De dag
dat het ijs terugkwam.
Hierboven gaat het over het wegdrijven van het ijs,
maar er bleef echter tussen Kuinre en Vollehove nog
een groot ijsveld te zitten. Bij het draaien van de
wind naar het zuiden begon dit veld te drijven in de
richting van Lemmer. Mijn broer was op de haven en
zag het ijs aankomen. Omdat ons bootje in het
vluchthaventje bij het sluisje in het Lemsterhop
lag, ging hij even zien of dat ook gevaar liep. Dit
haventje had een ingang van 3 á 4 meter; dan kwam er
een brug, achter die brug een soort haventje, dan
aan iedere kant een klip met vloeddeuren. 30 meter
verder lag weer een brug met daarachter nog een kom
water. Er werden door velen wel eens netten uitgezet
in dit haventje. Zo had Johannes Coehoorn, een
winkelier, er ook netten staan. Intussen was het is
tegen de dam gedreven en er overheen gegaan. Doordat
er niet veel wind was, lag het daarachter meteen
stil. Mijn broer lichte de netten van Coehoorn even
op en zag, dat deze vol spiering zaten. Het is
namelijk zo, dat als er een ijsveld in zee drijft,
alle spiering zich daar onder verzameld. Onze netten
lagen nog in het bootje en mijn broer zette ze vlug
uit. Na even wachten zaten ze tot aan de kurken vol
spiering. Deze vangst bleef natuurlijk niet
onopgemerkt en het ging als een lopend vuurtje door
Lemmer dat er een extraatje te verdienen was. Een
ieder die netten had kwam daar direct mee aanzetten,
en het duurde niet lang of er was geen ruimte meer
over om nog een stukje net uit te zetten. Toen het
donker werd waren nog overal mensen met lantaarns in
de weer, dat het leek wel Sint Maarten.
Wij haalden een kruiwagen op, en daar gingen de
volle netten in mee naar huis. De matten kwamen van
de vloer, de kruiwagen met de netten mee naar binnen
(zo ging dat toen) en maar spiering pluizen. Terwijl
wij daar mee bezig waren, gingen mijn broer en een
neef de andere spiering uit het bootje halen. Het
was toen erg druk in het haventje want men was
inmiddels met een grote jouw in het kommetje gaan
vissen. Een paar uur lang werd er geweldig gevangen.
Af en toe had men 500 pond op één zet. Plotseling
was de spiering weer verdwenen en was het afgelopen
met de vangst. De opbrengst was voor de volgende dag
4 cent per kilo, zodat wij een mooi buitenkansje
hadden op de dag toen het ijs terugdreef.