|
Drachtster sigarenmaker was
de vader van het wereldmerk Stuyvesant.
Door Bas den Oudsten.

Lourens Visser, the man
who founded stuyvesant.
Stuyvesant is al ruim drie
eeuwen dood. In 1672 werd volgens de overlevering - op zijn
graf de tekst geschreven; "Stuyf niet te seer in 't sant,
want hier leyt Stuyvesant". Maar in zekere zin stuift het
toch nog rond hem, al is er vooral sprake van tabakstof dat
de laatste halve eeuw van zijn geschiedenis bedekt. En een
feit is dat de vader van Stuyvesant deze zomer van over de
grote haringvijver even terug kwam naar Friesland en zijn
Stuyvesant-story vertelde aan Fan Fryske Groun.
Dit is niet het verhaal
van de weinig zachtmoedige domineeszoon Pieter uit
Scherpenzeel bij Wolvega, die als gouverneur van
Nieuw-Nederland (1646-1664) zorgde dat in 1653 stadsrechten
werden veleend aan Nieuw Amsterdam, dat door de Engelsen
later werd omgedoopt in New York.
Het is het verhaal van
sigarenmakers in Drachten en van de mysterieuze manier
waarop voor de oorlog Stuyvesant's naam werd geronseld en
een wereldmerk werd.
Al jaren verkondigen in
alle werelddelen miljarden pakjes sigaretten in vele talen "The man who founded New York" of met een tikje meer
identiteit "Der Mann aus Friesland" 1653 Gründer der Stad,
die heute New York heisst. Ook de vader van dat merk is een
Fries: Lourens Visser (75) Lousje voor bekenden Hij woont in
Emo, ergens tegen de grens van de States, tussen Winnipeg en
Thunderbay.
Als hij voor elk pakje Stuyvesant dat sinds 1956 is geproduceerd één cent had
gekregen, was hij velen malen miljonair geweest. Want, er
worden alleen al in Nederland jaarlijks 1,5 miljard Stuyvesant sigaretten verkocht. En daar komen die van de
rest van de wereld dan nog eens bij. Wat een "luxury" zou je
zeggen, maar zo extra mild werd The man who founded
Stuyvesant niet behandeld door vrouwen fortuna. want, er
kwamen twee onbekende heren.

Lourens
Visser, zijn echtgenote Trienke Wieringsma en...dat enige
kistje Stuyvesant op dit ondermaanse.
Statussymbool.
In Nederland duurde het
tot ver in de vorige eeuw voordat de sigaar in trek kwam
als genotmiddel en als een soort statussymbool. Wie sigaren
rookte, stelde maatschappelijk iets voor. Dat was de
grondslag voor ongeveer 2.500 bedrijfjes in het hele land,
waar ambachtelijk sigaren werden gemaakt.
Omstreeks een dozijn
daarvan bloeide en ging onder in Drachten, waar ongeveer een
halve eeuw geleden de sigaar en Stuyvesant elkaar opnieuw
ontmoeten. De nestor van de Drachtster sigarenfabrikanten was
Oebele Zoovele, die er als omstreeks 1880 een bedrijf had.
Toen mijn vader Rinse
Visser, (geboren op
18 oktober 1867) in 1892 trouwde met Sijke Veenstra, werkte hij daar
als sigarenmaker voor 6 gulden per week. Drie maanden later
kregen alle sigarenmakers ontslag. Maar ze mochten van
Zoovele, sigarenvormen huren en tabak kopen om voor zich zelf
te beginnen, verteld Lourens Visser. Vermoedelijk leverden
zij de sigaren weer aan Zoovele, die niet lang daarna een
nieuwe fabriek liet bouwen. De sigaren makers konden weer
terug komen, maar Rinse vond de beloning te laag, bracht
alleen de gehuurde vormen terug, leende 25 gulden om zelf
vormen te kopen en werd eigen baas. In het voor 35 gulden
per jaar gehuurde huisje aan de Hondesteeg, zat Rinse in de
ene helft van het kamertje van 3 bij 4 meter sigaren te
maken, de andere kant was het domein van Sijke en de zolder
werd tabakopslag.
Het gebeurde dat hij 's
zaterdags voor een daalder sigaren verkocht en dat was heel
wat bij een gemiddelde prijs van 1 cent per stuk. Zoovele,
zij tegen zijn knechten dat hij het merken kon, aldus
Lourens. Een paar jaar later werd er aan De Kleine Beurs, een
dubbel huis gebouwd worden voor f 1.100.- met een fabriekje
van nog eens f 300,-
Via
de Westerstraat en
Noorderbuurt kwam het bedrijf in 1914, op de hoek van de
Stationsweg en de Schoolstraat, waar Rinse een fabriek
achter het dubbele huis liet bouwen. Daar waar nu al sinds
jaar en dag 'De Kleine', kachels en wasmachines verkoopt, werd
om zo te zeggen 'Pieter Stuyvesant' opnieuw geboren. Maar toen
was Lourens reeds lang ingetreden in de wereld der tabakken.

Foto van
Leendert J. Westdijk >>
Sigarenfabriek R. Visser plm. 1923.
Stuyvesant, de sigaar.
"Daar zaten vijf
sigarenmakers aan een lange tafel met in 't midden een vak
waarin de bladeren lagen, waarvan werd gezegd, grote stelen
en kleine stelen, maar grote stelen het meest", zegt Lourens.
Er werkten zo'n tien á twaalf man. De sigaren werden
gedroogd met behulp van een cokeskachel. Ze werden
gesorteerd in ongeveer 27 kleuren en kwamen op gelijkmatige
kleur in kistjes. Tip Top was een uitnemende
Vorstenlandsigaar voor 2 cent, maar we maakten verschillende
merken. De productie was z'n 20.000 á 25.000 stuks per week.
De fabriek van Visser was
niet de enige. In de crisisjaren begonnen veel ontslagen
sigarenmakers voor zichzelf, herinnert Lourens Visser zich.
Er waren wel zo'n 15 fabriekjes. De prijs zakte bij zoveel
concurrentie tot 15 gulden per 1000 sigaren, inclusief
accijns en zijn ze zelfs wel verkocht voor 12 gulden. Dan
was de kwaliteit er wel naar en de kwalificatie "karrider"
nog te veel lof.
Maar vergeleken met de
rommel die nu verkocht wordt, waren ze niet eens zo slecht.
Er zat tenminste geen papieren dekblad om met een laag lijm
of verf. Wij deden ons best om een goed product te leveren
dat vooral werd verkocht aan grossiers. De grootste was de
firma Baarsma in Zwaagwesteinde. Daar gingen per week kisten
vol heen, vooral van ons gedeponeerde merk "Het
Noorderlicht" Baarsma wilde dat merk ook op andere
artikelen voeren, tegen onze zin. Maar toen het op
closetpapier verscheen met het zelfde merkbeeld als op het
sigarenkistje, was het merk bedorven. Ik was daar verrekte
kwaad om en zei tegen mijn vader: Nou kunnen we met 'Het
Noorderlicht' de kont afvegen. Daarom heb ik toen ik de
fabriek overnam een ander merk gedeponeerd "Stuyvesant".
Dat sloeg aan, maar de
sigaren rukte op. En de gevolgen van het
anti-Mechanisatiebesluit van 1936 waardoor (tot 1948) in de
gehele bedrijfstak geen nieuwe machines werden aangeschaft
om de werkgelegenheid in stand te houden, wreekte zich in te
hoge productie kosten en de weinig slagvaardigheid.
Bemoeizucht van de
overheid.
Lourens Visser en zijn
vrouw Trienke Wieringsma, dochter van een vishandelaar aan
de Noordkade, dachten dat er voor hen zelf en hun vijf
zoons wellicht meer toekomst zou zijn in Canada dan in
Nederland. Bovendien had Lourens de buik vol van de
bemoeizucht van de overheid. Dat begon al in de oorlog, zegt
hij. Er moest bijvoorbeeld een 2 meter hoge schutting worden
gebouwd worden, om ons huis te scheiden van de fabriek,
waarvan de raampjes voorzien moesten zijn van kippengaas.
Tussen 's avonds 8 en 's morgens 6 mocht ik zelfs niet in
mijn eigen fabriek werken en zaten altijd in de zorgen voor
controles. De meeste ambtenaren probeerde het leven van
kleine zakenmensen zo zuur mogelijk te maken, en velen
gingen naar Canada. In Canada kon alles, schreven ze en zo
lachte de vrijheid zeer toe.
Nu trof het dat toen wij
het besluit genomen hadden, er twee onbekende heren op
bezoek kwamen die mijn gedeponeerd merk Stuyvesant wilden
kopen. Zij wilde niet vertellen welke firma daar belang bij
had, maar 't liep via een advocatenkantoor, zeiden ze. Wij
werden het eens over een prijs van f 1000,- gulden voor het
merk en nog eens f 1000,- gulden voor de goodwill en het
verlies van verpakkingmateriaal. Als ik toen geweten had dat
er zo'n groot bedrijf achter zat, had ik natuurlijk meer
gevraagd, maar ik was bang dat ik het lid op de neus zou
krijgen als ik het onderste uit de kan wilde halen. En we
konden het geld best gebruiken voor de emigratie.
Nieuwe toekomst voor
Stuyvesant.
Zo begon in 1956 een
nieuwe toekomst voor Stuyvesant en Lourens Visser en zijn
gezin. Lourens had het moeilijker dan Stuyvesant. Jarenlang
was hij schilder. Ik heb allerlei werk gedaan voordat ik
eindelijk in Emo terecht kwam. Toen werd zijn grote hobby in
Friesland, trainer van gymnastiekverenigingen, z'n vak. De
man die ooit 5 maal de Elfstedentocht uitreed, werd
gymnastiekleraar en sportmanager van de high-school in Ford
Frances, 20 mijl van Emo, maar is nu al jaren gepensioneerd.
Onze kinderen hebben het allemaal goed, dus in dat opzicht
is de emigratie ook geslaagd; zegt hij voldaan.
En Stuyvesant? Het wereld
merk is eigendom van Rothman's Internationaal in Londen, die
bestaat uit een aantal bedrijven die Stuyvesant in licentie
maken. Voor Nederland, Frankrijk, Portugal, Zwitserland, en
de Canarische eilanden is dat bijvoorbeeld de Turmac Tabacco
compagnie b.v. in Amsterdam, voor Duitsland, Oostenrijk en
Scandinavië Reemstma enzovoort.
De afdeling
'public affairs'
van Turmac kent het verhaal van Stuyvesant niet en heeft
nooit van Lourens Visser, gehoord. Die zit misschien in de
archieven, ja dat ging toen nog zo met merken. De
sigarenindustrie van Drachten met ooit evenveel bedrijfjes
als er nu in het hele land sigarenfabrieken zijn, is ter
ziele. Er bestaat nog een compleet kistje van 50 Stuyvesant
sigaren, met bandjes. Het is gemaakt van cederhout, heeft
het onvervalste slotje en straalt een vooroorlogse
distinctie uit: linksboven een kroontje, de naam Stuyvesant
in een sierlijke cursieve letter, en in hetzelfde sfeertje
als op de sigarettenpakjes. En verder natuurlijk "Ged.
Standaardmerk" en de tekst The last Dutch Governor of New
York. De R van Governor ontbreekt, en dat maakt dat kistje
helemaal uniek. Het is het symbool van een stukje
geschiedenis, maar vooral de oorsprong van een wereldmerk.
Misschien komen er nog eens
twee onbekende heren, die niet willen zeggen wie hun
opdrachtgever is....... 'n Stuyvesant meneer Visser?......Nee dank
U, 'k heb liever een sigaar.

Een
historische afdruk uit de sigarenfabriek van Lourens Visser
(rechts). Daar werkte ook Jan van der Jacht, nu de enige,
inmiddels zeer bejaarde sigarenmaker in Drachten; de laatste
der Mohikanen.
Vertaald uit
www.fftimes.com
|