Het oude Archief van oud columnist Evert de Vries uit Lemmer.

 

 

Ansjovis

Er werden wat oude herinneringen opgehaald en ze vroegen of ik nog wel wist dat ik hun broer Peke die nu in Canada woont, eens uit het water heb gevist. Dat ging zo: ik stond met mijn ijskar tegen de muziektent die toen nog tegen de ULO school stond (nu de helling) Peke was daar op avondschool en toen hij uit het licht op de donkere straat kwam liep hij pardoes het Dok in.

Ik hoorde een plons, zag iemand in het water spartelen, en kon hem in zijn kraag grijpen met behulp van anderen die nu uit school kwamen, kwam Peke weer op het droge. Kort na de tweede wereldoorlog werd ik met de ijskar op de zelfde plek, door een auto te water gereden. Er waren mensen genoeg aanwezig zodat ik zo maar weer uit het water was.

Nu we toch nog even in de herinneringen zitten, zo werd mij eens gevraagd naar de behandeling van de ansjovis in het verleden. Dat ging als volgt, eerst werd de vis gekopt waarbij zoveel mogelijk het grim er werd uit getrokken. Dan werden ze in een water bak gedaan. De man die ze moest warren kreeg lange wollen wanten aan, de tweede man schepte er ruw zout op.

De man met de wanten warde net zolang dat het zout er goed door zat. Dan kwam de vis in grote bakken. Na een dag of vijf kwamen ze in ankers en tonnen. Ze werden afgewogen: 64 pont kon in een anker. De vis kwam in een vloot, waar vijf jongens of meisjes omheen zaten en een grote knecht. De ansjovis werd geraapt met de koppen bij elkaar. Had men een hand vol geraapt dan pakte de knecht het over, hij gooide eerst een schep zout op de bodem van het anker.

Dan werd de vis er in gevleid als de laag vol was ging er weer een laag zout over. Met een stamper die precies in het anker paste werd de vis aangestampt. Er gingen zo zeven lagen in een anker op iedere laag kwam zout en werd er gestampt. Als het anker vol was ,was het aan het kuipen toe, het anker werd met de spons naar boven gezet.

Na een paar dagen werd er pekel gemaakt. Dat moest beslist van stromend water, de spons werd er afgeslagen en met een kan werd er pekel op gegoten, net zolang dat er niets meer in kon. De ankers werden opgeslagen weer met de spons naar boven, om de veertien dagen moesten ze worden bij gevuld, later een keer in de maand.

Dan kwam er een controleur die een paar ankers spoelde. Als de kwaliteit en het gewicht goed waren, werden ze opgeslagen in het veem in Amsterdam.