Het oude Archief van oud columnist Evert de Vries uit Lemmer.

 

 

Burgemeesters van Lemsterland

 

Als ik zo de Zuid-Friesland lees, krijg ik de indruk dat burgermeester Faber na ruim 17 jaar burgervader in de gemeente Lemsterland te zijn geweest, het goed heeft gedaan bij de Lemsterlandse bevolking. Ik heb in Lemmer veel burgermeesters meegemaakt. De eerste drie heb ik persoonlijk goed gekend, de andere niet.

De eerste burgermeester was de heer Luiking, die misschien al in 1890 of daar omtrent burgermeester was. Ik kwam er als kind wel eens in huis, om dat een tante van mij toen bij de familie diende. Ik heb niks anders dan goeds van hem gehoord. Hij was de grootvader van mr.dr.Henk Luiking uit Naarden. Het leven was toen nog eenvoudig bij nu vergeleken.

Naast de gemeentesecretaris was er de oude Lycklema op de secretarie hij droeg altijd een zgn. stoeltjesklok die zwart was geweest, maar in de loop der jaren groenig leek. Ik denk dat het begin februari in 1907 of 1908 moet zijn geweest dat burgermeester Kallenbach met veel uiterlijk vertoon de Lemmer is binnen gehaald. De halve Lemmer was uit gelopen om de nieuwe burgermeester te verwelkomen bij het derde brugje aan de Rijksstraatweg.

Het was spekglad en er lag een laagje sneeuw op de ijzel van de straat stenen, en ik met mijn zeven jaren gleed geregeld uit op mijn klompen Atte Wierda van de "weinmakker" zag mij struikelen gaf mij een hand en zei, ik ben zwaarder en sta daardoor steviger op mijn benen. Na die lange wandeling stonde bij het derde brugje de muziek en de notabelen klaar om in optocht naar Lemmer te gaan, vóór de met paarden bespannen tilbury, waar de burgermeester zat met vrouw en twee zoontjes.

Maar zo mooi als de intocht was geweest, zo slecht werd de verhouding later, na dat de burgermeester in een provinciaal blad had geschreven, dat ze zo zopen in de Lemmer. Dat artikel werd weer gevolgd door een ander artikel in dat " Sûpe se sa yn de Lemmer"? ondertekent door zes bestuursleden van de visserrijvereniging, want er werd in de Lemmer niet meer gedronken dan in andere vissersplaatsen.

Zo'n anderhalf jaar later na de intocht, het was tijdens het botslepen en om dat er geen wind was lag de hele vloot in de haven hingen als protest tegen de burgermeester van alle schepen, de vlag half stok in de masten. Nee Kallenbach was niet zo geliefd in de Lemmer. Hoe lang hij is gebleven? Ik dacht ongeveer tot 1920, want in 1916 heeft hij nog de nieuwe visafslag geopend.

Daarna kwam burgermeester Pollema, een aardige rustige man, een echte wat oudere bestuurder van kwaliteit. Ik denk dat de heer Daan toen gemeentesecretaris was hij woonde in het eerste huis voorbij het eerste bruggetje. Later woonde daar Laurens de Rook. Burgermeester Pollema heeft ons in 1927 nog persoonlijk getrouwd op een mooie septemberdag. Hij was voor CHU lid van de provinciale Staten van Friesland en in die functie kreeg ik hem in 1930 aan boord van de directie stoomboot de Vlieter waar ik toen op voer.

Om het gezelschap Statenleden de Zuider-Zeewerken te laten bezichtigen van uit Den Oever. waarin de sluis en de spuisluizen werden gebouwd. Burgermeester Pollema was echter niet meer zo goed ter been en bleef aan boord, hij had echter mij direct herkent, en vroeg mij alles over de Zuider-zeewerken en de Lemsters die er bij werkten.

Toen kwam dacht ik burgermeester Slump, afkomstig uit Echten. Nadien zijn er in Lemmer nog burgemeester geweest de heren Krijger, en Brouwer en thans de vertrekkende burgemeester Faber, die ik samen met zijn vrouw een mooie, lange levensavond toewens.

Dan wil ik hierbij graag de mensen bedanken voor de brieven en vele telefoontjes ook van buiten Lemmer, naar aanleiding van de Vissers, die vroeger visserman waren.

Zo kwam ik aan de weet dat Jan Visser (Jan van Bouke) wel familie had, Boukje Meijer, de caféhoudster uit de schans, was een zuster van Jan. Dat had ik nooit gedacht want Jan ging naar de gereformeerde kerk en Boukje was niks, wat geloof betreft. Maar de namen wijzen er wel op. Boukje had een zoon Bouke die met Griet Pen was getrouwd. Jan had een zoon Aonne die was vernoemd naar zijn broer, maar dat was altijd Aonne Box, en vele met mij zullen nooit hebben geweten dat die Visser hete.

Hij woonde toen in de brede steeg met zijn moeder achter het huis van Jilling Kingma. Ik hoorde ook dat Henny Visser in het ziekenhuis lag en wens hem een spoedige beterschap toe. Verder heb ik geschreven dat ik Jan Visser (Jan van Fetsje) niet bij de familie thuis kon brengen, maar ik hoorde nu dat Jan zo'n 18 jaar jonger was dan zijn broer Steven, die de vader was van grote Steven van de LE 74, die moet dan van ongeveer 1830 zijn geweest. Volgens de namen klopt het wel.

Dan kom ik bij Evert, die wat recht moest zetten, wat ik nu weer krom moet maken. Toen wij in 1908 in het eerste huis aan de Weverswal gingen wonen, verhuisde Steven en Koosle van de LE 74 naar het tweede huis en volgens Evert woonde zij in het derde huis. Maar jullie waren toen al weg. Evert Boate van de nachtboot, die in het pakhuis werkte, woonde er toen. In ca.1910 kwam Gerard(?) van den Berg daar te wonen en was Boate weer verhuist.

Van den Berg had in Sneek een schoenenzaak gehad, waar het slecht mee ging, en kwam toen bij zijn vader Hendrik van den Berg in de smederij aan de Schans aan het werk. Er waren drie kinderen Lena, dan volgde Simon die later bij het onderwijs zou komen. Maar contact of spelen was er in die tijd niet bij.

Het R.K. volksdeel werd toen streng gescheiden gehouden van de niet Rooms Katholieke mensen. Dat is nu gelukkig anders. Toen ik er pas woonde ging ik een keer met Evert mee te spelen. Hij moest nog even naar huis, ze woonde toen achter manke Hanneman ik zie het nog zo voor me, al is het minstens 75 jaar geleden.

De voordeurdrempel was nogal hoog en daar lag een blauwe stoep voor en tegels in de gang. Rechts van de deur waren twee ramen en links een raam, wat opgeschoven stond en waar achter moeder Metsje bezig was. Evert is jonger dan mij en zoals jongens dat kunnen, wou hij stoer doen en zei lelijke woorden tegen zijn moeder, waar ik een pak slaag voor zou hebben gekregen. Maar Evert zei daar geeft ze niks om. Later kwamen daar Jelle en Foekje te wonen. En trokken Meinze en gezin naar een nieuw huis in het Achterom.

Home