De
verloren rijksdaalder
Als je zo af en
toe eens wat herinneringen op papier zet en aan de
kolommen van de Zuid-Friesland toevertrouwt komen
daar reacties op in de vorm van mensen die vragen
stellen, of die zelf ook met verhalen komen uit de
oude tijd. Zo ontmoete ik kort geleden mevrouw
Visser-Vleeshouwer, met wie ik al gauw in gesprek
raakte over de jaren omstreeks 1913 hun gezin woonde
toen in de steeg tussen het Achterom en de Schans,
een paar huizen bij ons vandaan.
Ze vertelde dat
zij met een klein scheepje vanaf Franeker met een
groot gezin naar Lemmer waren gekomen, waar haar
vader werk kreeg bij de bouw van het stoomgemaal.
Hij stierf hier echter al spoedig vrij jong. En
zoals het toen ging bleef het gezin zonder inkomen
achter.
Ze verlieten
het scheepje en kwamen terecht in het huis van de
vernoemde steeg. Dat huis was eigenlijk veels te
klein voor een gezin met negen personen maar er was
onderdak. Nu moest er nog eten op tafel komen. De
gezinsleden werden in zo geval zoveel mogelijk
ingeschakeld om wat te verdienen, en zo werd mevrouw
Visser dienst meisje bij wat toen "een gegoede
burger" hete. 's Morgens om half acht beginnen tot
's avonds zes uur en dan weer naar huis, daarmee
verdiende zij ƒ 2.50,- per week.
Op een Zaterdag
had ze geld gebeurd en ging er mee naar huis. Bij de
deur kwam zij tot de ontdekking, dat de rijksdaalder
verloren was. Het huilen stond haar nader dan het
lachen om het verlies van dit stuk gezinsinkomen.
Wat nu te doen? Ze kreeg een soort ingeving om naar
Simon Zeldenthuis te gaan. met wiens dochter Kee
(thans getrouwd met Johannes de Jong) zij vriendin
was.
Mevrouw
Seldenthuis vroeg al gauw is er wat je ziet zo
bedrukt? Toen kwam het verhaal van de verloren
rijksdaalder er uit, mevrouw Seldenthuis had
medelijden met het meisje. Ze kwam met een voorstel,
van mij krijg je een rijksdaalder, je geeft mij elke
week een kwartje terug. En als je een of twee keer
niet kunt betalen, dan doe je er maar een paar weken
langer over. Door deze oplossing kon mevrouw Visser
met een opgeruimd gevoel naar huis gaan.
Zo op een
tijdsafstand van meer dan zestig jaar gezien lijkt
zoiets een onbetekenend voorval, maar in die jaren
betekende zoiets natuurlijk heel wat. De
omstandigheden zijn geweldig vooruit gegaan, en een
ieder kan zich nu financieel voldoende redden.
Alleen is het me een raadsel, waarom de mensen
passende arbeid vragen. Ik denk dat ik wel twintig
verschillende banen heb gehad, waarin ik altijd met
veel genoegen heb gewerkt