|
Energie...Leven...Vrijheid...
Sake Visser en
de Spaanse burgeroorlog, soldaat in Spanje.
|
1
| 2 |
3 |
4 |
5 |
We
moesten ons overgeven niet ver van Zaragoza.
We konden ook wel ophouden, want er begon al
een te huilen en.... als je dan een paar
doodschiet, dan knallen ze je helemaal af.
Je hebt altijd nog stille hoop, wat altijd
dom is, maar ja dat is met ieder mens zo.
Dat zie je met terroristen, die geven zich
over, terwijl ze weten dat ze niet meer
vrijkomen, dan kun je je beter doodvechten.
Maar toch doe je dat niet zo gauw, je hangt
toch aan het leven, en later denk je had ik
het maar niet gedaan, had ik me maar dood
gevochten...... Maar ja toen was het zover
en kwam er een melder, dat was allemaal
radio vanzelf. Want ze schreeuwden altijd,
dat ze tegen de Internationalen vochten,
maar ze hadden er nog nooit één gevangen,
dus moesten ze op het laatst gevangenen
hebben, zodoende hebben ze ons gevangen
genomen. Aan het Ebron-front ben ik gevangen
genomen. Toen we in mei 1938 gevangen
genomen waren, was het 'cota la capesca?' en
'fusillade'. Die Spaanse fascisten waren er
wat trots op, dat ze ons, Internationalen,
te pakken hadden. Het eerste wat ik dacht
was "als ik nou een klein muisje was kroop
ik weg, maar als ze me tegen de muur zetten,
gaat de vuist omhoog". Ik dacht later in
Holland komen ze er wel achter, als ze niks
meer van me horen, ik dacht het is maar
kort, klets, pats, en het is gebeurd.
Maar omdat je zo moe was, want let wel, als
ze je nu van huis afhalen, uit je bed
vandaan, en ze zetten je tegen de muur, dan
sta je er wel heel anders tegenover. Maar
als je zolang aan het front gelegen hebt,
doden en gewonden en al gezien hebt, dan
weet ik niet of je het dan niet anders
ervaart dan kort, klets, pats en het is
over. Maar ik ben blij dat ze het niet
deden, daar gaat het niet om. Later heb ik
ze wel vervloekt, dat ze 't niet gedaan
hebben, want die honger die we later leden,
dat was nog veel erger dan de dood. We
werden naar beneden gebracht, en alles werd
ons ontnomen. Daar kwamen we meer mensen
tegen, en werden we in een dorpje in een
schuurtje ondergebracht. De andere morgen
zijn we met een auto naar Zaragoza gegaan,
en van Zaragoza naar Belchite. Daar stond
een klooster waar we een jaar of anderhalf
jaar hebben gezeten. Het klooster was
helemaal stuk geschoten, en er zaten nog
nonnen in toen wij er waren. San Pedro de
Cadella heette dat, in Belchite. In juli
1942 zijn we vrijgelaten, dat is een heel
end hoor als je jong bent, honger en honger
en honger..... Ik heb twee jaar in een
steengroeve gewerkt, om het dorp weer op te
bouwen, Moesten we voor de stenen zorgen,
die uit de rotsen vandaan kwamen. Daar
vandaan zijn we naar Valencia gegaan, maar
je kreeg nooit geen eten, hé. Je had zo ʼn
honger, honger….

|
Belchite ligt ongeveer 40 km ten
zuidoosten van Zaragoza. In 1937 is om en rond het stadje hevig gevochten door
de Republikeinen en de Falange. Op 24 Augustus 1937 lanceerden de Republikeinen
hier een offensief. Het verzandde al snel in huis aan huis gevechten met als
resultaat 6000 doden en een Belchite dat geheel aan flarden geschoten werd. In
januari 1938 lanceerde Franco hier opnieuw een offensief, samen met de
Italianen, dat het front stabiliseerde. Na de burgeroorlog is besloten het
nieuwe Belchite maar naast het verwoeste dorp te bouwen. |

Soldaten Republikeinen rond Belchite.

Soldaten in Belchite.

Belchite.

Belchite.
Het Spaanse volk moest ook
honger lijden, want er was niks. Het land
was vernield door vier jaar burgeroorlog.
Men kan zich wel redden op het platteland,
maar in de steden zagen de mensen ook zwart
van de honger. En wij waren de laatsten, die
van dat kleine beetje wat kregen, je ging
dood van de honger, altijd maar honger. En
dan zo mager worden dat er ziektes kwamen.
Er zijn er verschillende gestorven in 't
kamp, ook Duitsers en Italianen. We hadden
nog wat Italianen bij ons, die in Frankrijk
gewerkt hadden, en Polen. Je krijgt in het
begin pijn in je maag, ik ben er in het
begin ook ziek geweest. En later werd je
maag verdoofd. Als je dan een beetje van die
warme soep krijgt, dan begint de honger
weer, vlieg je tegen de muren op van de
honger, dan wilde we de stenen wel opeten.
Af en toe kregen we een stukje brood. ‘s
Morgens had je niks, ging je op je nuchtere
maag met een beetje zwarte graankoffie –
werd van graan gemaakt - naar de
steengroeven, en dan moest je werken. Ik heb
wel gezegd: “we hebben het niet zo slecht
gehad als in Duitsland”. Want ik geloof, dat
ze ′t daar toen nog erger hebben gehad. We
werden ook steeds ondervraagd.
Er was een
Hollander, Alex heette hij, ik geloof dat
hij Witte Reus genoemd werd, en hij sprak
Spaans, Engels, Duits en Frans. Hij zat er
al gevangen toen wij daar aankwamen en hij
ondervroeg ons. De mishandelingen vielen
nog mee, we kregen wel een klap maar dat was
niet zo erg, maar ik geloof dat ze het voor
die tijd wel gedaan hebben aan 't front
zelf... snap je wel. Maar ik heb het niet
meegemaakt, hangt er ook van af door wie je
gevangen genomen werd natuurlijk. Maar wat
ik al zei, ze schreeuwden altijd over de
Internationalen, maar er zijn commissies
geweest die het onderzocht hebben. Die
zeiden, waar zijn ze dan, hebben jullie er
dan nooit een gevangen? Dus ze moesten op
het laatst levend bewijs hebben, dat er ook
Internationalen waren. Want ze wisten wel
dat die een grote rol speelden in de
burgeroorlog, de Internationale Brigades.
We
zijn toen ook getoond aan die commissies,
internationale commissies. Engeland deed dat
ook en er zijn Engelsen bij ons geweest, in
San Pedro. Dat was voor de wereldoorlog
uitbrak. We werden gefotografeerd en we
hebben gesproken met Engelsen van de
Internationale Commissie. Ze vroegen hoe we
behandeld werden, of wat we te eten hadden.
Toen vonden wij het nog niet zo slecht, het
werd veel slechter toen die grote oorlog uit
brak. Maar het werd ook al slechter toen die
Engelsen het land uit waren. Toen had je
helemaal geen rechten meer. In Miranda de
Ebro hebben we daarna een jaar gezeten en
daar kwamen er andere Nederlanders bij die
uit Holland gevlucht waren. Dat waren
meestal studenten en een enkele
zwarthandelaar.
In Miranda de Ebro was een
interneringskamp waar ook nog joodse jongens
waren uit België. Dat waren geen
internationalen, zij zaten er al voordat wij
kwamen. Zij waren er gekomen tussen 1940 en
1942 en kwamen uit Frankrijk vandaan. Wij
zaten steeds met hetzelfde ploegje. Maar we
zijn er in twee ploegen uit gekomen. Ik was
een van de eersten die daar uitkwam. Met een
stuk of drie Duitsers erbij, die Hollandse
namen hadden. Zij kwamen er zo uit. Op
Curaçao hebben ze toen hun namen opgegeven,
maar toen wilden ze naar Mexico toe. Die
hebben mazzel gehad dat ze Hollandse namen
hadden.
Maar daar kom je later achter, dat had je
allemaal kunnen doen, je had je wel als
Zuid-Afrikanen kunnen uitgeven. Want die
Spanjaarden wisten het toch niet, die kenden
alleen Spaans. Maar ik vond die
omstandigheden in het concentratiekamp
eigenlijk zo erg dat ik liever dood was
geweest. Vanwege de honger. Honger en kou,
dat heb je altijd als je ondervoed bent, dan
heb je het altijd koud. En in de zomer is
het te warm voor je, maar is het toch beter
uit te houden dan in de kou. Want in Aragon,
in Zaragoza, waar we ook zaten, daar ligt
sneeuw in de winter. En lopen de treinen
vast in de sneeuw. We hebben die treinen nog
helpen uitgraven.
Dan kreeg je een extra
schep voeding. De SDAP deed ook niet veel
voor de Internationale. Het waren een
heleboel links georiënteerde jongens en de
meesten waren werkloos. Er was geen
toekomst, net als nu. En je voelde je
antifascist. Want ik had ook met Duitse
emigranten contact, we wisten ook wel wat er
speelde. Het was onmogelijk om het niet te
weten. Het speelde zich af met de
zeesoldaten in de Duitse Concentratiekampen.
En dan de houding van de Nederlandse
overheid. Met joodse mensen ook. We hebben
gehoord over jongens die opgepakt werden in
Amsterdam en weer werden teruggestuurd,
terwijl ze wisten dat het hun dood zou
worden en toch deden ze dat, het was een
verschrikkelijk iets.
Er
waren verschillende politieke achtergronden
bij de verschillende brigadisten. De
Hollanders waren allemaal links
georiënteerd. En er waren mensen die geen
godsdienst hadden, humanistisch en
anarchistisch, van alles door elkaar. De
Brigade was niet alleen communistisch, zoals
het nu vaak wordt gezegd. Er was nooit
discussie in zo′n brigade over de
verschillende meningen. Je was er allemaal
om te winnen en fascisme te verslaan. In
Lemmer was iedereen onder de gewone mensen
ook aardig antifascistisch. Je dacht er niet
over om fascist te worden. Dat had je toch
niet geleerd en je had het gevoel dat het
iets verkeerds was.
In Lemmer waren er wel
een paar aanhangers van het fascisme, maar
niet de Lemsters zelf. Er zijn er misschien
wel geweest, maar ze hebben er nooit voor
uit durven komen. In Spanje werden we op de
hoogte gehouden van de politiek, je kreeg er
wel eens een Spaanse krant. Zelf kon ik die
niet lezen, maar we hadden er wel jongens
bij zitten die dat konden lezen. Met een van
hen heb ik later nog gevangen gezeten. De
vader van Seegers was gemeenteraadslid in
Amsterdam. Piet heette hij, en staat ook op
de foto, ik weet niet of hij daar gestorven
is, ik heb hem later nooit meer teruggezien.
Hij is weggegaan uit Canada en zou toen naar
Australië gaan of op de koopvaardij als
kanonier.
|
(Leendert Seegers is de vader van Piet Seegers. In 1931 werd hij lid van de
Provinciale Staten van Noord-Holland, wat hij tot de Duitse bezetting zou
blijven. In het verloop van de jaren dertig en tijdens de Duitse bezetting eiste
de strijd tegen het fascisme van het strijdbare gezin Seegers een zware tol.
Zijn vrouw en zijn twee zoons raakten betrokken bij de strijd tegen de
Franco-dictatuur in Spanje, zijn vrouw en hun oudste zoon later ook bij het
transport van illegaal drukwerk naar Duitsland. Eind 1940 werden deze beiden
gearresteerd. Seegers' vrouw overleed bij een proces in Hamburg, de oudste zoon
in een concentratiekamp. Seegers zelf werd in april 1941 bij een tramhalte in
Amsterdam gearresteerd. Via het concentratiekamp Amersfoort belandde hij in
Buchenwald, waar hij tot het eind van de oorlog verbleef. Hij kreeg een plaats
in de illegale internationale kampleiding van communisten en tegen het eind van
de oorlog ook in een nationaal comité. Namens dit comité ondertekende hij na de
bevrijding van Buchenwald een felicitatietelegram aan de jarige prinses Juliana).
|
Maar er was er wel een, en
die staat ook op de foto, Bennie Beuker
geloof ik, en hij is daar gestorven. En er
was een jongen bij ons die geestelijk ziek
werd, Deutekom was dat. Hij heeft zich later
in Engeland toen hij in dienst was door z’n
hoofd geschoten, het was hem teveel
geworden. Er was er nog een die Beuker
heette, 'Ben', een rauwe vent, ik geloof dat
hij een Duitse vader had. Hij kwam uit
Amsterdam vandaan Hij kreeg een
neusontsteking en is daar toen gestorven. Er
zijn een hoop overleden daar... Duitsers,
Italianen.
Er zijn vier Italianen overleden
en de oudere Duitsers allemaal. Dan kon je
merken dat je jonger was en je had altijd
vroeger goed gegeten, dat scheelt. Meer
uithoudingsvermogen om er tegen te vechten.
Ik werd evenzogoed ziek maar door andere
omstandigheden. Maar ik kwam er ook weer
boven op terwijl die andere allemaal
stierven aan tyfus. Ik was een keer gewond
geweest en aan het rechter oog was ik blind.
De oogzenuw die de foto van de pupil naar de
hersenen brengt, is uitgedroogd. Die tyfus
valt altijd aan op de zwakste plek, dus op
mijn rechter oog. Dat kwam door een
schampschot en het was dus erger dan ik
dacht. Ik kreeg daar direct nachtblindheid
overheen, maar dat is later weer goed
gekomen. Met het rechteroog zie ik niks
meer.
We
kregen geen krantjes van de Internatonale
Brigades. Je zat altijd op post te wachten,
en die kwam dan wel eens van familie en zo,
een brief of een ansichtkaart, en ook voor
die andere jongens, maar dan was er weer
eens eentje dood. Je had ook een Hollandse
krant die wel eens doorkwam. Ik weet nog
goed over de kwestie van het verse kadetje
dat in de Tweede Kamer speelde: of er voor
acht uur al vers brood verkocht mocht
worden. Over zoiets onbelangrijks werd
gepraat, terwijl de Duitsers aan de grens
stonden. We werden op de hoogte gehouden
doordat je af en toe wat hoorde, en je kreeg
het wel door wat er te doen was.
In het
Zuiden zijn we nooit geweest. Estramadura.
Daar zaten meer de Spanjaarden. We kregen
nooit iets te horen over anarchisten en
trotzkisten. Nee….ik geloof dat er een hoop
overdreven wordt hoor. Je had heel weinig
contact met anderen, bijna alleen maar
binnen je eigen groep. Als je in de nacht op
moest om af te lossen, dan zocht je maar een
kuiltje op de grond, dat was het makkelijkst
en dan hadden ze soms een deken
achtergelaten en dan nam je die er ook bij.
Soms had je zes dekens over je heen, zo
verrot koud was het. Maar ja dan had je met
die groep contact, en verderop, nee je wist
nog niet eens wie er lag zeg maar.
De
indeling van het front met mitrailleurs,
tanks en artillerie was langgerekt. We
kwamen alleen in contact met de mensen van
de infanterie en daar ging je ook mee om. En
als het Hollanders waren, spreek je
Hollands, en als het Duitsers waren,
proberen ze dat met jou. Want ik heb ook wel
gehad en toen kwam ik er ook gelukkig door:
moesten we helemaal naar voren toe en zat ik
in het Duitse bataljon. Een Kapitein, een
officier, en ik en nog twee anderen moesten
naar voren toe om alles te onderzoeken. Maar
het was zo stil allemaal en we hadden al
uren gelopen en het was ‘s nachts. Toen zei
de kapitein: we gaan hier weg. Ik vertrouw
het niet en wij weg. Inmiddels was het al
ochtend geworden.

We hadden een paar uur
gelopen en toen kwamen tanks aanrollen en
zagen we vliegtuigen van de fascisten. We
kwamen juist op een plek waar olijfbomen
groeiden en waar die vliegtuigen overheen
mitrailleerden. Dan waren ze doorgebroken.
Wij doorlopen en daar stonden wagens met
wijn en eten en sigaretten en drank. En die
ezels waren hard weggelopen, en de kerels
die bij die wagens hoorden, waren ook
allemaal weg. Toen zijn wij ook weggelopen
en met een man of zeven kwamen we vlakbij de
Ebro terecht. Zag je de fascisten rechts
beneden van ons. De brug over de Ebro was
nog intact, toen we er net overheen waren,
ging de brug de lucht in.
We hadden ook wel
zonder brug over kunnen steken hoor,
zwemmend als het moest. En zo gingen we maar
verder. En dan maar zien als je in een
plaats kwam of er een kantoor was of een
afdeling. Toen zeiden ze, neem de trein
maar, en dan moest je je daar weer melden.
Je bleef ook wel eens een dag weg, je dacht
krijg maar de hik, eerst maar eens om me
heen kijken. Daar werd niets van gezegd, als
je dan maar later daar naar toe kwam. Daar
was het weer verzamelen en dan had je weer
een zootje bij elkaar en dan was het maar
weer naar het front toe.
Het was heel anders
dan hier. Wij hoorden over anarchisten geen
verhalen, we hebben een keer bij ze gelegen,
bij die anarchisten, we zijn daar een week
geweest, dat was in Teruel. En toen moesten
we daar ook weer terugtrekken en werd er met
artillerie op ons geschoten. De bergen daar
hebben van die hele grote vlakten, daar ging
de artillerie op en dan vlogen ze weer
terug. We waadden door een klein riviertje
en meldden ons weer bij het hoofdkwartier.
Want dat stond er nog wel, het hoofdkwartier
van de hele Brigade. Daarna ging er maar
weer eens een aanval naar voren toe en
probeerden de anarchisten een spoorlijn weer
terug kregen. En wij zaten daarboven in de
bergen overheen te kijken en zagen ze naar
voren toe kruipen over de rails en werd er
geschoten met granaatvuur. Er bleef haast
niets meer over, van die hele anarchisten
niet, allemaal door dat spervuur. Toen heb
ik ze gezien, anders niet, dat heb je aan
die fronten.
Er
zaten ook dienstplichtige Spanjaarden, en
leerde je een klein beetje Spaans, vloeken
leerde je het eerste vanzelf: Caca la puta,
caca la leche, Maricon. Later leer je dingen
als Aqua is water en als het water koud is
of warm is: Aqua caliente en aqua frio
caliente is warm. Met de Spanjaarden kon je
een beetje Duits praten, met handen en
voeten en seinen ook. Je had er intelligente
jongens bij. Een Madrileen was altijd bij
ons maar die kwam uit een andere klasse
vandaan. Die waren meer ontwikkeld, ze
leren sneller wat. Het verschil is groot
tussen platteland en stad. Dat heb je hier
niet meer, dat was hier vroeger misschien
ook zo. Het gaf ook zeker problemen, ik heb
er wel eens moeilijkheden mee gehad. Met het
aflossen van de wacht ook wel. Dan moet je
voor de linies uit. Daar zijn loopgraven
gemaakt zodat je er voor kunt gaan liggen.
Veel controle was er niet door de officier,
dat was ook nog een Spaanse officier. Ik had
er verdomme wel twee uur gelegen en ik
verging zo van de kou, dat ik er wegging,
want ik wist welke vent mij moest aflossen,
dat was ook een Spanjaard. En vloeken en
schreeuwen en die officier erbij en dit en
dat. Ik met het geweer achter hem aan want
het was zijn schuld, je kon er maar een uur
liggen zo koud was het. Nou ja ik kon al
aardig vloeken en dreigen en het liep met
een sisser af trouwens. Maar die dingen
konden allemaal, dat kan je in het leger
niet doen een officier dreigen met een
geweer.
Ik
was heel opvliegend. Dat ben je allemaal
omdat je over je zenuwen bent. Dan
ontstonden er irritaties. De discipline in
de Internationale Brigade was wel erg, want
we waren ook wel eens andere tegengekomen,
die zaten allemaal in het strafbataljon. Die
moesten ‘s nachts loopgraven maken voor de
linies en overdag slapen en ‘s nachts weer
naar voren toe. In een strafbataljon waren
ook Hollanders, voor een bepaalde tijd, die
waren weggelopen of zoiets, maar
doodschieten deden ze niet direct. Nou ja,
ik ben ook wel eens fout geweest, maar ik
meldde mij altijd, dus ik heb er nooit last
van gehad. Wij hebben nooit deserteurs mee
gemaakt. We hebben wel meegemaakt, dan
hadden we de cavalerie achter ons, dat zo’n
jonge lichting Hollanders bij het front
wegliep als er ineens vuur kwam. Maar de
cavalerie ving die jonge soldaten op en
stuurde ze weer terug.Niemand van ons wist
wat oorlog was. Nu weet je het. Maar jullie
weten het nu ook.
Maar je kunt er geen voorstelling van geven.
Je hele leven verandert erdoor, als je dat
meegemaakt hebt. Je kijkt heel anders tegen
de dingen aan. Nu denk je, moet het nu
alweer, en dan hoop je dat het niet weer zo
zal gebeuren. Maar als je jong bent, trekt
soms ook het avontuur. Want hoeveel gaan er
niet vrijwillig. Bij mij zat er ook wel een
beetje gevoel voor avontuur achter, maar dit
was toch meer een politieke oorlog zal ik
maar zeggen. Zoals naar Indië gaan. Hoeveel
zijn niet vrijwillig naar Indië toegegaan.
Dat was heel iets anders, daar trok mij ook
meer het avontuur, zeg maar. Toen ik besloot
naar Spanje te gaan, dacht ik ook, als we
winnen dan blijf ik daar, een nieuw
vaderland, dan kom ik niet meer terug. Je
ging daar met een heel ander doel naar toe.
Niet dat ze je dan nodig hadden, maar
misschien had je dan een kans gehad om daar
te blijven.
Een nieuwe socialistische wereld
had je nog nooit meegemaakt, je wist niet
wat het was. Mijn vader wist alleen van mijn
vertrek, ik heb gezegd zo en zo... m′n
moeder heb ik het niet verteld. Want dan had
ze alles in het werk gezet om me thuis te
houden, maar m′n vader wist ′t wel en m′n
neef wist het. Toen ben ik met de laatste
boot gegaan Zondagsavonds ben ik hier
weggegaan om elf uur. Mijn vader was ook
links georiënteerd, allemaal in de familie.
Mijn neven zijn niet naar Spanje gegaan, die
waren getrouwd en zo.
Ze
hebben mij ook een niet-militaire baan
aangeboden, maar dat had ik niet gewild, ik
was weer overgegaan naar de Marine dan, maar
dat kon toen niet meer. Later hebben ze mij
gevraagd of ik sanitater wilde worden. Dat
is ook niet zo’n makkelijk baantje. Want
soms moet je de gewonden ook tussen de
linies vandaan halen. Het eerste wat ze
roepen is sanitater. En die het hardst
schreeuwden waren de lichtgewonden
natuurlijk. De zwaargewonden hoor je niet.
Die buikschoten met explosieven: klein
gaatje erin, groot gat eruit, die hoor je
niet. Die jongens zijn later ook overleden,
alles was kapot. Degenen die schreeuwen
hebben een schot door arm of been. Wij
schoten alleen met explosieven op de tanks,
daar had je aparte kogels voor, van die geel
geverfde. Die kon je in je geweer duwen, op
die pantserwagens schieten en die exploderen
dan. Maar die fascisten schoten er dus mee
op mensen.

Ticket Barcelona, van Sake.
| 1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
Home
|