Een
Zaterdag in de haringtijd.
Wat zich zoal
af speelde rond de Lemster Visrokerij of de
"Hang" . De haringtijd duurde zo van Maart tot
Juni. Wij gaan midden in de tijd op een Zaterdag
in April 1920, 's morgens kwart voor vier de
deur uit, op weg naar de rokerij van de firma de
Rook. In de Lemster Rien zijn de schippers al in
actie, de wind zit in de Oosthoek, dus mooi om
op te zeilen naar Amsterdam..
In het
Achterom zie je in de kamertjes de lichtjes al
branden. Men maakt zich al klaar om naar het
werk te gaan. Wij gaan door de steeg bij bakker
Douma, waar het eerste warme brood al weer gaar
is. In de steeg, bij Uile Kooistra, komen we de
nachtwachten tegen, Doris Meijer, Jan Verbeek en
Sjoerd de Wreede. Bij de Lemmerboot zijn ze ook
alweer volop bezig en aan de andere kant, bij de
familie Schirm voor, is een opstopping van
schepen. De tramboot komt de haven binnen, de
vissers hijsen de zeilen en gaan naar de
visgronden.
Wij komen in
de rokerij. De nachtploeg gaat op huis aan, tot
10uur. Marten Veenstra en Jan Atsma nemen ieder
een rokerij over van Willem Platte en Pieter
Feenstra. met een man of 15 werken wij de zaak
verder af, er moeten zo'n 400 kistjes bokking
ingepakt worden voor de eerste tram, die gaat om
5uur. De haring word in de pekel gezet, als er
dan om 6uur weer een ploeg komt, kunnen ze
meteen beginnen met het opspeten.
De inpakkers
zijn inmiddels met de vis naar de tram gegaan.
Dan komt Laurens de Rook nog met een zojuist
binnen gekomen bestelling, die ook nog met de
eerste tram mee moet. Vlug ieder vier kist
bokkingen op de nek en rennen. De eerste sluis
deur staat open, dus nog wat verder om met de
vracht en dan naar de tram. Daar is het ook al
druk, er staan wel 15 karren met vis, van Sterk,
de Blauw, Scheffer, de Jager en de Rook. Het
word half zes als de tram vertrekt.
Als we terug
komen in de rokerij is de volgende ploeg ook al
binnen, ieder zoekt een plaatsje langs de bakken
met haring en het duurt niet lang of de speten
hangen vol. Twee man spoelen ze schoon en dan
roept Jacob de Rook "op maar" Wij brengen 17
keer drie speten naar hem toe, gauw op maar nog
een keer dan is de Hang vol.
Intussen
heeft Toon Woudhuizen een bos takken onder de
eerste Hang in brand gestoken. En wij gaan met
de volgende Hang bezig. Er is nu zoveel haring
in het voor opgespeet, dat ik meteen naar de
derde Hang kan gaan om die te vullen, zo staan
er zes naast elkaar, als die vol zijn kan de
eerste weer geleegd worden. De Rook gaat in de
eerste en ik in de tweede. Ze zitten nu echter
vol rook en dat is niet zo aangenaam.
Dan is het
van half acht tot achtuur schaftijd, vlug even
een stukje brood eten en dan de haven langs. De
schouwen zijn het eerste binnen, ze zijn
afgeladen met haring., dus dat belooft wat! Om
koffietijd, als de nachtploeg terug is, komt er
nog meer beweging, het duurt niet lang of de
meisjes beginnen te zingen. "In de traliën van
een venster, gij Akkerman en de internationale,
zo gaat dat de hele dag door.
Opspeten,
inpakken, naar de haven naar de tram en 's
avonds de nachtboot afladen met natte bokking,
's middags om 12 uur als alle werkplaatsen leeg
liepen, was het zo druk dat de bruggen van 10
voor tot 10 over twaalf niet open mochten. Zo
ging het werk ook 's middags weer verder 's
avonds om half negen was het aan het geld beuren
toe, wat voor die tijd vroeg was. De nachtploeg
was er ook nog en zo waren er 15 ouderen voor
mij om hun loon te ontvangen.
De telefoon
ging, er lag een Urker met haring voor de sluis.
Thiese de Rook kwam. O ben je daar dan direct
even mee met de rol wagen naar de sluis om die
Urker te lossen. Dat betekende weer een paar
uren werk! Toen de klok twaalf sloeg zei de
Urker, op houden het is Zondag. Er stonden nog
drie kisten in het ruim, maar die moesten daar
tot Maandag morgen blijven staan.
De haring
werd naar de rokerij gebracht en toen we daar zo
ongeveer mee klaar waren, was het half twee. De
anderen zouden om drie uur weer beginnen, maar
ik kreeg van de Rook toestemming om tot 5uur weg
te blijven. We hebben toen nog tot de Zondag
morgen de Groninger boot geladen. En drie
honderd mandjes met bokking geladen voor het
zuiden, om negen uur 's morgens waren we klaar
en begon voor ons ook de Zondag.