|
De baas van 't Circus Stamppot Rapen,
Flerr Karel Knol van Schansenstein,
Beschouwt zijn troep artiestenknapen,
Die aan zijn tent verbonden zijn.
Zijn adjudant Herr Hoff de Mennos,
Een Spanjaard van het zuiverst ras,
Zorgt voor het welzijn van de troepos
Alsof hij aller Vader was. .
De stalchef Thijs van Taartenheuvel,
Zorgt voor de paarden van zijn baas.
Dit heerschap houdt niet van gekeuvel,
En arbeidt zonder veel geraas.
Heer Piet von Reijenga toe zwartkop,
Tip top jongleur van groot formaat,
Jongleerd met pokken en een koolschop,
En is tot alles steeds in staat.
Zijn kameraad in duistre zaken,
Herr Meister Hans von Zeldenthuis,
Moet het geacht publiek vermaken
Met 'n afgerichte witte muis.
De Mexicaan Bernardo Veeno,
Een reuze Cowboy op en top,
Die werpt geweldig met zijn lasso,
Vangt alles in zijn reuzestrop.
Een top artist van reputatie,
Is 't slangenmensch Don Sjors van Brug,
Zijn hoogtepunt is een creatie,
Met dertien kronkels in zijn rug.
Herr Henri Dijkstra van Bohemen,
Rijdt op een volbloed Arabier,
Gaat elke keer drie salto's nemen,
Een groet 't publiek met grooten zwier.
Don Pedro Frankman van Itali,
Rijdt staande op drie schimmels rond.
De teugels in zijn vuistpotdori,
En dwars de rijzweep in zijn mond.
Herr Bakker Bart van Polderveenen,
Drinkt veertig glazen water uit.
Spuwt dan de stralen om zich henen,
Als bij een brand de motorspuit.
Een kerel als uit staal gegoten,
Is onze Mister Henri Loen.
Hij wordt uit een kanon geschoten,
En vliegt door 't circus als een hoen.
Herr Anno Hoff van Vitterskerken,
Die maakt éen hoogstand op een stoel,
Men kan aan deze artist wel merken,
Die streeft steeds naar een hoger doel.
De Clowns van 't circus Stamppot Rapen,
Herr Jennico en Heineman,
Dat zijn precies twee kwaaie apen,
En vechten ook zoo nu en dan.
De dodensprong van uit het nokje,
Wordt uitgevoerd door Tetto Fries,
Dat is een zeer gevaarlijk gokje,
En 't of winst of 't wordt verlies.
Dan komt Herr Jaspers met zijn Leeuwen,
Een temmer met een grote snor,
Je hoort van ver de beesten schreeuwen,
Hij geeft ze af en toe een por.
En is een nummer afgelopen,
Staat daar de stalknecht Peter Bijl,
En vangt met beide armen open,
Het paard en loodst het door het zeil.
Herr Laurens Deinum Koningschutter,
Schiet met een zuiver meester-schot,
Een wonder voor zo 'n kleine putter,
Finaal een rode biet aan mot.
En als het spel dan gaat beginnen,
Staat daar de Heer van Medenblik,
En lokt 't publiek glimachend binnen,
Hij kent zijn menschen op een' prik.
De dansers Katchinka Wouda,
Voormalig Russich Grootvorstin,
Die dans balletten uit de Püsta,
En heeft meestal een fleurig zin.
't Trapeze trio: De Drie Jellen;
Voert in den nok haar kunsten uit.
Dit stel is heel wat mee te stellen,
Geen van de drie houdt ooit haar snuit.
Een jonge ster van 't eiland Kreta,
Danst op een strak gespannen koord,
Zij noemt zich zelf Miss Margaretha,
En voert meestal het hoogste woord.
En aan de kassa in 't loketje,
Daar zit Herr Mejjer aus Berlin.
En beurt daar netjes in zijn petje,
De centjes voor 't gezelschap in
P.M. .......
|