Het oude Archief van oud columnist Evert de Vries uit Lemmer.

 
 

De gestolen fiets

De meeste zomeractiviteiten zijn weer voorbij, zoals de Tour de Frans, het Skūtsjesilen, de PC en de Lemster zeilweek. Woensdag in Wommels op de freulepartij nog het kaatsen om de horloges, en dan kunnen de voetballers zich weer klaar maken voor de nieuwe competitie. Zelf ben ik deze week weer op mijn oude stekkie in het centrum van Lemmer geweest en heb daar weer veel oud-Lemsters en vele bekenden uit de tijd van het visventen ontmoet.

Nu is het weer tijd voor een verhaaltje uit de oude tijd. Ook deze keer is het decor de Hang van S.H. de Blauw. Er is aardig werk in de haringen. Daar zijn we weer met het bekende groepje aan bezig. Klaas Wouda, Siebe Vleeshouwer, Reade Sake Visser en Andries Visser, de Blaauw en ik. Mijn broer Jaap ligt in Heerenveen in het ziekenhuis, mijn broer Koert valt voor hem in op het werk.

Het is er gezellig zoals altijd, er word gezongen en gelachen. Er komen ook altijd veel visventers, en om één ervan draait het deze keer. De vader van Inze Kroon, een van deze venters, heeft een logement waar 's nachts de mannen die geen onderdak hebben voor een paar dubbeltjes kunnen slapen.

Het werk gaat door en om 12uur krijg ik vrij voor een bezoek aan mijn broer in Heerenveen. Na het bezoek uur ging ik even Heerenveen in. Wie denkt U wie ik daar tegen kom? Inderdaad Inze Kroon. Ik had een nieuwe fiets en daar maakte hij een opmerking over. Ik antwoorde dat ik met een oude fiets van huis was gegaan, dat er bij het ziekenhuis een nieuwe stond, en ik toen dacht ik kan die fietsen wel ruilen. Al gauw werd ik gewaar dat ik beter mijn mond had kunnen houden.

Er werd die middag namelijk een nieuwe fiets gestolen in Herenveen. De politie gaat ijverig op zoek en komt ook bij Kroon Sr. In het logement. De zoon Inze verteld hun, wat er die middag tussen ons besproken is. De agenten volgen het spoor naar Lemmer. Zij zoeken eerst contact met de veldwachter Kok. Als zij het geval vertellen zegt hij dat hij er niks van gelooft. Toch gaat hij met hun mee Lemmer in, op zoek. Wij, dat waren Uilke de Jong, Pieter Feenstra, Willem de Blaauw, en Jacob Wouda kwamen hen tegen en vroegen ons af, wat er aan de hand was.

Ik woonde inmiddels bij mijn schoonouders aan de Nieuwburen en toen ik daar thuis kwam, stonden de agenten op mij te wachten. Mijn fiets was nog niet mee verhuist, maar stond nog bij mijn vader op de Spinhuispolle op zolder. In gezelschap van drie agenten moest ik de brug over en het Achterom door. De mensen stonden al gauw te kijken en te veronderstellen wat ik zou hebben uitgehaald. De fiets werd van boven gehaald en bleek gelukkig van een ander merk te zijn, dan de gestolen fiets zodat alles meteen weer voorbij was.

Tegenwoordig worden er honderden fietsen gestolen. Er word nauwelijks nog over gesproken. Niet alleen dat we er aan gewend zijn geraakt, maar het kost voor de meeste niet meer zoveel moeite om aan een fiets te geraken. Zoals het ons moeite koste in de dertiger jaren.

Home