|

1938:
Lemmerbooten....Hunzebooten...
Groningen — de derde
handelsstad van ons land —
heeft uit den aard der zaak
een druk scheepvaartverkeer.
Het goederentransport van en
naar Groningen is in den
loop der jaren tot een
aanzienlijke hoogte
gestegen. In de stad zetelen
dan ook twee groote
Stoombootmaatschappijen die
zorgen voor een geregeld
goederentransport naar en
van Holland, een dier
Maatschappijen tevens voor
naar en van Hamburg en
Bremen. Deze twee
maatschappijen zijn: de
Groninger Lemmer Stoomboot
Maatschappij, die de
Lemmerbooten, en de
Groninger Rotterdammer
Stoomboot Maatschappij, die
de Hunzebooten exploiteert
Reeds vroeg stond Groningen
met het Zuiderzeestadje
Lemmer in relatie. Het
Grootschippersgilde, dat
indertijd in onze stad
bestond, verkreeg in 't
begin der 17e eeuw reeds
octrooi voor een veer
Groningen—Lemmer—Amsterdam.
Voor de scheepvaart naar en
van Holland ligt Lemmer
verbazend gunstig. Via
Lemmer vervoerden de
Groningers hun producten
naar de Hoofd-stad des
lands. Lemmer was in de
tijden, dat het
goederentransport
voornamelijk te water
plaatsvond, het eindstation
van vele beurtveren en
postwagens. De reizigers,
die per schip of per as te
Lemmer arriveerden, zetten
op koffen hun reis over de
Zuiderzee voort. De
vrachtgoederen werden
eveneens op zeeschepen
overgeladen, Lemmer werd een
druk tusschenstation,
verkreeg een flinke haven.
Van Groningen
ging oudtijds de reis met
een zeilschip — de binnen
Lemmerbeurtman — naar
Lemmer. Hier stapte men over
op den buiten
Lemmerbeurtman, die
vervolgens naar Amsterdam
zeilde. Een reis, die soms 6
a 7 dagen duurde.... Men
reisde in die vervlogen
tijden dan ook zeer weinig.
Alleen bij hooge
uitzondering werd een reis
naar Holland ondernomen.
Wanneer onze afgevaardigden
der Staten-Generaal zich op
reis begaven naar de
Residentie, lieten de
predikanten niet na in de
kerken te bidden voor een
gelukkigen overtocht De
Lemmerbeurtman-
Blokmodel van
de Lemster
beurtman
werd in 1865
— vervangen door een
stoomboot, aangeduid als de
Lemmerboot. Een groote
verbetering: een stoomboot
met een gezellig roefje, een
aardig dek.

't Aantal reizigers werd nu
langzamerhand grooter. Het
in de vaart leggen der
Lemmerboot in 1865 was
aanleiding tot het oprichten
der Groninger Lemmer
Stoomboot Maatschappij. Deze
Maatschappij — eerst
Groninger Stoomboot
Maatschappij geheeten —
dateert van Dec. 1870.
Oprichters waren de
Groninger heeren: J.
Nieveen, G. Nieveen,
scheepskapitein, H. R.
Roelfsema, boekhandelaar, J.
C. A. van Roijen,
wijnhandelaar, G. J.
Meddens, manufacturist, Mr.
C. C. Geertsema, advocaat,
G. Smit Sibinga, in
effecten, A. J. Drilsma,
manufacturist, C. W.
Schonebaum, fabrikant en de
heer R. Nieveen te Sneek.
Aanvankelijk werd alleen
gevaren op Lemmer, in
verbinding met de zgn.
„Buiten- Maatschappij", die
zorgde voor het vervoer over
de Zuiderzee naar Amsterdam.
Eerst in 1910 verkreeg men
een fusie van deze twee
ondernemingen: de Groninger
Lemmer Stoomboot
Maatschappij werd een der
grootste maatschappijen in
het binnenlandsch
beurtvaartvervoer. Werd de
dienst in 1870 begonnen met
4 booten, thans beschikt de
Maatschappij over 27
vaartuigen en 5 groote
vrachtauto's: gezamenlijk
ongeveer 3000 ton groot.
De eerste booten tusschen
Groningen en Lemmer waren
schroefbooten van 12 è, 14
p.kr., lang 23 a 30 M.,
breed 3V2 a 4 M., met 8 & 9
d.M. diepgang. De booten in
den dienst Lemmer—Amsterdam
waren schroefbooten van 35 &
40 p.kr., lang 40 M., breed
5 & 5Vz M., hol 2 è, 2Vz M.,
met 12 d.M. diepgang.
De dienst had dagelijks
plaats, èn van Groningen èn
van Lemmer. Van Groningen
vertrok men 's morgens om 5
uur, van Lemmer een half uur
na aankomst van de zeeboot.
Van Amsterdam vertrok
iederen avond om 9 uur een
boot naar Lemmer. De
reisroute was deze: langs
het Hoendiep, Stroobos,
Kootstertil, Schuilenburg,
Bergumerdam, Grouw, Irnsum,
Oude Schouw, Sneek, IJlst,
Woudsend, Sloten, Lemmer. Op
het Kolonelsdiep werd van
Stroobos tot Bergumerdam met
geen grootere snelheid
gevaren dan 7 K.M. per uur.
In het Reglement werd
nadrukkelijk bepaald: „Aan
boord der boot is een klok.
Deze wordt, ter waarschuwing
van het publiek, een half
uur vóór het vertrek en op
het uur van vertrek telkens
met ten minste 10 slagen
geluid". De reis Groningen—
Lemmer kostte f 2.50 eerste
en f 1.75 tweede kajuit,
terwijl van Groningen naar
Amsterdam respectievelijk f
4 en f 3 werd betaald.
In den tijd, dat Groningen
vele vette ossen verkocht
naar Holland — de gouden
tijd der Hollandsche koeien
— hadden de Lemmerbooten het
verbazend druk met
veevervoer. Soms ging de
boot, zoodra ze te Amsterdam
gelost was, direct naar
Lemmer terug, om een nieuwe
vracht vee op te halen.
Tegen de Groninger kennis
werden te Amsterdam vele
tenten en kramen op de boot
geladen. De vracht voor een
tent of kraam varieerde
tusschen f 30 en f 60.
Verschillende
artistengezelschappen,
negergroepen,
Indianenfamilies reisden per
Lemmerboot naar Groningen.
De eerste Directeur der
Maatschappij was de heer Jan
Nieveen: afstammeling van
een der oudste Groninger
beurtvaardersfamilies.
Veel, zeer veel heeft hij
bijgedragen tot den bloei
der Maatschappij!
Zijn zoon, Harm Nieveen,
volgde hem op als Directeur.
Vader en zoon ijverden
steeds voor hun
Maatschappij: voor een goed
en geregeld goederenvervoer
naar en van Holland. Toen
Harm Nieveen in den herfst
van 1929 overleed, werd hij
opgevolgd door den
tegenwoordigen Directeur,
den heer Boomsma, sedert
1906 Vertegenwoordiger der
Lemmerbooten te Amsterdam.
Op initiatief van den heer
Boomsma ontving de boot, in
1928 gebouwd, den naam Jan
Nieveen, terwijl in 1931 een
nieuwe boot Harm Nieveen
gedoopt werd.
De namen Jan Nieveen en Harm
Nieveen, die men op de
boegen der booten leest,
blijven immer aan de
Groninger Lemmer Stoomboot
Maatschappij verbonden.
Men onderhoudt thans een
dagelijkschen dienst op
Sneek, Lemmer, Amsterdam,
Zaandam, Rotterdam en
organiseert ook
pleziervaarten naar
Schokland en Urk. De booten
voeren de Groninger vlag.
Het nieuwe Van
Starkenborgh-kanaal, waarvan
van Noordhornerga tot
Stroobos gebruik wordt
gemaakt, is een groote
verbetering. Evenals vroeger
reist men nog veel met de
Lemmerboot.
Het Hoofdkantoor der
Lemmerbooten bevindt zich
aan de Eendrachtskade, waar
steeds 'n gezellige drukte
van lossen en laden
heerscht. Een flink, royaal,
welgelegen kantoor met veel
magazijnruimte.
De Lemmerbooten: van oudsher
een klinkende naam in
handelskringen, in de
toeristenwereld reeds goede
bekenden.
●●●
Technische gegevens:
Bouwjaar 1928. Bouwwerf:
Prins te Arnhem. Ontwerp:
Scheepsbouwkundig Bureau
Cornelissen. Afmetingen:
lengte 45.40 meter, breedte
6.40 meter, holte 2.75
meter. Hoewel de motor al
met succes zijn intrede had
gedaan, besloot de rederij
tot het plaatsen van een
stoommachine (van 17 atm.)
in het schip. Vanaf 1710
(Albert Haunus te Lemmer)
werd er een geregeld
veerdienst onderhouden
tussen Amsterdam en Lemmer.
Tot 1828 geschiedde dat met
uitsluitend zeilschepen
(Lemster beurtmannen). In
1828 kwam het eerste
stoomschip op dit traject:
het S.S. IJssel. Niet alleen
goederen, maar ook vee en
personen werden over de
Zuiderzee vervoerd. In 1870
werd door Reint (1824-1904),
Jan (1826-1910) en Geert
(1828-1905) Nieveen uit
Groningen de
Groningen-Lemmer Stoomboot
Maatschappij opgericht. In
1874 lieten ze de Groningen
III bouwen voor het vervoer
tussen Lemmer en Amsterdam.
Later volgde nog de
Groningen IV, de Lemmer en
de Amsterdam. In 1928 werd
het vlaggenschip van de
rederij gebouwd: de Jan
Nieveen, (voor een bedrag
van ƒ140.000 gulden). In
1951 werd de stoommachine
vervangen door een
viercilinder Bronsmotor van
250 pk.
Deze lijn werd al gauw de
belangrijkste verbinding
tussen het noorden en het
westen van Nederland. Na 89
jaar (in 1959) werd deze
lijn opgeheven.
|