Het oude Archief van oud columnist Evert de Vries uit Lemmer.

 

Aan de zeekant.

 

"Ik schrijf eens op hoe wij in onze jeugd de tijd na schooltijd doorbrachten met spelen" We hadden ruimte genoeg in de stegen waar we woonden maar ook op de haven van de Gedempte Gracht en de zeekant met het strand bij oostenwind. Op de haven waren we bij de onderwal met veel jongens aan het scheepje zeilen. Van kurk- er lagen daar genoeg van langs de haven en de zeekant- maakten we een scheepje. We sneden er een mast op en er kwam een papieren zeil op.

Bij Johannes van de Wolf, de smid, stond vak bij zijn woning bij de ingang naar de houtzaagmolen een grote bak waar het afval van het smidswerk in werd bewaard. Daar zochten we stukjes blik uit die wij onderaan de kurk vastmaakten. Het kurkscheepje is nu klaar. Dan gaan we achter in de haven het schip in het water zetten en voor de wind, die noord is, gaat het naar de andere kant, de Oostdam. Wij gaan dan een  eindje langs de haven, een stukje Schans voor de havenmeester Lacrooy langs bij het trapje op. Dan nog een eindje lopen, bij de dijk neer en zo belanden we op het talud van de Oostdam.

De scheepjes komen dan op ons toe zeilen, wij pakken ze op en dan wordt de terugtocht weer dravend langs hetzelfde pad hervat. Weer gaan de scheepjes te water en dat gaat zo een paar uur door. Dan gaan we van de havenkant over de kruin van de Oostdam en komen op het talud aan de kant van de zee. Daar gaan de scheepjes weer te water en gaan de Zuiderzee op. Wij wachten tot ze uit het zicht zijn verdwenen en vragen ons af waar die terecht zullen komen. Wij - er zijn  zo'n 20 jongens - gaan dan terug maar niet zonder eerst in koor 'hallo' te hebben geroepen, wat weerkaatst tegen de woning van de havenmeester en als echo klinkt het weer terug: 'hallo'

Wij verlaten de Oostdam en gaan uit elkaar. Jan Bergsma en ik gaan langs de haven. De LE 12 van Johannes Visser heeft net de haring gelost en wij gaan de vlet schoonmaken. Onder de planken vinden we een tiental haringen. Die mogen we houden als beloning voor ons werk. We gaan er Lemmer mee in en Steven Sterk geeft ons twee centen voor de haring. Daar zijn we erg blij mee en we gaan nu bij de snoepwinkels langs, en komen zo aan de Lijnbaan bij Kobus 'Geeske. Voor het raam staat een doosje met zuurtjes. In sommige van deze zuurtjes zit een halfje of een cent verborgen. We zagen wel dat er één met een cent bijlag. Er werden ons vier toegedeeld en in één ervan zat die cent.

Met die cent gingen wij even verder de Lijnbaan op waar voor het raam van een snoepwinkeltje net zo'n doosje zuurtjes stond. Wij kochten daar - ik  geloof dat het bij Brüning was - zuurtjes voor de gewonnen cent en daar kwam een halve cent uit te voorschijn. Dat halfje kwam in de knoop van de zakdoek en daar beleefden we ook weer een avontuur mee.