Houtmolen brand.
Een foto
van de brand, die waarschijnlijk genomen is vanaf de
zeedijk. Op dat moment is het meeste kwaad al
geschied. Het grootste deel van de houtloodsen is
ingestort, de damp van het bluswater ontneemt het
zicht op de directeurswoning. Het hoofdgebouw loopt
geen gevaar meer. Brandweercommandant Bosma liet het
hout dat op het terrein lag in de Rien gooien. Zo
was niet alleen het verkeer op de Zeedijk stilgelegd
door de vele slangen maar ook het scheepvaartverkeer
kon niet meer door Lemmer
Lemmer, 12 Augustus 1953.
De fluit van de houtmolen was niet alleen een teken
voor de mensen die daar werkten dat het tijd was om
met de arbeid te beginnen of te stoppen. Het was ook
het sein voor vele anderen dat de tijd van de dag
aangaf. Als iemand te horen kreeg dat hij te laat
was en hij antwoorden dan, "de mole noch net fluite
hie" dan was dat een doorslaand argument. Geen
wonder dat het verslag van de brand die het bedrijf
en de omgeving op woensdag 12 augustus1953 trof
begint met enkele regels over dat signaal.
Woensdagmiddag om half vijf klonk plotseling de
fluit van de houtmolen zoals iedere dag gebeurt,
doch toen dat sirenegeloei langer aanhield dan
normaal wekte dit de belangstelling van iedereen die
dit hoorde.
Brand bij de NV Stoomhoutzagerij zoals het bedrijf
officieel hete. Grote dikke rook wolken dreven over
Lemmer. De plaatselijke brandweer repte zich naar de
plaats van de brand , die snel om zich heen greep.
In korte tijd was de brand uit gegroeid tot wat in
brandweer termen grote brand heet. Voor de
burgermeester mr.Marinus Krijger was dat de reden om
ook de omliggende gemeente te alarmeren.
Onze plaatselijke brandweer, die achter op het
terrein met het blussingswerk was begonnen, was niet
bij machte iets tegen deze vlammenzee te doen. De
woningen op de 'Polle' van Hidde van der bijl
branden al en ook de wagenmakerij van Atte Wierda,
een gebouwtje waar veel hout verwerkt was, vatte
vlam en lag al gauw tegen de grond. Bij de smederij
van Harm van der Wolf (later Slump) de woningen van
directeur P.van de Bosch en boekhouder A. Hoekstra
als mede de kantoren ontstond al een begin van
brand. De fabrieksbrandweer wisten de woningen nat
te houden en dit vuur te doven.
Ondertussen was ook de brandweer van de Noordoost
polder aangekomen. Deze richten zich op de panden
van van der Wolf en diens buren. Waardoor de vuurzee
tot de houtloodsen beperkt kon worden. Toen de brand
zo was ingesloten en het duidelijk werd dat de
woningen en kantoren behouden konden worden was dat
een verademing. Met de komst van de brandweer van
Gaasterland, Sneek, Heerenveen, Wijmbritseradeel, en
Haskerland, was het gevaar voor uitbreiding geweken.
Ongeveer 25 stralen werden ingezet om het vuur te
bestrijden om water uit de Vluchthaven te halen
waren brandslangen over de weg gelegd waardoor het
verkeer naar de Noordoostpolder en richting
Oosterzee stilgelegd werd.
Matige wind voorkwam erger
De brand vond zijn oorsprong in of bij de
houtloodsen. Gretig vond het vuur voedsel in de daar
in aanwezige houtvoorraad, het hout was zo
opgestapeld dat het overal kon door tochten. Die
ruimten werkten als even zoveel schoorstenen, wat de
snelle omvang van de brand na de ontdekking
verklaart, al heel gauw waren de woningen aan de
Polle een prooi van de vlammen. De bewoners konden
alleen zich zelf in veiligheid brengen, van het
meenemen van enig huisraad was geen sprake.
Door de windrichting liep het eigenlijke
Fabriekscomplex geen gevaar maar de vonken gingen
wel over de Rien in de richting van de bedrijven
van, van der Neut en zeilmakerij de Vries die juist
onder de wind lagen. Deze panden werden geruime tijd
nat gehouden. Volgens zeggen heeft het dakhout bij
van der Neut even gebrand ook handdoeken die in de
buurt op een haag lagen te drogen hadden
schroeiplekken. Als er een straffe wind had gestaan
zouden de gevolgen op de Polderdijk veel ernstiger
geweest zijn.
Verlies woonruimte bijkomend probleem
De houtopslag en de garages van de houtmolen waren
verloren gegaan, maar ook vijf gezinnen waren
dakloos en berooid van alles. Een zesde gezin dat
van Dirk Ham, had ernstige waterschade op gelopen.
Terwijl de woningsituatie al heel krap was, stonden
er nu in eens ook nog een aantal slachtoffers van de
brand op straat. Zij werden wel opgevangen maar
zouden toch voor de opbouw van hun woning een meer
permanent onderkomen moeten hebben.
Het gezin van Hidde van der Bijl verbleef tot hun
huis hersteld was, op de bovenverdieping van de
hoedenwinkel van de dames van der Bijl, zusters van
Hidde, het nablussen duurde nog de hele nacht. In
het droge hout werden steeds weer nieuwe
brandhaarden ontdekt.
Vuurtje stoken mogelijke oorzaak
Er stond een strek vermoeden dat de brand is
ontstaan doordat kinderen vuurtje hadden gestookt.
De toen bij de houtmolen werkzame H. Bergsma zag
tegen half vijf enkele jongens een vuurtje stoken
tegen de houten wand van de Westelijke houtloods.
Hij trapte het vuur uit, en joeg de kinderen weg.
Het schijnt dat het vuur zich toen al in de
houtvoorraad had genesteld. Een ogenblik later werd
er al een vlammetje op het dak van de loods ontdekt,
en was het in de loods al een vuurzee. Reden om de
sirene in werking te zetten.
Een vertegenwoordiger van de fabriek, de Heer A.
Postma, probeerde nog de bewoners van de Polle te
waarschuwen maar hij moest vanwege de vuurzee terug.
De families Klaas Verbeek en Van der Bijl wisten nog
enkele geldswaardige papieren te redden. Het gezin
van Winters raakte alles kwijt, de vrouw was Lemmer
in om boodschappen te doen.
Niet meer verzekerd
Een paar spaarbankboekjes en wat geld was het enige
wat Atte Wierda en zijn zuster Jantje wisten mee te
nemen. De wagenmakerij was meer door de ontwikkeling
van de tijd een herstelwerkplaats geworden. Met
gereedschappen houtvoorraad en een machine ging
alles verloren. Ook het hier opgeslagen materiaal
van Kaats vereniging Sûdwâl overleefde de brand
niet.
Het vervelende voor de familie Wierda was dat Atte
zich een jaar te voren uit de brandverzekering heeft
laten royeren. De verzekeringsmaatschappij wilden
toen de premie verhogen, maar die verhoging wilde
Wierda niet betalen. Wierda was niet alleen eigenaar
van de wagenmakerij, en de eigenwoning maar ook van
die van Winters.
De schade
Er ging ongeveer 600 kuub hout verloren. Daaronder
was ook een gedeelte dat nog maar net was
aangevoerd, en nog op het terrein opgeslagen was.
Omdat dit hout telkens opnieuw begon te branden is
het tenslotte op bevel van de brandweer commandant
Meije Bosma in de Rien gegooid. Het meest was
waardeloos geworden, op het terrein stond een kleine
garage van golfplaten. Een auto en een paar vaten
olie konden in veiligheid gebracht worden.
Gereedschap en een electro-dynamo gingen hier wel
verloren. De schade werd geschat op twee ton.
In Zuid Friesland van 22 augustus vinden we een
advertentie van Teake Huitema een dankbetuiging voor
het bergen van hun inboedel tijdens de brand. Tussen
de boerderij van de familie Huitema en de smederij
van, Van der Wolf was nog een behoorlijke afstand.
Toch kwam ook de boerderij door de vonkenregen in
gevaar.