Het oude Archief van oud columnist Evert de Vries uit Lemmer.

 
 

Uit de geschiedenis van het aakje LE 10.

Lemmer

In 2002 bereikt de Lemsteraak LE 10 de respectabele leeftijd van 90 jaar. Toch omschrijft een van de vroegere eigenaren, onze plaatsgenoot Henny Kingma. het schip als een oude dame, nog steeds dartel als een jonge deerne.

Aan de hand van de gegevens van Kingma en een andere oud eigenaar, Jan Brilleman proberen wij de levens loop van de LE 10 voor U op papier te krijgen. Het begin daarvan ligt dichtbij, op de helling van de Boer in Lemmer. Daar werd het schip in 1912 gebouwd en op 26 september afgeleverd aan Jacob Stienstra, de bouwkosten bedroegen ƒ 860,-

De LE 10 verving voor Stienstra zijn binnen aakje en kreeg niet alleen letterteken en nummer daarvan over maar ook de naam. Twee Gebroeders, op het gemeentehuis nam men het gemakkelijk op, voor het nieuwe vaartuig werd geen nieuwe kaart gemaakt, alleen de inhoud werd gewijzigd van 5 in 8 ton, men zal het wel verspilling gevonden hebben om een nieuwe kaart te maken; de bestaande kaart uitgereikt bij de vernummering van 1911 was nog maar een jaar oud.

De naam tweegebroeders was afgeleid van het feit dat Stienstra twee zonen had uit zijn huwelijk met de weduwe Raadsveld. Marten Raadsveld (In Lemmer bekend als Lytse Marten) een zoon uit haar eerste huwelijk en vissers man van beroep, werd mede-eigenaar van de nieuwe aak.

Op 16 januari 1923 overlijdt Stienstra en word Marten Raadsveld de enigste eigenaar, Jaap Wouda een neef van de eigenaar was toen al als knecht aan boord. In 1931 wordt de bemanning uitgebreid  met Jan Wouda ook een neef van Raadsveld. Er wordt een Ford motor van 12 pk ingebouwd en de naam wordt aangepast, aan het aantal bemanningsleden. "Drie gebroeders". Niet helemaal juist, maar een naam als de "Drie neven" zou ook niet erg in het gehoor hebben gelegen.

Marten Raadsveld overleed in 1939. Voor ƒ 350,- namen Jaap en Jan Wouda het aakje over, van de weduwe Raadsveld-Poeze. Er wordt nog door gevist tot mei 1957. Dan wordt de LE 10 overgenomen door Henny Kingma, die in die tijd in Amsterdam werkte. De gebroeders Wouda hadden een nieuwe motor in laten bouwen, een Scoda van 15 pk Kingma liet die vervangen door een Witte van 9 pk. De LE 10 werd voorzien van een kajuit, en een jaar later werd de rest van de bun er uit gehaald. En de bun inlaten werden dichtgelast, dat gebeurde bij Stofberg in Leimuiden, de mast werd strijkbaar gemaakt d.m.v. een ijzeren contragewicht en er kwam een tjalkenluik in het voor dek, De naam werd "Roelja" de thuishaven Durgerdam.

In 1962 kocht J.J.de Korte uit Aerdenhout de LE 10. Deze schakelde twee Lemster bedrijven in bij het onderhoud. Bij zeilmaker De Vries werd een nieuw tuig gemaakt en in 1968 werd bij van der Neut een andere mast gemaakt van een oude tjalkenmast. Bij de Rijke kreeg het schip de naam "Grote Pier"

Later kwam het scheepje terecht op de helling bij Stapel in Spaarnedam. Na enkele jaren werd het scheepje gekocht door Henk Hijdra uit Leimuiden deze wilde er weer een vissersschip van maken en haalde de kajuit er af. Toen deze eigenaar duidelijk werd dat er meer gerestaureerd moest worden dan hij eerst had gedacht, boot hij het schip weer te koop aan, waarna Jan Brilleman eigenaar werd.

Brilleman heeft de LE 10 volledig laten restaureren waarna deze familie er meerdere jaren plezier aan beleefde waren Hemmes en Klaver de volgende eigenaren. Met Sail Amsterdam ontdekte Kingma zijn vroegere eigendom bij de verbindingsdam waar hij nog een leuk gesprek voerde met Klaver.

De Scoda motor die Kingma liet vervangen kwam daarna weer in Lemster handen. Hij werd geplaatst in het beurtschip waarmee Kees Kok op Kampen voer. Kok woonde aan de Kortestreek naast de Bokkensteeg waar nu makelaardij Walinga gevestigd is.

De naamgevers.

Hier boven zagen we dat de oorspronkelijke naam de Twee gebroeders van de LE 10 dat de "Twee gebroeders" gekozen was omdat Jacob Stienstra twee zonen had. Dat waren Miente en Jaap. Daarvan heeft Miente jarenlang gevist bij de gebroeders Kingma op de LE 88. Jaap de tweede zoon van Jacob voer als stuurman op de Jan Nieveen. Tijdens de beschieting van de Jan Nieveen op 21 oktober 1942 werd Jaap dodelijk getroffen, zijn jongste dochter de vrouw van gewezen aardappelhandelaar Sjoerd v.d. Veen woont nog in Lemmer.

 

Home