De
Eersteling Lemmer 28
Dan nu een
stukje van de historie van de Lemmer 28
"Eersteling" Op de werf van Pier de Boer in Lemmer
zijn sinds 1874 tal van houten binnenaken, botaken
en anderen schepen gebouwd. In 1899 waagt men zich
op deze werf aan een nieuw scheepsbouw materiaal
ijzer. De eerste ijzeren aak krijgt de toepasselijke
naam "Eersteling" en het visserij nummer LE 28. van
dit schip is de gehele levensloop opgediept, van
1899 tot heden.
Een degelijk
visserschip.
De Eersteling
wordt gebouwd door Willem v. d. Bijl, bijgenaamd
Bleke Willem, geboren 19 oktober 1863 in Dronrijp.
De bouwsom bedraagt ƒ1872,60. In het vroege voorjaar
van 1900 gaat deze 40 voets aak te water. Met een
huiddikte van 7mm is het een zwaar gebouwd vaartuig,
de verplaatsing is 15 ton tegen 12 ton van een even
grote houten aak. Uit een hier bij afgedrukte
inschrijvingskaart blijkt dat de bemanning uit twee
of drie koppen bestaat.
Nog het zelfde
jaar kan de nieuwe Lemsteraak haar zeewaardigheid en
degelijkheid bewijzen. Waneer er een schip in nood
verkeert. Van wegen haar nieuwe zeilen wordt de
Lemmer 28 uit gekozen om hulp te verlenen. Met een
man of 10 aan boord en even veel emmers om te hozen
steekt de "Eersteling" in zee. Men slaagt er in de
bemanning van het zinkende schip te halen en
behouden aan wal te brengen. Dit gebeurde allemaal
op de zeilen want er is geen motor aan boord.

Bloemetjes vissen.
Rond de jaren
1915 wordt er gevist op Haring, bot , aal en
spiering. Vooral in de eerste Wereldoorlog worden er
goede besommingen gemaakt en als er dan een keer
geen vis te vangen is gaat men bloemetjes vissen.
Daar voor wordt een ijzeren pijp gebruikt vier meter
lang en zes centimeter dik, omwikkeld met prikkel
draad. Daar mee vist men tegen de stroom in, meestal
langs de boontjes. Het gaat om een ongeveer 25 cm
lange plant met gele bloemen van 5 a 6cm doorsnee.
Die groeien in schelp zand, kribbe en kiezelstenen.
Soms worden in korte tijd alle bunnen vol gevangen.
Aan de wal gaan de bloemen eerst door een wringer,
daarna worden ze per kilo verkocht. Omstreeks 1915
brengt deze bloemetjesvisserij meer op dan de vis.
De bloemen gaan naar Frankrijk, worden daar geverfd
en tenslotte gebruikt op modieuze dameshoeden.