Het oude Archief van oud columnist Evert de Vries uit Lemmer.

 
 

Uit het duister van de bezetting, in het licht van de vrijheid.

Wit paard in de achterhoede.

De 16e april 1945, de dag vóór de bevrijding van Lemmer, was het aan de bedrijvigheid van de Duitsers wel te zien, dat er wat belangrijks op komst was. Toen ik tegen de avond, zoals zoveel anderen, melk ging halen, wemelde het op de straatweg van de Duitsers. ook bij het tweede brugje, bij Boersma, was het vol van soldaten, maar het melk uitdelen ging gewoon door. Zodra mijn flessen gevuld waren, ging ik het erf af en zag daar, dat een Duitser de fiets van een klein meisje zou meenemen. Daar het hier een meisje van mijn zuster betrof, besloot ik me ermee te bemoeien en na veel praten kreeg ik inderdaad de fiets weer voor haar terug.

Het werd avond , 8 uur, en dus ,,spertijd" binnen blijven. Maar vanuit de winkel probeerden we toch nog te volgen wat er buiten gebeurde. Grote groepen soldaten trokken voorbij, ordeloos, alles in de richting van de haven. Van alles werd nog meegesleept: koeien, paarden, wagens.... Zo begin 9 uur kwam als een van de laatste een groep voorbij met het afweergeschut, dat op de begraafplaats opgesteld was geweest. Het geheel getrokken door een wit paard.

Toen het verder rustig bleef, besloten we om 10 uur naar bed te gaan. Maar hiervan kwam niets. Een zware ontploffing weerklonk. Onze eerste gedachte was, dat de Duitsers de bruggen en de sluizen gingen opblazen, maar de volgende morgen bleek het de kantine was geweest. Met tussenpozen van tien minuten volgenden de ontploffingen elkaar op, later in de nacht lagen er 15 minuten tussen. Om 5 uur in de morgen werd het weer rustig en waagden we ons op straat. Daar was het doodstil. Alleen nu wijlen burgemeester Krijger liep, gewapend met een geweer rond.

Langzamerhand werd het drukker, en nu gingen we eerst eens bij de familie langs; deze waren er gelukkig allen goed doorgekomen, na een bange nacht. In de Lemmer kwam nu de EHBO-groep van het Rode Kruis in actie, want er waren helaas veel slachtoffers. Lemmer gaf een zwaar getroffen indruk, want zo hier en daar was er nogal wat schade aangericht. Na een poosje was iedereen op straat: je zag plotseling weer mensen die officieel ergens in Duitsland tewerk gesteld waren, maar die rustig thuis waren ondergedoken geweest, en nu was het wachten op de komst van de bevrijders.

Tegen het middaguur kwamen ze Lemmer binnen, onder het, na de emoties van de nacht, enigszins ingehouden gejuich van de wachtenden.

De ‘Chaudières’ wilden vanuit Sneek proberen om Lemmer te bereiken, maar moesten onverrichter zake terugkeren om via Joure en Sint Nicolaasga hun doel te bereiken. Bij Woudsend konden leden van de BS niet verhinderen dat de brug werd opgeblazen. De Scharsterbrug tussen Joure en Sint Nicolaasga bleef gelukkig behouden nadat het bataljon met steun van de artillerie de vijand in de late avond van de 16e met succes in de richting van Lemmer kon verdrijven. Op 17 april werd Lemmer ingenomen en waren de Duitsers al over de Zuiderzee vertrokken. Even nog dreigde een noodsituatie te ontstaan vanwege mogelijke dijkdoorbraken in de Noordoost Polder. Maar een drietal Polen in Duitse dienst verborgen de ontstekingsmiddelen, nodig om de geplaatste springstof hun werk te laten doen, en namen ‘eigen’ soldaten onder vuur. Op 17 april was ook de Noordoost Polder vrij dankzij drie Polen en een bataljon Canadezen.

Home