Het oude Archief van oud columnist Evert de Vries uit Lemmer.

 

Beelden van de haven. 

Het is zondagmorgen 10 februari, over de verlaten straten klinken 10 slagen uit de oude toren. In een plas voor het gemeente huis zit een spreeuw eenzaam te drinken. Age van der Bles en zijn vrouw komen aangelopen, zeker op weg naar de kerk. Ook mensen die in hun leven heel wat werk hebben gedaan.

In het dok licht een grote tjalk, blijkbaar gisteren nog binnen gekomen. De koffie is naar binnen, dus is het tijd om wat uit het verleden op papier te zetten.

Het zal 1922 of 1923 zijn geweest, na het schaft uur van 12 tot 1-ging ik op weg naar het werk. Zoals het de gewoonte was ging ik door het Achterom, over de beide bruggen naar de sluis, de sluis over en bij de ijzeren trap omlaag, om dan op de remming aan de vluchthaven te komen.

Het was erg druk op de haven met in en uitgaande schepen, sleepboten en Lemster vissers. Ook op de haven was het erg druk, terwijl ik langs de haven liep werd er een foto gemaakt. De houtzaag molen liet voor de eerste keer zijn sirenes horen, dus vlug op de rokerij aan.

 

De foto die toen is gemaakt, kwam ik deze week tegen en daar wil ik wat over vertellen. Om bij de rechter paal te beginnen , daar staat ondergetekende met naast mij Jurjen Bootsma. Dan komen Sietse Poepjes en Wieberen Seldethuis. Vooraan bij de eerste ton staat Johannes Bosma dat was een jongen die je alle dagen zag en die ineens een week of wat verdwenen was. En als je dan vroeg buurman waar heb je zolang gezeten, dan was het antwoord onkruid vergaat niet.

Verder op de foto zien we Siemen Zeldenthuis. Deze kende ik heel goed om dat mijn oudste broer Ferdinand bij hem voer. Er werd altijd veel gelachen, als het 's morgens 11 uur was zei hij Ferdinand jij red het verder wel, dan ga ik geld van de afslag halen. Zeldenthuis had drie zoons, Wieberen, Hans, Marten en drie meisjes, Kee getrouwd met Johannes de Jong en Hieleke en Renske die in Amsterdam wonen.

Naast Zeldenthuis staat Willem Bootsma, dan zijn vader C.Bootsma zij woonde tussen de Schans en het Achterom. Daar waren vier jongens en twee meisjes, de oudste Germ is overleden verder waren er Andries, Sake, en Willem en de meisjes Iemke en Albertje allemaal mensen tussen de 70 en 80 jaar. Andries (getrouwd met Zwaantje Dijkstra) is al over de 80.

Weer verder op de foto. Daar zien we een man op de fiets, dat is Hidde Visser. Verder op met baard, zien we Teade Wouda als reder. De man op de fiets is slager Rijpkema. Hij zal wel met vlees langs de vissers zijn geweest. Hij had een slagerij op de Polderdijk. Onder de giek van een van de schepen door is op de Oostdam het oude badhokje nog te zien.

De palen met de witte koppen op de voorgrond zijn later door Willem de Blauw afgezaagd, ze hebben hun weg gevonden als brandhout in zijn kachel. Ik heb hem toen nog geholpen met het afzagen. Daar zou ik nog een heel verhaal over kunnen vertellen, want Willem was een prettige baas voor mij.

In die tijd kwamen ook de vakantiebonnen in de mode. Als ik hem daar naar vroeg, dan gaf hij mij zogenaamd altijd verscheidene van 2 cent.

Home