P.E.B.
(Provinciaal energie bedrijf)
Het is in de twintiger jaren. Op de klip bij de
Blokjesbrug zit Steven Visser in de voorjaarszon. Er
stopt een motor bij hem, en de man die er afstapt
vraagt of er ook nog mensen zijn die werk zoeken.
Hij kan namelijk twee man gebruiken om bij het P.E.B.
te werken, maar er zijn op dat moment geen werklozen
te vinden in Lemmer. Visser weet dat er bij het
stoomgemaal nog twee jonge mannen aan het spiering
vissen zijn.
Dat waren Wiebe Feenstra en ondergetekende. Even
later stopt de motor vlak bij ons, de motorrijder
kijkt even naar het vissen, en vraagt ons dan of we
bij hem aan het werk willen. Het is wel even een
moeilijk besluit te nemen, want wij vangen juist
mooi wat spiering. Vast werk is overigens ook wel
wat waard.
De afspraak word gemaakt dat we tegen de avond
uitslag zullen geven. Het stoomgemaal draait nog
maar de wind gaat naar het oosten. Als het gemaal
word stop gezet trekt de spiering naar zee terug,
het is met onze goede vangsten gedaan. We besluiten
dan maar om het werk aan te nemen.
De man heeft ons zijn adres gegeven hij is in de
kost bij Siebe Kooistra op de Vissersburen. Wij
zoeken hem op en worden het al gauw eens over de
voorwaarden. De volgende ochtend moeten we om 7 uur
bij het transformatorhokje zijn bij de brug van het
stroomkanaal. Om 7 uur waren we op het werk geen
mens te zien. Het werd half tien voor dat onze
werkgever verscheen.
Morgen mannen dus jullie waren er al, ja om zeven
uur waren we er al. Daar kun je dus twee en een half
uur voor op schrijven, was het laconieke antwoord.
Er lag een haspel . We kregen opdracht om die naar
Lemmer te rollen, daar konden we zeven gulden voor
rekenen. Dat was het voor de eerste dag. Morgen maar
weer verder, was het parool.
Zo'n gemakkelijke baas hadden we nog nooit gehad, we
zagen hem bijna nooit. Hij zat liever bij zijn
kostbaas. Wij hebben dit werk een paar maanden
gedaan. Toen werd het weer druk op de rokerij en
daar voelde we ons beter thuis, dan achter de
massapot en in het grondwerk. Zo eindigde ons werk
bij de P.E.B.
Enkelen jaren later ik was toen aanvoerder bij
Lemmer 11, stelde ik mij voor aan de scheidsrechter.
Wie was dat? Hartman de man waar wij bij gewerkt
hadden, het eerste waar hij naar vroeg was het gezin
Kooistra, waar hij in de kost was geweest. Ik kon
hen vertellen dat de familie Kooistra uit Lemmer
waren vertrokken.