Wintergezicht.
In gedachten gaan we vele jaren terug naar een
morgen toen we naar school gingen. Het had flink
gevroren en het Dok lag al dicht. Wat doe je dan als
jongen? Met één voet even proberen natuurlijk. Je
trapt en ziet dat het onbetrouwbaar is. Meester de
Vries was op weg naar school en stuurde de jongens
bij het ijs weg. De politie agenten Bosma en Venema
kwamen ook langs en alle jongens draafden de school
in. Tot tien uur werd er gerekend, toen vroeg een
meisje aan meester om ons voor te lezen uit Afke's
tiental.
Meester, die ' s morgens gezien had hoe de jeugd het
onbetrouwbare ijs op wilde gaan, begon te vertellen;
niet uit Afke's tiental maar van een jongen die door
het ijs zakte. Toen het verhaaltje uit was kwam het
volgende lied op het bord te staan.
Het had
vannacht gevroren maar 't ijs was nog niet goed
Toch
stond een aardig ventje er op met ene voet, met ene
voet
Hij zei:
,, Ik wil het wagen, het ijs kan mij wel dragen, wel
ja, wel ja"
Hij
trapte en hij trapte uit al zijn macht.
Maar het
ijs, pas van twee nachten, bezweek door zulke
vracht, door zulke vracht
Plons,
plons, daar ging het wonder, daar ging hij kopje
onder, o wee, o wee
,,Help,
help ik voel mij zinken, o redt mij uit de nood"
,,Help,
help ik voel mij zinken, o redt mij uit de nood"
,,Help,
help, ik ga verdrinken, o redt mij van de dood.
Een boer
die aan kwam rijden, had met hem medelijden, had met
hem medelijden, wel ja, wel ja
Hij
pakt' hem bij zijn buisje en redde de kleine guit.
Het
water liep bij stromen zijn jas en broekspijp uit
Maar
straks in vader's hoekje, kreeg hij voor het natte
broekje
Kreeg
hij voor het natte broekje, klets klats, klets
klats.
Nadat de hele klas dit uit volle borst had
meegezongen waarschuwde de meester ons om niet op
het ijs te gaan voordat onze ouders gezegd hadden
dat het betrouwbaar was. Deze keer een foto van
Tjalling Plantinga, het is een opname van 5 maart
1924 waar de ijsbreker 'Daniël' met twee boten voor
de Lemsterhaven zijn krachten met het ijs meet. Op
de dam is veel belangstelling.