|
De tram in de Lemmer.

"Fonkelnieuw, de glanzende lak en de
onbesmette verf schitterende en wedijverende in glinsteringen van
zonnelicht, stonden op 10 augustus 1901 tegen twee uur 's middags de
vier mooie grote tramwagens van de NTM in de versierde remise van het
coquette stationsgebouwtje te Lemmer aan de eigen haven der Maatschappij
te wachten op de genoodigden, die over zee van Amsterdam met de
salonboot Heerenveen verwacht werden. Locomotief 25 het eerste product
van dien aard uit de werkplaatsen der Maatschappij te Sneek, omkranst
met groen en bloemen, zou dezen feesttrein trekken, bestuurd door den
chef-machinist, de heer Aarden.
Nadat de feestgroet in letters op de
steiger nog bekrachtigd was geworden door een feestdronk, was het oogenblik voor de nieuwe tram aangebroken om met flinke vaart, sneller
dan de omnibus, zachter en gemakkelijker dan de omnibus
(vervoermiddel),
een wagen voor openbaar vervoer voortgetrokken door één of meer
paarden) - maar
niet zo gezellig - de eerste passagiers, thans genoodigden - naar Joure
te brengen"



Tramlijn Joure - Lemmer.
De Friese plaats Lemmer lag tot
1968 aan een goederentramlijn. De lijn was oorspronkelijk een
stoomtramlijn die Lemmer met Joure verbond, van hieruit kon men
verder reizen naar Heerenveen of Sneek. De Lengte was ongeveer
18 kilometer.
De lijn werd van 1901 tot 1947
geëxploiteerd door de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM),
er werd gereden met stoomtrams. Vanaf 1947 reden er alleen nog
goederentrams. Later werd de lijn geëxploiteerd door de NS. In
1962 gold als maximumsnelheid 30 km/u. De lijn werd in 1968
gesloten. Begin jaren zeventig is de lijn opgebroken.
De volgende plaatsen lagen
aan de lijn
-
Joure
-
Scharsterbrug
-
Sint Nicolaasga
-
Follega
-
Lemmer
Enkele data
-
Opening: 12
augustus 1901
-
Staking
personenvervoer: 5 oktober 1947
-
Overname door
NS van NTM: 5 oktober 1947
-
Overname door
NTM van NS voor goederenvervoer: 1 oktober
1949
-
Overname door
NS van NTM: 23 december 1960
-
Opheffing: 10
juni 1968
Ook in 1901 kwam
nog een andere tramlijn naar een haven tot
stand, namelijk Joure – Sint Nicolaasga –
Lemmer, waar aansluiting was op de 'Lemmerboot'
die via de Zuiderzee een verbinding met
Amsterdam verzorgde. In 1902 werd de ontbrekende
schakel Arum – Franeker aangelegd, zodat vanuit
Leeuwarden nu in westelijke richting tegen de
klok in een rondje gereden kon worden tot aan
Veenwouden. Het ontbrekende deel Veenwouden –
Leeuwarden zou later ingevuld worden met
stoomtrams op de spoorlijn Leeuwarden –
Groningen.
Bron: Wikipedia.



In 1901 werd de
tramlijn Joure-Lemmer geopend, als voorlopig laatste
traject van het uitgebreide tramnet in Friesland. De
aanleg van het tramnet heeft heel wat voeten in de
aarde gehad. De plannen waren er reeds in 1872, maar
er waren speciale wetten nodig om een en ander te
verwezenlijken. In 1880 kwam de wet tot stand op de
openbare vervoermiddelen, andere dan de spoorwegen;
wel moest men concessies aanvragen en had men de
medewerking van de gemeente nodig. Vooral op het
platteland viel de medewerking soms wel eens tegen.
Zo wilde het gemeentebestuur van Doniawerstal geen
toestemming geven gebruik te maken van kunstwegen
tussen Joure en Spanneburg.
Over het algemeen was men tegen stoomtractie langs
bestaande wegen. Nadat de lijn Joure-Lemmer op een
geheel eigen baan was ontworpen, had Doniawerstal
geen bezwaren meer. Ook de financiële kant van het
plaatje gaf veel zorgen. Dat het de N.T.M. niet
meeviel om op alle lijnen de exploitatie sluitend te
krijgen is wel duidelijk. Zo moesten er door de
N.T.M. veel moeilijkheden overwonnen worden.
Vanaf 1901 reed de tram van de N.T.M. dus ook in
Lemmer. Daar was een aansluiting op de bootdienst
naar Amsterdam; er was een speciale ??? voor de
tramboot gegraven en voor de tram was er een net en
zindelijk stationnetje neergezet. Andere berichten
spreken van een ‘koket stationnetje’. Hoe het ook
zij, het bracht nog meer leven in het voortvarende
vissersdorp. Om de tram bij de haven te laten komen
moest hij de Zijlroede passeren, een drukke
vaarroute. De doorgaande scheepvaart ging door de
Zijlroede dwars de Lemmer door, op de kruising kwam
een draaibrug.
LC-13 Augustus 1901: DE HOLLAND FRIESLAND-LIJN.
Toen we in ons
Maandagnummer een beknopte mededeeling gaven omtrent de
feestelijke opening dezer, lieten we daarin reeds
doorschemeren, dat die opening daarom zoo gewichtig was,
wijl ze de kroon zet op een arbeid van meer dan twintig
jaar een arbeid die een lauwer meer voegt aan de kroon
van den nu ontslapen directeur van de Nederlandsche
Tramweg-Maatschappij den heer S. Hamelink. Want al heeft
deze de voltooiing niet mogen beleven ze is toch zijn
werk. Toen we ten einde in ons blad een kort overzicht
te geven van de geschiedenis der lijn Lemmer Joure, ons
vervoegden aan het bureau van de N. T. M te Heerenveen
werden ons door de welwillende tusschenkomst van den
humanen directeur, bereidwillig de noodige gegevens
verschaft. Die gegevens zijn de volgende schets
verwerkt.
Reeds den 19 November 1880
kwam in een vergadering van belanghebbenden te Lemmer de
vraag ter sprake of het niet wenschelyk zou zijn in
onderhandeling te treden met den heer S. Hamelink
teneinde pogingen in het werk te stellen Lemmer uit zijn
isolement te brengen door eene verbinding met Joure en
verder met het noordernet der S.S. Die vraag werd
toestemmend beantwoord en aan een commissie bestaande
uit de heeren K. S. v Andringa, H. J. Woudstra, P. O.
Sleeswijk, R. v Veen, W. Brandenburg en A. Kerkhof, werd
opgedragen deze zaak te behartigen. De onderhandelingen
leidden voorloopig tot geen afdoend resultaat althans in
de Leeuwarder Courant van 29 Maart 1888 (men lette op
het jaartal komt het volgende bericht voor)
|
Lemmer 29 Maart 1888.
Naast den bestaanden omnibusdienst
Lemmer-St Nicalaasga Joure en omgekeerd van
den heer Hielkema is van hedenaf van wege de
N T M langs dezelfde route een omnibusdienst
geopend in aansluiting met de tram op
Heerenveen en verder met het
noorderspoorwegnet. Het aansluiten van ons dorp door
middel van een stoomtramlijn via Joure met
het
bestaande tram en spoorwegnet behoort nog
steeds
tot de vrome wenschen. Enkele jaren geleden
werden door bovengenoemde Maatschappij
daartoe krachtige pogingen aangewend flinke
subsidiën werden zoowel door onze gemeente
als door ingezetenen aangeboden doch de
voorwaarden door de gemeente Doniawerstal voor
het gebruiken van hare wegen gesteld waren
zoo bezwarend dat de Maatschappij meende
daarin niet te kunnen treden. |
Ja die gemeente
Doniawerstal was de nachtmerrie van den wakkeren directeur
-
zij wierp
al maar door roet in zijn eten.
Mocht de zaak dus weinig vorderen, van de
baan kwam ze niet daarvoor was de belangstelling te Lemmer te groot. Den 1 Maart
1889 werd in die plaats een vergadering gehouden, geleid door den heer S. Hamelink.
Uit een bericht voorkomende in de Leeuwarder
Courant van 2 Maart blijkt, dat in die vergadering het in 1880 gevormde
tramcomité
waarvan ondertusschen de heeren van Andringa
en Woudstra overleden waren, zich opnieuw
constitueerde: als nieuw lid werd er aan toegevoegd de burgemeester der gemeente Lemsterland.
Na afloop der vergadering hield het
comité een langdurige conferentie met den
directeur.
Wie mocht meenen, dat de zaak nu weldra
met grooter spoed zou vorderen, die heeft zich
vergist. Wel werd nog den 14 Augustus van
datzelfde jaar 1889 door den directeur vergunning gevraagd aan de gemeente
Lemsterland om op haar grond rails te mogen leggen
en werd den 26e dier maand dit verzoek in
beginsel toegestaan mits de lijn binnen drie jaar in exploitatie zou komen, doch er zouden
andermaal vier jaren verloopen, voor de zaak
een eenigszins belangrijke schrede voorwaarts deed.
Voor verwondering over dezen langzamen
gang van zaken is geen reden, als men denkt
aan de vele bezwaren, die overwonnen moesten worden en aan de omvangrijke plannen welke
destijds het brein van den onvermoeiden directeur vulden. Wij noemen slechts de
lijnen:
Drachten - Leeuwarden Groningen en Gorredijk - Donkerbroek Appelscha - Smilde - Assen,
om van andere niet te spreken.
Bovendien moest de hulp van de provincie
worden verkregen. Eerst toen bij de Regeering
des lands het idee postvatte, dat het subsidiëren van zooveel mogelijk verkeerswegen in
het belang is van de welvaart van het volk
en dat het dus de plicht der Regeering is, alle
pogingen in die richting te steunen opende
zich voor de voorstanders van de lijn in quaestie
een vroolijker verschiet.
Van 1893 af begint het plan een meer bepaalden vorm aan te nemen het vage
verdwijnt.
In de vergadering van den Raad der gemeente Lemsterland (zoo staat te lezen in de Leeuwarder
Courant) van eergisteren werd met 8 tegen 2 stemmen besloten:
a. om aan den heer Hamelink een
subsidie te verleenen van f 30;
b. aan hem in koop en eigendom
over te dragen een perceel bouwterrein aan de Princessekade en hem te vergunnen de noodige rails te leggen op
de gronden aan de gemeente in eigendom behoorende of bij haar in onderhoud en beheer, en een en ander
tegen voldoening eener som van f 16.000;
c. de resteerende f 14.000; door
de gemeente te voldoen binnen 3 maanden nadat de tramweg Joure
-Lemmer in exploitatie is gebracht of uiterlijk binnen 3 maanden
na ultimo December 1895, zullende de verplichting tot het
uitkeeren van eenig subsidie vervallen, wanneer
voorgeschreven koop niet mocht doorgaan of wel de spoorweg niet
op voorschreven tijdstip in exploitatie zijn gebracht.
Met November 1894 weer een schrede
verder. Den 6en van die maand werd door de Prov-Staten van
Friesland op een desbetreffend adres van den directeur S.
Hamelink voor den aanleg der lijn Lemmer Joure uit de
provinciale fondsen een subsidie toegestaan van f 250; per K.M. gedurende 20 dienstjaren op voorwaarde dat met den aanleg
der lijn worde begonnen uiterljjk 1 Januari 1897, met de
exploitatie 1 Januari 1899.
Deze datums werden vastgesteld op
voorstel van den heer Troelstra. Wie zich herinnert de
voorwaarden door Lemsterland aan het subsidie verbonden, zal
gemakkelijk begrijpen, dat deze gemeente toen die voorwaarden
niet konden worden nagekomen, men er toe kwam om de toegestane
gelden weer in te trekken. Maar evenzeer zal het, gegeven het
groote belang van die gemeente bij het tot stand komen der lijn,
niemand verwonderen dat ten slotte in 1897 de Raad dier gemeente
definitief de subsidie toestond en eveneens verlof gaf tot het
leggen van rails in gemeentegrond. Al werd dit besluit dan ook
genomen met 6 tegen 5 stemmen, de zaak was er door en daarop
kwam het aan. De tegenstand van Doniawerstal had tengevolge dat
de lijn op eigen baan moest worden gelegd: hierdoor werden de
aanlegkosten aanzienlijk grooter.
Gelukkig dat provincie en
Regeering overtuigd waren van het belang der lijn - anders ware
ze misschien er nog niet. Hadden de Prov. Staten van Friesland
in de Juli-vergadering van 1895 een verzoek van den directeur
der N. T. M. om de subsidie van f 250; per K.M. te verhoogen tot
f 400; per K.M. van de hand gewezen - in de November-vergadering
van dat jaar werd dat cijfer van f 250; gebracht
op f 300.
En in een vergadering van aandeelhouders in de N. T. M. gehouden
te Utrecht op den 23 Januari 1896 werd medegedeeld, dat de
minister
van Waterstaat op de Staatsbegrooting had gebracht, een
renteloos voorschot van 6 in de kosten van aanleg der lijn tot
een bedrag van
hoogstens f 200; (Dit bedrag is later vastgesteld gesteld op f
150;)
Langzaam maar zeker marcheerde alzoo de ijverige
onvermoeide directeur recht op zijn doel aan. De onteigeningswet
ten behoeve der lijn, reeds in 1897 aangevraagd, werd 6 Juni
1900 uitgevaardigd. Met de onteigening zelf was men echter einde
1899 reeds klaar, met uitzondering van acht eigenaren. Ook met
dezen werd later een minnelijke schikking getroffen, zoodat in
’t geheel niet geprocedeerd behoefde te worden.
28 Juni 1899 had de aanbesteding
plaats van de noodige gebouwen bruggen enz. Aannemers werden Vos
en Jorritsma voor eene
som van f 77,189.
31 Maart 1900 werd de haven, den
28 April van dat jaar de aardebaan uitbesteed. Met gepasten
ijver werd aan de voltooiing gearbeid de winter belette echter
aanhoudend doorwerken en zoo duurde het tot de tweede helft van
1901 voor de lijn voor exploitatie gereed was.
De haven.
Terwijl de plannen tot den aanleg
der lijn Joure-Lemmer den directeur bezig hielden, knoopte
zich daaraan weldra de overweging vast dat daarmede gepaard
moest gaan een kortere (snellere) verbinding met Amsterdam. Deze
overweging leidde er toe, onderhandelingen te openen met de
Maatschappij, welke reeds booten had op die stad. Zonder gevolg
echter De N. T. M. wenschte booten in de vaart te brengen
sneller varende dan alle andere Zuiderzeebooten en - zij
slaagde. In de Leeuw. Ct. van 4 October 1897 komt het volgende
voor.
|
Stoomboot Lemmer -
Amsterdam.
Eergisteren (2 Oct
1897) werd met het stoomschip Schelde II van den
dienst Rotterdam -Zierikzee der heeren J. M. v.d.
Schuyt, Rotterdam een proeftocht gehouden van
Amsterdam naar Lemmer en terug. Deze tocht welke in
circa 41 uur geschiedde staat in verband met de
nieuwe stoombootlijn Amsterdam - Lemmer in
verbinding met de aan te leggen tramlijn
Lemmer-Joure der N. T. M. De exploitatie van den
stoombootdienst zal geschieden door de firma’s
Verschure & Co en J. G. Koppe, Amsterdam en J. M.
v.d. Schuyt, Rotterdam. Deze heeren alsmede de
directeur der N. T. M. de heer S. Hamelink, waren
aan boord (Volgt eene beschrijving van de boot de
snelheid enz) Waarschijnlijk zal de opening
reeds het volgende jaar geschieden. |
Ook deze berichtgever is dus in zijn verwachting teleurgesteld
wat de opening betreft. Overigens heeft bij gelijk, ten opzichte
van de exploitatie, deze is werkelijk definitief opgedragen aan
de Maatschappij Amsterdam - Lemmer, directeur P. F. Verschure,
welke Maatschappij twee booten Heerenveen en Bolsward in de vaart heeft.
Volledigheidshalve moet hier nog aan worden toegevoegd dat de
stoomvaartlijn een eigen haven noodig maakte (de
tramhaven) voor den
aanleg waarvan door de Regeering op 2 Mei 1897 een subsidie werd
verleend tot een bedrag van f 32,410.
Of die tramhaven aan haar doel zal
beantwoorden, is volgens sommigen ter plaatse bekend aan
gegronden twijfel onderhevig. Immers - zeggen dezen - terwijl de
booten van de Holland -Friesland-lijn een lengte hebben van 51.5
meter heeft de tramhaven een breedte tusschen de bermen van
slechts 34 meters, zoodat de booten steeds achteruit de haven
zullen moeten verlaten, wat meermalen voor de drukke scheepvaart
in de buitenhaven te Lemmer zeer hinderlijk zal zijn, te meer
wijl de monding van de tramhaven in de onmiddellijke nabijheid
van de schutsluis gelegen is en een en ander voor een vluggen
dienst van die stoomschepen evenmin bevorderlijk kan zijn. Laten
we hopen, dat zij, die zoo redeneeren, zullen blaken door een te
donker gekleurden bril te hebben gezien.
Zooals we boven reeds zeiden
zullen twee booten Heerenveen en Bolsward geregeld varen.
De dienst zal geschieden Van Amsterdam ’s morgens 9.10, ’s
avonds 11 en van Lemmer ’s morgens 9 en ’s avonds 11
(Greenwichtijd). De overtocht duurt 4½
uur. Te Amsterdam heeft de afvaart plaats aan de "De
Ruiterkade steiger 5" te Lemmer komen de booten in de tramhaven
aan den steiger der N. T. M. waar de reizigers direct in de
gereedstaande tramwagens kunnen overstappen. Te Heerenveen,
directe aansluiting met de staatsspoor naar Meppel en naar
Leeuwarden, te Sneek met de Holl. Spoor naar Leeuwarden. Van
Leeuwarden en van Meppel aansluiting per spoor op nacht- en
dagdienst te Heerenveen; van Leeuwarden aansluiting per
Hollandsche spoor op den nachtdienst te Sneek.
Wat de inrichting der booten die
ieder 225 ton groot zijn betreft het volgende:
Lengte 51 meter, breedte 6 meter,
holte 3 meter. Zij zijn voorzien van kimkielen tot grootere
stabiliteit en als middel tegen het slingeren. Machines zijn
triple expansie van 325 I P K.
Inrichting voor 1ste klasse
passagiers. Op het achterdek een ruim deksalon waarin toegang
tot acht hutten ingericht als eerste klasse spoorwegcoupés, ’s
nachts slaapgelegenheid biedend, voorts dames-salon en 1ste
klasse salon welke hoogst comfortabel zijn ingericht
gericht. Rijke betimmering. Op het ruime promenadedek is
de stuurhut voorzien van stoomstuurinrichting en telegraaf naar
de machinekamer.
De 2de klasse-kajuit ruim en
luchtig bevindt zich in het voorschip. Daaraan volgt het
laadruim voor goederen en vee. Eene dynamo van 60 ampères zorgt
voor voeding van twee booglampen van dek en verdere verlichting
der salons en kajuiten Stoomverwarming.
De vraag of deze lijn een toekomst
heeft, zullen we thans niet overwegen. We willen slechts
aanstippen dat ze de voornaamste plaatsen van de provincie
Friesland met Amsterdam verbindt, dat ze later hetzelfde zal
doen ten opzichte van de provincie Groningen.
Doorgaande tarieven voor personen
en goederenvervoer zijn gemaakt, die belangrijk lager zijn dan
de spoortarieven. Zoo kost b.v. een retourbiljet 1e klasse
Amsterdam-Lemmer f 2.25, 2e kl f 1.50; Amsterdam-Heerenveen f
3.50 en f 2.25; Amsterdam-Veenwouden f 4.10 en f 2.65;
Amsterdam-Harlingen f 3.90 en f 2.55 enz.

Overstappen
onder de overkapping naar de tram.


Het nieuwgebouwde station in
1901.

Een tram op de trambrug over de Zijlroede te Lemmer.
De foto werd in het laatst van de zomer in 1901
genomen kort na de officiële ingebruikneming van het
baanvak Joure Lemmer. In 1948 dus nog geen halve
eeuw later reed de laatste personentram naar Lemmer,
later werd ook het goederenvervoer op deze lijn
gestaakt.
De tram in de
oorlog.
Na de eerste wereldoorlog nam het personenvervoer
sterk toe. Ook het vrachtvervoer kreeg de volle
aandacht. De N.T.M. was zelfs zo voortvarend, dat
zij de eerste was die vee vervoerde in speciale
wagons, in de dertiger jaren kreeg de tram echter
concurrentie van de autobus en de bestelauto. De
wegen waren sinds de eerste tram reed ook sterk
verbeterd. Maar nog was het einde van het
romantische tramtijdperk niet in zicht. Dat kwam
door de oorlog! Eind 1939 zou de grote afbraak van
de tramrails beginnen.
Maar 10 mei 1940 brak de oorlog uit en in een
historisch overzicht wordt van geluk gesproken dat
er nog zo veel treinen intact waren.
LC-5 december 1970 -Oud-trammensen doken in
geschiedenis van NTM-wagen. Ex-conducteur schrijft:
in Sint Nyk sloeg mij de benauwdheid om het hart.
De
Tramstichting te Den Haag is er met de hulp van een
aantal LC-lezers, in geslaagd het oorlogsverleden te
ontrafelen van de meer dan 80 jaar oude
conducteurwagen van de NTM. Voordat de stichting
haar beschermende hand naar de wagen uitstrekte,
dreigde dit nogal zeldzame exemplaar uit de tijd van
de oude stoomtram verloren te gaan. Het stond weg te
roesten in een weiland onder Dokkum.
Vrij
zeker is thans dat de wagen betrokken is geweest bij
een beschieting op 5 augustus 1944 door Engelse
jagers, bij de brug over de Follegasloot. De
prozaïsch door de stichting aangeduide P1 werd bij
deze luchtaanval doorzeefd met kogels. De 83-jarige
L. Sloothaak te Lemmer, een van de oude getrouwen
van de Tramwegmaatschappij en tot zijn pensionering
conducteur, zorgde er voor dat de mist over de
oorlogslotgevallen van de wagen zijn opgelost. De
heer A. de Vries uit Heerenveen bevestigde de
waarnemingen van zijn Lemster oud-collega. Bij hun
relaas sloten ook de gegevens aan, die de heer A.
Prins te Surhuisterveen, de tramstichting toezond.
Omdat
de met bevende hand geschreven brief, van de
bedaagde oud-conducteur uit Lemmer een interessant
stuk geschiedschrijving bevat over de tram in de
oorlogsdagen van 40/45, laten we zijn herinneringen
over deze spannende periode uit het leven van veel
trammensen hier vrijwel woordelijk volgen. Blijkens
de brief van de heer De Vries, is een dergenen, die
in 1944 bij de beschieting gewond raakten de heer P.
de Groes nog in leven en woonachtig in Lemmer.
De
heer Sloothaak schrijft:
Het was 5 augustus 1944 toen ik als conducteur van
een personentram te ongeveer 17 uur het station te Joure binnenreed. De chef aldaar kwam op mij af en
zei de tram vanaf Heerenveen is 20 minuten te laat
en nu ben ik van plan de goederentram maar voor
jullie uit te laten gaan en zo geschiedde het ook.
De lucht zat vol van Engelse jagers maar we hadden
nog nooit last gehad. Toen wij na enige tijd weer
richting Lemmer vertrokken met de personentram en
wij tussen Scharsterbrug en St. Nicolaasga, waren er
steeds jagers boven de tram. Ze doken af en toe naar
ons maar er
gebeurde verder niets.
Op het
station St. Nicolaasga, aangekomen sloeg mij de
benauwdheid om het hart en ik pleegde overleg met de
machinist (St. Nicolaasga was een agentschap en er
was daarom geen stationschef). Ik beet eigenhandig
de knoop door en liet alle passagiers uitstappen. De
tram werd teruggereden achter de boswallen van het
R.K. kerkhof zodat die wat aan het gezicht was
onttrokken. Toen ik terug kwam op het station, heb
ik de chef van Lemmer opgebeld en verteld wat Ik
gedaan had. Dat vond hij goed en zei blijven waar je
bent, denk je nu het lijkt wel veilig bel me dan op.
Wij wisten toen nog niet wat er gebeurd was...
Ik
bleef bleef bij de telefoon en even later belde de
chef van Lemmer weer en zei nogmaals blijf waar je
bent. Hij vertelde mij dat de goederentram was
beschoten en de toestand slecht leek. Nieuwsgierig
geworden naar wat er aan de hand was belde ik Lemmer
opnieuw. De oudste klerk kwam aan de telefoon en
zei: "De goederentram is in Follega beschoten en de
chef is er heen met dokter, politie en ziekenwagen.
Maar blijf aan de telefoon want er is hier een
gevecht in de lucht tussen jagers".
Zoals
ik al zei was de Goederentram voor ons uitgegaan.
Zij had onderweg al eens stil gestaan omdat het
personeel het niet vertrouwde. Toen het hun dan
veilig toeleek (de Jagers waren inmiddels
vertrokken) ging het op Lemmer aan. Ze waren
nauwelijks 100 meter over de brug over de
Follegasloot (6 kilometer van Lemmer) af of er
schoten 2 Jagers over de bomen van Rijksstraatweg
Lemmer-Sneek op hen af en openden het vuur. Wat er
gebeurde was verschrikkelijk. De reserveconducteur
werd gedood, de machinist werd door zeven schoten
geraakt, maar niet dodelijk gewond en de conducteur
kreeg een schot door het been. De beide laatsten
hebben het leven behouden. De Jagers zijn nadien
verdwenen en wij hebben geen last meer gehad. We
zijn met de personentrein weer richting Lemmer
gegaan en hebben de goederentram op sleeptouw
genomen. want de machine was defect. Wij kwamen
heelhuids thuis.
Wat de
P1 betreft dat was de verblijfplaats van de
conducteurs van de goederentrein. Het ene gedeelte
was kantoor en het andere deel bestemd voor goederen
die onderweg bij particulieren moesten worden
afgegeven. De afdelingen waren van elkaar gescheiden
door een schuifdeur. Op elk van de twee balkons
bevonden zich een draaideur en aan beide zijden een
schuifdeur op rails op wieltjes. De verwarming vond
plaats met stoom van de machine en de remmen waren
vacuüm
(luchtledigheid). De schoten waren zo geweldig, dat
er stokken uit de rails sloegen en er waren wagens
bij met doorzeefde buffers.
Tot
zover het relaas van de heer Sloothaak. Zoals bekend
wordt de oude P1 momenteel in de eigen werkplaats
van de tramstichting in Enkhuizen weer zoveel
mogelijk in zijn vroegere glorie hersteld, waarna de
wagen wordt opgenomen in de historische stoomtrams
die elke zomer - al had de tijd stilgestaan - tussen
Hoorn en Medemblik door de West-Friese dreven rijden.
-Vanzelfsprekend was
de verbinding ook kwetsbaar. In 1941 en ook in 1942 moest de bootdienst
wegens ijsgang enkele maanden worden gestaakt. Ook van de bezetter mocht
de boot enige tijd niet varen. Maar deze stremming vond plaats in de
winter maanden, en dan was het aanbod van passagiers en vervoer van
goederen gering.
De kinderen van Versteeg
moeten onder de wol.
Dat was op 17
september 1944 de code voor de spoorwegstaking in het bezette
Nederland, waartoe de Nederlandse regering in ballingschap opriep.
Dit had natuurlijk vergaande gevolgen. Ook voor de N.T.M.
Op het N.T.M. station in Lemmer vond
druk overleg plaats. De dienstdoende machinist (Berend Visser) zei
“we zijn geen spoor maar tram”. Maar de conducteur (Imke de Vries)
vond dat ze wel onder spoorwegen vielen. De hulpconducteur, nog maar
een jong ventje, werd ook om zijn mening gevraagd (overleg met de
stationschef was niet mogelijk, die was NSB'er.)Uiteindelijk viel
het besluit naar Joure te rijden. Kwamen daar de trams uit Sneek en
Heerenveen niet aan dan wisten ze genoeg. En die kwamen niet, nu
zouden ze terug naar Lemmer rijden en de tram voor de draaibrug over
de Zijlroede verlaten. Dit om contact met de foute Chef te
vermijden.
Maar het liep
heel anders. Een groep verzetstrijders zag bij St. Nicolaasga de
tram rijden op het station lieten zij de mensen uitstappen en met
het pistool op de borst werd de bemanning gedwongen het vuur uit de
vuurkist te scheppen, en de tram te verlaten. De leider van de
verzetsmensen vertelde dat de spoorstaking ook voor de N.T.M. een
feit was. De Machinist en de conducteur zijn op geleende fietsen weg
gereden en ondergedoken. Imke de Vries reed naar zijn schoonouders
in Teroele, verkleedde zich en haalde zijn gezin uit Lemmer, om op
Teroele onder te duiken voor de rest van de oorlog.
De Duitsers waren woedend. De terreurdaad bij St.
Nicolaasga moest gewroken worden. Met bloed moest de
nederlaag tegenover het volk rechtgezet worden. En
zo gebeurde het dat op 19 september drie gevangenen
uit de Leeuwarder gevangenis werden overgebracht
naar St. Nicolaasga en daar op zo'n 50 meterafstand
van de boerderij van de familie Bouwhuis door middel
van pistoolschoten gedood werden.
Direct na de
bevrijding werd er, nadat de trambaan hier en daar weer hersteld
was, zo spoedig mogelijk weer gereden. Eerst op de kleinere
trajecten, maar reeds op 16 juli 1945 ook tussen Groningen en
Lemmer. En daar was ook weer grote behoefte aan. De trams waren weer
afgeladen vol. Toch bleek dat het einde van het trambedrijf nabij
was. Steeds meer autobussen werden op de trajecten ingezet. Zo
verdween de tram tussen Lemmer en Joure, want dat werd het
vervoersgebied van de Zuidwesthoek. De zomer dienst van 1947 luidde
het einde van de lijn Heerenveen - Lemmer in. In Oktober 1947 werden
alle diensten gestaakt.

De boottram bij het station te Lemmer.



Document van
Hillebrand Visser.
Getuigschrift/Aanbeveling van de Nederlandsche Tramwegmaatschappij,
bestemd voor A.H. Visser, timmerman en aannemer te Lemmer.
LC-24 mei 1940 -LEMMER ALS
VERKEERSKNOOPPUNT DRUK REIZIGERSVERVOER PER BOOT EN TRAM.
In de toekomst een druk vrachtvervoer ?
Wat er dan ook veranderd mag zijn, de zeer
buitengewone omstandigheden hebben voor Lemmer in ieder geval één goed
gevolg gehad, het is een verkeersknooppunt geworden. Lemmer is op het
oogenblik de voorstad van het Noorden. De verbinding Holland-Friesland
wordt via Amsterdam en Lemmer in stand gehouden. Iederen dag worden meer
dan duizend menschen van en naar Lemmer vervoerd en al hebben we dan ook
voornamelijk met een doortrekkend trekkend verkeer te doen, het brengt
in ieder geval wat leven in de brouwerij. Nu de booten
alleen overdag varen zijn velen in de gelegenheid de drukte gade te
slaan en zoo het nu lijkt is het best mogelijk dat we binnenkort een nóg
grootere drukte krijgen te zien.
Het is echter niet alleen het
passagiersvervoer dat deze grootere drukte zal teweeg brengen. Want ook
voor het transport van goederen post en kranten, is Lemmer thans de
sleutel van het Noorden. Dat goederenvervoer is nog wel niet zoo heel
druk, maar verwacht wordt dat het binnenkort belangrijk zal toenemen. Om
over een en ander wat uitvoeriger te worden ingelicht hebben we ons
gewend tot den heer G. Grolleman, chef van het station Lemmer der
Nederlandsche tramwegmaatschappij. We vonden hem onmiddellijk bereid ons
iets te vertellen omtrent het drukke vervoer van de laatste dagen.
-"Wordt er voor de verbinding tusschen
Holland en Friesland voornamelijk gebruik gemaakt van de bootdiensten"
-was onze eerste vraag. De heer Grolleman antwoordde ons dat deze
diensten inderdaad bijna uitsluitend de eenige bestaande verbinding
vormen. Vooral nu de spoorwegen niet rijden, is men hier vrijwel op
aangewezen. Men heeft het ook via den Afsluitdijk geprobeerd, maar dat
schijnt niet erg naar
genoegen te gaan.
-"Verwacht u een tijdelijke drukte of een
voortdurende en tijdens de zomermaanden wellicht licht toenemende"
-vroegen we verder. Zoolang er geen treinen rijden zal de drukte wel
vrij constant blijven was het antwoord en tijdens de zomermaanden
in den vacantietijd zal het passagiersvervoer ongetwijfeld nog toenemen.
We informeerden vervolgens naar de aantallen passagiers welke er de
laatste dagen vervoerd zijn. De booten varen nu twee keer daags van en
twee keer naar Lemmer zei de heer Grolleman en de Holland-Friesland
Groningenlijn en de Groninger-Lemmer Stoomvaartmaatschappij werken op
dat punt volkomen samen. Náár Lemmer worden er gemiddeld een 500
passagiers vervoerd en van Lemmer met de ochtendboot ongeveer 200 en met
de middagboot een 600 passagiers. De aantallen zijn soms ook wel eens
grooter, zoo heeft de "Holland" Maandagmiddag 850 passagiers meegenomen
en toen bleven er nog bijna honderd
menschen staan, die met een extra-boot vervoerd zijn.
-"Kunt u ons ook iets vertellen over het
goederenvervoer" -was de volgende vraag die we stelden. Het
goederenvervoer is tot nu toe buitengewoon gewoon beperkt geweest.
Alleen wat zuivelproducten voornamelijk boter zijn vervoerd. Maar als
het verzenden van goederen aanstonds weer een beetje los komt, dan
kunnen we hier bij de booten en de tram een enorme drukte verwachten,
omdat vrijwel alle goederenvervoer dan via Lemmer zal moeten geschieden.
Vervolgens kwam het postvervoer ter
sprake. Daar het postvervoer voor het geheele Noorden via Lemmer gaat is
dat ook heel druk, werd ons verteld. Vooral in het begin toen gingen er
met één boot, soms over de 700 zakken post mee. Later heeft zich dat een
beetje gestabiliseerd, er gaan nu gemiddeld met iedere boot 40 a 50
zakken post.
Verder werd ons nog verteld, dat het
vervoer van passagiers post en goederen, verder het Noorden in voor een
groot deel per tram geschiedt. Als we nu aanstonds de lijn van den
Noord-Frieschen Locaalspoorweg, ook nog in gebruik kunnen nemen aldus de
chef, dan kunnen we al weer heel wat bereiken. En verder rijdt de bus
van Slof ook nog tusschen Joure en Leeuwarden.
Hoe geschiedt het vervoer nu naar den kop van Overijssel vroegen we
verder nog. -"Er rijdt nog een bus via Blokzijl naar Zwolle" -was het
antwoord. En naar Zuidwest-Friesland? -"In die richting is alles op de
fiets aangewezen". -Inderdaad het is al veel gezegd deze dagen de
fiets is weer een vervoermiddel van beteekenis geworden. Het verkeer is
met dat al weer heel wat jaartjes teruggegaan, maar er wordt van alle
kanten gewerkt om een behoorlijke situatie te scheppen. De ondernemers
van de bootdiensten doen hun best. En ook de Nederlandsche
Tramwegmaatschappij kunnen we niet dankbaar genoeg zijn, voor het vele
dat ze momenteel doet, om er voor te zorgen dat een goed en sluitend
vervoerwezen ten gerieve van de velen die daar belang bij hebben, zoo
spoedig mogelijk zal ontstaan. We kunnen niet anders zeggen dan dat ze
daarin tot nu toe uitstekend is geslaagd
Lemmer. T.?



P. J. Koster. In 1945 werd hij chef in
Lemmer, na de opheffing van de tramlijn in 1947 ging Koster naar
Leeuwarden.

De sneeuwploeg, voor
het sneeuwvrij maken van de wissels en overgangen was mankracht nodig.

Conducteur Imke de
Vries.

LC-16 maart 1968.
Historie.
Thans,
nog geen mensenleeftijd later is de tram voor
Lemmer, Joure en Heerenveen en ettelijke andere
plaatsen in Friesland al lang weer historie. De
kinderen weten al helemaal niet meer hoe de tram met
de typische vierkante locomotieven, er uit zag. Op
het ogenblik sukkelt nog dagelijks een zogenaamde
locomotor van de Nederlandsche Spoorwegen en enkele
spoor -wagons tussen Heerenveen en Lemmer heen en
weer. Maar ook dat zal spoedig tot het verleden
behoren. Met ingang van de nieuwe dienstregeling op
26 mei aanstaande wordt het goederenvervoer op deze
lijn gestaakt en daarna zal de lijn worden
verwijderd. De railverbinding tussen Sneek en
Bolsward is, zij het wellicht wat later, eenzelfde
lot beschoren. Van het eens driehonderd-en
vijfentwintig kilometer lange tramwegnet van de NTM
is dan nog slechts de verbinding tussen Drachten en
Groningen over. Maar ook op dat stuk rijdt al lang
geen trammaterieel meer; het is een spoorbaan
geworden met spoorwegmaterieel.
Van de
eigenlijke tram is in Friesland in het hele Noorden
trouwens, vrijwel niets meer over. De stations zijn
afgebroken of hebben een andere bestemming gekregen
het "nieuwe" station te Joure eens een pronkstuk van
de NTM is een kleuterschool, de locomotieven en
wagons zijn gesloopt en verscheidene vrachtwagens
doen nog ergens dienst als hok voor vee. Gebleven is
echter de maatschappij de Nederlandsche
Tramwegmaatschappij, die nu op ettelijke trajecten
in het Noorden busdiensten verzorgt en aanmerkelijk
beter boert dan ooit met de romantische en
gezellige trams hét geval is geweest.

Boottram Drchten-Lemmer op het station in Joure. De
foto is in 1941 genomen in oorlogstijd, dus toen
veel reizigers van de bootverbinding met Amsterdam
gebruik maakten. Hier bestaat de tram uit twaalf
passagiersrijtuigen een stuk of acht vrachtwagens en
twee Henschel locomotieven.
LC-5 april 1966. Lemmer wil de spoorlijn
met Heerenveen behouden.
In Lemmer is enige ongerustheid ontstaan
onder de zakenlieden als gevolg van de berichten, dat de Spoorwegen een
onderzoek willen instellen naar de rentabiliteit van de spoorweg van
Lemmer over Joure naar Heerenveen. Zij vrezen dat de Spoorwegen de lijn
willen opheffen en dat ondanks het feit, dat nog maar een jaar of zes
geleden de hele lijn is opgeknapt. Volgens de Lemster zakenlieden, moet
die investering toen meer dan twee miljoen gulden hebben bedragen.
De spoorlijn van Lemmer naar Heerenveen is
de voormalige tramlijn, die al lang niet meer voor personenvervoer wordt
gebruikt, maar wel is aangepast aan het goederenvervoer. De Spoorwegen
komen opnieuw voor kosten te staan nu bij de Séwei bij Joure, een groot
verkeersplein wordt aangelegd, op de plaats waar straks rijksweg 43 en
rijksweg 38 elkaar zullen kruisen, De spoorlijn zou moeten worden
omgelegd en men wil nu nagaan of de uitgaven hieraan verbonden
verantwoord zijn, of dat men eventueel moet overgaan tot opheffing van
de lijn.
Het zijn vooral Wierda NV Steenkolenhandel
en de firma Gebroeders Slump (brandstoffen) de NV Basalt en Bouwstoffen
NBM en aardappelhandelaar J. Pars, die er veel belang bij hebben dat de
lijn gehandhaafd blijft. Elke dag komt er een trein uit Heerenveen naar
Lemmer, die dan na twee uur weer vertrekt. Alleen al Wierda NV krijgt
per jaar een 85 ton brandstoffen, via deze lijn aangevoerd -aldus de
directeur van dit bedrijf, de heer Van der Heide. Die brandstof komt in
wagons van 25 ton, dat is dus per jaar al 340 wagons alleen voor dit
bedrijf. De Gebroeders Slump krijgen per jaar tussen de vier en
vijfduizend ton aangevoerd. In totaal krijgt Lemmer per jaar een 20 ton
aan goederen uit Heerenveen. Dat zouden dus een 800 spoorwagons van 25
ton zijn. In de praktijk is dat aantal evenwel hoger. In 1962 was het
aantal wagons 1238. In 1963 was het 1300 en in 1964 tweehonderd minder.
Het valt dus te begrijpen, dat de Lemster zakenlui bezwaren opperen als
de Spoorwegen inderdaad met plannen zouden komen om de lijn op te
heffen.
Die bezwaren worden volledig gedeeld door
het gemeentebestuur van Lemsterland. De spoorlijn loopt tot bijna het
nieuwe industrieterrein, dat zeventien hectare groot is en waarvan de
helft is volgebouwd en in optie is gegeven onder meer aan de NV
Blauwhoed te Amsterdam. Het gemeentebestuur hoopt de lijn nog eens door
te trekken naar het industrieterrein en als er ondernemingen interesse
blijken te hebben voor Lemmer als vestigingsplaats, dan wijzen b. en w.
ook op de gunstige ligging aan weg en water en . . aan de spoorlijn.
Het is ook nog niet zo lang geleden, dat
Lemsterland aanzienlijke bedragen ten koste heeft gelegd aan de aanleg
van een halfautomatische knipperlichtinstallatie aan de rondweg. Mocht
de lijn worden opgeheven, dan zou dat in elk geval betekenen, dat dit
voor de Lemster zakenlui een aanzienlijke verhoging van de kosten met
zich mee zou brengen en het vestigen van nieuwe industrieën in deze
plaats minder aantrekkelijk zou worden. Een vooruitzicht dat noch voor
het gemeentebestuur noch voor de gevestigde bedrijven aanlokkelijk is.
LC-8 juni 1968. Lemmer riep de 'oude sik' tot
ziens toe.
Laatste rit van de goederentrein op
baanvak tussen Heerenveen en Lemmer.
De goederentrein tussen Heerenveen en
Lemmer floot gisteren zijn zwanezang. Het vervoer op dit de laatste paar
jaar zo veelbesproken lijntje is namelijk met ingang van maandag
gestaakt. In Lemmer waar men krachtig voor het behoud van deze
verbinding heeft geijverd koestert men overigens nog de hoop dat de
stopzetting van de dienst slechts van tijdelijke aard is. De locomotief
van de laatste trein een
zogenaamde locomotor (in de volksmond de sik) kreeg gisteren dan ook een
paar forse spandoeken op zijn flanken met het opschrift "Tot ziens oude
sik". Woorden van gelijke strekking werden er te Lemmer gesproken vlak
voor het vertrek van de laatste trein. De voorzitter van de Vereniging
van Bedrijven Lemsterland de heer
P. A. Burgers wenste de sik die de gemeenschap vele jaren zo’n geweldige
dienst heelt bewezen een goede vakantie toe. Want wat een hoop mensen
denken dat de trein nooit zal terugkeren zal niet gebeuren aldus de heer
Burgers. De sik krijgt een verplichte vakantie van zo’n maand of vijf en
in die tijd krijgt zijn baas de gelegenheid de moeilijkheden wat de baan
betreft op te lossen.
Eigenaardig.
De burgemeester van Lemsterland de heer F.
Faber, meende ook dat men er maar van moest uitgaan dat de sik een
tijdje vakantie kreeg. De pogingen om de lijn te behouden zijn nog niet
ten einde en de moed om verder te vechten is nog in ruime mate aanwezig
aldus de burgemeester. Hij vond het eigenaardig dat de dienst wordt
stopgezet op een moment dat er in Friesland op nieuwe railverbindingen
wordt aangedrongen. In deze pleidooien zie ik aldus de spreker ook een
steun voor de pogingen van Lemsterland inzake het behoud van de baan.
?Ik wil de moeilijkheden van de Spoorwegen niet onder tafel vegen maar
men mag de waarde van een railverbinding niet onderschatten.
Wij houden moed en blijven strijden voor de baan in het belang van
Lemmer en Lemsterland. Nadat de heer H. van der Heide de directeur van
de Brandstoffenhandel Werda (Wierda?) de machinist en de rangeerder dank
had gebracht zette de sik met vier lege wagons zich in beweging. Een
groepje van 30 mensen - bestuursleden van de Vereniging van Bedrijven,
de burgemeester en een wethouder, enkele klanten van de NS en wat
werklieden - wuifde de laatste trein uit. Eén van de aanwezigen bood de
heer Burgers een zakdoek aan maar
die wees hij lachend van de hand. Een begrafenisstemming heerste er dus
niet bij deze laatste rit.
Voorbij.
Ook de beide bemanningsleden van de
sik de 44-jarige voorman-rangeerder E. Keuning en de 43-jarige rangeerder
A. H. Gielstra gingen kennelijk niet erg gebukt onder het afscheid. Ze
vertelden dat ze het wel wat vervelend vonden Heerenveen te moeten
verlaten maar ja dat was nou eenmaal niet anders. De heer Keuning gaat
naar Delfzijl hetgeen voor hem promotie betekent en de heer Gielstra
krijgt een baan bij de NS in Veendam. Maandag gaan ze nog een keer met
de sik plus een directiewagen op en neer naar Lemmer met enkele heren
van de directie en de inspectie van de Spoorwegen en dan is voor hen de
periode Heerenveen Lemmer definitief voorbij. De heer Burgers denkt de
mannen en in elk geval de stik terug te zien.
Weliswaar heeft zijn Vereniging van
Bedrijven het beroep inzake de schorsing van het besluit tot het staken
van de dienst verloren maar er loopt nu ook nog een beroep tegen een
opheffing van de baan. Dat beroep zal waarschijnlijk pas over een maand
of vijf behandeld worden en pas dan kan de trein naar Lemmer weer gaan
rijden, meent de heer Burgers. Op grond van verschillende zaken is hij
namelijk vol vertouwen in de goede afloop van de behandeling van dit
punt in de Raad van State. Hij zegt straks met meer en betere gegevens
de zaak te kunnen verdedigen en dan zoveel argumenten ter tafel te
kunnen brengen, dat de uitslag ten gunste van Lemsterland moet
uitvallen. Ja ik ben heel erg optimistisch op dit punt aldus de
voorzitter van de de Vereniging van Bedrijven drijven "Lemsterland" die
als een leeuw voor de baan gevochten heeft en nog niet van plan is op te
geven. Maar of zijn hoop en optimisme overal langs de lijn worden
gedeeld moet worden betwijfeld. In elk geval in Doniawerstal en
Haskerland niet in die gemeenten heeft men zich niet eens de moeite
genomen de sik even uit te luiden. Men zag hem daar liever gaan dan
komen.

De bemanning van de sik met
bestuursleden van Lemsterland. Rechts de heer P. A. Burger onder wiens
leiding de actie tot behoud van de spoorlijn wordt voortgezet Tweede van
rechts burgemeester F. Faber.

Spoorbrug nabij Lemmer.

Tram-Station. Lemmer.

Trambrug. Lemmer.

Trambrug. Lemmer.
Lemmer-Joure:
het ontstaan van een
tramlijn
Youtube
filmpje over de opheffing van de tramlijn.
Home
|