemeld weinig of niets meer te redden zijn. Wij maakten Dinsdagmiddag tegen één uur een tocht over het ijs van de Holland af naar dit schip om de schade in oogenschouw te nemen. Wat wij te zien kregen is misschien het beste te vergelijken met een leeg blikje waarop met een hamer is geslagen. De ontstellende kracht van het kruiende ijs had de flanken van het schip samengedrukt. Vrijwel geen zij of of dekspant was meer heel. De dekken stonden bol de tweede klassekajuit in het voorschip was één groote ravage van stukken houtwerk. De brug was gebroken en het schip was doorgeknakt waardoor de mast was gespleten. Dat het schip dan ook vanmorgen nog niet ten onder was gegaan is vermoedelijk te danken aan het feit dat het wrak tusschen het ijs gekneld zit en het water ter plaatse niet diep is zoodat de mogelijkheid bestaat dat het schip op den bodem van het IJsselmeer rust.
Een droevig gezicht.
Het was een droevig gezicht het fraaie
schip in zoo'n toestand te moeten terugvinden en wij hadden te doen met
kapitein Bolhuis die in den korte spanne tijds van drie minuten zijn
mooie schip had zien veranderen in een wrak, het schip waarop hij sinds
dit in 1925 was gebouwd als kapitein had gevaren. Het koste kapitein
Bolhuis veel moeite het dek van de Friesland te verlaten en aan boord
van De toestand van de IJssel en de Holland.
De belde andere schepen zijn er gunstiger
afgekomen al hebben ook zij zulke zware schade opgeloopen dat zij
voorloopig -de heer Koppe Jr meende de eerste zes of acht maanden niet
meer zullen kunnen varen. Van de beide schepen zijn de flanken ingedrukt
en circa tien spanten gebroken. Bij de IJssel is de
reservepompinstallatie welke in de machinekamer stond opgesteld door het
indrukken van den scheepswand naar binnen geschoven en totaal gebroken.
Het schip maakt aan beide boorden water doch de lekken konden in den
loop van Dinsdag grootendeels worden hersteld en met behulp van de
machinepomp is het thans ruimschoots mogelijk het nog binnen stroomende
water weg te pompen. Aan boord van de Holland is in de machinekamer
schade ontstaan aan beide boorden. De bakboordstortkoker is ontzet. Het
roer is ernstig beschadigd en de askoker gebroken waardoor een flink lek
is ontstaan. Ook in het ruim is aan de stuurboordzijde een lek gekomen.
De bakboordhut in de eerste klasse-salon is geheel vernield. Beide
schepen hebben zooals kapitein Berends van de IJssel zeide hun kracht
verloren door de schade aan de constructie. De scheepswanden zijn
hierdoor niet meer in staat weerstand te bieden tegen grooten druk en
mocht de wind het ijs wederom opstuwen dan word de toestand zeer
precair. De stemming aan boord.
De stemming aan boord van de Holland bleef
ondanks de tegenslagen -aanvankelijk was er op gerekend dat de schepen
Maandagavond Kampen zouden bereiken zeer opgewekt. Een uitstekende
hofmeester zorgde voor den inwendigen mensch en zoolang de machines
draaiden werd stoom door de verwarmings-installaties geblazen zoodat in
de eerste klasse kajuit een hoogst behaaglijke warmte was te genieten.
De gasten van den heer Koppe een vrouwelijke en een mannelijke passagier
twee pers-fotografen een film-operateur en de Een dag vol sensatie.
Dinsdag was een dag vol sensatie een dag
waarop het niet noodig was afleiding te zoeken in de kaarten. Vooral de
landrotten waren Wat de vlieger Ie luitenant Sluyters opmerkte. De burgemeester van Urk heeft gistermiddag omstreeks drie uur den sportvlieger Sluyters van de Nationale Luchtvaartschool die thans als reserve eerste luitenant op Sosterberg is gedetacheerd telefonisch verzocht een brief op een der vastgeraakte schepen te werpen waarin de vraag werd gesteld of er nog een ijsvlet noodig was Luitenant Sluyters cirkelde op geringe hoogte boven de schepen en wierp vervolgens den brief met ballast omlaag. Nadat de leden der bemanning den inhoud hadden gelezen schreven zij met kolen op het ijs het woord. "Neen" De vlieger begaf zich daarop naar den burgemeester van Urk wien hy de boodschap overbracht. Deze evenwel wilde ter geruststelling een uitvoeriger boodschap hebben waarop Heymans andermaal opsteeg en een tweeden brief op een der schepen wierp waarin om een uitvoeriger antwoord werd verzocht. Wederom met behulp van kolen verschenen op het ys de woorden "Indien noodig lichtseinen" Onmiddellijk keerde luitenant Sluyters naar Urk terug om het antwoord bij den burgemeester te laten afgeven. De vlieger vertelde nog dat hij gezien had dat de achtersteven van een der schepen geleidelijk zonk terwijl een tweede schip water maakte Aan het derde vaartuig kon hij niks bijzonders bemerken.
De achtergeblevenen hadden inmiddels met kolengruis op het ijs geschreven: "Hulp IJsbeer Daniël - Schepen lek." Hiermede was bedoeld te zeggen, dat getracht moest worden de ijsbrekers "IJsbeer" en "Daniël Goedkoop" uit Amsterdam naar het convooi te zenden. De schepen lagen ongeveer 15 km ten Noorden van Elburg en 12 km ten Zuid-Westen van Kampen. Inmiddels had de reederij reeds in de rapporten der overkomende vliegers aanleiding gevonden een soortgelijken maatregel te treffen. Zij charterde de "Daniël Goedkoop" en de "Willemina Goedkoop".
-19 januari 1940 De op het IJsselmeer vastgeraakte schepen. IJSBREKERS HEBBEN HUN DOEL BEREIKT. Parmentier werpt levensmiddelen uit.
Amsterdam 19 Januari. Het met spanning
verwachte bericht dat de twee ijsbrekers welke al eenige dagen op zoek
zijn naar het op het IJsselmeer ingevroren convooi hun doel hebben
bereikt werd vanochtend tegen halftwaalf ontvangen toen Parmentier van
zijn tocht naar Urk op Schiphol terugkeerde. Op de heenreis van het
vliegtuig werd waargenomen genomen dat de ijsbrekers bij de Holland en
de IJssel lagen. Ze hadden het ijs aan alle kanten stuk gemaakt zoodat
de booten waren omgeven door een groote plek open water. Op het
oogenblik dat het vliegtuig passeerde was men bezig alles in gereedheid
te brengen voor het vertrek Parmentier wierp een tweetal brieven De Friesland blijft waar zij is.
De Friesland welke zich in
deplorablen toestand bevindt en eigenlijk nog maar op het ijs hangt zal
worden achtergelaten. Het water is ter plaatse zeer ondiep zoodat bij
zinken het schip waarschijnlijk nog voor een deel boven de oppervlakte
zal uitsteken. Wellicht zal het later nog mogelijk zijn het vaartuig te
bergen. Het valt bij benadering niet te zeggen wanneer de schepen te
Amsterdam zullen aankomen.
-16 februari 1940 HET WRAK VAN DE FRIESLAND OP HET IJSSELMEER. Kan de lading geborgen worden?
Gistermiddag hebben twee Amsterdamsche
metaalhandelaren vergezeld van vier personen van Elburg uit, over het
ijs een tocht ondernomen naar het op het IJsselmeer temidden van ijs en
sneeuw weggezonken wrak van het s.s Friesland van de reederij Koppe.
Naar men zich herinnert is dit schip vier weken geleden verloren gegaan
toen het met twee andere booten van genoemde reederij een poging deed om
Kampen te bereiken. De expeditie van gisteren welke ten doel had na te
gaan of het mogelijk zou zijn de lading bestaande uit tachtig ton blik
te bergen werd met twee auto’s gemaakt in elk waarvan drie personen
hadden plaats genomen. Het gezelschap werd geleid door een beurtschipper
uit Elburg die den weg op het IJsselmeer op zijn duim kent terwijl men
ter oriëntatie tevens een vloeistof-compas bij zich had DE FRIESLAND GELICHT. Lading blik geborgen. Het stoomschip Friesland van de reederij Koppe te Amsterdam dat in Januari j.l. op het IJsselmeer tijdens een poging om door het 40 centimeter dikke ijs een weg tusschen Amsterdam en Kampen te banen zonk is gelicht en naar Amsterdam gesleept. Gistermiddag bereikte het convooi bestaande uit het zwaargehavende schip dat sterk slagzij naar stuurboord maakte en twee sleepbooten welke het bergingswerk verrichtten de Oranjesluizen. De schade welke het kruiende ijs heeft veroorzaakt is ernstiger dan men aanvankelijk dacht. De zijwanden van het schip vertoonen op talrijke plaatsen groote gaten waarvan sommige grooter dan een vierkante meter. Heden zullen deskundigen een onderzoek instellen naar de schade opdat ten aanzien van de reparatie een beslissing kan worden genomen. De lading blik welke ondanks de waterschade nog een waarde van duizenden guldens vertegenwoordigt is geborgen.
27 juni 1940. -De Friesland, die van den winter bij Urk zoo leelijk door het ijs gekraakt werd, is weer hersteld en in de vaart. Na afwezigheid van een half jaar arriveerde het schip in de tramhaven te Lemmer. Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.
|