|
Vanaf 10.000 jaar v Chr tot de geboorte van
Chr.
| 1
| 2 |
9700-4900 v. Chr. middensteentijd.
Het mesolithicum
(middensteentijd) is een aanduiding voor een cultuurperiode
in Europa die begint na het aflopen van de laatste ijstijd
en eindigt wanneer een samenleving overschakelt op landbouw
en veeteelt en tal van nieuwe technologieën ontwikkelt of
overneemt. Jagen, vissen en verzamelen waren de middelen van
bestaan van de mensen in mesolithische culturen, die
doorgaans als nomaden leefden; nederzettingen zijn zeldzaam
en meestal tijdelijk. Vondsten uit het mesolithicum tonen
aan dat steenbewerkings-technieken verfijnder werden en dat
magisch-religieuze gebruiken veelvuldiger voorkwamen.
De term mesolithicum wordt overigens bij
voorkeur niet gebruikt voor die gebieden waar de ijstijden
geen grote invloed hadden, zoals Zuid- en Zuidoost-Europa.
In die gebieden spreekt men liever van het epipaleolithicum
aangezien een zinnig criterium voor de overgang van
paleolithicum naar mesolithicum ontbreekt.
Het mesoliticum begint en eindigt niet overal
tegelijkertijd; de landbouw verspreidde zich geleidelijk
over Europa. In het Nabije Oosten volgde de neolithische
revolutie vrij snel op het einde van de ijstijd; het
mesolithicum is daar om die reden slechts lokaal
gedefinieerd. In Nederland zijn bij archeologisch onderzoek
sporen van mesolithische culturen gevonden bij onder andere
Swifterbant en het Hoetmansmeer. Ook de boot van Pesse is
een product van het mesolithicum.
In het zuiden van Scandinavië konden
mesolithische culturen door de overvloed aan vis en wild
duizenden jaren naast zuidelijker neolithische culturen
voortbestaan. De Fosna-Hensbackacultuur (ca. 8300-7300 v.
Chr.) in Zweden en Noorwegen maakte de overgang van
paleolithicum naar mesoliticum en werd opgevolgd door de
Nøstvet- en Lihultcultuur. Meer naar het zuiden, vooral in
Denemarken en het zuiden van Zweden, volgden de
Maglemosecultuur (vanaf ca. 7500 v. Chr., verspreid over een
groot deel van noordelijk Europa), de Kongemosecultuur en de
Ertebøllecultuur elkaar op. Tussen 4000 en 3200 v. Chr.
namen de neolithische trechterbekercultuur en
pitted-warecultuur hun plaats in.
● Van ongeveer 10.000
v.Chr. tot 9000 v.Chr. heerst in de noordelijke delen van
Europa de zogenaamde Jonge Dryas-stadiaal, waardoor het
klimaat in Nederland en België overeenkomt met een
poolwoestijn. -In
Nederland en België werd vooral dekzand, stuifzand en (Jonge
of bovenste) löss afgezet, omdat de wind op de kale
poolwoestijn vrij spel had.
● Kustbewoners vissen en jagen
langs veranderende rivierlopen, moerassen en stranden. Zij
bouwen vlotten en kano's, waarmee ze over grote afstanden
handelscontacten met elkaar onderhouden.
● De Jonge Dryas is een
koude periode die het warmer worden van het klimaat aan het
einde van de laatste ijstijd tijdelijk onderbreekt. De
ijsvrije corridor van Beringië door Alaska is weer open.
● Ahrensburgcultuur in
Noord-Duitsland en het zuiden van Scandinavië. -De
nederzettingen lagen dicht bij de rand van de ijskap, het
landschap was toendra met in groepen staande zachte berken
en lijsterbes. De belangrijkste prooi waren de wilde
rendieren en de jagers trokken door een gebied met een
oppervlakte van wel 100.000 km².
Volgens de oude datering
begint rond 9000 v.Chr. de Komsacultuur in Finnmark. -
Men nam vanwege
overeenkomsten met culturen uit dezelfde tijd in Finland en
Rusland aan dat de Komsamensen vanuit het oosten, uit
Finland of Karelië, zijn gekomen toen de ijskap zich
terugtrok. Ze leefden van wat de zee bood. De jacht op
zeehonden is karakteristiek voor deze cultuur: het einde van
de cultuur valt samen met het verdwijnen van de zeehond in
dat gebied.Vanaf
8300 v.Chr. begint het klimaat snel op te warmen en berk,
den en hazelaar beginnen zich over heel Europa te
verspreiden. Rendier en paard worden verdrongen door oeros,
ree en eland. Dit is het begin van het mesolithicum. -Is
een aanduiding voor een cultuurperiode in Europa die begint
na het aflopen van de laatste ijstijd ca. 10.500 v.Chr. en
eindigt wanneer een samenleving overschakelt op landbouw en
veeteelt en tal van nieuwe technologieën ontwikkelt of
overneemt (Neolithicum). Jagen, vissen en verzamelen waren
de middelen van bestaan van de mensen in Mesolithische
culturen, die doorgaans als rondtrekkende
jagers-verzamelaars leefden; nederzettingen zijn zeldzaam en
meestal tijdelijk.
● 8300 v.Chr.
Fosna-Hensbackacultuur in Scandinavië.
De eerste mesolithische
culturen verspreiden zich over Europa.
● ca 7500 - v.Chr.
Maglemosecultuur. -De
naam is afkomstig van een archeologische vindplaats in
Denemarken, Maglemose bij Mullerup in Seeland, waar in 1900
de eerste nederzetting werd gevonden. Men leefde in het bos
of in wetlands en gebruikte van hout, bot en
vuursteenschilfers gemaakte gereedschappen voor jacht en
visserij. Het lijkt erop dat ze de hond gedomesticeerd
hadden.
● ca 6500 - v.Chr. Engeland
wordt een eiland. De zeespiegel blijft stijgen en een groot
deel van het Noordzeegebied, waaronder het Doggerseiland,
verdwijnt onder de golven. -De
Doggersbank, is een ondiepte in de Noordzee, ten oosten van
Noord-Engeland. De zandbank ligt noordwestelijk ten opzichte
van Nederland.
Landbouw bereikt de
Balkan, waarschijnlijk vanuit Anatolië.
● ca 6200 - v.Chr. De
oudste landbouwnederzettingen op Sicilië; waarschijnlijk
zijn ze van de Balkan afkomstig.
● Ca 6200 – v.Chr. De eerste
neolithische cultuur verschijnt in Zuidoost-Europa: het
Starčevo-Köröscomplex.
● Ca 6000 – v.Chr.
Vinčacultuur in Zuidoost-Europa. -Een typische
neolithische cultuur, die hoofdzakelijk berustte op
akkerbouw (eenkoorn, emmertarwe, gerst, linzen en vlas) en
veeteelt (rund, schaap, geit en zwijn), ondersteund door
enige jacht en verzamelen van wilde planten en noten. In het
midden van het 4e millennium (rond 3500 v.Chr.) onderging de
hele regio van de Vinčacultuur een zekere stagnatie, waarna
ernstige crises volgden met een terugval in de culturele en
economische ontwikkeling. Nomadische veehoudende volken
kwamen vanuit het noorden en het oosten opdagen, die geen
interesse in landbouw hadden, maar die al geruime tijd
koperen wapens droegen. Later werden zowat alle
Vinčanederzettingen overrompeld en in brand gestoken, zodat
de overblijvende bevolking zich langs de rijkste koperaders
terugtrokken tot diep in de bergen, waar ze enigszins
beschermd waren.●
Ca. 5600 - v.Chr. De Zwarte Zee wordt zout. Het water van de
Middellandse Zee overspoelt de Bosporus. Dit is mogelijk de
oorsprong van het zondvloedverhaal in het Gilgamesj-epos en
de Bijbel.

Afdruk van
wikipedia.org -Kleitablet
met de zondvloed uit het Gilgamesj-epos, in het Akkadisch.
De Kongemosecultuur (ca.
6000 tot 5200) in Zuid-Scandinavië volgt de Maglemosecultuur
op.
Op haar beurt wordt zij
vanaf ca. 5300 opgevolgd door de Ertebøllecultuur. -Deze
is genoemd naar de eerste vindplaats in het dorpje Ertebølle
aan Limfjorden in het Deense Jutland, en valt binnen de
Atlantische klimaatperiode. Het klimaat was warmer en
vochtiger dan nu en de zeespiegel was hoger dan nu. Europa
was bedekt met loofbossen. De Oostzee was zout en de
kustlijn lag soms vijf meter hoger dan tegenwoordig. Jutland
was een verzameling eilanden - het had wel iets weg van de
Waddenzee. Er waren grote moerassen afgewisseld met visrijk
open water.● Rond
5500 v.Chr. Breekt de landengte tussen Denemarken en Zweden
door en wordt het Ancylusmeer de Oostzee.
Bron: Wikipedia.
●●●
5300-2000 v. Chr. Steentijdmensen.
In Ypenburg zijn op een oud duin enkele
huisplattegronden en een grafveld opgegraven. De kustlijn
lag toen ongeveer ter plaatse van Ypenburg, dus veel meer
landinwaarts dan nu. De archeologische vondsten zijn uniek
en van nationaal belang, en nemen dan ook een belangrijke
plaats in, in het huidige onderzoek naar het Neolithicum in
Nederland.
Tijdens de aanleg van een wijk zijn restanten
van een moerasbos aangetroffen. Het bos bestond vooral uit
eiken, berken en elzen. Een groot aantal bomen is bewaard
gebleven. Zij hebben een lengte van ongeveer elf meter en
een doorsnede van 60 tot 80 centimeter. Vermoedelijk heeft
het bos van 2.900 tot 2.600 v. Chr. bestaan. Daarna deed
een drogere periode haar intrede en stierf het bos af.
● Ypenburg is gebouwd op een
locatie die duizenden jaren geleden ook al bewoond was. Hier
lag rond 3800 voor Christus een duin dat ruim een meter
boven de rest van het landschap uitstak. Een ideale droge
plek om te verblijven.
Het
duin
werd vooral gebruikt tijdens jacht- en
visexpedities. Mensen stookten vuurtjes en groeven kuilen
voor drinkwater. Archeologen vonden in de jaren 90 van de
vorige eeuw de resten van deze haarden en waterkuilen. Ook
ontdekten zij dat de mensen er na een tijdje bleven wonen.
Leven op een duin.
De mensen bouwden huizen op het
duin
dat ongeveer 1,80 meter hoog was. Ook waren akkers aangelegd
om graan te verbouwen. En verder was er een grafveld om de
doden te begraven. Tot ongeveer 3400 voor Christus woonden
hier mensen. Soms verbleven ze op andere plekken. Maar dan
kwamen ze naar het
duin
om te jagen en vruchten en noten te verzamelen. Na deze tijd
werd het landschap steeds natter. De omgeving van het
duin
werd drassig en daardoor slechter begaanbaar. Dus trokken de
mensen weg.
Op dat moment groeiden er veel eiken op het
duin. De bomen
stonden uiteindelijk in het water en kwamen in het veen
terecht. Archeologen vonden veel van deze prehistorische
eiken terug. Ze zijn al 5000 jaar oud, maar het hout
verkeert nog in zeer goede staat.
Verschuiving kustlijn.
Rond 4000 voor Christus lag de kustlijn op de
plek van het huidige
Ypenburg.
De zee bracht zoveel zand mee dat de kust verschoof naar het
westen. Zo ontstond een nieuw landschap. Want het land kwam
droog te liggen en er ontstonden duinen. Deze werden door
een standwal beschermd tegen de zee. Op die strandwal ligt
nu het centrum van Rijswijk.
De nieuwe duinen waren een goed woongebied
voor de mensen. Zoals in het huidige Wateringen en de
Harnaschpolder. Maar het
duin in Ypenburg
bleef het grootst, namelijk 750 tot 100 meter. Toch leefden
hier vermoedelijk maar 2 tot 4 gezinnen tegelijkertijd.
Natuurlijk lagen de bevolkingsaantallen in die tijd erg
laag.
Onderlinge contacten.
De bewoners van het
duin in Ypenburg
hadden veel contact met de bewoners van
andere duinen. Maar ook met mensen uit het Nederlandse
rivierengebied, België en Noord-Frankrijk. Deze contacten
waren goed om aan bepaalde grondstoffen te komen. Zoals
goede vuursteen en git. De Ypenburgse bewoners liepen binnen
een dag naar de andere duinen. En grotere afstanden werden
afgelegd over water. Hiervoor gebruikten ze kano"s van
boomstammen.
Voedsel.
De neolithische bewoners van
Ypenburg
behoorden tot de Hazendonk-cultuur (3800 - 3400 voor
Christus). Ze waren bekend met akkerbouw en veeteelt. Maar
maakten vooral gebruik van wat de natuurlijke omgeving hen
bood. Ze verbouwden emmertarwe en naakte gerst. Ook
verzamelden ze wortels, knollen, bladgroenten en
verschillende soorten fruit. Archeologen hebben resten
gevonden van:
-
asperges
-
hazelnoten
-
rozenbottels
-
appels
-
peren
-
bramen
-
frambozen
-
vlierbessen

Opgravingen en het meisje Ypkje van
Rijswijk (Het gezicht van één van de
skeletten in het grafveld, een vrouw
van ongeveer 35 jaar oud, heeft men
gereconstrueerd.)
Bron:
Den Haag -
Opgravingen Ypenburg
● 5200 - v.Chr. Ook in
delen van Nederland en België wordt nu landbouw bedreven,
maar dan alleen in de lössgebieden.
De karakteristieke
bandkeramiek doet in Limburg zijn intrede. Hierin bewaart
men voedsel en zaaigranen.
Rond 5000 v.Chr. begint in
Europa op twee plaatsen de metaalbewerking van koper en goud
op gang te komen, eerst op de Balkan en wat later op het
Iberisch Schiereiland. In Bulgarije is op de begraafplaats
van Varna een gouden stier gevonden. Aan de Wolga ontstaat
de Khvalynskcultuur. -De
Khvalynskcultuur was een eneolithische (kopertijd) cultuur
uit de eerste helft van het vijfde millennium v.Chr.
Langs de Noordzee en
Zuid-Scandinavië, gedijen de mesolithische
Swifterbantcultuur (4900-3700) en de Ertebøllecultuur
(5300-3950).-De
naam Swifterbant verwijst naar een gouw uit de vroege
middeleeuwen, die ten noorden van de Veluwe gelegen moet
zijn geweest. Dit gebied is echter grotendeels in de golven
van het latere Almere (meer) verdwenen. De naam zou zoiets
als 'links gelegen' betekenen. Het zou dan de tegenhanger
zijn van Teisterbant, 'rechts gelegen', een andere gouw uit
de vroege middeleeuwen. Deze gouw lag in het Rivierengebied.
In de nabijheid van het huidige dorp Swifterbant is een
prehistorische nederzetting gevonden. Het gaat om een
vestiging van steentijdjagers op wat in die tijd hoger
gelegen rivierduintjes waren. De cultuur van deze mensen is
door de voorwerpen die ze maakten van anderen te
onderscheiden en wordt naar plaats de Swifterbantcultuur
genoemd.
● 4900 - v.Chr. Aan de
kustgebieden houden vissers en jagers kleinschalige
veelteelt en akkerbouw naast hun jagersbestaan.
● 4450 - v.Chr. 'Mannetje
van Willemstad' tussen de wortels van een eik begraven.
● 4400 - v.Chr. Het paard
wordt getemd op de Eurazische steppe. Het wordt met name in
Dereivka aan de Dnjepr in grote mate aangetroffen. Het dier
blijkt zowel berijdbaar als eetbaar en geeft de
steppebewoners een grote mobiliteit. Dit is een belangrijk
militair voordeel ten opzichte van de landbouwculturen
rondom. Dit is het begin van de Sredny Stog-cultuur die tot
ca. 3500 zou duren. -De
Sredny Stog-mensen bedreven enige akkerbouw, maar veeteelt
was waarschijnlijk hun belangrijkste middel van bestaan. Het
is duidelijk dat het paard een belangrijke rol speelde in
deze cultuur. Het rijden te paard zou het bijeendrijven van
kuddes runderen en schapen zeer hebben vergemakkelijkt.
● 4200 - v.Chr. De oudste
kopermijnen in Oost-Europa (Aibunar er Rudna Glava)
Bron: Wikipedia.
●●●
Rond 5300 v. Chr. begon het
neolithicum in de Lage Landen op de vruchtbare lössgronden
van Zuid-Limburg. Tegenwoordig ziet men het als minder
waarschijnlijk dat de neolithische boeren van elders naar
Nederland en België zijn geïmmigreerd. Waarschijnlijker is,
dat deze mensen hier al woonden en de kunst van landbouw,
veeteelt en pottenbakken hebben afgekeken van waarschijnlijk
de Starčevo-Köröscultuur.

Afdruk van
wikipedia.org -Verspreiding Neolithicum naar
Europa.
● 4000 - v.Chr. De
neolithische trechterbekercultuur in het zuiden van
Scandinavië volgt de Ertebøllecultuur op.
-De mensen die deel uitmaakten
van deze cultuur leefden ook op de zandgronden van Friesland
en Drenthe. De mensen van de trechterbekercultuur waren
gemiddeld 1,65 meter lang en werden over het algemeen niet
veel ouder dan 35 of 40 jaar. Ze leefden in boerderijen
waarin ze konden staan. Anderen leefden in hutten met een
houten skelet.●
3950 - v.Chr. In het Savelsbos ten zuiden van Maastricht
begint men vuursteen te delven.
-In 1881 ontdekte Marcel de
Puydt, een Belgisch archeoloog, in het Savelsbos de eerste
sporen van prehistorische vuursteenmijnbouw. Hij trof een
groot aantal gebruiksvoorwerpen aan. De mijnen bestaan uit
honderden schachten met galerijen, waar de mensen zo'n 5500
jaar geleden vuurstenen uit haalden om werktuigen (o.a.
bijlen en hakken) van te maken.
● 3600-2300 - v.Chr. De
jamnacultuur, die de overgang gaat maken van kopertijd naar
bronstijd, in het gebied tussen de Bug, de Dnjiestr en de
Oeral.●
3500-2900 - v.Chr. Landbouw (incl. veeteelt) wordt op hoger
gelegen gronden in Nederland een hoofdbron van bestaan.
Bewoners worden op het Drents plateau in hunebedden
begraven, men leert wol te spinnen en te gebruiken als
kleding.
● 3350-3210 - v.Chr. Ötzi
de ijsman vindt de dood in wat nu het grensgebied tussen
Oostenrijk en Italië is.
Ötzi
- Wikipedia
● 3400 - v.Chr. Begin van de
megalithische cultuur op Malta.
● 3200 - v.Chr. In
Hongarije wordt het wiel gebruikt.
Begin van de megalithische
cultuur op de Britse eilanden en in Noordwest-Frankrijk. In
het oosten van Ierland bouwt men Newgrange. -Megalithische
tempels van Malta (gebouwd tussen 3600 en 2500 v.Chr.). Een
megaliet is een stenen monument. Het woord '"megaliet" is
een woord uit het Grieks (mega = groot, lithos
= steen) waarmee een groep monumenten wordt aangeduid die
uit een of meer grote stenen bestaan. Een megaliet heeft de
functie van een heiligdom. Megalieten komen wereldwijd voor,
een groot deel stamt uit de neolithische periode. Bij enkele
culturen spelen megalieten nog altijd een rol in het
dagelijks leven.
● 3200-2300 - v.Chr. De
neolithische Pitted-warecultuur in het zuiden van
Scandinavië. -De
pitted-warecultuur (ca. 3200 v.Chr. - ca. 2300 v.Chr.) was
een neolithische cultuur van jager-verzamelaars in het
zuiden van Scandinavië.
Bron: Wikipedia.
●●●
De
bronstijd (ca. 3000 tot 800 voor Christus) is de periode die
volgde op het Neolithicum. In Centraal-Europa is er tussen
de nieuwe steentijd en de bronstijd nog een kopertijd (die
vaak tot het neolithicum gerekend wordt) te onderscheiden. -Brons
was schaars in de Lage Landen. De grondstoffen voor brons,
koper- en tin-erts, komen namelijk niet voor in Nederland.
Al het brons moest dus worden geïmporteerd.
Op de Veluwe
en in Drenthe zijn nog veel grafheuvels uit de bronstijd te
vinden.
Archeologen
hebben bij opgravingen in Enkhuizen een visfuik uit de
Midden-Bronstijd (1575-1200 voor Christus) gevonden die nog
volledig intact is. Het is volgens de archeologen een
bijzondere vondst, omdat het voor het eerst is dat een fuik
uit de bronstijd in
Nederland wordt gevonden. Dat meldt het
Archeologisch Diensten Centrum (ADC) in Amersfoort. Door de
vondst en het eerder blootleggen van een nederzetting en een
grafheuvel concluderen de archeologen dat ook het lager
gelegen achterland van West-Friesland in de Midden-Bronstijd
bewoond was. Eerder werd er nog van uitgegaan dat alleen de
hogere delen bewoond waren. Het onderzoek door archeologen
van het ADC op bijna zes hectare aaneengesloten land begon
in januari.
In verschillende streken vond brons niet
tegelijk ingang en de exacte datering van de bronstijd kan
dus per land of zelfs per streek variëren. Zo was er,
getuige de vondsten, duidelijk meer sprake van bronsgieten
in Drenthe dan in de rest van Nederland. Mogelijk kwam dit
doordat er een pan-Europese handelsweg liep over de Drentse
heuvelrug naar de barnsteenrijke Oostzeekust. De kennis voor
het bewerken van metalen, inclusief brons ontstond in het
Midden-Oosten. Daar werd brons sinds ca. 3000 v. Chr.
gebruikt. Deze kennis heeft zich langzaam aan verspreid door
Europa tot het ook ons land bereikte.
Bron: Wikipedia.

In de
Drentse bodem worden herhaaldelijk urnen gevonden. Hier te
zien te Wapse. Op de rechter afdruk. ziet men deze
oudheidkundige vondsten afgebeeld. In de urn links zijn nog
duidelijk overblijfselen van beenderen zichtbaar.
EEN
VISFUIK UIT DE BRONSTIJD.
Verrassing.
De vondst
van de fuik was voor de archeologen een 'complete
verrassing'. Het vistuig lag in een kuil op een van de
woonerven en was afgedekt met riet. Vermoedelijk werd de
fuik gebruikt voor het vissen op paling en snoekbaars in
open water in de buurt.
De fuik bestaat uit een taps toelopende korf van een meter
dertig lang en veertig centimeter breed, gemaakt van
twijgen, die bijeengehouden worden door touw.
Huizen.
Tien huizen
met erven werden blootgelegd. Een huis met erf, waterputten
en bijgebouwen had een oppervlakte van vijftig bij vijftig
meter en was omringd door een greppel. De huizen waren
achttien bij zes meter en waren opgetrokken uit
vlechtwerkwanden, aangesmeerd met leem. In de zogenoemde
woonstal-huizen leefden mensen en dieren onder een dak.
Planken
Op en rond
de erven vonden de archeologen visgraten, vogelbotjes,
botten van runderen en scherven. Raadselachtig is de vondst
van planken met rechthoekige gaten in een aantal
waterputten. De archeologen weten niet waar de planken toe
dienden.
In het graf van de grafheuvel werd het skelet van een man
tussen de 25 en 35 jaar gevonden.
Bron:
www.histotheek.nl
wikipedia.org
-30e_eeuw_v.Chr.
●●●

Portret gemaakt naar
God.

Pot uit de
klokbekercultuur, gevonden bij het Uddelermeer. De
klokbekercultuur (Duits: Glockenbecher-Kultur; Engels:
Beaker culture), een neolithische cultuur genoemd naar het
aardewerk waarin een flauwe S-vorm vaag aan een kerkklok
doet denken, dateert van ongeveer 2700 tot 2100 voor
Christus, dat wil zeggen het late Neolithicum tot aan het
begin van de kopertijd en wordt in heel West-Europa
aangetroffen. De bekers schijnen te zijn voortgekomen uit de
standvoetbeker
uit het late Neolithicum (2850-2450 v.Chr.)van
Nederland en de benedenloop van de Rijn.
Bron: Wikipedia.
Chronologie Bijbelse geschiedenis Voor
Christus.
1700 - 1500 v Chr.
De 16e eeuw wordt doorgaans beschouwd als de
tijd van de aartsvaders: Abraham, Isaak en Jakob. Abraham,
leider van een nomadische stam, emigreerde vanuit
Mesopotamië naar Kanaän, het gebied ten westen van de
Jordaan. Hij aanbad een god die men de 'God van Abraham'
noemde; de bijbehorende cultus wordt soms als de oorsprong
van het Jodendom gezien. Hongersnood dwong het volk verder
te trekken naar Egypte, waar het na verloop van tijd tot
slavernij werd gedwongen.
God van Abraham, Isaäk en Jakob.
Abraham, Isaäk en Jakob en hun vrouwen waren gewone mensen.
Natuurlijk leefden ze bijna vierduizend jaar geleden en in
een andere cultuur. Maar het waren wel mensen met dezelfde
gevoelens, verlangens en onzekerheden als wij. Wie ook nog
altijd Dezelfde is, is de God van Abraham, Isaäk en Jakob.
Hij kwam steeds weer in hun leven. Hij beloofde hen veel.
Sommige beloften werden gedurende hun leven vervuld. Andere
lagen in de toekomst. Hij vermaande hen nooit. Soms leerde
Hij hen door te zwijgen. Hij leerde hen door hun
beslissingen, hun falen, hun zelfzucht en hun liefde. Door
hen te laten zien wat hun daden opleverden. Zowel negatief
als positief. Maar hij bleef altijd achter hen staan. Hij
nam het altijd voor ze op.

Abraham, Isaak en Jakob.
●●●
ca. 1400 v.Chr. -
Einde van de Minoïsche beschaving op Kreta.
Farao Achnaton introduceert
het monotheïsme in Egypte. -Monotheïsme, is het geloof in
het bestaan van één god, in tegenstelling met het
polytheïsme waarbij men in het bestaan van meer goden
gelooft. Een vroege monotheïst was Akhenaten, een Egyptische
farao uit de 18e dynastie. Hij schafte alle goden af behalve
de zonnegod Aton, waarvan hij geloofde dat het zijn herrezen
vader (Amenhotep III) was.
Van de wereldgodsdiensten zijn
het Jodendom, het christendom en de islam monotheïstische
religies. Naar de wel geduide gemeenschappelijke oorsprong
of aartsvader Abraham worden ze ook wel Abrahamitische
religies genoemd. Ook bepaalde groepen hindoes beschouwen
zich als monotheïst. Zoals het christendom de Heilige
Drie-eenheid als één god beschouwt, zo zien zij eveneens een
enkele god (Brahman) vertegenwoordigd door talrijke
menselijke of dierlijke verschijningsvormen. Er zijn nog tal
van kleinere monotheïstische religies, zoals brahmanisme en
zoroastrisme, en er zijn ook monotheïsten die zich niet tot
een georganiseerde godsdienst rekenen.
De Bijbel verhaalt vaak en uitvoerig over
slaven,
slavernij en slavenhandel, bijvoorbeeld de bijvrouw van
Abraham, Hagar, was een Egyptische slavin die hem zijn
eerste zoon, Ismael, schonk. Of de verkoop van Jozef als
slaaf naar Egypte. Het hele Joodse volk was in slavernij in
Babylon en ook Egypte geraakt, waaraan het kon ontsnappen
onder leiding van Mozes (en dit wordt nog steeds herdacht
met het joodse paasfeest, Pascha). De Bijbel geeft ook
uitvoerige regels voor het behandelen van slaven. Zo is het
volgens het Oude Testament verboden om Joden voor altijd in
slavernij te houden, wordt de verkoop van dochters als
slavinnen gereguleerd, of de toepassing van de doodstraf
voor degene die Joden roofde om hen als slaaf te verkopen
Vroeger dacht men ook dat bv. de Egyptische Piramiden door
massale inzet van slaven gebouwd werden. Recent
archeologisch onderzoek heeft aanwijzingen gevonden dat dit
voornamelijk door de Egyptische boeren en arbeiders zelf
werd gedaan als 'herendienst' aan de farao op tijdstippen
dat het land toch niet bewerkt kon worden (tijdens de
periodieke Nijl overstromingen die het land bevruchtten met
vers slib.) Ook in het oude China en India bestond de grote
massa der bevolking uit nominaal vrije boeren, wier positie
echter vaak niet veel verschilde van die van horigen.
In de Romeinse keizertijd, toen de grote
veroveringsoorlogen hadden opgehouden, begon de aanvoer van
"verse slaven" te stokken. De grondbezitters gingen toen
bevorderen dat de slaven op hun plantages een gezin konden
stichten ("servi casati") (slaven met een eigen
huishouding), zodat de slavenpopulatie langs natuurlijke weg
in stand kon worden gehouden. Tegelijk was een groot deel
van de voorheen vrije boeren, de coloni, langzamerhand in
een soort toestand van horigheid vervallen. Op den duur zou
het onderscheid tussen "servi casati" en "coloni"
grotendeels verdwijnen.
Mozes hoorde bij de stam Levi
en bij het geslacht Kahath. Hij was de zoon van Amram
en Jochebed, ongeveer twaalf jaar jonger dan zijn zuster
Mirjam en drie jaar jonger dan zijn broer Aäron. Direct na
zijn geboorte werd zijn leven bedreigd: De koning van
Egypte had bevolen alle Hebreeuwse jongens na de geboorte te
doden om de sterke groei van het volk Israël tegen stoppen.
Jochebed verborg haar zoon enige tijd, maar legde hem daarna
in een kistje van papyrus en met asfalt bestreken. Zij zette
dit kistje in het hoge riet aan de oever van de Nijl in de
hoop dat het door een Egyptische vrouw ontdekt zou worden.
Herhaaldelijk baden in de Nijl was voor Egyptenaren niet
alleen een gebruik, maar ook een godsdienstige plicht; ook
konden de Oosterse vrouwen zich destijds veel vrijer bewegen
dan later onder de Islam.

De dochter van de koning vond het kind,
herkende het aan zijn uiterlijk als Joods en gaf het door
tussenkomst van de slimme Mirjam aan zijn eigen moeder terug
om het te zogen en op te voeden. De naam van de prinses
noemt de Bijbel niet: volgens Josefus heette zij Termuthis
volgens Eusebius Merris, volgens de rabbijnen Bitja,
"dochter van de Here"; Nadat het kind enige jaren bij zijn
moeder geweest was, werd het weer naar de dochter van de
koning gebracht, die het liet opvoeden als haar eigen zoon.
Ex. 2:10 vermeldt dat zij hem Mozes noemde. Hoogst
waarschijnlijk is Mozes een Hebreeuwse vorm van een
oorspronkelijk Egyptisch woord. Moscheh kan bevrijder,
redder betekenen; ook kan hij volgens dezelfde Psalm de
betekenis hebben van de (uit het water) "opgetrokkene".
Over de opvoeding van Mozes lezen we dat hij
werd onderwezen "in al de wijsheid der Egyptenaren". Dit is
op zichzelf waarschijnlijk en werpt een verrassend licht op
het latere werk van Mozes. Volgens Josefus heeft Mozes een
Egyptisch leger tegen de Ethiopiërs aangevoerd. Intussen
doofde zijn verblijf aan het hof, zijn liefde voor Israël
niet. Integendeel: In zijn drift, meegesleept door zijn
gevoel voor recht, doodde hij een Egyptenaar die een
Hebreeër mishandelde. Toen de koning dit hoorde, was hij
verontwaardigd: Mozes had veel weldaden van de Koninklijke
familie genoten. Mozes moest onmiddellijk vluchten en kwam
bij een Midianitische stam terecht. Deze stam woonde in het
gebergte van de Sinaï. Nog in de 19e eeuw was bij de
Bedoeïnen in het schiereiland Sinaï het weiden van de kudde
het werk van de meisjes. Mozes hielp de dochters van Jethro
of Rehuël, en kreeg een veilig onderkomen bij de priester.
Later trouwde hij met een van zijn dochters, Zippora. Deze
Zippora heet een Kuschitische. Dit is óf omdat de
Semieten en Kuschieten zich met elkaar vermengd hadden, óf
het is een verachtelijke bijnaam omdat zij een vreemdeling
was. Maar andere uitleggers houden deze Kuschitische voor de
tweede vrouw van Mozes.
Bij de berg Horeb ontving kreeg Mozes bevel
om Israël, uit de macht van Egypte te verlossen en naar
Kanaän te leiden. Hij aarzelde en bracht allerlei
bedenkingen in. God beloofde hem behalve Zijn hulp ook de
bijstand van zijn broer Aäron, die hem zou helpen als zijn
"mond" en "profeet" . Mozes nam afscheid van Jethro en
reisde met vrouw en kind naar Egypte. Onder welke
'Egyptische Farao' Mozes leefde en de uittocht plaatshad, is
ook in de 20e eeuw moeilijk te bepalen. Volgens 1 Kon. 6:1
waren er 480 jaar verlopen tussen de uittocht uit Egypte en
het begin van de tempelbouw door Salomo. Dit zou de uittocht
in ongeveer 1491 v. Chr. plaatsen. De beschrijving van de
toestand van de Israëlieten past bij de tijd van de grote
Farao Ramses II, die al jong mederegent van zijn vader Seti
I was en 67 jaar regeerde. Hij liet juist in Beneden-Egypte
grote bouwwerken uitvoeren. In Ex. 1:11 worden twee steden
bij name genoemd, Pithom en Ramses, steden in het door de
Hebreeën bewoonde Gosen. Onder de ruïnes van deze plaatsen
vindt men nog zwarte, van klei en stro gemaakte
tichelstenen.
Onderzoekers hebben de
Joden aangezien voor de Hyksos, Semieten die 500 jaar over
Egypte heersten en daarna verdreven werden, maar dat is
onwaarschijnlijk. Riehm denkt aan de opvolger van Ramses II,
Mineptah, als de Farao van de uittocht. Hij had niet de
eerzucht die zijn vader eigen was, zodat hij de Israëlieten
ook niet al slaven nodig had. Mozes en zijn broer kregen te
maken met onwil en moedeloosheid onder hun eigen volk. Het
motief van het offeren bij de Horeb, leefde meer bij Mozes
dan in de harten van het volk. De eerste plagen zijn meer
tekenen, die het bestaan van Israëls God bewijzen. Eerst
zijn Mozes en Aäron de handelende personen, maar de
eerstgeborenen van mensen en vee doodt de Here Zelf. De
eerste tekenen kunnen de Egyptische priesters en tovenaars
nadoen, maar niet de plaag van de muggen. Door het werk van
Mozes na te bootsen vergrootten zij wel de ellende in
Egypte, maar zij konden deze niet wegnemen.
De zg. "tien plagen" hangen
gedeeltelijk samen met toestanden en natuurverschijnselen in
Egypte. Maar de zwaarte van de plagen en het verband waarin
zij staan met het woord van Mozes, maken ze tot tekenen van
de macht van de Here.
Tenslotte gaf de koning het
gevraagde verlof en liet Israël vertrekken. Aanvankelijk
volgde Mozes de gewone weg naar Kanaän, maar daarna sloeg
hij een zuidoostelijke richting in, omdat de gewone weg door
het gebied van de Filistijnen liep Over de doortocht van de
Rode Zee, de grote verlossingsdaad van God
Met de term de uittocht uit Egypte
wordt verwezen naar het verhaal uit het boek Exodus uit de
Hebreeuwse Bijbel. Hierin wordt verhaald hoe de
Israëlitische slaven onder leiding van Mozes uit Egypte
ontkwamen. Aan deze uittocht gingen de tien plagen van
Egypte vooraf.
Mozes zou volgens de Hebreeuwse Bijbel door
middel van de kracht van God de Schelfzee in tweeën hebben
gedeeld en zo een doortocht hebben geschapen voor het
Israëlitische volk naar de vrijheid. De eindbestemming was
Kanaän dat als het door God Beloofde Land werd aangeduid.
Toen het volk bijna op de plaats van bestemming was
aangekomen begon het bezwaren aan te voeren tegen de
inneming van Kanaän op grond waarvan God hen als straf
veertig jaar lang door de Sinaïwoestijn liet trekken
alvorens zij een tweede poging mochten wagen Kanaän te
veroveren. Hun leider was al die tijd Mozes.
De uittocht uit Egypte wordt in het Jodendom
elk jaar feestelijk herdacht met het feest van Pesach dat in
het voorjaar valt.

1.
Mozes
- Wikipedia
●●●
1260 v Chr.
Begin intocht in Kanaän, onder leiding van
Jozua. (Toen
Aäron en ook Mozes in de woestijn waren omgekomen had Jozua
het leiderschap van het volk van Israël overgenomen. Onder
zijn commando gebeurde de invasie van Kanaän, beginnend bij
Jericho dat geheel werd geplunderd en platgebrand).
De Israëlieten troffen een ontwikkelde
samenleving aan, deels levend in de bronstijd, met
stadstaatjes en een eigen alfabetisch schrift. Kennelijk
werd deze beschaving als bedreigend ervaren en moest ze
hardhandig onderworpen worden.
Nieuwe visie op de verwoesting van Jericho.
Resultaten van opgravingen die plaats vonden
in de ruïneheuvel Tell es-Sultan, de plaats van de oude stad
Jericho, hebben regelmatig een rol gespeeld in de discussie
over de betrouwbaarheid van de verhalen over de Intocht van
Israël in Kanaän in het boek Jozua.
In de jaren dertig groef de archeoloog John
Garstang in de ruïneheuvel Tell es-Sultan,, een
ineengestorte stadsmuur op, die verwoest was door een hevige
brand, die hij dateerde in ca. 1400 v Chr. Hij legde ook een
stadsgebied bloot waarvan hij aannam dat het verdedigd werd
door de opgegraven muur. Garstang dateerde de ondergang van
die stad (Jericho IV) in ca. 1400 v Chr. wat in
overeenstemming leek te zijn met de datering van de Intocht
op grond van gegevens in de Bijbel. Garstang schreef de
verwoesting toe aan de Israëlieten onder leiding van Jozua.
In de jaren 1952 tot 1958 vonden onder
leiding van de archeologe Kathleen Kenyon opnieuw
opgravingen plaats in Jericho. Ze concludeerde dat de
verwoesting van een stadsmuur door een hevige brand, die
Garstang had gedateerd in ca. 1400 v Chr., in werkelijkheid
plaatsvond aan het eind van Vroeg Brons (ongeveer 2250 v
Chr.).
Volgens Kenyon werd de laatste versterkte
stad Jericho verwoest door de Egyptenaren, bij hun
achtervolging van de Hyksos na hun verdrijving uit Egypte,
in ca. 1550 v Chr. Kenyon kwam verder tot de volgende
conclusie: "Door de opgravingen is vast komen te staan dat
er een Laat Brons stad heeft bestaan en er is een bescheiden
aanwijzing gevonden inzake de datering van de verwoesting
van die stad. Over het gehele oppervlak hebben huizen uit
Midden Brons en uit de tijd daarna het lot van de
verdedigingswerken gedeeld en zijn weggeërodeerd." Er waren
volgens haar dus bewijzen van bewoning van een kleine stad
Jericho uit de 14e eeuw v Chr., blijkend uit het voorkomen
van Myceens III aardewerk dat gedateerd werd tussen ca. 1380
en 1300 v Chr. Het stadje Jericho uit deze tijd was echter
onverdedigd of de bewoners gebruikten de overgebleven delen
van de verwoeste muren als verdediging. De laatste bewoning
tijdens Laat Brons kan volgens Kenyon gedateerd worden in
ca. 1300 v Chr.
In ca. 1220 v Chr., de tijd waarin vele
Bijbelkritische geleerden de Intocht van Israël dateren,
bestond er geen stad Jericho meer. De geleerden
concludeerden dan ook dat het verhaal in Jozua 6 over de
verwoesting van Jericho niet berustte op een historische
gebeurtenis. Kenyons datering van de verwoesting van de
laatste versterkte stad Jericho in ca. 1550 v Chr. gold
jarenlang als onomstreden. Velen hebben daardoor het geloof
in de historische betrouwbaarheid van de Bijbel verloren.

Onder leiding van Jozua, trok
het hele volk van Israël vervolgens over de Jordaan.
Het verhaal van de
uittocht uit Egypte en de verovering van het Beloofde Land
speelt in het joodse gedachtegoed een centrale rol. Hiervan
wordt verhaald in de bijbelboeken "Exodus", "Numeri" en
"Jozua". Mozes zou het volk Israël uit Egypte hebben
bevrijd; onder leiding van Jozua zou veertig jaar later een
groot deel van Kanaän zijn veroverd.
Volgens "Exodus" en
"Numeri" telde het volk Israël dat Mozes volgde zo'n 600.000
strijdbare mannen. Vrouwen en kinderen meegerekend zou de
totale bevolking op basis van dat cijfer meer dan twee
miljoen zielen hebben geteld. De bevolking van Egypte wordt
in deze periode geschat op ongeveer drie miljoen inwoners.
Een dergelijke massale uittocht of migratiestroom wordt in
geen enkele Oud-Egyptische bron vermeld; evenmin is er enige
archeologische aanwijzing van een dergelijke massale
migratie gevonden, terwijl men dat redelijkerwijs mag
verwachten, indien het verhaal op waarheid berust.
Bron:
Wikipedia.
●●●
● 1100 v Chr.
Gideon, belangrijke 5e richter. De richteren
waren leiders in deze periode zonder centraal gezag; ze
traden naar voren als naburige stammen verslagen moesten
worden. Sommigen spraken ook recht.
Gideon, ook wel Jerubbaäl genoemd, is een
persoon uit het Bijbelboek 'Richteren' in het Oude Testament
en dus ook de Tenach. Gideon was de zoon van Joas en werd
door God benoemd om de Israëlieten te bevrijden van de
Midianietenbezetting.
Eerst haalde hij op bevel van
de Here het altaar en de cultuskolom van de Baäl-cultus naar
beneden. "Daarom werd Gideon van die dag af Jerubbaäl
genoemd – het betekent: Baäl mogen tegen u strijden – omdat
hij het altaar naar beneden haalde".Vervolgens droeg God hem
op om de Midianieten aan te vallen en te verdrijven. Met
zijn leger van 32.000 trok hij op tegen de 150.000
Midianieten. Maar de Here liet hem zijn leger terugbrengen
van 32000 tot 300 man. Gideon was erg onzeker, maar God
kende Gideon's onzekerheid, en Hij hielp hem daarmee. Ze
deden een verrassingsaanval en de Midianieten gingen in de
paniek elkaar te lijf. Het leger van Gideon won van de
Midianieten. Gideon was een richter (ook wel rechter). Hij
was de door God aangestelde leider. Na zijn dood keerden de
Israëlieten weer terug naar hun oorspronkelijke geloof.
De laatste
richter was
Samuël. Hij volgde Eli op als hogepriester
en wist de Filistijnen terug te drijven. Het volk vroeg om
een koning, en op last van God zalfde Samuël, Saul tot
eerste koning van Israël.
●
1104 v.Chr. - Brutus van Troje
(1104 - 1081 v.Chr.) wordt de eerste koning van Brittannië.
Hij is de stichter van "Nieuw Troje", het latere Londen.
Bron:
Wikipedia.
●●●
●
1050 v. Chr. Samuel (ook
wel Samuël) was een profeet uit de tijd van koning Saul.
Tevens was hij een tijdlang richter van de Israëlieten en
bovendien priester. Hij zalfde namens God 'Saul' en later
David tot koning. Samuel wordt geacht een deel van het
eerste naar hem genoemde boek 1 Samuel uit het Oude
Testament te hebben geschreven.
wikipedia.org
-Samuel
Saul,
was volgens de Hebreeuwse Bijbel de eerste
koning van de Israëlieten. Hij was afkomstig van de stam
Benjamin. Zijn koningschap wordt gedateerd in de elfde eeuw
voor de gangbare jaartelling. In het boek 1 Samuel staat de
levensloop van koning Saul beschreven. Saul had
verschillende zonen, onder andere: Jonatan, Abinadab en
Malkisua. Daarnaast had hij twee dochters, Merab en Michal.
Volgens de Bijbel werd hij tot koning
uitgeroepen als reactie op de dreiging van de Filistijnen en
Amelekieten. Na een overwinning op de Amelekieten liet hij
na om hun koning te doden en hun vee te vernietigen hoewel
Samuel hem dit had opgedragen. Samuel zei hem dat hierdoor
zijn koningschap zou worden beëindigd. Om zijn depressies te
verdrijven liet hij de herder David naar zijn hof komen.
Door zijn vriendschap met Sauls zoon Jonathan en zijn
heldendaden in de oorlogen tegen de Filistijnen maakte David
steeds meer naam. Davids reputatie nam zo toe dat Saul hem
als een concurrent ging zien en een poging deed David uit de
weg te ruimen. Doordat Jonathan David inlichtte kon deze
vluchten. De dreiging van de Filistijnen was niet geweken,
na een inval in het noorden van Israël leverde Saul onder
diverse slechte voortekenen slag tegen Gilboa. De slag liep
uit op een grote nederlaag waarin ook de zoons van de koning
sneuvelden. Wanhopig en geen uitweg meer ziende wil Saul
zich door een bediende laten doden. Deze weigert, waarop
Saul met zijn eigen zwaard zichzelf het leven ontneemt.
Saul werd opgevolgd door zijn zoon Isboset,
behalve bij de stam Juda, waar David tot koning werd
uitgeroepen. De volgende jaren was er een strijd tussen de
familie van Saul en David, die door David werd gewonnen. In
de Bijbel wordt Saul gezien als een tragisch figuur. Gekozen
tot koning en een groot leider in verschillende oorlogen,
gaat hij ten onder omdat hij niet genoeg vertrouwen heeft in
God.
Bron: Wikipedia.

Samuel en
Saul.
●●●
1000 - 960 v Chr.
Koningschap van David. Jeruzalem wordt hoofdstad van het
door veroveringen gegroeide Israëlitische rijk.
Over Davids leven valt te lezen in het boek Samuël. Hij
regeerde van 1010 voor Chr. tot 970 voor Chr. Hij was de
jongste zoon in een groot gezin en werd in zijn jeugd geacht
op de schapen te passen - vanwege het verschijnen van
roofdieren geen ongevaarlijke baan, die desondanks in weinig
aanzien stond. Onverwachts werd hij gekroond tot de opvolger
van de toen heersende koning Saul. Het zou echter nog jaren
duren voordat hij de troon besteeg.
Zijn eerste beschreven
wapenfeit was het vellen van de reus Goliath met een steen
uit zijn slinger, een wapen waarmee hij tijdens het hoeden
van de schapen ruimschoots had kunnen oefenen. Zijn succes
in het leger en het feit dat David tot zijn opvolger was
gekroond leidde echter tot brandende afgunst van koning
Saul. Een groot deel van zijn leven was David op de vlucht
voor deze koning; pas na diens dood (waarin David overigens
geen aandeel had) kwam David aan de macht, maar alhoewel
zijn koningschap stabiliteit en militair succes bracht,
kreeg hij het later weer bijzonder moeilijk door het
optreden van sommige van zijn (al te ambitieuze) zoons
waaronder Absalom. Omdat hij met meerdere vrouwen was
getrouwd, had hij heel veel zonen: de eerste: Amnon, van
Ahinoam, de Jezreëlitische; de tweede: Daniel, van Abigail,
de weduwe van Nabal; de derde: Absalom, van Máächa, dochter
van de koning van Gesur; de vierde: Adonia, van Haggith; de
vijfde: Sefatja, van Abithal; de zesde: Jithream, van zijn
huisvrouw Egla; daarna volgde:Simea, Sobab, Nathan en
Salomo, van Bathseba, weduwe van Uria; en daarna Jibchar,
Elisama, Elifelet, Noga, Nefeg, Jafia, Eljada en hun zuster
Thamar. Deze allen zijn zonen van David, behalve de kinderen
van de bijvrouwen. Zijn zoon, koning Salomo, bouwde
uiteindelijk de Tempel van Jeruzalem, iets wat David
dolgraag zelf had willen doen, maar wat hij vanwege zijn
bloedige veldslagen niet mocht.
Historiciteit.
Sommige historici beweren dat koning David en zijn
koninkrijk nooit hebben bestaan, en dat de verhalen over
zijn leven later door joodse nationalisten zijn opgetekend.
Andere historici nemen wel aan dat koning David heeft
bestaan, maar dat (net als bijvoorbeeld Koning Arthur) veel
van de verhalen over zijn leven eerder tot de mythen dan als
harde geschiedschrijving moeten worden gerekend. De enige
aanwijzing voor het bestaan van koning David - buiten de
Hebreeuwse Bijbel om - is een oude inscriptie die gevonden
is in Tel Dan. Hierin staat verwijzing te lezen naar een
koning uit het "Huis van David". Deze inscriptie bevestigt
indirect dus het bestaan van de historische koning David.
David in het christendom.
Voor christenen is David belangrijk, omdat hij een verre
voorvader zou zijn van Jozef van Nazareth. Verschillende
profetieën in het Oude Testament voorspelden dat de Messias
zelf een afstammeling van koning David zou zijn. In het
Evangelie naar Mattheüs wordt de stamboom van koning David
naar Jozef uitgewerkt. Maar ook de moeder van Jezus, Maria,
zou volgens het geslachtsregister een nakomeling van David
zijn. Bron:
Wikipedia.
●
1000 v.Chr. Helladische
periode eindigt in het Oude Griekenland.
●
Bloeitijd
uit de geschiedenis van Israël, nooit was het rijk zo groot.
Tijd van David, de onbetwiste held van het Oude Testament,
en zijn zoon Salomo, symbool voor rijkdom en wijsheid. Hun
beider bestaan is overigens buiten de bijbel nergens op
schrift gesteld, en is het onder deskundigen omstreden of er
in de 10e eeuw werkelijk een ongedeeld rijk heeft bestaan.
●
Jeruzalem wordt hoofdstad
van het door veroveringen gegroeide Israëlitische rijk.
●●●
964 - 926 v Chr.
Koningschap Salomo; bouw eerste tempel (1 Kon. 6, 2 Kron.
3). Door zijn onderdanen werd Salomo waarschijnlijk als een
tiran ervaren.
Koning Salomo (Hebreeuws: שלמה) van Israël was een zoon en
de troonopvolger van David en bouwde de eerste Joodse
Tempel. Hij regeerde van ongeveer 970 v. Chr. tot 930 v.
Chr..
Wijsheid.
Salomo (of Salomon) staat bekend vanwege zijn wijsheid,
onder meer blijkend uit zijn vermogen recht te spreken
(bijvoorbeeld het beroemde salomonsoordeel). Verschillende
Bijbelboeken Prediker en Spreuken - die tot de
wijsheidliteratuur worden gerekend- worden traditioneel
beschouwd als van de hand van Salomo, al wordt door velen
tegenwoordig aangenomen dat de boeken een latere (2e - 3e
eeuw v. Chr.) compilatie zijn van verschillende bundels die
in omloop waren. Overigens kunnen onder deze bundels heel
goed originele geschriften van Salomo zijn geweest maar werd
zijn naam aan de hele compilatie gegeven. Ook bij de
naburige beschavingen van Egypte en Mesopotamië deden
dergelijke wijsheids geschriften de ronde. Een bekende
Egyptische bundel wijze spreuken wordt toegeschreven aan
farao Ramses I.
Regering.
Salomo regeerde tijdens de Gouden Eeuw van het oude Israël.
Het rijk strekte zich uit van Egypte tot de Eufraat en van
de zee tot diep in het huidige Jordanië. Gedurende zijn
regering was er geen oorlogsvoering nodig en konden de
bewoners zich wijden aan de winstgevende tussenhandel via de
vele handelswegen die door Israël en Jeruzalem liepen. Samen
met zijn bondgenoot koning Hiram van Tyrus breidde Salomo
ook de scheepvaart en handel op de Middellandse Zee en de
Rode Zee uit. Volgens sommige legendarische verhalen gingen
op deze reizen vele Israëlieten mee als scheepsbemanning en
als kooplieden die zich vaak ook vestigden op verre
handelsposten zoals in Tharsish, Libië, Etrurië en Ophir
(wat misschien het huidige Jemen was). Zo begon er al een
soort vrijwillige Diaspora 500 jaar voor de latere val van
Jeruzalem door de Babyloniërs.
De keerzijde van de glorie die Salomo zijn land bracht waren
de zware belastingen die hij hief om zijn vele bouwprojecten
en zijn extravagante levensstijl te bekostigen. Zo was hij
een groot liefhebber van vrouwen en hield er een uitgebreide
harem op na. De bewering in de Bijbel dat hij 700
echtgenotes en 300 bijvrouwen had moet misschien met een
korreltje zout worden genomen (hoewel bv. de latere Sultans
van het Ottomaanse Rijk er wel degelijk zoveel vrouwen op na
hielden). De 'verzamelwoede' voor vrouwen van Salomo werd
overigens streng afgekeurd door de toenmalige profeten en
ook de Tenach verbiedt de veelwijverij.
Op het laatst van z'n leven kwam hij, door o.a. de invloed
van zijn vele heidense vrouwen en buitenlandse bezoekers,
tot afgoderij, of tenminste tot het gedogen daarvan, hetgeen
in de ogen van steile joden bijna even erg was. Dat was de
reden dat de profeten van God zijn nageslacht zware tijden
voorspelden en de spoedige ondergang van de eenheidsstaat.
Na zijn dood brak er bijna onmiddellijk een burgeroorlog uit
die uitdraaide op de splitsing van het rijk in de
koninkrijken Juda en Israël. En mede als gevolg daarvan
begonnen ook weer de overvallen en invasies van de
buurlanden, die al in de tijd van de Richteren gebruikelijk
waren, totdat binnen 400 jaar Israël en Juda als
zelfstandige naties verdwenen waren. Tot aan de stichting
van de moderne staat Israël hadden de joden geen zelfstandig
thuisland meer.

Koninkrijk
Juda.
Juda (zuidelijke rijk;
hoofdstad: Jeruzalem) 926 -
586
Vooral in het Israël van
David en Salomo werd
heel veel geschreven,
maar het Joodse volk
bezat op dat moment
eigenlijk nog geen
algemeen erkend heilig
boek. De schrijfkunst
had er min of meer
dezelfde functie als in
elke andere ontwikkelde
samenleving.
Op een
gegeven moment besloot
David om in zijn
gloednieuw koninkrijk
een volkstelling te
organiseren en dit met
het oog op de
belastingen en de
militaire dienst. Alles
moest dus opgeschreven
worden. David had
daarvoor zijn toevlucht
genomen tot geoefende
ambtenaren uit het
buitenland, voornamelijk
uit Egypte. De nieuwe
hoofdstad Jeruzalem
telde zodoende heel snel
heel wat ontwikkelde
mensen, waaronder
beroepsschrijvers. Een
van die schrijvers heeft
wellicht de mooie
"novelle" van Jozef in
Egypte geschreven. Zo is
het met heel wat zaken
gegaan die
neergeschreven werden en
die gewoon als
literatuur werden
beschouwd. Sommige van
die zaken werden voor
ons bewaard omdat ze
uiteindelijk in de
bijbel terechtkwamen.
In vele
heiligdommen van Israël
werden voorts
geschriften van
religieuze aard bewaard
en gebruikt (verhalen,
beschrijvingen van
riten, gezangen), maar
zij functioneerden niet
in die zin als heilige
boeken, dat zij het
leven van de hele
gemeenschap bepaalden.
Dit bleef
allemaal zo maar verder
lopen toen het rijk in
twee delen uiteenviel.
Vooral de profeten ELia
en Elisa waren bekend
met overleveringen uit
Israëls verleden,
waarvan mogelijkerwijs
sommige ook schriftelijk
waren vastgelegd.
Daaronder bevonden zich
zowel verhalen over oude
stamvaders en over de
uittocht uit Egypte als
collecties van
rechtsregels en
voorschriften. In 721
voor Christus werd het
Noordelijke rijk Israël
door Assyrië onder de
voeten gelopen.
De leden
der leidende klassen
werden verspreid over
het immense Assyrische
rijk en werden vervangen
door kolonisten uit het
stamland Assyrië.
Daardoor werden vreemde
goden, priesters en
riten ingevoerd in
Israël. Een aantal
trouwe vereerders van
Jahweh zochten hun
toevlucht in het
Zuidelijke rijk Juda en
namen daarbij mee wat
hun was overgeleverd,
ook in schriftelijke
vorm.
|
Latere invloed van Salomo's regering.
In de Arabische literatuur zijn nog vele verhalen
overgeleverd over de wijsheid, rijkdom en magische
krachten die Salomo (Suleiman) bezeten zou hebben. In de
archeologie van Israël zijn tot nu toe weinig sporen van
Salomo's regering gevonden, wat waarschijnlijk te wijten
is aan de vele verwoestingen en wederopbouwperiodes,
waarbij oud bouwmateriaal hergebruikt werd, die bijna
alle plaatsen en steden in Israël hebben ondergaan in de
3000 jaar sinds Salomo.
In het christendom wordt de regering van Salomo en de
voorspoed die er toen was wel gezien als een
voorafschaduwing van de regering van de Messias tijdens
het 1000-jarige rijk.
Bron: Wikipedia.

De Dordtse schout Jan van Drenckwaert, liet dit
schilderij maken door de kunstschilder Jan van Cuyck,
die hij gevangen had gezet wegens ketterij.
Op dit schilderij is de schout afgebeeld als Koning
Salomo, die in de bijbel als een rechtvaardige koning
wordt beschreven. Van Cuyck schilderde het in de
gevangenis, kort voordat de schout hem in het openbaar
liet verbranden.
Twee vrouwen hebben elk een kind gekregen. Eén van die
kinderen ging 's nachts dood. Nu zeggen beiden dat het
levende kind van haar is. Salomo zegt: "Hak het kind in
tweeën en geef ze allebei de helft". Eén van de vrouwen
protesteert hevig. Dan weet Salomo dat het kind van haar
is en niet van de ander, die niets zei.
●●●
926 v Chr.
Dood Salomo; scheuring van het rijk in Israël en Juda
(ook wel: Judea). Het verval was al ingezet tijdens
Salomo's bewind, doordat hij vreemde erediensten toeliet
die de eenheid van het rijk verzwakten.
De scheuring van het rijk.
Rechabeam,
was koning van Juda. Zijn echtgenote was koningin
Maäcah. Hij volgde zijn vader Salomo op.
Rechabeam ging naar Sichem, waar heel Israël was
samengekomen om hem tot koning uit te roepen. Jerobeam,
de zoon van Nebat, hoorde hiervan, maar hij bleef in
Egypte, waarheen hij voor koning Salomo was gevlucht.
Daarom werden er boden gestuurd om hem te halen, en
samen met de verzamelde Israëlieten wendde hij zich tot
Rechabeam met het volgende verzoek: "Uw vader heeft ons
een zwaar juk opgelegd. Maakt u onze taak nu minder
zwaar, verlicht het juk waarmee uw vader ons heeft
belast, dan zullen wij u dienen." "Geef me drie dagen
bedenktijd," antwoordde Rechabeam, "en kom dan bij me
terug." Toen het volk was weggegaan, raadpleegde
Rechabeam de oudsten die zijn vader Salomo ter zijde
hadden gestaan toen die nog leefde: "Wat raadt u mij
aan? Wat moet ik het volk antwoorden?" "Als u zich nu
een dienaar van het volk toont," zeiden ze, "en het van
dienst bent met een welwillend antwoord, zal het u voor
altijd dienen."Maar hij legde de raad van de oudsten
naast zich neer en raadpleegde de jongemannen die met
hem waren opgegroeid en die hem nu ter zijde
stonden:"Wat raden jullie aan?
Wat moeten wij het volk antwoorden op zijn verzoek om
het juk te verlichten dat mijn vader het heeft
opgelegd?" De jongemannen zeiden tegen hem: "Het volk
heeft je gevraagd om het te ontlasten van het zware juk
dat je vader het heeft opgelegd. Welnu, zeg tegen hen:
'Mijn pink is dikker dan het lid van mijn vader! Mijn
vader heeft u een zwaar juk opgelegd, ik zal het nog
verzwaren. Mijn vader heeft u gehoorzaamheid geleerd met
zwepen, ik zal u gehoorzaamheid leren met
schorpioenen!'"Toen Jerobeam en de andere Israëlieten na
drie dagen bij koning Rechabeam terugkwamen, zoals hun
gezegd was, gaf de koning hun een hardvochtig antwoord.
Hij legde de raad van de oudsten naast zich neer en
antwoordde zoals de jongemannen hem hadden aangeraden:
"Mijn vader heeft u een zwaar juk opgelegd, ik zal het
nog verzwaren. Mijn vader heeft u gehoorzaamheid geleerd
met zwepen, ik zal u gehoorzaamheid leren met
schorpioenen."De koning gaf dus geen gehoor aan het
verzoek van het volk. De HEER had dit zo beschikt om in
vervulling te laten gaan wat hij bij monde van Achia uit
Silo aan Jerobeam, de zoon van Nebat, had voorzegd.
Toen de Israëlieten merkten dat de koning aan hun
verzoek geen gehoor gaf, zeiden ze tegen hem: "Wat
hebben wij met David te maken? Wij hebben niets gemeen
met de zoon van Isaï! We breken op, volk van Israël! Het
koningshuis van David zorgt maar voor zichzelf!" En de
Israëlieten braken op. Rechabeam bleef alleen koning
over de Israëlieten die in de steden van Juda woonden.
Hij stuurde Adoniram, de opzichter van de herendienst,
nog naar de Israëlieten, maar die werd gestenigd. De
koning zelf kon nog net op een wagen klimmen en naar
Jeruzalem ontkomen. Zo brak Israël met het koningshuis
van David, en dat is zo gebleven tot op de dag van
vandaag.
De Israëlieten, die hadden gehoord dat Jerobeam was
teruggekeerd, lieten hem vragen om voor de
volksvergadering te verschijnen. Daar werd hij
uitgeroepen tot koning van heel Israël. Er was niemand
meer die het koningshuis van David steunde, behalve de
stam Juda.
Bij zijn terugkeer in Jeruzalem riep Rechabeam uit de
stammen Juda en Benjamin honderd tachtig duizend,
geoefende krijgslieden op om de strijd aan te binden met
de Israëlieten en het koningschap voor hem, de zoon van
Salomo, terug te winnen. Maar God richtte zich tot de
godsman Semaja met de woorden:"Zeg tegen Rechabeam, de
zoon van Salomo en koning van Juda, en tegen Juda en
Benjamin en de rest van het volk: 'Dit zegt de HEER:
Trek niet ten strijde tegen de Israëlieten, jullie
broeders, maar keer terug naar huis, want dit alles is
van mij uitgegaan.' Ze gehoorzaamden en gingen terug
naar huis, zoals de HEER had gezegd.
●●●
871 v Chr. Abia,
zijn naam betekent "Vader van de zee",
"Zeeman" of "Jahweh is mijn vader"
was koning van Juda. Hij was de zoon en
opvolger van Rechabeam. Over wie zijn moeder was, is de
Bijbel niet eenduidig: in 1 Koningen wordt gesproken van
Maächa, de dochter van Abisalomin, van Micha, de dochter
van Uriël, uit Gibea. De regeerperiode van Abia wordt
tegenwoordig gedateerd 914 v.Chr. tot 913 v.Chr. of van
913 v.Chr. tot 911 v.Chr.
Aan het begin van zijn
regeerperiode voerde Abia oorlog tegen koning Jerobeam
van Israël in een poging beide landen weer te verenigen.
Ondanks de overmacht van de Israëliers, wist Abia de
slag te winnen en niet minder dan 500.000 soldaten van
Israël kwamen om het leven. Abia veroverde de steden
Betel, Jesana en Efron.
Abia had veertien
vrouwen, bij wie hij tweeëntwintig zonen en zestien
dochters verwekte. Na zijn dood werd hij begraven in de
Davidsburcht in Jeruzalem en opgevolgd door zijn zoon
Asa.
871-852 v Chr.
Koning Achab voert de Baälverering in. De profeet Elia.
Achab,
was de zoon van Omri en is een van de koningen van het
toenmalige tienstammen koninkrijk Israël dat tegenover
Juda stond. Hij huwde met Izebel, de dochter van koning
Eth-baäl van Tyrus. De juiste periode waarin hij juist
regeerde is onzeker, omstreeks 900 voor onze
tijdrekening.
In het Oude Testament en de Tenach.
De geschiedenis rond Achab wordt beschreven in de bijbel
in de boeken 1 Koningen en 2 Koningen. Hij bevorderde de
welvaart van zijn volk en men neemt aan dat tot Achabs
bouwwerkzaamheden ook de voltooiing behoorde van de
versterkingen van de stad Samaria. De tempel voor
aanbidding van de God van Israël stond echter in
Jeruzalem (Juda) en Achab deed alles wat mogelijk was om
het godsdienstig volk in zijn tienstammen koninkrijk te
houden. Zijn huwelijk met Izebel bewerkte dat hij de
Baälsaanbidding (sterk afgodisch in de ogen van de God
van Israël: Jahwe bevorderde. Achab liet zich er door
zijn vrouw Izebel toe bewegen Baäl te aanbidden, een
tempel voor Baäl te bouwen en een heilige paal ter ere
van Astarte (Astoreth) op te richten.
In Samaria werden bij archeologische opgravingen
verschillende gedeelten blootgelegd die dit
ondersteunen.
In de bijbelse geschiedenis komt de strijd tussen de
aanbidding van de God van Israël (Jahwe) en Baäl in deze
periode tot een hoogtepunt onder de profeet Elia, beide
groepen aanbidders vragen hun God het klaargemaakte
offer te aanvaarden en zodoende hun gelijk te
ondersteunen. Hier is het de God van Israël die zich
duidelijk boven Baäl manifesteerde door het offer van
Elia te aanvaarden en bovendien de drie jaar durende
droogte ophief. Ondersteuning voor deze droogte vinden
we onder meer in het Nieuwe testament bij Lukas Hfdst
4:25.
Volgens het bijbelverslag in 2 Koningen is het Jehu die
als koning van Israël een einde maakt aan het bewind van
Achab. Volgens de Joodse overlevering rekent men Achab
onder de drie koningen die geen aandeel hebben in het
eeuwig leven.

Zegelring met
daaronder een
vergroting van
de inscriptie
('Achab, koning
van Israel')
●
863 v.Chr. Bath wordt
gesticht: Bath is een stad (city) in het bestuurlijke
gebied Bath and North East Somerset, in het Engelse
graafschap Somerset. De stad,
gelegen aan de rivier de Avon, heeft ongeveer 80.000
inwoners en is na Londen de drukst bezochte toeristenplaats
in Engeland. Al in de tijd van de Romeinen werd de stad druk
bezocht vanwege de geneeskrachtige warme bronnen. Een tempel
en thermen zijn deels bewaard gebleven. In de 18e eeuw werd
Bath een moderne badplaats, goed bezocht door het rijkere
deel van de bevolking. Hieraan is de naam van Beau Nash, de
dandy, verbonden.
Bron: Wikipedia.
●●●
845 v Chr. Asa,
was koning van Juda. Hij volgde zijn vader Abiam op. Zijn
regeerperiode wordt tegenwoordig gedateeerd op 913 v.Chr.
tot 873 v.Chr. of van 911 v.Chr. tot 870 v.Chr..
Asa wordt beschreven als
een goede koning. Hij was actief in het vernietigen van
afgodsbeelden en joeg mannen die in de tempel prostitutie
bedreven hadden het land uit. Hij ontnam zelfs zijn
grootmoeder Maächa de titel van koningin, omdat ze een
afgodsbeeld had laten maken.
De eerste tien jaar van
Asa's regeerperiode heerste er rust in Juda. Asa gebruikte
deze periode om de steden in Juda te versterken. Daarnaast
richtte hij een groot leger op. Na tien jaar werd Juda
aangevallen door de Nubiërs. De oorlog werd echter
overtuigend door Juda gewonnen. Hierna leefde Juda 25 jaar
in vrede, totdat koning Basa van Israël Juda aanviel. Asa
sloot daarop een bondgenootschap met koning Benhadad I van
Aram, die zijn hoofdstad in Damascus had. Samen versloegen
ze Israël. Toen de profeet Chanani Asa kwam vertellen dat
hij er fout aan had gedaan om met Aram een bondgenootschap
te sluiten, ontstak Asa in woede. Hij liet Chanani opsluiten
en beging wreedheden tegen zijn volk. Korte tijd later werd
Asa getroffen door een ziekte aan zijn voet, waardoor hij
slecht ging lopen. Hij overleed twee jaar later en werd
opgevolgd door zijn zoon Josafat. Asa werd begraven in de
Davidsburcht in Jeruzalem.
871-849 v Chr. Koning
Josafat.
Josafat
(Hebreeuws
יְהוֹשָׁפָט,
zijn
naam
betekent
"De Heer
is
rechter")
was
koning
van
Juda.
Hij was
de
opvolger
van zijn
vader
Asa.
Over
zijn
leven is
in de
Bijbel
te lezen
in 1
Koningen
22 en in
2
Kronieken
17-20.
Zijn
regeerperiode
wordt
tegenwoordig
gedateerd
op 873
v. Chr.
tot 849
v. Chr.
of van
870 v.
Chr. tot
849 v.
Chr..
In het
begin
van zijn
regeerperiode
versterkte
Josafat
zijn
koninkrijk
tegen de
Israëlieten.
Daarnaast
vernietigde
hij
afgodsbeelden
van Baäl
die in
Juda te
vinden
waren.
In het
derde
jaar van
zijn
regering
stuurde
hij
priesters
en
Levieten
het land
in om
zijn
onderdanen
te
onderrichten
in de
wetten
van de
Thora.
Middels
een
huwelijk
kreeg
Josafat
een
familieband
met
koning
Achab
van
Israël.
Samen
trokken
zij
enkele
jaren
later
ten
oorlog
tegen
koning
Ramot
van Aram
in
Gilead.
Achab
kwam bij
de stijd
om het
leven,
maar
Josafat
wist
ongeschonden
van het
slagveld
terug te
keren.
Terug in
zijn
eigen
rijk
werd
Josafat
terechtgewezen
door de
profeet
Jehu
vanwege
zijn
alliantie
met
Achab.
Desondanks
sloot
Josafat
later
een
overeenkomst
met
koning
Achazja
van
Israël
om samen
een
vloot te
bouwen
om
handel
te
kunnen
drijven
met
Tarsis.
Maar de
schepen
gingen
op de
eerste
tocht
verloren.
Samen
met
koning
Joram
voerde
Josafat
oorlog
tegen de
Moabieten.
Aan het
eind van
Josafats
regeerperiode
vielen
de
Moabieten
hem
opnieuw
aan,
samen
met de
Ammonieten.
Josafat
won de
oorlog.
Korte
tijd
later
overleed
Josafat
op
zestigjarige
leeftijd
na 25
jaar
geregeerd
te
hebben.
Hij werd
begraven
in de
Davidsburcht
in
Jeruzalem.
Hij werd
opgevolgd
door
zijn
Joram.

Josafat.
|
● 845
v Chr.
Machtsgreep Jehu, moord op aanhangers
Baäl; profeet Elisa:
Ondertussen
riep de profeet Elisa een van de leerlingen van de
profetengemeenschap bij zich en droeg hem op: "Neem dit
kruikje met olie en ga zo snel mogelijk naar Ramot in
Gilead. Daar aangekomen moet je Jehu opzoeken, de zoon
van Josafat, de zoon van Nimsi. Ga naar hem toe en neem
hem apart. Ga met hem naar een afgezonderd vertrek en
giet het kruikje olie over zijn hoofd uit met de
woorden: 'Dit zegt de HEER: Hierbij zalf ik je tot
koning van Israël.' Daarna moet je het vertrek verlaten
en maken dat je wegkomt."
De jonge
profeet ging naar Ramot in Gilead. Toen hij daar
aankwam, zaten de bevelhebbers van het leger bij elkaar.
"Kan ik u spreken, overste?" vroeg hij. "Wie van ons
wilt u spreken?" vroeg Jehu. "U, overste," antwoordde
hij. Jehu stond op en ging met de jonge profeet mee naar
binnen. Daar goot de profeet de olie over Jehu"s hoofd
uit en zei: "Dit zegt de HEER, de God van Israël:
Hierbij zalf ik je tot koning over Israël, het volk van
de HEER. Ruim het koningshuis van Achab, waarbij je in
dienst staat, uit de weg, want ik wil het bloed wreken
van de profeten en van al mijn andere dienaren die door
Izebel ter dood zijn gebracht. Heel het koningshuis van
Achab zal ten onder gaan, alle mannelijke leden van zijn
familie zal ik uitroeien, van hoog tot laag. Het zal het
koningshuis van Achab vergaan als het koningshuis van
Jerobeam, de zoon van Nebat, en het koningshuis van
Basa, de zoon van Achia. En Izebel zal op de akkers van
Jizreël door de honden worden opgevreten, niemand zal
haar begraven." Daarop verliet de profeet het vertrek en
maakte dat hij wegkwam.
Toen Jehu terugkwam bij de dienaren van
zijn heer vroegen ze hem: "Is alles in orde? Wat moest
die gek van jou?" "Ach, het gewone gezeur, jullie kennen
dat wel," antwoordde Jehu. "Maak dat een ander wijs,"
zeiden ze. "Zeg op, wat had hij te vertellen?" Toen zei
Jehu: "Hij heeft me het volgende gezegd: 'Dit zegt de
HEER: Hierbij zalf ik jou tot koning van Israël.'"
Ogenblikkelijk deden ze allemaal hun mantels af en
spreidden die voor hem als loper over de traptreden uit.
Toen bliezen ze op de ramshoorn en riepen: "Jehu is
koning!"
Elisa
is een profeet waarover geschreven staat in de
Hebreeuwse Bijbel. Hij is de opvolger van de profeet
Elia. De levensloop van Elisa is met name terug te
vinden aan het einde van het Bijbelboek 1 Koningen en
voor de rest in het Bijbelboek 2 Koningen.
Zijn naam komt het eerst voor in de opdracht aan Elia om
hem tot opvolger te zalven. Op zijn weg van Sinaï naar
Damascus treft de profeet Elia hem aan terwijl hij met
de runderen het land ploegt. Hij roept Elisa door zijn
mantel over diens schouders te gooien. Hij neemt hem aan
als zoon en roept hem tot het profetenambt.
Gedurende twaalf jaar horen we weinig over Elisa, tot
het overlijden van Elia. Hierna wordt gezegd dat hij
'een dubbel deel' van de geest van Elia heeft gekregen,
en wel omdat hij de wonderbaarlijke hemelvaart van Elia
heeft mogen aanschouwen. Hij heeft de leiding van de
profetenschool in Jericho, redt Samaria en Dothan van
een Syrische belegering, en geneest de Syrische generaal
Naäman van melaatsheid. Hij zalft Hazaël tot koning over
Syrië en Jehu tot koning over Israël. Jaren later, op
zijn sterfbed, komt koning Joas, de kleinzoon van Jehu,
om te rouwen over zijn naderende einde. Hij spreekt tot
Elisa dezelfde woorden als Elisa bij Elia's dood: "Mijn
vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israël!"
Volgens 2 Koningen 13:20-21 werd een jaar na zijn
begrafenis het lichaam van een overleden man 'weer
levend toen het diens beenderen aanraakte'.

De profeet Elisa.
Voorganger:
Abia |
Koning
van Juda |
Opvolger:
Josafat |
●
800 v.Chr. Opkomst van
de Etruskische beschaving
wikipedia -Etrusken.
●●●
787-747 v Chr.
Bloeiperiode onder Jerobeam, wiens godsdienstbeleid
veroordeeld wordt door de profeet Hosea. Geschriften van
de profeet Amos.
Het paslood.
De Here stond bij een muur, die destijds loodrecht
gemaakt was, met een paslood in Zijn hand. Hij zou dit
paslood gebruiken in het midden van 'Zijn volk Israël'
en dit volk voortaan niet meer voorbijgaan, voor oordeel
niet meer sparen. De hoogten van Izaäk zouden verwoest,
de heiligdommen van Israël vernield worden, en tegen het
huis van Jerobeam zou met het zwaard worden opgetreden.
Het beeld van een paslood is eenvoudig: het wijst elke
afwijking aan. Het bewijst of een muur uit het lood is
gezakt. Zo ja, dan kan er maar één ding gedaan worden:
afbreken en opnieuw bouwen. Dit zou ten aanzien van
Israël dan ook geschieden. In dit derde visioen is geen
sprake van bemiddeling, er zou een definitief oordeel
over Israël worden uitgeoefend, n.l. de wegvoering van
de tien stammen door de Assyrische koning Salmanéser, 2
Kon. 17:1-6. Hoe veelzeggend zijn de woorden: 'Ik zal
het voortaan niet meer voorbijgaan'. En dit was de
tweede aankondiging. Tevoren had de Here reeds gezegd,
dat Hij Israël zou behandelen, zoals Hij destijds
Egypte had gedaan, 5:17. Nu werd deze uitspraak nog
aangevuld met: 'Ik zal het voortaan niet meer
voorbijgaan. Zoals aan Israël in Egypte was geschied, en
zoals Israël ook nog gespaard was voor de oordelen van
de twee vorige visioenen. Een lam waarvan het bloed
Israël beveiligde, zou er nu niet zijn.
Aan het volksbestaan van Israël zou een einde worden
gemaakt, de 'heiligdommen' van Israël zouden worden
verwoest en het huis van Jehu, waarvan Jerobeam II de
derde afstammeling was, door het zwaard getroffen. Dit
is dan ook geschied. Zacharia, de zoon van Jerobeam
werd, na een regering van zes maanden, doodgeslagen.
Toen was de belofte aan Jehu, dat van zijn zonen tot in
het vierde geslacht op de troon van Israël zouden
zitten, vervuld geworden, 2 Kon. 15:8-12. Na Zacharia
hebben nog vijf koningen korter of langer over Israël
geregeerd, in totaal ruim 41 jaar. Onder Hoséa, de
laatste van deze vijf, en ook de laatste van alle
koningen van Israël, is het oordeel, dat een einde
maakte aan het volksbestaan, gekomen. Samaria werd na
een beleg van drie jaar verwoest en Israël, voor zover
niet gesneuveld, naar Assyrië weggevoerd. Dat gebeurde
in het jaar 722 vóór Christus, 2 Kon. 17:6.
Er gaat een geweldige spraak uit van het paslood. Als de
Heer dit gebruikt in onze dagen, in ons midden, in onze
familie, in ons gezin, wat zal het dan aanwijzen? De
verzen 10-17 van dit hoofdstuk onderbreken de visioenen
van de profeet Amos, en beschrijven het verzet tegen
zijn profeteren in Israël.
Amos was naar Bethel gegaan om daar te profeteren.
Amazia, de priester van Bethel (niet de priester des
Heren), kwam tegen de profeet in verzet en zond aan
Jerobeam II, koning van Israël, bericht dat Amos een
samenzwering tegen hem sprak in het midden van het volk,
woorden die door het land, het koninkrijk, niet konden
worden verdragen. - Want hij had gezegd, dat de koning
Jerobeam door het zwaard zou sterven, en dat Israël
gevankelijk uit het land zou worden weggevoerd. Het
eerste heeft de profeet zeker niet gezegd. De Here had
hem immers niet medegedeeld, dat Jerobeam door het
zwaard zou sterven, maar dat het huis van Jerobeam door
het zwaard zou worden getroffen. Priesters, door mensen
aangesteld, hebben zich altijd verzet tegen de dienaren
des Heren, die door de Heilige Geest gedreven het Woord
van God spraken. - Amazia gedoogde het optreden van Amos
in het tienstammenrijk niet, in welk rijk hij zichzelf
geestelijke rechten aanmatigde. Amos kwam door zijn
profeteren op Amazia"s terrein.
Om zich van de profeet te ontdoen, wiens woorden hem
toch verontrustten, schakelde hij de wereldlijke
overheid in, opdat deze de profeet zou veroordelen.
Vooruitlopende op een besluit van Jerobeam, zei hij tot
Amos: 'Gij ziener, ga weg, vlucht in het land van Juda,
en eet aldaar brood en profeteer aldaar. Maar te Bethel
zult gij voortaan niet meer profeteren, want dit is een
koninklijk heiligdom en een rijkstempel'. Zo wilde
Amazia zich van Amos ontdoen. Maar hij vergat, dat God
Zich geen beperkingen laat opleggen door mensen en dat
alleen 'Zijn' gezag wettig en beslissend is. Amos
verkondigde in Israël de waarheid, maar het was voor de
priester Amazia van het hoogste belang, dat hieraan paal
en perk werd gesteld. Want op die manier werd heel het
godsdienstige systeem, door Jerobeam I uitgedacht, te
gronde gericht, en daarmede ook de positie van de
geestelijke leiders in Israël. Vandaar de valse
aanklacht, en een inschakeling van de overheid om dwang
uit te oefenen.

Zegel
van de
Sema:
een
minister
van
de koning
Jerobeam
II (787-747 v. Chr.)
Amos,
profeteerde onder de regering van Uzzia,, koning van
Juda, die tweeënvijftig jaar te Jeruzalem regeerde en
onder het bewind van Jerobeam II, koning van Israël, die
eenenveertig jaar te Samaria regeerde. Er is slechts één
koning geweest die nog langer dan de eerstgenoemde op de
troon heeft gezeten, nl. Manasse, koning van Juda, die
vijfenvijftig jaar heeft geregeerd.
Een langdurige regering betekende echter nog niet een
goedkeuring van dat bewind door God. Want die van
Manasse was een aaneenschakeling van zonde en
ongerechtigheid. Uzzia, de koning van Juda, deed wat
recht is in de ogen des Heren (2 Kon. 15:3). Zijn
regering was zeer voorspoedig, het rijk werd zeer
versterkt. Tot op de dag, waarop deze koning, door
hoogmoed gedreven, tevens priesterlijke dienst in de
tempel wilde verrichten. Als straf hierover werd hij
melaats tot zijn dood toe. De na hem komende koningen
Jotham, Hizkia en Josia wandelden in de wegen des Heren.
Door de trouw van deze ware nakomelingen van David werd
het oordeel, dat Juda bedreigde, o.a. door de goddeloze
koningen van Juda: Achaz, Manasse en Amon, nog uitgesteld.
Met Jerobeam II was het geheel anders gesteld. Hij deed
wel grote daden in de ogen van mensen, maar hij wordt
gekenmerkt door 'hij deed wat kwaad was in de ogen des
Heren.'. Toch heeft God hem nog willen gebruiken om
Israël te verlossen. De Here had toen nog niet gezegd,
dat Hij de naam van het tienstammenrijk Israël, van
onder de hemel zou uitwissen (2 Kon. 14:23-29). Na de
dood van Jerobeam II en de regering van nog zes hem
opvolgende koningen, die gezamenlijk 41 jaar en 7
maanden geregeerd hebben is dit tienstammenrijk geheel
ten onder gegaan, door de wegvoering van de bevolking
naar Assyrië. De regering van Uzzia, koning van Juda, en
die van Jerobeam II, koning van Israël, vielen samen
gedurende een periode van veertien jaar. Maar het is
niet zo dat Amos gedurende deze veertien jaar heeft
geprofeteerd. Het eerste vers van hoofdstuk 1 zegt, dat
hij profeteerde twee jaar vóór de aardbeving.

Amos.
Uzzia (in de bijbel wordt ook de naam Azarja gebruikt) was koning van Juda. Hij werd door het volk van Juda als opvolger van zijn vader Amasja benoemd. Zijn regeerperiode wordt tegenwoordig gedateerd van 783 v. Chr. tot 742 v. Chr. of van 767 v. Chr. tot 740 v. Chr..
Over zijn leven valt in de Bijbel te lezen in 2 Koningen 14 en 2 Kronieken 26. Hij zou 52 jaar hebben geregeerd, één van de langste regeerperiodes in de geschiedenis van Juda. Uzzia, die de troon besteeg op 16-jarige leeftijd, stond bekend als een doortastende en goede vorst. Hij zorgde voor een groot en sterk leger en bouwde verschillende verdedigingswerken, zoals verschillende wachttorens in de stadsmuur van Jeruzalem. Hij voerde oorlogen tegen de Filistijnen, de Arabieren en de Meünieten. Daarnaast kreeg hij schatting (een afkoopsom voor oorlog) van de Ammonieten. Op het hoogtepunt van zijn macht, reikte zijn rijk tot aan de grens met Egypte. Aan het eind van zijn regeerperiode werd hij echter getroffen door huidvraat, nadat hij -tegen de regels in- zelf wierook had geofferd in de tempel van Jeruzalem. De laatste jaren van zijn leven moest Uzzia daarom in afzondering leven (mensen met huidvraat waren onrein en mochten niet in contact komen met anderen): zijn zoon Jotam was in deze periode regent van Juda.
Na zijn dood werd hij begraven in een apart graf in het veld waar ook zijn voorouders waren begraven. Hij werd als koning opgevolgd door Jotam.
Uzzia steen.
In 1931 werd door professor E.I. Sukenik van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem een steen ontdekt, die tegenwoordig bekend staat onder de naam 'Uzzia steen'. Op de steen staat in het oud-Hebreeuws te lezen De beenderen van Uzzia, koning van Juda, rusten hier. Niet openen.... De stijl van de tekst is Aramees en de tekst wordt daarom gedateerd op 700 jaar na Uzzia. Niet achterhaald kan worden of de plaats waar de steen gevonden werd daadwerkelijk het graf van Uzzia was.

Uzzia. |
● Egyptische kalender.
De Egyptenaren verdeelden het jaar in 12 maanden van
30 dagen met 5 extra dagen elke twaalfde maand.
Omdat het geen rekening hield met de kwart dag, liep
het ook door de jaren terug in 1460 jaar. Dus 1461
Egyptische jaren komen overeen met 1460 Juliaanse
jaren. De Egyptische kalender is heel vaag omdat de
verschillende seizoenen in verschillende maanden
vielen. De telling begon
747 v. Chr.
● 776 v.Chr. Eerste
Olympiade.
● 753 v.Chr. Rome wordt gesticht.
Het Romeinse Rijk (Latijn: Imperium
Romanum) was van oorsprong een stadstaat, die zich vanaf
de zesde eeuw voor Christus begon uit te breiden en
uitgroeide tot een rijk dat op zijn hoogtepunt alle landen
rond de Middellandse Zee omvatte. Het bereikte zijn grootste
omvang onder keizer Trajanus (98-117).
De Romeinse geschiedenis
wordt traditioneel in drie perioden onderverdeeld:
●●●
725-697 v Chr.
Koning Hizkia, bestrijdt de Filistijnen, geprezen om zijn
vroomheid
Hizkia (ook wel Jechizkia,
overleden in 687 v. Chr.) was een bijbels-historisch figuur.
Hizkia was van (vermoedelijk) 715 v. Chr. tot zijn dood
koning van Juda. Hij was de opvolger van zijn vader Achaz.
Leven.
Ten tijde van Hizkia's leven was Israël opgedeeld in een
noord-rijk (onder de naam Israël) en een zuidrijk (Juda). In
722 v. Chr. veroverden de Assyriërs het noordrijk. Zijn
vader was toen koning van het zuidelijke Juda, dat een
vazalstaat van de Assyriërs was. Desondanks liep ook Juda
het gevaar veroverd te worden. Hizkia toonde zich naar
buiten toe loyaal ten opzichte van de Assyriërs, maar
bereidde tegelijkertijd de hoofdstad van Juda Jeruzalem voor
op een beleg. Hij versterkte de stadsmuren en liet een 533
meter lang ondergronds kanaal (de Hizkia-tunnel) aanleggen
van het bij de stad gelegen Gihonbron naar binnen de stad.
De bouw van dit kanaal was voor die tijd een technisch
meesterwerk.
Toen in 704 v. Chr. de Babyloniërs tegen de Assyriërs ten
strijde trokken, steunde Hizkia met andere Syrische vorsten
en in de hoop op steun van Egypte de opstand tegen de
Assyriërs. De Assyrische koning Sanherib ondernam hierop een
veldtocht tegen de Syriërs en veroverde het zuiden van
Palestina (701 v. Chr.) voordat Egyptische hulp kon
arriveren. Ondanks dat Hizkia 30 talenten goud en 300
talenten zilver betaalde aan Sanherib, begon Sanherib een
belegering van Jeruzalem. Om onbekende redenen werd deze
belegering echter afgebroken. Volgens Herodotus werd het
leger van de Assyriërs getroffen door een muizenplaag, in de
Bijbel wordt gesproken van de totale vernietiging van het
leger van Sanherib) en een andere theorie is dat Sanherib
het beleg staakte nadat Hizkia hem goud en zilver had
betaald.
Tijdens zijn bewind stelde Hizkia religieuze veranderingen
in. Hij schafte de verering van de Assyrische goden af en
concentreerde zich op de verering van JHWH. Hizkia overleed
uiteindelijk in 687 v. Chr. Zijn opvolger was zijn
twaalfjarige zoon Manasse.

●●●
722 v Chr.
Verovering door de Assyriërs o.l.v.
Salmanasser V, (koning van
Assyrië).
De Assyrische koning
Salmanasser V (727 - 722 v.Chr.) nam Samaria in na een
lang beleg (724 - 722 v.Chr.), waarbij hij echter overleed.
Salmanasser V was een zwakke koning en zette de politiek van
zijn vader zonder veel succes voort. Een staatsgreep in
Assoer maakte een einde aan zijn regering. Hij werd
opgevolgd door zijn zoon Sargon II.
Als een volk voor de derde keer zou rebelleren was het
officiële Assyrische antwoord kort en krachtig: dat volk zou
ophouden te bestaan. Het Assyrische leger zou nagenoeg de
hele bevolking met geweld in ballingschap drijven. De
Assyriërs verspreidden de ballingen door hun hele rijk en
herbevolkten de leeggekomen gebieden met mensen uit andere
verre gebieden. Eenmaal uit hun eigen land verwijderd en hun
land door anderen bevolkt zouden de verspreide ballingen
weinig middelen of motivatie meer hebben om nog eens tegen
de Assyrische heerschappij in opstand te komen.
Een pro-Assyrische, maar onbetrouwbare Israëlitische vazal,
koning Hosea (ca. 731-722 v. Chr.) bracht de gebeurtenissen
op gang die de ontbinding van het noordelijke koninkrijk
veroorzaakten. In de hoop op belangrijke steun van Egypte in
het zuiden verraadde Hosea omstreeks 724 v. Chr. het
Assyrische vertrouwen reageerde met een beleg (ca. 724-722
v. Chr.) dat ten slotte de val van Israël"s hoofdstad
Samaria tot gevolg had. Op dat punt hield het noordelijke
koninkrijk op te bestaan als politieke entiteit.
De geschiedenis bevat een naschrift op de val van Samaria in
722 v. Chr. Na met succes 'Israël"s Beloofde Land' te zijn
binnengevallen door de overwinning op het noordelijke
koninkrijk, keerden de Assyriërs spoedig terug om het
zuidelijke koninkrijk Juda aan te vallen. Binnen tien jaar
kwam het Assyrische leger terug en veroverde bijna alle
versterkte steden van Juda (2 Kon. 18:9, 13-14). Jeruzalem
echter viel in deze invasie niet en het koninkrijk herstelde
voldoende om nog 135 jaar te blijven 587 v. Chr. de
Babylonische legers Jeruzalem veroverden en verwoestten.

Het Assyrische
Rijk
onder
Sargon
II.
● Koning Sargon II (722 -
705 v.Chr.) regeert over het Assyrische Rijk.
● Samaria wordt na een
belegering van bijna drie jaar door de Assyriërs ingenomen.
-Het Assyrische Rijk of kortweg Assyrië was
een rijk dat bestond tussen 2000 v.Chr. en 612 v.Chr. De
Assyriërs veroverden het rijk vanuit hun kerngebied rond de
stad Aššur (of Assoer) in Mesopotamië. Op het hoogtepunt van
hun macht besloeg het rijk Mesopotamië, het grootste deel
van Israël en (gedurende een korte periode) zelfs Egypte.
Omstreeks 2500 v.Chr. vestigden de voorlopers van de
Assyriërs zich aan de bovenloop van de Tigris. Het
Assyrische volk is ontstaan uit een vermenging van de
oorspronkelijke oerbevolking en Semitische immigranten.
● Sargon II verslaat een
coalitie van Syrische en Fenicische steden.
● Sargon II laat de tien
noordelijke stammen van Israël afvoeren naar Aššur.
● Palestina wordt ingelijfd
bij het Assyrisch Rijk, einde van het koninkrijk Israël.
Bron:
Wikipedia.
●●●
701 v Chr.
belegering van Jeruzalem door de Assyriërs o.l.v. Sanherib
Sanherib (ca. 705-681 v. Chr.)
(ook bekend als Sennacherib) was een koning van Assyrië.
Hij is de zoon van Sargon II, was getrouwd met Naqi'a en was
vader van Esarhaddon en grootvader van Assurbanipal.
Hij had bij zijn troonbestijging weinig last van lokale
opstanden, want Assurs overmacht was zo groot geworden door
de militaire ondernemingen van zijn voorganger Sargon II.
Daardoor hoefde Sanherib zich niet meer bezig te houden met
de jaarlijkse veldtocht. Intussen voerden de met de Meden
verbonden Kimmeriërs een vriendschappelijke politiek ten
overstaan van Urartu, niet om het Assyrische maar wel om het
Frygische Rijk ten val te brengen. Sanherib slaagde er door
toedoen van Egypte niet in de problemen in Juda volledig op
te lossen.
Op het moment dat de Chaldese vorst van Babylon een verbond
sloot met Elam, rukte Sanherib tegen hem op met het
landleger en een door Westerlingen bemande en door Frygiërs
gebouwde vloot. Op dat moment viel Elam Assyrisch
grondgebied binnen. Sanherib overwon zowel Babylon als Elam
en op onnavolgbare wijze liet hij Babylon verwoesten (hij
liet het water van de Eufraat over de stad vloeien), wat in
de latere Messopotamische literatuur werd gezien als een
belediging van Babylons goden. Sanheribs nieuwe
residentiestad Ninive werd door kanaten van water voorzien.
Egypte.
● Farao Shebitku
verslaat in de slag bij Eltekh de Assyriërs en verijdelt de
inname van Jeruzalem.
Assyrië.
● Koning Sanherib
onderwerpt Juda en verovert de Fenicische havensteden Byblos
en Sidon.●
Sanherib verwoest Ekron en neemt als oorlogsbuit paarden,
muilezels en kamelen mee naar huis.
● Sanherib belegert
Jeruzalem, maar door een epidemie moeten de Assyriërs zich
terugtrekken.
Libanon.
● Koning Lulê van Sidon
wordt gedwongen naar Cyprus te vluchten.
Bron: Wikipedia.
●●●
638-608 v Chr.
Koning Josia, vergroot de zelfstandigheid van Juda,
annexeert de noordelijke provincies Galilea, Gilead en
Samaria; hij verwijdert afgodsbeelden uit de tempel en voert
hervormingen door, mede gerechtvaardigd door de vondst van
een oud wetboek in de tempel.
Religie – aangepast aan de markt.
Israël had zich in de tijd totaal aangepast aan de religie
en de goden van de buurlanden. En van Jahwe, van de God van
Israël zelf, was nauwelijks nog sprake. Hij werd op een
zijspoor gezet. Men vond hem minder boeiend, minder
prikkelend. Van Hem kon je je geen voorstelling maken,
niemand had Hem nog ooit gezien. De afgodsbeelden van de
buurlanden spraken veel meer tot de verbeelding. En als je
die ging aanbidden, kreeg je er ook best veel voor terug. De
god Jahwe was anders dan de andere goden, en omdat je Hem
niet kon zien, was in Hem geloven moeilijker: je kon je geen
voorstelling van Hem maken. En als je in Hem ging geloven,
bracht je ook een scheiding aan in je relatie met de
omliggende landen en culturen. En daar was het koning Salomo
en zijn opvolgers vooral ook altijd om te doen geweest: om
een goede relatie met je buren, de buurlanden.
Israël was in die tijd vooral een transitland, een
doorvoerland van allerlei goederen naar de andere landen.
Als de goederen vanuit het noorden naar het zuiden werden
gebracht, van waar vandaag Turkije ligt, naar Egypte; of
vanuit het westen naar het oosten, van Griekenland naar waar
vandaag Irak ligt, kwamen ze door de gebieden van de stammen
van Israël heen. Iemand vergeleek het land Israël van toen
eens met het België van nu, waar ook maar weinige reizigers
blijven hangen, maar de meesten doorheen rijden. Zo was
Israël toen ook vooral een land waar de karavanen doorheen
trokken; een land waar niemand echt langer bleef vertoeven.
Tenzij, tenzij, dacht toen menige koning van Israël, wij een
oponthoud voor hen zo aangenaam mogelijk maken, ze zich bij
ons thuis gaan voelen, doordat ze onder andere hun eigen
goden bij ons kunnen aanbidden. Dan blijven ze misschien wel
wat langer en geven ze hun geld ook in onze gebieden uit. Zo
was het langzamerhand tot het beleid van de koningen van
Israël geworden, zich zeer aan de buurlanden, aan hun
cultuur en religie aan te passen. Dit was de situatie tot
het moment dat Josia als koning aan de macht kwam.
Josia"s heimwee naar iets anders.
Josia gaat dan opeens weer een heel ander beleid voeren, een
beleid tegen al deze aanpassingen en religies in? Hoe zou
dat zo gekomen zijn? Ergens in de bijbel lezen we dat hij al
op zijn achtste levensjaar koning wordt. En als hij dan net
koning is, staat er in 2 Kronieken 34: 3, gaat hij op zoek
naar zijn eigen wortels, naar de god van zijn vader David.
Als hij dan vervolgens twaalf jaar aan de macht is, durft
hij al de eerste keer toe te slaan in de tempel van
Jeruzalem, en daar de heidense goden te verwijderen. Maar
helemaal anders wordt het in het 18e jaar van zijn regering,
hij is dan zo"n 26 jaar. Dan vindt zijn priester Chilkia bij
een opknapbeurt in de tempel een oude boekrol,
waarschijnlijk het boek Deuteronomium, of heel de Joodse
Thora, dat weet men helaas niet. En als koning Josia daar in
begint te lezen, krijgt Josia de schrik van zijn leven: in
dat boek wordt met heel veel woorden gewaarschuwd tegen het
aanbidden van al de afgoden. In het boek Deuteronomium
worden wij opgeroepen om alleen God te dienen, Hem alleen,
met heel ons hart, onze ziel en ons verstand, en met Hem een
relatie aan te gaan, een verbond te sluiten, met Hem alleen.
Josia ziet dat wel zitten. Hij wil terug naar het eigen
geloof. Hij wil terug naar de God van de bijbel. En de
internationale relaties? Het onderhouden van die relaties?
Die spelen bij hem niet meer zo"n grote rol. Blijkbaar staat
Josia er economisch op dat moment zo sterk voor, dat hij
denkt het bewandelen van een eigen weg economisch wel weer
aan te kunnen, ook al kapt hij daarmee dan wel met de
internationale godenverering en daarmee: met een groot deel
van de vele buitenlandse contacten die er in Israël
onderhouden worden. Josia wil terug naar het eigen geloof,
dat door de tijd heen helemaal is ondergesneeuwd. En zo
begint hij aan zijn zuiveringsactie, die hij met harde hand
uitvoert.
Met dit alles, met de bezinning op het eigene, met de
bezinning alleen nog maar op Gód, is Josia dan later tot een
voorbeeld of naamgenoot van Jezus geworden. Ook Jezus
voltrok later weer eens een reiniging van de tempel. En ook
Hij riep heel het volk Israël weer terug naar de kern, naar
zijn eigen oorsprong. Daarin is Josia Hem voorgegaan. - Maar
de vraag, de hamvraag is dan natuurlijk, hoe wij mensen van
vandaag onze tekst van vanmorgen kunnen toepassen in ons
leven. Dat zuiveren, dat uitzuiveren van ons eigen geloof,
of misschien wel: het zuiveren van het geloof van heel onze
samenleving…, hoe kunnen wij dat dan doen in onze dagen.
Kunnen we de manier van doen van Josia zomaar klakkeloos
overnemen? Zouden ook wij dan weer eens met een wat hardere
hand moeten doen? En tot hoe ver gaat dat dan? Mag dat dan
gaan?
Egypte.
● Farao Necho II
versterkt zijn grip op Palestina en Syrië.
● Necho II voert het
oppergezag over de Levant tot Karkemish, hij steekt de
Eufraat over en belegert Harran.
Palestina.
● Koning Josia van Juda
trekt op tegen Necho II en sneuvelt in de slag bij Megiddo.
● Kroonprins Joachaz volgt
zijn vader op als koning van Juda, maar wordt na drie
maanden afgezet door Necho II.
● Koning Jojakim (609 - 598
v.Chr.) bestijgt de troon van het koninkrijk Juda.
Babylonië.
● Koning Nabopolassar
van Babylon verwoest de Assyrische stad Harran.
● Het verlies van Egypte in
het jaar 4141 van de Assyrische kalender betekent het einde
van het Assyrische Rijk.
Bron: Wikipedia.
●●●
627 v Chr.
Jeremia krijgt een visioen en treedt op als profeet (tot ca.
586)
"Het volk en het koninkrijk nu, dat hem, Nebukadnessar, de
koning van Babel, niet zal willen dienstbaar zijn en zijn
hals niet zal willen voegen onder het juk van de koning van
Babel, over dat volk zal Ik bezoeking doen met het zwaard,
de honger en de pest, luidt het woord des Heren, tot Ik hen
volkomen in zijn macht zal hebben
gebracht".
"Toen ik mijn ogen opsloeg, zag ik, en zie, een ram stond
voor de stroom; hij had twee horens, en die horens waren
hoog, de ene echter was hoger dan de andere, en de hoogste
rees het laatste op. Ik zag de ram stoten naar het westen,
naar het noorden en naar het zuiden, en geen enkel dier kon
tegen hem standhouden"
"Gij, o koning, koning der koningen, wie de God des hemels
het koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft, ja,
in wiens hand Hij de mensenkinderen, waar zij ook wonen, de
dieren des velds en het gevogelte des hemels heeft gegeven,
en die Hij tot heerser over die alle heeft gemaakt- gij zijt
dat gouden hoofd".
De Babyloniërs behoorden tot de belangrijkste bewerkers van
Assurs ondergang. Nadat Ninevé verwoest en Farao Necho bij
Karkamis aan de Eufraat verslagen was, veroverde
Nebukadnessar II Syrië. Ook dwong hij Jeruzalem tot het
betalen van zware belastingplicht. Het waren de profeten
Jeremia(25:5) en Habakuk (1) die Juda en zijn koning vele
malen hadden gewaarschuwd zich te bekeren van de heilloze
weg die zij bewandelden. Helaas vonden zij geen gehoor.
De vruchten der goddeloosheid zouden de koning en het volk
dan ook spoedig plukken. Koning Jojakim en diens zoon
Jojakin werden beiden naar Babylonië afgevoerd en in hun
plaats werd er een vazalkoning op de troon geplaatst.
Ondanks de woorden Gods, zich geheel naar de wil van
Nebukadnessar te schikken, rebelleerde ook deze koning tegen
de opgelegde belastingplicht.
"Zo zegt de Here, de God van Israël: Ga heen en spreek tot
Sedekia, de koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de
Here: zie, Ik geef deze stad in de macht van de koning van
Babel, die haar met vuur zal verbranden; gij zult niet
ontkomen aan zijn macht, maar voorzeker gegrepen en in zijn
macht gegeven worden; van aangezicht tot aangezicht zult gij
de koning van Babel zien, van mond tot mond zal hij met u
spreken en gij zult in Babel komen".
In 586 v Chr. ging deze profetie in vervulling.
Nebukadnessar viel Juda binnen, verwoestte Jeruzalem en haar
tempel en liet de Joodse bevolking naar Babel afvoeren. Alle
zonen van koning Sedekia werden voor diens ogen gedood
terwijl hij zelf verblind naar Babel werd overgebracht. In
Jeremia 25:11-12 verkondigt de profeet, dat zijn volk
zeventig jaar in ballingschap zal blijven.
Dan zal de Here Zijn volk verlossen en de
ongerechtigheid van Babel bezoeken en het Koninkrijk
verwoesten.

Jeremia.
●●●
612 v Chr.
Verovering Ninive door de Meden, beschreven door de profeet
Nahum; feitelijk einde Assyrische invloed.
Het boek Nahum is een van de boeken in het Oude Testament en
de Tenach. De naam Nahum (in het Hebreeuws: Nachoem, in de
Septuaginta en in het Nieuwe Testament: Naoum) betekent
Trooster.
Ontstaan en datering.
Nahum profeteerde volgens sommigen tijdens het begin van de
regering van Ahazia (743 v. Chr.). Anderen geven de voorkeur
aan een datering tijdens de tweede helft van de regering van
Hizkia, rond 709 v. Chr. Waarschijnlijk is het boek
geschreven in Jeruzalem spoedig na 709 v. Chr. waar hij
getuige was van de inval van Sanherib en de vernietiging van
diens leger (2 Koningen 19:35).Wanneer de ondergang van
Nineve in 607 v. Chr. geplaatst wordt, en omdat de ondergang
van Nineve als toekomstige gebeurtenis in het boek wordt
afgeschilderd, kan men aannemen dat het boek voor dit jaar
geschreven is. In hoofdstuk 3:8 wordt de ondergang van de
Egyptische stad No of No-amon als gebeurtenis in het
verleden genoemd, een gebeurtenis die rond 663 v. Chr.
geplaatst kan worden.
Het boek vermeld in 1:1 dat het geschreven is door Nahum, de
'Elkosiet', dwz afkomstig uit Elko, een plaats waarvan de
ligging niet bekend is.
Onderwerp en inhoud.
Het onderwerp van de profetieën wordt gevormd door de
komende ondergang van Nineve, de hoofdstad van het grote en
toen florerende Assyrische rijk. De assyrische vorst
Assur-banipal stond op het hoogtepunt van zijn macht. Nineve
was een uitgebreide stad, en een centrum van de toenmalige
beschaafde wereld en van de internationale handel. Het
beschikte over een sterke verdediging aan alle zijden. God
keek echter anders tegen Nineve aan. Hij zag het als een
'bloedstad, die geheel vol leugen en verscheuring' is. Jona
had reeds zijn waarschuwingsboodschap gebracht. Nahum werd
gevolgd door Zefanja, die ook de ondergang van de stad
voorspelde (hoofdstuk 2:4-15). Voorspellingen, die
opmerkelijk nauwkeurig vervuld werden in 607 v. Chr, toen
Nineve door vuur verwoest werd, en het Assyrische rijk ten
einde kwam.

Profeet Nahum.
Aan de profeet Nahum, wordt het
gelijknamige boek
Nahum in de Bijbel toegeschreven dat het zevende
is in de serie zogenoemde Kleine profeten.
● 612
v Chr. Verovering
Ninive
door de
Meden,
beschreven door de profeet Nahum; feitelijk einde Assyrische
invloed.
Bron: Wikipedia.
●●●
608 v Chr.
Egyptische opmars, slag bij Megiddo (bij de berg Karmel):
dood Josia, volgens Jeremia de laatste grote Judese koning
Josia is een persoon uit de hebreeuwse bijbel. Hij was
koning van Juda, en volgde daarin zijn vader Amon op. Over
het leven van Josia valt in de Bijbel te lezen in onder meer
2 Koningen 22-23 en in 2 Kronieken 34-35. Zijn regeerperiode
wordt tegenwoordig gedateerd op 640 v. Chr. tot 609 v. Chr.
of van 641 v. Chr. tot 609 v. Chr.
Tijdens het bewind van Josia kon Juda aanvankelijk
profiteren van de tijdelijke zwakheid van enkele buurlanden.
Het rijk van Assyrië raakte langzaam in verval en het
Babylonische Rijk was nog niet sterk genoeg om de rol van
Assyrië over te nemen. Ook Egypte beleefde een minder sterke
periode. Juda was hierdoor in staat aan macht te winnen.
Josia veroverde gebied dat tot de verovering van Israël door
Assyrië bij Israël had gehoord. Met Egypte sloot Josia een
bondgenootschap tegen Assyrië en in 612 v. Chr. werd de
hoofdstad van Assyrië Nineve veroverd.
Onder Josia begon Juda met het verzamelen en redigeren van
de Bijbelse geschriften. Dit gebeurde nadat bij
restauratiewerkzaamheden van de Tempel van Jeruzalem een
boekrol met daarin een oude wettekst gevonden was
(tegenwoordig denken veel wetenschappers dat het om het
Bijbelboek Deuteronomium gaat of om een oude wettekst die
later het Bijbelboek Deuteronomium werd). Vooral de profeet
Jeremia maakte zich hier sterk voor. Hierdoor werd het
geloof in JHWH (Jahweh,
Hebreeuwse naam van God.)
gecentraliseerd en verdwenen veel lokale religies. Het
verzamelen en redigeren werd pas voltooid ten tijde van de
Babylonische ballingschap.
Later bond Josia de strijd aan met Egypte, nadat de farao
Necho II met Assyrië oorlog ging voeren tegen Mesopotamië en
Juda had gevraagd om vrije doorgang. Josia viel het leger
van Necho echter aan en werd bij Megiddo verslagen. Josia
kwam hierbij om het leven. In het Bijbelboek 2 Koningen
staat geschreven dat Josia op het slagveld omkwam, in het
Bijbelboek 2 Kronieken dat Josia zwaargewond raakte en later
in Jeruzalem stierf. Tot opvolger van Josia werd zijn zoon
Joachaz benoemd, die echter korte tijd later door de
Egyptenaren in ballingschap werd gezet.

Reconstructie Jeruzalem, ten tijde van Josia.
● 608 v Chr.
Egyptische opmars, slag bij Megiddo (bij de berg Karmel):
dood Josia,
volgens Jeremia de laatste grote Judese koning.
Bron:
Wikipedia.
●●●
597 v Chr. Babyloniërs o.l.v.
Neboekadnezar II voeren koning Jojakim en de profeet
Ezechiël weg in ballingschap.
586 v Chr.
Babyloniërs verwoesten nu Jeruzalem en de tempel (onder het
oog van de profeet Jeremia); begin Babylonische
ballingschap.
De Babylonische
ballingschap verwijst naar de ballingschap van de joden
nadat zij werden meegevoerd, volgend op de verwoesting van
de tempel van Jeruzalem in 586 v.Chr. door de Babyloniërs
onder Nebukadnezar II. Ze mochten hun geloof blijven
belijden en hadden betrekkelijke vrijheid. Sommigen, zoals
Daniël, kregen hoge posities binnen de regering. In 539
v.Chr. werd Babylon door de Perzen veroverd en werd het de
joden toegestaan terug te keren naar Juda. Het boek Ezra
verhaalt hierover. De Babylonische ballingschap is voor het
jodendom een zwarte periode waarin evenwel het merendeel van
hun heilige schriften tot stand is gekomen.
Daarom is het een periode
waarin de politieke omstandigheden een enorme invloed hadden
op de verdere geschiedenis van de joods-christelijke wereld.
Bron: Wikipedia.
|
Babyloniërs o.l.v. Neboekadnezar II voeren
koning Jojakim en de profeet Ezechiël weg in
ballingschap.
Jesaja, Jeremia en Ezechiël staan bekend als de
belangrijkste profeten en schreven de boeken die
hun naam dragen (samen met de steun van
persoonlijke secretarissen). Maar dat is niet
het enige waar het om gaat. Iedere persoon
leverde zijn eigen fascinerende bijdrage aan de
Bijbel. Uiteindelijk is het Jezus Christus Zelf
die de twee delen van de Bijbel, het Oude en het
Nieuwe Testament, samenvoegt. Hij smeedt de
Hebreeuwse profeten aan het Nieuwe Testament.
Dus moeten we ons voornamelijk tot Christus
richten voor hulp bij het bestuderen van de
latere of belangrijkste profeten.
'... Terecht heeft Jesaja over u
geprofeteerd...'
'Hij 'Johannes de Doper' toch is het, van wie
door de profeet Jesaja gesproken werd...
Het is duidelijk dat de profeet Jesaja deze
woorden sprak. Net als Paulus in het
samenstellen van zijn brieven in het Nieuwe
Testament, heeft hij delen van zijn boek
waarschijnlijk gedicteerd aan een assistent.
Bedenk dat het officiële systeem van
schriftgeleerden en secretarissen (ingesteld
door koning David) nog steeds in werking was in
Juda gedurende Jesaja’s leven. Zijn profetische
dienaarschap duurde voort tijdens de regeringen
van diverse koningen van Juda
'... Nadat Paulus dit ene woord gesproken had:
Terecht heeft de Heilige Geest door de profeet
Jesaja tot uw vaderen gesproken.
'Het
woord des HEREN nu kwam tot mij: Eer Ik u vormde
in de moederschoot, heb Ik u gekend, en eer gij
voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u
geheiligd; tot een profeet voor de volkeren heb
Ik u gesteld'
Deze uitdrukking 'het woord des HEREN kwam tot
mij' (met kleine verschillen) wordt vaak
herhaald in het boek van Jeremia. De boodschap
van de profeet komt rechtstreeks van God;
Jeremia fungeert slechts als Zijn menselijke
instrument.
'Jeremia
dan schreef al het onheil dat over Babel komen
zou, in een boek, al deze woorden die over Babel
geschreven zijn
'...
Kwam dit woord van de HERE tot Jeremia: Neem een
boekrol en schrijf daarop al de woorden die Ik
tot u over Israël, Juda en alle volken gesproken
heb, sedert de dag dat Ik tot u gesproken heb,
sedert de tijd van Josia tot op heden'
'Toen riep Jeremia Baruch, de zoon van Neria, en
Baruch schreef uit Jeremia’s mond al de woorden
die de HERE tot hem gesproken had, op een
boekrol'
Jeremia had zijn eigen secretaris, die kennelijk
ook een gevorderd lezer was Baruch las de
woorden van Jeremia in 'het huis van de Heer,'
de tempel in Jeruzalem.
'Telkens als Jehudi drie of vier kolommen
gelezen had, sneed de koning ze met een
schrijversmes af en wierp ze in het vuur dat in
het bekken was, totdat de gehele rol verteerd
was in het vuur dat in het bekken was'
In de geschiedenis zijn er vele pogingen gedaan
om Gods Woord in zijn geheel of ten dele te
vernietigen. Dit specifieke voorval staat in de
Bijbel zelf beschreven. Soms zijn bijbelse
schrijvers of vertalers gevangengenomen of
gedood. Mensen hebben letterlijk hun leven
gegeven om u dit boek te brengen. In dit
voorbeeld in de Schriften werd er een poging
gedaan om de schrijver Baruch en de profeet
Jeremia gevangen te nemen; maar 'de Here hield
hen verborgen'
'Toen kwam het woord des HEREN tot Jeremia,
nadat de koning de rol met de woorden die Baruch
had opgetekend uit de mond van Jeremia, verbrand
had, aldus: Neem weer een andere rol en schrijf
daarop al de vorige woorden die op de eerste rol
stonden, welke Jojakim, de koning van Juda,
verbrand heeft'
'Jeremia nam een andere rol en gaf die aan de
schrijver Baruch ... en deze schreef daarop uit
de mond van Jeremia al de woorden uit het boek
dat Jojakim, de koning van Juda, in het vuur
verbrand had; en nog vele dergelijke woorden
werden daaraan toegevoegd'
Zelfs koningen hebben niet het recht of de
toestemming om Gods woord te veranderen of te
vernietigen. Hij heeft de Bijbel door de eeuwen
heen bewaard in weerwil van vastberaden pogingen
om alle sporen ervan uit te wissen. Trouwe
mannen en vrouwen hebben hun leven geriskeerd om
de Geschriften te behouden, te verspreiden en te
publiceren.
'...Kwam het woord des HEREN tot de priester
Ezechiël, de zoon van Buzi, in het land der
Chaldeeën, aan de rivier de Kebar; de hand des
HEREN was daar op hem' (Ezechiël)
Ezechiël wordt slechts tweemaal vermeld in de
Bijbel – beide keren in het boek dat zijn naam
draagt. Naast verwijzingen naar de
tempelhoofdstukken van Ezechiël ) in Openbaring
21, wordt het boek zelf diverse malen in het
Nieuwe Testament geciteerd. Jezus beeld van
Zichzelf als de Goede Herder is een duidelijke
verwijzing naar passages uit Ezechiël, God duidt
Ezechiël 90 keer aan als 'de Zoon des mensen,'
en Jezus Christus refereert zo’n 80 keer in de
evangeliën naar Zichzelf als de 'Zoon des
Mensen'.
Jojachim
werpt de wet in het vuur.
Ezechiël |
De lijst van naties en volken
die om Jeruzalem hebben gestreden is bijna eindeloos. Tussen
587 voor Christus en heden werd de stad meer dan twintig
keer veroverd en vele malen totaal verwoest, om daarna weer
uit haar as te herrijzen. Jeruzalem werd veroverd door de
legers van alle grote naties uit het verleden en dat
gebeurde meestal wanneer het volk van Israël hun geloof in
God hadden verzaakt. De stad werd onder Joodse heerschappij
voor het eerst volledig verwoest door Nebukadnezar. De
Bijbel vertelt dat in het negende regeringsjaar van Sedekia,
de koning van Juda, Nebukadnezar de koning van Babel met
zijn gehele leger tegen Jeruzalem oprukte. Hij belegerde de
stad en bouwde er een belegeringswal omheen.
Jeruzalem werd achttien
maanden lang, tot de zomer van 587, belegerd. De
omstandigheden werden door het langdurige beleg zo nijpend
dat sommige bewoners door de honger gedreven hun toevlucht
namen tot kannibalisme. Toen de Babyloniërs de stad in
handen kregen, probeerde koning Sedekia naar het gebied aan
de overkant van de Jordaan te vluchten, maar hij werd bij
Jericho gevangen genomen en naar Ribla gebracht.
Omdat hij zijn verdrag met Babylon had geschonden werd hij
voor Nebukadnezar geleid. Hij moest toezien hoe zijn zoons
werden geëxecuteerd, waarna hemzelf de ogen werden
uitgestoken en hij in ketenen werd weggevoerd naar Babylonië
waar hij stierf. Gedurende de maand daarop legden de
Babyloniërs Jeruzalem en de Tempel volledig in de as.
De stadsmuren werden geslecht en de bevolking gedeporteerd.
Slechts enige families mochten achterblijven als
wijngaardeniers en als landbouwers. Door deze deportatie en
verwoesting werd het land een oord van puinhopen en
woestenij en hield het koninkrijk Juda op te bestaan. Voor
talrijke Joden was de ballingschap al tien jaar eerder
begonnen toen koning Jojakin na Nebukadnezars eerste aanval
op Jeruzalem had gecapituleerd. Die keer had de capitulatie
nog tot gevolg dat Juda een totale verwoesting bespaard
bleef, ook al werd er, zoals zowel de Bijbelse als de
Babylonische kronieken getuigen, een enorme oorlogsbuit
geroofd.
Hoewel er over de aantallen gedeporteerden onduidelijkheid
bestaat, staat vrijwel vast dat reeds bij de eerste
deportatie het grootste deel van de heersende klasse naar
Babylon verdween. Als de Perzische koning Cyrus de
opperheerschappij in Babel krijgt, mogen de ballingen terug.
In 520 voor Christus wordt een nieuwe Tempel gebouwd en
begint Ezra en later Nehemia aan de mentale opbouw van het
Joodse volk. Met kracht wijzen zij op het feit dat het volk
drager is van de belofte voor land en volk. In de jaren die
volgden werd de stad in al zijn glorie hersteld.
Jeruzalem werd nu het middelpunt van een kleine Joodse
staat, die bestuurd werd door een hogepriester. Maar het
werd allesbehalve rustig, want in 200 voor Christus verovert
de Seleucide Antiochus 3 Jeruzalem. Diens opvolger, de
beruchte Antiochus 4 Epiphanus trachtte de Joden de
Hellenistische cultuur op te dringen. De Tempel in Jeruzalem
werd aan Zeus gewijd en alle religieuze voorschriften vooral
inzake de viering van de hoogtijdagen, sabbat en besnijdenis
werden op straffe des doods verboden.
●●●
538 v Chr. Eerste terugkeer, o.l.v. Zerubbabel,
kleinzoon van Jojakim.
Zerubbabel
(zaad van Babylonië) is een Assyrische naam. Betekent
letterlijk "Spruit van Babel". In het Perzisch heet hij ook
wel Sheshbazzar en was de kleinzoon van Jeconia, de tweede
tot de laatste koning van het Koninkrijk van Juda.
Zerubbabel was ook een van de eerste die de fundatie legde
voor de Tweede tempel in Jeruzalem het jaar daarna.
Zurubbabel was een tijdlang stadhouder in Jeruzalem. In de
geschiedenis is later niets van hem vernomen.
Volgens het boek
Ezra-Nehemia (het ongedeelde boek dat in de Bijbel twee
boeken zijn: Ezra en Nehemia) eindigde de ballingschap in
538 v.Chr. toen de Pers Cyrus II de Grote Babylon veroverde.
Een andere interpretatie stelt dat de ballingschap
eindigde toen Cyrus in 538 v.Chr. het "Edict van Cyrus"
uitvaardigde, dat de Joden toestond naar Jeruzalem terug te
keren. Weer een andere interpretatie stelt dat de
ballingschap eindigde met de terugkeer van Zerubbabel de
Vorst van David (zo genoemd omdat hij een afstammeling van
koninklijk bloed was) en Jozua de hogepriester (een
afstammeling van de lijn van vroegere hogepriesters van de
tempel) en de bouw van de Tweede Tempel in de periode 520 -
515 v.Chr.
De Babylonische
ballingschap had een aantal gevolgen voor het Judaïsme en de
Joodse cultuur, zoals veranderingen in het Hebreeuwse
alfabet, de Joodse kalender en fundamentele gewoonten en
gebruiken binnen de Joodse religie. Deze periode kende het
laatste hoogtepunt van Bijbelse profetie in de persoon van
Ezechiël, gevolgd door de opkomst van de centrale rol van de
Thora in het Joodse leven.

Zerubbabel.
●
538 v Chr.
Koning Cyrus II verovert Juda en vergroot het Perzische
Rijk, hij laat de tempel in Jeruzalem herstellen.
●
538 v Chr. Cyrus
II laat de Judeeërs gedwongen in ballingschap in Babylon
terugkeren naar het Beloofde Land.
●
538 v Chr.
Zerubbabel wordt satraap van Juda, de Perzen nemen Damascus
in.
Bron: Wikipedia.
●●●
516 v Chr.
Herbouw van de tempel, met Perzisch geld en aanbevolen door
de profeten Haggai en Zacharia.
Het boek Haggai
behoort tot de minst begrepen en dus minst gelezen
bijbelboeken. Sommigen menen zelfs dat dit boek wel
historische waarde heeft, maar dat het voor het christelijk
geloof nauwelijks iets betekent. Toch komt Gods heil ook
door deze profeet naar ons toe. Haggai's oproep aan het volk
om de tempel te herbouwen, betekent dat de Here God bij Zijn
volk wil wonen! Dat is voluit evangelie, ook in deze tijd.
Juist in onze tijd denken mensen dat ze God wel kunnen
dienen zonder dat ze daarvoor de kerk nodig hebben. Haggai
laat met grote klem zien, dat we dat huis van God nodig
hebben, als plaats waar Hij Zijn profetisch Woord laat
horen; in dat huis laat de Hogepriester door Zijn Heilige
Geest de bediening van de verzoening plaatsvinden.
Zacharia, de iets latere tijdgenoot van Haggai, is ook een
profeet die in de schaduw van de 'grote' profeten staat.
Zijn nachtgezichten en de apocalyptische hoofdstukken lijken
ontoegankelijk. Toch loont het de moeite naar Zacharia te
luisteren, want hij mag deze boodschap doorgeven: heb moed
voor Gods volk, want het komt goed met Gods volk. Veel in
die boodschap verwijst naar de komende Christus. Daarbij
mogen we ook Zacharia een profeet van het huis des Heren
noemen. In het hele boek is er sprake van dat huis van God.
Zacharia eindigt er zelfs mee. De stad zal tempel zijn. De
priester Zacharia, die zijn optreden als profeet begint op
een tempelplein dat uitzicht geeft op een niet herbouwde
tempel, mag eindigen met het machtige uitzicht op het
volmaakte huis met een volmaakte dienst.
De
profeet Haggai. |
|
|
 |
De
profeet, Zacharia. |
wikipedia -Machthebbers in 516 v.Chr.
●●●
509 v.Chr. De Romeinse
Republiek, wordt
gevestigd.
De Romeinse Republiek, was een fase in de
geschiedenis van de Romeinen tussen het Romeins Koninkrijk
en het Romeinse Keizerrijk. In deze periode groeide Rome uit
van een stad die lokale oorlogen uitvocht met buursteden tot
een wereldrijk. De republiek begon met de eerste verkiezing
van de consuls in 509 v.Chr. en eindigde 478 jaar later toen
Octavianus de eerste keizerlijke dynastie vestigde. Deze
fase moet niet worden verward met de kort bestaande Romeinse
republieken uit de Moderne Tijd, zie daarvoor de Romeinse
Republiek van 1798-1799 en de Romeinse Republiek van 1849.
Met de expansie van de
Republiek veranderden de sociale en politieke verhoudingen;
vooral in de loop van de tweede eeuw voor Christus werd dit
proces onmiskenbaar. Het landbezit van de patriciërs nam
toe; met hun politieke connecties wisten zij een groot deel
van het bij de veroveringen verworven land in de wacht te
slepen en zij bezaten tenslotte grote landgoederen, de
latifundia,van vele honderden, zo niet duizenden of
tienduizenden hectaren land. De kleine boer, de steunpilaar
van het Romeinse leger, kreeg het echter moeilijker. De
oorlogen werden steeds vaker ver van huis gevoerd en
vereisten een afwezigheid van maanden, zo niet jaren. Nu
betaalde de Republiek haar soldaten wel een soldij, maar die
was net voldoende om de soldaten te velde hun eigen voedsel
te laten kopen. De familie moest zich thuis zien te redden
zonder de sterkste man voor het zware werk. Bij een
langdurige afwezigheid kon dit gemakkelijk tot de ondergang
van het gezinsbedrijf leiden. Men maakte schulden en moest
uiteindelijk het beetje land dat men bezat verkopen. Het
aantal kleine boeren nam af en het aantal slaven toe. De
grondbezitters lieten een steeds groter deel van hun land
rechtstreeks door legertjes van slaven bewerken. Verarmde
boeren trokken naar de hoofdstad, waar zij een omvangrijk
proletariaat vormden. Bron:
Romeinse Republiek.

Foto van
Rome Republiek.
● Lucius Tarquinius
Superbus, de laatste Etruskische heerser over Rome, wordt
door de Romeinse bevolking verdreven. Etruskische troepen
onder Lars Porsenna rukken op naar Rome. Een veldslag bij de
Pons Sublicius eindigt in een kortstondige bezetting van
Rome.● Met de
vlucht van Tarquinius Superbus komt een einde aan de
Etruskische heerschappij over Rome. Rome wordt een
republiek; de Senaat kiest jaarlijks twee consuls.
● Lucius Junius Brutus en
Lucius Tarquinius Collatinus worden benoemd tot consul van
Rome.
Bron: Wikipedia.
●
431 v.Chr.
Peloponnesische Oorlog.
●●●
450 v Chr.
Nehemia herbouwt stadsmuren Jeruzalem; Ezra rondt herbouw
tempel af.
Nehemia
was een persoon uit de Hebreeuwse Bijbel. Hij werd rond 445
voor Christus aangesteld als landvoogd over Juda. Onder zijn
leiding werd de stadsmuur rond Jeruzalem herbouwd. Het
Bijbelboek Nehemia is naar hem genoemd.
Persoon.
Nehemia is de zoon van Chachalja en de broer van Chanani.
Hij was wijnproever en schenker aan het hof van koning
Artaxerxes I. Het bekleden van deze functie houdt in dat hij
een vertrouweling van de koning is geweest. Nehemia woonde
in Susa, een van de hoofdsteden van het Perzische Rijk.
Nehemia is de laatste Perzische landvoogd geweest. Over zijn
levenseinde is niets bekend.
Activiteiten.
In 446 voor Christus hoort Nehemia dat het slecht gaat met
de Joden die in Juda wonen. Als reactie hierop rouwt en vast
Nehemia dagenlang. De koning merkt dat Nehemia somber is, en
Nehemia vraagt aan de koning om naar Juda te gaan om de stad
Jeruzalem weer op te bouwen. De koning geeft toestemming en
biedt Nehemia een vrijgeleide aan. Nadat Nehemia de toestand
van Jeruzalem geïnspecteerd heeft, stelt hij een plan op
voor de herbouw, en voltooit hij dit in 6 maanden, ondanks
veel tegenstand.
Daarna blijft Nehemia 13 jaar in Jeruzalem als landvoogd en
voert een rechtvaardig bewind. Na een afwezigheid van 2 jaar
merkt hij het morele verval op. Vervolgens leest Ezra het
boek van de wet voor, waarna het verbond vernieuwd wordt.
Ook laat Nehemia de herbouwde stadmuur inwijden. Aan het
eind van het boek is te lezen dat hij hard optreed tegen het
feit dat Judeese mannen trouwen met buitenlandse vrouwen.
wikipedia - Nehemia boek Bron: Wikipedia.
●●●
● 450
v Chr. In Rome
heerst door oorlog een hongersnood, de bevolking komt in
opstand.
● 400
v Chr. In Syracuse
ontwikkelen de Grieken de katapult, een wapen dat stenen en
rotsblokken over grote afstanden kan wegslingeren.
● Lucius Titinius Pansa
Saccus van de Gens Titinia wordt consulair tribunus.
Europa.
Rond deze periode
stromen een reeks volkeren door Midden-Europa naar het
westen. Zij noemen zichzelf Kelten of Galliërs en spreken
een taal vol medeklinkers. Sommige horden Galliërs dringen
door tot diep in het gebied van de beschavingen rond de
Middellandse Zee. Het woord "Galliër" krijgt voor de
zuidelijke volkeren dezelfde gevoelswaarde, als "Hunnen"
voor ons. Vaste voet hebben de Galliërs in het zuiden
gekregen in het bergland van Klein-Azië. De Galaten zijn
afstammelingen van hen, waar later de apostel Paulus zijn
befaamde brieven aan schrijft.
●
395 v.Chr.
Korinthische Oorlog
●
350
v Chr. De Romeinse
havenstad Ostia wordt ten westen van Rome gesticht.
●
350
v Chr.
Italië. Agathocles voert een plundertocht in
Zuid-Italië tegen de Bruttii en verovert het eiland Korfu.
Marcus Valerius Corvus en
Quintus Appuleius Pansa zijn consul in het Imperium Romanum.
Europa.
De Friezen vestigen zich in
Nederland en bouwen terpen of wierden om zich te beschermen
tegen hoogwater.
De Friezen zijn
een Germaans volk dat tot de Ingvaeones gerekend wordt. De
Ingvaeones zijn de Germaanse volken die langs de
Noordzeekust voorkomen. In zijn boek Germania verdeelt
Tacitus de Friezen (op grond van hun krachtsverhoudingen)
onder in maioribus minoribusque Frisiis (grote en kleine
Friezen). Tevens is het niet met zekerheid te zeggen hoe de
relatie tussen Frisii en Frisiavones is, die (onder andere)
door Plinius de Oudere in een adem worden genoemd.
wikipedia -Friezen
● 325
v Chr.
Agathocles wordt
verbannen uit Syracuse.
●●●
●
300 v Chr.
Egypte.
Ptolemaeus I sluit een verbond met Lysimachus van Thracië en
laat zijn 16-jarige dochter Arsinoë II met hem in het
huwelijk treden.
Ptolemaeus I, was een veldheer onder Alexander de Grote en
na diens dood koning van Egypte. Hij was de stichter van de
Egyptische dynastie, de Ptolemaeën.
Afkomst.
Ptolemaeus I Soter, werd geboren rond 367-366 v. Chr. Over
zijn exacte afkomst bestond reeds in de Oudheid veel
onduidelijkheid. Officieel was hij de zoon van een zekere
Lagos, een verder onbekend Macedonisch edelman, maar er
waren ook geruchten dat zijn natuurlijke vader Philippus II
was, de vader van Alexander III "de Grote" (356-323 v. Chr.)
en koning van Macedonië. Over zijn jeugd is weinig bekend.
Hij was waarschijnlijk bevriend met Alexander en zou met hem
verbannen geweest zijn door Philippus II, maar keerde in 336
v. Chr. bij de dood van Philippus naar Macedonië terug.
In dienst van Alexander.
Ptolemaeus zou deelgenomen hebben aan Alexanders veldtocht
in het noorden tegen onder meer de Triballiërs en zou ook
aanwezig geweest zijn bij de verwoesting van Thebe. Ook aan
Alexanders grote veldtocht tegen Perzië nam hij deel.
Aanvankelijk was hij hier een achtergrondfiguur, maar hij
kreeg steeds belangrijkere commando's toegewezen, zoals de
arrestatie van de Pers Bessos, die de Perzische koning
Darius III vermoord had.
Diadochos.
In 323 v. Chr. overleed Alexander III "De Grote" in Babylon.
Te Alexandrië zorgde Ptolmaeus I, voor een grootse
begrafenis. Hij nam, zoals afgesproken, het bestuursapparaat
in Egypte over, maar stoorde zich niet aan de misstappen van
Perdiccas in Babylon. Perdiccas en zijn trawanten
beschouwden hem als ongevaarlijk, dat ze hem met Alexanders'
lijk naar Alexandrië stuurden. 64 muilezels trokken de
gouden sarcofaag door de woestijn van Egypte. Al snel
ontstond er een opvolgingsconflict, waarbij besloten werd
dat Alexanders pasgeboren zoon (Alexander IV) en zijn
zwakzinnige halfbroer Philippus Arrhidaeus hem zouden
opvolgen. Ze werden gesteund door een soort driemanschap
(met de Macedonische generaals Antipater, Perdiccas en
Craterus), dat de centrale macht zou beheren. In
werkelijkheid hadden ze echter weinig macht, omdat de
provincies toegewezen werden aan andere generaals.
Ptolemaeus pikte Egypte in (de daar door Alexander
aangestelde gouverneur Cleomenes van Naukratis werd kort
daarop in onduidelijke omstandigheden vermoord door
Ptolemaeus) en richtte het in als zijn basis. Hij veroverde
Cyprus en Cyrene (ten westen van Egypte) en liet daardoor
blijken dat hij weinig gaf om het centrale gezag. Daarop
ondernam Perdiccas een veldtocht naar Egypte (321 v. Chr.),
maar deze had geen succes en Perdiccas werd vermoord; Egypte
bleef van Ptolemaeus.
Koning.
In de jaren daarna hield Ptolemaeus zich rustig in Egypte.
Door diplomatie probeerde hij zijn gebied te behouden,
zonder zich te fel in de voorraden verspillende oorlogen van
de andere generaals te mengen. Bijzondere aandacht had hij
voor Syrië, dat de enige toegangspoort tot Egypte vormde en
dat hij als een soort van buffer trachtte te veroveren, ook
al liep dat niet van een leien dakje. Nog éénmaal werd zijn
heerschappij serieus bedreigd, namelijk in 306 v. Chr.. Toen
werd hij namelijk verslagen in de slag bij Salamis bij
Cyprus, dat door Antigonos veroverd werd. Deze waagde een
aanval op Egypte zelf, maar Ptolemaeus wist deze te
weerstaan. Kort daarop liet hij zich tot koning kronen en
nam ook de officiële titel van Farao aan om de autochtone
aristocratie en priesters gunstig te stemmen. Ook nam hij de
naam Soter (d.w.z. redder) aan. Ptolemaeus Soter begon met
de bouw van de vuurtoren van Faros en had ook plannen voor
de bouw van een grote bibliotheek. Beiden werden voltooid
door zijn zoon en opvolger Ptolemaeus II Philadelphus.
Ptolemaeus stierf in 285 v. Chr. op circa 82-jarige
leeftijd, na ruim 30 jaar over Egypte geheerst te hebben.
Hij werd opgevolgd door zijn zoon Ptolemaeus II
Philadelphus.

Ptolemaeus.
●
264 v.Chr.
Eerste Punische Oorlog
●
218
v.Chr.
Tweede Punische Oorlog
●●●
200 v Chr.
De Romeinen hebben de macht van de Ptolemeërs in de
regio gebroken, waarop de Seleuciden vanuit Syrië
Palestina veroveren. Onder koning Antiochos IV,
ontwijden zij de tempel.
Onder de Egyptische Ptolemeërs,
de opvolgers van Alexander the Grote, kende Kos een
florerende cultuur dat de Hellenistische periode wordt
genoemd. Ptolemy II Philadelphos, werd op het eiland geboren
in 309. Cleopatra, wordt toegeschreven dat zij het eiland
gebruikte om daar enkele van haar schatten op te slaan.
Cleopatra, zou zelf Kos, hebben bezocht om met haar
financiers te overleggen.
Seleuciden (ook
Seleukiden genoemd) is de naam van een hellenistische
dynastie in een koninkrijk in het huidige Syrië ("Koninkrijk
der Seleuciden") van 311 tot 63 v. Chr..
Het koninkrijk werd gesticht door Seleucus I Nicator
(Nicator, "de Overwinnaar") (rond 358-281 v. Chr.). Hij was
een van de generaals van Alexander de Grote, die na diens
dood in 323 v. Chr., zichzelf in Mesopotamië en de
hoogvlakte van Iran vestigde, en een gebied beheerste dat
tot aan de rivier de Indus reikte. Hij stichtte Seleucia aan
de Tigris (rond 305) als zijn nieuwe hoofdstad. Later werd
de hoofdstad van zijn dynastie echter verplaatst naar
Antiochië waardoor het machtscentrum zich verplaatste van
Mesopotamië naar Syrië.
Na een korte expansie onder Antiochus de Grote raakte
het rijk van de Seleuciden snel in verval tijdens de 2e eeuw
v. Chr. De Parthen slaagden erin een groot deel van het
oosten over te nemen. Eindeloze conflicten tussen twee
linies van het vorstenhuis bepaalden de laatste decennia en
leidden tot de definitieve ondergang in 64 v. Chr., wanneer
de Romeinen hier door het optreden van Pompeius hun gezag
vestigden.

●●●
|
Mattathias
Mattathias
† 165 v.Chr.) was degene die in 167 v.Chr.
het initiatief nam voor de Makkabeese
opstand tegen de Seleucidische koning
Antiochus IV Epiphanes.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Johannes Makkabeüs
Johannes
(Hebreeuws: Jochanan) Makkabeüs is
de oudste van de vijf zonen van Mattathias, die
een belangrijke rol speelden in de Makkabeese
opstand
|
|
Simon Makkabeüs
Simon
Makkabeüs (ook wel Simon de Makkabeeër)
was de tweede van de vijf Makkabeese broers, die
in opstand kwamen tegen de Seleucidische
overheersing.
|
|
Judas Makkabeüs
Judas
Makkabeüs of de Makkabeeër was een
belangrijk leider in de Makkabeese opstand tegen
de Seleucidische overheersing.
|
|
Eleazar Makkabeüs
Eleazar
Makkabeüs († 164 v.Chr.) was de vierde van
de vijf zonen van Mattathias, die een
belangrijke rol speelden in de Makkabeese
opstand
|
|
Jonathan Makkabeüs
Jonathan
Makkabeüs (ook wel Jonathan de Makkabeeër)
behoorde tot de Joodse familie van de Hasmoneeën
en was van 160 v.Chr. tot 143 v.Chr. de leider
in de Makkabeese opstand tegen de Seleucidische
overheersing. |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Judas
Judas
of Juda was een zoon van Simon Makkabeüs,
koning van het Hasmoneese rijk in Judea.
|
|
Mattathias |
|
Johannes Hyrkanus
Johannes
Hyrkanus was van 134 v.Chr. tot 104 v.Chr.
koning en hogepriester over de Joodse Hasmoneese
staat. |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Aristobulus I
Aristobulus I volgde in 104 v.Chr. zijn
vader Johannes Hyrcanus op als koning en
hogepriester van de Joodse Hasmoneese staat.
|
|
Antigonus |
|
Alexander Janneüs
Alexander Janneüs (ook wel Alexander
Jannai genoemd) was van 103 v.Chr. tot 76
v.Chr. koning en hogepriester van de Joodse
Hasmoneese staat. |
|
Salome Alexandra
Salome
Alexandra (* 140 v.Chr.) was van 76 v.Chr.
tot haar dood in 67 v.Chr. koningin van de
Joodse Hasmoneese staat.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Aristobulus II |
|
Hyrkanus II
Hyrkanus
II was de laatste heerser uit de Joodse
dynastie van de Hasmoneeën. Hij was de oudste
zoon van Alexander Janneüs en Salome Alexandra
en de broer van Aristobulus II. |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Antigonus
Antigonus was de zoon van Aristobulus II uit
het Joodse koningsgeslacht van de Hasmoneeën.
|
|
Alexander |
|
Alexandra |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Aristobulus III
Aristobulus III (53 v.Chr. - 35 v.Chr.) was
een van de laatste nazaten uit het Joodse
koningsgeslacht van de Hasmoneeën. Via zijn
vader Alexander was hij een kleinzoon van
Aristobulus II, via zijn moeder Alexandra van
Hyrcanus II,
|
|
Herodes I
Herodes
I de Grote (ca. 73 v.Chr. – Jericho, 4
v.Chr.) was een vazalkoning onder de Romeinen
over (delen van) Palestina (37 v.Chr. - 4 v.Chr.).Hij
was heerser ten tijde van de geboorte van Jezus. |
|
Mariamne
Mariamne
(54 v.Chr. - 29 v.Chr.) - haar naam wordt ook
wel gespeld als Mariamme - was een
prinses uit het Joodse koningsgeslacht van de
Hasmoneeën en de vrouw van Herodes I.
|
Bron: Wikipedia.
De
traditioneel-christelijke benadering behandelt
Jezus (Jesjoea in het Hebreeuws) zoals hij in
de (orthodox-christelijke) traditie van het christendom
wordt opgevat, namelijk dat hij de ‘gezalfde’ van God is
en zelf ook (onderdeel van) God is (de leer van de
goddelijke drie-eenheid). In de
traditioneel-christelijke benadering wordt Jezus daarom
aangeduid als Jezus Christus; soms ook als
Jezus de Messias.
Jezus
(traditioneel-christelijk)
●●●
●
Voor de geschiedenis van Nederland
in de 1e na Chr, die
sterk verbonden was met het ontstaan van de Nederlandse
ondergrond. Verwijs ik u graag naar onderstaande links.

Geschiedenis van
Nederland - Wikipedia
|