Journaal
van oude havenstede van Zierikzee tot Moddergat
Waterflessen of voetkussens.
De Friese havenplaats Lemmer aan de voormalige
Zuiderzee heeft, wat het vervoer betref, lange tijd
veel betekenis gehad. En wat nog veel belangrijker
is, Lemmer gaat straks opnieuw een belangrijke
plaats op dit gebied innemen. De ligging van Lemmer
heel vroeger, ook wel Lemmel genoemd dat in de 17
eeuw toen de haven van Kuinre begon te verzanden,
tot bloei kwam, heeft mee gebracht dat er allerlei
lijnen op Lemmer werden onderhouden uit de
noordelijke delen van het land, die dan als het
waren een verlengstuk vonden in de befaamde
beurtdienst op Amsterdam, over de Zuiderzee.
Lemmer werd zodoende een knooppunt voor het verkeer
en is in de loop der tijden voor heel veel reizigers
een tussen station geweest op hun weg van het
noorden naar Amsterdam en omgekeerd. Nu was de vaart
op de Zuiderzee van Amsterdam naar Lemmer zeker in
die tijd van het zeilschip niet zonder gevaar.
Speciaal voor dit traject werd een schip ontworpen
dat daarom de naam Lemster beurtschip kreeg. Het
bevatte zoals scheepsbouwer van Loon vertelt "'t
onderscheiden wel ingerichte lokalen", welke
gezamenlijke ruimten bevatte voor een groot aantal
reizigers.
Met zo'n schip was het mogelijk, recht in de wind
laverende, in twaalf uur van Lemmer naar Amsterdam
te varen, terwijl een gewone tjalk er in die tijd er
in die tijd vierentwintig uur voor nodig had. Van
Loon vertelt in de bloemrijke taal van zijn tijd
verder: het schoonste vaarwater, wegens ruimte en
diepte, dat van enige Friese haven van Amsterdam in
de Zuiderzee bestaat, wordt door dit schip bevaren
het welk daardoor, voor al met tegenwinden een groot
voorecht geniet om de overtocht te bespoedigen
Maar ook op dit schoonste vaarwater kwamen de
stoomboten. Grote maatschappijen en beroemde mannen
namen op de Zuiderzee hun eerste proeven met de
stoomboot.
In 1864 was er naast het oude zeilende beurtschip
tussen Amsterdam en Lemmer, een vaste dienst met een
schroefstoomboot. Dat blijkt uit een reglement voor
de stoombootdienst tussen Lemmer en Groningen, welke
dienst in correspondentie met elkaar moesten worden
onderhouden.
De overheid schreef de ondernemers voor de dienst te
bezigen stoomboten te vervaardigen op den wijze, tot
dusver als de meest volmaakte bekend, vooral
betrekkelijk de voorzorgen, dat de veiligheid der
aanboord zijn de personen en goederen kunnen
verzekeren. De overblijfselen van de vuren van de
stoomboten mochten niet overboord worden geworpen,
maar moesten worden bewaard, tot de plaats van
bestemming bereikt was, Bij aankomst te dier
plaatsen worden de overblijfselen aan de politie op
hare vordering getoond en telkens gelost eer de boot
weder van daar vertrekt.
Een van de vele artikelen vertelt ook dat er een
speciale Functionaris aan boord moest zijn, een
geschikt conducteur, belast met de handhaving van
goede orde betrekkelijk de reizigers en hunne
goederen, het afgeven van biljetten, het in bewaring
nemen en weder afgeven van goederen, en wat verder
het wederzijdsch belang kan vorderen. Deze
conducteur zorgde er ook voor dat door tussenkomst
van een hofmeester, de reizigers ten alle tijde van
eetwaren of anderen verversingen werden voor zien.
De prijzen daar van werden berekend naar de prijzen,
die in logementen en koffiehuizen gewoonlijk worden
gevraagd. Daar de reis lang duurde konden de
reizigers dam, schaak en andere spelen kosteloos
gebruiken. Speelkaarten kon men tegen een vast
tarief bekomen. Alle hazardspelen zijn aan boord van
stoomschepen verboden.
Wie last had van koude voeten, mocht geen stoof met
vuur gebruiken, zoals toen gebruikelijk was. Wel
waren er voor dit doel tinnen waterflessen en
voetkussens aanwezig. Het bijna 40 bladzijde dikke
boekje, dat bijna alle bepalingen over de Lemmer
boot bevat, geeft ook de tarieven voor het vervoer
van reizigers, goederen en niet te vergeten vee,
want dat werd ook veel met deze boot vervoerd.
Er werden verschillende maatschappijen opgericht in
allerlei rechtsvormen en er kwamen heel wat boten te
varen, tussen Lemmer en Amsterdam. Toen de firma
C.J. van Houten en zoon al die schepen zag, voelden
zij er wel iets voor om op alle stoomschepen, borden
te plaatsen ter aanbeveling van hun fabrikaat tegen
een jaarlijkse betaling van 50 gulden per schip.
Maar het bestuur van de gezamenlijke diensten,
voelde niets voor zo'n reclamecampagne, zo dat het
verzoek van Van Houten werd afgewezen.
De Lemmerboot is voor vele in het land van
bijzondere betekenis geweest. Sommige doet de naam
van dat nu verdwenen schip terug denken aan een
verrukkelijke zeilvakantie op de Friese meren.
Anderen brengt deze boot de herinnering aan de
honger tochten die men per Lemmerboot, van uit
Holland naar Friesland, Groningen en Drente maakte
in de laatste periode van de tweede wereldoorlog.
Slechts weinigen zullen nog de tijd herinneren, dat
indianentroepen en kermisgasten met deze boot
reisden, maar er zullen nog wel mensen zijn, ook en
vooral Lemsters die op smakelijke wijze kunnen
vertellen van de tocht per boot naar Amsterdam.
In de avond kwamen zij aan boord en nog voor het
vertrek, begonnen zij een kaartje te leggen: als er
geen vierde man was, deed de hofmeester graag mee.
Waneer de boot op de lange tocht over zee ter hoogte
van het eiland Marken , waar werd gewaarschuwd; dat
was dan het sein voor de kaarters om een dutje te
doen.
Als de boot vroeg in de morgen in Amsterdam aan
kwam, bleef men lekker nog wat slapen, op het hoofd
kussentje dat bij de hofmeester kon worden gehuurd
tegen een prijs van tweedubbeltjes. Zo om een uur of
half negen wandelde men dan de wal op. Het
Amsterdamse zakenleven slokte de Lemster
middenstander op. In de avond zat de hofmeester met
de kaarten en de hoofd kussentjes al weer te
wachten.
De volgende ochtend stapte de Lemsters weer aan
land, in de plaats die de naam gaf aan een oeroude
verbinding tussen het Noorden van het land en
Amsterdam. De Lemmerboot is na de tweedewereldoorlog
verdwenen. Maar in Lemmer ziet men op dat gebied van
het verkeer wel iets anders komen. Straks over niet
eens zoveel jaren, zal er een weg zijn van Amsterdan
dwars door de nieuwe polders over de Zwolse hoek
naar Lemmer, en dan verder door het Tjeukemeer naar
het noorden. Och en wat is dan de verbinding van
Amsterdam naar Lemmer, in tijd uitgedrukt.
Daarom wordt er op het ogenblik in Lemmer in het
bijzonder op twee dingen gelet, recreatie en
industrie. De Randstadbewoners met hun toenemende
recreatiehonger zullen Lemmer zeker weten te vinden.
Reeds nu wordt het badstrand aan de IJsselmeerkust
druk bezocht, terwijl de jachthavens veel
zeillustige trekken en de oude glorie van Lemmer
hoog houden