De tocht der Tochten.

 

        

 

1749: de oudste vermelding.

 

De oudste vermelding van de Elfstedentocht is van 1749. Volksdichter Boelardus Augustinus van Boelens, die zich verschool achter het pseudoniem B. Bornius Alvaarsma, schreef toen: ‘’t Is Pier die ellef Steden van Vriesland, op een dag, heeft in het rond gereden, en nog zijn maal met vrede at in den Olyhoek, te Bolsward in den stal, bij Vetlap van den Hoek.’

1749 ook wel het roemruchte jaar waarin de eerste Elfstedentocht werd verreden! Sommige historici beweren dat namelijk aan de hand van een versje in een dichtbundel, genaamd ''De winter, in drie zangen". Dit zou dan het bewijs voor de tocht der tochten zijn:

 

De knaap was lang berucht

Voor het baasje dat gelijk

een vogel door de lucht

kon vliegen over 't  ijs.

't Is Pier de ellef Steden

van Friesland, op een dag,

heeft in het rond gereden,

en nog zijn maal met vrede

at in den Oliekoek

te Bolsward in den stal,

bij Veltje van den Hoek.

1763

 

De tweede melding van een man die alle elf steden in één dag wist te bezoeken komt uit 1763. In het boek Historische Beschryvinge van Friesland staat te lezen:

Zij hebben in 't algemeen den naam van groote Schaatseryders te wezen, en het is zeker, dat een goede Ryder op een dag wel driemaal verder ryden kan, als een Paard zoude kunnen lopen op zyn hardst. Het is ook meer als eens gebeurt dat goede Schaatse-ryders op een winterse dag alle XI Steden van Friesland doorgereden en gezien hebben; dog dan moeten ze nergens lang vertoeven en 't Ys moet goed en sterk wezen.

1765

In de volgende winters blijven schaatsers het proberen, wanneer het ijs dat toelaat. Zo ook twee jaar later, in 1765. In dat jaar wordt er in het boek De Honig Bije opnieuw melding gemaakt van een Elfstedentochtschaatser:

Een hachje gelyk een Zwaluw door de lugt kon vliegen over 't ys: 't is Pier die d'ellef Steden van Vriesland op één dag heeft in het rond gereden.

 

1809

 

In 1809 lukt het Pals Andrise (Andries) en Pals Geerts om de elf steden te bezoeken. In totaal deden zij er 14 uur en 30 minuten over. De mannen zijn de eerste Elfsteden-rijders van wie de namen bekend zijn gebleven. In 1844 stond er in de krant dat 3 Friese mannen in één dag alle 11 steden langsgereden waren. Net als Pals Andrise (Andries) en Pals Geerts deden zij er 14 uur en 30 minuten over.

De reisroute van Pals  en Pals liep vanaf Deersum-Leeuwarden en was vervolgens geheel gelijk als aangegeven was door de "Frieschen IJsbond". Voornoemde personen vertrokken 's morgens om 5½ uur, met goed bereidbaar ijs, maar vrijwat wind; alle steden aandoende arriveerden ze om zeven uur 's avonds te Sneek en aangezien de reis bijna was volbracht, wenschte men nog even te pleisteren bij Hospes Bouwe (later logement Hoogerhuis).

Hier vond men een gezellige kring van burgers gezeten om den haard, allen liefhebbers van schaatsenrijden. Toen hun bekend werd, welken tocht deze personen hadden gemaakt, werd hun ieder een halve liter boerekoffie door het gezelschap verteerd; destijds een geliefde volksdrank op het ijs. Boerekoffie werd samengesteld uit bruinbier, wat brandewijn, notemuscaat en een paar geklutste eieren en warm gepresenteerd; de vermaardheid van elkele kasteleins in het maken van deze drank was groot, zoodat er uren ver soms om werd gereden.

Na het gebruik der koffie arriveerden zij des avonds 8 uur weer in de plaats van vertrek. Niemand van dit gezelschap had vroeger van zulk een tocht gehoord, en allen beschouwden dien als eerste. De mededeeling werd mij heden verstrekt door een zoon van laatsgenoemden deelnemer, thans 94 jaar oud.

 

1848

In de opnieuw strenge winter van 1848, valt in de Provinciale Friesche Courant te lezen:

Er bestaan voorzeker slechts weinige voorbeelden, dat men op eene dag op schaatsen niet alleen alle Friese steden bezoekt, maar ook op de plaats terug komt, van waar men is uitgegaan. Dat zulks mogelijk is, is wederom bewezen. Op den 22 Januarij l.l., des morgens 5 uur, zijn namelijk van het dorp Huins uitgereden Douwe Haantjes Joustra (31 jaar, koopman te Baard) en Klaas Siemons de Jong (25 jaar en veehouder te Huins), benevens nog twee andere reizigers. Deze vier mannen wisten de tocht in een tijd van 15 uur en 30 minuten af te leggen.

De Amsterdamsche Courant van 24 januari 1848 schreef onder de kop Bladvulling:

Bij iedere hardrijderij op schaatsen, welke gedurende dezen winter heeft plaatsgehad, hebben vele Vriezen blijken gegeven, de aloude kunst van schaatsenrijden nog niet verleerd te hebben, maar in vele opzigten in snelheid met onze oude beroemde hardrijders te kunnen wedijveren.

Snelheid en vlugheid, gepaard met kracht, in een betrekkelijk kort tijdsverloop zamen vereenigd en aangewend, mogen de vereischten zijn. om bij eene hardrijderij als overwinnaar bekroond te worden; bij sommige hunner, die deze gaven in volle mate bezitten, ontbreekt echter wel eens iets, dat bij een langdurig rit op schaatsen, een hoofdvereischte en ontbeerlijk is; wij bedoelen het volhoudingsvermogen, waardoor men in staat is, zich gedurende een groot tijdsverloop met snelheid op schaatsen voort te bewegen. Er bestaan voorzeker slechts weinig voorbeelden, dat men op éénen dag op schaatsen niet alleen alle Vriesche steden bezoekt, maar ook op de plaats terugkomt van waar men is uitgegaan. Dat zulks mogelijk is, is onlangs wederom bewezen. Op den 22 Januarij l.l., des morgens vijf uur, zijn namelijk van het dorp Huins uitgereden, Douwe Haantjes Joustra, woonachtig te Baard en Klaas Simons de Jong, van Huins, benevens nog twee andere reizigers.

De reisroute, welke zij gevolgd hebben, was van Huins op Leeuwarden en Dockum, toen terug op Leeuwarden, van daar op Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindelopen, Workum, Bolsward, Harlingen en verder op Franeker, alwaar zij des avonds om half acht uur aankwamen, terwijl zij eindelijk, ten negen uur, te Huins arriveerden; zoodat zij in een tijdsverloop van zestien uren, al de steden van Vriesland hebben bezocht. De betrekkelijke afstand, welken zij hebben afgelegd, is nagenoeg 40 uren gaans, zoodat zij gemiddeld een uur gaans in 24 minuten hebben afgelegd.

De reizigers hadden in den morgen nogal te kampen met harden tegenwind, maar gelukkig was het ijs, over het geheel genomen, tamelijk goed en de wegen waren goed gebaand. Twee der reizigers hebben evenwel dezen togt niet geheel mede kunnen doen, uit hoofde zij eenig beletsel aan hunne voeten kregen, zoodat zij genoodzaakt geweest zijn, des nachts te Bolsward te verblijven; Joustra en de Jong hebben echter het doel hunner reis volbragt, zonder eenig letsel bekomen te hebben, en daardoor getoond, dat de Vriezen niet alleen in snelheid op schaatsen, maar ook in het volhoudingsvermogen, voorzeker huns gelijken niet hebben.

De snelheid intusschen van 24 minuten in een uur levert niets buitengewoons op, dewijl goede schaatsenrijders afstanden van hoogstens 8 á 40 uren dikwijls in 15 minuten per uur afleggen, maar zulks voorzeker gedurende 16 uren niet kunnen volhouden. Als men daarbij in aanmerking neemt, dat de krachten van een paard niet verder gaan dan om dezen afstand van 40 uren gaans in minstens twee dagen af te leggen, zoo moet men de kracht en volharding van bovengemelde reizigers bewonderen.

        1868

Bejaarde Friezen schaatsen langs alle elf steden. In 1868 werd de Elfstedentocht al gereden door deze twee bejaarde Friezen: de 65-jarige Sjoerd Sjoerds van der Wey (links) en de 78-jarige Piet Dikhoff vertrokken op 11 januari van dat jaar 's ochtends om vier uur uit Bolsward en kwamen daar 's avonds om zeven uur weer aan. Ze hadden in totaal drie uur gerust.

 

 
 

1890

De winter van 1890 op 1891 was streng. Van november tot januari waren alle binnenwateren in Nederland bevroren. Ongelukken, vaak met dodelijke afloop, waren aan de orde van de dag. Bijna dagelijks werd melding gemaakt van aangetroffen bevroren lijken. Vele honderden Friezen waagden een poging alle elf steden te bezoeken. Indertijd waren er nog geen stempelkaarten. Vaak werd ingetekend op een lijst van een herbergier in elk van de elf steden als bewijs van aflegging. Van de zusjes Lysbeth en Akke Swierstra is bekend dat zij toen de eerste vrouwen zijn geweest die de tocht hebben afgelegd. Ook vermeldenswaardig is dat zeven broers uit het dorpje Tirns allemaal op dezelfde dag de tocht wisten te voltooien. Sporter, schilder, schrijver en journalist Pim Mulier waagde op 2 januari ook een poging.

Pim Mulier in 1890.

Willem Johan Herman Mulier (spreek uit muuljee) werd geboren op 10 maart 1865 op het landgoed Aylva State in Witmarsum, als zoon van één van de laatste grietmannen (regenten) in de provincie Friesland. In 1867 verhuist de familie Mulier naar Haarlem.

Het was te verwachten dat in dezen winter, nu alle kanalen en vaarten in deze provincie evenzoovele sterke ijsbanen zijn geworden, de eene of andere koene schaatser zou opstaan om het traditionele bezoek aan de elf Friesche steden op één dag te brengen. De heer W. Mulier van Haarlem, geboren Fries, 25 jaar oud, (...) heeft verleden zondag genoemde taak met het beste gevolg volbracht. Hij vertrok 's morgens 7 uur van hier en was 's avonds 8 uur terug. De rust, die hij zich hier en daar gunde, vorderde tezamen 2 uren.

 

Op 21 december 1890 reed sportpionier Pim Mulier een Elfstedentocht, in een tijd van 12 uur en 55 minuten, een record dat tot 1909 stand zou houden, en waarbij hij als eerste in alle steden zijn doorkomsttijden door een lokale autoriteit liet paraferen. Met die tocht en het verhaal dat hij erover schreef, legde Mulier de basis voor een traditie, die een unieke plaats inneemt in de Nederlandse cultuurgeschiedenis.
 
In 1934, bij het 25-jarig jubileum van de eerste Elfstedentocht, keek Mulier op verzoek van het Elfsteden bestuur terug op de droom die hem sinds die 'zoo prettigen dag' voor ogen had gestaan.

Hij wil, zegt hij, 'de lust bevredigen die hem al zo lang heeft geplaagd om den Elfstedentocht te ondernemen en vooral om den tijd te verbeteren'. Welnu, Pim Mulier heeft nog geen dertien uren nodig om van Leeuwarden naar Leeuwarden te rijden en hij zal altijd blijven denken dat er op het Elfstedenijs nooit iemand sneller is geweest.

Maar wat veel belangrijker is? Dat de sportieve Pim achttien jaar later, wanneer hij secretaris is van de Nederlandsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding, op een idee komt. Met de herinnering aan dit schaatsavontuur in z'n achterhoofd, denkt hij aan de mogelijkheid van een georganiseerde Elfstedentocht. In plaats van de individuele Elfstedentochten, die er al wie weet hoe lang zijn geweest, zou er eens een gereglementeerd evenement moeten zijn. En geen instantie zou dit beter dan de Friese ijsbond kunnen organiseren.

De tocht inspireerde Mindert Hepkema tot het bepleiten van een speciale vereniging voor de Elfstedentocht. Om zeker te zijn van gunstige ijsverhoudingen en voortaan zo mogelijk telkenjare niet alleen een Elfstedentocht maar ook een Elfstedenwedstrijd te kunnen organiseren. Zijn brief had resultaat. Op 15 januari 1909 werd de Vereniging De Friesche Elf Steden opgericht. Hepkema werd de eerste voorzitter.

De Friesche IJsbond wilde het evenwel bij deze ene keer laten. Maar Mr. Hepkema, advocaat te Leeuwarden, was van mening dat deze vorm van schaatssport levensvatbaar was. Hij achtte een aparte organisatie daarbij van belang. Enkele dagen daarna - op 15 januari 1909 - werd de Vereniging "De Friesche Elf Steden" opgericht.

Het doel van de vereniging is het bevorderen van de ijssport in de provincie Fryslân en in het bijzonder het organiseren - zo mogelijk jaarlijks - van Elfstedentochten op de schaats. Mr. Hepkema was de eerste voorzitter.

Het controlepapiertje van Mulier's Elfstedentocht in 1890

 

Oprichting Vereniging De Friesche Elf Steden.

 

Vooral in de beginjaren was het deelnemen aan de Elfstedentocht niet van risico ontbloot, al was het maar omdat zoiets als eerste hulp nog in een beginstadium verkeerde en lang niet overal werd geboden.



De Elfstedentocht kent dus een wedstrijd en een toertocht die beiden op dezelfde dag plaatsvinden. De wedstrijd en toerrijders schaatsen exact dezelfde route. Tot nu toe werden er 15 Elfstedentochten gehouden; de eerste werd verreden in 1909 en de voorlopig laatste in 1997. De winnaars op een rijtje.

 

Jaar

 

Naam

 

Plaats

 

Gereden in

 

1909 M. Hoekstra Warga 13.50 uur
1912 C.C.J. de Koning Arnhem 11.40 uur
1917 C.C.J. de Koning Leur (NB) 9.53 uur
1929 K. Leemburg Leeuwarden 11.09 uur
1933 A. de Vries 
S. Castelein
Dronrijp 
Wartena
9.05 uur
1940 A. Adema 
D. van der Duim 
C. Jongert 
P. Keizer 
S. Westra
Franeker 
Warga 
Ilpendam 
De Lier 
Warmenhuizen
11.30 uur
1941 A. Adema Franeker 9.19 uur
1942 S. de Groot Weidum 8.44 uur
1947 J. van der Hoorn Ter Aar 10.51 uur
1954 J. van der Berg Nijbeets 7.35 uur
1956 geen prijs uitgereikt    
1963 R. Paping Ommen 10.59 uur
1985 E. van Benthem St. Jansklooster 6.47 uur
1986 E. van Benthem St. Jansklooster 6.55 uur
1997 H. Angenent Alphen aan de Rijn 6.49 uur
 

        1891

        Op 3 januari 1891 bestond er nog geen stempelkaart.

 

Sinds mensenheugenis hebben de Friezen het als een grootse prestatie beschouwd om op één dag alle elf steden van hun provincie schaatsend aan te doen. In een tijd waarin men de paardenwagen en de trekschuit kende als de snelste middelen van vervoer, kan het zich verplaatsen over het ijs bovendien een sensatie worden genoemd. Afstanden 'van vele uren gaans' worden immers zomaar afgelegd. Al heel lang geldt het als een bijzonder sportieve prestatie om op een dag schaatsend alle elf Friese steden aan te doen: een afstand van bijna 200 kilometer. De hoofdstad van Fryslân, is vanouds de start- en finishplaats en de deelnemers rijden vanuit Leeuwarden naar achtereenvolgens Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindelopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en weer Leeuwarden.

Maar zo'n Elfstedentocht kan alleen door de allersterkste worden gemaakt. Hun namen worden van generatie op generatie in de familiekring trots doorverteld met de gereden tijden erbij: 'in slechts zestien uren' of, hoe bestaat het 'in vijftien uur precies'.

Soms komt de naam van zo'n krachtpatser in de krant te staan, zoals die van de Leeuwarder kunstschilder Willem Troost: hij volbrengt de tocht in 1862 helemaal alleen en staat daarvoor bijna een etmaal (!) op de schaats.

Maar wat er in de lange en bar strenge winter van 1890 en 1891 gebeurt, is nog nooit vertoond. Plotseling wordt het gewoon een rage om schaatsend langs de elf steden te gaan. Tientallen, nee honderden sterke kerels rijden de tocht of het niks is. En wie toevallig om een hart versterkinkje binnenvalt bij de kastelein Jan Heslinga in IJlst kan daar zijn prestatie vereeuwigen door zijn naam op een lijst te zetten. Zelfs blijken daar later ook de namen van twee meisjes op te staan: de zusters Lysbeth en Akke Swierstra mogen beschouwd worden als de eerste representanten van het vrouwelijke geslacht dat zich nu ook al stort in het grote Elfsteden avontuur.

   

De afstanden van de Elfstedentocht, zijn in totaal 195,5 km.

Leeuwarden-Dokkum 23,8 km
Dokkum-Leeuwarden. 23,8 km
Leeuwarden-Franeker 18,7 km
Franeker-Harlingen   9,2 km
Harlingen-Bolsward 18,5 km
Bolsward-Workum 11,7 km
Workum-Hindelopen   8,7 km
Hindelopen-Stavoren 10,5 km
Stavoren- Sloten 25,3 km
IJlst-Sneek   4 km
Sneek-Leeuwarden 27 km

1909

2 januari 1909.
Enige tocht, die is georganiseerd door de Friese IJsbond.
Dooi (+ 2 graden)
Goed ijs, geleidelijk zachter.
23 Wedstrijdrijders aan de start, 7 geklasseerd.
Geen toerrijders.
Winnaar: Minne Hoekstra uit Warga.

Minne Hoekstra (10 juni 1884), dominee, schaatser (winnaar van een Elfstedentocht in 13 uur en 50 minuten.) (overleden 1941).

De eerste prijswinnaar van den elfstedentocht vertelt van zijne ervaringen.

De eerste prijswinnaar van de elfstedentocht, de heer M. Hoekstra Azn. te Warga, heeft de welwillendheid ons het navolgend verhaal zijner ervaringen te vertellen: "Dat 't door mij zoo fragmentarisch vertelde van Zaterdagavond voor U onvoldoende zou zijn voor uw doel, gevoelde ik direct wel. Mijn gedachtegang was erg onregelmatig, m.i.z. meer tengevolge van mijn val bij den controlepaal, en 't rumoer dat bij mijn aankomst om me heen heerschte, dan tengevolge van de vermoeienis van den tocht.

Bij 't begin aanvangen,  nietwaar! Maar dat ligt voor ieder onzer in mistige duisternis; want toen de laatste lichten van Leeuwarden achter ons verdwenen waren, heeft geen onzer meer gezien dan vage donkere verschijningen, zich voortbewegende met regelmatige schommelende bewegingen. Er is op de vraag van den heer Hijlkema of n.l. zij, die liever wilden, dat de tocht onder deze omstandigheden werd uitgesteld, dit wilden te kennen geven, zoo veelzeggend gezwegen. Maar had men volkomen beseft, wat 't wil zeggen , in dikken mist en nachtelijk donker voort te vliegen over, langs en in barsten en scheuren, zonder de oevers en hun krommingen te kunnen zien, zonder spoor van eenige baan, vaak nog misleid door de vermoedelijk uit welwillendheid aangestoken lichten bij boerderijen enz.

hadden die menschen geweten hoe lastig dit voor ons was, dan hadden zij dit zeker nagelaten. Nauwelijks toch eenigzins gewend aan de duisternis, werden wij afgeleid en in twijfeling gebracht door zoo'n flauw schijnsel. Want aan welken kant van de trekvaart stond dat lichtje, links  of rechts? En weer klonk er dan 't gekras van te schoorgezette schaatsijzers, een luid geroep van krachtige stemmen, niet onduidelijke verwenschingen aan 't adres dier zoo welmeenende "verlichters"en daar tusschendoor "waar is die baan", "hierzo!"; en een verborgen komiek voelt zich gedrongen te bulken "overal is de baan".

't Mocht wat!  Plotseling zien de voorsten een donkergrijze massa vóór zich onrustbarend groeien. "Land"wordt geroepen en jawel, door een snelle wending wordt eene in onze omstandigheden vrij lastige wandeling voorkomen en weer gaat het zoekend en struikelend voort. Zijn er enkele gevallen?  Vraag liever: zijn er enkele niet gevallen ?. Ja, ik geloof dat de drie bekende wit-mutsen, de heeren Kalt, niet zijn gevallen; maar schrijver dezes is door den derden prijswinnaar meegesleurd in 'n val, waarbij zijn lorgnet spoorloos is verdwenen. Wie ongeveer halfweg Dokkum dat voor mij onmisbaar instrument vindt, zal mij een bijzonder groot genoegen doen, mij dit toe te zenden. Dus zonder gewapend oog verder, m.a.w. 'n nieuwe moeilijkheid, en 't enige wat ik kan doen is de voorsten scherp in 't oog te houden, in 't midden tusschen de uitersten te rijden, elk oogenblik bedacht om te stoppen of over hindernissen heen te springen. 't Paar reserveschaatsen heb ik los in de hand om bij mogelijke val los te kunnen laten. want er stonden palen midden in de vaart, die gediend hadden bij hardrijdersbanen, en er zijn allerei andere denkbare en ondenkbare hindernissen, zelfs 'n paar planken, dwars over de baan, in een der dorpen. In Dokkum aangekomen, vertrokken er reeds eenige deelnemers en aan de controleplaats ontmoetten wij iemand met 'n diepe hoofdwonde, waarvan mij de oorzaak onbekend is.

Terug rijdende werd de sluier rondom langzamerhand lichter, 'n geregeld baanrijden werd mogelijk en iemand uit 't vermoeden dat geen onzer op de heenreis ooit de baan bereden heeft. Voor Leeuwarden passeerde ik alle rijders, behalve degenen die bij mijn aankomst te Dokkum reeds waren afgeteekend.

Na afteekening te Leeuwarden ging ik in heel regelmatigen streek 't westen in; m'n eetlust - 'n goed teeken - deed mij 'n inspectie ondernemen in m'n jaszakken en aldus genietende passeerde ik de verschillende dorpen vóór Franeker. Langzamerhand zie ik voor mij schommelende beenen en ontdek ik tot m'n vreugde, dat ik nu de allervoorste rijders heb ingehaald. Vóór Harlingen bleven daarvan reeds eenigen achter; door 'n brijachtige massa duwden wij _ nu met zijn drieën, nl. de bekende Amsterdammer journalist jhr. Feith, v.d. Leij en ik _ onze voeten in de richting van Harlingen. Onze schaatsen waren meestal slechts gedeeltelijk zichtbaar; door 't enorme zoutgehalte, bij dooi weer zoo  weeke ijsmassa was heel gemakkelijk te kneden, maar wij zullen hierover niet klagen, evenmin als over de geweldige afmatting welke de zoo mogelijk nog ellendiger vaartbedekking (in dit geval 'n juister benaming dan het gebruikelijk woord "ijs") ons van Harlingen tot halfweg Bolsward veroorzaakte. Jhr.Feith verklaarde bij verschillende contróleposten "voor zijn genoegen" te zijn meegereden; er zijn vele momenten geweest, waar dit genoegen evenzeer als bij ons, mededingers, geheel in 't tegendeel veranderde. "Wij komen er nooit",  zegt mijn collega-mededinger. Glibberende en slierende vind ik de noodige kracht om te verzekeren dat 't gauw beter zal worden, dat zij die ons volgen. met dezelfde moeilijkheden zullen hebben te kampen. Alles ligt in geimzinnigen mist; maar in Harlingen had men toch heusch gezegd dat 't "beter zou worden."

Wij hebben tot Arum met armen, beenen, met al onze ledematen bewegingen gemaakt, waarvoor 't Hollandsch geen woorden heeft; daar zijn cirkels in den dikken mist beschreven, waardig om nimmer meer te worden uitgewischt. Maar ,,es hat nicht sollen sein",  onze gedachten gingen uit naar iets anders; wij wilden Bolsward zien en _ niet sterven _ maar verder rijden. 't Is ons gelukt en nog gevoel ik de ongekende weelde, weer eens eenige normale streken te kunnen maken. Vóór genoemde stad ontmoet ons 'n man, die van onze aantocht had vernomen en onder 't ons begeleiden vele onderwerpen bespreekt, de ijssport betreffende, o.a. ook 'n door hem voor vele jaren volbrachten elfstedentocht in.... 12 uren. De man aarzelde op de vraag van journalist Feith: in welken tijd?, dit antwoord te geven, welke weifeling mij niet ongemotiveerd voorkomt.

Maar de man was ontegenzeglijk gezellig en had dus 'n eigenschap, die volgens de Schoolmeestergedichten iets tekenends voor 'n mensch is. Wij missen hem na Bolsward., maar telkens duiken plaatsvervangers op; men vind ons interessant, men gluurt ons van de oevers erg diepzinnig aan en na, men zegt _ zeer ad rem _: "dat is geen rijden, dat is moorden". Want onder de bruggen staat meer water, dan bevorderlijk is voor droge kousen; dat er overal scheuren en barsten zijn, blijkt ons een algemeene eigenschap van 't ijs. Maar geen onzer vindt 't lastig; evenmin als eenig lezer hieruit moet concludeeren, dat 't ons aangenaam was.

Workum, nog nooit tevoren door mij bezocht, ligt achter ons en langs 'n een hoogen dijk rechts vliegen wij voort, begeleid door nieuwsgierigen , en 't oude, typische Hindeloopen doemt op, eerst vaag, dan duidelijker; voor 'n raam aan de gracht staat 't ons zo bekende opschrift 'contrôle'; de breede forsche figuur van den burgemeester zien wij spoedig verschijnen, de afteekening gaat zijn gang, wij worden onthaald op 'n kop cacao, dat ons dankbare blikken doet werpen door genoemd venster. Voort, nu naar Stavoren, 't keerpunt. Over mooi ijs gaar 't nu heel vlug voort; wij rijden mooi regelmatig; aan belangstellenden ontbreekt 't nu ook niet. 't keer punt Stavoren is in de mist verdwenen; vóór ons uit rijdt een schipper als gids; hij rijdt een besten streek en weet uitmuntend den weg. Niet dat 't onmogelijk was, dezen zonder gids te vinden, maar drommels, een klein vergissing kan leelijke gevolgen hebben; onze kans om te winnen moest niet door afdwalingen in gevaar worden gebracht.

In 't eerst reed het zwaar, tenminste ik had 't nogal te verantwoorden omdat mijne ijzers bijzonder dun zijn; maar de gids profeteerde al maar door van betere tijden in naasten toekomst en , niet waar, hoop geeft kracht. De maan begon de taak van de zon al meer en meer over te nemen en over de wijde wijde ijsvlakte speelde een zacht geheimzinnig licht. Een tijdlang heeft de eigenaardige bekoring van dit schouwspel mijn gedachten afgeleid van 't eentonig werk, dat wij bezig waren te voltooien. Maar daarna vlogen wij den mist in alsof er 'n vijand ons op de hielen zat. "Wanneer krijgen wij 't blauwe ijs van Gaasterland?" was meer dan eens m'n vraag, waarop telkens niet zonder humor onze gids reageerde met 'n laconiek: "aanstonds mijnheer!".

Eindelijk begonnen de eerste boomen en even te voren was het ijs donker en hard geworden. Toen is er heel snel gereden; de tijd, dien wij maakten, toont dit duidelijk. Een wielrijder op den oever heeft pogingen aangewend ons bij te houden, maar, naar ik meen, is hem dit niet gelukt. Als ik van 't volgende uitvoeriger zou vertellen, vrees ik ervoor, vrij vervelend te zullen worden. In Sloten klommen wij bij den hoogen wal op, en verdwenen door de deur van het gemeentehuis, dat zeker nog nooit zo'n tooneel binnen zijn muren heeft bevat. Onze journalist verklaart voor de zooveelste maal, voor zijn plezier te zijn meegereden en strekt zich, vermoedelijk door 't bedoeld genot overstelpt (of misschien van vermoeidheid), in geheel z'n lengte uit op den vloer. Op eigenaardige wijze houdt hij vanuit die situatie contact met al de andere aanwezigen, en is voor mij, die op 'n stoel dit tooneel heel kalm zit te genieten, een bron van plezier. Dit duurde echter langer dan goed was; daar hebben wij wel wat lang gewacht en ook onderweg naar IJlst en Sneek is alles niet zoo goed gegaan als wel kon. Wij hebben van IJlst, in mistigen nacht, over schotsen moeten rijden dat 't kletterde; 'n gevoelige val met de heup op 'n bonk ijs maakte mijn humeur geheel van streek. Toen heeft de heer Feith den moed opgewekt en gesterkt, waarvoor wij hem erg dankbaar zijn.

Daar, voor IJlst hebben wij ook even gedwaald, naar ik vermoed. Maar wie zal dat uitmaken? Den goeden weg wisten wij niet, dus ook den verkeerden evenmin. Tusschen IJlst en Sneek is de afstand gering en ik was nog aan 't denken over 'n ontmoeting bij de IJlster controle met 'n ouwen schoolkameraad, of de eerste huizen van Sneek zijn gepasseerd en door water, barsten en langs brugpeilers bereken wij de Sneker controle. Toen wij vandaar vertrokken, zag ik iets wat ik me niet direct kon begrijpen. De heer Rooseboom verschijnt in de deur en roept mijn naam. Nu is een verschijning van genoemden heer op zichzelf niets ongewoons en geeft geheel geen aanleiding tot verbazing, evenmin als het uitroepen van mijn naam. Maar wie had hem verwacht? En zoo dicht achter ons! Hij moet hard en aanhoudend hebben gereden om ons in te halen; in Stavoren was hij nog, naar ik meen, 25 minuten achter. Na Sneek wordt mijn stemming er niet beter op, evenmin als vermoedelijk die van den heer v.d. Leij. Er is alle aanleiding om dit te vermoeden; want nu zouden wij moeten hardrijden, en wie heeft daar nog lust in na 10 uren rijdens? ik alvast niet!. Wij reden vlug op; de quaestie werd besproken; vooral toen wij de Dille naderden. Rooseboom wil hardrijden tot aan de Leeuwarder controle toe; v.d. Leij wil dit beslist niet, noemt dit erg gevaarlijk na zoo'n reis, en bovendien tengevolge van de duisternis, die bij groote snelheid dubbel gevaarlijk wordt. Zelf heb ik voorgesteld, en ik vind dat toch nog het beste, al is alles goed terecht gekomen, 'n baan op 'n recht eind van den trekweg af te perken en daar tegen mekaar te rijden. De uitslag zou dezelfde zijn als in het geval dat wij tot aan de stad toe zouden hardrijden volgens het voorstel van den heer Rooseboom.

Maar mijn voorstel viel niet in den smaak; dus moesten wij er om rijden wie 't eerste te Leeuwarden was. Hoe lang is die afstand geweest? Ik weet 't niet; ik zag niets en weet heel vaag dat ik weer, evenals 's morgens, palen van 'n hardrijdersbaan ben gepasseerd in vliegende vaart. Mijn beide collega's zijn van begin af achter gebleven; ik behoefde dus niet mijn hardst te rijden; immers ik wist niet hoe lang 't zou duren voor ik te Leeuwarden was. 't gemis van m'n lorgnet was nu bijzonder hinderlijk en niet minder de reserveschaatsen, die ik onder den arm had. Met lange streken ging 't de mist in, bochten afsnijdende, met vaart onder bruggen door. Na ongeveer 10 minuten zie ik zwarte hokken of fabrieken opduiken en meteen wordt 't ijs ook veel slechter; dus ben ik bij de stad. De heer Feith heeft mij bijgehouden en reed in gelijken slag achter mij aan; mij dunkt, er zullen niet vele heeren journalisten zijn die zóó rijden; 't is waar, den vermoeiende tocht naar Dokkum heeft hij niet meegemaakt, en dat wil heel wat zeggen, maar ik twijfel er geen oogenblik aan of ook dat gedeelte had hij nog bovendien best kunnen afleggen.

Drie minuten na mij arriveerde v.d. Leij en weer 3 minuten daarna Rooseboom. Zou ik 't mis hebben als ik beweer, dat ik in plusminus 15 minuten no. twee 3 minuten en no. drie 6 minuten heb achtergelaten? Men heeft gezegd, dat 't verschil zoo gering was; maar mij dunkt, van den juisten kant bekeken is 't heel groot.

'k Hoop van harte, dat iedere deelnemer er zoo goed is afgekomen als ik; want ik mag wel even tegenspreken de onware geruchten als zou ik zijn binnengedragen van zwakte en direct ter ruste zijn gegaan. Dat ik niet loopende de controle bereikte, kwam, omdat men mij eenvoudig geen gelegenheid gegeven heeft om te loopen. Ik ben gedragen tegen wil en dank en toen ik later genoot van 'n heerlijk bad, heeft men 't woord bad als "bed" verstaan en de menschen hebben meewarig 't hoofd geschud en de fantasie is gaan werken en produceerde allerei akeligheden.

Mij rest nog onzen hartelijken dank te betuigen aan de velen, die ons belangstelling en hulp hebben geboden bij de verschillende controleposten. Nog wil ik aan hen, die in 't "Amicitia" mij voor mijn vertrek vandaar in staat hebben gesteld een gejuich te hooren, zooals nooit te voren in de wereld van een hoogtepunt te aanschouwen, welke onder normale omstandigheden, tengevolge van mijn geringe lengte, voor mij onbereikbaar is, aan hen wil ik den raad geven zich daar in den eerstvolgenden keer wat meer in te bekwamen, want o wee, daar waren knuisten, welke respectabel konden knijpen.

 

 

Het bestuur van "De Friesche IJsbond" Van links naar rechts zittend: T. Velstra. J. A. Lucardie, S. H. Hielkema, J. D. van der Plaats. Staand G. W. Koopmans, J.A. Stoop, H. van Baerdt van Sminia.

Friese IJsbond

EERSTE TOCHT DOOR FRIESE IJSBOND GEORGANISEERD.

 

Organisator van de eerste Elfstedentocht van 1909. Meteen daarna, op 15 januari 1909, wordt op initiatief van de Leeuwarder jurist Mindert Hepkema de “Vereeniging De Friesche Elf Steden” opgericht. Hepkema had zich geërgerd aan de slechte organisatie door de Friesche IJsbond. Na wat geruzie neemt hij de organisatie van de schaatsmarathon over. Het blijft dus bij de organisatie van deze ene Tocht.

Het dooide en het ijs was zacht maar op 2 januari 1909 werd de eerste Elfstedentocht verreden. Deze eerste tocht met wedstrijdelement kende drie uitblinkers; te weten: Minne Hoekstra uit Warga, Gerlof van de Leij uit Marrum en de Amsterdammer Tiete Solke Rooseboom. De winnaar Minne Hoekstra benodigde 13 uur en 50 minuten van start tot finish. Dit was de eerste en gelijk de laatste tocht die door de Friese IJsbond werd georganiseerd.                                    

Die denkt dan aan een eenmalige, een historische gebeurtenis en schrijft aan het eind van het jaar 1908 zo'n tocht als wedstrijd uit, zonder een datum te bepalen: tot de vijfde januari kunnen deelnemers zich aanmelden bij de voorzitter in Leeuwarden.

Wat later nooit meer zal voorkomen, gebeurt nu: het blijft vriezen dat het kraakt en het wordt raadzaam geacht de wedstrijd te vervroegen. En wanneer er zich al 48 deelnemers hebben ingeschreven, wordt de aanmelding van het ene op het andere moment gesloten.......

Het abrupt sluiten van de aanmeldingen wekt het ongenoegen van de jonge jurist mr. Mindert E. Hepkema die als een haas vanuit Hamburg naar Leeuwarden, hier te horen krijgt dat hij zich maar eerder had moeten melden. Het zal nu nog maar even duren of we zullen meer van deze Hepkema te horen krijgen.

In de nacht voor de geplande tocht op 2 januari 1909 valt plotseling de dooi zo onstuimig in dat de meeste kandidaat-rijders zich niet bij de startplaats laten zien. En de 23 anderen mogen zelf bepalen of de tocht doorgaat of niet.

Tenslotte komt de voorzitter van de Friesche IJsbond nog met een verrassende mededeling. 'U dient de tocht eigenlijk niet te beschouwen als een wedstrijd', zegt hij. 'Alleen de flink getrainde jongelui onder U mogen denken aan het winnen van een prijs'. Welnu, in de wedstrijd/tocht komen drie figuren als favorieten naar voren: de Amsterdammer Tiete Rooseboom en de Friezen Minne Hoekstra en Gerlof van der Ley.

Een kilometer of vijf voor de finish ontstaat er tussen Roosenboom en Hoekstra een interessante discussie over de vraag hoe de strijd moet eindigen. Hoekstra, student in de theologie, die zwaar is gehandicapt omdat hij zijn lorgnet is kwijtgeraakt, wil de strijd laten beslissen in een soort kortebaanwedstrijd. Rooseboom evenwel wil er om hardrijden tot de eindstreep toe. Wel, dit laatste gebeurt en dan blijkt Minne Hoekstra veruit de snelste te zijn. Na 13 uur en 50 minuten komt hij als eerste bij 'de eindpaal' aan. Gerlof van der Ley volgt na drie minuten als tweede en Tiete Rooseboom wordt derde na nog eens drie minuten.

Direct na de tocht klimt de net al genoemde en nog altijd knarsetandende mr. Mindert Hepkema in de pen om een speciale Elfsteden vereniging te bepleiten. Hij wil er zeker van zijn dat er bij 'gunstige ijsverhoudingen en voortaan zo mogelijk telkenjare niet alleen een Elfstedentocht maar ook een Elfsteden wedstrijd kan worden georganiseerd'.

De eerst aankomenden in den Elfstedentocht. Van rechts naar links; Jhr. J. Feith, de bekende journalist, die een gedeelte van den tocht medereed. Minne Hoekstra van Warga, de winnaar "Ik ben voldaan.". V.d. Ley, van Marrum; tweede aankomende en hun gids, Fokke Krooynga.

Minne Hoekstra was in alles een opvallende vent met vreemde capriolen. De theologiestudent liet zich bijvoorbeeld ooit vastbinden aan de mast van een veerboot om te ervaren hoe het voelde om een zeeman te zijn. Maar hij was wel een zoon van een schaatsenfabrikant en kende het ijs dus door en door. Nog herstellende van een longontsteking schreef hij zich in voor de tocht van 2 januari 1909. Zijn familie verklaarde hem voor gek, maar niets hield hem tegen.

 

   

Jan Ferwerda rijdt eerste Elfstedentocht. Sergeant Jan Ferwerda is als vierde geëindigd in de Elfstedentocht van 1909, samen met de broers Kaastra. In 1912 krijgt Ferwerda een hoogoplopend conflict met Coen de Koning over het al dan niet schenen van de regels tijdens de wedstrijd.

 

De heeren T. Rooseboom (Amsterdam) en J. Boon (Rotterdam), welke eveneens den geheelen afstand aflegden en derde en zevende aankwamen.

 

De Haarlemmer Mr. Lieftinck en Jhr. v. Coehoorn van Sminia, welke den tocht volbrachten en respectievelijk als negende en achtste binnenkwamen.

1912

7 februari 1912.
Eerste tocht, die is georganiseerd door de Vereniging de Friesche Elfsteden.
Sterke dooi en regen.
Zacht ijs met steeds meer watervorming.
38 wedstrijdrijders aan de start, 14 geklasseerd.
22 toerrijders, 4 volbracht.
Winnaar: Coen de Koning uit Arnhem.

Coen de Koning (Edam, 30 maart 1879 - 29 juli 1954)

(De Tweede Elfstedentocht was de eerste Elfstedentocht die werd georganiseerd door de Vereniging De Friesche Elf Steden. De Eerste Elfstedentocht was georganiseerd door de Friese IJsbond. Nu er een speciale Elfstedenvereniging was opgericht beloofden zowel de Friesche IJsbond alswel de Bond voor Lichamelijke Opvoeding in Den Haag dat zij geen eigen Elfstedentocht zouden organiseren).

Drie jaar, een maand en 5 dagen later was het weer zover op 7 februari 1912. Het ijs was op die zevende februari van matige kwaliteit. Op de dag zelf dooide het ongeveer 4 graden en waaide er een warme voorjaarsbries. Enige uren regende het zelfs. Net als bij voorgaande editie hield een groot aantal van de schaatsers het maar voor gezien. Van de 165 ingeschrevenen kwamen 100 niet opdagen. Zij die wel kwamen opdagen in Hotel Weidema spraken over gekkenwerk, van een zwempartij en van sportverdwazing. Uiteindelijk werd er gestemd. Met 37 stemmen voor en 28 stemmen tegen besloot men te schaatsen. 6.20 vertrokken de wedstrijdschaatsers, vijf minuten later volgden de toerrijders.

Het belangrijkste voor de schaatsers was ervoor te zorgen dat zij niet vielen. Er stond zoveel water op het ijs dat er dan wel meteen opgegeven kon worden. Al snel vormde zich een kopgroep bestaande uit Coen de Koning uit Arnhem, Jetze Keizer uit Tacozijl, Jan Ysbrandi uit Leeuwarden en Haye Ypma uit Arum. Op het stuk Dokkum – Leeuwarden verloren Ysbrandi en Ypma het contact met de kopgroep.

Bij Franeker besloten Jan Ferwerda en Sjoerd Swierstra dat zij bij elkaar zouden blijven, om Coen de Koning en Jetze Keizer in te halen. Zij hadden nog maar kwalijk dit verbond gesloten of ze werden ingehaald door De Koning, van wie zij dachten dat deze achter hen was. Zij lieten De Koning maar gaan, omdat die naar hun mening een dergelijk tempo toch nooit kon volhouden. Een paar uur later troffen Ferwerda en Swierstra dan ook niemand minder dan De Koning en Keizer aan in een café in Workum. In deze nieuwe kopgroep moest Swierstra al snel afvallen omdat hij door een mankement aan zijn schaatsen niet kon bijblijven. De drie mannen vroegen de schipper Klinkhamer om hen over het Slotermeer te loodsen. De Koning ging echter, tegen een verbond met de twee Friezen in, met schipper Klinkhamer aan de haal en kreeg een steeds groter wordende voorsprong. Swierstra gaf op, maar Ferwerda zette de achtervolging in. In Sneek wist hij de Koning weer in de halen. Toen Ferwerda viel, was het voorbij en staakte hij de achtervolging. Coen de Koning won in een tijd van 11 uur en 40 minuten. De Koning was niet alleen al Europees kampioen op de lange-baan geworden in 1904, maar had nog in 1912 het wereldduurrecord in zijn bezit.

G. Dubois uit Leeuwarden was twee keer door het ijs gezakt. Desondanks eindigde hij als negentiende, op twee uur en 51 minuten van Coen de Koning. E. IJst uit Leeuwarden en Jetze Doorman uit Utrecht zakten samen met een gids in de buurt van Balk door het ijs. Doorman wist zichzelf en zijn metgezellen op het droge te krijgen, maar moest verkleumd opgeven. Twintig rijders hadden de gehele wedstrijd per schaats afgelegd.

Coen de Koning verslaat iedereen. Wereldkampioen en wereldrecordhouder behaalt zijn eerste zege in de Elfstedentocht.

 

Op de woensdagmorgen, vlak voor vertrek, laten de deelnemers aan de tweede Elfstedentocht zich op de foto zetten. Ze moesten daarna 200 kilometer door dooi en regen schaatsen. 1e werd C. C. J. de Koning uit Arnhem, die het eerst in Leeuwarden aankwam om 5 u. 20 min. n.m. en den afstand in 11 uur 40 min aflegde; 2e is J. Ferwerda, die om 5 u. 35 min. n.m.; 3e is Sj. Wierstra, is om 5 u. 51 min. n.m. aangekomen.
 
 
 
Eerste vrouw op Elfstedenijs. Jikke Gaastra (hier met broer Jelle) stapt als eerste vrouw op het ijs tijdens Elfstedentocht, maar haalt de finish niet.
 
De toertochtschaatsers hadden het net als de wedstrijdrijders niet makkelijk gehad. Van de 22 toertochtschaatsers die aan de Tocht der Tochten begonnen wisten vier hem ook daadwerkelijk te voltooien. Th. Adriani Hoen uit Groningen was de snelste, hij volbracht de tocht in dertien uur en 27 minuten waarmee hij in totaal als vijftiende eindigde.

Het bestuur van de tocht verbood aan het begin van de avond rijders die in Sneek arriveerden nog verder te schaatsen. Achttien rijders, waaronder schaatspionier Pim Mulier en de enige vrouw in het gezelschap Jikke Gaastra volbrachten de tweede Elfstedentocht door het laatste stuk met de trein af te leggen. Ze kregen toch een kruisje. Gaastra werd de eerste vrouw die meedeed aan een officiële Elfstedentocht en werd daarvoor door het bestuur onderscheiden met een gouden broche.

1917

27 januari 1917.
Geringe vorst. Matige, oostelijk wind.
Hard ijs, niet mooi.
42 wedstrijdrijders aan de start, 9 geklasseerd.
108 toerrijders, 83 volbracht.
Winnaar: Coen de Koning uit Arnhem.

Geen enkele Nederlandse schaatser heeft drie grote triomfen op zijn naam staan: wereldkampioen, Nederlands kampioen én winnaar van de Elfstedentocht. En dat laatste liefst twee maal!

Grote namen die bij de Tweede Elfstedentocht hoge ogen gooiden waren er ook nu weer bij: Coen de Koning, Gerlof van der Leij, Jan Ferwerda, Sjoerd Swierstra en anderen. Voor de wedstrijd zei Coen de Koning tegen Jan Ferwerda Coen de Koning wint deze Elfstedentocht, zo niet, dan kun jij voor De Koning een doodskist bestellen.

Al snel bleek De Koning vooralsnog zijn favorietenrol waar te kunnen maken. Op het stuk Leeuwarden – Dokkum was er nog sprake van een kopgroep, bestaande uit Coen de Koning uit Amsterdam, Swierstra, en het duo H. Krikke en Gerrit Zwijze, beide uit Gramsbergen afkomstig. Op de terugweg werd De Koning echter zo benauwd voor Swierstra dat deze een eind weg spurtte. In Leeuwarden had Coen de Koning al 2 minuten voorsprong op Swierstra. Swierstra had op zijn beurt Krikke en Zwijze ook achter zich gelaten. De voorsprong van De Koning bleef. In Bolsward kwam hij zó snel aan dat de bemanning van de controlepost snel telegrammen stuurde naar de andere stempelposten omdat deze anders misschien nog onbemand zouden zijn. In Stavoren was De Konings voorsprong gegroeid tot 20 minuten. Hij koos Jan Poepjes uit als gids voor over de meren, maar deze bleek grote moeite te hebben het hoge tempo bij te benen. Ondertussen wist ook Swierstra gehakt te maken van zijn achtervolgers. De achterstand liep op tot 17 kilometer in Hindeloopen.

Swierstra wist nog 7 minuten in te lopen op De Koning, maar deze wist in zo'n spetterende tijd te finishen dat er geen kruid tegen gewassen was: in een absoluut record kwam Coen de Koning in een tijd van 9 uur en 53 minuten over de finish. Ook zeker noemenswaardig is de prestatie van Swierstra, 28 minuten na De Koning kwam hij binnen. Vragen over moeheid wuifde hij weg met de woorden: Geen kwestie van. Dat moest er ook nog bijkomen. Ik moet toch nog dansen vanavond!

 


Precies vijf jaar later, op 7 februari 1917 vriest het licht. Ondanks het slechte ijs rijdt Coen de Koning de tocht uit in slechts 9 uur en 53 minuten; opnieuw een snelheidsrecord. Sjoerd Swierstra, die in 1912 na een eindsprint op de derde plaats eindigde, behaalde de tweede plaats.

De wereldkampioen C. C. J. Koning won den Elfstedentocht tweemaal: in 1912 en in 1917.

 

C. C. J. de Koning, als winner van den Frieschen Elf-stedetocht, door het bestuur van de Arnhemsche 'Sandimann IJsclub'te Arnhem gehuldigd.

 

 

Jan Ferwerda.

1929

12 februari 1929.
Strenge vorst (-18 graden). Felle noordoostenwind.
Zeer slecht ijs.
98 wedstrijdrijders aan de start, 11 geklasseerd.
206 toerrijders, 103 volbracht.
Winnaar: Karst Leemburg uit Leeuwarden.

De start van 1929

Na 12 jaar wachten is het weer zo ver: 12 februari 1929. Ondanks de strenge vorst was de kwaliteit van het ijs matig. Karst Leemburg, dan 39 jaar oud, bewijst dat leeftijd op lange afstand er minder toe doet en wint. Het verloop van de wedstrijd was toch sensationeel, de twee oorspronkelijke koplopers raakten hun behoorlijke voorsprong kwijt door een verkeerde route te kiezen. Karst Leemburg kon het snelheidsrecord niet verbeteren; hij benodigde van start tot finish: 11 uur en 9 minuten. Datzelfde jaar, op 28 februari, wordt er nog een Elfstedentocht verreden. Deze tocht, op initiatief van drie caféhouders uit Leeuwarden, wordt ook wel de Tolhuister Elfstedentocht genoemd, naar het café van één van de initiatiefnemers. Deze tocht wordt gewonnen door Marten van der Kooij uit Hindelopen. Deze tocht is tevens de tocht die het laatst in het jaar werd verreden, de officiële tocht van 1986 komt niet verder dan 26 februari.

Meteen na de start lag Karst Leemburg uit Leeuwarden op kop, maar al snel wisten Cornelis Jongert uit Ilpendam en Nico Pronk uit Warmenhuizen de koppositie in te nemen. Pronk en Jongert hadden bij de terugweg van Dokkum naar Leeuwarden een voorsprong opgebouwd van 4 minuten op de achtervolgersploeg bestaande uit Uiltje Stienstra, Catharinus Stienstra, Arie van Beekum en G. Wieberdink. In Harlingen werd Leemburg uitgenodigd voor koffie bij een oom. De uitnodiging werd aangenomen, want Leemburg lag immers al 20 minuten achter op de koploper. Hierna voltrok zich een van de meest opmerkelijke episoden uit de Elfstedengeschiedenis. In Hindeloopen kwam om elf uur niet het duo Pronk en Jongert aan, maar Karst Leemburg. In een stuk van veertig kilometer was een achterstand van twintig minuten omgebogen in een voorsprong van achttien minuten. Leemburg bleef vervolgens de hele rit aan kop schaatsen, maar bij IJlst stelde de voorsprong al niet veel meer voor, slechts 3 minuten op Jongert.

Hoe stil het was bij de start, zo vol was het bij de finish in Leeuwarden. Het zag zwart van de mensen bij de Willemskade waar de schaatsers zouden binnenkomen. Onder het publiek heerste een opgewonden stemming. Er lag niet alleen een Fries aan kop, maar zelfs een Leeuwarder! Leemburg, die opnieuw een sprint had ingezet toen hij hoorde hoe dicht zijn achtervolgers bij hem waren, wist weer een voorsprong op te bouwen. Veel Friezen lieten Karst Leemburg een stuk achter hun rug schaatsen om te zorgen dat hij een beetje uit de wind bleef. In deze tijd keek niemand hier van op. Het werd gerekend tot thuisvoordeel. In een tijd van 11 uur en 9 minuten kwam Leemburg over de finish. Toen het Elfstedenbestuur op hem af kwam om de winnaar te feliciteren sprak hij de woorden: Earst nei myn âlde mem! (Eerst naar mijn oude moeder!)

 

Karst Leemburg winnaar Elfstedentocht.

 


Karst Leemburg (1889 - 1958) was de winnaar van 1929. Na 11 uur en 9 minuten kwam hij als eerste over de streep in Leeuwarden, nadat de twee oorspronkelijke koplopers verkeerd schaatsten en zo de koppositie verloren aan Leemburg.

 

ER IS EEN FRIES, DIE WINT.

 

Karst raakte ook nog een stuk van zijn teen kwijt "Nadat ik even gerust had in mijn ledikant, kwam ik tot de ontdekking dat de grote teen van mijn linkervoet van de kou had geleden. Ik dompelde hem in een flinke bak ijskoud water. Later bleek dat ik dit goed gedaan had, want hij was werkelijk bevroren".Hier te zien in een flesje sterk water.

 

BUITENLANDSE PERS IN LEEUWARDEN

The Times: 'In deze wedstrijd, die de grootste gebeurtenis op wintersportgebied in Nederland vormt, moeten de deelnemers een parcours langs elf steden in de provincie Friesland afleggen over een afstand van 205 kilometer (ruim 127 mijl).'

 

Filmpje, Elfstedentocht 1929.       WinMedia breed|smal       

 

1933

16 december 1933.
Lichte vorst. Windstil.
Goed tot uitstekend ijs.
173 wedstrijdrijders aan de start, 57 geklasseerd.
339 toerrijders, 173 volbracht.
Winnaar: Abe de Vries uit Dronrijp en Sipke Castelein uit Wartena.

 

Start verplaatst, wegens late zonsopgang. Aankomst de Vries en Castelein.

 

Sipke Castelein en Abe de Vries (hier op foto uit 1993) gezamenlijk als eerste.

 

 

De Elfstedentocht van 1933 wordt een heel merkwaardige. Die kan al worden gehouden wanneer het nog maar december is (op de 16e!) en het is dan gewoon lenteweer. De bestuursleden Hepkema en Kingma hebben al zo'n vermoeden dat het ijs sterk genoeg is voor een tocht. Dus gaan ze op verkenning uit en rijden een eindje over de Dokkumer Ee, richting Dokkum.

Maar na een paar kilometer hebben ze het al gezien: bij de buurtschap Snakkerburen zoeken ze een kruidenierswinkeltje op om via de telefoon de wereld te laten weten dat de tocht voor twee dagen later is vastgesteld.

Er komen 339 tocht- en 173 wedstrijdrijders op af, van wie veruit de meeste de race moeiteloos voltooien. Twee rijders, Abe de Vries uit Dronrijp en Sipke Castelein uit Wartena, die zich in de wedstrijd duidelijk de sterkste tonen, spreken af gelijktijdig te zullen finishen.

Maar Abe de Vries ziet het in het ijs gekraste eindstreepje over het hoofd en gaat er een seconde eerder dan z'n makker overheen. Met begrip voor de gemaakte afspraak en omdat het verschil tussen beiden zo gering is geweest, belonen de organisatoren beide rijders met een grote gouden medaille van de eerste prijs. Bovendien zullen zij later beider namen als winnaars vermelden op het Elfsteden monument aan de Heliconweg in Leeuwarden.

De tijd die De Vries en Castelein op hun Friese schaatsen voor de race nodig hebben, is even meer dan negen uren en nog nooit eerder is er zo'n snelle tijd gemaakt.

16 december 1933. Weer binnen een kortere tijd, 9 uur en 5 minuten. Abe de Vries en Sipke Castelein spreken met elkaar af samen te finishen, maar omdat De Vries de finishlijn niet ziet, wint Castelein alsnog. De Vereniging streek ditmaal over het hart en beiden staan ze als winnaars op het Elfstedentochtmonument in Leeuwarden vermeld. Ype Smid die een hele tijd aan kop had gereden moest het uiteindelijk toch met een derde plaats doen.

 

De aankomst te Leeuwarden van de winnaars van den elfstedentocht. Voorop A. de Vries uit Dronrijp, vlak daarachter S. Castelein uit Wartena.

 



1933: Sipke Castelein

Filmpje, De Negende Elfstedentocht.      WinMedia breed|smal

1940

30 januari 1940.
Strenge vorst. Snijdende oostenwind. 's Middags sneeuwjacht.
Zwaar ijs.
688 wedstrijdrijders aan de start, 40 geklasseerd.
2.746 toerrijders, 27 volbracht.
Winnaar: Auke Adema uit Franeker, Dirk van der Duim uit Warga, Cor Jongert uit Maarssen, Piet Keyzer uit De Lier en Sjouke Westra uit Warmenhuizen.

 

Koude tocht voorspeld.

  PACT VAN DOKKUM BRENGT VERWARRING.

 
De Elfstedentocht van 30 januari 1940 werd afgesloten met het zogenaamde Pact van Dokkum. In deze Friese stad spraken koplopers Auke Adema, Dirk van der Duim, Cor Jongert, Piet Keijzer en Sjouke Westra met elkaar af om gezamenlijk de finish in Leeuwarden te passeren. Desondanks eindigde de wedstrijdrace in chaos en moest de politie zelfs ingrijpen, omdat het ijs dreigde te bezwijken onder de massaal toegestroomde toeschouwers.

Sjouke Westra won de zesde Elfstedentocht op 30 januari 1940. Deze overwinning moest hij delen met Auke Adema, Dirk van der Duim, Cor Jongert en Piet Keyzer, omdat ze met zijn vijven tegelijk over de streep kwamen. De vijf schaatsers hadden in Dokkum afgesproken samen te zullen finishen, een afspraak die later bekend bleef als het Pact van Dokkum.

Later werd de mogelijkheid om de winst van de Elfstedentocht te delen met medeschaatsers verboden. Dit heeft eenmaal geresulteerd in een tocht zonder winst. Op 14 februari 1956 gingen wederom vijf schaatsers gebroederlijk over de streep. Ze werden later uit de uitslag geschrapt, hoewel er geen nieuwe winnaar werd aangewezen.

De belangstelling voor de marathon neemt snel toe. Voor de tocht van 1940 loopt het aantal deelnemers voor de eerste maal in de duizenden: er zijn nu 2716 tochtrijders en 688 wedstrijdrijders.

Gruwelijke weersomstandigheden met onder meer een felle vorst en snerpende sneeuwjachten slaan enorme gaten in het deelnemersveld en alleen de sterkste blijven overeind en kunnen schaatsend de finish bereiken: alle anderen komen gemotoriseerd in Leeuwarden terug.

De ongekende verschrikkingen brengen de koplopers in de wedstrijd tot het sluiten van 'het pact van Dokkum'. Op handslag beloven zij elkaar gezamenlijk over de eindstreep te zullen gaan.

Tot de stadsgracht in Leeuwarden blijven de vijf sterkste de crack Cor Jongert, Piet Keijzer, Sjouke Westra, Auke Adema en Dirk van der Duim broederlijk bij elkaar. Maar dan, terwijl het gejuich van het publiek aan de voet van de oude Oldehove aanzwelt, gaat Adema er plotseling vandoor en spatten de vijf toch nog uiteen. Er ontstaat een chaotische eindspurt die Piet Keijzer wint.

Veel geharrewar en veel gepraat na dit verrassende slot. Het Elfsteden bestuur tenslotte zegt de gemaakte afspraak als bindend te beschouwen. Alle rijders zijn dus winnaar en allen krijgen de grote gouden medaille van de eerste prijs. Eveneens goud is er voor Prins Bernhard maar dan als toeschouwer.

Neen, dan Abe de Vries, Jan van der Bij, Sikke Dijkstra en Lo Geveke. Deze tweede groep van vier doet wat de eerste verzuimde en komt broederlijk naast elkander over de streep.

Strenge vorst en veel sneeuw op het ijs. Dat waren de in- grediënten voor een zware tocht die uiteindelijk vijf winnaars kent: A. Adema uit Franeker, D. v.d. Duim uit Warga, C. Jongert uit Maarssen, P. Keizer uit De Lier en S. Westra uit Warmenhuizen. Omdat de sneeuwhopen langs de route het inhalen een moeilijke en hachelijke zaak maken, spreken de vijf koplopers in een café in Dokkum af dat zij gezamenlijk zullen finishen. Dit ‘Pact van Dokkum’, zoals het later werd bestempeld, wordt ondanks een onverwachte sprint van Adema in ere gehouden en inderdaad kent dit jaar vijf winnaars, die de tocht reden in 11 uur en 30 minuten.

"HOOGHEID, HET WERD MIJ TE MACHTIG."

Leeuwarden, 30 Jan. _ Onmiddellijk nadat de vijf eerstaankomenden van den Elfstedentocht de finish hadden gepasseerd, heeft Z.K.H. Prins Bernard het vijftal bij zich doen ontbieden op het prinsenhof, de woning van den commissaris der Koningin.  De prins complimenteerde de vijf rijders met de verrichte prestatie en vroeg daarna met veel belangstelling, of zij wel eens meer prijzen hadden gewonnen. Jongert antwoordde op deze vraag. Hij vertelde o.a., dat hij reeds driemaal den Elfstedentocht heeft volbracht. _ En wie van jullie heeft vandaag nu eigenlijk gewonnen?, informeerde de prins glimlachend.

Het was Adema, die daarop direct het woord nam. _ Hoogheid, zoo zeide hij, wij hadden in Dokkum afgesproken naast elkaar door de finish te gaan, maar kort voor de finish werd het mij te machtig. Toen ben ik gaan spurten....

De prins lachte eens en het korte onderhoud was hiermede beëindigd. Wij vernamen nog, dat, tijdens het bezoek van Z. K. H. prins Bernard, het bestuur van de Elfstedenvereeniging Zijne koninklijke hoogheid een gouden kruis heeft aangeboden.

 

Vijf van het Pact van Dokkum op bezoek bij Prins Bernhard.

 

Het plaatsje De Lier,  loopt uit voor Piet Keyzer. Toen Piet zijn vader om toestemming vroeg om mee te doen, sprak zijn vader de woorden "Ik vind het wel goed, maar denk erom, Ik heb liever dat mensen je zien staan dan liggen." Ook hadden zijn zorgzame ouders hem bij zijn vertrek op het hart gedrukt om genoeg brood voor onderweg mee te nemen, maar Piet's antwoord was "ik heb altijd gehoord, dat de Friezen alleen een stuk worst meenemen en dat doe ik ook".

   
Op maandag 21 juli 2008 overleed Keyzer thuis in Leersum op 89-jarige leeftijd.

Later werd de mogelijkheid om de winst van de Elfstedentocht te delen met medeschaatsers verboden. Dit heeft eenmaal geresulteerd in een tocht zonder winst. Op 14 februari 1956 gingen wederom vijf schaatsers gebroederlijk over de streep. Ze werden later uit de uitslag geschrapt, hoewel er geen nieuwe winnaar werd aangewezen. Filmbeelden toonden in 2007 aan dat Keyzer toch als eerste over de finish was gekomen. Piet Keyzer won de Elfstedentocht op 21 jarige leeftijd, daarmee is hij altijd nog de jongste winnaar ooit.

Keyzer was in 1941 Nederlands Kampioen op de 5000 meter en Nederlands Kampioen All Round in 1946. In 1943 reed hij een Nederlands record op de 3000 meter.
 
Alhoewel de rijders niet tegelijkertijd over de eindstreep kwamen, staan ze nu nog in de boeken als gezamenlijke winnaar.

Keijzer heeft in al die jaren hierna volgehouden dat hij als eerste over de finish is gekomen en daarom dus als enige winnaar van die tocht moet worden onthouden. Tijdens 'De Avond van de Elfstedentocht' in 2007 werd er een film getoond waarin zijn gelijk werd bevestigd. Daarop is duidelijk te zien dat Keijzer als eerste over de eindstreep kwam en dus de enige winnaar is van de Elfstedentocht van 1940. Toenmalig voorzitter Henk Kroes van de Elfstedenvereniging wilde hieraan zijn vingers niet meer branden, mede omdat de andere vier schaatsers al waren overleden. Uiteindelijk is er afgesproken om de vijf winnaars niet meer in alfabetische volgorde te noemen, maar in volgorde van binnenkomst. En zo wordt Keijzer dus altijd als eerste genoemd als het om de tocht van 1940 gaat.

De schaatser heeft trouwens nog iets anders op zijn naam staan: omdat hij in pas 21 jaar oud was, was hij toen de jongste winnaar ooit van een Elfstedentocht. En daarna is er nooit meer een jongere winnaar geweest.

In 1946 schreef Keijzer meer schaatsgeschiedenis als Nederlands kampioen allround schaatsen. Hij werd daarmee de tweede Elfstedenwinnaar die dit presteerde. Alleen Coen de Koning (de winnaar van 1912 en 1917) had dat eerder al gedaan.

 

De Elfstedenrijders worden de groote zaal van de 'Koornbeurs' binnengeleid.

 

Auke Adema die de tocht won in 1940, overreikt zijn schaatsen die op 30 januari braken bij Kimswerd aan burgemeester Kruif, voor het schaatsmuseum.

 

Burgemeester Kruif, in het midden tijdens zijn rede.

 

De overhandiging van de medaille.

Auke Adema.

 

 

 

Sjoerdtje Faber de snelste vrouw.

Filmpje, De Tiende Elfstedentocht: vijf winnaars.   WinMedia breed|smal

 

1941

6 februari 1941.
Zacht. Zwakke, zuidoostelijke wind.
Vrij goed ijs.
600 wedstrijdrijders aan de start, 65 geklasseerd.
1.900 toerrijders, 1.672 volbracht.
Winnaar: Auke Adema uit Franeker,
in 8 uur en 44 minuten; een nieuw snelheidsrecord.

Voor de organisatie was de grote vraag in de winter van 1940 op 1941 niet of het ijs wel goed genoeg was. Het was een strenge winter, en het was voor iedereen duidelijk dat het ijs goed genoeg was. De grote vraag was of de tocht wel gehouden moest worden, nu Nederland bezet was door de Duitsers. Tal van verschillende bepalingen maakten de organisatie van de tocht een stuk ingewikkelder. Tussen zonsondergang en zonsopgang moesten alle ramen verduisterd worden. Voor de tocht die grotendeels in het donker verreden werd betekende dit grote problemen. De Vereniging De Friesche Elf Steden was duidelijk in haar standpunt: de tocht zou niet doorgaan. Maar toen de vorst maar van geen wijken wilde weten werd de druk van het publiek groter en groter. Uiteindelijk ging het bestuur op een vergadering op maandag 3 februari overstag. De tocht zou op 6 februari verreden worden. Wel kregen de schaatsers de boodschap om de tocht beslist niet aan te grijpen om te demonstreren tegen de Duitse bezetter. De oorlogssituatie waarin Nederland verkeerde weerhield de Elfsteden-schaatsers er niet van om een poging te wagen het beroemde Elfstedenkruisje in handen te krijgen. Bij honderden schreven de deelnemers zich in bij de zes kantoren die voor dat doel waren ingericht. Op een dergelijke opkomst had de organisatie niet gerekend. Bij de inschrijvingskantoren kwam men door de drukte er niet aan toe alle deelnemers te tellen. De Zevende Elfstedentocht is dan ook de enige waarvan het precieze deelnemeraantal niet bekend is.

 

 

De zeventienjarige Willem Augustin,  (7 februari 1923, Amsterdam – 31 oktober 2004, Sneek) was een Nederlands schaatslegende. Hij is de avond voor de Elfstedentocht op de fiets naar Friesland gekomen. In Harlingen werd hij vastgezet.

    Willem Augustin

 

HIJ WILDE DE ELFSTEDENTOCHT RIJDEN. Een proces-verbaal.

Een Amsterdamse jongen, een doodgewone 17 jarige Amsterdamse jongen, Augustin geheten, heeft naar de Telegraaf bericht het volgende stoute stukje uitgehaald, dat opgetekend verdient te worden in de annalen van de Elfstedentochthistorie.

Hij is Woensdagavond zeven uur, nadat hij de gehele dag had gewerkt, op de racefiets gesprongen, met twee paar Noren op zijn rug gebonden. In het donker reed hij van Amsterdam over de Afsluitdijk naar Friesland, waar hij om kwart over twaalf in Zurich aankwam. Dat was dus na twaalf uur en eigenlijk had Augustin dus binnenshuis moeten gaan. Hij reed echter door, want hij moest in Leeuwarden zijn. Daar was immers de start van de Elfstedentocht. Hij reed dus door. Maar om twee uur Harlingen binnenkomend, liep hij tegen de lamp, hij moest mee naar het politiebureau en werd daar opgesloten tot vier uur 's nachts. Zijn protest: ja maar, ik moet toch meedoen aan de Elfstedentocht, hielp niets. Maar nog was de klok van vier uur niet koud, of Augustin sprong weer op de fiets en peddelde naar Leeuwarden om, gewapend met een startkaart, de schaatsen voor de Elfstedentocht onder te binden, het proces-verbaal uit Harlingen ten spijt.

Ook enkele schaatsers uit Nijega kwamen in de problemen omdat zij de spertijd overtraden. Enkele weken na de tocht moesten zij voor de rechter komen omdat zij na het voltooien van de tocht nog naar huis fietsten. De rechter legde de laagste boete, die ik ooit voor deze overtreding gaf op.

 

AUKE ADEMA WINT NU ALLEEN.

Stoere Fries spoelt slechte smaak van 1940 weg.


Na het Pact van Dokkum van 1940 wilde Auke Adema dit keer opnieuw als eerste eindigen, maar dan alleen.

 

WOBKE KOOISTRA SNELSTE VROUW VAN 1941.

 


 
Voor de eerste keer is Wobke Kooistra, de snelste dame van de Elfstedentocht. Ook in 1947 is ze de snelste, maar dan samen met Sjoerdtje Faber.

 

Wopke Kooistra.

Een speciale wedstrijd voor vrouwen was er nog niet. Toch ontstond er een onofficiële strijd tussen verschillende dames. Enkele honderden vrouwen waren aan de start verschenen, allen als toertochter ingeschreven. Op kop lag Antje Schaap, 21 jaar oud uit Wirdum. In Hindeloopen lag zij elf minuten voor op Sjoerdje Faber en Wopke Kooistra, bekend om hun hevige strijd in de vorige tocht. Antje lag niet alleen voor op de vrouwen, geen van de toertochters wist haar voorlopig in te halen. Bij de finish wisten maar 3 van de 3859 toertochters eerder over de finish te komen dan zij. Daarnaast moesten honderden wedstrijdschaatsers tot hun grote verbazing concluderen dat zij haar niet bij konden houden, al waren zij eerder gestart. Om vier uur kwam Schaap over de finish, in een tijd van minder dan 9.30. Precies een half uur later kwamen Sjoerdje Faber en Wopkje Kooistra binnen. Ook zij waren voor duizenden toertochters en honderden wedstrijdschaatsers geëindigd. Rond vijf uur kwamen Geveke, Jongert en Woudstra eindelijk in Leeuwarden aan na hun kapitale vergissing. Zij hadden een tocht van tweehonderdvijftig kilometer in de benen zitten.

 

1942

22 januari 1942.
Strenge vorst (-12 tot -15 graden). Afnemende noordoostenwind.

Hard en glad ijs. Sneeuwvrij.
970 wedstrijdrijders aan de start, 277 geklasseerd.
3.862 toerrijders, 3.669 volbracht.
Winnaar: Sietze de Groot uit Weidum.

TOCHT DER MYSTERIËN.

De onbegrijpelijke fout van de kopgroep en het wonder van den gedraaiden wind.

 

Het is windstil en het ijs is hard en glad op 22 januari 1942. Na de Zesde Elfstedentocht in 1940 en de Zevende Elfstedentocht in 1941 verwachtte vrijwel niemand dat er ooit nog eens drie jaar achter elkaar een Elfstedentocht kon worden georganiseerd. Maar in de winter van 1942 werd de vorst nog strenger dan de twee voorgaande jaren. Bezwaren dat de Duitse bezetting de tocht niet mogelijk zou maken werden evenals in 1941 opzij geschoven. De Vereniging De Friesche Elf Steden maakte echter geen haast met de organisatie. Omdat de winter toch nog wel zou doorzetten, werd op een vergadering besloten het bepalen van de datum naar de volgende dag te verschuiven. Een journalist van de Leeuwarder Courant wilde desondanks een primeur hebben en lanceerde de volkomen willekeurige datum 22 januari als dag voor de tocht der tochten. Toen de bestuursleden van de vereniging tot hun grote verbazing de volgende dag de datum in de krant zagen staan, gingen zij maar akkoord.

Dit jaar wordt opnieuw het Elfstedentochtrecord gebroken, in 8 uur en 44 minuten rijdt Sietze de Groot de tocht uit. Zonder te beseffen dat de complete kopgroep verkeerd heeft gereden en dus hun kansen verloor.

(Verwarring en verassing vierden hoogtij gedurende de eerste vijftig van de 200 kilometer. Op zichzelf is het al een verassing, dat de beslissing de definitieve slag, die de prijswinnaars scheidde van de kansloozen, viel in het eerste kwart van den wedstrijd. Dat is het groote mysterie van dezen Elfstedentocht. Tot IJlst waar de eerste rijders om ongeveer kwart over zeven, dus nog in diepe duisternis arriveerden, verliep alles normaal, doch daarna begon de misère. Twintig rijders, verdeeld over diverse groepjes, die onderling slechts enkele minuten verschilden, reden in plaats van de Wymerts, rechtsaf de Bolswardervaart op. Zij kwamen tot bij Workum eer zij hun fout bemerkten, waarna zij tot IJlst terug moesten rijden, een omweg van bijna veertig kilometer, of ruim een uur. Bij die twintig rijders bevonden zich geroutineerde Elfsteden-cracks als Anne de Vries uit Franeker, Lo Geveke, Bosman en Jongert).

Want de kopgroep nam tot tweemaal toe een verkeerde afslag na Sloten, maar elke keer werd de fout snel hersteld. In Stavoren had de tot dan toe onbekende Douwe Leijenaar uit Lemmer een voorsprong van vier minuten op de rest. Hij werd gevolgd door Sietze de Groot, Durk de Jong, Jan van der Bij en Piet Swierstra. Ook in Hindeloopen lag Leijenaar nog aan kop, maar zijn voorsprong was gekrompen tot een luttele twee minuten. In Workum was het nog steeds de nu duidelijk vermoeide Leijenaar die als eerste de stempelpost bereikte. Tussen Bolsward en Harlingen was het echter definitief gedaan met de voorsprong. Hij werd ingehaald door het achtervolgende viertal, en zelfs voorbij geschaatst. Zeven minuten na de nieuwe kopgroep stempelde hij in Harlingen af.

Bij Franeker en Dokkum, waar de kopgroep om kwart voor twee binnenkwam, was de kopgroep nog steeds intact. De vier mannen spraken af dat zij vóór Bartlehiem niet zouden proberen te ontsnappen, daarna zouden ze wel zien wat er zou gebeuren. Pier Swierstra haalde Bartlehiem echter niet. Een paar kilometer buiten Dokkum kreeg hij een diepe inzinking en viel hij een paar keer. Hij kon niet verder. Het liep uit tot een eindsprint in de grachten van Leeuwarden tussen de drie mannen. Sietze de Groot trok aan het langste eind en wist in een flitsende eindsprint de tocht, in een recordtijd van 8 uur en 44 minuten, op zijn naam te schrijven, 9 seconden later gevolgd door Durk de Jong. Jan van der Bij deed er nog eens 45 seconden langer over.

Met slechts een paar seconden voorsprong op Dirk de Jong wint toch Sietse de Groot de tocht. Ondanks het mooie weer kost deze tocht aan drie mannen het leven, zij lopen een tetanus- infectie op aan hun bevroren tenen. De Duitse bezetter houd zich overigens netjes afzijdig van deze typische Hollandse traditie. 

 

TWEEVOUDIG WINNAAR BLIJFT THUIS.

Auke Adema doet dit jaar niet mee, ondanks smeekbedes.

 

TOCHT LOOPT UIT OP ENORME CHAOS.

Sietze de Groot.

 

 

 

 

ONDANKS OORLOG VEEL BELANGSTELLING.

Het is weer een drukte van belang in de Friese hoofdstad.

 

ANTJE SCHAAP SNELSTE VROUW.

Half Leeuwarden blij met zege van Schaap uit Wirdum.

 

Filmpje,  Elfstedentocht tijdens de Tweede Wereldoorlog.    WinMedia breed|smal

 

1947

8 februari 1947.
Bitter koud door strenge vorst en storm.
Slecht tot zeer slecht ijs.
277 wedstrijdrijders aan de start, 39 geklasseerd.
1.791 toerrijders, 270 volbracht.
Winnaar: Jan van der Hoorn, uit Ter Aar (na onderzoek)

De eerste naoorlogse tocht, die van 1947, zorgt voor een zwarte bladzijde in de Elfsteden geschiedenis. De omstandigheden zijn nu weer zo ongunstig dat veel rijders letterlijk steun zoeken bij elkaar. Zowel in de tocht als in de wedstrijd bezondigen tallozen zich aan overtredingen. Er wordt veel 'opgelegd' gereden, maar er zijn er ook die doodgemoedereerd hele stukken in een auto afleggen.

De uitslag van de wedstrijd met de bekende Joop Bosman als eerste (10 uur 36 minuten) en Klaas Schipper uit Steenwijkerwold als tweede (10 uur 37 minuten) zal dan ook niet gehandhaafd blijven. Ook voor de jonge Jeen Nauta uit Wartenga die zo'n geweldige indruk maakte door als derde te eindigen, ligt er geen eremetaal klaar.

Er wordt een speciale commissie geformeerd die probeert alle overtredingen boven water te brengen. En die tenslotte met een verrassende herziening komt. De eerste drie binnengekomen rijders worden gediskwalificeerd en Jan van der Hoorn uit Ter Aar, die als vijfde binnenkwam, wordt tot winnaar uitgeroepen.

Anton Verhoeven uit Dussen als achtste gearriveerd, krijgt de tweede prijs. Geweldenaar Abe de Vries, oorspronkelijk negende, voegt een derde prijs aan zijn eerder verworven Elfsteden lauweren toe.
Op veel plaatsen is het ijs heel slecht en bovendien staat er een straffe wind maar op 8 februari 1947 is het weer zover. Deze tocht vormt een zwarte blad- zijde in het Elfstedentochtboek. Uit een onderzoek dat de Vereniging instelde na klachten die waren binnengekomen, blijkt namelijk dat een aantal schaatsers zich aan overtredingen schuldig heeft gemaakt . Het gaat daarbij bij- voorbeeld om ‘opleggen’. Juist in de sterke wind van dit jaar maakt het veel uit als een frisse schaatser een stuk voor je schaatst om je zo uit de wind te laten rijden. Het blijkt zelfs dat een aantal deelnemers zich met de auto heeft laten vervoeren! Uiteindelijk wordt Jan van der Hoorn uit Ter Aar, die oorspronkelijk als vijfde over de finishlijn reed, tot winnaar uitgeroepen na een tocht van 10 uur en 36 minuten.

Het slechte weer eist zijn tol. Het is nog onduidelijk hoeveel slachtoffers zijn gevallen.

Naar uit voorloopige berichten blijkt, heeft ook deze Elfstedentocht een niet gering aantal slachtoffers geëischt. Er waren slechts enkele deelnemers, die den tocht meegereden hebben, zonder dat een of meer lichaamsdelen gedeeltelijk bevroren. De Harmonie te Leeuwarden, waar zich 's avonds een groot aantal deelnemers vereenigde, geleek veel op op een provisorisch hospitaal. Tallooze rijders liepen met pleisters op handen of gezicht rond. Bevroren beenen, vingers en oogen waren schering en inslag. In zijn rede sprak de heer J. M. Kingma, penningmeester van de Elfstedenvereeniging zelfs over "zeer ernstige gevallen van bevriezing"die het bestuur ter oore waren gekomen.

 

IEDEREEN OVERTRAD DE REGELS.

Na acht en dertig dagen.

J. v. d. Hoorn winnaar van de Elfstedenwedstrijd!

Eindelijk is de uitslag van den Elfstedentocht bekend. Maar niet Bosman, die als eerste de eindstreep passeerde en ook niet zijn "schaduw" Schippers is officieel winnaar geworden. Zelfs niet de rijders Nauta en J. Wijnia, die als derde en vierde binnenkwamen! Het bestuur van de Vereeniging "De Friesche Elf Steden" heeft na een langdurig onderzoek besloten aan de volgende vier rijders een prijs toe te kennen: 1. J. v. d. Hoorn  (Ter Aar), groote gouden medaille; 2.A. Verhoeven (Dussen) kleine gouden medaille; 3. A. S. de Vries (Giethoorn)  groote verguld zilveren medaille; 4. D. v. d. Duin (Oldeboorn kleine verguld zilveren medaille.

Alle overige wedstrijdrijders, die voor 18.21 uur zijn aangekomen, zullen het Elfstedenkruisje met inscriptie "wedstrijd 1947" ontvangen. Uitgezonderd J. Wijnia (Edens) en W. Wijnia (Edens), die beiden zoodanig in overtreding zijn geweest, dat zij volledig zijn gediskwalificeerd.

 

De start van 1947.

 

Op deze foto is zien hoe de schaatsers gedragen werden. Vooral bij Parrega en Harlingen kenden de wedstrijdschaatsers god noch gebod.

 

JAN VAN DER HOORN UITGEROEPEN TOT WINNAAR.

Het heeft het Elfsteden bestuur behaagd om Jan van der Hoorn, alsnog op de eerste plaats te zetten.

 

JOOP BOSMAN ONTKENT BESCHULDIGINGEN.

 

Jaap Visser schaatst de Elfstedentocht van 1947  Verteld door Jaap van der Zwaag

 

1954

3 februari 1954.
Lichte vorst. Zonnig. Weinig wind.
Uitstekend ijs.
138 wedstrijdrijders aan de start, 63 geklasseerd.
2.597 toerrijders, 2.143 volbracht.
Winnaar: Jeen van den Berg uit Nijbeets.

De tocht van 1954 won hij in de tijd van 7 uur en 35 minuten, een record dat pas 31 jaar later verbeterd werd [1] . In de tocht van 1956 eindigde hij als zesde, na de kopgroep die hand-in-hand over de finish ging. De zware tocht van 1963 finishte hij als derde.Van den Berg was ook een goed langebaanschaatser. Hij nam twee keer deel aan de Olympische winterspelen, beide keren kwam hij uit op de 5 en 10 kilometer. In 1960 werd hij respectievelijk 19e en 20e op de 5000 en 10.000 meter. In 1973 werd hij de eerste Nederlands kampioen marathonschaatsen.Hij was van beroep onderwijzer. Jeen van den Berg is ereburger van de gemeente Heerenveen.

Onder deze perfecte omstandigheden wordt op 3 februari 1954 een tijd gereden die 31 jaar lang niet verbroken zal worden, 7 uur en 35 minuten. Eén uur  en vier minuten sneller dan Sietze de Groot in 1942. De eindsprint is chaotisch en spannend, omdat op het laatste stuk over de Noorderbrug gekluund moet worden. De vijf kanshebbers, Jeen van den Berg, Jan Charisius, Aad de Koning, Anton Verhoeven en Jeen Nauta sprinten over de laag stro naar het laatste stuk ijs. Daar valt Charisius, en gaan Van den Berg en Verhoeven de sprint aan. In de chaos denken zij het finishbord te passeren. Helaas vermeldde dat bord ‘FINISH’, met daaronder in kleine letters: ‘over 500 meter’. Van den Berg passeert uiteindelijk als eerste de eindstreep op perfect ijs en met lichte vorst.

Een bekende doorkomstplaats van de Elfstedentocht is Bartlehiem waar de schaatsers twee keer langskomen, de eerste keer op weg van Franeker naar Dokkum en de tweede keer weer terug in de richting van de finish in Leeuwarden. In 2005 werd bekend dat de Friese plaats Berlikum (Berltsum) ook stedelijke kenmerken heeft gehad, en daarmee de twaalfde Friese stad zou zijn. Dat leidde er echter niet toe dat de naam van de Elfstedentocht werd veranderd. Overigens rijden de schaatsers al langs Berlikum, over de Ried en het Berlikumerwijd tussen Franeker en Bartlehiem.

OOK DE NOTABELEN HALEN DE EINDSTREEP.

"Wij zijn bijzonder enthousiast over de tocht", aldus zeiden gisteravond minister S. L. Mansholt en mr. H. P. Linthorst Homan commissaris der Koningin in Friesland, toen zij om kwart over zeven als toerrijders het laatste Elfstedenstempeltje kwamen halen. Voor beiden was dit niet de Elfsteden-doop, want minister Mansholt heeft in 1942 de toertocht al uitgereden en de wedstrijd in 1933 en reed een deel van de tocht in 1942.

DE WINNAAR IS EEN FRIES!

Jeen van den Berg schrijft Elfstedentocht op zijn naam na een rommelig einde.

 

 

 

De drie snelste militairen van de Elfstedentocht van 1954, v.l.n.r. Minister Staf, soldaat P. Zwart uit Warga, korporaal M. E. Wijnhout uit Haarlemmermeer en de marechaussee 3e klasse H. M. Ottenschot uit Bentelo, werden gehuldigd door minister Staf van Defensie.

1956

14 februari 1956.
Matige vorst. Matige wind.
Slecht ijs.
259 wedstrijdrijders aan de start, 109 geklasseerd.
6.070 toerrijders, 4.739 volbracht.
Winnaar: Jeen Nauta uit Wartena, Jan van der Hoorn uit Ter Aar, Aad de Koning uit Purmerend, Maus Wijnhout uit Lisserbroek en Anton Verhoeven uit Dussen. (Niet erkend als winnaar.)

Vijf winnaars 1956 niet erkend.

Net als in 1933 en 1940 werd de Elfstedentocht gewonnen door meer dan één rijder. Dit keer weigerde de Vereniging deze collectieve zege te erkennen. Het waren Jeen Nauta, Maus Wijnhout, Aad de Koning, Anton Verhoeven en Jan van der Hoorn, die hand in hand de finish passeerden. Alhoewel Jeen van den Berg als zesde aankwam, werd hij niet uitgeroepen tot winnaar. Deze Elfstedentocht is daarom de enige zonder erkende winnaar.

Ondanks een recordopkomst van tour- en wedstrijdrijders, wordt de tocht op 14 februari 1956 overschaduwd door een anticlimax. De kopgroep besluit al bij Vrouwbuurtstermolen dat zij samen gaan finishen. Het bestuur is echter onverbiddelijk, zij hebben er geen wedstrijd van gemaakt en komen dan ook niet in aanmerking voor een prijs! De eerste vijf prijzen, J. Nauta uit Wartena, J. van der Hoorn uit Ter Aar, A. de Koning uit Purmerend, M. Wijnhout uit Lisserbroek en A. Verhoeven uit Dussen, worden ingehouden, de als zesde binnengekomen Jeen van den Berg houdt dus ook gewoon zijn zesde plaats. Op de wedstrijddag vroor het hard en het ijs was ontzettend hobbelig. In 8 uur en 46 minuten volbrachten de vijf eersten de tocht.

KOPGROEP VAN VIJF VERDEDIGT ZICH.

We hadden elkaar nodig, we moesten wel. IJS WAS TE ZWAAR.

"Wij zijn het met de beslissing van het Elfstedencomité niet eens. Wanneer we het in ons eentje hadden moeten doen, zouden we misschien de eindstreep nooit gehaald hebben. We hebben het "Voor wat hoort wat" laten prevaleren, elkaar op het laatste en zwaarste gedeelte van het traject, door om beurten de kop te nemen, zoveel mogelijk gesteund en daarom dan ook besloten gezamelijk door de finish te gaan".

Aldus kan het beste de mening van het uit Jeen Nauta, Aad de Koning, Maus Wijnhout, Jan van der Hoorn en Anton Verhoeven bestaande quintet, dat ex-equo eerste werd geklasseerd, doch niet in de prijzen viel, worden geformuleerd.

Ga er zelf maar eens aan staan, 200 km onder deze omstandigheden. Na Franeker was het ijs zó beroerd en ging het rijden tegen die sneeuwstorm in zó moeilijk, dat we toen al overkwamen, samen de laatste zware loodjes te verstouwen.

GEWONDEN IN HARLINGEN.

In Harlingen hebben honderden toerrijders de tocht moeten opgeven. Van dinsdagmiddag  3 uur tot des avonds 8 uur hadden treinen en bussen het er druk mee. De EHBO aldaar heeft aan meer dan 70 Elfstedentochters hulp moeten verlenen; daarbij waren ook ernstige gevallen.

Dr. Hersch uit Oegstgeest brak door een val zijn sleutelbeen, maar reed nog 60 km door en moest tenslotte in Harlingen toch opgeven. De heer F. Vulkers uit Hauwert in Noord-Holland reed reeds op de Ried bij Harlingen tegen een brug op en werd met zware hersenschudding opgenomen. De heer M. Wobma uit Harlingen viel bij Sloten, maar reed toch door. In zijn woonplaats aangekomen gaf hij op. Hij bleek eveneens een hersenschudding te hebben en ernstige verwondingen aan het hoofd.

Een vierde rijder, de heer A. de Vries, die op de Bolswardervaart kwam te vallen, bleek bevroren ogen te hebben. Hij was volkomen blind en werd in het ziekenhuis opgenomen.

 

"HET WORDT BAR EN BOOS"

 

        

      Elfstedentocht 1956.                                                          Stempelkaart 1956.

 

MET ZIJN ALLEN OVER DE STREEP.

Van links naar rechts Jeen Nauta, Maus Wijnholt, Anton Verhoeven, Jan van der Hoorn en Aad de Koning.

1963

18 januari 1963.
Strenge vorst. Stuifsneeuw. Storm. Verschrikkelijke omstandigheden.

Zeer slecht ijs.
568 wedstrijdrijders aan de start, 57 geklasseerd.
9.294 toerrijders, 69 volbracht.
Winnaar: Reinier Paping, uit Ommen.

Het stormde op 18 januari 1963, de koudste dag van de koudste winter van de vorige eeuw. Het vroor die avond zo'n achttien graden, wat met die ijskoude wind erbij een Siberische klimaat veroorzaakte. Van de 10.000 toerrijders haalden slechts 69 de eindstreep na een tocht van minimaal vijftien uur. Het is een wonder dat er die dag geen doden zijn gevallen.

Op 18 januari 1963 vond de twaalfde Elfstedentocht (of Alvestêdetocht zoals ze dat in Friesland zeggen) plaats. Dat was de verschrikkelijkste Elfstedentocht uit de geschiedenis. Velen zullen zich die tocht nog herinneren. Dat komt waarschijnlijk mede omdat daarvan voor het eerst live verslag van werd gedaan op radio en televisie. Daardoor kon iedereen in Nederland deze historische tocht direct meebeleven. Daarna duurde het ook nog eens 22 jaar voordat de volgende Elfstedentocht plaatsvond en dat zorgde ervoor dat de legende langdurig in stand te gehouden werd.

Maar dat is toch niet de enige reden. Het was ook werkelijk een barre tocht. In de nacht van 18 januari werden alle kouderecords gebroken en bij de start was het MIN 12 graden. En in de loop van de dag stak er ook nog eens een noordoosterstorm op. Dat maakte het dus eigenlijk onverantwoord om de tocht door te laten gaan.

Er speelden zich dramatische taferelen af. Er vonden vreselijke valpartijen plaats, mensen reden met hun hoofd tegen een brug omdat hun oogleden bevroren waren. Er waren veel gewonden doordat mensen hun benen, armen of zelfs hun bekken braken. Langs de route lagen de EHBO-posten en ziekenhuizen vol met gewonde mensen. Het leek wel een compleet slagveld en daar werd dus live verslag van gedaan op radio en televisie.

In Stavoren stapten vele duizenden mens af om de trein terug naar Leeuwarden te nemen. Omdat het aanbod van reizigers niet verwerkt kon worden werden extra bussen ingezet.

Hoe erg het geweest was bleek achteraf. Van de 9.294 toerrijders haalde maar 69 mensen de finish in Leeuwarden. Maar ook van de 568 wedstrijdrijders kwamen er slechts 58 aan. Dus van het total van 9.862 mensen die aan de tocht van zo'n 200 kilometer over het ijs begonnen kwamen er maar 127 aan. 

De held van dit alles werd de winnaar van de wedstrijdrijders, Reinier Paping. Er had zich een kopgroep gevormd waar Reinier Paping in zat, samen met Jeen van den Berg, Anton Verhoeven en Jan Uitham. Bij Witmarsum reed Paping echter weg bij deze kopgroep met nog bijna de helft van de wedstrijd voor de boeg en dat onder zulke barre omstandigheden. Dat stuk legde hij dus helemaal in z'n eentje af. Jeen van den Berg was sneeuwblind geworden en werd op sleeptouw genomen door Jan Uitham. Toen Reinier Paping na een tocht van 10 uur en 59 minuten arriveerde duurde het nog 22 minuten voordat nummer twee, Jan Uitham, arriveerde. Jeen van den Berg werd derde. Ook Anton Verhoeven was sneeuwblind geworden en wankelde als vierde over finish op de Grote Wielen in Leeuwarden.

Toen Paping arriveerde stonde er zoveel mensen op het ijs dat het nog even verkeerd dreigde te gaan. Er bestond gevaar dat men massaal door het ijs zou zakken en in het ijskoude water terecht zou komen. Om aan te geven wat voor een nationale gebeurtenis het was moet nog vermeld worden dat koningin Juliana met prinses Beatrix aanwezig was om de winnaar te feliciteren. Dat gebeurde in de EHBO tent bij de finish, nadat Paping eerst met een infrarood lamp een beetje ontdooid was. Prinses Beatrix was zo enthousiast dat ze maar bleef uitroepen: "Meneer Paping ik heb toch zo'n bewondering voor u".

Reinier Paping was 31 jaar toen hij de Elfstedentocht won. Na de huldiging ging hij met zijn vrouw naar Dedemsvaart waar ze door de fanfare werden opgewacht. Hij woonde diep in de bossen in Ommen in een in een zomerhuisje omdat hij in verband met de woningnood geen gewoon huis kon krijgen. Toen de pers de andere dag naar hem op zoek was en eindelijk het huisje gevonden had was hij niet thuis. Hij had tegen zijn vrouw gezegd:"Ik ga even in het bos voor een loopje. De spieren zijn nog wat stram".

Van zijn prestatie werd Paping niet rijk. Hij kreeg twee jaarkaarten voor de ijsbaan in Deventer, van de provincie Overijssel kreeg hij een zilveren sigarettendoos (voor een sportman ??) en een onbekende had hem in Ommen een tientje in de hand gedrukt.

Bij zijn eerste televisie-interview vertelde hij dat hij elke ochtend Brinta at. W.A. Scholten's Chemische Fabrieken (het latere Koninklijke Scholten Honig) nam contact met hem op en Paping werkte mee aan een reclamecampagne "Niemand de deur uit zonder Brinta". Daarvoor gebruikten ze een foto van Paping. De reclamecampagne was een succes en er werd meer Brinta verkocht. En wat kreeg Paping voor zijn medewerking aan de campagne ? Hij ontving 500 gulden, een aansteker (voor een sportman ??) en een föhn voor zijn vrouw.

Paping begon, vrijwel direct na zijn overwinning, een sportzaak in Zwolle die dank zij zijn naam goed liep. Pas na 22 jaar, in 1985, was er weer een Elfstedentocht. Evert van Bentum, die zijn eerst noren nog in de winkel van Paping gekocht had, won. Het jaar daarop werd er weer een Elfstedentocht gereden en weer won Van Bentum. Dat waren gouden winters voor de winkel van Paping. Het was in die winters hét adres waar je moest zijn om schaatsen te kopen en een goed advies te krijgen.

"DOE EEN LUIER OM TEGEN DE KOU"

Artsen waarschuwen rijders voor bevroren geslachtsdelen.

 

"IK GA WINNEN!"

   

 

KONINGIN VLUCHT MET PUBLIEK VAN FINISH, IJSVLOER BOOG SCHEUREND DOOR.

Koningin Juliana en prinses Beatrix van ijs gehaald tijdens finish wegens extreme drukte.

 

Tijdens de finish van de Elfstedentocht op de Groote Wielen van 18 januari 1963 ontsnapte Nederland aan een ramp van enorme omvang. Toen Reinier Paping iets voor half vijf zijn laatste meters schaatste, stroomde het ijs vol met toeschouwers. Ongeveer op hetzelfde moment parkeerde de koninklijke helikopter met koningin Juliana en haar dochter Beatrix op datzelfde ijs, wat een nieuwe golf enthousiasme en vooral mensen veroorzaakte. Het ijs bolde, er kwam water op en opeens kwamen honderden mensen, inclusief Paping en de koningin, in direct levensgevaar. Het water eronder was namelijk zo’n zes meter diep en een duik daarin betekende een bijna zekere dood.

 

REINIER PAPING WINT BARRE TOCHT.

 

Reinier Paping, wint na lange solorit.

 

Filmpje, De roemruchte barre Elfstedentocht van 1963.   WinMedia breed|smal

 

1985

21 februari 1985.
Lichte dooi. Weinig wind.

Vrij goed ijs, watervorming.
277 wedstrijdrijders aan de start, 224 geklasseerd.
16.000 toerrijders, 13.066 volbracht.
Winnaar: Evert van Benthem, uit St. Jansklooster.

 

WEL OF GEEN TOCHT NA 22 JAAR?

De ijsmeesters rekenen zich suf of er weer een Elfstedentocht mogelijk is.

 

Na de tocht van 1963 zullen we 22 jaar moeten wachten. In 1985 gebeurt het dan! 16179 tochtrijders en 276 deelnemers beginnen aan de Tocht der Tochten. Vier marathonrijders onderscheiden zich, Jan Kooiman, Jos Niesten, Henri Ruitenberg en Evert van Benthem. Al na ruim zes uur komen zij op de Bonke onder de rook van Leeuwarden. In een adembenemende eindsprint moet de tocht die in recordtijd is gereden, worden beslist.

De lichtvoetige Van Benthem legt zijn concurrenten in de luren. Met enkele decimeters voorsprong finisht hij als eerste voor Ruitenberg, Niesten en Kooiman.



Op 19 januari 1985 werd het ijs afgekeurd.

 

IEDEREEN WIL MEEDOEN.

 


Drukte in Leeuwarden.



Ook in Amsterdam zijn er lange rijen wachtenden.
 
 

Evert van Benthem wint zijn eerste Elfstedentocht.


 
   
 
Evert van Benthem heeft de eerste Elfstedentocht sinds 1963 gewonnen. Ook in 1986 eindigt hij als eerste. Jan Sipkema rechts van de winnaar Evert van Benthem.

 

  Een toerrijder kust de finish.

1986

Het weer, dat zo vaak voor verrassingen zorgt, doet dat een jaar later ook. Gunstige weersomstandigheden begeleidden de veertiende Elfstedentocht. Aandachttrekkende figuur is weer Evert van Benthem. Jan Kooiman is een geduchte concurrent.

Maar die laatste kan niet doen wat hij een jaar eerder deed. Rein Jonker en Robert Kamperman wel. Zij rijden in de frontlinie maar moeten in de finale buigen voor de ongenaakbare Van Benthem. Tot slot de klinkende cijfers van dit grootse festijn: er zijn 16999 deelnemers gestart, onder wie 862 vrouwen en 115 buitenlanders. Aan de wedstrijd deden 317 rijders mee en er konden bijna 15.000 kruisjes worden uitgereikt, 14989 om precies te zijn.....

EVERT VAN BENTHEM WINT OPNIEUW.

Voor de tweede opeenvolgende keer wint Evert van Benthem.

KROONPRINS GESIGNALEERD.

In het grootste geheim staat prins Willem-Alexander op het ijs.

En rijd ook de gehele toer uit, waar zijn trotse ouders hem staan op te wachten.

 

Willem Alexander nam in 1986 deel aan de Elfstedentocht als gevolg van een weddenschap met een paar medestudenten. Hij schreef zich in onder de schuilnaam 'Willem van Buren'. Later is hij nog vaker schaatsend in de publiciteit geweest. Met de meeste Olympisch goud winnaars heeft hij wel eens een rondje geschaatst.

    video willem-alexander-rijdt-de-elfstedentocht-1986

 

      

De deelnemers moesten eerst bijna twee kilometer hard lopen, voordat ze de schaatsen onder konden binden.     

 

De start.

De wedstrijdrijders holden over de kluunmatten.

 

Ook de wedstrijdrijders moesten een stempel halen.

 

Erik Hulzenbosch en Evert van Benthem.

    youtube

 

Niet de winnaars van de wedstrijd, wel de zege op het ijs..

1997

EINDELIJK WEER EEN ELFSTEDENTOCHT.

Voor de eerste keer sinds 1986 krijgen we weer een Elfstedentocht.

 

Friesland intens bedankt! De vijftiende Elfstedentocht werd er één van ongekend enthousiasme, van organisatorische perfectie en hartverwarmende topsport, waar heel Nederland trots op mag zijn.

De voorspelde poolkou weerhield onze schaatsprovincie er niet van om de Tocht der Tochten te voorzien van een feestdecor dat zijn weerga niet kende. Anderhalf miljoen toeschouwers zongen van 's ochtends vroeg tot middernacht het hart uit hun lijf bij het passeren van iedere rijder door één der elf fameuze steden. Friesland kreeg een half miljoen schaatsgekke 'Hollanders' op bezoek: er viel geen wanklank.

Met de majestueuze winnaar Henk Angenent in de hoofdrol en met al die vele duizenden toerrijders die de bittere koude de baas bleven, werd zaterdag 4 januari 1997 een dag om nooit meer te vergeten. Nederland was 24 uur lang Friesland. Vanmiddag om 12.19.18 uur ging hij op de Bonke bij Leeuwarden als magistrale winnaar van de vijftiende Elfstedentocht over de eindstreep. De 29 jarige spruitjes kweker uit Alphen aan de Rijn bleef op de meet de grote favoriet Erik Hulzebosch een metertje voor. Derde werd de Nederlands kampioen Bert Verduin en vierde werd Henk van Benthem. Als vijfde kwam Piet Kleine binnen. De gouden medaille winnaar tijdens de Winterspelen van 1976 dreigt echter gediskwalificeerd te worden. Kleine miste in Stavoren de stempelpost.

Evert van Benthem heeft een opvolger.

HENK ANGENENT VERSLAAT ALLE FAVORIETEN.

Uitslag Elfstedentocht.


1. Henk Angenent, 6.49.18 

2. Erik Hulzebosch, z.t. 

3. Bert Verduin, , +0.01 

4. Henk van Benthem,+0.03 

5. Arnold Stam, +0.49 

6. Ruud Borst,  +11. 04 

7. Hans Pieterse, z.t. 

8. Yep Kramer,  z.t. 

9. Willem Poelstra,  +12.00 

10. Fausto De Marreiros,  z.t. 

 

GEEN KRANS VOOR WINNARES.

Klasina Seinstra was de snelste vrouw van de dag, maar voor haar was er geen erekrans.

 

KOPGROEP 1997 PRAAT BIJ OP REÜNIE.

Reünie in Hindeloopen na precies tien jaar.

 

ERIK HULZEBOSCH WILDE OOK NAAR REÜNIE.

Nummer twee van 1997 voelt zich gepasseerd voor bijeenkomst.

 

PIET KLEINE WEIGERT ELFSTEDENKRUISJE.

Schaatser/postbode stuurt nagezonden kruisje meteen terug naar Leeuwarden.

Schaatser Piet Kleine, die in 1997 de stempelpost in Hindelopen miste, heeft zijn Elfstedenkruisje teruggestuurd naar Leeuwarden. Na afloop van zijn race werd hij gediskwalificeerd, maar uiteindelijk werd hem het kruisje toch opgestuurd. Tevergeefs, want voor Kleine - in het dagelijks leven postbode - hoefde het niet meer: "We hebben bij de post een stempel waar ‘retour afzender’ op staat, en die heb ik daar meteen op gedrukt."

 

DEZE EEUW MINDER KANS OP ELFSTEDENTOCHT.

KNMI voorspelt minder goede winters door klimaatwijziging

Toelichting bij figuur

Berekende relatieve kans op een potentiële Elfstedentocht (ijsdikte in Friesland > 15 cm) voor de 21e eeuw. De ondergrens van het IPCC komt overeen met een temperatuurstijging van 0 °C in 1990 tot 1,4 °C in 2100. Bij het midden scenario bedraagt de stijging 3,6 en bij bovengrens 5,8°C in 2100. Voor de berekening is aangenomen dat de temperatuurstijging tussen 1990 en 2100 lineair verloopt.

Home