Lemsteraak uit 1912 na omzwervingen terug in
Friesland.
Een visaakje
lang 8.25 breed over de spanten 2.90 voor de Heer J.
Stienstra, Lemmer, zo staat de LE 10 in de boeken
van scheepswerf de Boer. De Lemster onderneming
bestaat nu niet meer, maar in 1912 en nog lang
daarna was het een bloeiende scheepswerf "De
Lemmer" liet zijn schepen bouwen bij de Boer. Ruim
70 jaar later klopte iemand anders aan bij de
Zuid-Friese haven, maar hij kon geen werf meer vinden
onder de oude vertrouwde naam. Wel kwam de
Leeuwarder douaneambtenaar Jan Brilleman in contact
met mevrouw de Boer, die de bouworder boven water
haalde. In het nota boek van de werf staat
Stienstra's aakje genoteerd onder nummer 291, met
een volledig uit gewerkte nota. Alle werkuren staan
er in, de duur van het kloppen van het plaatijzer,
gewicht van het gebruikte ijzer (2755 Kg) en het
gewicht van de klinknagels 188 Kg. Dirk de Boer was
toentertijd de boekhouder en hij bracht de nota op
26 september 1912 naar de opdrachtgever.
Ruim 70 jaar
later kreeg Jan Brilleman een rekening van Hielke
Tromp, werfbaas in Gaastmeer. De opstelling van de
nota lijkt op die van de Dirk de Boer, maar de
bedragen zijn wel even wat anders, dat is mooi van
Hielke, hij wilde het net zo mooi doen als de
bouwer. Een vakman hoor daar in Gaastmeer. Zoals hij
het IJzer bewerkt, dat zie je niet zo gauw meer,
zegt een geestdriftige Jan Brilleman. Hij is de
nieuwe eigenaar van de LE 10 die op een Zaterdag in
Juni met zomerweer in de Harlinger Rommelhaven ligt.
Onderdeks werkt
scheeps-beschieter Johan Prins. Hij moest er voor op
de knieën,want de kleinere type Lemsteraak en de LE
10 hoorden tot deze categorie. De aak bezat weinig
comfort, althans gezien door de laatste twintiger
eeuwen. In de punt lag gewoonlijk de schipper, de
knechten konden tussen het harde werken door hun
benen strekken op de harde banken aan stuur en
bakboord. De kooi in de punt is niet groot maar dat
was voor de latere eigenaarschipper van de LE 10
geen bezwaar. Hij hete Marten Raadsveld, indertijd
bekend als Lytse Marten, hij zou 1.60 meter groot
zijn geweest. Marten was de stiefzoon van Stienstra,
die de LE 10 liet bouwen.
Haring en
Ansjovis.
De Lemsteraak ,
inhoud acht m³, 'Twee Gebroeders' van Stienstra en
later van Raadsveld, visten op de Zuiderzee op
haring, ansjovis en bot. Marten Raadsveld, sedert
januari 1923 alleen eigenaar van de 'Twee
Gebroeders' door het overlijden van Stienstra, liet
een motor inbouwen in 1931, een ford van twaalf PK.
Een jaar later werd het visserijregister afgeschaft
in verband met de afsluiting van de Zuiderzee, de
grootste morele klap die de vissers van de oude
binnenzee ooit werd toegedeeld. Jan Brilleman die
zoveel mogelijk gegevens heeft verzameld over zijn
nieuwe oude aanwinst, constateerde dat de LE 10 in
1928 een besomming maakte van ƒ2109,- en dat kon er
mee door. De visserij was toen niet gemakkelijk met
zo'n zeilaak, een vlet met een bootje met vistuig er
achter aan. Volgens de boeken van S.J. de Vries, de
onderneming waar reparaties werden uitgevoerd had de
LE 10 vaak een nieuwe boegspriet nodig.
De naspeuringen
van Brilleman maakte ook duidelijk dat de
Zuiderzeevisserij, direct na het afdamming in het
Noorden een catastrofale duikeling van de
visopbrengsten had veroorzaakt. In handschrift word
daar melding van gemaakt. De LE 10 kwam in 1937 niet
verder dan een besomming van ƒ456.40,- de knecht
kreeg ƒ 129.75 en de premie voor de verzekering
bedroeg ƒ 19.70. Beste tijden beleefde de
Zuiderzeevisserij in de eerste wereldoorlog, toen
onze neutrale status de oorlogvoerenden buiten de
deur hield, en er althans op eigen wateren naar
hartelust kon worden gevist. Het tij nam zelfs
letterlijk een kering toen het gat in de afsluitdijk
werd gedicht. De steunmaatregelen voor de
Zuiderzeevissers waren op het oog misschien
voldoende, in de praktijk, of als gevolg van
allerlei manipulaties? vielen de resultaten van de
Zuiderzee- steunwet bar tegen. De mensen zijn
belazerd door de steunwet, zegt Brilleman beslist.
Steun voor
vissers.
Zijn beide
boeken met het verhaal over het reilen en zeilen van
de LE 10 geven de opgang en teloorgang van de
Zuiderzee visserij in Lemmer weer.
De waarde van Marten Raadsveld visuitrusting word door de directie
voor de uitvoering van de steunwet vastgesteld op ƒ
650,- nog niet het derde deel wat de eigenaar ervan
had verwacht. Hij bezat de aak, een vlet, een bootje
speet-aalwant, botnetten, garnalenkorren, ankers en
haringreep-netten, ansjovis-netten, zo maar een
opsomming. In juli 1933 krijgt Raadsveld een
uitkering van ƒ 9,- gulden per week. 's winters vijf
gulden meer. Drie jaar later word de visser
afgescheept met f 6.50,- en daar moet hij ook vrouw
en kind van onderhouden. De Lemsters Jaap en Jan
Wouda, de bemanning, nemen de aak over als Marten
Raadsveld komt te overlijden. Jaap en Jan visten
waren de laatsten die met de LE 10 visten, samen
met de twee zoons van Jan, Harm en Jacob Wouda.
(Jacob was een goede visser. In 1967 is hij onwel
geworden tijdens een voetbalwedstrijd, en ging op
huis aan. In de steeg bij zijn huis is hij gevallen,
waar hij door de gebroeders Rottiné dood werd
gevonden).
De oud Lemster
Hindrik (Henny) Kingma die toen in Amsterdam woonde
thans weer in zijn geboorteplaats, kocht de LE 10 en
hij maakte er een plezier vaartuig van, door er een
kajuit op te zetten. De vaste mast werd vervangen
door er een strijkbaar exemplaar op te zetten.
Kingma is een telg van de bekende Lemster visser
familie van wie Jilling Kingma zelfs enige faam
genoot. Minder bekend bij de Friezen die zich bezig
houden met de oude zeilsport is wellicht het feit
dat de Lemsters visser meermalen en met succes
hebben deelgenomen aan zeilwedstrijden bij
Amsterdam. Opgetuigd als het even kon. Raasden de
aken over het ruime water bij de hoofdstad, op weg
naar een goede prijs.
De LE 10 heeft
zijn naoorlogse jaren onder de naam 'Roela' gevaren
bij de zoons Roelof en Jan Kingma. In Durgerdan was
de aak een bekende verschijning tot 1963, toen J.J.
de Korte uit Aerdehout, haar overnam. De Korte liet
in Lemmer een nieuwe Fok en een nieuw grootzeil
maken, bij de Vries, en van der Neut leverde in 1963
een nieuwe mast af, geschaafd uit een oude
Tjalkmast. De LE 10 hete van af toen 'Grote Pier'.
Enkele jaren
daarna kocht Henk Hijdra, uit Leimuiden het
verwaarloosde scheepje, toen hij het zag liggen bij
werf van Stapel in Sparendam. Hijdra sloopte de
onechte kajuit, maar zijn poging om er weer een
echte aak van te maken moest hij opgeven.
In de spiegel
der zeilvaart lazen Jan en Tine Brilleman de
advertentie waarin de LE 10 te koop werd aangeboden.
Het beste was er toen al af, herinnert Jan Brilleman
zich. Hij had al een tijd gezocht naar een zeilschip
of scheepje. We hebben ons echt dingen moeten
ontzeggen om de aak te kunnen kopen. Nu is het ook
echt afgelopen we kunnen het niet meer, zegt de
geboren Twentenaar die zich al jong verknocht voelde
aan Friesland.
Zo mooi
rond.
De Foto's
herinneren aan de drukke dagen die de familie heeft
doorgebracht op Tromp/ Hielke Wildschut's werf in
Gaastmeer, om de LE 10 weer in uitstekende staat te
brengen. Alles moest eruit en eraf, mast, motor noem
maar op. De polyesterlaag onder het bergijzer hebben
wij eraf moeten branden. Branden en schrapen tot
vervelens toe. Hielke haalde de motorsteunen eruit,
voordek en mastkoker weden gesloopt. Maar toen kwam
het echte schip tevoorschijn, zo mooi rond. Je hoort
dat wel eens zeggen dat er niets stil staat, alles
is rond, nou zo was dat ook met onze aak.
Na het
ontroesten werd het vlak in de teer gezet, het
boeisel in de primer, voordek en achterschip in de
lijnolie. Een nieuwe motor werd binnenboord getakeld
(Volvo Penta) en in de kist geplaatst. Half mei voer
de LE 10, toen weer als 'De Twee Gebroeders', van
Gaastmeer naar Harlingen, naar de Rommelhaven.
Volgende week wordt de LE 10 in Gaastmeer officieel
herdoopt, ruim zeventig jaar nadat de Lemster
werfarbeiders werkend voor zestien cent per uur, de
aak fabriceerden.
Jan Brilleman.
|
NAAM:
|
Eigenaar/Schipper:
|
van:
|
tot:
|
Gebruik:
|
|
LE10 "De Twee Gebroeders" |
J. Stienstra - Lemmer |
1912 |
1923 |
visserij |
|
LE10 "De Twee Gebroeders" |
Martin Raadsveld - Lemmer |
1923 |
|
visserij |
|
LE10 "Drie Gebroeders" |
gebr. Wouda - Lemmer |
1940? |
1957 |
visserij |
|
|
|
|
|
|
|
Roelja |
Henny Kingma - Lemmer |
1957 |
1962 |
recreatie (kajuitjacht) |
|
Roelja |
J.J.de Korte - Aerdenhout |
1962 |
1981 |
recreatie (kajuitjacht) |
|
Roelja |
Henk Hijdra - Leimuiden |
1981 |
1982 |
recreatie (visserman) |
|
LE10 "De Twee Gebroeders" |
Jan Brilleman - |
1982 |
1989 |
recreatie |
|
LE10 "De Twee Gebroeders" |
M.de Peijper - Gouda |
1989 |
1999 |
recreatie |
|
LE10 "De Twee Gebroeders" |
M.A.Hemmes - Nijland |
1999 |
2001 |
recreatie |
|
LE10 "De Twee Gebroeders" |
Richard Klaver - Dirkshorn |
2001 |
heden |
recreatie |
|
|
Werf |
Gebr. De Boer - Lemmer |
|
Bouwjaar: |
1912 |
|
Materiaal: |
staal / ijzer, geklonken |
|
Afmetingen: |
8,25 x 3,1 m |
|
Dit is de eerste LE 10 van
ongeveer 1896 - 1903, later is er weer een
nieuwe aak gemaakt ook met het nummer LE 10,
overgenomen in verband met het visrecht-nummer. Na
een grondige restauratie gaat hij binnenkort te
water. Meer verhaal hierover volgt binnenkort door
de eigenaar.