De LE 50

 

| 1 | 2 |

Informatie en mogelijkheid om te varen met de LE 50

Stichting de LE 50
Binnenhaven 1
 8531 DS Lemmer

 

Een ansichtkaart van Charlotte Sterk Huiskes: De LE50, die Johannes Sterk in 1901 liet bouwen.

 

Gebouwd bij werf de Boer te Lemmer. Bouwjaar 1901: Materiaal, staal/ijzer, geklonken. Afmetingen: 11,2 x 4,06 m.

De eigenaars op chronologische volgorde:

1) Het voormalige vissersschip werd in 1901 gebouwd in opdracht van de Gebroeders Sterk, die het de naam "Dolphijn" en registratienummer LE 17 gaven.

 

Johannes Sterk: Geboren op 17 augustus 1856 te Lemmer. Overleden op 30 november 1932 te Lemmer, 76 jaar oud. Stamreeks Sterk.

 

Afdruk van Helen Uijldert: Briefhoofd van de Fa. Johhannes Sterk.

 

Foto van Charlotte Sterk-Huiskes.

 

2) Sake Visser (Sake de Rus) LE17 "Dolphijn" 1901-1913, huurde in eerste instantie en later kon hij het schip kopen. Werd gebruikt voor de visserij. 

Sake Visser (Sake de Rus) Geboren te Lemmer op 6 februari 1857. Overleden te Lemmer op 20 december 1944, 87 jaar oud.

Huurcontract uit 1889 van botaak Dolphijn van Sake.

2) Lubbert Coehoorn, is in het jaar 1913 de tweede eigenaar van deze Lemsteraak geworden, en heeft destijds de scheepsregistratie van LE 17 in LE 3 gewijzigd, verder is de scheepsnaam van deze Lemsteraak definitief 'Presto' geworden.

 

3) Lubbert Coehoorn. LE3 "Presto" 1913-1946, werd gebruikt voor de visserij.

Lubbert zat in de muziek’’. Presto is een Italiaanse muziekterm die het tempo aangeeft en betekent ‘snel’ en dat gold in zekere zin ook voor dit schip. Een aak vaart door zijn vorm niet gemakkelijk, maar door een goed gebruik van de zwaarden valt er heel veel uit te halen. Jilling, zoon van Lubbert Coehoorn, voer wedstrijden met de LE50. Dan kwam het schip eerst op de helling en werd helemaal schoongemaakt. In Lemmer werden dan overal vaatjes ingezameld die in de bun werden gestopt, zodat het schip omhoog kwam. Ook werd het schip met grafiet gepoetst waar het dan super glad en snel van werd.

 

Lubbert Coehoorn staat hier op de foto in de deur van zijn huis. Geboren op 3 mei 1875 te Lemmer, overleden op 26 september 1961 te Lemmer. Klik voor de gehele foto.

 

4) De Gebroeders Poepjes (De Pluten), Pieter, Jan en Lolle. LE50 "Presto" 1946-1974, werd gebruikt voor de visserij.

De broers kwamen in 1937 vanuit Sloten naar Lemmer om op het IJsselmeer naar paling te vissen. Omdat ze eerst met een houten pluut voeren, kregen ze prompt de bijnaam ‘de Pluten’. Lolle nam in 1950 het bedrijf van zijn vader in Sloten over en ging alleen verder als binnenvisser. De broers Pieter en Jan bleven tot hun pensioen in 1974 fuikenvissers op het IJsselmeer.

 

Van links naar rechts de gebr. Lolle, Jan en Pieter Poorting, die samen tot 1950 op het IJsselmeer  hebben gevist. Na het overlijden van hun vader Jacob Poorting heeft zoon Lolle in het jaar 1950 deze binnenvisserij overgenomen, en zijn Pieter en Jan op het IJsselmeer blijven vissen op paling. Van de acht kinderen uit het gezin van  Jacob Poorting en Hendrikje Deinum te Sloten waren dit de drie jongens, die allen hun levenlang het brood hebben verdiend met deze mooie fuikvisserij.

 

5) Fred Kroon, uit Hillegom. 1974-1996, werd gebruikt voor recreatie.

De LE50 werd toen voor de pleziervaart verkocht aan Fred Kroon uit Hillegom; in Lemmer beter bekend als Fred Viool, want hij speelde in het Filharmonisch Orkest van Noord-Holland. In 1996 verkocht hij op zijn beurt de LE50 aan stichting De Lemster Vuurtoren, die toen op zoek was naar een originele Lemsteraak.

6) St. De Lemster Vuurtoren - Lemmer. 1996-heden, wordt gebruikt voor representatie. Huidige thuishaven: Lemmer.

 

Pieter en Jan op de LE 50 in de haven te Lemmer.

 

De  drie gebroeders Pieter, Jan en Lolle Poorting, zijn in het jaar 1937 vanaf de binnenwateren van Friesland naar het IJsselmeer gegaan, om daar hoofdzakelijk de fuikvisserij uit te oefenen, en hebben in dat jaar besloten samen door te willen gaan om op paling te gaan vissen.

Hun eerste vissersboot was een houten Pluut die in dat jaar 1937 in gebruik is genomen, zij vormden een driemanschap, dat tot het overlijden op 67 jarige leeftijd van hun vader Jacob Poorting, te Sloten, (die ter plaatse binnenvisser was) zou duren, om precies te zijn was dit op 16 juli 1950. Zoon Lolle heeft het visserijbedrijf van zijn vader Jacob Poorting, te Sloten na diens overlijden, destijds in 1950 overgenomen, en is alleen als binnenvisser doorgegaan. De gebroeders Pieter en Jan Poorting, hebben in juli 1950 besloten (nadat Lolle terugging naar Sloten)samen verder te gaan met deze visserij op het IJsselmeer.

Op 10 juli 1946 is de Pluut vervangen door een mooie gestroomlijnde  ijzeren Lemsteraak de Presto genaamd, die zij destijds van de heer Lubbert Coehoorn, hebben gekocht, Zoals algemeen bekend is, en jullie ongetwijfeld zullen weten is deze Lemsteraak in het jaar 1901 gebouwd bij scheepswerf Gebr. de Boer te Lemmer in opdracht van de visserman Sake Visser die ook een bijnaam had, en als Sake de Rus door het leven ging  (eerste eigenaar van de LE 17)  de scheepsnaam was toen nog de Dolphijn.

 

Foto van Lemsteraak foto Hielke. LE 50 en SLO 3.

 

De Le 50 en de Slo 3, voorop staat Jan Poepjes, dan Pieter en Sikke Poepjes.

 

SLO 3 Sikke en Pieter (De Pluut)

 

De gebr. Pieter en Jan Poorting, zijn in het jaar 1946 als derde op rij, eigenaar geworden, en is door hen de scheepsregistratie van LE 3 gewijzigd in LE 50.

Voordat het skûtsjesilen zijn intrede deed in Lemmer, deden de meeste Lemster vissers destijds mee (met hun Lemsteraken, botters en schouwen) aan de befaamde onderlinge zeilwedstrijden die georganiseerd werden door zeilvereniging de Zevenwolden, tijdens de Lemster feestweek. In dit eerste jaar (1946) zijn de gebroeders na een reeks zeilwedstrijden als eerste in het algemeen klassement geëindigd, en zijn derhalve kampioen met de LE 50 geworden, de verkregen kampioenswimpel herinnerd nog aan die hardzeildagen van weleer, en is in de oudheidkamer te bewonderen. De gebroeders hebben met hun Lemsteraak, destijds met Jilling Coehoorn, aan het helmhout verscheidene prijzen in de wacht gesleept.

Bij deze Lemsteraak was er vanaf het begin van de bouw in 1901 tot het jaar 1947 nog geen motor geplaatst, dus men moest de zeilen hijsen en met de wind in de zeilen vertrouwen op betere tijden omwille het brood te kunnen verdienen voor de huishouding, en dat alles ging niet altijd voor de wind. Later in het jaar 1947 is de bun enigszins ingekort, zodat er ruimte vrij kwam om de eerste motor een 10 pk Kromhout te plaatsen.

In 1953 is de Kromhout diesel vervangen en verkocht aan Tjalling Kuipers van de (LE 31) en is er door Hans van Wieren, een 20 pk Lister diesel in de LE 50 geplaatst, deze motor doet tot op heden nog steeds dienst tot volle tevredenheid. Omstreeks 1950 hebben de gebroeders in Heeg bij scheepsbouwer de Jong een houten volgboot laten bouwen. In de wintermaanden waren Pieter en Jan druk bezig met het  boeten, dus het herstellen en vernieuwen van de beug (schutwand, fuiken en een zegen) in een daarvoor geschikte locatie aan het Waaigat/Nieuwedijk waar broer Jan Poorting, met Afke Krol, destijds woonde, ook in deze winterperiode visten zij in de tramhaven en langs de Gaasterlandse kust op pootvis, met een zegen en in het voorjaar visten zij op de bekende spiering.

Na de spieringvangst met liefst nog wat spieringkuit op de fuiken ging het tot na de herfst grotendeels om de palingvangst, waarbij de schiere trekpaling de hoogste prijs opbracht, dit in tegenstelling tot de rode drogere paling die dus kwalitatief iets minder was.

In die tijd gingen zij meestal naar de visafslag te Enkhuizen, met de visopbrengst, omdat daar meer viskooplieden waren dan in Lemmer en er een redelijke prijs werd betaald voor de vis. Onderweg naar Enkhuizen, werd de gevangen vis gesorteerd, het grootzeil gehesen, en de motor gestart, al met al werd de overkant vrij spoedig bereikt en kon de vis op de afslag worden gelost. Flinke streken van bijna 1 km. lengte aan schutwand hadden zij in het Hondennest (onder de kust van Gaasterland) staan, met de LE 50 een Lemsteraak en dus een platbodem, konden zij door de ondiepten ter plaatse toch de beug (streek fuiken)goed bereiken, wel hadden zij een volgbootje nodig om de fuiken te lichten en zoals je wellicht zult begrijpen, moesten schutwand en fuiken regelmatig gereinigd worden door middel van het drogen in de wind en daarna afborstelen van de nylon/perlon fuiken. Verder hadden zij nog enkele streken fuiken staan langs de N.O.P. dijk en bij het Krabbersgat te Enkhuizen.

 

 

Pieter Poorting.

 

Pieter met kleinzoon Wibo de Vries.

 

Visserij-inspecteur dhr. Jonker wees destijds aan op welke plekken het schutwand met fuiken geplaatst mochten worden, dit om misverstanden m.b.t. (wie er dan wel de beste visplek zou hebben bemachtigd onder de diverse visserlui) te voorkomen.

Het  oude katoenen garen waarvan de fuiken vroeger gemaakt werden nam veel meer tijd in beslag dan het huidige tegenwoordige nylon/perlon garen, omdat deze na gebruik in het IJsselmeer, eerst met cacou in een grote ketel getaand moesten worden en daarna gedroogd in de mast of op de gording bij de haven, pas daarna konden het schutwand en de fuiken weer uitgezet worden.

Het oude katoenen schutwand moest destijds altijd worden getaand, verder waren veel ringstokken nodig en eikenhouten palen die werden aangeschaft via de boswachterij te Gaasterland. Deze ringstokken waren nodig om het schutwand vast te kunnen maken aan de eerder aangebrachte reguliere palen, en zo een geheel (een streek cq. beug) met de zijwaarts geplaatste fuiken vormden.

 

Pieter en Jan Poorting.

 

Pieter en Jan zijn in 1974 gestopt met de fuikvisserij op paling, vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

De familie Kroon te Hillegom heeft in dat jaar 1974 de LE 50 gekocht, en werd de vierde eigenaar van deze in oude staat gebleven Lemsteraak, er werden vaartochten gemaakt voor uitsluitend recreatieve doeleinden op voornamelijk het IJsselmeer, de Waddenzee en de Waddeneilanden. In het jaar 1996 is de Stichting de Lemster Vuurtoren de definitieve eigenaar van de LE 50 geworden.

Representatieve zeiltochten met deze Lemsteraak op het IJsselmeer en de binnenwateren behoren tot de mogelijkheden, mede door de inzet van vrijwilligers zoals de heer Auke Coehoorn en anderen, wordt de aak in de vaart en optimale conditie gehouden.

Door Jan Poorting.

●●●

Fred en Annette Kroon-Brekelmans, kochten in 1974 de LE 50 van de vissers Pieter Poorting en Jan Poepjes en hebben zeer veel gevaren met de LE 50. Geert de zoon van Fred en Annette heeft als kind ook heel veel goede herinneringen aan de LE 50. Annette heeft een verslag en prachtige foto's ingezonden waarbij tijdens het uitzoeken hiervan weer veel mooie herinneringen bij haar boven kwamen.

 

In 1974 kochten wij de LE 50 van de vissers Pieter Poorting en Jan Poepjes. Mijn man, Fred Kroon, kwam al jaren bij de familie Poepjes en had zijn zinnen gezet op de aak. Toen het bericht kwam dat ze met de visserij stopten en de aak gingen verkopen, werd het nog lastig om de aak in handen te krijgen, want ook het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen was geïnteresseerd. Maar het is gelukt en zo werd ons huwelijksreisje in april 1974 een koude vaartocht van Lemmer naar Hoorn. In Hoorn zijn de eerste werkzaamheden uitgevoerd: nieuwe strijkklampen, zwaarden en luiken.

 

 

Eerste jaar in Staveren, met nog de oude mast en het slingerzeil.

 

In 1975 is in Lemmer bij Van der Neut de nieuwe mast geplaatst.

 

 

 

Jan Poepjes, aan het splitsen.

 

 

Boven en onder: Vertrek uit Lemmer met langzamerhand een compleet schip.

 

22 Jaar hebben we de aak met veel genoegen in eigendom mogen hebben. Altijd is voorop blijven staan, dat het schip in originele staat moest blijven. We wilden geen concessies doen. Dat betekende veel werk, maar ook veel geweldige vakanties.

 

Boven en onder: In Haarlem op de helling, schoonmaken van de bun.

 

Vooral het schip en de bun teren was een klus en zeker voor een violist. In de eerste jaren heeft Fred weleens met handen, waar de teer niet meer af te krijgen was, op het podium gezeten. In het tweede jaar, toen de aak op de helling ging in Monnikendam, was Fred nog niet zo op de hoogte van de gevolgen van teren bij warm weer. Een brilletje op en goed insmeren bleek toch echt niet voldoende. ’s Avonds zat hij met rode ogen waar de tranen uitstroomden in het Haarlemse concertgebouw te spelen. Onvergetelijke gebeurtenissen. 

 

 

Revisie van de Lister door Arie van der Giessen.

 

De mast krijgt een grote beurt.

 

1976 Wedstrijden bij Durgerdam, (2e plaats!)

 

Vakantie 1983 in Zeeland: Oosterschelde, roggeplaat.

 

Vakantie in Denemarken en Zweden 1985.

 

Drooggevallen op het wad.

 

 

 

 

 

| 1 | 2 |

Home

 


Niets uit deze website mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt  of op andere wijze gebruikt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samensteller.