|
Familie De Wreede, echte
elfsteden bedwingers.
Ook de meisjes uit het gezin De
Wreede schaatsten mee.
Lemmer - Onder leiding van hun
vader Bauke de Wreede schaatsen zijn kinderen Lute, Hielkje en
Jouke de Elfstedentocht in het begin van de laatste oorlog.
Hielkje de Vries-de Wreede schaatste de tocht zelf drie keer,
terwijl haar zuster Joukje en haar broer Sjoerd elk een keer de
tocht uit reden. Haar broer Lute, nu woonachtig in Rotterdam,
presteerde het zelfs drie keer achter elkaar in de wedstrijd mee
te schaatsen. De nu 62 jarige Hielkje de Vries-de Wreede zegt
over deze vroegere IJzige tochten: "ik snap noch net hoe 't ik it dwaan koe"
De familie de Wreede woonde
destijds in de derde Parkstraat. Vader Bauke was gemeente
arbeider en hij was meer dan 25 jaar werkzaam bij de
reinigingsdienst. In 1940 schaatste hij op 50 jarige Leeftijd
zijn eerste Elfstedentocht. Ook zijn 22 jarige zoon Lute
schaatste die tocht mee. Trainen zoals men tegenwoordig doet was
er niet bij. De enigste vorm van trainen die men in die jaren
kende was mee doen aan verschillende tochten die er werden
georganiseerd om op die wijze de spieren in de juiste conditie
te brengen.
In die jaren was het gebruikelijk
dat er veel wedstrijden werden georganiseerd, waarbij men spek
als prijs kon verdienen. Hierover verteld Mevr. Mette de Wreede
Visser, de vrouw van Sjoerd de Wreede, "Ik weet nog heel goed dat
mijn familie ging schaatsen om zo spek te kunnen verdienen. Mijn
oom Leeuwke Bootsma en mijn Moeder Roelofje Visser-Bootsma deden
om die reden aan veel wedstrijden mee."
Ook Bauke de Wreede deed aan veel
tochten en wedstrijden mee. In Zutphen won Bauke zelfs eens een
Gouden Medaille die hem werd uitgereikt door Koningin Wilhelmina
in eigen persoon, jammer genoeg zo verteld zijn 62 jarige zoon
Sjoerd, heeft vader Bauke deze Gouden Plak verloren, toen hij
hem had opgespeld tijdens een Elfstedentocht. In totaal
schaatste Bauke de Wrede de tocht vier maal.
Vader de Wreede en zijn zoon Lutte
vonden, dat de beide meisjes van het gezin ook best aan de
Elfstedentocht konden mee doen. Z'n dochter Hielkje: "Us heit
sei gewoan tsjin my do kinst die tocht best ride" en zo kwam het
dat de 21 jarige Hielkje samen met haar vader en haar broer Lute
deel nam aan de tocht van 1941. Samen met een grote groep mannen
ging ze 's morgens om vier uur in een vrachtauto van Van der
Bijl naar Leeuwarden. Als voorbereiding had Hielkje een paar
andere tochten geschaatst, zoals de Elfmeren tocht en de 16
dorpentochten naar Urk enz. Hielkje : "Ik moast foarop om de
streek oan tejaan"
Anders dan nu.
De voorbereidingen en
omstandigheden tijdens een tocht waren in die jaren heel anders
dan tegenwoordig. Sjoerd de Wreede: "Noren hadden we niet. Alle
tochten werden gereden gewoon op houtjes, en dat ging toen
prima. Als reserve namen we meestal een paar mee om de nek. Want
als je in een scheur terecht kwam, gebeurde het dat er een van
de houten door midden brak. Ook de kleding was heel anders,
trainingspakken hadden we niet, we hadden een dikke trui aan en
we droegen onder de kleren een soort hemd dat onze moeder
gemaakt had van vetvrij papier van de slager. Dit papier hield
veel kou tegen omdat de wind er niet door heen drong".
De tochten waar aan het gezin de
Wreede mee deed vonden bijna allemaal plaats in de oorlogstijd.
Verlichting was er toen ook bijna niet en de schaatsen werden 's
morgens onder gebonden met een zoeklichtje.
Sjoerd: "Ik wit it noch goed. Wy
hienen de redens onder en fuort gie it mei de hele meute. Ik gie
ek los en mei dat ik goed en wol ried, kom ik yn een bulte snie.
Dat wie fuort plat. En dan moast meitsje dast wer oerein komst,
want oars giet de hiele horde oer dy hinne". Met een tas vol
brood koek en wat studentenhaver ging men op weg en de familie
de Wreede die zoveel mogelijk samen schaatste, hield pas in Hindelopen haar eerste stop. Ze hadden dan al een traject af
gelegd, van Leeuwarden, langs Dokkum, via Sexbierum, naar
Franeker, Harlingen, Bolsward, Workum en dan Hindelopen. Na dat
men in Hindelopen een bord snert had gegeten ging het op naar
Stavoren, dan via Balk, sloten, IJlst en Sneek weer terug naar
Leeuwarden.
Volgens Sjoerd de Wreede schaften
ze niet zo erg gauw "Earst woenen wy sa fier moglyk komme. It
earste ein wie it minste dan moast goed trochsette"
Toen Hielkje haar eerste
Elfstedentocht mee reed werkte ze bij de Familie van der Bijl
welke boven het postkantoor woonden, in de huishouding. Om de
volgende dag vrij te kunnen hebben moest ze de dag daarvoor wat
langer werken, het kwam er op neer dat ze tot 's avonds 10 uur
werkte, en de dag dat de Elfstedentocht was geweest moest ze 's
morgens om 7 uur weer beginnen. Tot haar grote schrik versliep
zij zich zo dat ze een half uur te laat op haar werk verscheen.
"Ik wie doe sa stijf, ik koe hast net rjochtop rinnen. Dat kaam
fan it steeds gebukt riden".
Ook Sjoerd de Wreede die de
Elfstedentocht van 1947 mee wilden doen, kon slechts met moeite
en pijn vrijaf krijgen want hij ventte met zijn broodkar voor de
Coöperatie en er moest wel bezorgd worden. In dat jaar werkte Hielkje in den Haag bij de Familie De Gaay Fortman. Van een
voorbereiding op een eventuele Elfstedentocht was daar geen
sprake van. " It ienichste wer 't ik op ride koe wie in lyts
fiverke yn in park". Door dit gebrek aan onvoldoende training,
kreeg Hielkje tijdens de Elfstedentocht een behoorlijke
inzinking in de buurt van Workum, haar broer Lutte heeft haar
toen om haar niet in de steek te hoeven laten een eind
getrokken.
De barre tocht van 1947.
In 1947 werd er voor de laatste
maal door de familie de Wreede aan de Elfstedentocht deelgenomen.
Jammer genoeg kon deze tocht die de Elfstedentocht de
geschiedenis is in gegaan "als de Barre tocht" niet worden
volbracht. Het was die dag verschrikkelijk koud het vroor liefst
18 graden, maar desondanks vertrokken vader Bauke, Sjoerd, Lutte
en Hielkje met de bus naar Leeuwarden vergezeld door vele
Lemsters, o.a. Jan de Vries, Tette de Vries, Jurjen Verbeek, Sj.
Planting, en nog vele anderen uit de Lemmer.
Het is een barre tocht geworden en
onderweg zijn vele uitgevallen wegens blessures zoals bevroren
tenen vingers en oren. Op een gegeven moment werd ook Lutte door
de kou bevangen en het bleek dat de strenge vorst op zijn ogen
was geslagen. Bij een eerste hulppost moest hij onder handen
genomen worden. Van de ploeg Lemsters die tot dan met elkaar
hadden geschaatst bleef een deel op Lutte wachten, terwijl de
rest direct verder ging met dit zware Elfsteden avontuur.
Lutte kon na behandeling met een
groot verband om zijn hoofd en voor zijn ene oog verder
schaatsen, later is hij nog in het ziekenhuis opgenomen en heeft
hij een ruggenprik gehad om eventuele andere beschadigingen op
te sporen. Toen de Lemster ploeg waaronder de Wreede's in
Bartlehiem aankwamen werd hun verboden om verder te rijden, de
organisatie achtte in verband met de harde weersomstandigheden,
er stond een harde wind en sneeuwstormen werd het gevaarlijk om
door te gaan. De Lemsters die niet op Lutte hadden gewacht bij
de eerste hulppost, hadden Bartlehiem bereikt voordat het verbod
gelde. En zij konden die tocht wel uitschaatsen.
Hielkje weet zich nog te
herinneren, dat ze eens aan de Elfstedentocht heeft mee gedaan,
terwijl ze amper kon lopen. Ze had last van haar knie. Vader
Bauke had daar wel een oplossing voor. Om haar middel kreeg
Hielkje een touw gebonden. En haar vader hield dat touw vast,
steeds als zij viel kon hij haar zoweer ophijsen. Ik snap nog
steeds niet hoe ik dat allemaal kon doen. Het waren barre
tochten. "It ein is te lang om moai te wézen. Werom ik it dochs
altyd wer die wit ik net".
Na de barre tocht heeft niemand
van de in Lemmer wonende de Wreede's nog eens aan deze
monstertocht meegedaan. Waarschijnlijk vertellen Joukje Haagsma
de Wreede en Hielkje de Vries de Wreede, omdat ze allemaal hun
gezin kregen. Ze waren getrouwd en hadden inmiddels kinderen,
geen van hun kinderen is een fervent schaats liefhebber. Maar Hielkje zegt hier over, maar de winters zijn ook niet meer zoals
toen. De kinderen zijn gewoon niet meer in de gelegenheid om
zoveel te schaatsen als wij vroeger deden. Sjoerd: "Vroeger
waren de winters veel strenger als er dan ijs lag gingen we na
het eten nog even op de schaatsen via de Brekken naar Sloten.
Voor al onze Lutte kon zulke ritjes in een behoorlijk tempo
afleggen".
Lutte schaatste de
Elfstedentocht in 1940 in 12 uur en 45 minuten. En eindigde
daarmee op de 20ste plaats. De tocht van 1941 werd door hem in
10 uur en 14 minuten gereden. Zijn beste prestatie leverde hij
in de tocht in het jaar 1942 toen hij op de 14 de plaats
eindigde 9 uur en 11 minuten over de meer als 200 km lange
tocht.

Leeuwarder Courant: 29 januari
2010 , pag. 12 |