|
Engelse aanval op 29 september 1799
Lemmer.


James Boorder; Among the operations on
shore in this quarter, the defence of Lemmer-town, West Friesland, which
had been intrusted to a detachment of seamen and marines, 157 in number,
under the command of Captain James Boorder, of the 16-gun brig-sloop
Espiegle, must not be passed over. On the 11th of October, at 5 a.m., an
advanced party of French and Batavians, consisting of one officer, one
sergeant, one. corporal, and 28 privates, attempted to storm the north
battery. The British soon got their opponents between two fires ; and
the seamen, armed with their pikes, so effectually surrounded them, that
they instantly laid down their arms, with the loss of two privates
killed.
Engelsen beschieten en bezetten Lemmer
1799, de in Lemmer wonende Poppe Jans Poppes heeft een verslag van die
gebeurtenissen geschreven.
In 1799 landden Britse troepen in Lemmer. Er was oorlog tussen
Groot-Brittannië en Frankrijk en daar kreeg de Republiek ook mee te
maken. Engelse oorlogsschepen voeren de Zuiderzee op. De steden
Enkhuizen, Medemblik en Stavoren werden bezet. Spoedig daarna kon men in
Lemmer de forse oorlogsschepen zien naderen. Het Lemster beurtschip,
waarmee de ondernemende Poppe Jans menige tocht naar Amsterdam had
gemaakt, werd bij Urk overmeesterd. De passagiers werden naar Stavoren
gebracht. Op 24 september verschenen twee Engelse oorlogsschepen voor de
haven van Lemmer. Kapitein James Boorder ging in een sloep - onder
dekking van een witte vlag - aan wal om de bestuurders te ontmoeten. Een
opstekende storm noodzaakte hem de nacht in herberg De Wildeman door te
brengen. Drie dagen later keerde hij terug en eiste Lemmer voor de
Engelsen op, met inbegrip van alle geladen schepen. Bij weigering zou
heel Lemmer aan stukken worden geschoten.
Lemmer wees onvervaard de eis af. Het had inmiddels versterking gekregen
van 500 gewapende boeren uit Het Bildt, die veldgeschut met zich
meebrachten. Maar tegen de beschieting met Engelse veertien-, zestien-
en achttienponds kogels was het dorp niet bestand. Anderhalf uur nadat
de aanval was ingezet stak men op de kerktoren de vlag uit als teken van
overgave. Op verschillende plaatsen in Friesland riepen Patriotten
burgers en soldaten op om Lemmer te bevrijden. Op 7 oktober waren er nog
260 soldaten en mariniers in het dorp. Om een aanval te water te
voorkomen werden de vaarwaters met kettingen afgesloten.

Meer bladen van Poppe Jans Poppes.

Op 23 september 1799 werd in opdracht van
de Engelsen de vlag van de Oranjes gehesen op de toren van Stavoren.
In de laatste jaren van de 18e eeuw was de fut er uit in Nederland. Er
heerste grote ontevredenheid over het Rijksregeer, mede als gevolg van
de twee oorlogen met Engeland, waarvan vooral onze scheepvaart op de
Oostzee en naar Frankrijk te lijden had. Het gevolg was veel
werkloosheid en armoede.
Dit bracht grote bitterheid en opstandigheid met zich mee. Enerzijds
lonkte een deel van de Nederlandse bevolking naar Frankrijk, waar een
revolutie onder de leuze: "Vrijheid gelijkheid en broederschap" tot
uitbarsting was gekomen, anderzijds zwoer men trouw aan het
stadhouderlijk gezag. Deze twee stromingen zaaiden tweedracht, aan de
ene kant de patriotten, die de Fransrevolutie ook hier propageerden, en
aan de andere kant de Prinsgezinden, die in die benarde jaren hulp van
het stadhouderlijk gezag verwacht hebben.
Deze troebelen onder eigen bevolking hadden tot gevolg, dat Stadhouder
Willem V, wiens sympathie uitging naar Engeland, in die jaren steun
ontving door het optreden van de Engelse vloot voor de kust van
Noord-Holland met landingen bij Bergen en Callandsoog. Een en ander had
tot gevolg, dat de vloot ook de Zuiderzee invoer en o.m. voor Lemmer
kwam. Dat was in de laatste dagen van september 1799. Men ankerde op een
afstand van ongeveer anderhalve mijl van de haven en hier kon men
opmerken, dat er aanstalten werden gemaakt voor een aanval. Van deze
aanval is een dagboek bewaard gebleven, geschreven door de zakenman
Poppe Jans Poppes ( zie boven), die wekelijks met de Lemster beurtman
van en naar Amsterdam reisde. Zonder dit dagboek zou de gehele,aanval
waarschijnlijk al vergeten zijn, omdat de leerboeken voor geschiedenis
hiervan geen melding maken en misschien een weergave alleen te vinden
zal zijn in een krijgskundig archief. Deze aanval op Lemmer is in 1970
van 10 -12 juli hier herdacht door de Stichting van Ronde en
Platbodemjachten met medewerking van de plaatselijke zeilvereniging.
Er is toen een waterspel opgevoerd, waarmee de aanval van 1799 werd
weergegeven naast andere partijen zoals admiraal en hardzeilen. Deze
spelen voor en in Lemmer liggen nog in het geheugen, daarom zullen we
ons verder bepalen tot het bovengenoemde dagboek, waaruit we enkele
gebeurtenissen zullen weergeven, die direct op onze plaats betrekking
hebben.

Erfstadhouder Willem V ( 58 jaar
geworden )
geboren op 8 maart 1748, overleden 9 april 1806
|
Dit ter inleiding van
het nu volgende.
Op zondag 21 september
reisde Poppes van Amsterdam naar Lemmer, met de Lemster
beurtman en zeilden 's nachts door de Nagel, eertijds
het water tussen Urk en Schokland. Toen zagen zij bij
lichte maan onder Urk Engelse schepen, zij kwamen echter
zonder moeilijkheden, Ook in Lemmer waren deze schepen
op grote afstand opgemerkt, terwijl 's zondags uit de
richting Enkhuizen zwaar geweervuur was gehoord, hetgeen
de mensen uit de kerk had doen lopen. Na mijn
thuiskomst, vernam ik, aldus Poppes, dat er een Engelse
sloep met acht man door de harde wind van een der
schepen was afgeraakt en uit nood de haven was
ingekomen. Deze mensen werden krijgsgevangen gemaakt en
naar Leeuwarden overgebracht.
Dinsdag 24 september
werden tussen Urk en Schokland meerdere schepen uit
Holland komede, door de Engelsen genomen, waaronder een
Lemster beurtman. De passagiers van deze beurtman werden
kort daarna in vrijheid gesteld en op 27 september in
Staveren aan wal gezet.
Alleen een vertegenwoordiger werd naar het admiraalschip
onder Enkhuizen gebracht.
Op diezelfde dag kwam een sloep met witte vlag, waarin
de commandant James Boorder zich bevond, met enige
matrozen naar de Lemmer afzeilen. De kapitein werd, na
op het eind van de haven op een ander schip te zijn
overgestapt, na verloop van een uur geblinddoekt en
naar, "De Wildeman" geleid, waar naast een luitenant met
35 man militairen, ook de Raad van de gemeente zich
bevond, in wiens tegenwoordigheid enige vragen werden
gesteld. De plaats werd toen echter niet opgeëist.
Wegens het onstuimige weer
moesten de Engelsen tot de andere dag in Lemmer blijven.
Dit onderhoud en het daarop gevolgde verblijf had
allerlei geruchten tot gevolg, waarop een bezetting van
500 gewapende burgers en Biltboeren het gevolg was. Deze
vonden bij de burgerij inkwartiering en zouden in nood
onze plaats tegen iedere aanval verdedigen. De volgende
dag, 26 september, werd over en weer uit sloepen
geschoten en de dag daarop werden zeven engelse schepen
gezien. 's Zaterdagsmorgens kwamen vier daarvan dicht
voor de haven, waarop 's morgens om acht uur een bemande
sloep met witte vlag en dezelfde kapitein, voorzien van
Oranje, de haven in kwam. Bij het gevolgde onderhoud
werd de plaats binnen één uur opgeëist met alle geladen
schepen, die in menigte in de haven lagen. Bij niet
voldoen dreigde hij de plaats in puin te schieten.
Na vertrek is nog uitstel gevraagd voor 24 uur. Hierop
vertrokken alle ingezetenen naar elders en werden alle
weerbare mannen opgeroepen in 't geweer, waartoe
veertien alarmtroepen door het dorp gingen. Omstreeks
half elf werd het eerste schot gelost, waardoor een
inwoner een been werd afgeschoten. Korte tijd na het
eerste schot werd een geweldig vuur gegeven met, 14, 16
en 18 ponds kogels. Veel schade heeft dit niet
aangebracht. De eigen gewapende macht was door de
beschieting zo in de war, dat ze zich spoedig van de
haven en omgeving terug trok en de vlucht nam. Om 12 uur
werd de vlag voor de overgave op de toren gehesen.
Daarop kwamen de Engelsen aan wal, getooid met oranje,
welk voorbeeld door de ingezetenen werd gevolgd.

De Engelse vlag werd op
het Hoofd geplaatst en de oranjevlag op de toren. Door
de beschieting waren er een paar gewonden. Iedereen borg
zich waar hij het veilig oordeelde. Ik bleef in ons
eigen huis, omdat ik mij geen veiliger plaats kon
indenken, omdat de kogels er vanwege de stand niet veel
schade konden aanrichten, zoals naderhand is gebleken,
omdat het geheel onbeschadigd bleef. De stenen van de
schoorstenen van andere huizen vlogen echter wel door de
straat. het was spoedig gedaan met de verdediging van
onze kant; er werden maar vier of vijf schoten gelost.
Verwarring en vrees onder de gewapende manschappen
bracht hen er spoedig toe zich terug te trekken en te
vluchten. Daarbij vielen gewonden, onder wie de
president van de raad der gemeente, Kerst D. Fortuin,
die op straat was gegaan om commandant Van Grutten op te
zoeken en met hem te bespreken wat er in deze kritieke
en hachelijke omstandigheden moest worden gedaan. Hij
was genoodzaakt zich op straat te begeven en kwam bij
mij aan huis en ze: "Mijn arm is aan stukken" Dus moest
er een dokter komen, maar niemand had zin om door de
straat naar de dokter te gaan, hoe wel er verscheidene
bij mij binnen waren. Ik heb hem op onze stoep achter
het huis op kussens gelegd en hem wat verfrissing
gebracht. Hij was genoodzaakt daar zo lang te blijven
tot de kanonnade ophield. Dat gebeurde onmiddellijk
nadat de vlag op bevel van commandant Van Grutten van de
toren wapperde. Al wie hier gewapend was redde zich door
de vlucht. De Engelsen kwamen spoedig aan wal, allen
getooid met oranje. Dat werd weldra door de ingezetenen
nagevolgd. Ze lieten dadelijk na de aankomst de Engelse
vlag van het havenhoofd en een oranjevlag van de toren
waaien.
De Engelse commandant
verklaarde de Raad der gemeente vervallen van zijn taak,
doch beval deze te blijven, zulks in naam van Z.M. de
Koning van Engeland en de Prins van Oranje.
Zondag 29 september kwam er van de kant van Tacozijl een
aantal manschappen te paard, die met de witte vlag aan
een stok de plaats kwamen inrijden, de Lemmer opeisten
en de Engelse bezetting daarvoor twee uur de tijd gaven.
De Engelse commandant zeide geen beraad nodig te hebben.
Hij vertrok direct en stelde zijn schepen op. Deze
gedreigde aanval gaf bij de ingezetenen grote
consternatie en velen namen de wijk buiten Lemmer.
"Thuis gekomen hoorde ik, dat bij trommelslag op order
van de Engelse commandant bekend gemaakt was, dat alle
weerbare mannen tot de oranjepartij behorende werden
opgeroepen voor de Rechtkamer te verschijnen. Zij die
niet verschenen, zouden worden aangemerkt als vijanden
van het vaderland."
De heer Poppes werd opgeroepen met nog een tweetal
vooraanstaande burgers de zaken der gemeente te regelen.
De Engelse commandant vorderde na de overgave van Lemmer
alles wat hij nodig had, o.a. ankers en touwen voor zijn
schepen, vee om aan de vloot die op de rede voor
Enkhuizen lag, te leveren naast mondbehoeften. Enkele
schepen werden in beslag genomen, van geschut voorzien
om binnenlands gebruikt te worden. Ook alle paarden, die
bij de hand waren, geraakten mede in het bezit van de
Engelsen.
In de avond van 1 oktober werd bij gerucht vernomen, dat
er van de kant van Follega duizend gewapende mannen in
aantocht waren, hetgeen weer de nodige consternatie
teweeg bracht, temeer toen van de kant van de Engelse
commandant iedereen bevel kreeg de straatstenen op de
Nieuwburen op te breken. Het gerucht had echter geen
gevolgen.
De daarop volgende dag werd op order omgeroepen, dat
niemand ongewapend zijnde zich na 8 uur zonder brandende
lantaarn op straat.
Op vrijdag 4 oktober kwam
er tijding van de admiraal, dat Alkmaar zich aan de
Engelsen had overgegeven. 5 en 6 oktober gingen in
Lemmer rustig voorbij. Maandag 7 oktober werd de
plaatselijke bezetting met circa 60 man engelse matrozen
versterkt. Ook was er een ingenieur aangekomen, die na
de plaatselijke situatie te hebben opgenomen, opdracht
gaf te fortificeren.
Tevens werden alle vaarwaters met kettingen afgesloten,
zodat de Engelsen zeer actief waren om degenen die tegen
hen kwamen opzetten, af te weren, waarin ze vrijwel
slaagden. Er zijn pogingen gedaan van de kant van de
Zijlroede, van Follega en de Kuinder om Lemmer te
ontzetten, doch geen van allen had noemenswaardig
succes.
De ongerustheid onder de ingezetenen nam echter met de
dag toe, want de Engelsen kregen geen versterking en als
zij zich zouden terugtrekken op hun schepen, zouden de
inkomende Bataven wreed wezen, zoals bleek, toen ze als
vrienden werden ingeroepen.
De heer Poepjes werd met enkele anderen geroepen ter
assistentie van de Raad om vier vooraanstaande
Patriotten te noemen om deze te gijzelen, zulks om
kontakten met buiten Lemmer liggende machten te breken.
Eenparig werd echter besloten de commandant te laten
weten, dat geen der opgeroepenen daartoe bereid was,
waarop hij na overleg zich niet overhalen, van deze
maatregel af te zien. Intussen gebeurden buiten ons om
minder aangename dingen. Er werden enkele ingezetenen
gearresteerd en naar de, Engelse schepen gebracht, omdat
vermoed werd dat ze briefwisseling onderhielden naar
buiten. Ook werden geladen schepen en daarnaast koffen
en smakken, die in de haven lagen, naar Enkhuizen
gezonden, doch zij kwamen in Den Helder terecht.
Turfland 1. In
het verleden was dit de woning van de eigenaar van
de scheepswerf ernaast. De scheepswerf is weg, maar
twee kanonskogels in de gevel zijn er nog. Dit zijn
Engelse kogels van een aanval in 1799.
Koop Gaastra
uit Lemmer die het pand bewoonde borstelt hier
één van de twee kanonskogels af die in de muur
van zijn woning zijn ingemetseld. De 18 ponders
herinneren aan de beschieting van de Engelse
oorlogschepen die Lemmer in 1799 onder vuur
namen.
Later zijn deze
allen met op zee genomen schepen weer vrij
gegeven. Ook werden weer koeien en schapen
gevorderd en schepen, om zo het heette, verse
troepen te halen.
Wij hebben de commandant echter kunnen
overtuigen dat er met het zeilklaar maken van
deze smakken en koffen minstens 14 dagen zouden
zijn gemoeid, waarop hij ook van deze vordering
afzag.
Gezien de haast die gemaakt werd gaf een en
ander aanleiding om te denken, dat er iets
gaande was. Na een overleg diezelfde avond 12
oktober met de commandant, waarbij hij grote
haast aan de dag legde, bleek kort daarop, dat
haar vertreknabij was. 's Avonds om 11 uur bleek
de inscheping het geschut werd vernageld, de
grote Zijlsbrug opgehaald en verliet de bezetter
circa 12 uur in alle stilte onze plaats.
De uitgeweken Bataven, die nu weer stonden in te
komen, daarvan was bij velen geen gunstige dunk.
Verscheidene namen overhaast en onberaden het
besluit tot vertrek en lieten zich inschepen
naar Urk. De Engelse commandant liet een
schrijven achter van de volgende inhoud: "dat
hij de Lemmer niet verliet wegens overmacht",
maar enkel op order van zijn admiraal; dat alles
wat in de Lemmer gebeurd was op zijn order en
bevel was geschied, dus verzocht hij deswege,
dat niemand mocht worden beledigd."
Ware dat opgevolgd, veel van de volgende
gebeurtenissen zou zijn voorkomen, aldus Poppes.
Zondagsmorgens 13 oktober kwamen gewapende
mannen binnentrekken, welks aantal met burgers
aangroeide tot circa 2000 man. Ook waren er 20
huzaren onder, die bij en na haar inkomen, zich
gans niet deftig gedroegen.
Vele ingezetenen werden mishandeld en de vreemde
manschappen maakten van stelen en roven hun
hoofdwerk., Ook werden verscheidene ingezetenen
gevangen gezet. De ingekomen manschappen werden
bij de burgerij ingekwartierd. velen kregen tien
tot twaalf man in huis. Persoonlijk had onze
zegsman naast een luitenant-kolonel en zijn
adjudant 14 man in huis.
Bij een eerste onderhoud met de bezettende
officieren werd de oude Raad in zijn functie
hersteld en ons ontslag aangezegd, hetgeen we
dankbaar hebben aanvaard. Op 14 oktober werd de
burgerij op last van de commandant aangezegd om
zich om vier uur voor de rechtkamer te
vervoegen. Daar aangekomen en onkundig zijnde,
wat er zou voorvallen, werden 179 personen door
een grote militaire macht omsingeld, welke zich
schaarde tot aan de kerk.
De gemelde burgers
werden genoodzaakt zich in de kerk te begeven,
hebbende voor en achter zich gewapende huzaren,
die daarna bij de kerkdeuren de wacht hielden.
Diezelfde dag kwam een Lemster patriot, tevens
commandant, bij mij aan huis, die mij verzocht
mee te gaan naar het huis van de Kempenaer.
Daar vandaan moest ik naar de rechtkamer, waar
ik de gehele raad aantrof. Er werd van ons een
lijst met namen van personen gevraagd, die
wapenen gedragen hadden en wachtgeld betaald.
Wij hebben toen gezegd, die zij, die al wapenen
zouend hebben gedragen, dit op order van de
Engelse commandant hadden gedaan. Nadat we de
lijst hadden getekend, deelde hij ons mede, dat
wij arrestanten waren en dat hij reeds een kamer
in "De Wildeman" voor ons had besproken. Wij
hebben aangevoerd; of dit ons loon was voor onze
werkzaamheden tot bewaring van personen en
bezittingen aangewend, waarop geantwoord werd,
dat hij dit op last van zijn commandant moest
doen. In "De Wildeman" aangekomen werd een wacht
voor onze kamerdeur geplaatst.
De volgende
morgen, 15 oktober werd ons te kennen gegeven
dat wij naar Zwolle getransporteerd zouden
worden. Om 10 uur kwamen daar toe drie wagens
voor "De Wildeman", ieder met vier paarden
bespannen.
In iedere wagen namen drie personen plaats en
daarnevens drie gewapende mannen met geladen
geweer. Toen wij instapten voegde de
dienstdoende huzaarofficier ons toe: "Zo, jullie
gele bliksems, nu zullen jullie loon naar werken
ontvangen zulk hondegoed moet nagereden worden."
Circa 10.30 uur vertrokken wij onder een escorte
van een detachement Arnhemse burgers met slaande
trom. Twee dagen later werden nogmaals 115
burgers, welke nog in de kerk zaten, insgelijks
met schepen vervoerd.
In Kuinre aangekomen werden we op de rechtkamer
gebracht en om 4 uur met de veerman op Zwolle
verder vervoerd. 's Nachts zeilde deze veerman
wegens het slechte zicht zijn schip onder
Genemuiden aan de grond.
Op 16 oktober 's middags om 4 uur kwamen we met
een trekschuit in Zwolle aan. Daar werden we bij
de Rondepoorts-toren gebracht in een vertrek,
dat voordien tot een militaire apotheek had
gediend. Op donderdag 17 oktober bracht een
Lemster ingezetene, met name Anne Witteveen, ons
een bezoek. Hij zeide op reis te zijn naar Den
Haag om daar onze zaak te bepleiten, maar kon
verder niets zeggen vanwege de bewaking om ons
heen.
De in de kerk gevangen genomen ingezetenen waren
inmiddels ook in Zwolle aangekomen en in een
weeshuis ondergebracht. Poppes geeft dan een
uitvoerige beschrijving van het verblijf in
Zwolle. Op zondagavond 27 oktober kwam een
Schout bij Nacht hen aanzeggen, dat zij met alle
overige, 'gevangen' genomen ingezetenen de
volgende morgen met twee schepen naar Lemmer
zouden worden overgebracht. Aan boord werd ons
echter medegedeeld, dat het in de bedoeling lag
hen naar Leeuwarden te transporteren. 's Avonds
om 8 uur kwamen ze in Lemmer aan, waar niemand
van boord mocht, noch aan boord mocht komen. Hij
beschrijft dan ook de belevenissen langs Sloten
en door Sneek naar Leeuwarden, waar de schepen
des avonds om 7 uur aankwamen.
Maandag 4 november kreeg ik met twee anderen
ontslag en kon ik gaan waar ik wilde. Diezelfde
dag kregen nog 92 personen hun vrijheid terug,
zonder verhoord of beschuldigd te worden. Nadien
kwamen er nu en dan nog enkele gevangenen vrij
en op 15 februari waren er nog vijf personen,
die werden vastgehouden.
Tot slot van zijn dagboek vermeldt hij alle
namen van de gevangenen, waaronder vier vrouwen.
|
Lijst van
alle gevangen genomen personen
uit Lemmer.
|
Raden de gemeente.
|
|
Jan Falkema,
zoon van Harmanus
Falkama en Rijkje
Tadema te Lemmer |
|
Folkert Ruurds
Visser. |
|
Joost Rienks. |
|
Rienk Sleeswijk. |
|
Secr.I. Klijkhouwer. |
| |
|
gearresteerden.
|
|
Poppe.J.Poppes,
geboren op16
februari 1744 te
Balk. |
|
Ane Willems. |
|
Freek Witteveen. |
|
Brugt.P.de Jong. |
|
Frederik Sleeswijk,
zoon van Siemen
Wiegers Visser,
leerlooier. |
|
Douwe Tijmens,
(koopman) is niet
gearresteerd maar
heeft bij zijn
thuiskomst arrest
gehad. |
|
|
|
Klaas Rinses |
|
Jelte Willems |
|
Tjeerd Ages,
Geboren in 1759. Overleden op 28 juni 1813
te Lemmer. |
|
Sjoerd
Tadema, Geboren op 9 juni 1766 te
Lemmer. Overleden op 14 november 1822 te
Lemmer. |
|
Tjitte Heidsma. |
|
Adan.P.de
Groot |
|
Jan
Goedkoop (Zwartsluis) In Zwartsluis
werkten de beurtschippers op Amsterdam samen
in het Grootschippersgilde. Tegen het einde
van de achttiende eeuw liepen de zaken
minder goed, zodat een verzoek van schipper
Jan Goedkoop in 1785 om in het gilde
opgenomen te worden op verzet van de
gildebroeders stuitte. Zij zaten niet op een
concurrent te wachten. Goedkoop had evenwel
veel burgers van Zwartsluis op zijn hand.
Zij dienden bij Ridderschap en Steden een
rekest in, waarin men Goedkoop omschreef als
`een braaf, ordentelijk, eerlijk en
oppassent man, en een oud burger dezer
plaats.' Zwartsluis zou er alleen maar bij
winnen als hij veerschipper werd, een moment
waarnaar men `reijkhalsende' uitzag. Onder
het verzoek staat een lijst met bijna
honderd handtekeningen. Gemeenslieden,
kooplieden, winkeliers, kleermakers,
schoenmakers, bakkers, mattenkopers, een
goud- en zilversmid, een kalkbrander, de
omroeper, de ratelwacht en een chirurgijn
tekenden. Ook treffen we het handmerk van
Joseph Hartog en de handtekening van Israel
Salomon aan. Uiteindelijk kreeg Goedkoop pas
drie jaar later toestemming om als
beurtschipper aan de slag te gaan. (RAO,
Statenarchief, inv.nr. 955.)
|
| Luitjen
Sijbes |
| Harmen
Freeks |
| Klaas
Jacobs de Vries |
| Sijbe
Broers |
| Harmen
Sterken |
| Daniel
Hennelaar |
| Haije
Johannes Kramer |
|
Jelte Willems |
|
Tjeerd Ages,
Geboren in 1759. Overleden op 28 juni 1813
te Lemmer. |
|
Sjoerd
Tadema, Geboren op 9 juni 1766 te
Lemmer. Overleden op 14 november 1822 te
Lemmer. |
|
Tjitte Heidsma. |
|
Adan.P.de
Groot |
|
|
|
Atte Sijbes |
|
Harm Attes |
Sipke
Jans |
Stoffel
Hendriks |
|
Eldert Jans |
Joost.P
de Leeuw |
Eldert
Rintjes |
|
I.Rooseboom |
Jan
Jacobs |
Melle
Hijlkes |
|
Hijlke Melles |
Pieter
Rintjes |
Gastjke
Goijkes |
|
Ids Romkes |
Willem.P.Muurlink |
Andries
Sakes |
|
Rintje Watses |
Roelof
Gerrits |
Meindert Melles |
|
Tijmen Tijmons |
Anne
Hendriks |
Tietje
Harmens |
|
Marten Sipkes |
Auke
Hijlken |
Jan
Hiddes |
|
Iede Boukes |
Rommert
Annes |
Klaas
Everts |
|
Jan Stigsman |
Halle
Stijnen |
Egbert
Willems |
|
Antonij
Rintjes |
IJsbrand Dirks |
Sijbrand Jans |
|
Jacob Sijbrens |
Teunis
Jans |
Jan
Koehoorn |
|
Anne Arjens |
Foppe
Romkes |
Wietze
Rintjes |
|
Sijbe Pieters |
Fokke
Jans |
Sweitse
Sweitses |
|
Jan Aants |
Sijmen
Sijbes |
Klaas
Pieters |
|
Tjeert Pieters |
Jan
Adams |
Andries
Fleer |
|
Johannis
Gerrits |
Ekke
Brugts |
Jacob
Jans |
|
Evert Reinders |
Ide
Abes |
Haget
Jelles |
|
Gurbe Hendriks |
Sijmen
Akkerman |
Roelof
Keus |
|
Lubbert Abes |
Jan
Martens |
Frederik Harwig |
|
Jan Abrams |
Meie
heerkes |
Lou
Kamper |
|
Pieter Sikken |
Douwe
Hendriks |
Anne
Siebrens |
|
Jan Aukes |
Evert
Wijben |
Bonne
Cornelis |
|
Gerrit de Koe |
Andries
Engelien |
Bouke
Durks |
|
Johannes
Volkerts |
Cornelis Jans |
Johannes Kramer |
|
Willen Bijker |
J.Kripe |
Jan
Geerts |
|
Roelof Harmens |
Jacob
Vermeulen |
Wiebe
Classen |
|
Harmen Tijses |
Siene
Rintjes |
Namle
Rintjes |
|
Jan IJsbrands |
Cornelis Klaasen |
Hendrik
Pieters |
|
Anne Geerts |
Anne
Hijlkes |
Tjalling Jans |
|
Nanne Jurjens
(De Rook) |
Jan
Gurbes |
Theke
Kuipers |
|
Douwe Smit |
Gerrit
Pieters |
Willem
Dreven |
|
Jochem
Hendriks |
Henk
Cornelis |
Hanne
Jacobs |
|
Cornelis
Martens |
Willen
Sijben |
Lupke
Franses (Visser) |
|
Jacob Franses
(Visser) |
Ringenerus Jans |
Sijtske
Freeriks |
|
Isrel Heimen
(De Jong) |
Wouter
Stoffels |
Albert
Jurjens |
|
Stoffel
Wouters, deze is te Groningen gearresteerd |
Sjoukje
Hijlkes |
Diena
Croess |
|
Grietje
Gerrits |
Meike
Rinkes |

Schooltas van
Rienk Sleeswijk, met het jaartal 1776.
Onderstaand
vermeld nog een detail van een dochter uit het
huwelijk van Poppe Jans Poppes.

Eelkje Poppes.
POPPES, Eelkje (geb.
Lemmer, Friesland,
9-2-1791 – gest.
Leeuwarden 20-9-1828),
dichteres. Dochter van
Poppe Jans Poppes
(1747-1810) en Antje
Annes Visser
(1758-1832). Op
22-6-1815 trouwde Eelkje
Poppes in Lemmer met
Christiaan Petrus Eliza
Robidé van der Aa
(1791-1851), advocaat,
letterkundige, dichter.
Uit het huwelijk werden
8 kinderen geboren, van
wie 2 dochters en 1 zoon
de volwassen leeftijd
bereikten. Er was
wellicht ook 1
pleegzoon.
Eelkje Poppes stamde uit
een ‘achtenswaardig’
(Van der Aa) Fries
geslacht. In 1814
verscheen van haar,
autodidact in de
dichtkunst, een
bundeltje van drie
gedichten onder de
titel: Eerstelingen aan
mijn vaderland,
voorafgegaan door een
lofdicht van haar
toekomstige man. Deze
patriottisch-orangistische
verzen schreef zij naar
aanleiding van de val
van Napoleon en het
vertrek van de Fransen
uit Nederland eind 1813.
In 1815 trouwde zij met
Christiaan Robidé van
der Aa, die toen
secretaris van
Lemsterland was. Het
echtpaar ging in 1818 in
Leeuwarden wonen en
betrok daar wat
tegenwoordig het Fries
Letterkundig Museum en
Documentatiecentrum is
en waar in de jaren 1880
Margaretha Zelle, beter
bekend als Mata Hari,
heeft gewoond. Voorzover
bekend heeft Eelkje
Poppes na haar
Eerstelingen nooit meer
iets gepubliceerd. Wel
schijnt zij nog enkele
kindergedichtjes
geschreven te hebben.
Bronvermelding: Haas
Anna de, Poppes, Eelkje,
in: Digitaal
Vrouwenlexicon van
Nederland.

Op deze tekening van
Pieter Idserdts, zien we
een Engels schip,
geladen met steenkool
voor de zeehaven van
Lemmer. Rechts is nog
een spiegeljacht
afgebeeld.
Home
|
|
|
|
|