Het oude Archief van oud columnist Evert de Vries uit Lemmer.

 
 

Schaarste.

Mei 1940. Op vrijdagmorgen meldde de radio dat Duitse troepen Nederland waren binnengevallen. De dinsdag daarna stond Rotterdam in brand na een bombardement door Duitse vliegtuigen, waarbij in de binnenstad veel doden en gewonden vielen. Op zaterdag, de tweede oorlogsdag, liep ik na het nieuws Lemmer in, waar het nog angstig rustig was. Uit de Schans kwam een soldaat op een motor. Geen Nederlander zo te zien, dus zal het wel een Fransman of een Engelsman zijn. Voor de radio was immers gezegd, dat vanuit Frankrijk en Engeland troepen onderweg waren om ons te helpen!

Bij de brug stond Sake (Reade) Visser. "Werom gooie jimme die kerel net oer de bręge?" ? vroeg hij.( Een zin die later nog vaak in de Lemmer is uitgesproken en uitgevoerd) Toen hoorde ik dat het een Duitser was. Ik had natuurlijk nog nooit eerder een Duitse soldaat gezien. Intussen passeerden er nog meer. Zij gingen naar het Gemeentehuis om burgemeester Krijger te berichten dat Lemmer bezet was. Toen ik de volgende dag even naar mijn vader ging, stond het hele Achterom ook al vol paardenvolk, overal stonden de paarden vastgebonden. Die zondagmiddag trokken veel Duitse troepen door Lemmer, eindeloze rijen soldaten te paard, gevechtswagens met walmende uitlaten, grote vrachtauto's zware kanonnen en motorrijders, die langs de colonnes scheurden. Het was een drukte van belang op de Nieuwburen. Wij moesten wel aan de veranderde omstandigheden wennen. Maar zoals altijd ging het leven door. Langzaam werd alles krap. Veel artikelen waren er helemaal niet meer. Ook mijn koekjes voor het ijs raakten op. Toch moest er verdiend worden. In die tijd was het allemaal nog schepijs, met een enkele choco. Waarin moest het ijs nu verkocht worden? Er werd een oplossing gevonden door het maken van kartonnen ijsbakjes. Maar veel van het benodigde witte karton was er ook niet meer. gelukkig kon ik nogal goed met L. Lemstra, de latere firmant van drukkerij Zuid-Friesland. Hij hielp mij zo lang mogelijk aan papieren bakjes. Deze week kreeg ik nog een rekening (15 nov1979) van september 1941 in handen van fa. W.A.F.Koopman voor de levering van dit karton.

Overal ging ik heen om nog wat karton los te krijgen. Op zekere dag trof ik in Joure iemand, wiens naam ik niet meer herinner, maar waarvan ik nog wel weet, dat hij zelf een krantje maakte onder de naam De Straatjongen. Deze man gaf mij een tip en hierdoor kreeg ik voor niet te veel geld nog tien blik ijswafels in handen. De volgende dag kon ik mijn ijs weer in echte koekjes verkopen. Dat was al gauw bekend, want men vond dat men nog nooit zulke heerlijke koekjes had gegeten. Dezelfde dag was alles al weer op. Ik had er ook veel los van verkocht, in zakken van 2 ons.

Later hoorde ik, dat deze koekjes al vijf jaar oud waren, en al die tijd op een vochtige zolder hadden gestaan. Zo zien we uit die tijd, toen alles op de bon was, of zelfs helemaal niet te krijgen, dat honger werkelijk rauwe bonen zoet maakt. Wij zijn intussen meer dan 35 jaar verder (1979). Er is al lang weer volop eten en geld. Iedereen heeft van alles genoeg. Lemmer is een rijk dorp geworden, de havens liggen vol jachten, de straten staan vol auto's, er wordt gewoond in prachtige huizen die van alle gemakken voorzien zijn, de werkdagen zijn kort geworden, men heeft veel vakantie en snipperdagen, maar hoe staat het met de tevredenheid van de mensen.

Home