Pieter en
Jan op de LE 50 in de haven te Lemmer
De drie gebr. Pieter, Jan,
en Lolle Poorting zijn in het jaar 1937 vanaf
de binnenwateren van Friesland naar het
IJsselmeer gegaan, om daar hoofdzakelijk de
fuikvisserij uit te oefenen, en hebben in dat
jaar besloten samen door te willen gaan om op
paling te gaan vissen.
Hun eerste vissersboot
was een houten Pluut die in dat jaar 1937 in
gebruik is genomen, zij vormden een
driemanschap, dat tot het overlijden op 67
jarige leeftijd van hun vader Jacob Poorting te
Sloten, (die ter plaatse binnenvisser was) zou
duren, om precies te zijn was dit op 16 juli
1950. Zoon Lolle heeft het visserijbedrijf van
zijn vader Jacob Poorting te Sloten na diens
overlijden, destijds in 1950 overgenomen, en is
alleen als binnenvisser doorgegaan. De
gebroeders Pieter en Jan Poorting hebben in
juli1950 besloten (nadat Lolle terugging naar
Sloten)samen verder te gaan met deze visserij op
het IJsselmeer.
Op 10 juli 1946 is de Pluut
vervangen door een mooie gestroomlijnde ijzeren
Lemsteraak de Presto genaamd, die zij destijds
van de heer Lubbert Coehoorn hebben gekocht,
Zoals algemeen bekend is, en jullie ongetwijfeld
zullen weten is deze Lemsteraak in het jaar 1901
gebouwd bij scheepswerf Gebr. de Boer te Lemmer
in opdracht van de visserman Sake Visser die
ook een bijnaam had, en als Sake de Rus door het
leven ging (eerste eigenaar van de LE 17) de
scheepsnaam was toen nog de Dolphijn.
Visserman Lubbert
Coehoorn is in het jaar 1913 de tweede
eigenaar van deze Lemsteraak geworden, en heeft
destijds de scheepsregistratie van LE 17 in LE 3
gewijzigd, verder is de scheepsnaam van deze
Lemsteraak definitief Presto geworden. De gebr.
Pieter en Jan Poorting zijn in het jaar 1946 als
derde op rij, eigenaar geworden, en is door hen
de scheepsregistratie van LE 3 gewijzigd in LE
50.
Voordat het skûtsjesilen
zijn intrede deed in Lemmer, deden de meeste
Lemster vissers destijds mee (met hun
Lemsteraken, botters en schouwen) aan de
befaamde onderlinge zeilwedstrijden die
georganiseerd werden door zeilvereniging de
Zevenwolden tijdens de Lemster feestweek. In dit
eerste jaar (1946) zijn de gebroeders na een
reeks zeilwedstrijden als eerste in het
algemeen klassement geëindigd, en zijn derhalve
kampioen met de LE 50 geworden, de verkregen
kampioenswimpel herinnerd nog aan
die hardzeildagen van weleer, en is in de
oudheidkamer te bewonderen.
De gebroeders hebben
met hun Lemsteraak, destijds met Jilling
Coehoorn aan het helmhout verscheidene
prijzen in de wacht gesleept.
Bij deze Lemsteraak was er
vanaf het begin van de bouw in 1901 tot het jaar
1947 nog geen motor geplaatst, dus men moest de
zeilen hijsen en met de wind in de zeilen
vertrouwen op betere tijden omwille het brood te
kunnen verdienen voor de huishouding, en dat
alles ging niet altijd voor de wind.Later in het jaar 1947
is de bun enigszins ingekort, zodat er ruimte
vrij kwam om de eerste motor een 10 pk Kromhout
te plaatsen.
In 1953 is de Kromhout
diesel vervangen en verkocht aan Tjalling
Kuipers van de (LE 31) en is er door Hans van
Wieren een 20 pk Lister diesel in de LE 50
geplaatst, deze motor doet tot op heden nog
steeds dienst tot volle tevredenheid. Omstreeks
1950 hebben de gebroeders in Heeg
bij scheepsbouwer de Jong een houten volgboot
laten bouwen. In de wintermaanden waren Pieter
en Jan druk bezig met het boeten, dus het
herstellen en vernieuwen van de beug (schutwand,
fuiken en een zegen) in een daarvoor geschikte
locatie aan het Waaigat/Nieuwedijk waar broer
Jan Poorting met Afke Krol destijds woonde, ook
in deze winterperiode visten zij in de tramhaven
en langs de Gaasterlandse kust op pootvis, met
een zegen en in het voorjaar visten zij op de
bekende spiering.
Van links naar
rechts zie je de drie gebr. Lolle en Jan en
Pieter Poorting , die samen tot 1950 op het
IJsselmeer hebben gevist. Na het overlijden
van hun vader Jacob Poorting heeft zoon
Lolle in het jaar 1950 deze binnenvisserij
overgenomen, en zijn Pieter en Jan op het
IJsselmeer blijven vissen op paling. Van de
acht kinderen uit het gezin van mijn Pake
Jacob Poorting en beppe Hendrikje Deinum te
Sloten waren dit de drie jongens, die allen
hun levenlang het brood hebben verdiend met
deze mooie fuikvisserij.
Na de spieringvangst met
liefst nog wat spieringkuit op de fuiken ging
het tot na de herfst grotendeels om de
palingvangst, waarbij de schiere trekpaling de
hoogste prijs opbracht, dit in tegenstelling tot
de rode drogere paling die dus kwalitatief iets
minder was.
In die tijd gingen zij
meestal naar de visafslag te Enkhuizen met de
visopbrengst, omdat daar meer viskooplieden
waren dan in Lemmer en er een redelijke prijs
werd betaald voor de vis. Onderweg naar
Enkhuizen, werd de gevangen vis gesorteerd, het
grootzeil gehesen, en de motor gestart, al met
al werd de overkant vrij spoedig bereikt en kon
de vis op de afslag worden gelost. Flinke
streken van bijna 1 km. lengte aan schutwand
hadden zij in het Hondennest (onder de kust van
Gaasterland) staan, met de LE 50 een Lemsteraak
en dus een platbodem, konden zij door de
ondiepten ter plaatse toch de beug (streek
fuiken)goed bereiken, wel hadden zij een
volgbootje nodig om de fuiken te lichten en
zoals je wellicht zult begrijpen, moesten
schutwand en fuiken regelmatig gereinigd worden
door middel van het drogen in de wind en daarna
afborstelen van de nylon/perlon fuiken. Verder
hadden zij nog enkele streken fuiken staan langs
de N.O.P. dijk en bij het Krabbersgat te
Enkhuizen.
Pieter met
kleinzoon Wibo de Vries.
Visserij-inspecteur dhr.
Jonker wees destijds aan op welke plekken het
schutwand met fuiken geplaatst mochten worden,
dit om misverstanden m.b.t. (wie er dan wel de
beste visplek zou hebben bemachtigd onder de
diverse visserlui) te voorkomen.
Het oude katoenen garen
waarvan de fuiken vroeger gemaakt werden nam
veel meer tijd in beslag dan het huidige
tegenwoordige nylon/perlon garen, omdat deze na
gebruik in het IJsselmeer, eerst met cacou in
een grote ketel getaand moesten worden en daarna
gedroogd in de mast of op de gording bij de
haven, pas daarna konden het schutwand en
de fuiken weer uitgezet worden.
Het oude katoenen schutwand
moest destijds altijd worden getaand, verder
waren veel ringstokken nodig en eikenhouten
palen die werden aangeschaft via de boswachterij
te Gaasterland. Deze ringstokken waren nodig om
het schutwand vast te kunnen maken aan de eerder
aangebrachte reguliere palen, en zo een geheel
(een streek cq. beug) met de zijwaarts
geplaatste fuiken vormden.
Pieter en Jan
Poorting.
Pieter en Jan zijn in
1974 gestopt met de fuikvisserij op paling,
vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde
leeftijd.
De familie Kroon te
Hillegom heeft in dat jaar 1974 de LE 50
gekocht, en werd de vierde eigenaar van deze in
oude staat gebleven Lemsteraak, er
werden vaartochten gemaakt voor
uitsluitend recreatieve doeleinden
op voornamelijk het IJsselmeer, de Waddenzee en
de Waddeneilanden. In het jaar 1996 is de
Stichting de Lemster Vuurtoren de definitieve
eigenaar van de LE 50 geworden.
Representatieve zeiltochten
met deze Lemsteraak op het IJsselmeer en de
binnenwateren behoren tot de mogelijkheden, mede
door de inzet van vrijwilligers zoals de heer
Auke Coehoorn en anderen, wordt de aak in de
vaart en optimale conditie gehouden.
Jan Poorting.
Hier volgen verder
nog foto's van de LE 50.
Auke
Coehoorn, druk in de weer met periodiek onderhoud.
Hier ziet
U Auke Coehoorn aan het werk, en een oud potkacheltje dat
in de LE 50 staat.
Auke
Coehoorn, druk in de weer met periodiek onderhoud.
Auke
Coehoorn druk in de weer met periodiek onderhoud.
Auke
Coehoorn druk in de weer met periodiek onderhoud.
Een oud
potkacheltje dat in de LE 50 staat.
Op deze
foto's kunt U de bun in het schip zien, de Lister 20 PK en
aanleg in de Binnenhaven te Lemmer.
Op deze
foto's kunt U de bun in het schip zien, de Lister 20 PK en
aanleg in de Binnenhaven te Lemmer.
De LE
50 is in 1901 gebouwd voor de vissersman Sake Visser (
Sake de Rus) onder het nummer LE 17 "DOLFIJN" in 1908
gekocht door Lubbert Coehoorn LE 3 de naam werd "PRESTO"
deze heeft er me gevist tot 1947 toen werden de gebr
Pieter en bovengenoemde Jan de schippers tot 1974.
Daarna ging de aak over naar de familie F. Kroon. Tot in
1996 de stichting "De Vuurtoren" te Lemmer de aak weer
naar Lemmer terughaalde. Daar werkt Auke Coehoorn nu als
vrijwilliger.
Een
prentje gemaakt tijdens het hijsen van het nieuwe tuigage
dat bij zeilmakerij gemaakt is en een bijeenkomst LE 50.
Foto LE
50 voor onderhoud op de Gemeentelijke jachthaven aan de
Plattedijk te Lemmer.
Idem.
Foto LE
50 voor onderhoud op de Gemeentelijke jachthaven aan de
Plattedijk te Lemmer.
LE 50 en
SLO 3.
SLO 3
Sikke en Pieter (De Pluut)
Op deze
foto's kun je de bun in het schip zien, de Lister 20 PK en
aanleg in de Binnenhaven te Lemmer.
Eeuw oude aak wordt
vlaggenschip Lemmer.
De oude aak LE 50
is sinds vandaag het officiële bezit van de Lemster
stichting Vuurtoren. De aak is aangekocht voor
promotiedoeleinde en wordt straks verhuurd aan bedrijven
en instellingen die met gasten een zeil tochtje willen
maken. Tijdens zeilevenementen krijgt het vaartuig een
prominent plekje : de Lemster aak mag dienen als
vlaggenschip van de haven plaats aan het IJsselmeer
De VVV Lemmer ziet
in de komst van de aak aanleiding om meer bekendheid te
geven aan de geschiedenis van het schip. Er zijn ideeën
om bij de oudheid kamer Lemster Fiifgea een aparte
afdeling in te richten over de Lemster aak en de Lemster
visserij. Ook de Lemsteraak LE 50 zelf kan worden
ingericht als expositie ruimte. Mogelijk worden in de
aangekochte platbodem attributen tentoongesteld over de
aken geschiedenis en de relatie met Lemmer, verteld
Burgermeester en stichting voorzitter Jo Bosma. Gasten
van het schip kunnen daar in een passende sfeer kennis
van nemen.
Lemmer is wat trots
op de aanwist, Meld Bosma. De LE 50, Presto genaamd, is
95 jaar geleden gebouwd op de werf van de Gebroeders de
Boer in Lemmer. Het is een van de oudste exemplaren van
ijzer. Tot 22 jaar geleden voer de Vissers Familie
Poorting er mee op het IJsselmeer. Het schip lag de
laatste jaren in Enkhuizen, maar sinds kort weer in de
binnen haven van Lemmer. De aankoop kosten die nog even
geheim blijven, worden opgebracht door certificaat
houders.
De stichting is
samen met watersport vereniging de Zevenwolden nog op
zoek naar de juiste schipper. Arrangementen met de aak
zijn nog niet uitgewerkt. de officiële aan koop is
daarom in stilte gevierd. Ideeën zijn er genoeg. Bosma ,
We hebben de aak weer naar Lemmer gehaald om te varen .
Niet om stil te liggen. Het liefst ziet Bosma de
Lemsteraak in al zijn glorie weer gaat vissen op zee
maar dat gaat moeilijk door de komst van de afsluitdijk.
Het blijft dus met tochtjes op het IJsselmeer en de
Friese meren.
Lemmer was rond
1900 een bloeiende vissersplaats waarop het hoogte punt
meer dan honderd Aken, botters en anderen schepen thuis
hoorden. het lokale vaartuig voor de visserij was de
Lemsteraak. Kenmerk van het schip zijn de vloeiende
lijnen . Van welke kant je ook kijkt er is nergens een
recht stukje te zien of te ontdekken.
De
firma Sterk, die de aak liet bouwen op de Lemster werf
van de Gebroedres de Boer, noemde de Le 50 'Dolphijn'.
De eerste schipper was Sake Visser. Van 1974 tot 1995
voer de familie kroon uit Hillegom als laatste
particuliere eigenaar op het schip, dat altijd in
authentieke staat is gebleven. Daarna kwam het in handen
van De Lemster Vuurtoren.
Home