Het dooide en het ijs was
zacht maar op 2 januari 1909
werd de eerste Elfstedentocht verreden. Deze eerste tocht met wedstrijdelement
kende drie uitblinkers; te weten: Minne Hoekstra uit Warga,
Gerlof van de Leij uit Marrum en de Amsterdammer Tiete Solke
Rooseboom. De winnaar Minne Hoekstra benodigde 13 uur en 50
minuten van start tot finish. Dit was de eerste en gelijk de
laatste tocht die door de Friese IJsbond werd georganiseerd.
Die denkt dan aan een
eenmalige, een historische gebeurtenis en schrijft aan het eind van het
jaar 1908 zo'n tocht als wedstrijd uit, zonder een datum te bepalen: tot
de vijfde januari kunnen deelnemers zich aanmelden bij de voorzitter in
Leeuwarden.
Wat later nooit meer zal
voorkomen, gebeurt nu: het blijft vriezen dat het kraakt en het wordt
raadzaam geacht de wedstrijd te vervroegen. En wanneer er zich al 48
deelnemers hebben ingeschreven, wordt de aanmelding van het ene op het
andere moment gesloten.......
Het abrupt sluiten van de
aanmeldingen wekt het ongenoegen van de jonge jurist mr. Mindert E.
Hepkema die als een haas vanuit Hamburg naar Leeuwarden, hier te horen
krijgt dat hij zich maar eerder had moeten melden. Het zal nu nog maar
even duren of we zullen meer van deze Hepkema te horen krijgen.
In de nacht voor de geplande
tocht op 2 januari 1909 valt plotseling de dooi zo onstuimig in dat de
meeste kandidaat-rijders zich niet bij de startplaats laten zien. En de
23 anderen mogen zelf bepalen of de tocht doorgaat of niet.
Tenslotte komt de voorzitter
van de Friesche IJsbond nog met een verrassende mededeling. 'U dient de
tocht eigenlijk niet te beschouwen als een wedstrijd', zegt hij. 'Alleen
de flink getrainde jongelui onder U mogen denken aan het winnen van een
prijs'. Welnu, in de wedstrijd/tocht
komen drie figuren als favorieten naar voren: de Amsterdammer Tiete
Rooseboom en de Friezen Minne Hoekstra en Gerlof van der Ley.
Een kilometer of vijf voor
de finish ontstaat er tussen Roosenboom en Hoekstra een interessante
discussie over de vraag hoe de strijd moet eindigen. Hoekstra, student
in de theologie, die zwaar is gehandicapt omdat hij zijn lorgnet is
kwijtgeraakt, wil de strijd laten beslissen in een soort
kortebaanwedstrijd. Rooseboom evenwel wil er om hardrijden tot de
eindstreep toe. Wel, dit laatste gebeurt en
dan blijkt Minne Hoekstra veruit de snelste te zijn. Na 13 uur en 50
minuten komt hij als eerste bij 'de eindpaal' aan. Gerlof van der Ley
volgt na drie minuten als tweede en Tiete Rooseboom wordt derde na nog
eens drie minuten.
Direct na de tocht klimt de
net al genoemde en nog altijd knarsetandende mr. Mindert Hepkema in de
pen om een speciale Elfsteden vereniging te bepleiten. Hij wil er zeker
van zijn dat er bij 'gunstige ijsverhoudingen en voortaan zo mogelijk telkenjare niet alleen een
Elfstedentocht maar ook een
Elfsteden wedstrijd kan worden georganiseerd'.

De eerst aankomenden in den
Elfstedentocht. Van rechts
naar links; Jhr. J. Feith,
de bekende journalist, die
een gedeelte van den tocht
medereed. Minne Hoekstra van
Warga, de winnaar "Ik ben
voldaan.". V.d. Ley, van
Marrum; tweede aankomende en
hun gids, Fokke Krooynga.
Minne Hoekstra was in alles een opvallende vent met vreemde capriolen. De theologiestudent liet zich bijvoorbeeld ooit vastbinden aan de mast van een veerboot om te ervaren hoe het voelde om een zeeman te zijn. Maar hij was wel een zoon van een schaatsenfabrikant en kende het ijs dus door en door. Nog herstellende van een longontsteking schreef hij zich in voor de tocht van 2 januari 1909. Zijn familie verklaarde hem voor gek, maar niets hield hem tegen.
Jan Ferwerda rijdt eerste
Elfstedentocht. Sergeant Jan Ferwerda is als vierde geëindigd in de
Elfstedentocht van 1909, samen met de broers Kaastra. In 1912 krijgt Ferwerda een hoogoplopend conflict met Coen de Koning over het al dan niet schenen van de regels tijdens de wedstrijd.
De heeren T.
Rooseboom
(Amsterdam) en
J. Boon
(Rotterdam),
welke eveneens
den geheelen
afstand aflegden
en derde en
zevende
aankwamen.
De
Haarlemmer Mr. Lieftinck en Jhr.
v. Coehoorn van Sminia, welke
den tocht volbrachten en
respectievelijk als negende en
achtste binnenkwamen.
1912
7
februari
1912.
Eerste
tocht,
die is
georganiseerd
door de
Vereniging
de
Friesche
Elfsteden.
Sterke
dooi en
regen.
Zacht
ijs met
steeds
meer
watervorming.
38
wedstrijdrijders
aan de
start,
14
geklasseerd.
22
toerrijders,
4
volbracht.
Winnaar:
Coen de
Koning
uit
Arnhem.
Coen de Koning (Edam,
30 maart 1879 - 29 juli
1954)
(De
Tweede Elfstedentocht
was de eerste
Elfstedentocht die werd
georganiseerd door de
Vereniging De Friesche
Elf Steden. De Eerste
Elfstedentocht was
georganiseerd door de
Friese IJsbond. Nu er
een speciale
Elfstedenvereniging was
opgericht beloofden
zowel de Friesche
IJsbond alswel de Bond
voor Lichamelijke
Opvoeding in Den Haag
dat zij geen eigen
Elfstedentocht zouden
organiseren).
Drie jaar, een maand en 5 dagen later was het weer zover
op 7 februari 1912.
Het ijs was op die
zevende februari van
matige kwaliteit. Op de
dag zelf dooide het
ongeveer 4 graden en
waaide er een warme
voorjaarsbries. Enige
uren regende het zelfs.
Net als bij voorgaande
editie hield een groot
aantal van de schaatsers
het maar voor gezien.
Van de 165
ingeschrevenen kwamen
100 niet opdagen. Zij
die wel kwamen opdagen
in Hotel Weidema spraken
over gekkenwerk, van
een zwempartij en van
sportverdwazing.
Uiteindelijk werd er
gestemd. Met 37 stemmen
voor en 28 stemmen tegen
besloot men te
schaatsen. 6.20
vertrokken de
wedstrijdschaatsers,
vijf minuten later
volgden de toerrijders.
Het
belangrijkste
voor de
schaatsers
was
ervoor
te
zorgen
dat zij
niet
vielen.
Er stond
zoveel
water op
het ijs
dat er
dan wel
meteen
opgegeven
kon
worden.
Al snel
vormde
zich een
kopgroep
bestaande
uit Coen
de
Koning
uit
Arnhem,
Jetze
Keizer
uit
Tacozijl,
Jan
Ysbrandi
uit
Leeuwarden
en Haye
Ypma uit
Arum. Op
het stuk
Dokkum –
Leeuwarden
verloren
Ysbrandi
en Ypma
het
contact
met de
kopgroep.
Bij
Franeker
besloten
Jan
Ferwerda
en
Sjoerd
Swierstra
dat zij
bij
elkaar
zouden
blijven,
om Coen
de
Koning
en Jetze
Keizer
in te
halen.
Zij
hadden
nog maar
kwalijk
dit
verbond
gesloten
of ze
werden
ingehaald
door De
Koning,
van wie
zij
dachten
dat deze
achter
hen was.
Zij
lieten
De
Koning
maar
gaan,
omdat
die naar
hun
mening
een
dergelijk
tempo
toch
nooit
kon
volhouden.
Een paar
uur
later
troffen
Ferwerda
en
Swierstra
dan ook
niemand
minder
dan De
Koning
en
Keizer
aan in
een café
in
Workum.
In deze
nieuwe
kopgroep
moest
Swierstra
al snel
afvallen
omdat
hij door
een
mankement
aan zijn
schaatsen
niet kon
bijblijven.
De drie
mannen
vroegen
de
schipper
Klinkhamer
om hen
over het
Slotermeer
te
loodsen.
De
Koning
ging
echter,
tegen
een
verbond
met de
twee
Friezen
in, met
schipper
Klinkhamer
aan de
haal en
kreeg
een
steeds
groter
wordende
voorsprong.
Swierstra
gaf op,
maar
Ferwerda
zette de
achtervolging
in. In
Sneek
wist hij
de
Koning
weer in
de
halen.
Toen
Ferwerda
viel,
was het
voorbij
en
staakte
hij de
achtervolging.
Coen de
Koning
won in
een tijd
van 11
uur en
40
minuten.
De
Koning
was niet
alleen
al
Europees
kampioen
op de lange-baan
geworden
in 1904,
maar had
nog in
1912 het
wereldduurrecord
in zijn
bezit.
G.
Dubois
uit
Leeuwarden
was twee
keer
door het
ijs
gezakt.
Desondanks
eindigde
hij als
negentiende,
op twee
uur en
51
minuten
van Coen
de
Koning.
E. IJst
uit
Leeuwarden
en Jetze
Doorman
uit
Utrecht
zakten
samen
met een
gids in
de buurt
van Balk
door het
ijs.
Doorman
wist
zichzelf
en zijn
metgezellen
op het
droge te
krijgen,
maar
moest
verkleumd
opgeven.
Twintig
rijders
hadden
de
gehele
wedstrijd
per
schaats
afgelegd.

Coen
de Koning verslaat iedereen.
Wereldkampioen
en
wereldrecordhouder
behaalt
zijn
eerste
zege in
de
Elfstedentocht.

Op de
woensdagmorgen, vlak
voor vertrek, laten
de deelnemers aan de
tweede
Elfstedentocht zich
op de foto zetten.
Ze moesten daarna
200 kilometer door
dooi en regen
schaatsen. 1e werd
C. C. J. de Koning uit
Arnhem, die het eerst in
Leeuwarden aankwam om 5 u.
20 min. n.m. en den afstand
in 11 uur 40 min aflegde; 2e
is J. Ferwerda, die om 5 u.
35 min. n.m.; 3e is Sj.
Wierstra, is om 5 u. 51 min.
n.m. aangekomen.
Eerste
vrouw op
Elfstedenijs. Jikke
Gaastra
(hier
met
broer
Jelle)
stapt
als
eerste
vrouw op
het ijs
tijdens
Elfstedentocht,
maar
haalt
de finish
niet.
De
toertochtschaatsers
hadden het
net als de
wedstrijdrijders
niet
makkelijk
gehad. Van
de 22
toertochtschaatsers
die aan de
Tocht der
Tochten
begonnen
wisten vier
hem ook
daadwerkelijk
te
voltooien.
Th. Adriani
Hoen uit
Groningen
was de
snelste, hij
volbracht de
tocht in
dertien uur
en 27
minuten
waarmee hij
in totaal
als
vijftiende
eindigde.
Het bestuur
van de tocht
verbood aan
het begin
van de avond
rijders die
in Sneek
arriveerden
nog verder
te
schaatsen.
Achttien
rijders,
waaronder
schaatspionier
Pim Mulier
en de enige
vrouw in het
gezelschap
Jikke
Gaastra
volbrachten
de tweede
Elfstedentocht
door het
laatste stuk
met de trein
af te
leggen. Ze
kregen toch
een kruisje.
Gaastra werd
de eerste
vrouw die
meedeed aan
een
officiële
Elfstedentocht
en werd
daarvoor
door het
bestuur
onderscheiden
met een
gouden
broche.
1917
27
januari
1917.
Geringe
vorst.
Matige,
oostelijk
wind.
Hard
ijs,
niet
mooi.
42
wedstrijdrijders aan
de start, 9
geklasseerd.
108 toerrijders,
83 volbracht.
Winnaar: Coen de
Koning uit Arnhem.
Geen enkele
Nederlandse
schaatser heeft drie
grote triomfen op
zijn naam staan:
wereldkampioen,
Nederlands kampioen
én winnaar van de
Elfstedentocht. En
dat laatste liefst
twee maal!
Grote namen die bij
de Tweede
Elfstedentocht hoge
ogen gooiden waren
er ook nu weer bij: Coen de Koning,
Gerlof van der Leij,
Jan Ferwerda, Sjoerd
Swierstra en
anderen. Voor de
wedstrijd zei
Coen de Koning
tegen
Jan Ferwerda
Coen de Koning wint
deze Elfstedentocht,
zo niet, dan kun jij
voor De Koning een
doodskist bestellen.
Al snel bleek De
Koning vooralsnog
zijn favorietenrol
waar te kunnen
maken. Op het stuk
Leeuwarden –
Dokkum was er
nog sprake van een
kopgroep, bestaande
uit Coen de Koning
uit
Amsterdam,
Swierstra, en het
duo H. Krikke en
Gerrit Zwijze, beide
uit
Gramsbergen
afkomstig. Op de
terugweg werd De
Koning echter zo
benauwd voor
Swierstra dat deze
een eind weg
spurtte. In
Leeuwarden had Coen
de Koning al 2
minuten voorsprong
op Swierstra.
Swierstra had op
zijn beurt Krikke en
Zwijze ook achter
zich gelaten. De
voorsprong van De
Koning bleef. In
Bolsward kwam
hij zó snel aan dat
de bemanning van de
controlepost snel
telegrammen stuurde
naar de andere
stempelposten omdat
deze anders
misschien nog
onbemand zouden
zijn. In
Stavoren was De
Konings voorsprong
gegroeid tot 20
minuten. Hij koos
Jan Poepjes uit als
gids voor over de
meren, maar deze
bleek grote moeite
te hebben het hoge
tempo bij te benen.
Ondertussen wist ook
Swierstra gehakt te
maken van zijn
achtervolgers. De
achterstand liep op
tot 17 kilometer in
Hindeloopen.
Swierstra wist nog 7
minuten in te lopen
op De Koning, maar
deze wist in zo'n
spetterende tijd te
finishen dat er geen
kruid tegen gewassen
was: in een absoluut
record kwam Coen de
Koning in een tijd
van 9 uur en 53
minuten over de
finish. Ook zeker
noemenswaardig is de
prestatie van
Swierstra, 28
minuten na De Koning
kwam hij binnen.
Vragen over moeheid
wuifde hij weg met
de woorden: Geen
kwestie van. Dat
moest er ook nog
bijkomen. Ik moet
toch nog dansen
vanavond!

Precies vijf jaar later, op 7 februari 1917 vriest het licht.
Ondanks het slechte ijs rijdt Coen de Koning de tocht uit in
slechts 9 uur en 53 minuten; opnieuw een snelheidsrecord. Sjoerd
Swierstra, die in 1912 na een eindsprint op de derde plaats
eindigde, behaalde de tweede plaats.

De
wereldkampioen C. C. J.
Koning won den
Elfstedentocht tweemaal: in
1912 en in 1917.

C. C. J. de
Koning, als winner van den
Frieschen Elf-stedetocht,
door het bestuur van de
Arnhemsche 'Sandimann
IJsclub'te Arnhem gehuldigd.


Jan Ferwerda.
1929
12
februari
1929.
Strenge
vorst
(-18
graden).
Felle
noordoostenwind.
Zeer
slecht
ijs.
98
wedstrijdrijders
aan de
start,
11
geklasseerd.
206
toerrijders,
103
volbracht.
Winnaar:
Karst
Leemburg
uit
Leeuwarden.
De start van 1929
Na 12 jaar wachten is het weer zo ver: 12 februari 1929. Ondanks
de strenge vorst was de kwaliteit van het ijs matig. Karst
Leemburg, dan 39 jaar oud, bewijst dat leeftijd op lange afstand
er minder toe doet en wint. Het verloop van de wedstrijd was
toch sensationeel, de twee oorspronkelijke koplopers raakten
hun behoorlijke voorsprong kwijt door een verkeerde route te
kiezen. Karst Leemburg kon het snelheidsrecord niet verbeteren;
hij benodigde van start tot finish: 11 uur en 9 minuten.
Datzelfde jaar, op 28 februari, wordt er nog een Elfstedentocht
verreden. Deze tocht, op initiatief van drie caféhouders uit
Leeuwarden, wordt ook wel de Tolhuister Elfstedentocht genoemd,
naar het café van één van de initiatiefnemers. Deze tocht wordt
gewonnen door Marten van der Kooij uit Hindelopen. Deze tocht
is tevens de tocht die het laatst in het jaar werd verreden, de
officiële tocht van 1986 komt niet verder dan 26 februari.
Meteen na de start lag
Karst Leemburg uit
Leeuwarden op kop, maar
al snel wisten
Cornelis Jongert uit
Ilpendam en
Nico Pronk uit
Warmenhuizen de
koppositie in te nemen.
Pronk en Jongert hadden bij
de terugweg van
Dokkum naar
Leeuwarden een
voorsprong opgebouwd van 4
minuten op de
achtervolgersploeg bestaande
uit
Uiltje Stienstra,
Catharinus Stienstra,
Arie van Beekum en
G. Wieberdink. In
Harlingen werd Leemburg
uitgenodigd voor koffie bij
een oom. De uitnodiging werd
aangenomen, want Leemburg
lag immers al 20 minuten
achter op de koploper.
Hierna voltrok zich een van
de meest opmerkelijke
episoden uit de
Elfstedengeschiedenis. In
Hindeloopen kwam om elf
uur niet het duo Pronk en
Jongert aan, maar Karst
Leemburg. In een stuk van
veertig kilometer was een
achterstand van twintig
minuten omgebogen in een
voorsprong van achttien
minuten. Leemburg bleef
vervolgens de hele rit aan
kop schaatsen, maar bij
IJlst stelde de voorsprong
al niet veel meer voor,
slechts 3 minuten op Jongert.
Hoe stil het was bij de
start, zo vol was het bij de
finish in Leeuwarden. Het
zag zwart van de mensen bij
de Willemskade waar de
schaatsers zouden
binnenkomen. Onder het
publiek heerste een
opgewonden stemming. Er lag
niet alleen een Fries aan
kop, maar zelfs een
Leeuwarder! Leemburg, die
opnieuw een sprint had
ingezet toen hij hoorde hoe
dicht zijn achtervolgers bij
hem waren, wist weer een
voorsprong op te bouwen.
Veel Friezen lieten Karst
Leemburg een stuk achter hun
rug schaatsen om te zorgen
dat hij een beetje uit de
wind bleef. In deze tijd
keek niemand hier van op.
Het werd gerekend tot
thuisvoordeel. In een tijd
van 11 uur en 9 minuten kwam
Leemburg over de finish.
Toen het Elfstedenbestuur op
hem af kwam om de winnaar te
feliciteren sprak hij de
woorden: Earst nei myn
âlde mem! (Eerst naar
mijn oude moeder!)

Karst
Leemburg winnaar
Elfstedentocht.
Karst
Leemburg
(1889 -
1958) was de
winnaar van
1929. Na
11 uur en 9
minuten kwam
hij als
eerste over
de streep in
Leeuwarden,
nadat de
twee
oorspronkelijke
koplopers
verkeerd
schaatsten
en zo de
koppositie
verloren aan
Leemburg.
ER IS EEN FRIES, DIE WINT.

Karst raakte ook nog een
stuk van zijn teen kwijt
"Nadat ik even gerust
had in mijn ledikant,
kwam ik tot de
ontdekking dat de grote
teen van mijn linkervoet
van de kou had geleden.
Ik dompelde hem in een
flinke bak ijskoud
water. Later bleek dat
ik dit goed gedaan had,
want hij was werkelijk
bevroren".Hier te zien
in een flesje sterk
water.
BUITENLANDSE PERS IN LEEUWARDEN

The Times: 'In
deze wedstrijd, die de grootste gebeurtenis op
wintersportgebied in Nederland vormt, moeten de
deelnemers een parcours langs elf steden in de provincie
Friesland afleggen over een afstand van 205 kilometer
(ruim 127 mijl).'
Filmpje,
Elfstedentocht 1929.
WinMedia
breed|smal
1933
16
december
1933.
Lichte
vorst.
Windstil.
Goed
tot
uitstekend
ijs.
173
wedstrijdrijders
aan de
start,
57
geklasseerd.
339
toerrijders,
173
volbracht.
Winnaar:
Abe de
Vries
uit
Dronrijp
en Sipke
Castelein
uit
Wartena.

Start
verplaatst, wegens late zonsopgang. Aankomst de
Vries en Castelein.

Sipke
Castelein en Abe de Vries (hier op foto uit 1993)
gezamenlijk als eerste.

De
Elfstedentocht van 1933
wordt een heel merkwaardige. Die kan al worden gehouden wanneer het nog
maar december is (op de 16e!) en het is dan gewoon lenteweer. De
bestuursleden Hepkema en Kingma hebben al zo'n vermoeden dat het ijs
sterk genoeg is voor een tocht. Dus gaan ze op verkenning uit en rijden
een eindje over de Dokkumer Ee, richting Dokkum.
Maar na een paar kilometer
hebben ze het al gezien: bij de buurtschap Snakkerburen zoeken ze een
kruidenierswinkeltje op om via de telefoon de wereld te laten weten dat
de tocht voor twee dagen later is vastgesteld.
Er komen 339 tocht- en 173
wedstrijdrijders op af, van wie veruit de meeste de race moeiteloos
voltooien. Twee rijders, Abe de Vries uit Dronrijp en Sipke Castelein
uit Wartena, die zich in de wedstrijd duidelijk de sterkste tonen,
spreken af gelijktijdig te zullen finishen.
Maar Abe de Vries ziet het
in het ijs gekraste eindstreepje over het hoofd en gaat er een seconde
eerder dan z'n makker overheen. Met begrip voor de gemaakte afspraak en
omdat het verschil tussen beiden zo gering is geweest, belonen de
organisatoren beide rijders met een grote gouden medaille van de eerste
prijs. Bovendien zullen zij later beider namen als winnaars vermelden op
het Elfsteden monument aan de Heliconweg in Leeuwarden.
De tijd die De Vries en
Castelein op hun Friese schaatsen voor de race nodig hebben, is even
meer dan negen uren en nog nooit eerder is er zo'n snelle tijd gemaakt.
16 december
1933. Weer binnen een kortere tijd, 9 uur en 5 minuten. Abe de
Vries en Sipke Castelein spreken met elkaar af samen te
finishen, maar omdat De Vries de finishlijn niet ziet, wint
Castelein alsnog. De Vereniging streek ditmaal over het hart en
beiden staan ze als winnaars op het Elfstedentochtmonument in
Leeuwarden vermeld. Ype Smid die een hele tijd aan kop had
gereden moest het uiteindelijk toch met een derde plaats doen.

De aankomst te Leeuwarden
van de winnaars van den
elfstedentocht. Voorop A. de
Vries uit Dronrijp, vlak
daarachter S. Castelein uit
Wartena.

1933: Sipke Castelein
Filmpje,
De Negende
Elfstedentocht.
WinMedia
breed|smal
1940
30
januari
1940.
Strenge
vorst.
Snijdende
oostenwind.
's
Middags
sneeuwjacht.
Zwaar
ijs.
688
wedstrijdrijders
aan de
start,
40
geklasseerd.
2.746
toerrijders,
27
volbracht.
Winnaar:
Auke
Adema
uit
Franeker,
Dirk van
der Duim
uit
Warga,
Cor
Jongert
uit
Maarssen,
Piet
Keyzer
uit De
Lier en
Sjouke
Westra
uit
Warmenhuizen.

Koude tocht
voorspeld.
PACT VAN DOKKUM BRENGT VERWARRING.
De
Elfstedentocht
van
30 januari
1940
werd
afgesloten
met het
zogenaamde
Pact van Dokkum. In
deze Friese
stad spraken
koplopers
Auke Adema,
Dirk van der
Duim,
Cor Jongert,
Piet Keijzer
en
Sjouke
Westra
met elkaar
af om
gezamenlijk
de finish in
Leeuwarden
te passeren.
Desondanks
eindigde de
wedstrijdrace
in chaos en
moest de
politie
zelfs
ingrijpen,
omdat het
ijs dreigde
te bezwijken
onder de
massaal
toegestroomde
toeschouwers.
Sjouke Westra won de zesde
Elfstedentocht op
30 januari 1940. Deze overwinning moest hij delen met Auke Adema,
Dirk van der Duim,
Cor Jongert en
Piet Keyzer, omdat ze met zijn vijven tegelijk over de
streep kwamen. De vijf schaatsers hadden in Dokkum afgesproken
samen te zullen finishen, een afspraak die later bekend bleef
als het
Pact van Dokkum.
Later werd de mogelijkheid om de winst van de
Elfstedentocht te
delen met medeschaatsers verboden. Dit heeft eenmaal
geresulteerd in een tocht zonder winst. Op
14 februari 1956 gingen wederom vijf schaatsers
gebroederlijk over de streep. Ze werden later uit de uitslag
geschrapt, hoewel er geen nieuwe winnaar werd aangewezen.
De belangstelling voor de
marathon neemt snel toe. Voor de tocht van 1940 loopt het aantal
deelnemers voor de eerste maal in de duizenden: er zijn nu 2716
tochtrijders en 688 wedstrijdrijders.
Gruwelijke
weersomstandigheden met onder meer een felle vorst en snerpende
sneeuwjachten slaan enorme gaten in het deelnemersveld en alleen de
sterkste blijven overeind en kunnen schaatsend de finish bereiken: alle
anderen komen gemotoriseerd in Leeuwarden terug.
De ongekende verschrikkingen
brengen de koplopers in de wedstrijd tot het sluiten van 'het pact van
Dokkum'. Op handslag beloven zij elkaar gezamenlijk over de eindstreep
te zullen gaan.
Tot de stadsgracht in
Leeuwarden blijven de vijf sterkste de crack Cor Jongert, Piet Keijzer,
Sjouke Westra, Auke Adema en Dirk van der Duim broederlijk bij elkaar.
Maar dan, terwijl het gejuich van het publiek aan de voet van de oude
Oldehove aanzwelt, gaat Adema er plotseling vandoor en spatten de vijf
toch nog uiteen. Er ontstaat een chaotische eindspurt die Piet Keijzer
wint.
Veel geharrewar en veel
gepraat na dit verrassende slot. Het Elfsteden bestuur tenslotte zegt de
gemaakte afspraak als bindend te beschouwen. Alle rijders zijn dus
winnaar en allen krijgen de grote gouden medaille van de eerste prijs.
Eveneens goud is er voor Prins Bernhard maar dan als toeschouwer.
Neen, dan Abe de Vries, Jan
van der Bij, Sikke Dijkstra en Lo Geveke. Deze tweede groep van vier
doet wat de eerste verzuimde en komt broederlijk naast elkander over de
streep.
Strenge vorst en veel sneeuw op het ijs. Dat
waren de in- grediënten voor een zware tocht die uiteindelijk
vijf winnaars kent: A. Adema uit Franeker, D. v.d. Duim uit
Warga, C. Jongert uit Maarssen, P. Keizer uit De Lier en S.
Westra uit Warmenhuizen. Omdat de sneeuwhopen langs de route het
inhalen een moeilijke en hachelijke zaak maken, spreken de vijf
koplopers in een café in Dokkum af dat zij gezamenlijk zullen
finishen. Dit ‘Pact van Dokkum’, zoals het later werd
bestempeld, wordt ondanks een onverwachte sprint van Adema in
ere gehouden en inderdaad kent dit jaar vijf winnaars, die de
tocht reden in 11 uur en 30 minuten.
"HOOGHEID, HET WERD MIJ TE
MACHTIG."
Leeuwarden, 30 Jan. _
Onmiddellijk nadat de vijf
eerstaankomenden van den
Elfstedentocht de finish
hadden gepasseerd, heeft
Z.K.H. Prins Bernard het
vijftal bij zich doen
ontbieden op het prinsenhof,
de woning van den
commissaris der Koningin.
De prins complimenteerde de
vijf rijders met de
verrichte prestatie en vroeg
daarna met veel
belangstelling, of zij wel
eens meer prijzen hadden
gewonnen. Jongert antwoordde
op deze vraag. Hij vertelde
o.a., dat hij reeds driemaal
den Elfstedentocht heeft
volbracht. _ En wie van
jullie heeft vandaag nu
eigenlijk gewonnen?,
informeerde de prins
glimlachend.
Het was Adema, die daarop
direct het woord nam. _
Hoogheid, zoo zeide hij, wij
hadden in Dokkum afgesproken
naast elkaar door de finish
te gaan, maar kort voor de
finish werd het mij te
machtig. Toen ben ik gaan
spurten....
De prins lachte eens en het
korte onderhoud was hiermede
beëindigd. Wij vernamen nog,
dat, tijdens het bezoek van
Z. K. H. prins Bernard, het
bestuur van de
Elfstedenvereeniging Zijne
koninklijke hoogheid een
gouden kruis heeft
aangeboden.

Vijf van het
Pact van Dokkum op bezoek bij Prins Bernhard.

Het plaatsje De Lier, loopt
uit voor Piet Keyzer. Toen Piet zijn vader om
toestemming vroeg om mee te
doen, sprak zijn vader de
woorden "Ik vind het wel goed,
maar denk erom, Ik heb liever dat mensen je zien staan
dan liggen." Ook hadden zijn zorgzame ouders hem
bij zijn vertrek op het hart
gedrukt om genoeg brood voor
onderweg mee te nemen, maar
Piet's antwoord was "ik heb
altijd gehoord, dat de Friezen
alleen een stuk worst meenemen
en dat doe ik ook".
Op maandag 21 juli 2008 overleed Keyzer thuis in Leersum op 89-jarige leeftijd.
Later werd de mogelijkheid om de winst van de Elfstedentocht te delen met medeschaatsers verboden. Dit heeft eenmaal geresulteerd in een tocht zonder winst. Op 14 februari 1956 gingen wederom vijf schaatsers gebroederlijk over de streep. Ze werden later uit de uitslag geschrapt, hoewel er geen nieuwe winnaar werd aangewezen. Filmbeelden toonden in 2007 aan dat Keyzer toch als eerste over de finish was gekomen. Piet Keyzer won de Elfstedentocht op 21 jarige leeftijd, daarmee is hij altijd nog de jongste winnaar ooit.
Keyzer was in 1941 Nederlands Kampioen op de 5000 meter en Nederlands Kampioen All Round in 1946. In 1943 reed hij een Nederlands record op de 3000 meter.
Alhoewel de
rijders niet
tegelijkertijd
over de
eindstreep
kwamen,
staan ze nu
nog in de
boeken als
gezamenlijke
winnaar.
Keijzer
heeft in al
die jaren
hierna
volgehouden
dat hij als
eerste over
de finish is
gekomen en
daarom dus
als enige
winnaar van
die tocht
moet worden
onthouden.
Tijdens 'De
Avond van de
Elfstedentocht'
in 2007 werd
er een film
getoond
waarin zijn
gelijk werd
bevestigd.
Daarop is
duidelijk te
zien dat
Keijzer als
eerste over
de
eindstreep
kwam en dus
de enige
winnaar is
van de
Elfstedentocht
van 1940.
Toenmalig
voorzitter
Henk Kroes
van de
Elfstedenvereniging
wilde
hieraan zijn
vingers niet
meer
branden,
mede omdat
de andere
vier
schaatsers
al waren
overleden.
Uiteindelijk
is er
afgesproken
om de vijf
winnaars
niet meer in
alfabetische
volgorde te
noemen, maar
in volgorde
van
binnenkomst.
En zo wordt
Keijzer dus
altijd als
eerste
genoemd als
het om de
tocht van
1940 gaat.
De
schaatser
heeft
trouwens nog
iets anders
op zijn naam
staan: omdat
hij in pas
21 jaar oud
was, was hij
toen de
jongste
winnaar ooit
van een
Elfstedentocht.
En daarna is
er nooit
meer een
jongere
winnaar
geweest.
In 1946
schreef
Keijzer meer
schaatsgeschiedenis
als
Nederlands
kampioen
allround
schaatsen.
Hij werd
daarmee de
tweede
Elfstedenwinnaar
die dit
presteerde.
Alleen Coen
de Koning
(de winnaar
van 1912 en
1917) had
dat eerder
al gedaan.

De Elfstedenrijders worden de
groote zaal van de 'Koornbeurs' binnengeleid.

Auke Adema die de tocht won in
1940, overreikt zijn schaatsen
die op 30 januari braken bij
Kimswerd aan burgemeester Kruif,
voor het schaatsmuseum.

Burgemeester Kruif, in het
midden tijdens zijn rede.

De overhandiging van de
medaille.

Auke Adema.



Sjoerdtje Faber de
snelste vrouw.
Filmpje, De Tiende Elfstedentocht: vijf winnaars. WinMedia
breed|smal