Loodsen.
Toen Lemmer nog aan de Zuiderzee lag, was het wat
het aantal in en uitgaande schepen betreft, de
drukste Zuiderzeehaven. De scheep vaart zorgde voor
een goede drukte in Lemmer. Al die schepen moesten
worden overgebracht door loodsen, toen nog
sjouwerman genoemd.
Van de mannen , die de schepen naar Amsterdam Kampen
enz brachten noem ik hier Hans Vlig, Marten Rottinè,
Jan Scheffer, Jan Hottinga, ( deze verkocht ook
Groninger mosterd voor 1 a 2 cent per lik) en de
broeders Evert,Koert, Meinze de Vries. Over deze
laatste drie wil ik wel eens wat vertellen.
Evert was de jongste getrouwd met Jantje Bergsma. Ze
hebben hoe slecht de tijden ook waren 13 kinderen
groot gebracht. Evert mijn oom was een man uit een
stuk, hij zei precies wat hij dacht. Hij heeft
misschien wel 20 baantjes gehad. Nooit was hem iets
te zwaar en bij de schippers was hij zeer gezien.
Koud was hij nooit, hij liep meestal met een trui
met een vest er over heen. Als hij de wacht op de
ijsbaan had, was er geen jongen die op de baan
durfde te komen. De meeste van hun kinderen gingen
naar Amsterdam en Zeist, waar ze het allemaal goed
gemaakt hebben. Op latere leeftijd zijn enkele weer
de kant van Lemmer op gekomen.
Oom Koert was getrouwd met Anna ter Heide. Deze kwam
uit Kuinre, uit hun huwelijk waren 4 jongens en 5
meisjes geboren oom Koert bracht veel schepen over
de Zuiderzee. Een van de jongens Jan, is met het
scheepje varen in de Lemster Rien verdronken. Ook
zijn zoon Meinze is later als loods werkzaam
geweest. Hij is op de Oranje sluizen aan een
hartaanval overleden.
Ook zijn zoon Karst, nu in Suderigge, bracht veel
schepen over. Gisteren hoorde ik van zijn zuster
Hendrikje dat hij op het ogenblik in het ziekenhuis
in Sneek ligt. De andere dochters wonen in Holland.
Roelofje en Metje zijn inmiddels overleden.
Nu over mijn vader Meinze de Vries. Deze was
getrouwd met Metje Jan Jans Pen. Zij kregen elf
kinderen. Mijn moeder stierf op 23 maart 1913. Zodat
mijn vader op 46 jarige leeftijd met de negen
kinderen die toen nog in leven waren, achterbleef.
Dat is een zware weg voor vader geweest. Toch zijn
wij met ons drieën die nog in leven zijn trots op de
goede wijze waarop vader ons heeft groot gebracht.
Hierbij nog een foto, gezicht op de Lemster sluis en
binnen haven. Voorop de foto mijn beide ooms links
Koert , daarnaast Evert, op de achtergrond zien we
links Jan Scheffer met naast hen de schipper van de
motor. Zij hebben de motor en het schip vast gezet.
dat leverde meestal elk een kwartje op. Om dan deze
50 cent te verdelen werd af geteld, een van de
mannen draaide zich om en noemde een getal, bij
voorbeeld 11 er werd dan afgeteld wie dan nummer 11
en 12 troffen kregen elk 17 cent voor nummer dertien
was 16 cent over.
Gezicht
op de Lemster sluis en binnen haven. Voorop de foto
links Koert de Vries , daarnaast Evert de Vries ( de
ooms van Evert de Vries van de bakkerij), op de
achtergrond zien we links Jan Scheffer met naast hen
de schipper van de motor.
Het tarief voor het weg brengen van een schip naar
Amsterdam was zes gulden. Dit kon heel verschillend
verlopen. Met een mooie wind was het karwei soms wel
eens in een dag geklaard, maar vader heeft ook wel
eens 14 dagen met een schip onder Schokland gelegen
als ze door storm overvallen werden.
Op het laatst vroeg de schipper of vader niet met
een Lemster visserman mee terug kon, omdat hij vader
niet langer de kost kon geven, hij kwam toen zonder
een cent terug en wij moesten ons maar zien te
redden. Gelukkig hadden we bij de winkels wel credit
als er weer wat verdiend werd konden we het weer
afbetalen. Zo ging dat toen