Opeinde.

 

OPEINDE, d., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Smallingerland, arr. en 6 u. N. N. O. van Heerenveen, kant. en 2 u. N. van Beetsterzwaag.

Het d. ontleent zijnen naam van zijne ligging, op het einde van de kerkelijke gemeente Oudega-Nijega-en-Opeinde, dewijl deze gemeente hier vroeger gestuit werd door de hooge Folgera-veenen, onder Dragten. In de landtaal noemt men het daarom Op'e eyn, bij verkorting 'p'eyn. het wordt doorsneden door twee wegen, de Hoogeweg en de Lijkweg, die, op korten afstand, paralel nevens elkander loopen. Aan den Lijkweg vindt men eene lange streek boerderijen en andere huizen, met zeer fraaije gezigten door het geboomte, zoo langs den weg als op de hornlegers. Ook langs den Hoogeweg zijn onderscheidene huizen gebouwd. Het buurtje de Kletten, waar voorheen een rogmolen stond, is het oudste gedeelte des dorps, dewijl vroeger van daar noordwaarts alles met veen is bedekt geweest. Aan de noordzijde des dorps heeft eene groote uitgestrektheid laag klijnland gelegen, dat in de zeventiende eeuw, door verveening, veranderd is in een water, de Leijen genaamd, over de drie uren gaans in den omtrek.

Tegen deze Leijen vindt men eene uitbuurt, het Zwartveen genaamd, naar de zwarte kleur der turf, die hier gegraven is, in tegenstelling van het Witveen, aan de overzijde der Leijen, waar de turf eene ligtere kleur had. Ten Oosten van het Zwartveen zijn, op den wal van het riviertje de Lits, ook vele huizen gebouwd, die, hoewel burgelijk onder Opeinde, behooren tot het kerkdorp Rottevalle. Ook behoort nog een klein gedeelte van het geh. de Tiek, onder het d. Opeinde. De voorm. b. de Bemster en de Bosche welke er ook onder behoorden, zijn verdwenen. Oudtijds liep er eene vaart, dwars door het dorp, van het water de Leijen zuidwaarts tot in de Smalle-Eester-zanding. Deze vaart, die thans vervallen is, werd het Juffers-gat genaamd, naar ene Jufvrouw, die in de Leijen aanzienlijke eigendommen bezat, en veel tot de kosten van de graving dezer vaart had bijgedragen. Tegenwoordig bestaat er eene vaart, voor eenige jaren gegraven, uit het midden van het dorp naar de Leijen, waar langs wekelijks een veerschip vaart naar Leeuwarden. In 1477 werd de pastoor van Opeinde, Sapo, verzocht het contract mede te teekenen, omtrent het onderhoud van den Leppe-dijk. Het dorp Opeinde bevat 120 h. en 760 inw., die, over het geheel, zeer welvarend zijn, en meest hun bestaan vinden in den landbouw en de veeteelt.

De Herv., die er 600 in getal zijn, behooren tot de gem. van Oudega-Nijega-en-Opeinde, welke hier eene kerk heeft, die vóór de reformatie aan St. Salvador toegewijd was, zijnde een langwerpig vierkant gebouw, met eenen stompen toren, buiten welken echter de klokken, in een zoogenaamd klokhuis hangen. Op den oostelijken muur der kerk, die minder oud dan het overige gedeelte schijnt te zijn,. vindt men het jaartal 1599. Ook heeft de kerk eenen hangzolder. - De Doopsgez., van welke men er 60 aantreft, worden tot de gem. van Witveen-en-Rottevalle gerekend. - De gecombineerde school voor Opeinde en Nijega wordt gemiddeld door een getal van 160 leerlingen bezocht.

Monumentenlijst.

Kommisjewei 7

Rijksmonument

Boerderij (kop-romptype 1860) met stookhok en bijschuur

Kommisjewei 25

Rijksmonument

N.H.kerk (1908)

Kommisjewei 32

Rijksmonument

Villa van agrarisch complex (1928)

Kommisjewei 34

Rijksmonument

Veestal van agrarisch complex (1928)

Kommisjewei 161

Gemeentelijkmonument

Boerderij (kop-romptype 1875)

Kommisjewei 163

Gemeentelijkmonument

Boerderij (stelptype 1914)

Kommisjewei 168

Gemeentelijkmonument

Boerderij (kop-romptype 1866)

Nijtap 2

Rijksmonument

Winkelwoonhuis met werkplaats (1930)

Nijtap 3

Rijksmonument

Boerderij (1668)

Nijtap 19a

Rijksmonument

Klokkenstoel op begraafplaats

Nijtap 38

Gemeentelijkmonument

Boerderij (kop-romptype 1853)

Nijtap 65

Rijksmonument

Boerderij 'Vrijburg'(kop-romptype 1805)

 

Johannes Siebinga.

Opeinde - Huisarts, verzetsheld, zeiler, piloot en natuurlijk amateur-archeoloog: over Johannes Siebinga uit Opeinde valt veel te vertellen. Zoveel dat de gemeente Smallingerland samen met een aantal organisaties in de regio een heel jaar wijdt aan deze veelzijdige figuur. Gisteren werd het jaar officieel geopend in de gereformeerde kerk van Opeinde. Er komt een expositie over huisarts Siebinga in Opeinde en een over zijn archeologische vondsten in Museum Smallingerland. Verder komen er een fietstocht en een website. Er is zoveel te melden over Siebinga dat de ideeën maar bleven komen voor een herdenkingsjaar.

De gemeente Smallingerland werd over de man getipt toen de ambtenaren bezig waren met een boek over archeologische vondsten in Smallingerland. ,,Jullie moeten ’ns wat doen met die Siebinga”, vond een van de medewerkers van de provincie Fryslân. Die was in zijn tijd namelijk een beroemdheid. ,,En doe blykte ek noch dat it dit jier krekt fjirtich jier lyn is dat hy stoarn is. Dat it waard no of noait”, vertelt Ymkje Hoekstra van de gemeente.

Schrijver Douwe de Graaf van Smelne’s Erfskip uit Drachten is het van harte eens met het besluit. Gistermiddag gaf hij bij de opening van het herdenkingsjaar een lezing over de oud-huisarts. ,,Mar ik kriich mar 25 minuten.” Veel te kort natuurlijk om al het reilen en zeilen van Siebinga neer te zetten. Vandaar dat hij óók maar een klein boekje heeft geschreven.

Siebinga kwam oorspronkelijk uit Marum, als zoon van een welgestelde boer. Hij vestigde zich in Opeinde, trouwde met Goes Lofvers en kreeg een zoon, Roelf. In de boerenomgeving van Opeinde was hij een opvallend figuur: hij zeilde, had een vliegbrevet, en was een fervent vogelspotter. Na een lezing op de Drachtster hbs raakte hij geïnteresseerd in de archeologie.

Met spade ging hij op pad. Hij had vrijwel meteen beet. Achter de boerderij van zijn broer vond hij kralen en botresten uit de bronstijd. Het succes smaakte naar meer. In de loop van de jaren deed de huisarts een aantal belangrijke vondsten. In 1938 vond hij bij de ‘blauwe dobbe’ bij Houtigehage restanten van een zomerkampement van rendierjagers en bij Eibertsgeasten (Nijega) ontdekte hij grafheuvels. In één daarvan vond hij een beker van ongeveer 22 centimeter.

Na zijn dood ging de collectie van Siebinga naar het Fries Museum: die bestond uit 320.000 artefacten. ,,De grutste fersameling archeologyske stiennen út Nederlân”, aldus De Graaf.

Siebinga kreeg in het land vooral faam en lof kreeg voor zijn werk als amateur-archeoloog. In de regio was hij natuurlijk gewoon de dokter. Een eigengereid typetje, blijkt uit de verhalen. Een keer heeft hij een volle spreekkamer naar huis gestuurd. ,,‘Net ien fan jim is slim siik. Kom moarn mar wer’, hat er in kear sein”, vertelt Hoekstra. Tijdens de oorlog raakte hij betrokken bij het verzet. Hij hielp verzetsstrijders die gewond waren geraakt bij sabotageacties tegen de Duitsers. Aan het einde van de oorlog werd hij opgepakt, en opgesloten in concentratiekamp Schwartzer Weg bij Wilhelmshafen.

Na de oorlog scheidde hij van Goes en trouwde hij met Tine Lindeboom met wie hij later nog een zoon krijgt, Reinde Willem. Hij overleed op zeventigjarige leeftijd, bij een auto-ongeluk in 1969. In 1983 kreeg hij postuum het Verzetsherinneringskruis.

bron: www.pluskrant.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.