|
Gemeente
Smallingerland. Drachten.
Door Abraham Jacob
van der Aa.


SMALLINGERLAND,
SMELLINGERA-LANDT, oude
naam van de grietenij
Smallingerland, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
arrondissement Heerenveen,
kanton Beetsterzwaag (1 k. dorp,
9 m. k., 5 s. dorp,); grenzende
N. aan Tietjerksteradeel,
waarvan zij door den Zuster-weg
en het stroompje de Lits wordt
afgescheiden; terwijl dit
watertje deze grietenij ook van
Achtkarspelen scheidt tot aan de
Rottevalle, van waar de verdere
scheiding tusschen deze
grietenijen, door een
scheidgruppel, in de veenen,
voltooid wordt. Ten Oosten
grenst Smallingerland aan de
Groninger Ommelanden, en wordt
daarvan gescheiden door den
Lauwers-stroom, die hier weleer
bevaarbaar was, doch thans
geheel is opgedroogd, ofschoon
hij zich eertijds uitstrekte tot
aan het oude klooster Termunten.
In het Zuidoosten en Zuiden ligt
Opsterland, van welke grietenij
Smallingerland gedeeltelijk
gescheiden wordt door den
Leppe-dijk. In het Zuidwesten
komt eindelijk nog Utingeradeel
en in het Westen Idaarderadeel.
Deze grietenij, die van het
Oosten naar het Westen 5 u. lang
en van het Noorden naar het
Zuiden 2 u. breed is, telt de
navolgende zes dorpen, Dragten,
waar het grietenijhuis staat,
Boornbergum met Smalle-Ee,
Kortehemmen, Nijega, Oudega en
Opeinde, benevens een klein
gedeelte van Rottevalle.
Smallingerland beslaat, volgens
het kadaster, eene oppervlakte
van 12,493 bund 99 v. r. 80 v.
ell., waaronder 11,756 bund 45
v. r. 86 v. ell. belastbaar
land. Het is de negende
grietenij van Oostergoo. Van
waar zij haren naam heeft, is
niet zeker: men schijnt aan smal
te moeten denken; doch in
tegenstelling van breed zou dat
woord hier niet zeer te pas
komen, omdat de grietenij in
zulk eene beteekenis juist niet
smaller is dan onderscheidene
andere, uitgezonderd alleen naar
den kant van Groningerland, waar
zij niet zeer breed is. Zoo men
het woord nam in beteekenis van
gering, slecht, gelijk de
Engelschen hun smal bezigen en
wij ook in meer dan een geval
doen, zou het zeer wel
aanleiding hebben kunnen geven,
om de grietenij dus te noemen.
In oude tijden toch, eer de
turfgraverij bekend was, had men
hier, in het Noorden en Oosten,
hooge moerassige veenen,
bosschen en struiken; terwijl de
lage landen ten Zuiden en Westen
gelegen, door het afloopende
veenwater plas en dras lagen en
dus van weinig nut waren.
Ondertusschen zou het wel kunnen
zijn, dat Smallingerland zoo
veel gezegd ware, als
Smalle-Eesterland, hetwelk dan
slecht Waterland zou te kennen
geven, omdat het woord Ee de
beteekenis van water heeft.
Men telt er 1069 huizen, bewoond
door 1420 huisgezinnen,
uitmakende eene bevolking van
ongeveer 7240 inwoners, die
meest hun bestaan vinden in
landbouw en veeteelt. Men heeft
er schoone bouw- en weilanden.
vroeger had men er ook vele
veenen, doch deze zijn vergraven
en herschapen in land. Behalve
het voordeel, dat de ingezetenen
van de korenlanden en de
veevoeding trekken, helpt de
vischvangst hier ook menigeen
aan brood; doordien er
onderscheidene vischrijke
wateren zoo in het Westen en
Zuiden als in het midden der
grietenij gevonden worden. het
is opmerkelijk dat in de dorpen
Nijega en Opeinde de landen alle
roeien op den toren van
Boornbergum.
Ofschoon de bodem en de gedaante
van het land, een gedeelte van
Oostergoo uitmaken, gelijken zij
zoo zeer op die van Zevenwouden,
dat Schotanus, in zijne
Beschrijving van Friesland, zich
niet weerhouden kon zulks in de
volgende vier dichtregelen aan
den dag te leggen.
Quos similis facies sylvarum
deprimit agros
Partibus annumerus Osterogoa
tuis?
Non est usus idem membris in
corpore nostro
Et
junctum oppositum splendet ab
opposito
(dorp i. Rekent gij, Oostergoo!
de akkers, wier voorkomen gelijk
is aan dat der wouden (de
Zevenwouden) tot uw gebied?
(zeker!) In ons ligchaam
strekken de leden niet alle ten
zelfden gebruike, terwijl de
voortreffelijkheid van
verschillende zaken des te meer
uitkomt, als zij naast elkander
zijn geplaatst.)
Men heeft in deze
grietenij 3 scheepstimmerwerven,
2 lijnbanen, 7 looijerijen, 7
klakovens, 1 branderij, 1
mostaard-, 2 houtzaag- en 4
korenmolens.
De
Hervormden, die er 5350 in getal
zijn, onder welke 660 Ledematen,
maken 3 gemeentes uit, zijnde
die van Dragten,
Boornbergum-en-Kortehemmen en
Oudega-Nijega-en-Opeinde, welke
zes kerken hebben.
De
Afgescheidenen, die er ruim 1180
bedragen, behooren tot de
gemeentes van Dragten en Oudega.
De
Doopsgez., die men er 700 telt,
behooren tot de gemeentes
Dragten-en-Rottevalle, alwaar
zij eene kerk hebben.
Men heeft in deze griet 7
scholen; als: vier te Dragten,
ééne te Boornbergum, ééne te
Opeinde en ééne te Oudega, welke
gezamelijk door een getal van
1280 leerlingen bezocht worden.
De
wateren, welke men in deze
grietenij vindt, zijn: de
Kromme-Ee, de Wijde_Ee, de
Monnike-Ee, de Wester-Zanding,
de Oudegaaster-Zanding, de
Smalle-Eester_zanding, de
Dragtstervaart enz.
De
rijwegen zijn in deze grietenij
zeer aangenaam, wegens het
menigvuldige houtgewas, hetwelk
hen, gelijk ook de naast gelegen
erven omzoomt. De voornaamste
dezer wegen zijn de Lykweg, die
van Nijega, door Opeinde, naar
Noorder- en Zuider-Dragten, en
van daar naar Opsterland loopt;
de Hoogeweg, die van Oudega, ten
Zuiden van Nijega en Opeinde,
naar de Kletten loopt, en voorts
in het Westen van de Dragten,
naar Kortehemmen, het naaste
dorp aan Opsterland, van waar
hij in het Noordwesten verder
westwaarts naar Boornbergum
leidt; gaande van daar weder een
andere rijweg noordwestwaarts
naar Smalle-Ee. Ook gaat van
Dragten een rijweg derwaarts,
die, eerst langs de
Dragtster-vaart heen schietende,
zich eerlang met den ouden
Slingeweg vereenigt, en daarmede
zuidwestwaarts voortloopt, tot
hij in den Zuidelijke-Slingeweg
valt, die insgelijks van den
Hoogeweg voortkomt, en na deze
vereeniging verder westwaarts
schietende, eerst de Postlaan,
en daarna de Dragtster Hooiweg
heet. Van de bijzondere
hooiwegen maken wij geene
melding. Wegens meergemelden
Hoogeweg merken wij nog maar
alleen aan, dat hij zich, ten
Oosten van Kortehemmen, eerst
westwaarts en vervolgens
noordwestwaarts buigt, en alzoo,
voorbij gemelde dorp, naar
Smalle-Ee schiet, zich tusschen
beiden vereenigde met den reeds
gemelden Dragtster-hooiweg.
Ten tijde der inlandsche
twisten, tusschen de
Schieringers en Vetkoopers, en
naderhand in de Spaansche
oorlogen, heeft deze grietenij
veel moeten lijden. Ook ging
zij, naar het voorbeeld van
Achtkarspelen en Opsterland, in
het jaar 1420, een verbond aan
met de Groningers, om zich te
verzekeren tegen de
onderdrukking van den hertog Jan
van Beijeren, toenmaals Voogd
van Holland.
Bij den watervloed van Februarij
1825, werd het westelijke
gedeelte dezer grietenij, alwaar
men in den morgen van den
vijfden den vloed vernam, mede
door het zoute water
overstroomd, en wel van de
grensscheiding van Idaarderadeel
tot oostwaarts op de alge landen
van het dorp Oudega, en het
buitenste verlaat van de
Dragten, terwijl het opgestuwde
binnenwater zich uitstrekte over
het noordelijk gelegen Nijega,
en nabij de dorpen Noorder- en
Zuider Dragten, benevens
Boornbergum. De hoogste stand
des waters was ongeveer zes
palmen boven gewoon winterwater,
zijnde niet te min het gehucht
Smalle-Ee vrij gebleven. gering
evenwel was de schade door de
overstrooming aangerigt, en
slechts eene koe was verdronken;
geene gebouwen waren vernield en
geene ongelukken voorgevallen.
Het wapen der grietenij
Smallingerland bestaat uit een
veld van zilver, beladen met 5
groene boomen staande op eenen
natuurlijke voorgrond, langs
welke heen springt een hert van
keel. Het schild gedekt met een
kroon van goud."
NB : De kroon heeft 3 bladeren
en 2x3 parels.

Oorsprong/verklaring:
De
vijf eikenbomen in het wapen
duiden waarschijnlijk op de
Friese Wouden, waartoe de
huidige gemeente behoorde. Het
aantal van vijf zou
waarschijnlijk duiden op de vijf
kerspeldorpen in de gemeente.
Zowel de eiken als het hert zijn
oude rechtssymbolen.
De kleuren zijn afgeleid van de
kleuren van de graafschappen
Zevenwouden en Oostergo, die
respectievelijk groen en wit en
rood en wit als kleuren hadden.
Van Smallingerland is nog een
zegel uit 1487 bekend waarop een
geheel andere voorstelling
staat. Het vertoont namelijk een
Agnus Dei naar links gekeerd,
ter weerszijden vergezeld van
een zespuntige ster en onder het
lam een halve maan, waarboven
een kruis. Of deze voorstelling
ook op het toenmalige wapen
voorkwam is niet bekend.
www.tresoar.nl
|
De dorpen, buurtschappen, meren van
Smallingerland.
Boornbergum.
Buitenstverlaat: (Fries:
Bûtenstfallaat) is een
buurtschap
in de
Friese
gemeente
Smallingerland
en behoort tot het dorpsgebied van
Drachten.
De Gaasten: buurtschap, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement en 5 1/2 u.
N. ten O. van Heerenveen, kanton en 2 u. N.
ten W. van Beetsterzwaag, 1/2 u. Z. O. van
Oudega, waartoe zij behoort; met 4 huizen en
20 inwoners.
De Kooi (Smallingerland) =
buurtschap.
De Tike: buurtschap, provincie
Friesland, kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement en 5 u. N. O.
ten N. van Heerenveen, kanton en 2 1/2 u. N
van Beetsterzwaag, 1/2 u. O. N. O. van
Nijega, waartoe het behoort, aan de grenzen
van Tietjerksteradeel.
De omgeving van het dorp
werd al voor onze
jaartelling bewoond. De naam
Tieke is vermoedelijk
afgeleid van het woord
Theeka. In een acte uit het
jaar 1543 wordt melding
gemaakt van "een stuck
leggende opt Theeka."Rond
1700 stonden in de omgeving
enkele boerderijen en
meerdere plaggenhutten
verspreid in het landschap.
Op 23 oktober 1952 werd
officieel de status van
"dorp" verkregen en is op
advies van de Fryske Akademy
de naam gewijzigd in De
Tike.
Tieke ligt van oudsher op de
scheiding van twee
gemeenten, namelijk
Smallingerland en
Tietjerksteradeel. De grens
loopt langs de Susterwei en
de Polderdyk. De Susterwei
is vernoemd naar de zusters
van het vroegere
nonnenklooster in
Siegerswoude. Deze nonnen
liepen hier in de 16e eeuw
langs als ze naar de andere
kloosters gingen in de
omgeving. Deze
verbindingsweg liep toen nog
dwars door het gebied waar
nu de De Leijen ligt.
Monument De Tike
|
Master Iniawei
11 |
Gemeentelijkmonunment |
Boerderij
(stelptype 1935) |
www.de-tike.nl
De Veenhoop: (Fries:
De Feanhoop) is een dorp in
de gemeente Smallingerland,
provincie Friesland
(Nederland). Het ligt ten
westen van Drachten aan de
Wijde Ee.
Het dorp is ontstaan tijdens
de hoogtijdagen van de
turfwinning in de 17e eeuw.
Jaarlijks vormt De Veenhoop
het toneel van het Veenhoop
festival. Dit festival vindt
plaats in het weekend
tijdens het Skûtsjesilen.
Vaste gast op dit festival
is de band Normaal. Even ten
noordoosten van De Veenhoop
staat een Amerikaanse
windmotor van het type
Herkules Metallicus, die is
aangewezen als
rijksmonument.

Monumentenlijst de Veenhoop.
|
bij Bûtendiken |
Rijksmonument |
Amerikaanse
windmolen |
|
bij Eijzengapaed
7 |
Gemeentelijkmonunment |
Brug (1926) |
|
Kraenslânswei 1 |
Gemeentelijkmonunment |
Brugwachterswoning
/ Polderhûs
(1872/1873) |
|
bij Slûswei 16 |
Gemeentelijkmonunment |
Brug (1926) |
De Wilgen:(Fries:
De Wylgen) ligt iets
ten westen van Drachten.
Monument De Wilgen
|
Drachtster
Heawei 98 |
Gemeentelijkmonument |
Boerderij (1933) |
Drachten
Dragten en omstreken
Drachten de oude vaart
Drachten 1940-1945
De
Hogerhuiszaak
Dorpskroniek van
Drachten
Drachtster
sigarenmaker was de vader van het wereldmerk
Stuyvesant.
DRAGTEN (NOORDER-),
voormalige afzonderlijk
dorp, provincie Friesland,
kw. Zevenwouden,
arrondissement en 5 u. N. O.
van Heerenveen, kanton en 1
3/4 u. N. ten O. van
Beetsterzwaag; met 400
huizen en 3000 inwoners,
thans met het voormalige
dorp Zuider-Dragten
vereenigd tot het vl.
Dragten.
Vroeger stond hier eene
kerk, welke in 1541 gebouwd
was, doch noch toren noch
orgel had, en in 1743 is
afgebroken. - Men heeft er 3
scholen, welke gemiddeld
door een getal van 450
leerlingen bezocht worden.
DRAGTEN (ZUID-),
voormalige afzonderlijk
dorp, provincie Friesland,
kw. Zevenwouden,
arrondissement en 4 1/2 N.
O. van Heerenveen, kanton en
1 1/4 u. N. O. van
Beetsterzwaag; met 200
huizen en 1500 inwoners,
thans met het voormalige
dorp Noorder-Dragten
vereenigd tot het vl.
Dragten. Hier stond voorheen
eene kerk, welke in 1148
gesticht was. Dit gebouw,
waarin noch toren noch orgel
gevonden werd, is in 1743
afgebroken. De school, die,
nadat zij vroeger vertimmerd
en vergroot was geworden, in
het jaar 1835 afbrandde, is
toen door eene nieuwe en
nette school vervangen,
welke gemiddeld door een
getal van 50 leerlingen
bezocht wordt.
DRACHTSTER
COMPAGNIE, gehucht,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland,
arrondissement en 6 u. N. O.
van Heerenveen, kanton en 2
u. N. ten O. van
Beetsterzwaag, 1 u. van
Dragten, waartoe het
behoort, in eene zeer
aangename en boschrijke
streek.
Het ontleent zijnen naam van
de vereeniging of
compagnieschap der
voormalige eigenaars van de
veenen tot
gemeenschappelijken verkoop
en vergraving. Dat gedeelte,
waarvan de eigenaren, in het
jaar 1724, tot de destijds
reeds bestaande
Compagnieschap zijn
toegetreden, wordt de
Nieuwe-Compagnie geheeten;
terwijl men de gronden, wier
eigenaren oorspronkelijk de
vereeniging uitmaakten,
gemeenlijk en ter
onderscheiding, de
Oude-Compagnie noemt.
Men telt in de Compagnie 62
huizen en 350 inwoners, en
heeft er eene school
gesticht in 1833, die
gemiddeld door 70 leerlingen
bezocht wordt.

Drachtster Compagnie aan de
vaart.

Klik voor grotere opname: De vaarten, dwarsvaarten en wijken omstreeks 1700. In Dr. Compagnie waren nog geen nederzettingen en de Leijen was alleen nog maar met wijken aangesneden. (Van Schaik en Spahr Van Der Hoek, 1976)
Monumentenlijst.
| Folgerster Loane 70, 72, 74 en 76 |
Gemeentelijkmonument
|
Complex “Jezus Leeft” bestaande uit 2 woningen (1928),kerkje “Jezus Leeft” (1928/’32), begraafplaats (‘34) en pastorie (‘28) |
| Smidswei 52 |
Rijksmonument |
Boerderij, schuur en stookhok (1936) |
Egbertsgaasten:
buurtschap, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland,
arrondissement en 5 1/2 u.
N. ten O. van Heerenveen,
kanton en 2 u. N. ten W. van
Beetsterzwaag, 1/2 u. Z. O.
van Oudega, waartoe zij
behoort; met 4 huizen en 20
inwoners.
FOLGEREN of
Volgeren, b., provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland,
arrondissement en 4 1/2 u.
N. O. van Heerenveen, kanton
en 2 u. N. ten O. van
Beetsterzwaag, 1/2 u. N. van
Noorder-Dragten, waartoe het
behoort, met 26 huizen en
125 inwoners.

Hotel Vreewijk bij de
Folgeren in 1932.

Hotel Vreewijk bij de
Folgeren in 2008.
GHERREN,
streek lands, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland,
onder het dorp Oudega. Zij
was 14 matmaden groot en
werd als een legaat van
Thtedze, dochter van Wobke
en vrouw van zekere Rinnert,
in het jaar 1503, aan het
klooster van Sigerswolde
gegeven, onder beding, dat
Tryedze daarvan tot haar
onderhoud jaarlijks acht
Hoornsche Postulaten (16
guld) zoude genieten.
En in 1532
kregen de
nonnen al
weer 14 mad
maden
gelegen
onder
Suameer bij
de
Koekoeksboom.
Deze keer
was de
schenkster
een Sjouck
van
Camminga.
(Voor
omstreeks
driehonderd
jaren waren
er in
Holland twee
geweldige
partijen, de
Hoekschen en
Kabeljaauwschen
genaamd, die
elkander op
alle
mogelijke
wijzen
afbreuk
trachtten
toe doen en
ten onder te
brengen.
Onder
anderen
hadden de
laatstgenoemden
de stad
Hoorn in
Noord-Holland,
stormenderhand
ingenomen,
en hielden
er op eene
gruwelijke
wijze huis,
zoodat vele
geestelijke
personen,
hun leven
niet zeker,
liever
verkozen
have en goed
te verlaten,
dan langer
aan de
genade en
ongenade van
die barbaren
blootgesteld
te zijn.
Vijf witte
zusters,
aldus
genoemd naar
de witte
kleeding,
welke zij,
volgens de
orde van hun
klooster,
verpligt
waren te
dragen,
namen ook de
vlugt, en
kwamen, na
veel
omzwervens,
in Friesland
aan, om in
andere
kloosters
kost en
huisvesting
te zoeken.
Eindelijk,
omstreeks
1585 hier te
Garijp
gekomen,
oordeelden
zij dat
Sigerswolde,
hetwelk
vroeger een
dorp
geweest,
maar thans
zoodanig
vervallen
was, dat er
geene huizen
meer
stonden, en
van de kerk
niets dan de
muren waren
overgebleven
waren, eene
geschikte
plaats voor
hen zoude
zijn. tegen
de muren van
de, van het
dak
beroofde,
kerk bouwden
zij een
hutje van
sparren en
riet, om
vooreerst
voor koude
en regen
beschermd te
zijn.
Spoedig werd
dit geval
door het
geheele
gewest
bekend, en
verscheidene
milddadige
lieden
sloegen de
handen
inëen, om
deze
kloosterzusters,
wier
strenge,
eenvoudige
en zedige
leefwijze
hun
behaagde,
behulpzaam
te zijn in
het
herstellen
van de kerk
en het
opbouwen van
eene
geschikte
woning.
Met
algemeene
toestemming
van geheel
Friesland en
door de
bevestiging
van den
Bisschop van
Utrecht werd
het gesticht
tot een
Vrouwenklooster
van
reguliere
Kanonikessen
verheven, en
was
gedurende
deszelfs
aanwezen
beroemd
wegens de
nederige
godsdienstigheid
der Nonnen,
terwijl het
meerendeel
der overige
Friesche
geestelijkheid
om deszelfs
brooddronkenheid
en brasserij
bekend
stond. Bijna
honderd
jaren waren
de
kloosterlingen
in het
rustig bezit
van het
gebouw
gebleven, en
hadden
waarschijnlijk
allenskens
hunne
bezittingen
vermeerderd
door het
aankoopen
van
landerijen
in den
omtrek
gelegen, zoo
als het
gebruik der
geestelijken
van dien
tijd
medegebragt.
Den hoogen
dijk, welke
tegen het
instroomende
water is
opgerigt,
alsmede de
ligging der
boerplaatsen
en landen
hier onder
Sigerswolde,
waartoe ook
uwe plaats
behoort, in
aanmerking
genomen,
zoude ik wel
durven
vaststellen,
dat dit
alles in der
tijd aan het
klooster
heeft
toebehoord.
Ook in ander
oorden waren
zij
bezitsters
van
vastigheden;
doch deze
hadden zij
grootendeels
bij
testament
van
godsvruchtige
personen
verkregen;
als, onder
anderen, in
1504
veertien mad
maden, de Gherren
genaamd,
welke zij
als een
legaat
ontvingen
van Thyedze,
dochter van
Wopke te
Oudega, en
vrouw van
eenen
Rinnert, die
evenwel
bedong, dat
zij daarvan
tot haar
onderhoud
jaarlijks
zoude
genieten
acht
hoornsche
postylaten
(eene munt
van dien
tijd); en in
1532 nog
veertien
andere
dergelijke
mad, gelegen
onder
Suameer, bij
den
zoogenaamden
Koekoeksboom
van Sjouck
van
Camminga,
zonder
bezwaar.
Toen door de
hervorming
de kloosters
werden
afgeschaft,
waren de
zusters
genoodzaakt
het hunne te
verlaten, en
elders een
heenkomen te
zoeken.
Ofschoon
eene
ordonnantie
van den
Graaf van
Merode,
Stadhouder
van wege den
Prins van
Oranje in
Friesland,
in 1580 de
onbewoonde
kloostergebouwen
prijs gaf;
iedereen
verlof
bekwam
dezelve af
te breken,
en de
materialen
voor zich te
behouden; en
eene maand
later zelfs
een bevel
aan alle
geregtspersonen
volgde om
het
overgeblevene
geheel af te
breken, ten
einde den
vijand te
beletten
daarin te
nestelen, en
het hout en
de steenen
tot dijken
en dammen te
verbruiken,
schijnt men
ten opzigte
van dit
gesticht
daarvan geen
gebruik
gemaakt te
hebben:
Mogelijk, om
deszelfs
afgelegenheid
van steden
en groote
wegen;
althans,
volgens
overlevering,
voor wier
waarheid ik
evenwel niet
wil instaan,
stond
hetzelve nog
in 1632.”)
Goëngahuizen:
buurtschap, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland,
arrondissement en 3 1/2 u.
N. van Heerenveen, kanton en
2 3/4 u. W. ten N. van
Beetsterzwaag, 2 u. W. N. W.
van Boornbergum, waartoe zij
behoort, aan de Kromme-Ee;
met 14 huizen en 70
inwoners.

De Jansmolen in
Goëngahuizen.
Monumentenlijst,
Goëngahuizen.
|
Peansterdyk
10-12 |
Gemeentelijkmonument |
Boerderij
(kop-hals-romptype
1883) |
|
Peansterdyk 18 |
Gemeentelijkmonument |
Boerderij
(stelptype 1869)
|
|
Bij
Peansterdyk 10 |
Rijksmonument |
Spinnekopmolen
‘De Modderige
Bol’ |
|
Bij
Peansterdyk 10 |
Rijksmonument |
Spinnekopmolen
‘De Modden’ of
‘De Jansmolen’ |
|
Bij
Peansterdyk 18 |
Rijksmonument |
Spinnekopmolen
‘Heechhiem’
|
HOOGEDEUR, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland,
arrondissement en 7 u. N. O.
van Heerenveen, kanton en 2
1/2 u. N. van Beetsterzwaag,
1/4 u. N. W. van Rottevalle,
waartoe het behoort; met 3
huizen en 15 inwoners
Dit gehucht, dat op de kaart
van Schotanus verkeerdelijk
onder den naam van
Hoogeschuur voorkomt,
ontleent zijnen naam van een
deur, een schut, eene
waterkeering, die men bij
het opzetten van het water
in de Lits liet vallen, on
de Rottevalle van het water
te beveiligen. Deze
Hoogedeur is intusschen
reeds lang verdwenen, maar
de plaats heeft den naam
behouden.
Houtigehage:
tekst fan de VPRO útstoering
Andere tijden út 2007
Monumentenlijst,
Houtigehage.
|
Skoallewyk 10 |
Rijksmonument |
Arbeiderswoning
(1909) |
|
Ds. Visscherwei
71 |
Gemeentelijkmonument |
Kerk 'Noord
Jeruël' (1938) |
Kortehemmen
Luchtenveld:
is een
buurtschap
in de Friese
gemeente
Smallingerland,
tussen
Drachtstercompagnie
en
Houtigehage.
De
buurtschap
bestaat uit
een
kruispunt
met een paar
huizen en
een
voormalig
kerkje met
een klein
kerkhof. Van
1918 tot
1946 liep de
tramlijn van
Groningen
naar
Drachten
hierlangs en
had hier een
halte.
Kerk
Het kerkje
"Jezus
Leeft" werd
gebouwd in
1928 door
evangelist
Berend
Overdijk
(1894–1977),
die hier
ging preken
voor enkele
tientallen
toehoorders
die de
prediking in
de
omliggende
kerken te
vrijzinnig
vonden. De
kerk noemde
zich een Vrije
Evangelische
Broedergemeente
en was bij
geen enkel
kerkverband
aangesloten.
Zijn zoon
Jan
(1924–1997)
zette zijn
werk voort
door het
verspreiden
van
evangelisatielectuur.
In 1998
preekte G.J.
van Loon,
een kolonel
van het
Zuid-Afrikaanse
"Ekklesia"
Evangeliekorps,
hier korte
tijd, voor
lege
stoelen. Het
kerkje is
inmiddels in
gebruik als
bedrijfsruimte.
Onderstaande
tekst is
van: Herman
Veenhof.
Dat moet gek
hebben
geklonken,
in mei vorig
jaar. Het
kleine
kerkje
‘Jezus
Leeft’ in
Luchtenveld,
een
kruispunt
met wat
woningen in
de buurt van
Drachten,
stond opeens
bol van het
geluid. Een
bas, een
gitaar, een
grote trom
plus bekken,
een
harmonium en
een rauwe
stem. Een
hoekige
blues op
twee noten,
in
driekwartsmaat.
‘Wie is daar
aan het
schrijven?
Apostel
Johannes!
Wat is
Johannes aan
het
schrijven?
Het boek met
de zeven
zegels!’
zingt
Meindert
Talma. Het
was de
laatste keer
dat het
kerkje
diende als
plek voor
een publieke
bijeenkomst.
Het kerkje
heeft iets
alpenachtigs,
het met
planten
begroeide
klokkentorentje
oogt als een
zadeldak. De
pastorie
ernaast heet
‘Huize
Vrede’en is
van binnen
helemaal
gestript. De
eigenaar Jan
Bernard
Woudstra
heeft in
‘Jezus
Leeft’ een
centrum voor
acupunctuur
gevestigd.
Naast de
kerkdeur
hangen twee
bordjes; een
met het
niet-rokensymbool
en een ander
met het
lidmaatschap
van Zhong,
de
Nederlandse
vereniging
voor
traditionele
Chinese
geneeskunde.
Rechtsonder
is een
eerste steen
te zien, uit
juli 1928,
met twee
Bijbelteksten:
Jesaja 28:16
en 1
Korintiërs
3:11. De
legger ervan
ligt op het
kleine
kerkhof
achter
‘Jezus
Leeft’.
Berend
Overdijk is
van 1894 en
stierf
precies
dertig jaar
geleden, op
8 januari
1977. Hij
werkte bij
een
meubelfirma
in Dokkum,
maar voelde
de roeping
te gaan
evangeliseren.
Hij bouwde
het kerkje
en de
pastorie en
trok enkele
tientallen
mensen uit
de
omliggende
dorpen,
zoals
Rottevalle,
Houtigehage
en
Drachtstercompagnie,
waar de
prediking
voor sommige
Friese
gereformeerden
te
vrijzinnig
was. De
locatie leek
toen
logischer
dan nu, want
vanaf 1918
tot 1946
liep er een
tramlijn van
Groningen
naar
Drachten die
in
Luchtenveld
een halte
had.
‘Onze vrome
en
arbeidzame
vader’,
staat op de
grafsteen
van
Overdijk.
Zijn zoon
Jan
Hendericus
(van 1924)
zette het
werk voort,
maar de
Vrije
Evangelische
Broedergemeente
die zich op
zijn
Hernhutters
in deze
dreven
ophield,
verliep. Jan
Overdijk
drukte elke
week duizend
traktaatjes
met een
preek van
drie
bladzijden
en stopte
die in
brievenbussen.
Hij
verwaarloosde
zichzelf,
leed honger
en kou en
stierf in
1997. Nu
ligt hij
zonder
grafschrift
naast zijn
vader.
KLETTEN
(DE),
gehucht,
provincie
Friesland,
kw.
Oostergoo,
grietenij
Smallingerland,
arrondissement
en 5 1/2u.
N. O. van
Heerenveen,
kanton En 1
1/2u. N. van
Beetsterzwaag,
10 min. Z.
op Opeinde,
waartoe het
behoort, aan
den Hoogeweg
en de
Kletstervaart
in een
aangenaam
oord; met 4
huizen en 25
inwoners
Middelburen:
MIDDELBUREN,
gehucht,
provincie
Friesland,
kw.
Oostergoo,
grietenij
Smallingerland,
arrondissement
en 5 u. N.
O. van
Heerenveen,
kanton en 2
u. N. van
Beetsterzwaag,
5 min. W.
van Nyega,
waartoe het
behoort en
dat 4 of 5
huizen
telde, doch
sedert lang
niet meer
bestaat.
Nijega
Opeinde
Opperburen:
provincie
Friesland,
kw.
Oostergoo,
grietenij
Smallingerland,
arrondissement
en 6 u. N.
ten O. van
Heerenveen,
kanton en 3
u. N. W. van
Beetsterzwaag,
1/4 u. N.
van Oudega,
waartoe het
behoort; met
5 huizen en
ruim 30
inwoners.
Oudega

Oudega was
oorspronkelijk
het
hoofddorp
van de
grietenij en
heeft een
stins
bezeten. Van
deze stins
is verder
niets
bekend.
Later
vestigden de
Haersma's
zich hier en
bouwden
tussen 1660
en 1666
Groot
Haersmastate.
De Haersma's
waren het
leidende
geslacht in
deze
omstreken en
verwierven
grote
belangen in
de
ontginning
van het land
(Zie ook
Smalle ee.).
Na het
uitsterven
van de
familie in
1839 met
Sybrand van
Haersma,
grietman van
Achtkarspelen,
werd de
state voor
afbraak
verkocht.
Groot
Haersma lag
ten
zuidwesten
van het
dorp; van
het terrein
is zelfs
geen spoor
meer te
vinden.
Het
was een voor
het midden
van de
zeventiende
eeuw
kenmerkende
state, een
gebouw van
één bouwlaag
met een hoog
zadeldak
tussen
trapgevels.
De brede
voorgevel
was fraai
geleed in
twee maal
drie
raamvakken
met de
toegangspartij
in het
midden en
versierd met
pilasters.
Boven de
toegang met
boven- en
zijlichten
was voor het
voorschild
van het dak
een geveltop
uitgemetseld
met
pilasters,
klauwstukken
en een
gewelfd tympanon. Op
het dak
stonden drie
schoorstenen
met
decoratieve
korven en
windwijzers.
Aan de
achterzijde
stond een
schuur met
bijgebouwen
en een
tussenlid
dat de
schuur met
de state
verbond. Dit
gebouw
geheel stond
op een ruim,
omgracht
terrein met
singels.
OUDEGA-NIJEGA-EN-OPEINDE,
kerk.
gemeentes,
provincie
Friesland,
klass. van
Leeuwarden,
ring van
Bergum. Men
heeft er
drie kerken,
als: ééne te
Oudega, ééne
te Nijega en
ééne te
Opeinde, en
telt er 1720
zielen,
onder welke
ruim 100
Ledematen.
De eerste,
die in deze
gemeentes
het
leeraarambt
heeft
waargenomen,
is geweest
Emarus
Marci, die
welligt in
het jaar
1598
herwaarts
kwam, en in
het jaar
1603
overleed.
OUDEGASTER-RIJP,
b.,
provincie
Friesland,
kw.
Oostergoo,
grietenij
Smallingerland,
arrondissement,
en 5 u. N.
O. van
Heerenveen,
kanton en 2
1/2 u. N. N.
W. van
Beetsterzwaag,
1/2 u. N. W.
van Oudega,
waartoe het
behoort.
Rottevalle
SMALLE-EE
of
Smalle-Ie,
ook wel
Smalnie
geheeten,
gehucht,
provincie
Friesland,
kw.
Oostergoo,
grietenij
Smallingerland,
arrondissement
en 4 u. N.
O. ten N.
van
Heerenveen,
kanton en 1
u. N. W. van
Beetsterzwaag,
20 min. N.
W. van
Boornbergum,
waartoe het
behoort, aan
de
Smalle-Eester-Zanding;
met 17
huizen en 90
inwoners
Dit gehucht
was nog in
1617 de
hoofdplaats
der
grietenij
Smallingerland.
- Vroeger
stond hier
een abdij
van
Benediktijner
Nonnen, mede
Smalle_Ee
genaamd. Van
het eens zo
machtig
klooster is
nu weinig
terug te
vinden. Het
klooster
Smelne werd
met de grond
gelijk
gemaakt toen
Fryslân zich
bekeerde tot
het
protestantisme
(de
Reformatie).
In eerste
instantie
moest het
klooster
worden
platgebrand,
maar dat
plan werd
ging niet
door. In
plaats
daarvan
mochten
boeren de
destijds
kostbare
stenen van
het klooster
gratis
ophalen. In
1580 was het
klooster
door
plundering
geheel
gesloopt.
Te Smalle-Ee
bereidt men
sedert jaren
een
geneesmiddel,
hoofdzakelijk
uit kinabast
bestaande,
ter
verdrijving
van de
koorts. Die
Smalle-Eester-koorts-potjes
zijn door de
provincie
Friesland en
Groningerland
beroemd, van
welke dan
ook
jaarlijks
voor
duizende
guldens
verkocht
worden.
Vanaf 1638
staat er een
Zathe van de
Benedictijner
Nonnen-klooster
te Smalle
Ee. ( Smelna
of Onser
Lyewe
Vrouwen
Smelligeraconvent
bij
Boornbergum;
benedictijns
nonnenklooster,
ca.
1400-1580,
gesticht
voor 1326
als
dubbelklooster
van
augustijner
koorheren en
regularissen.
De monniken
vertrokken
ca. 1400
naar het
uithof
Vlierbos.
Bij de
hervorming
werden deze
eigendom van
De Staten
van
Friesland.
Deze
besluiten in
1638 enkele
Zathen te
verkopen. In
1646 koopt
Aulus (Alle)
van Haersma,
grietman van
Smallingerland,
deze
boerderij
met
landerijen.
Aulus van
Haersma was
getrouwd met
Catharina
van
Scheltinga
en zij
woonden op
Haersma
State,
gelegen aan
de
Sânbuorren,
ten oosten
van de
Hervormde
Kerk. Later
besluiten
zij ten
behoeve van
hun zoon
Arnoldus
(Arent),
"Groot-Haersma
State" te
bouwen. De
bouw vindt
in 1664/1665
plaats (in
de
Schotanus-atlas,
uitgave 1664
komt de
State nog
niet voor,
wel in de
uitgave van
1718). Na de
bouw van de
State willen
zij de
toegang tot
het huis
verfraaien.
Hiertoe is
medewerking
van boeren
uit Oudega,
Nijega en
Opeinde
nodig. Zij
hebben recht
van gebruik
van
gemeenschappelijke
gronden. De
familie
Haersma was
het
belangrijkste
geslacht in
deze
omgeving en
spelen een
grote rol in
de
ontginning
van het
land. De
State is
altijd in
bezit
gebleven van
deze
familie. Als
in 1839
sterft met
Sybrand van
Haersma de
familie Van
Haersma uit.
De State met
bijbehorende
gronden
komen in
bezit van
drie leden
uit de
familie Van
Vierrsen.
Zij
besluiten in
1841 alles
te verkopen.
Het slot
werd
afgebroken
en het
landgoed in
acht
percelen
verkocht.
Deze State
was een
typisch 17e
eeuws
gebouw: Het
bestond
slechts uit
één bouwlaag
en met een
hoog
zadeldak
tussen
trapgevels.
In het
midden van
de
hoofdgevel
was de
ingang
versierd met
pilasters.
Links en
rechts ervan
waren drie
ramen. Op
het dak
stonden drie
schoorstenen
met
decoratieve
korven en
windwijzers.
De State
stond op een
omgracht
terrein,
waarop zich
naast het
hoofdgebouw
ook nog een
schuur en
enkele
bijgebouwen
bevonden.
Op de
Tweebaksmarkt
49 te
Leeuwarden,
poortje
tussen 47 en
49 bevind
zich een:
Wapensteen
in
aedicula-vorm
met een
nagenoeg
blindgekapt
alliantiewapen.
Opschrift
"ANNO 1641".
Het is
mogelijk het
alliantiewapen
Haersma-Scheltinga,
van Aulus
van Haersma
(ca.
1611-1669)
en Catharina
Liviusdr.
van
Scheltinga
(1619-1652),
gehuwd in
1637 en
vanaf 1640
bewoners van
Haersma
State onder
Oudega,
Smallingerland.
De
wapensteen
zou
afkomstig
kunnen zijn
van het
voornoemde
Haersma
State en
moet dan
omstreeks
1731, toen
Aurelia van
Haersma het
huis
Tweebaksmarkt
49 betrok,
naar
Leeuwarden
zijn
verplaatst.
De steen is
in 1993 gepolychromeerd.
SMALLER-EESTER-KONVENT,
voormalige
abdij,
provincie
Friesland,
kw.
Oostergoo,
grietenij
Smallingerland,
1/2 u. N. W.
van
Boornbergum.
Het werd
bewoond door
Benediktyner
Nonnen en
had zijnen
naam van het
water de Ee
gekregen.
Deze nonnen
stonden
onder het
opzigt van
de
Benediktyner
Abten, die
de Nonnen
door Priors
bestierden.
Pieter van
Groningen
stond hier,
omtrent het
midden der
zestiende
eeuw als
Prior. Hij
bekwam van
Georgus van
Egmond,
toenmaligen
Bisschop van
Utrecht, bij
eenen brief
van den 16
Maart 1548,
de magt, om
de
kloosterlijke
geloften der
maagden aan
te nemen,
die zich in
het Konvent
te
Smallen-Ee
begaven, en
het
kloosterlijke
leven, als
ook de orde
van gemelde
konvent,
aanvaarden
wilden;
alsmede om
haar het
wiel (of de
Nonnensluijer),
volgens den
regel der
meergemelde
orde, op te
zetten. In
dit klooster
is, ten
tijde van de
Schieringers
en
Vetkoopers,
eene
zamenkomst
gehouden
tusschen de
afgezondenen
van
Friesland en
Groningen.Ter
plaatse,
waar dit
klooster
gestaan
heeft, ziet
men nog eene
lindeboom,
die, op het
dunst van
den stam,
eene el
boven den
grond, eenen
omtrek heeft
van 4.40
ell.
Sytebuorren:
Sytebuorren
(ook:
Sitebuorren;
Nederlands:
Siteburen)
is een
buurtschap
in de Friese
gemeente
Smallingerland
en behoort
tot het
dorpsgebied
van Oudega.
De Kooi tot
Sytebuorren
heeft een
ontsluitende
functie voor
aanwonende
en gaat over
in de Hege
Warren bij
de
Hooidambrug.
Uiteinde
(Fries: Utein)
is een buurtschap in de
grietenij Smallingerland,
arrondissement en 6 u. N. O.
van Heerenveen, kanton en 2
1/2 u. N. N. W. van
Beetsterzwaag. – Het is eene
der buurten, waaruit het
dorp Oudega bestaat.
Vlierbosch, gehucht
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland,
arrondissement en 3 u. N.
van Heerenveen, kanton en 1
1/2 u. N. ten W. van
Beetsterzwaag, 1 u. W. van
Boornbergum, waartoe het
behoort; met 2 huizen en 10
inwoners.
Wierren:
is een buurtschap in de
Friese gemeente
Smallingerland.
Zandburen:
of Sandeburen, gehucht,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland,
arrondissement en 4 u. N. O.
van Heerenveen, kanton en
3/4 u. N. van Beetsterzwaag,
1/4 u. N. N. W. van
Kortehemmen, waaronder het
behoort; met 6 huizen en 30
inwoners.
BAAL (DE),
watertje, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, N. van
Oldeboorn, het heeft door de
Goingahuistersloot gemeenschap
met de Kromme-Ee.
BURMANIASLOOT,
watertje, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland - In
vroegere tijden was het een
riviertje, hetwelk in de hooge
veenen, op den oostelijken grens
van Dragten en Rottevalle
ontsprong, de noordzijde van
Dragten bepaalde, en
zuidwestwaarts in de
Smalle-Eé-ster-zanding
uitstroomde. het droeg in die
tijden den naam van Dragt en wel
van Noorder-Dragt, in
tegenstelling van diergelijk
riviertje, dat Dragten aan de
zuidzijde omvatte, en
Zuider-Dragt genaamd werd. Toen
vervolgens de hoogeveenen
weggeruimd en de Kletstervaart
gegraven werd, veranderde dit
riviertje in een eenvoudige
waterlozing, en verwisselde den
naam van Dragt in dien van
Burmania-sloot, naar Jonkheer
Rienk van Burmania, die in de
zestiende eeuw langs de oevers
van dit riviertje vele
eigendommen heeft bezeten.
COMPANSHUIS, eigenlijk
Compagnonshuis, huizen,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, onder Dragten.
Dit op de oude kaarten
voorkomende huis is, in het jaar
1648, door de compagnieschap van
de Rottevalle gebouwd, ten einde
daarin de veenverkoopingen te
houden; tegenwoordig is het eene
boerenwoning.
DRAGSTERVAART, en in
1641 gegraven kanaal,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, dat uit het vlek
Dragten met eene regte
westelijke strekking naar de
Dreit loopt, waarin zij zich
door een verlaat ontlast.
DRAGT,
oude naam van de
riviertjes, die de vlek
Dragten, provincie Friesland,
kw. Oostergoo, grietenij
Smallingerland, ten Z. en N.
omvatten, thans de Dreit en de
Burmania-sloot genoemd.
DREIT (DE)
of het Drayt,
riviertje., provincie
Friesland, kw.
Oostergoo,grietenij
Smallingerland, dat vroeger
tusschen Dragten en Olterterp
uit de veenen voortkwam, thans
zijn begin neemt uit de landen
aan den zuidkant van Dragten, en
na eenen korten noordelijken,
een weinig westwaartschen, loop,
zich in de Smalle-Eester-Sanding
ontlast.
EE
(KROMME-), water,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, dat uit het
Grietmans-rak voortkomt en met
eene westelijke rigting naar
Goingahuizen loopt, waar het
zich in de Wijde -Ee verliest.
EE
(MONNIKE-),
meertje, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, dat
met de Wijde-Ee ineen loopt en
door de Zetsloot in verbinding
staat met de Oudegaster-Zanding
en door de Monnikegrup met de
Smalle-Eester-Zanding.
ERINGA, voormalige
hofstede, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland,
arrondissement Heerenveen,
kanton Beetsterzwaag, in het
dorp Zuider-Dragten.
Ter plaatse, waar deze hofstede
vroeger gestaan heeft, zijn
thans andere huizen aangebouwd.
FOLGERA-VEENEN of
Folger-Veenen, voormalige
veengronden, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, N. van
Noorder-Dragten, waartoe zij
behoorden. Deze veenen zijn
thans vergraven en daarvoor is
de b. Folgeren ontstaan.
FOPPESTOK,
boerenplaats,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement
Heerenveen, kanton
Beetsterzwaag, onder
Boornbergum, tegen Kortehemmen,
op sommige kaarten verkeerdelijk
als eene buurt voortkomende.
GRIETMANSRAK,
water, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, dat
uit de Wijde-Ee voortkomt, en
zich, met eenen westelijken
loop, in de Kromme-Ee verliest.
HAERSMA (GROOT-) of
Groot-Haarsma, voormalige
state te Oudega,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement
en 6 1/2 u. Z. O. van
Heerenveen, kanton en 2 1/4 u.
N. N. W. van Beetsterzwaag, Z.
W. van Oudega, waartoe zij
behoorde.
Deze state is gesticht, tusschen
de jaren 1660 en 1666, door
Arnoldus van Haersma, Grietman
van Smallingerland, en heeft
gedurende langen tijd tot gewoon
verblijf van den Grietman
gediend. Het huis is in 1841
afgebroken. De daartoe
behoorende gronden, een
oppervlakte beslaande van 15
bund 93 v. r. 67 v. ell., zijn
thans het eigendom van Mayrits
Pico Dederik Baron van Sytzama,
Gouverneur van Friesland.
De
Groot Haersma State bestaat niet
meer, maar voor de realisering
destijds is wel een gedeelte van
de Skeane Heawei omgelegd;
vandaar die vreemde, maar
kenmerkende knik. De statige
oprijlaan van weleer is nu de
Great Haersmawei.
HAERSMA-STATE,
slot, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland,
arrondissement en 4 1/.2 u. O.
N. O. van Heerenveen, kanton en
1/4 u. N. ten O. van
Beetsterzwaag, aan den
Noorder-Lijkweg, bij het
gebuurte, te Dragten.
Dit slot, hetwelk omringd is
door een fraaijen aanleg, is in
1843 gesticht, door den Grietman
van Smallingerland, Martinus
Manger Cats en zijne huisvrouwe
Sara Susanne van Bienema.
HEMMINGA of Hemmema,
voormalige state,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, arrondissement
en 5 u. N. O. van Heerenveen,
kanton en 2 u. N. van
Beetsterzwaag, 1/4 u. Z. O. van
Opeinde, waartoe zij behoorde.
HEMSTER-VENNE, streek
laag weiland,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, N. O. van
Kortehemmen.
HOLLANDERS-KOOI,
voormalige eendenkooi,
provincie Friesland, kw.
Zevenwouden, grietenij
Smallingerland, 1/2 u. Z. O. van
Oudega, welke aldus genaamd was,
omdat zij door Hollanders was
aangelegd. Zij is echter sedert
lang verdwenen, zonder eenig
spoor na te laten.
HOOIDAM,
brug, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, 1/2 u.
Z. W. van Oudega, waartoe zij,
met de daarbij staande herberg,
behoort.

1973:
Oude Hooidamsbrug nog 8000 maal
open. Afdruk ontvangen van de
heer Nijp uit Drachten.
HOOIDAMSLOOT,
water, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, nabij
het dorp Oudega.
Het is eene afgegravene vaart,
die den Oudegaster-Hooiweg, ter
plaatse van den Hooidam,
doorsnijdt, en de Wijde-Ee
vereenigt met de Kruisdobbe.

HOOIDAMSBRUG.
JELLE-PIETERS-SLOOT,
vaart, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland.
KLETSTERVAART,
water, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland,
hetwelk, in eene regte lijn, uit
de Smalle-Eester-Zanding loopt
door en langs het oude riviertje
de Dragt, naderhand de
Burmann-sloot genaamd, onder
Dragten, tot aan het gehucht de
Kletten, onder
Opeinde.
Deze vaart is in het laatst der
zestiende eeuw gegraven, om daar
langs de veenen af te voeren van
Noorder-Dragten. Men had haar
reeds door den Hoogen-weg,
waarin een verlaat tot
waterkeering gemaakt was,
opgelegd, toen deze onderneming
de afgunst en tegenwerking der
naburige plaatsen scheen op te
wekken. Althans het verlaat werd
in 1604 door de opzieners van
den Leppedijk weder gedempt,
omdat, zoo het heette, daardoor
te veel water naar buiten zoude
afstroomen. Gedeputeerde Staten,
die voor de veengenoten
opkwamen, zochten wel eene
bemiddeling tot stand te
brengen, maar dit schijnt zonder
vrucht te zijn afgeloopen. Negen
jaren later, den 2 februarij
1615, sloten de volmagten van
Noorder-Dragten een contract met
Jelle en Goslick Pieters,
Burgers van Leeuwarden, waarbij
de laatsten zich verbonden, om,
tegen 55 roeden veen en te
heffen tollen op de scheepvaart,
de Kletstervaart op te maken, en
te voorzien van verlaten en
duikers. Dit plan, volgens
hetwelk de vaart, langs de
Volgeren, tot in de hooge veenen
van de Dragster-Compagnie zoude
worden opgelegd, heeft ook een
begin van uitvoering gehad. De
Kletstervaart is opgemaakt, en,
naar den naam van een’ der
ondernemers, Jellen
Pieters-Sloot genaamd. Het leed
echter wederom schipbreuk op de
bekrompenheid van denkbeelden of
de afgunst der aangrenzende
dorpen. Immers in het jaar 1627
werd de Grietman van
Smallingerland, bij ‘s Hofs
sententie, veroordeeld, om de
doorgegravene wegen te dempen,
omdat het scherpe veenwater (dat
buitendien van zelf van de
hoogte naar de laagte
afstroomde), schadelijk was voor
de vlakke landen van de
omgelegene plaatsen. Vervolgens,
in het jaar 1641, de
Dragtster-vaart, tot afvoer der
hooger gelegene veenen, gegraven
zijnde, is het verder opleggen
der Kletstervaart van toen af
onnoodig geworden. Tegenwoordig
loopt zij uit de
Smalle-ee’ster-zanding niet
verder dan tot den Hoogen-weg,
en dient alleen tot af- en
aanvoer van mest, hooi en andere
producten.
MONNIKE-EE, twee
meertjes, provincie
Friesland, het eene kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, het andere kw.
Westergoo, grietenij
Wonseradeel.
MONNIKE-GRUP,
water, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, dat in
eene westelijke rigting van de
Monnike-Ee naar de
Smalle-neester-zanding loopt.
OUDEGASTER-ZANDING
(DE), meer,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo; grietenij
Smallingerland, Z. van
Oudega.
Het staat door de Wopke-sloten
met de Smalle-Eester-zanding,
door het Ouddiep met de
Munniksgruppel en door de
Zetsloot met de Munnik-Ee in
verbinding.
SANDING (DE ESUMER-),
voormalige meertje,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, dat. Door de
Zoete met de Wijbe-Sanding in
verbinding staat, doch reeds
voorlang in de
Oude-gaaster-sanding versmolten
is.
SANDING (DE OUDEGAASTER-)
, meer,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, dat door de
Wopkes-sloot met de
Smalle-eester-sanding en door
het Ouddiep en de Zetsloot, met
de Monnike-Ee, in verbinding
staat.
SANDING (DE SMALLE-EESTER-)
, of Smalle-Gaaster-Sanding, meer, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, dat
door de Wopkes-sloot, met de
Oudegaaster-sanding, en door de
Monniken-gruppen, met de
Monnike-Ee, in verbinding staat.
SANDING (DE WESTER-) ,
meer, provincie
Friesland, kw. Oostergoo,
grietenij Smallingerland, dat
ten W. door de Geeuw met het
Kruis-water in verbinding staat.
SANDING (DE WYBE-) ,
voormalige meer,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, dat door de
Zoete, met de Esumer-Sanding, in
verbinding staat, doch reeds
voorlang in de
Oude-gaaster-Sanding versmolten
is.
SANDWATER (HET) ,
voormalige meertje,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland, 1 1/4 u. Z. O.
van Oudega, waarin de
Monnike_Ee, de Kletstervaart, en
de Dreit, uitliepen. Het is
thans droog.
SMALLE-EESTER ZANDING (DE), op de kaart van
Schotanus à Sterringa, onder den
naam van Smalleneester-Sanding
voorkomende, meer,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, griet Smallingerland,
20 min. N. van Boornbergum, dat
ten W. door de Monniksgruppen,
met de Monnike-Ee, ten N. door
de Wopkesloten, met de
Oudegaster Zanding in verbinding
staat.

SMALLE-EESTER-SANDING (DE), meer,
provincie Friesland, kw.
Oostergoo, grietenij
Smallingerland.
Drie families die
belangen hadden in het hoogveen
bij Drachten vinden hun namen
terug in een straat in de wijk
De Singels.Het te gelden maken
van het veen was overigens hun
enige band met Smallingerland
want ze woonde meestal elders.
Gellius (Jelle)
Hillema was in het begin van de
17e eeuw rechter in het hof van
Friesland. Jelle en zoon Arent
bezaten stukken van de
Folgeravenen tussen de
Folgeralaan en de
Luitenantslaan. Ook bij
Rottevalle had de familie
Hillema bezittingen. De
eigendomsgrens in een veengebied
werd vaak zichtbaar gemaakt door
een greppel. Die kaarsrecht
gegraven "Hillema Gruppel"
tussen Burmaniasloot en Lauwers
komt al op oude kaarten voor.
Het geslacht
Bouricius, met advocaten in de
gelederen, kennen diverse
eigenaren van veengronden, zo
waren in 1670 Elskien, Jacobus,
Lucia en Johannes Boericius
mede-eigenaar van de
Hillema-venen. Catharina Jelskia
van Bouricius woonde op het slot
Bouwburg.
In 1529 kocht
Jonkheer Tjaard van burmania een
groot stuk hoogveen ten noorden
van het riviertje de Lits. Voor
de afvoer. Voor de afvoer van
turf werd uit de Lits een wijk
gegraven, die naderhand in
verbinding werd gebracht met het
stroompje de Dracht. Die Dracht
stroomde door het hoogveen van
Rottevalle naar Smalle Eester
Zanding; het water werd ook
wel Noorder Drait genoemd. Later
werd het meestal Burmania sloot
genoemd. Ook familielid Rienk
van Burmania bezat in de
omgeving grote stukken
veengrond.
Omstreeks 1700
lied de eigenaar van boerderij
"Vrijburgh", Luitenant
Boerlardus van Boelens, een pad
aanleggen tussen de Hogeweg en
Rottevalle. Die reed werd in de
volksmond Burmanialaan genoemd.
Home
|