|
De knaap was lang berucht
Voor het baasje dat gelijk
een vogel door de lucht
kon vliegen over 't ijs.
't Is Pier de ellef Steden
van Friesland, op een dag,
heeft in het rond gereden,
en nog zijn maal met vrede
at in den Oliekoek
te Bolsward in den stal,
bij Veltje van den Hoek.
|
1763
De tweede melding van een man die alle elf steden in één
dag wist te bezoeken komt uit 1763. In het boek
Historische Beschryvinge van Friesland staat te
lezen:
Zij hebben in 't algemeen den naam van groote
Schaatseryders te wezen, en het is zeker, dat een goede
Ryder op een dag wel driemaal verder ryden kan, als een
Paard zoude kunnen lopen op zyn hardst. Het is ook meer
als eens gebeurt dat goede Schaatse-ryders op een
winterse dag alle XI Steden van Friesland doorgereden en
gezien hebben; dog dan moeten ze nergens lang vertoeven
en 't Ys moet goed en sterk wezen.
1765
In de volgende winters blijven schaatsers het proberen,
wanneer het ijs dat toelaat. Zo ook twee jaar later, in
1765. In dat jaar wordt er in het boek De Honig Bije
opnieuw melding gemaakt van een Elfstedentochtschaatser:
Een hachje gelyk een Zwaluw door de lugt kon vliegen
over 't ys: 't is Pier die d'ellef Steden van Vriesland
op één dag heeft in het rond gereden.
1809
In 1809 lukt het Pals Andrise (Andries) en Pals Geerts
om de elf steden te bezoeken. In totaal deden zij er 14
uur en 30 minuten over. De mannen zijn de eerste
Elfsteden-rijders van wie de namen bekend zijn gebleven.
In 1844 stond er in de krant dat 3 Friese mannen in één
dag alle 11 steden langsgereden waren. Net als Pals
Andrise (Andries) en Pals Geerts deden zij er 14 uur en
30 minuten over.
De reisroute van Pals en Pals liep vanaf
Deersum-Leeuwarden en was vervolgens geheel gelijk als
aangegeven was door de "Frieschen IJsbond". Voornoemde
personen vertrokken 's morgens om 5½ uur, met goed
bereidbaar ijs, maar vrijwat wind; alle steden aandoende
arriveerden ze om zeven uur 's avonds te Sneek en
aangezien de reis bijna was volbracht, wenschte men nog
even te pleisteren bij Hospes Bouwe (later logement
Hoogerhuis).
Hier vond men een gezellige kring van burgers gezeten om
den haard, allen liefhebbers van schaatsenrijden. Toen
hun bekend werd, welken tocht deze personen hadden
gemaakt, werd hun ieder een halve liter boerekoffie door
het gezelschap verteerd; destijds een geliefde
volksdrank op het ijs. Boerekoffie werd samengesteld uit
bruinbier, wat brandewijn, notemuscaat en een paar
geklutste eieren en warm gepresenteerd; de vermaardheid
van elkele kasteleins in het maken van deze drank was
groot, zoodat er uren ver soms om werd gereden.
Na het gebruik der koffie arriveerden zij des avonds 8
uur weer in de plaats van vertrek. Niemand van dit
gezelschap had vroeger van zulk een tocht gehoord, en
allen beschouwden dien als eerste. De mededeeling werd
mij heden verstrekt door een zoon van laatsgenoemden
deelnemer, thans 94 jaar oud.
1848
In de opnieuw strenge winter van 1848, valt in de
Provinciale Friesche Courant te lezen:
Er bestaan voorzeker slechts weinige voorbeelden, dat
men op eene dag op schaatsen niet alleen alle Friese
steden bezoekt, maar ook op de plaats terug komt, van
waar men is uitgegaan. Dat zulks mogelijk is, is wederom
bewezen. Op den 22 Januarij l.l., des morgens 5 uur,
zijn namelijk van het dorp Huins uitgereden Douwe
Haantjes Joustra (31 jaar, koopman te Baard) en Klaas
Siemons de Jong (25 jaar en veehouder te Huins),
benevens nog twee andere reizigers.
Deze vier mannen wisten de tocht in een tijd van 15 uur
en 30 minuten af te leggen.
De Amsterdamsche Courant van 24 januari 1848 schreef
onder de kop Bladvulling:
Bij iedere hardrijderij op schaatsen, welke gedurende
dezen winter heeft plaatsgehad, hebben vele Vriezen
blijken gegeven, de aloude kunst van schaatsenrijden nog
niet verleerd te hebben, maar in vele opzigten in
snelheid met onze oude beroemde hardrijders te kunnen
wedijveren.
Snelheid en vlugheid, gepaard met kracht, in een
betrekkelijk kort tijdsverloop zamen vereenigd en
aangewend, mogen de vereischten zijn. om bij eene
hardrijderij als overwinnaar bekroond te worden; bij
sommige hunner, die deze gaven in volle mate bezitten,
ontbreekt echter wel eens iets, dat bij een langdurig
rit op schaatsen, een hoofdvereischte en ontbeerlijk is;
wij bedoelen het volhoudingsvermogen, waardoor men in
staat is, zich gedurende een groot tijdsverloop met
snelheid op schaatsen voort te bewegen. Er bestaan
voorzeker slechts weinig voorbeelden, dat men op éénen
dag op schaatsen niet alleen alle Vriesche steden
bezoekt, maar ook op de plaats terugkomt van waar men is
uitgegaan. Dat zulks mogelijk is, is onlangs wederom
bewezen. Op den 22 Januarij l.l., des morgens vijf uur,
zijn namelijk van het dorp Huins uitgereden, Douwe
Haantjes Joustra, woonachtig te Baard en Klaas Simons de
Jong, van Huins, benevens nog twee andere reizigers.
De reisroute, welke zij gevolgd hebben, was van Huins op
Leeuwarden en Dockum, toen terug op Leeuwarden, van daar
op Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindelopen, Workum,
Bolsward, Harlingen en verder op Franeker, alwaar zij
des avonds om half acht uur aankwamen, terwijl zij
eindelijk, ten negen uur, te Huins arriveerden; zoodat
zij in een tijdsverloop van zestien uren, al de steden
van Vriesland hebben bezocht. De betrekkelijke afstand,
welken zij hebben afgelegd, is nagenoeg 40 uren gaans,
zoodat zij gemiddeld een uur gaans in 24 minuten hebben
afgelegd.
De reizigers hadden in den morgen nogal te kampen met
harden tegenwind, maar gelukkig was het ijs, over het
geheel genomen, tamelijk goed en de wegen waren goed
gebaand. Twee der reizigers hebben evenwel dezen togt
niet geheel mede kunnen doen, uit hoofde zij eenig
beletsel aan hunne voeten kregen, zoodat zij genoodzaakt
geweest zijn, des nachts te Bolsward te verblijven;
Joustra en de Jong hebben echter het doel hunner reis
volbragt, zonder eenig letsel bekomen te hebben, en
daardoor getoond, dat de Vriezen niet alleen in snelheid
op schaatsen, maar ook in het volhoudingsvermogen,
voorzeker huns gelijken niet hebben.
De snelheid intusschen van 24 minuten in een uur levert
niets buitengewoons op, dewijl goede schaatsenrijders
afstanden van hoogstens 8 á 40 uren dikwijls in 15
minuten per uur afleggen, maar zulks voorzeker gedurende
16 uren niet kunnen volhouden. Als men daarbij in
aanmerking neemt, dat de krachten van een paard niet
verder gaan dan om dezen afstand van 40 uren gaans in
minstens twee dagen af te leggen, zoo moet men de kracht
en volharding van bovengemelde reizigers bewonderen.
1868
Bejaarde Friezen schaatsen langs alle elf steden.
In 1868 werd de Elfstedentocht al gereden door deze twee
bejaarde Friezen: de 65-jarige Sjoerd Sjoerds van der
Wey (links) op de afdruk en de 78-jarige Piet Dikhoff,
(rechts) vertrokken op 11 januari van dat jaar 's
ochtends om vier uur uit Bolsward en kwamen daar 's
avonds om zeven uur weer aan. Ze hadden in totaal drie
uur gerust.

1890
De winter van 1890 op 1891 was streng. Van november
tot januari waren alle binnenwateren in Nederland
bevroren. Ongelukken, vaak met dodelijke afloop,
waren aan de orde van de dag. Bijna dagelijks werd
melding gemaakt van aangetroffen bevroren lijken.
Vele honderden Friezen waagden een poging alle elf
steden te bezoeken. Indertijd waren er nog geen
stempelkaarten. Vaak werd ingetekend op een lijst
van een herbergier in elk van de elf steden als
bewijs van aflegging. Van de zusjes Lysbeth en Akke
Swierstra is bekend dat zij toen de eerste vrouwen
zijn geweest die de tocht hebben afgelegd. Ook
vermeldenswaardig is dat zeven broers uit het dorpje
Tirns allemaal op dezelfde dag de tocht wisten te
voltooien. Sporter, schilder, schrijver en
journalist Pim Mulier waagde op 2 januari ook een
poging.

Pim Mulier.
Pim Mulier in 1890.
Willem Johan Herman Mulier (spreek uit muuljee)
werd geboren op 10 maart 1865 op het landgoed Aylva
State in Witmarsum, als zoon van één van de laatste
grietmannen (regenten) in de provincie Friesland. In
1867 verhuist de familie Mulier naar Haarlem.
Het was te verwachten dat in dezen winter, nu alle
kanalen en vaarten in deze provincie evenzoovele
sterke ijsbanen zijn geworden, de eene of andere
koene schaatser zou opstaan om het traditionele
bezoek aan de elf Friesche steden op één dag te
brengen. De heer W. Mulier van Haarlem, geboren
Fries, 25 jaar oud, (...) heeft verleden zondag
genoemde taak met het beste gevolg volbracht. Hij
vertrok 's morgens 7 uur van hier en was 's avonds 8
uur terug. De rust, die hij zich hier en daar gunde,
vorderde tezamen 2 uren.
Op 21 december 1890 reed sportpionier Pim Mulier een
Elfstedentocht, in een tijd van 12 uur en 55
minuten, een record dat tot 1909 stand zou houden,
en waarbij hij als eerste in alle steden zijn
doorkomsttijden door een lokale autoriteit liet
paraferen. Met die tocht en het verhaal dat hij
erover schreef, legde Mulier de basis voor een
traditie, die een unieke plaats inneemt in de
Nederlandse cultuurgeschiedenis.
In 1934, bij het 25-jarig jubileum van de eerste
Elfstedentocht, keek Mulier op verzoek van het
Elfsteden bestuur terug op de droom die hem sinds
die 'zoo prettigen dag' voor ogen had gestaan.
Hij wil, zegt hij, 'de lust bevredigen die hem al zo
lang heeft geplaagd om den Elfstedentocht te
ondernemen en vooral om den tijd te verbeteren'.
Welnu, Pim Mulier heeft nog geen dertien uren nodig
om van Leeuwarden naar Leeuwarden te rijden en hij
zal altijd blijven denken dat er op het Elfstedenijs
nooit iemand sneller is geweest.
Maar wat veel belangrijker is? Dat de sportieve Pim
achttien jaar later, wanneer hij secretaris is van
de Nederlandsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding,
op een idee komt. Met de herinnering aan dit
schaatsavontuur in z'n achterhoofd, denkt hij aan de
mogelijkheid van een georganiseerde Elfstedentocht.
In plaats van de individuele Elfstedentochten, die
er al wie weet hoe lang zijn geweest, zou er eens
een gereglementeerd evenement moeten zijn. En geen
instantie zou dit beter dan de Friese ijsbond kunnen
organiseren.
De tocht inspireerde Mindert Hepkema tot het
bepleiten van een speciale vereniging voor de
Elfstedentocht. Om zeker te zijn van gunstige
ijsverhoudingen en voortaan zo mogelijk telkenjare
niet alleen een Elfstedentocht maar ook een
Elfstedenwedstrijd te kunnen organiseren. Zijn brief
had resultaat. Op 15 januari 1909 werd de Vereniging
De Friesche Elf Steden opgericht. Hepkema werd de
eerste voorzitter.
De Friesche IJsbond wilde het evenwel bij deze ene
keer laten. Maar Mr. Hepkema, advocaat te
Leeuwarden, was van mening dat deze vorm van
schaatssport levensvatbaar was. Hij achtte een
aparte organisatie daarbij van belang. Enkele dagen
daarna - op 15 januari 1909 - werd de Vereniging "De
Friesche Elf Steden" opgericht.
Het doel van de vereniging is het bevorderen van de
ijssport in de provincie Fryslân en in het bijzonder
het organiseren - zo mogelijk jaarlijks - van
Elfstedentochten op de schaats. Mr. Hepkema was de
eerste voorzitter.

Het controlepapiertje van Mulier's Elfstedentocht in
1890
Vooral in de beginjaren was het deelnemen aan de
Elfstedentocht niet van risico ontbloot, al was
het maar omdat zoiets als eerste hulp nog in een
beginstadium verkeerde en lang niet overal werd
geboden.
1891
Op 3 januari 1891 bestond er nog geen stempelkaart.

Sinds mensenheugenis hebben de Friezen het als een
grootse prestatie beschouwd om op één dag alle elf
steden van hun provincie schaatsend aan te doen. In
een tijd waarin men de paardenwagen en de trekschuit
kende als de snelste middelen van vervoer, kan het
zich verplaatsen over het ijs bovendien een sensatie
worden genoemd. Afstanden 'van vele uren gaans'
worden immers zomaar afgelegd. Al heel lang geldt
het als een bijzonder sportieve prestatie om op een
dag schaatsend alle elf Friese steden aan te doen:
een afstand van bijna 200 kilometer. De hoofdstad
van Fryslân, is vanouds de start- en finishplaats en
de deelnemers rijden vanuit Leeuwarden naar
achtereenvolgens Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren,
Hindelopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker,
Dokkum en weer Leeuwarden.
Maar zo'n Elfstedentocht kan alleen door de
allersterkste worden gemaakt. Hun namen worden van
generatie op generatie in de familiekring trots
doorverteld met de gereden tijden erbij: 'in slechts
zestien uren' of, hoe bestaat het 'in vijftien uur
precies'.
Soms komt de naam van zo'n krachtpatser in de krant
te staan, zoals die van de Leeuwarder kunstschilder
Willem Troost: hij volbrengt de tocht in 1862
helemaal alleen en staat daarvoor bijna een etmaal
(!) op de schaats.
Maar wat er in de lange en bar strenge winter van
1890 en 1891 gebeurt, is nog nooit vertoond.
Plotseling wordt het gewoon een rage om schaatsend
langs de elf steden te gaan. Tientallen, nee
honderden sterke kerels rijden de tocht of het niks
is. En wie toevallig om een hart versterkinkje
binnenvalt bij de kastelein Jan Heslinga in IJlst
kan daar zijn prestatie vereeuwigen door zijn naam
op een lijst te zetten. Zelfs blijken daar later ook
de namen van twee meisjes op te staan: de zusters
Lysbeth en Akke Swierstra mogen beschouwd worden als
de eerste representanten van het vrouwelijke
geslacht dat zich nu ook al stort in het grote
Elfsteden avontuur.

De afstanden van de Elfstedentocht.
| Leeuwarden
(start) |
Ljouwert |
0 |
| Sneek |
Snits |
22 |
| IJlst |
Drylts |
26 |
| Sloten |
Sleat |
40 |
| Stavoren |
Starum |
66 |
|
Hindeloopen |
Hylpen |
77 |
| Workum |
Warkum |
86 |
| Bolsward |
Boalsert |
99 |
| Harlingen |
Harns |
116 |
| Franeker |
Frjentsjer |
129 |
| Dokkum |
Dokkum |
174 |
| Leeuwarden
(finish) |
Ljouwert |
199 |
Bron: Wikipedia.
Oprichting Vereniging De Friesche Elf Steden.
De Elfstedentocht kent dus een wedstrijd en een
toertocht die beiden op dezelfde dag plaatsvinden.
De wedstrijd en toerrijders schaatsen exact dezelfde
route. Tot nu toe werden er 15 Elfstedentochten
gehouden; de eerste werd verreden in 1909 en de
voorlopig laatste in 1997. De winnaars op een
rijtje.
|
Jaar
|
Naam
|
Plaats
|
Gereden in
|
|
1909 |
M. Hoekstra |
Warga |
13.50 uur |
|
1912 |
C.C.J. de Koning |
Arnhem |
11.40 uur |
|
1917 |
C.C.J. de Koning |
Leur (NB) |
9.53 uur |
|
1929 |
K. Leemburg |
Leeuwarden |
11.09 uur |
|
1933 |
A. de Vries
S. Castelein |
Dronrijp
Wartena |
9.05 uur |
|
1940 |
A. Adema
D. van der Duim
C. Jongert
P. Keizer
S. Westra |
Franeker
Warga
Ilpendam
De Lier
Warmenhuizen |
11.30 uur |
|
1941 |
A. Adema |
Franeker |
9.19 uur |
|
1942 |
S. de Groot |
Weidum |
8.44 uur |
|
1947 |
J. van der Hoorn |
Ter Aar |
10.51 uur |
|
1954 |
J. van der Berg |
Nijbeets |
7.35 uur |
|
1956 |
geen prijs uitgereikt |
|
|
|
1963 |
R. Paping |
Ommen |
10.59 uur |
|
1985 |
E. van Benthem |
St. Jansklooster |
6.47 uur |
|
1986 |
E. van Benthem |
St. Jansklooster |
6.55 uur |
|
1997 |
H. Angenent |
Alphen aan de Rijn |
6.49 uur |