De gaarkeuken achter de Nieuwburen te Lemmer (1995)

 


Enkele weken geleden hebben we herdacht dat ons dorp op 17 april 1945 door de Canadezen werd bevrijd. In een bijlage heeft Zuid-Friesland hier uitvoerig aandacht aan geschonken. Vooral de ellende van die jaren kwam weer naar voren. Geen wonder, de wonden die toen geslagen werden werken immers nog altijd na. Maar vanzelfsprekend was het niet alleen maar kommer en kwel (die uitdrukking kenden we nog niet eens) wat de klok sloeg. Het gewone leven ging ook nog een beetje door, sommige dingen kwamen zelfs weer meer in de belangstelling of kwamen in die jaren juist van de grond.

Een groot bezit was in die jaren ook het gevoel voor humor. Dat gold ook in de gaarkeuken die in het laatst van de oorlog in de banketbakkerij van de 'Centrale Bakkerij' gevestigd was. Toen het niet meer mogelijk was om ook maar het eenvoudigste koekje te bakken en de productie dus helemaal stil lag was ook het moment aangebroken dat menigeen door gebrek aan brandstof geen kans meer zag om een warme maaltijd te bereiden. Tijd om over te gaan tot het van gemeentewege instellen van een gaarkeuken. De ruimte daarvoor werd gevonden in de bakkerij die met twee doorbraken werd verbonden met de garage van hotel Boersma, waardoor ruimte voor opslag, aardappelen schillen en pitten en dergelijke zaken werd gevonden. Grote kookpotten werden aangevoerd, naar ik meen uit kampen in de NOP. Het personeel werd zorgvuldig uitgekozen.

Mensen die anders misschien voor uitzending naar Duitsland zouden worden opgeroepen. In de eerste plaats zij die in de bakkerij werkten. Bakkers-en kokswerk liggen tenslotte dicht bij elkaar. Bovendien bleven de eigen mensen, Klaas Knol en Menno van der Hoff, op die manier baas in het eigen gebouw. College Thijsseling kon op die manier ook worden veilig gesteld en ook nóg enkele aankomende krachten in het vak. Bij het Gemeente Gasbedrijf lagen de meeste, misschien wel alle, werkzaamheden inmiddels ook stil en dus kwam dat personeel ook in gevaar. Maar een stoker in de gasfabriek kon ook uitstekend de kolen onder de kookpot scheppen. Er zal nog wel eens iemand van het sluispersoneel tussen gedrukt zijn, een paar meisjes bij de aardappelschilmachine waren ook wel te vinden. Dan moest er natuurlijk ook iemand zijn die dit alles financieel en wat minstens even belangrijk was, met bonnen en toewijzingen op orde hield. Dat werd Pier Meijer, boekhouder van de gasfabriek en de afslag. Meijer was iemand die niet alleen rekenkundig maar ook taalkundig goed met de pen overweg kon.

Onder zijn initialen P.M.L. (Lemmer) heeft hij veel bijdragen geschreven en ook in die laatste oorlogsmaanden, toen alles zo spannend was, kon hij het schrijven niet laten. Zijn baan bij de gaarkeuken bracht hem tot het schrijven van een gedicht van 22 vierregelige coupletten, waarbij hij de gaarkeuken en zijn medewerkers opvoerde als een circus vol
artiesten. Beginnend met Klaas Knol, uit de Schans als de baas en Van der Hoff, als zijn vervanger komt Meijer, via de hele groep van medewerkers tenslotte bij zichzelf terecht: hij beurt netjes in zijn petje de centjes voor 't gezelschap in. Mooi dat wij na vijftig jaar weer in het bezit van deze oorlogspoëzie kwamen, we zouden alleen wel willen weten wie ons dit bezorgd heeft. Mijn zoon was zo onder indruk van dit gedicht. dat hij niet gezien heeft wie hem dit bracht.

Evert de Vries.

 

De baas van 't Circus Stamppot Rapen,
Flerr Karel Knol van Schansenstein,

Beschouwt zijn troep artiestenknapen,
Die aan zijn tent verbonden zijn.
Zijn adjudant Herr Hoff de Mennos,
Een Spanjaard van het zuiverst ras,
Zorgt voor het welzijn van de troepos
Alsof hij aller Vader was. .

De stalchef Thijs van Taartenheuvel,
Zorgt voor de paarden van zijn baas.
Dit heerschap houdt niet van gekeuvel,
En arbeidt zonder veel geraas.

Heer Piet von Reijenga toe zwartkop,
Tip top jongleur van groot formaat,
Jongleerd met pokken en een koolschop,
En is tot alles steeds in staat.
Zijn kameraad in duistre zaken,

Herr Meister Hans von Zeldenthuis,
Moet het geacht publiek vermaken
Met 'n afgerichte witte muis.

De Mexicaan Bernardo Veeno,
Een reuze Cowboy op en top,
Die werpt geweldig met zijn lasso,
Vangt alles in zijn reuzestrop.

Een top artist van reputatie,
Is 't slangenmensch Don Sjors van Brug,
Zijn hoogtepunt is een creatie,
Met dertien kronkels in zijn rug.

Herr Henri Dijkstra van Bohemen,
Rijdt op een volbloed Arabier,
Gaat elke keer drie salto's nemen,
Een groet 't publiek met grooten zwier.

Don Pedro Frankman van Itali,
Rijdt staande op drie schimmels rond.
De teugels in zijn vuistpotdori,
En dwars de rijzweep in zijn mond.

Herr Bakker Bart van Polderveenen,
Drinkt veertig glazen water uit.
Spuwt dan de stralen om zich henen,
Als bij een brand de motorspuit.

Een kerel als uit staal gegoten,
Is onze Mister Henri Loen.
Hij wordt uit een kanon geschoten,
En vliegt door 't circus als een hoen.

Herr Anno Hoff van Vitterskerken,
Die maakt éen hoogstand op een stoel,
Men kan aan deze artist wel merken,
Die streeft steeds naar een hoger doel.

De Clowns van 't circus Stamppot Rapen,
Herr Jennico en Heineman,
Dat zijn precies twee kwaaie apen,
En vechten ook zoo nu en dan.

De dodensprong van uit het nokje,
Wordt uitgevoerd door Tetto Fries,
Dat is een zeer gevaarlijk gokje,
En 't of winst of 't wordt verlies.

Dan komt Herr Jaspers met zijn Leeuwen,
Een temmer met een grote snor,
Je hoort van ver de beesten schreeuwen,
Hij geeft ze af en toe een por.

En is een nummer afgelopen,
Staat daar de stalknecht Peter Bijl,
En vangt met beide armen open,
Het paard en loodst het door het zeil.

Herr Laurens Deinum Koningschutter,
Schiet met een zuiver meester-schot,
Een wonder voor zo 'n kleine putter,
Finaal een rode biet aan mot.

En als het spel dan gaat beginnen,
Staat daar de Heer van Medenblik,
En lokt 't publiek glimachend binnen,
Hij kent zijn menschen op een' prik.

De dansers Katchinka Wouda,
Voormalig Russich Grootvorstin,
Die dans balletten uit de Püsta,
En heeft meestal een fleurig zin.

't Trapeze trio: De Drie Jellen;
Voert in den nok haar kunsten uit.
Dit stel is heel wat mee te stellen,
Geen van de drie houdt ooit haar snuit.

Een jonge ster van 't eiland Kreta,
Danst op een strak gespannen koord,
Zij noemt zich zelf Miss Margaretha,
En voert meestal het hoogste woord.

En aan de kassa in 't loketje,
Daar zit Herr Mejjer aus Berlin.
En beurt daar netjes in zijn petje,
De centjes voor 't gezelschap in

P.M. .......

 

 

 

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.