Het oude Archief van oud columnist Evert de Vries uit Lemmer.

 
 
 

Evert zijn plakboek, destijds door zijn vrouw Hiltje de Vries Schirm ingeplakt.

 

Telefoontje redde elke wedstrijd

Lemmer niet in de middelmoot met 16 beste hardrijders.

 

Ik ben door het lezen over de beste hardrijders uit het boekje van fa. N. Miedema en Co uit Leeuwarden in de pen geklommen, omdat ik het met de beslissing niet eens ben, dat Lemmer in de middenmoot staat in de jaren 1800-1940 met 16 hardrijders.

Want in deze jaren had Lemmer de volgende toprijders: L.Poepjes Sr, A.Poepjes, L.Poepjes Jr, K.Poepjes, Hendrik Dijkstra, Lammert Dijkstra, Cornelis Dijkstra, Jacob Stienstra, M.Stienstra, Eelke de Vries, Janus Coehoorn, Gerben Bootsma, Jacob Beninga, E.Visser, B. de Wrede en A. Zijlstra.

Zoals men kan zien, zijn het zestien toprijders. Daar komen nog een paar vrouwen bij, die in paren rijderijen aan de top stonden. Ik ben dan ook van mening, dat Lemmer in die jaren de meeste hardrijders heeft geleverd. Ja, hier zaten zoveel knappe rijders, dat, als er in de buurt plaatsen waren waar geen genoeg deelname was en de wedstrijd zou moeten worden afgelast, er een telefoontje naar Lemmer ging en dan werden er zoveel mensen heen gestuurd, dat de wedstrijd door kon gaan.

Hoe kon het, dat Lemmer zoveel rijders had? Dit kwam omdat er veel vissers en bootslui waren. Deze vissers gingen dan op het vissen en reden dagelijks in alle weer en wind een 20 of 30 km, achter een slede met netten. En gingen ze niet uit vissen, dan was het altijd krijgertje spelen op het ijs. Als je bij winteravond bij de brug stond en de Heerenveense krant kwam binnen, dan kon je er vast op aan, dat er een man of tien Lemsters bij de prijswinnaars waren. Eelke de Vries, met wie ik nog in de rokerij gewerkt heb, ging op een morgen om half elf naar huis te koffiedrinken, zich verkleden, op de schaats naar Staveren, aangeven, hardrijden, hij won de eerste prijs, weer terug rijden en toen weer naar zijn werk.

Historische Schaatstocht en De unieke schaatstocht van 1929 

 
 
 

Grootste snoek in Lemmer gevangen?

Naar aanleiding van het artikel in Fries Mozaiëk van 17 september ? over de grote snoek die in Nederland gevangen zou zijn, is een brief bij ons binnengekomen van de heer E. de Vries uit Lemmer.

Hij schrijft dat de eer die aan de Alkmaarder heet A.K. Keuning is toegevallen voor zijn vangst van een snoek van 40 pond, niet helemaal gerechtvaardigd is. Enkele jaren geleden namelijk is in Lemmer een nog grotere snoek gevangen. De gelukkige was de heer S.Visser, die zijn naam eer aan deed in de Werkhaven te Lemmer. In de snoekbaarsnetten vond hij een snoek van 42 pond. Als overtuigend bewijs is er een foto gemaakt, die op het kantoor van de firma K. Sterk te Lemmer hangt. Op de plaat staan de heer Visser en zijn vis afgebeeld. Een misrekening in Alkmaar dus. De Victorie begon ditmaal in Lemmer.

Steven Visser (LE 15) staat hier afgebeeld met een vangst uit februari 1958. Deze oudvader was 128 centimeter lang en woog 41 pond. De firma Klaas Sterk werd koper van dit gevaarte. De opbrengst zal wel de moeite waard geweest zijn voor een visser.

 

 

Een onvrijwillig bad.

De Krant

Vrijdagavond tijdens de openluchtmeeting van de afd. van de Partij van de Arbeid had de ijscoventer E. de Vries in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van samenkomst post gevat om liefhebbers van een koud hapje te kunnen bedienen. Juist nadat de tweede spreker aan het woord was gekomen passeerde langs de Kortestreek, een jeep die even de kar van de Vries raakte, waardoor het vehikel begon te rijden en bij de wal neer in het Dok tuimelde. Ook de Vries, die achter de kar stond moest zich een onvrijwillig bad laten welgevallen en ging eveneens kopje onder.

 

Hulpvaardige omstanders trokken hem spoedig op het droge en haalden ook de ijscokar weer op de begane grond. De inhoud was echter geheel verloren en ook een hoeveelheid kleingeld, dat als wisselgeld op een deksel lag. Voor de Vries nog al een belangrijke schadepost. De chauffeur werd door de politie aangehouden, die de toezegging heeft gedaan de geleden schade te vergoeden.

Verhaal van Evert

Ien kear doe wie der flak nei de bifrijing in meeting by de ãld iepenbiere skoalle hjir op 'e Lemmer, dêr wie een soad folk. Ik hie by it suteljen noch een pear staven iis oerhâlden, dat ik tochte: Lit ik it dêr kwyrwurde. Oars moat ik dy pear staven wer tusken it iis lizze, dat wie eins tofolle gedonder. Nou, ik stie dêr mei de karre, en ik fotkocht ek wol in bytsje, al gong it net sa hurd. Mar der ried hytyd mar in auto om, dat fortrouwde it net. En doe ynienen kaem du auto der wer oan riden. Ik gong al in bytsje by de karre wei, mar dy fint ried der sa tsjin oan. It gong sa hurd, dat ik waers ek skept, en ik foel sa yn't wetter. It wie doe kâld, dat wit ik nou noch wol. Dat ik wie der sa hurd út, dat myn petnet iens wiet wurden wie. Dy fint, dy't my der ynried, wie een âld- NSB'er. Hy wie op dy meeting tsjin, mar hy hat letter fiifentweintig goune as skeaforgoeding bitelje moatten

Home