|
De Elfstedentocht "De tocht der Tochten".
DE ELFSTEDENTOCHT VAN 1940.
(Eersten: P. Keizer, A. Ademia. Sj. Westra, D. v. d. Duim
en C. Jongert in 11 uur en 30 minuten).

Elf-Steden Route.
Afstandswijzer.
Weer een goeie zes jaar later.
Eindelijk weer eens een Elfstedentocht!
De maand Januari van 1940 stond in het teeken van de
ijsvreugde! De Elfstedentocht zou aanvankelijk op 15 Januari
worden gehouden, doch moest daags te voren worden afgelast.
Maar op 30 Januari 1940 kon de Elfsteden-tocht toch gehouden
worden.
Daar was een geestdrift voor dezen Elfstedentocht in en
buiten Friesland ontwaakt,
die ongeveer te meten was toen in den vooravond meer dan
drie duizend inschrijvingen waren binnen gekomen!
Er was maar één ding dat
eenigszins de domper zette op die gezellige sfeer in de
eivolle hotels, waar over niets anders dan den op handen
zijnden Elfstedentocht werd gesproken: de dooi van dien
namiddag, die overigens des avonds weer in eenige graden
vorst was verkeerd. Zou Thialf dezen tocht zegenen, of al
die duizenden smadelijk teleurstellen?
Doch gelukkig! De vorst zette door en bij flink vriezend
weer vond de afrit plaats. Als eerste kwam een groep van
vijf rijders tegelijkertijd te Leeuwarden aan.
De uitslag luidde als volgt:
No.'s 1, 2, 3, 4 en 5 werden onderscheidenlijk: P. KEIZER te
Westland, A. ADEMA te Franeker, SJ. WESTRA te Warmenhuizen.
D. VAN DER DUIM te Warga en C. JONGERT te Alkmaar, aankomst
te Leeuwarden te 17.30; gereden tijd van alle vijf rijders
11 uur en 30 minuten.
Hier volge ons
ooggetuige-persverslag van dezen Elfstedentocht.
Nooit tevoren had de start een dergelijk enthousiast begin
gehad. Een aanstekelijke
geestdrift had zich van de talrijke deelnemers meester
gemaakt en allen stortten zich vanmorgen met vreugde in het
koude avontuur, dat den geheelen dag zal duren en voor de
allersnelsten toch nog op zijn minst tien uren van uiterste
inspanning zal vergen.
Het zou de moeite waard zijn
een beschrijving te geven van de costuums, waarin de
rijders aan den start verschenen. Mannen in witte truien en
warme overcoats met
motorkappen en sportkousen aan, verbeiden met ongeduld het
tijdstip van vertrek.
Verschillende deelnemers kwamen uit in een soort
alpenklimmersuitrusting. De militaire
kleedij bracht een fleurige noot in het geheel en herinnerde
er aan, dat ergens buiten onze grenzen een bloedig spel werd
gespeeld, waartegen dit ijscarnaval van de Oldehovestad wel
zonderling afstak.
In de "Harmonie" werd het
woord gevoerd door den heer Kingma, lid van het centraal
bestuur van de Elfstedenvereentging, die den deelnemers het
welkom toeriep en hun op het hart bond vooral voorzichtig te
zijn.
Toen zwaaide de heer Kingma op het podium met
zijn arm ten teeken, dat men zich voor het vertrek gereed
moest houden. Men drong naar de corridors, waar
de buitendeuren echter nog gesloten waren. Om vijf uur
gingen de deuren open
en de kudde drong naar buiten om vervolgens in groepen
uiteen te schuiven.
De wandeling van 20 minuten over den Harlingertrekweg werd
door sommigen
in racetempo genomen.

Een lange file deelnemers,
voorzien van de noodige uitrustingstukken, trok in de
vroegte naar de startbaan. Aan het 200 K.M. Lange traject
ging nog een kwartiertjes wandelen in kou en donker
vooraf...!
Het was een wel ongemeen gezicht al die bedrijvige en
nerveuze rijders bij den start te zien!
Deze maal geschiedde de start niet op het ijs. maar in een
drietal zalen. Eerst werd het sein van vertrek gegeven in de
"Harmonie", vanwaar de 900 deelnemers aan den wedstrijd
vertrokken. De tochtrijders startten in het Beursgebouw en
de derde groep, die der nakomers, vertrok van de Klanderij.
Hoeveel rijders in den vroegen morgen zich naar de
startplaatsen spoedden, valt met geen kans te raden. Als wij
zeggen dat 3000 deelnemers zich present hebben gemeld,
kunnen wij eenige honderden missen. Niemand weet het juiste
aantal, zelfs het Centraal Bestuur niet.
De heeren van de controle haalden de
schouders op en lieten dezen storm maar gelaten over zich
heengaan. Bij Schenkenschans was het haast-je-rep-je. Bij
electrische verlichting bonden de rijders de schaatsen onder
en als de wind spoedden zij zich daarop in het donker
vooruit.
Om 6.05 uur werd er aan den start afgeroepen, dat de eerste
rijder zich bij den controlepost te Sneek had aangemeld en
nog altijd kwam er een onafzienbare rij over de spoorbaan
naar de startplaats. Wij zagen ook vier rechercheurs en
agenten van de Hilversumsche politie; de heilige Hermandad
van Den Haag had vijf vertegenwoordigers gezonden. allen
mannen, die uit Friesland afkomstig of elkander niet
onbekend waren.

Aan de start op den kouden
morgen van 30 Jan. 1940. Snel opbinden - en dan de
duisternis in....!
Ja, ditmaal was de route naar
Sneek de polonaise.
Rijders van professie vingen niet aan, zonder die lange
sliert rijders met eenige beklemming te bekijken, want bij
hen rees de angstige vraag: hoe komen wij al die honderden
voorbij op de smalle Sneeker Trekvaart, op een baan van ten
hoogste 3 m. breedte? Het gedrang was er wat erg en stellig
zouden de puikjes onder de rijders vrijer ademen als zij op
de wijde meren waren aangekomen, waar volop ruimte voor
iederen rijder is, zelfs voor die, welke streken van 7 m.
plegen te maken voor zij op vol toerental loopen. Het
tooneel was vol, maar de danseurs en danseuses waren vol
goeden moed en al kwam er wat water op het ijs, het ballet
van den start was desalniettemin schoon en indrukwekkend.
Spookachtig vergleden de
schimmige figuren in den duisteren morgen. De meesten hadden
een lantaarn op de borst gespeld, want bijlichten voor
wakken en scheuren was wel noodig. Zoo snelde het legioen
der duizenden op de smalle ijzers over het ijs voort, met
een tocht van tweehonderd K.M. voor den boeg, zwarte
silhouetten tegen de blanke sneeuw, terwijl de twinkelende
lichtjes der zaklantaarns 't geheel iets fantastisch gaven.
Zoo ging het in de richting Sneek in vlotte vaart; ze hadden
den wind in den rug.
Groote aandacht was er voor de
twee oud-kampioenen van den Elfstedentocht, Coen de Koning
(prijswinnaar Elfstedentocht 1912 en 1917) en Karst Leemburg
(prijswinnaar 1929). Zij deden ditmaal mee aan den tocht,
niet aan den wedstrijd, en hadden zich voorgenomen deze
tezamen te volbrengen.
Rijdend door het prachtige winterlandschap zagen wij de
deelnemers en route. In den controlepost Sneek heerschte een
onbeschrijfelijke drukte. Deze post was gevestigd in een
groote garage, waar de controle uitstekend geregeld was.
Door de geluidversterkers klonk vroolijke muziek, terwijl de
talrijke deelnemers zich langs de tafeltjes bewogen om hun
controlekaart te doen afteekenen.

De oud-kampioen van den
Elfstedentocht, de heer Coen de Koning, nam ook deel aan den
tocht van Jan. 1940. 's Avonds te voren in zijn hotelkamer
te Leeuwarden, waar hij zijn Noren inspecteert.
De eerst aankomenden te Sneek
(ongeveer 24 K.M.) waren S. Dijkstra uit Cornjum en J. v. d.
Bij uit Anna Paulowna te 6.04 uur; C. Jongert uit Alkmaar.
G. Postma uit Leeuwarden en v. d. Zwaag uit Leeuwarden te
6.05 uur; A. Adema uit Franeker en Sjoerd Westra uit
Warmenhuizen om 6.09 uur.
Te IJlst wapperde de vlag van
den toren. Ook hier was het buitengewoon druk aan de
controle. Daarna ving de tocht over de meren aan in de
richting van Sloten. In de knusse stadsherberg meldde D. van
der Duim uit Warga zich om 1 minuut over 7 als eerste aan,
onmiddellijk gevolgd door Van der Heide uit Leeuwarden en
Keizer uit de Lier (Westland).
Steeds met den wind in den rug ging het via Balk naar
Stavoren over het Slotermeer, de Fluessen en de Morra, door
het wijde Friesche landschap, dat dik onder de sneeuw lag en
waar alleen het bruine riet een aanduiding vormde, waar de
meren gelegen waren en waar het land. En zoo bereikten de
rijders het belangrijke keerpunt Stavoren, want hier moesten
zij naar het Noorden.
In de Radboudstad had de baan
waarlangs de rijders binnen kwamen, een vroolijk aanzien. De
vlaggen waaiden wijd uit in den snerpenden wind. Vroeger dan
men verwacht had, meldden zich hier de eerste rijders. Tot
de eerstaankomenden behoorden te Stavoren: L. Geveke uit
Leeuwarden. A. Adama uit Franeker, D. v. d. Duim uit Warga,
Sjoerd Westra uit Warmenhuizen. Harm Friezema uit Harlingen
en S. Dijkstra uit Cornjum, allen te 8 uur; C. Jongert uit
Alkmaar en P. Keizer uit De Lier arriveerden te 8.02 uur.
Over het algemeen vond men het
ijs van de merenstreek niet erg best. Velen van de rijders
waren meermalen gevallen. Een jonge Hollander was tegen een
ander opgereden, waardoor hij kwam te vallen en een diepe
snijwonde boven het linkeroog opliep. Nochtans spoedde hij
zich, na door een politieagent te zijn verbonden verder.
Zijn bebloed gelaat trok in de gelagkamer onze aandacht.
Toen wij hem naar zijn val vroegen, lichtte hij den doek van
het voorhoofd waarna wij hem den raad gaven zich opnieuw te
laten verbinden, doch hij scheen zich den tijd daarvoor niet
te gunnen. Na snel iets te hebben gedronken, spoedde hij
zich heen en we zagen hem wegdringen door de eivolle zaal
voor het volgend traject.
De gelagkamer te Stavoren
gonsde als een bijenkorf. Onophoudelijk gingen de deuren
open en stortte zich een aantal nerveuze rijders met de
schaatsen nog ondergebonden in de zaal, luid vragend waar de
controle was. Deze school voortdurend weg achter een haag
van zich meldenden. Ongetwijfeld was het voor de controle te
Stavoren een moeilijk karwei al die popelende rijders direct
te helpen. Een der meest geagiteerde figuren was A. de Vries
van Dronrijp, de winnaar van den Elfstedentocht 1933. Te
Sneek en IJlst was hij nog niet in de voorhoede, maar over
de meren verbeterde hij zijn positie aanmerkelijk, zoodat
hij zich direct achter de voorhoede bevond.
"Ik ben er wel 200
voorbijgereden", riep De Vries uit. Hij scheen bezeten van
die ongewone geestdrift, die den mensch tot uiterste daden
in staat stelt.
"Denk eens om dezen De Vries," zeide ons een andere rijder,
"ik heb hem zien aankomen; het was geweldig."
Snel sloeg De Vries een glas limonade naar binnen en met
vonkende oog en verdween hij door de deur.
Aardig was het tafereeltje van
een vader, die zijn zoon te Stavoren opwachtte met een glas
heete melk. Toen deze later kwam dan verwacht was, was de
melk koud geworden en moest de vader andere consumptie laten
aanrukken.
Menig rijder zag zich aan de controlestations verwelkomd
door familieleden, hetgeen uiteraard een zeer goede tactiek
genoemd moet worden.
Te Stavoren meldde zich een luitenant, die ernstig op het
hoofd was gevallen. Door de persoonlijke tusschenkomst van
den burgemeester van Stavoren werd de dokter opgebeld. Men
vreesde n.l. voor een lichte hersenschudding. Gelukkig zagen
wij later den luitenant weer bijkomen. Wij spraken hem nog
even ...hij was van plan weer verder aan den tocht deel te
nemen.
Van Stavoren af begon het spel
eerst ernst te worden. Men kon het velen rijders aanzien,
dat zij niet geheel en al zeker waren van hun succes in den
namiddag.
Van Stavoren ging het naar Bolsward, over Hindeloopen en
Workum. Het tempo werd nu heel wat minder snel dan in de
vroege ochtenduren. Jongert, Westra en Adema arriveerden het
eerst te Bolsward, op den voet gevolgd door, Van der Duim en
Keizer, terwijl Geveke reeds tien minuten ten achter was
geraakt.

Elfstedentocht-stemming te Hindeloopen.
Via Harlingen werd, vrijwel
steeds tegen den wind in, Franeker bereikt en in dit stadje
vierde Adema, inwoner van Franeker, een triumph, omdat hij
zich als eerste aan de controle meldde.
Na Adema kwamen binnen: Van der Duim, Keizer, Jongert en
Westra, voor wie allen eenzelfde tijd werd genoteerd als
voor Adema. Een kwartier later kwam Dijkstra binnen met Van
der Bij.
In Franeker begon het zwaarste gedeelte van den tocht door
de Bildt-dorpen naar Dokkum, pal tegen den scherpen
Noordoostenwind in en bovendien op slecht ijs.

De
aankomst der eerste rijders in Dokkum.

Franeker
in spannende afwachting op de voorsten.

Pas
aangekomen deelnemers aan de controle te
Franeker.
Het moeilijke traject Harlingen-Franeker was het voorproefje
van het enorme stuk naar Dokkum, welk traject geheel bij
tegenwind moest gereden werden.
De controle te Dokkum verkeerde al vroeg in den morgen in
spanning. Van twee tot drie uur werden de eerste rijders
daar verwacht, maar het zou nog al wat later worden voor de
eerste zich aldaar meldde.
De belangstelling bereikte een
toppunt bij de finish te Leeuwarden aan den voet van de
Oldenhove. Duizenden stonden daar aan weerszijden van de
gracht en de politie had niet weinig moeite om de baan van
de opdringende menigte vrij te houden.
Omstreeks vier uur in den
namiddag werden de eersten te Leeuwarden verwacht. Tegen
half vijf ging er eindelijk een loopend gerucht door de
menigte en toen de eerste rijders zichtbaar werden, verbrak
de menigte de afzetting der agenten en in weinige
oogenblikken tijds werden de vijf eerst aankomende rijders
omstuwd door een menigte van naar schatting twee duizend
personen.
Aan de finish hadden wij
direct opgemerkt, dat Adema van Franeker een der eersten
was. Nauwelijks was een ploeg van vijf binnen of daar
ontstond krakeel over de vraag, wie van hen het eerste de
eindstreep was gepasseerd. Het waren: A. Adema van Franeker,
C. Jongert van Alkmaar, P. Keizer van De Lier, D. van der
Duim van Warga en S. Westra van Warmenhuizen.

De vijf
Elfsteden-wedstrijdrijders, die het eerst aankwamen. Van
links naar rechts: Adema
(Franeker ), Westra (Warmenhuizen), Jongert (Alkmaar), v. d.
Duim (Warga) en Keizer
(De Lier).
Terwijl het dispuut nog in
vollen gang was, werd het vijftal voor de microfoon gehaald,
waarbij Adema reeds dadelijk het recht van den
eerstaankomende voor zich opeischte. Doch toen mengde mr.
Hepkema zich in de kwestie en zeide, dat de eerst
aankomenden eerst maar eens mee moesten naar het paleis van
den Commissaris.

Mr. M. E.
HEPKEMA.
Aan het binnenkomen der
rijders kwam natuurlijk voorloopig geen einde. Telkens
arriveerden weer deelnemers. Sommigen waren uiterst vermoeid
en moesten bijna ondersteund worden, anderen waren nog
opgeruimd, maar toch waren de meesten zeer onder den indruk
van den zeer zwaren tocht.
De eerste wedstrijdrijders waren te 16.36 te Leeuwarden
aangekomen. Den heelen avond bleef het druk aan de finish.
Telkens klonk er gejuich op den wal als bij het licht der
lantaarns rijders uit de duisternis opdoken.
Omstreeks acht uur des avonds waren van de ruim drie duizend
deelnemers nog slechts 75 gearriveerd. De groote stroom
moest dus nog binnenkomen. Intusschen was de wind
opgestoken; door het waaien stoven de banen onder de sneeuw,
hetgeen velen rijders noodlottig werd. Hoe later en
donkerder het werd, hoe minder het mogelijk werd geacht, dat
de groote groep het eindpunt zou bereiken.
Op dat kritieke moment nam het
Centraal Bestuur een kloek besluit: de Elfstedentocht werd
voor beëindigd verklaard ten aanzien van die rijders, welke
Dokkum nog niet hadden bereikt en zich onderweg bevonden op
het traject Franeker-Barthlehiem-Dokkum. Voor deze rijders
werd Franeker het eindpunt.
Zij die via Dokkum nog tot Bartlehiem waren doorgeworsteld,
werden op de zuivelfabriek aldaar-waar de bekende Frico de
Elfstedentochters op warme frico en stukjes kaas onthaalde -
verder geholpen. De Frico-zuivelfabriek te Bartlehiem had
namelijk van het Centraal Bestuur der Elfstedenvereeniging
het verzoek gekregen, de controlekaarten der aangekomen
rijders van een stempel te voorzien, terwijl de directie
tevens alles in het werk stelde om de aangekomen rijders met
taxi's naar Leeuwarden te laten brengen.
Het Centraal Bestuur
reguireerde autobussen en zond deze naar Wier.
Vrouwenparochie, Finkum enz., teneinde de rijders op te
pikken.
Talloozen bevonden zich toen nog op de gladde ijzers en
worstelden - in pikkedonker - tegen den bar-koud en
Oostenwind op.
Van de ruim drie duizend rijders, die van start waren
gegaan, bereikten slechts 152 per schaats het eindstation
Leeuwarden, te weten 125 wedstrijdrijders, (onder wie, na de
eerste groep Adema c.s., de rijders S. Dijkstra, Cornjum, A.
de Vries, Giethoorn. L. Geveke, Leeuwarden en J. v. d. Bij
te Anna Paulowna) en 27 tochtrijders (onder wie H. J.
Kooistra, Jelle H. Kooistra - vader en zoon - en Sjoerdje
Faber, alle drie van Warga).

Sjoerdje Faber. (Warga, 6 mei 1915
– Oldeboorn, 29 oktober 1998) was een Nederlands
langeafstandsschaatsster. In de Elfstedentocht van 1940 was
ze de enige vrouw die de finish wist te bereiken.
Deze 152 rijders verwierven
het eerekruis van de Elfstedenvereeniging; het vijftal
winners kreeg de groote gouden medaille, de tweede groep (Dijkstra
c.s.) ontving de kleine gouden medaille.
Verder werd geschat, dat
ongeveer 1500 van de overige deelnemers, in aanmerking
kwamen voor een onderscheiding, en dat ongeveer 200 de
Elfstedenmedaille zouden verwerven.
Het valt licht te begrijpen, dat het Centraal Bestuur bij
het bepalen van wie wel en wie niet aanspraak op een
onderscheiding kon maken, voor een zeer moeilijke en
delicate zaak stond. Er werd besloten, dat aan hen, die
Franeker bereikten, doch niet tijdig in Wier waren
aangekomen, niet het eerekruis, maar de Elfstedenmedaille
zou worden uitgereikt.
Voorts werd besloten, dat
iedere prestatie in onderdeelen geboekstaafd zou worden ten
dienste van het archief der vereeniging. De conseguentie van
dit besluit was, dat het Centraal Bestuur een omvangrijk en
tijdroovend onderzoek instelde naar de prestatie van iederen
rijder, die te Franeker zijn kaart had laten afteekenen.
Aan de velen, die Franeker hadden bereikt, werden kaarten
gezonden met het verzoek de plaats in te vullen, waar zij
den tocht beëindigd hadden. Daarover verliepen maanden en
toen was het resultaat der enguête nog gering.
Want de meeste rijders -
vooral die in Holland hun domicilie hadden - waren uiteraard
zeer slecht bekend in Friesland, en zij hadden in de gegeven
omstandigheden ook niet gevraagd waar zij ongeveer van het
ijs waren gegaan.
Is het te verwonderen, dat er een hoop onjuiste en
twijfelachtige antwoorden binnenkwamen?
Natuurlijk moest ook rekening
worden gehouden met de menschelijke hebbelijkheid om eigen
prestatie zoo voordeelig mogelijk af te ronden en
diensvolgens een minder juiste opgave te doen.
Eindelijk - 't was intusschen Maart 1940 geworden - kon deze
enguête worden gesloten. Terwijl het Centraal Bestuur aan de
afdoening van het geval werkte, doemde het gerucht op, dat
enkele deelnemers zich over een gedeelte van het traject per
taxi hadden laten vervoeren.
Men stond toen voor het geval,
dat de onderscheiding in handen zou kunnen komen van
elfstedentochtrijders, die gedurende den tocht van een
onsportieve gezindheid hadden blijk
gegeven.
Toen besloot het Centraal Bestuur tot het instellen van een
tweede enguête.
Deze arbeid van voortgezette controle en recherche was bijna
afgeloopen, toen de oorlog uitbrak en het werk noodgedwongen
een paar maanden moest blijven liggen. Daarna heeft men in
den zomer van 1940 de dossiers opnieuw ter hand genomen,
maar ook nu ging er met de afwerking zooveel tijd heen, dat
eerst aan den vooravond van den laatsten Elfstedentocht (6
Febr. 1941) de
uitkomst van het onderzoek kon worden bekend gemaakt.
Op 5 Febr. 1941 werd de
volgende globale uitslag van den Elfstedentocht 1940 bekend
gemaakt:
125 deelnemers hebben den
wedstrijd uitgereden.
27 tochtrijders bereikten de finish te Leeuwarden.
10 deelnemers bereikten, via Dokkum, de zuivelfabriek te
Bartlehiem.
80 deelnemers beëindigden den tocht in Dokkum.
160 deelnemers strandden op de route Franeker-Dokkum in de
gastvrije zuivelfabriek te Bartlehiem.
650 deelnemers, komende van
Franeker, bleven wegens de sneeuwjacht steken in
Vrouwbuurtstermolen-De Zuidhoek en naaste omgeving.
175 deelnemers bereikten Wier; een aantal hunner arriveerde
aldaar omstreeks middernacht.
175 deelnemers strandden te Franeker.
(Hierbij was aangeteekend:
"De laatste groep zal de Elfstedenmedaille ontvangen,
terwijl aan de eersten het Elfstedenkruis is toegekend. Zij,
die thans weer meerijden, kunnen deze eereblijken in de
Harmonie persoonlijk in ontvangst nemen; aan de overigen zal
het eereteeken zoo spoedig mogelijk worden toegezonden").
Tenslotte nemen we de gereden
tijden van de eerste twintig aangekoomenen, die met de
(acht) prijzen gingen strijken, hieronder op.
 

Elfstedenrijders in actie,
ergens in Friesland.

Tocht 1940 - Kleine
gebeurtenissen onderweg...

Samenvatting van
verslagen.
1940
30 januari 1940.
Strenge vorst. Snijdende oostenwind. 's Middags
sneeuwjacht.
Zwaar ijs.
688 wedstrijdrijders aan de start, 40 geklasseerd.
2.746 toerrijders, 27 volbracht.
Winnaar: Auke Adema uit Franeker, Dirk van der Duim uit
Warga, Cor Jongert uit Maarssen, Piet Keyzer uit De Lier en
Sjouke Westra uit Warmenhuizen

PACT
VAN DOKKUM BRENGT VERWARRING.
De Elfstedentocht van 30 januari 1940 werd afgesloten met
het zogenaamde Pact van Dokkum. In deze Friese stad spraken
koplopers Auke Adema, Dirk van der Duim, Cor Jongert, Piet
Keijzer en Sjouke Westra met elkaar af om gezamenlijk de
finish in Leeuwarden te passeren. Desondanks eindigde de
wedstrijdrace in chaos en moest de politie zelfs ingrijpen,
omdat het ijs dreigde te bezwijken onder de massaal
toegestroomde toeschouwers.
Sjouke Westra won de zesde Elfstedentocht op 30 januari
1940. Deze overwinning moest hij delen met Auke Adema, Dirk
van der Duim, Cor Jongert en Piet Keyzer, omdat ze met zijn
vijven tegelijk over de streep kwamen. De vijf schaatsers
hadden in Dokkum afgesproken samen te zullen finishen, een
afspraak die later bekend bleef als het Pact van Dokkum.
Later werd de mogelijkheid om de winst van de Elfstedentocht
te delen met medeschaatsers verboden. Dit heeft eenmaal
geresulteerd in een tocht zonder winst. Op 14 februari 1956
gingen wederom vijf schaatsers gebroederlijk over de streep.
Ze werden later uit de uitslag geschrapt, hoewel er geen
nieuwe winnaar werd aangewezen.
De belangstelling voor de marathon neemt snel toe. Voor de
tocht van 1940 loopt het aantal deelnemers voor de eerste
maal in de duizenden: er zijn nu 2716 tochtrijders en 688
wedstrijdrijders.
Gruwelijke weersomstandigheden met onder meer een felle
vorst en snerpende sneeuwjachten slaan enorme gaten in het
deelnemersveld en alleen de sterkste blijven overeind en
kunnen schaatsend de finish bereiken: alle anderen komen
gemotoriseerd in Leeuwarden terug.
De ongekende verschrikkingen brengen de koplopers in de
wedstrijd tot het sluiten van 'het pact van Dokkum'. Op
handslag beloven zij elkaar gezamenlijk over de eindstreep
te zullen gaan.
Tot de stadsgracht in Leeuwarden blijven de vijf sterkste de
crack Cor Jongert, Piet Keijzer, Sjouke Westra, Auke Adema
en Dirk van der Duim broederlijk bij elkaar. Maar dan,
terwijl het gejuich van het publiek aan de voet van de oude
Oldehove aanzwelt, gaat Adema er plotseling vandoor en
spatten de vijf toch nog uiteen. Er ontstaat een chaotische
eindspurt die Piet Keijzer wint.
Veel geharrewar en veel gepraat na dit verrassende slot. Het
Elfsteden bestuur tenslotte zegt de gemaakte afspraak als
bindend te beschouwen. Alle rijders zijn dus winnaar en
allen krijgen de grote gouden medaille van de eerste prijs.
Eveneens goud is er voor Prins Bernhard maar dan als
toeschouwer.
Neen, dan Abe de Vries, Jan van der Bij, Sikke Dijkstra en
Lo Geveke. Deze tweede groep van vier doet wat de eerste
verzuimde en komt broederlijk naast elkander over de streep.
Strenge vorst en veel sneeuw op het ijs. Dat waren de
ingrediënten voor een zware tocht die uiteindelijk vijf
winnaars kent: A. Adema uit Franeker, D. v.d. Duim uit Warga,
C. Jongert uit Maarssen, P. Keizer uit De Lier en S. Westra
uit Warmenhuizen. Omdat de sneeuwhopen langs de route het
inhalen een moeilijke en hachelijke zaak maken, spreken de
vijf koplopers in een café in Dokkum af dat zij gezamenlijk
zullen finishen. Dit ‘Pact van Dokkum’, zoals het later werd
bestempeld, wordt ondanks een onverwachte sprint van Adema
in ere gehouden en inderdaad kent dit jaar vijf winnaars,
die de tocht reden in 11 uur en 30 minuten.
"HOOGHEID, HET WERD MIJ TE MACHTIG."
Leeuwarden, 30 Jan. _ Onmiddellijk nadat de vijf
eerstaankomenden van den Elfstedentocht de finish hadden
gepasseerd, heeft Z.K.H. Prins Bernard het vijftal bij zich
doen ontbieden op het prinsenhof, de woning van den
commissaris der Koningin. De prins complimenteerde de vijf
rijders met de verrichte prestatie en vroeg daarna met veel
belangstelling, of zij wel eens meer prijzen hadden
gewonnen. Jongert antwoordde op deze vraag. Hij vertelde
o.a., dat hij reeds driemaal den Elfstedentocht heeft
volbracht. -En wie van jullie heeft vandaag nu eigenlijk
gewonnen?, informeerde de prins glimlachend.
Het was Adema, die daarop direct het woord nam. -Hoogheid,
zoo zeide hij, wij hadden in Dokkum afgesproken naast elkaar
door de finish te gaan, maar kort voor de finish werd het
mij te machtig. Toen ben ik gaan spurten....
De prins lachte eens en het korte onderhoud was hiermede
beëindigd. Wij vernamen nog, dat, tijdens het bezoek van Z.
K. H. prins Bernard, het bestuur van de Elfstedenvereeniging
Zijne Koninklijke hoogheid een gouden kruis heeft
aangeboden.

Vijf van het Pact van Dokkum op bezoek bij Prins Bernhard.

Het plaatsje De Lier, loopt uit voor Piet Keyzer. Toen Piet
zijn vader om toestemming vroeg om mee te doen, sprak zijn
vader de woorden "Ik vind het wel goed, maar denk erom, Ik
heb liever dat mensen je zien staan dan liggen." Ook hadden
zijn zorgzame ouders hem bij zijn vertrek op het hart
gedrukt om genoeg brood voor onderweg mee te nemen, maar
Piet's antwoord was "Ik heb altijd gehoord, dat de Friezen
alleen een stuk worst meenemen en dat doe ik ook".
 
Op maandag 21 juli 2008 overleed Keyzer thuis in Leersum op
89-jarige leeftijd.
Later werd de mogelijkheid om de winst van de Elfstedentocht
te delen met medeschaatsers verboden. Dit heeft eenmaal
geresulteerd in een tocht zonder winst. Op 14 februari 1956
gingen wederom vijf schaatsers gebroederlijk over de streep.
Ze werden later uit de uitslag geschrapt, hoewel er geen
nieuwe winnaar werd aangewezen. Filmbeelden toonden in 2007
aan dat Keyzer toch als eerste over de finish was gekomen.
Piet Keyzer won de Elfstedentocht op 21 jarige leeftijd,
daarmee is hij altijd nog de jongste winnaar ooit.
Keyzer was in 1941 Nederlands Kampioen op de 5000 meter en
Nederlands Kampioen All Round in 1946. In 1943 reed hij een
Nederlands record op de 3000 meter.
Alhoewel de rijders niet tegelijkertijd over de eindstreep
kwamen, staan ze nu nog in de boeken als gezamenlijke
winnaar.
Keijzer heeft in al die jaren hierna volgehouden dat hij als
eerste over de finish is gekomen en daarom dus als enige
winnaar van die tocht moet worden onthouden. Tijdens 'De
Avond van de Elfstedentocht' in 2007 werd er een film
getoond waarin zijn gelijk werd bevestigd. Daarop is
duidelijk te zien dat Keijzer als eerste over de eindstreep
kwam en dus de enige winnaar is van de Elfstedentocht van
1940. Toenmalig voorzitter Henk Kroes van de
Elfsteden-vereniging wilde hieraan zijn vingers niet meer
branden, mede omdat de andere vier schaatsers al waren
overleden. Uiteindelijk is er afgesproken om de vijf
winnaars niet meer in alfabetische volgorde te noemen, maar
in volgorde van binnenkomst. En zo wordt Keijzer dus altijd
als eerste genoemd als het om de tocht van 1940 gaat.
De schaatser heeft trouwens nog iets anders op zijn naam
staan: omdat hij in pas 21 jaar oud was, was hij toen de
jongste winnaar ooit van een Elfstedentocht. En daarna is er
nooit meer een jongere winnaar geweest.
In 1946 schreef
Keijzer meer schaatsgeschiedenis als Nederlands kampioen
allround schaatsen. Hij werd daarmee de tweede
Elfsteden-winnaar die dit presteerde. Alleen Coen de Koning
(de winnaar van 1912 en 1917) had dat eerder al gedaan.

De Elfsteden-rijders worden de groote zaal van de 'Koornbeurs'
binnengeleid.

Auke Adema die de tocht won in 1940, overreikt zijn
schaatsen die op 30 januari braken bij Kimswerd aan
burgemeester Kruif, voor het schaatsmuseum.

De overhandiging van de medaille.

Auke Adema.
Elfstedentocht
(1940)
|